Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:11230

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-10-2019
Datum publicatie
25-10-2019
Zaaknummer
09/842241-18 & 09/857260-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man van 24 jaar is vrijgesproken van betrokkenheid bij de explosies in Delft. Het dossier bevat hiervoor onvoldoende bewijs. Hij reed op 12 juni met de andere man in de auto. Hij wist van het semiautomatische wapen en heeft geprobeerd dit wapen te verkopen. Ook heeft hij geprobeerd een getuige in zijn zaak ervan te weerhouden een verklaring af te leggen tegenover de politie. Voor de wapenhandel en het beïnvloeden van een getuige krijgt hij een gevangenisstraf van 21 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/842241-18 (dagvaarding I) en 09/857260-18 (dagvaarding II)

Datum uitspraak: 25 oktober 2019

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

[geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,

[adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 24 september 2018,

18 december 2018, 11 maart 2019, 27 mei 2019 en 20 augustus 2019 (steeds pro forma) en op de terechtzitting van 10 en 11 oktober 2019 (de inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Bos en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw mr. I.A. Groenendijk naar voren hebben gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen I en II. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort gezegd, op neer dat:

ten aanzien van dagvaarding I

Feit 1: de verdachte op 12 juni 2018 in Noordwijk in vereniging een handgranaat voorhanden heeft gehad;

Feit 2: hij op 12 juni 2018 in Noordwijk in vereniging twee semi automatische pistolen en een (ingekort) vuurwapen voorhanden heeft gehad;

Feit 3: hij zich in de periode van 28 mei 2018 tot en met 11 juni 2018 in Rijswijk schuldig heeft gemaakt aan een poging tot verkoop van een vuurwapen;

ten aanzien van dagvaarding II

Feit 1: de verdachte zich op 17 mei 2018 in Delft schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging tot ontploffing brengen van twee handgranaten door een pin uit een handgranaat te trekken, waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen te duchten is;

Feit 2: hij op 17 mei 2018 in Delft in vereniging twee handgranaten voorhanden heeft gehad;

Feit 3: hij zich in de periode van 8 augustus 2018 tot en met 17 augustus 2018 in Alphen aan den Rijn in vereniging schuldig heeft gemaakt aan het beïnvloeden van de vrijheid van [naam 1] om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of een ambtenaar een verklaring af te leggen.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding1

De volgende feiten en omstandigheden hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen dienen als uitgangspunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Aanleiding onderzoek

Op donderdag 17 mei 2018 omstreeks 05.15 uur werden verbalisanten gestuurd naar de [adres 2] te Delft waar een ontploffing had plaatsgevonden. Ter plaatse zagen zij zwarte schroeiplekken in het wegdek, ter hoogte van [naam coffeeshop 1] . Daarnaast zagen zij dat in de ruit van [naam coffeeshop 1] diverse gaten zaten en dat in ruiten en gevels van omliggende panden diverse inslag punten zaten. Vlak daarna kwam de melding dat in de [adres 3] te Delft, ter hoogte van coffeeshop [naam 3] , ook een knal was gehoord. Ter plaatse zagen verbalisanten dat de [adres 3] bezaaid lag met glas en plastic. Daarnaast zagen zij zwarte stukjes rubber op het wegdek liggen. Als gevolg van de ontploffing bij [naam coffeeshop 1] is een voetganger, genaamd [slachtoffer] , in zijn gezicht geraakt en heeft daarbij letsel opgelopen. Daarnaast hebben diverse panden, bedrijven en omliggende woningen in zowel de [adres 2] als de [adres 3] forse schade (onder meer kapotte ruiten en beschadigde gevels) opgelopen.

Camerabeelden

[adres 2]

Op de camerabeelden van 17 mei 2018 van horecagelegenheid [naam 2] , gevestigd op de hoek van de [adres 2] en de [adres 4] in Delft, is te zien dat rond 05.10 uur een scooter met daarop twee personen vrijwel recht onder de camera van voornoemde horecagelegenheid stopt. De bijrijder stapt af en pakt een tas die bij de bestuurder tussen zijn voeten ligt. De bijrijder legt de tas op de grond, stopt zijn hand in de tas en pakt er ten minste twee voorwerpen uit; één voorwerp stopt hij in zijn jaszak, het andere voorwerp houdt hij in zijn hand. Ook is te zien dat het gezicht van de bijrijder is bedekt. De bijrijder loopt vervolgens de [adres 2] in, terwijl de bestuurder zijn jas omhoog trekt, zodat ook zijn gezicht bedekt is. De bestuurder blijft staan op de [adres 4] . De bijrijder loopt naar de gevel van [naam coffeeshop 1] . Hij steekt het zwarte langwerpige voorwerp onder zijn oksel en haalt een voorwerp uit zijn zak. Hij bukt en verricht handelingen bij de brievenbus. Vervolgens legt hij een voorwerp op de beugel die uit de gevel steekt en rent weg. Kort hierna is een grote flits te zien. Ongeveer dertig seconden nadat de bijrijder de [adres 2] in is gelopen, komen twee personen met hun rolkoffers vanaf de [adres 5] ook de [adres 2] in gelopen, op de voet gevolgd door een fietser. Ongeveer vijf seconden nadat de voetgangers en de fietser de [adres 2] in zijn gegaan, wordt het camerabeeld opgelicht door een lichtflits. Enkele seconden later is te zien dat de bijrijder weer terug komt rennen vanuit de [adres 2] en achterop de scooter springt. De scooter rijdt weg over de [adres 4] . De politie relateert dat verder op de camerabeelden (gericht op de voordeur) van [naam coffeeshop 1] te zien is dat de persoon die een handgranaat naar de coffeeshop gooit een masker draagt dat sterk lijkt op de kaak van een skelet.

[adres 3]

Op de camerabeelden van [naam 3] van 17 mei 2018 is om 05.13 uur te zien dat de scooter met de twee personen vanaf de [adres 4] de [adres 3] komt inrijden. De scooter stopt in de [adres 3] , waarna de bijrijder afstapt en richting [naam 3] loopt. De bijrijder gooit een voorwerp tegen de gevel van [naam 3] en rent weer terug naar de scooter. Kort daarop zijn een flits en rook te zien. De scooter rijdt de hoek om in de richting van [adres 9] . Op de hoek van de [adres 3] met [adres 9] is te zien dat de bestuurder van de scooter wacht op de aanrennende bijrijder, om vervolgens weg te rijden verder [adres 9] op. Vervolgens is te zien dat de scooter uit de richting van de [adres 3] komt aanrijden en de [adres 6] oversteekt.

Forensisch onderzoek / DNA-onderzoek

Tijdens het onderzoek op 17 mei 2018 in de [adres 2] in Delft is bij de voordeur van [naam coffeeshop 1] een beugel van een handgranaat met opschrift “8124” aangetroffen. Op de [adres 4] ter hoogte van de [adres 2] lag een pin van een handgranaat. Tijdens het onderzoek op de [adres 3] in Delft is ook een beugel van een handgranaat met opschrift “8817” aangetroffen. De aangetroffen restanten zijn inbeslaggenomen en onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). DNA-onderzoek wees uit dat zich op voornoemde objecten DNA-materiaal van [medeverdachte] bevond.

Observatie en aanhouding op 12 juni 2018

Naar aanleiding van de hierboven genoemde onderzoeksbevindingen is [medeverdachte] als verdachte aangemerkt en is op 12 juni 2018 een observatieteam van politie Eenheid Den Haag ingezet om zijn woon- of verblijfplaats te achterhalen. Uit deze observatie bleek dat [medeverdachte] , een andere man (die later bleek te zijn: de verdachte [verdachte] , hierna te noemen: [verdachte] ) en een vrouw (die later bleek te zijn: [vriendin] van [medeverdachte] ) de woning [adres 7] te Rijswijk verlieten en in een Suzuki Alto voorzien van het [kenteken] wegreden. Vastgesteld is dat [medeverdachte] de bestuurder was van genoemde auto, dat [vriendin] voorin als bijrijder zat en [verdachte] op de achterbank zat. Op enig moment is door het observatieteam waargenomen dat [medeverdachte] de woning aan het [adres 8] te Den Haag is binnengegaan en voornoemde woning korte tijd later met een grijze tas verliet. Vervolgens is gezien dat [vriendin] op een adres in Amsterdam werd afgezet, waarna [medeverdachte] en [verdachte] terugreden via Noordwijk. Het observatieteam heeft op enig moment gezien dat de Suzuki Alto zonder inzittenden geparkeerd stond op de Rynestein in Noordwijk en dat bij de Suzuki politie in uniform te zien was. In Noordwijk zijn [medeverdachte] en [verdachte] in verband met een aldaar geldende noodverordening gecontroleerd. In genoemde auto werden door de verbalisanten diverse goederen gezien die in verband met de noodverordening strafbaar zijn gesteld. Zo lagen er op de achterbank van de Suzuki kledingstukken in het zicht, waarmee vermommingen mogelijk konden zijn. Ook was te zien dat er tasjes in de auto lagen waarin meerdere voorwerpen aanwezig zouden kunnen zijn voor het verstoren van de openbare orde. Zowel [medeverdachte] als [verdachte] konden zich niet legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. Ook hadden zij geen geldige reden om in het gebied waar de noodverordening van kracht was, te zijn. Hierop zijn [medeverdachte] en [verdachte] aangehouden op verdenking van het overtreden van de bepalingen als bedoeld in de noodverordening.2

Doorzoeking Suzuki Alto

Op grond van voornoemde noodverordening is de Suzuki Alto doorzocht. Tijdens deze doorzoeking werden meerdere goederen aangetroffen en in beslag genomen. Op de vloer, tussen de bestuurderstoel en de achterbank, werd een zwarte etui aangetroffen met daarin een doosje met scherpe munitie. Onder de bestuurderstoel werd een zwart tasje met daarin een vuurwapen aangetroffen.3 Onderzoek wees uit dat het gaat om een semi automatisch pistool (van het merk Zastava, model M57, kaliber 7.62mm) en dat het een wapen betreft van categorie III (sub 1), waarvan het (onbevoegd) voorhanden hebben verboden is op grond van de Wet Wapens en Munitie (WWM).4 In de kofferbak van voornoemde auto lag een grijze tas waarin onder meer werd aangetroffen: een jachtgeweer met ingekorte loop, een handgranaat, een vuurwapen (merk Glock, model 17) en een masker. Genoemde voorwerpen zijn vervolgens nader beschreven, onderzocht en gecategoriseerd door een materiedeskundige van het Team Forensische Opsporing, Wapens Munitie en Explosieven.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft in een schriftelijke verklaring erkend dat hij wetenschap had van het semiautomatisch pistool van het merk Zastava in de auto.5

Onderzoek telefoon [verdachte] en verklaring [medeverdachte 2]

Tijdens de insluitingsfouillering van [verdachte] werd een zwarte iPhone 5 (merk Apple) met het [telefoonnummer] ) aangetroffen en in beslag genomen voor nader onderzoek.6 In de telefoon werden foto’s aangetroffen van een vuurwapen, munitie, een patroonhouder en een doosje munitie. Deze goederen lagen op een groen gekleurde ondergrond. Deze ondergrond lag op een witte stoffen ondergrond, voorzien van donkerblauwe strepen en sterren.7

C.H. [medeverdachte 2] , zijnde een vriendin van [verdachte] (verder [medeverdachte 2] ), heeft verklaard dat het telefoonnummer *832 van [verdachte] is. Ook heeft zij verklaard dat [verdachte] enige tijd bij haar in de woning aan het [adres 7] te Rijswijk verbleef en van alle ruimten in de woning gebruik maakte. Verder heeft [medeverdachte 2] , nadat haar de foto’s met het vuurwapen werden getoond, verklaard dat zij haar bed en dekbed van Riviera Maison herkende.8

In de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon werd ook een WhatsApp conversatie aangetroffen. Deze conversatie was tussen de gebruikers [''] .net [verdachte] en [''] [naam 13] . Het is gestart op 28 mei 2018 te 20.50 uur en geëindigd op 11 juni 2018 te 15.13 uur. Uit deze WhatsApp berichten volgt, voor zover hier van belang, het navolgende (een korte weergave):

[verdachte] : Heey hello this is the Friend of [naam 5]

(…)

[verdachte] : You ask me last time something i can fix it

[naam 13] : Okay you can fix what you want I can buy everything when the price is okay

[verdachte] : Can I send you tonight a picture?

[naam 13] : Yes of course

(…)

[verdachte] : This is what i can fix (noot: te zien is dat er daadwerkelijk foto’s van een vuurwapen wordt verstuurd)

[naam 13] : Okay. Do you have the exactly typ?

[verdachte] : M57 7.62

[naam 13] : okay and price?

[verdachte] : 2800

[verdachte] : Is a new model and clean

[naam 13] : that’s to much!! Many to much

[verdachte] : How much you think? It’s a new model

[naam 13] : Yes Problem is Tokarev is not often and new is it 349 Euro 50 bullet is 19,90 Euro. Normaly Price fort his is the double price from new at Black Markt

[naam 13] : Why you think you can sell it for 2800 Euro that’s many to much sorry

[naam 13] : I will give you a good price but not the quadrupie

[verdachte] : In Holland is very a problem to fix a good gun that’s why here the price high is.

[naam 13] : But that’s to high.9

Vergelijking aangetroffen vuurwapen met munitie en foto’s op de telefoon

Verbalisant Van Bael van het Team Forensische Opsporing, Wapens Munitie en Explosieven heeft het in de Suzuki Alto aangetroffen vuurwapen van het merk Zastava vergeleken met de foto op de telefoon van [verdachte] waarop het vuurwapen te zien is. Uit dat vergelijkend onderzoek kwam naar voren dat het wapen op de foto een Zastava M57 met een aangepaste rubberen kolf betreft en dat het vermoedelijk hetzelfde wapen betreft als het wapen dat werd aangetroffen in de auto. De Zastava M57 heeft van oorsprong (vanuit de fabriek) een harde kunststof kolf. Ook het kartonnen munitiedoosje (merk Sellier & Bellot 7.62 x 25 Tokarev) dat staat afgebeeld, komt qua vorm, kleur en opschrift, overeen met het doosje munitie dat in de auto is aangetroffen. Daarbij bevatte het doosje op de afbeelding op exact dezelfde plek een deukje als het munitiedoosje in de auto. Hieruit bestaat het vermoeden dat de (doos) munitie die is aangetroffen in de auto, hetzelfde (doosje) munitie betreft, dat te zien is op de afbeelding op de iPhone.10

Doorzoeking [adres 7] in Rijswijk

Op woensdag 13 juni 2018 werd de woning aan het [adres 7] te Rijswijk doorzocht, waarbij onder andere op de begane grond, in de gang op de vloer een paar zwart-groene Asics sportschoenen werden aangetroffen. Voornoemde schoenen zijn door het NFI aan een DNA-onderzoek onderworpen. Hieruit bleek dat op meerdere plekken aan de binnenzijde van de schoenen een DNA-profiel van [verdachte] en DNA-materiaal van ten minste één andere persoon (mengprofiel) is aangetroffen. Aan de binnenzijde van de linkerschoen ter hoogte van de neus ( [''] ) is een DNA-hoofdprofiel van [verdachte] aangetroffen.

Schouw

Op de camerabeelden van 17 mei 2018 van [naam 2] zijn bij de twee personen op de scooter diverse goederen te zien: een tas, schoenen en een zwart langwerpig voorwerp. Zoals hiervoor is beschreven, zijn soortgelijke goederen op 12 juni 2018 in de auto in Noordwijk en op 13 juni 2018 in de woning aan het [adres 7] in Rijswijk aangetroffen en in beslag genomen. De schouw is op 5 november 2018 uitgevoerd om inzicht te krijgen in hoeverre de aangetroffen grijze sporttas, de schoenen en het donkerkleurige jachtgeweer met de eerder genoemde goederen overeenkomen die te zien zijn op de beveiligingsbeelden van 17 mei 2018 van horecagelegenheid [naam 2] .

De schouw vond plaats op exact dezelfde locatie als het incident op 17 mei 2018. De volledige scène werd enkele keren 'nagespeeld' door de stand-ins. Daarnaast werden bepaalde stilstaande beelden (hierna: stills) uit de scene nagebootst. Dit hield in dat aan de hand van de stills uit de beveiligingsbeelden van 17 mei 2018 de stand-ins en de goederen zo werden gepositioneerd dat de nagebootste stills van 5 november 2018 overeenkomstig waren met de stills van 17 mei 2018 om zo de tas, schoenen en het donker langwerpige voorwerp met de in de auto aangetroffen jachtgeweer en tas en de in de woning inbeslaggenomen schoenen te kunnen vergelijken. Hieronder worden de resultaten van de schouw vergeleken.

Het jachtgeweer met verkorte / afgezaagde loop heeft twee opvallende kenmerken: een gewijzigde loop en een gewijzigde kolf.

De grijze sporttas vertoont naast de grootte en de vorm de volgende overeenkomende details (bij infrarode belichting): de oplichtende reflectiestreep (1), de zwarte/donkere vlakken, niet waarneembaar (2), de zwarte hengsels, wel waarneembaar (3), het “Nike”-logo, niet waarneembaar (4) en het lusje aan de zijkant van de tas (5).

De zwart-groene Asics sportschoenen vertonen de volgende overeenkomsten: het oplichtend accent op de zijkant van de neus (1), het donkere gedeelte bij de veters (2), de donkere neus (3), de donkere hak (4), de Asics-strepen (4) en de inkeping in de zool (4).

Onderzoek telefoon [medeverdachte 2]

In de inbeslaggenomen telefoon van [medeverdachte 2] werd een WhatsApp conversatie aangetroffen met het eerder genoemde nummer *832 dat gebruikt werd in de bij de fouillering van [verdachte] aangetroffen iPhone. Uit de WhatsApp berichten blijkt onder meer het volgende:

16 mei 2018

16.36

uur - [naam 6] : [naam 7] heb je nodig

17.08

uur - [verdachte] : Okee.

18.31

uur - [naam 6] : Heb je al gesproken?

18.36

uur - [verdachte] : Wie?

18.37

uur - [naam 6] : Ja [naam 7]

18.38

uur - [verdachte] : nee, ik heb hem nog niet gesproken, hoezo dan? Jaa je reed voorbij

18.38

uur - [naam 6] : hij had je nodig

17 mei 2018

08.12

uur - [verdachte] : Ik ga niks doen ik zit hier dalijk in me 1tje zonder peuken

08.13

uur - [naam 6] : In je eentje. Waarom

08.14

uur - [verdachte] : Omdat [naam 7] gaat slapen denk ik zo. Ikke kan niet slapen maar moeilijk nu te zeggen waarom

08.14

uur - [naam 6] : Oh dan weet ik het niet. Je kan hier leggen maar geen pollonese aan me lijf Ik ga me ogen dicht proberen te doen. Kijk maar. Dan niet

08.20

uur - [verdachte] : Is goed slaaplekker ik spreek je straks xx.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle bij dagvaarding I en dagvaarding II tenlastegelegde feiten (met uitzondering van het bij dagvaarding I onder 2 tenlastegelegde pistool, merk Glock).

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, zoals verwoord in haar pleitnota, ten aanzien van de bij dagvaarding I en II tenlastegelegde feiten integrale vrijspraak bepleit.

Op de specifieke (bewijs)verweren van de verdediging zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan.

3.4

Het oordeel van de rechtbank

Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting

De raadsvrouw heeft ter zitting aangevoerd dat de doorzoeking van de auto op 12 juni 2018 onrechtmatig is geweest, omdat de verbalisanten – kort gezegd – zonder enige wettelijke bevoegdheid de auto hebben doorzocht; evenmin bood de aldaar geldende noodverordening grondslag tot doorzoeking van de auto, omdat geen sprake was van een redelijk vermoeden van enig strafbaar feit. Daarmee is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), wat dient te leiden tot bewijsuitsluiting van alle in de auto aangetroffen wapens.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe het volgende.

Voor een geslaagd beroep op artikel 359a Sv is vereist dat sprake is van een schending van een norm die strekt tot bescherming van een belang van [verdachte] en voorts dat ook daadwerkelijk sprake is van een schending van die norm jegens [verdachte] . Aangezien het de rechtbank niet is gebleken dat [verdachte] de eigenaar, dan wel langdurig de feitelijke gebruiker van de auto was, maar slechts passagier, is aan het voornoemde Schutznormvereiste niet voldaan, zodat het verweer reeds om die reden moet worden verworpen.

Bij de hieronder volgende bespreking van de tenlastegelegde gedragingen gaat de rechtbank, voor zover van belang, uit van de feiten en omstandigheden die in de inleiding zijn besproken.

ten aanzien van dagvaarding II

3.4.1

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of [verdachte] op 17 mei 2018 de bestuurder van de scooter is die betrokken is bij de explosies in de [adres 2] en de [adres 3] .

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen kan een verdenking tegen [verdachte] worden gebaseerd op het volgende.

DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat zich op onderdelen van de bij de ontploffingen in de [adres 2] en de [adres 3] gebruikte handgranaten DNA-materiaal van medeverdachte [medeverdachte] bevond.

[verdachte] is op 12 juni 2018 in Noordwijk met [medeverdachte] aangehouden in een auto waarin een grijze sporttas lag met daarin onder andere een jachtgeweer met een afgekorte loop, een handgranaat en een masker met daarop een afbeelding van een skeletkaak. Tijdens voormelde schouw zijn deze sporttas en het jachtgeweer vergeleken met de tas en het langwerpige voorwerp die zichtbaar zijn op de camerabeelden van 17 mei 2018 op de hoek van de [adres 2] met de [adres 4] . In het proces-verbaal van de schouw staat beschreven dat de sporttas wat grootte en vorm betreft overeenkomt met de tas op de camerabeelden en dat er ook verder overeenkomende details zijn waar te nemen. Wat betreft het jachtgeweer wordt beschreven dat de gewijzigde loop en kolf opvallende kenmerken zijn die overeenkomen met het voorwerp op de camerabeelden.

In de woning aan het [adres 7] te Rijswijk zijn voornoemde zwart-groene Asics aangetroffen met daarop DNA-materiaal van [verdachte] . De politie heeft tijdens de schouw op 5 november 2018 deze schoenen vergeleken met de schoenen van de bestuurder van de scooter op 17 mei 2018 zoals zichtbaar op de camerabeelden. Uit dat onderzoek is gebleken dat de schoenen op meerdere posities overeenkomsten vertonen op grond waarvan gezegd kan worden dat soortgelijke schoenen door de bestuurder zijn gebruikt.

Tot slot zijn er de voornoemde WhatsApp berichten die op de telefoon van [medeverdachte 2] zijn aangetroffen. Uit de hiervoor weergegeven berichten van 16 mei 2018 tussen 16.36 uur en 18.18 uur tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] kan worden opgemaakt dat [medeverdachte] [verdachte] nodig heeft. Voorts kan uit de berichten van 17 mei 2018 tussen 08.13 uur en 08.23 uur worden opgemaakt dat [medeverdachte] en [verdachte] op dat moment bij elkaar zijn.

Beoordeling van de rechtbank

Al deze bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien kunnen naar het oordeel van de rechtbank echter nog niet de conclusie rechtvaardigen dat buiten redelijke twijfel gesteld kan worden dat [verdachte] de bestuurder van de scooter was op 17 mei 2018. Vaststaat dat [verdachte] bijrijder was van de Suzuki Alto waarin de sporttas en haar inhoud zijn aangetroffen. De enkele aanwezigheid van [verdachte] in de auto is voor de vereiste wetenschap van die goederen echter onvoldoende. Het dossier bevat geen forensisch bewijs, zoals vingerafdrukken of DNA-materiaal van [verdachte] op de sporttas, het jachtgeweer of het masker. Evenmin heeft het observatieteam van de politie gerelateerd dat [verdachte] , tussen het ophalen van de sporttas door [medeverdachte] in Den Haag en hun aanhouding in Noordwijk, handelingen heeft verricht met betrekking tot de sporttas. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat [verdachte] wetenschap had van de inhoud van de sporttas.

Hoewel de WhatsApp berichten belastend kunnen worden uitgelegd indien [medeverdachte] als een van de daders van het op 17 mei 2018 gepleegde feit wordt aangemerkt, kan de rechtbank op grond van de inhoud van deze berichten evenmin vaststellen dat [verdachte] voorafgaand of ten tijde van de explosies contact met [medeverdachte] heeft gehad. Dat zij wellicht drie uur nadien (vermoedelijk) bij elkaar zijn in de woning waar zij beide verbleven, maakt dat in dit geval niet anders.

Blijft over de zwart-groene Asics schoenen die zijn aangetroffen in de woning in Rijswijk. Hierbij is van belang of vastgesteld kan worden dat deze schoenen zijn gebruikt door de bestuurder van de scooter op 17 mei 2018. Uit de schouw kan worden afgeleid dat soortgelijke schoenen zijn gebruikt. Hoewel het wel toevallig is dat soortgelijke schoenen zijn aangetroffen in de woning waar [verdachte] verbleef, zijn deze schoenen niet zo uniek en onderscheidend dat gezegd kan worden dat de bestuurder van de scooter de in de woning in Rijswijk aangetroffen schoenen heeft gedragen. Dit gegeven is daarom onvoldoende om tot de conclusie te komen dat buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat [verdachte] de bestuurder van de scooter is geweest op 17 mei 2018.

Nu ook de combinatie van de aangetroffen sporttas in de auto, de WhatsApp berichten en de in de woning in Rijswijk aangetroffen Asics schoenen naar het oordeel van de rechtbank niet leidt tot het wettig bewijs dat [verdachte] de bestuurder van de scooter was en dus betrokken bij de ontploffingen op 17 mei 2018, dient hij te worden vrijgesproken van de bij dagvaarding II onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten (ontploffingen op 17 mei 2018 en het bezit van de handgranaten op 17 mei 2018).

(Partiële) vrijspraak feiten 1 en 2, dagvaarding I

Daarnaast dient [verdachte] ook (partieel) vrijgesproken te worden van het op 12 juni 2018 in Noordwijk voorhanden hebben van de handgranaat (feit 1 dagvaarding I), het jachtgeweer en het vuurwapen van het merk Glock (feit 2 dagvaarding I), omdat zoals hiervoor overwogen niet bewezenverklaard kan worden dat [verdachte] wetenschap had van deze goederen in de auto.

3.4.2

Feit 3 (het beïnvloeden van [naam 1] om naar waarheid een verklaring af te leggen)11

Uit opgenomen telefoonverkeer van [verdachte] blijkt dat [verdachte] in de periode van 8 augustus 2018 tot en met 16 augustus 2018 vanuit de Penitentiaire Inrichting (PI) meerdere gesprekken heeft gevoerd met het [telefoonnummer] in gebruik bij zijn vriendin [naam 1] . Tevens is gebleken dat [verdachte] op 8 augustus 2018 een gesprek heeft gevoerd met het [telefoonnummer] in gebruik bij zijn vader. Hierna volgt een weergave van de bedoelde gesprekken.12

Gesprekken tussen [verdachte] en [naam 1]

sessie 242 (08.08.2018, 14.20u)

[naam 2] zegt dat de politie langs is geweest.

[verdachte] : voor wat?

[naam 2] : of ik getuige wil zijn voor jou.

[verdachte] : voor wat dan?

[naam 2] : ja dat willen ze niet zeggen.

[verdachte] ; echt? wat heb je gezegd.

[naam 2] had gevraagd moet dat dan?

[verdachte] : bel die advocaat ja

[naam 2] : ja wat moet ik dan zeggen?

[verdachte] : zeg dinges ze willen mij oproepen als getuige. je hoeft dat niet te doen.

[naam 2] : hoef ik dat niet te doen? Ze zeggen van wel.

[verdachte] : nee natuurlijk niet de rechter moet dat beslissen.

[verdachte] zegt dat ze allemaal rare dingen gaan vragen.

[verdachte] zegt bel die advocaat.

[naam 2] zegt ik wil er ook niet aan meewerken.

[verdachte] zegt omdat hun weten dat je dat niet weet.

[verdachte] zegt niet komen.

sessie 244 (08.08.2018, 14.23u)

[verdachte] vraagt, zijn ze langs geweest?

[naam 2] zegt ja met z’n tweeën.

[verdachte] ja en nu gaan ze zeggen heeft [verdachte] dit gedaan of dat gedaan.

[naam 2] vraagt wat verwachten ze dan? wat zal ik gaan zeggen dan? Serieus.

[verdachte] : je moet gewoon dadelijk belle....ja ik kan niet. Kijk weet je wat het is ze hebben weinig tegen mij toch nu gaan ze kijken of ze wat uit jou kunnen halen, snap je?

[naam 2] : maat ze weten dat wij een relatie hadden tot vanochtend....(gaan beiden lachen)

[verdachte] : ik weet wat ze gaan doen.

[naam 2] zegt weet je wat het is [verdachte] het boeit me eerlijk gezegd niet. Het enigste waar ik over zit is gewoon [naam 8] .

[naam 2] heeft genoeg aan haar hoofd heeft, het gezeik van [verdachte] en haar zwangerschap. Over het bezoekje van de recherche. Over de advocaat

[verdachte] blijft hameren dat ze niet moet gaan. [verdachte] zegt dat ze niet verplicht is om te getuigen.

[naam 1] zegt dat ze gewoon gaat zeggen dat ze niet komt.

Gesprek tussen [verdachte] en zijn vader

(13) sessie 245 (08.08.2018, 14:31u)

[naam 1] gaat daar niet heen als [verdachte] dat niet wil.

[verdachte] heeft tegen [naam 1] gezegd dat ze [naam 9] moet bellen.

[verdachte] heeft net al [naam 9] gebeld maar ze is met zaken bezig ik heb gezegd ze moet met spoed komen,

PA: maar [naam 2] is iemand die dat niet snapt. [verdachte] zegt dat [naam 1] denkt dat ze morgen naar het politiebureau moet en dat er niks aan de hand is.

PA zegt dat hij geen wonderen kan verrichten. [verdachte] zegt dat PA wel een beetje op haar kan inpraten.

PA vraagt zich af waarom [naam 1] als getuige moet komen.

[verdachte] zegt zij komt toch hier op bezoek misschien denken ze dat ik dingen tegen haat gezegd heb of ze denken dat ze dingen weet.

(…)

(14) PA gaat [naam 1] wel bellen want ze is niet verplicht om te getuigen.

[verdachte] zegt zolang de rechter het niet oplegt

PA: ik snap niet dat ze bij haar langs gaan.

[verdachte] : toen der tijd ging ik niet eens met [naam 2] .

PA: m,m daarom.

(…)

PA zoekt contact met [naam 9] en [naam 1]

PA: je vraagt wel weer veel

[verdachte] zegt dat dit belangrijk is.

Gesprekken tussen [verdachte] en [naam 1]

sessie 256 (09.08.2018, 08:04u)

[verdachte] vraagt hoe het gaat

zegt dat ze de advocaat nog niet heeft gebeld geen tijd voor gehad.

gaat daar niet heen als [verdachte] dat niet wil.

sessie 335 (09.08.2018, 16:31u)

[verdachte] vraagt of ze al gebeld is door de wouten. Nog niet ze had een afspraak om 10.00 uur maar is nog niet gebeld. Ze denkt dat het de volgende week is.

[verdachte] zegt dat ze (politie) verhaaltjes gaan ophangen over vreemd gaan en zo.

[verdachte] zegt dat hij nooit zijn handtekening zet en nu hebben ze zijn verklaring veranderd.

[naam 2] denkt dat de politie meer weet en daar gaat ze achter komen. [verdachte] zegt dat [naam 2] hem of de politie kan geloven.

sessie 337 (09.08.2018, 16:38u)

[naam 1] zegt niet te gaan (naar de politie)

[verdachte] twijfelt.

[naam 1] zegt dat ze er toch wel achter komt wat [verdachte] gedaan heeft.

sessie 344

Op 10 augustus 2018, te 15.14 uur, belde [verdachte] met [naam 1] .

[verdachte] zegt dat [naam 8] onzin stuurt

[verdachte] wil niet hebben dat [naam 1] met de politie praat.

[naam 1] vraagt waarom zij niet mag weten wat er gebeurd is.

[verdachte] zegt dat buiten gezegd wordt dat hij ermee te maken heeft en dat is niet zo.

sessie 347 (11.08.2018, 09:08u)

[naam 1] was al vroeg wakker. [naam 1] heeft kleding gekocht. Gesprek over het weet. [naam 8] heeft [naam 1] geappt om uit te gaan. [naam 8] wil haar kinderen naar de kinderopvang brengen. [naam 1] is verbaasd omdat [naam 8] niet werkt, [verdachte] zegt dat ze alleenstaande moeder is. [naam 10] komt volgend jaar september pas vrij.

D: Je moet wel effe met haar afspreken, trouwens...

J: Want....

D: Ja, nee dat leg ik later wel uit

J: Ach zo fucking irritant dit

D: Ja schat ik kan er niks aan doen

(…)

Vervolgens over de politie die bij [naam 1] thuis zijn geweest en bij de zaak. [verdachte] zegt dat ze indruk willen maken en daarom moet [naam 2] niet gaan. [naam 1] was wel bang.

[naam 1] denkt dat ze alleen maar weten dat [naam 1] de moeder van zijn kinderen en daarom is ze bang. [verdachte] zegt dat ze niet moet gaan en dat [naam 1] moet zeggen dat ze zich daar niet mee bezig houdt.

[naam 1] vindt het wel enge zaken. [naam 12] had gezegd dat [naam 6] er ook bij was.

[naam 1] wil niet in deze zaken zitten. [verdachte] zegt dat ze niet hoeven te weten waar hij woont. (…)

sessie 381 (16.08.2018, 09:13u)

[verdachte] vraagt heb ik je wakker gemaakt.

[naam 2] : ik denk het.

[verdachte] zegt dat hij de advocaat heeft gebeld en ze neemt even contact op met [naam 1] . Want als je niks schriftelijks hebt gekregen dan ben je niet verplicht.

[naam 2] : ze hebben wel een bericht gestuurd he [verdachte] ....en gebeld en zo.. ..ja ik vind het best wel heftig.

[verdachte] : ja op een brief he bedoel ik

[naam 2] : ooo [naam 2] vraagt zich af of ze niet gewoon kan bellen om te zeggen “ik kom niet’

[verdachte] : nee hoeft niet. [verdachte] zegt laat ze voor de deur staan je hoeft ze niet binnen te laten. [naam 2] weet het. [verdachte] instrueert [naam 1] over dat ze niet de zaak in mogen. GEWOON wegsturen zegt [verdachte] .

[naam 1] : dat durf ik niet.

[verdachte] zegt maak je geen zorgen ga lekker verder slapen.

sessie 385 (16.08.2018, 12:35u)

[naam 1] vertelt dat de politie bij [naam 8] ) is geweest voor een getuigenverklaring. [naam 8] heeft daar niet aan meegewerkt. [verdachte] zegt dat [naam 1] ook niet mee moet werken. [naam 1] zegt dat de politie haar had gebeld in verband met de afspraak, maar dat zij niet op heeft genomen. Toen waren ze (politie) langs [naam 8] gegaan. [naam 8] belde vervolgens [naam 1] . Ineens stonden ze voor [naam 2] dr deur. Daarna gingen ze naar [naam 1] d’r moeder toe, naar de zaak. [verdachte] zegt dat [naam 2] moet bellen om te zeggen dat ze niet mee werkt. [verdachte] zegt dat ze, [naam 8] en [naam 1] , heel dom zijn, omdat ze over hem ( [verdachte] ) appen. [naam 1] zegt dat ze helemaal niet over hem appt. [verdachte] zegt dat [naam 1] pas iets anders tegen hem zei. [naam 2] zegt dat dat het enige was. [verdachte] beweert dat de politie ook al bij zijn vader is geweest. [verdachte] zegt dat groot onderzoek dus ze benaderen iedereen uit zijn omgeving om te kijken hoe of wat. [verdachte] zegt dat er nog steeds geen geld gestort is. Hij heeft nu nog 15 euro. [verdachte] vraagt waarom hij [naam 10] (fon) moest bellen. [naam 1] weet het niet en [naam 8] weet het ook niet. [verdachte] zegt dat hij volgende week woensdag een belregeling heeft met [naam 10]

Verklaring [verdachte]

Verdachte [verdachte] heeft zowel op 5 december 2018 bij de rechter-commissaris13 als ter terechtzitting14 erkend dat hij de bedoelde telefoongesprekken heeft gevoerd, maar dat het niet zijn bedoeling was zijn vriendin te beïnvloeden. Hij heeft verklaard dat hij niet wilde dat zijn vriendin een verklaring zou afleggen, omdat zij op dat moment hoogzwanger was en hij zich zorgen over haar maakte.

Het verweer van de raadsvrouw

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat de uitingen van [verdachte] niet waren bedoeld om de vrijheid om te verklaren van [naam 2] te beïnvloeden, maar om haar in verband met haar zwangerschap te beschermen. Hij heeft dit echter niet expliciet gezegd omdat hij in de PI geen zwakte wilde tonen.

Het oordeel van de rechtbank

Uit voornoemde gesprekken komt naar voren dat [naam 2] op 8 augustus 2018 aan [verdachte] vertelt dat zij is opgeroepen om als getuige een verklaring bij de politie af te leggen en dat [verdachte] in de daaropvolgende dagen aan haar kenbaar maakt dat hij niet wil dat zij dat doet.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de door verdachte gebezigde bewoordingen als “je moet niet gaan”, de frequentie waarmee dergelijke bewoordingen zijn geuit (soms wel een paar keer in verschillende telefoongesprekken op één dag) alsmede de context waarin deze zijn geuit, kan worden vastgesteld dat deze erop waren gericht om [naam 2] te beïnvloeden en te bewerkstelligen dat zij geen verklaring zou afleggen. Dat [verdachte] het erg belangrijk vond dat zij geen verklaring zou afleggen, blijkt eens te meer uit het gesprek dat hij op 8 augustus 2018 met zijn vader voerde, waarin hij dit belang expliciet benoemt en zijn vader er zelfs toe wordt bewogen met haar te gaan praten. Of [verdachte] vanwege de zwangerschap van [naam 2] niet wilde dat zij met de politie ging praten of dat hij hier wellicht een andere reden voor had doet niet ter zake. De achterliggende beweegredenen van [verdachte] voor de beïnvloeding zijn irrelevant.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het bij dagvaarding II onder 3 tenlastegelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Partiele vrijspraak

De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van het tenlastegelegde medeplegen omdat niet is komen vast te staan dat de rol van de vader van [verdachte] bij de beïnvloeding van [naam 1] dusdanig groot is geweest dat hij als medepleger kan worden aangemerkt.

ten aanzien van dagvaarding I

3.4.3

Feiten 2 en 3 (het voorhanden hebben van een vuurwapen en de poging tot verkoop van dat vuurwapen)

Op grond van de in 3.1 genoemde feiten en omstandigheden staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de gebruiker van de iPhone met het nummer *832 [verdachte] is. Zoals gezegd, bevond zich op deze telefoon een WhatsApp gesprek tussen de gebruiker van deze telefoon en ene “ [naam 13] ”. Uit de inhoud van voornoemd gesprek kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt dat de gebruiker van het nummer *832 een vuurwapen (van het merk Zastava M57) heeft geprobeerd te verkopen aan die “ [naam 13] ”. Zo wordt er in de WhatsApp berichten concreet gesproken over een verkoopbedrag voor het vuurwapen en werden door de gebruiker afbeeldingen van het vuurwapen verstuurd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze gedragingen gericht op de voltooiing van de verkoop van een vuurwapen en leveren zij meer dan een begin van uitvoering op.

Ter zitting heeft [verdachte] verklaard dat hij niet degene is geweest die de WhatsApp berichten heeft verstuurd naar “ [naam 13] ”. Hij kent ook geen persoon die “ [naam 13] ” wordt genoemd. Hij heeft verklaard dat hij zijn telefoon weleens uitleent aan anderen, waardoor het dus goed mogelijk is dat een ander de berichten naar die “ [naam 13] ” heeft verstuurd.

De rechtbank acht deze verklaring van [verdachte] , gelet op de hoge frequentie en de verschillende tijdstippen (’s ochtend, ’s avonds en zelfs middernacht) waarop de berichten gedurende lange tijd achter elkaar zijn verstuurd, volstrekt onaannemelijk.

Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank er dan ook vanuit dat [verdachte] degene is die de WhatsApp berichten naar “ [naam 13] ” heeft gestuurd. De rechtbank acht daarmee bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de bij dagvaarding I onder 3 tenlastegelegde poging tot de verkoop van een vuurwapen.

Zoals eerder is beschreven, staat vast dat op 12 juni 2018 in de auto achter de bestuurdersstoel hetzelfde wapen is aangetroffen als hierboven is beschreven en dat [verdachte] zich op dat moment in de auto bevond. Het observatieteam heeft [verdachte] zelfs op enig moment achterin de auto zien stappen. Gelet op het aantreffen van het vuurwapen in de directe omgeving van [verdachte] , het feit dat een foto van datzelfde vuurwapen op zijn telefoon is aangetroffen en via WhatsApp wordt aangeboden aan ‘ [naam 13] ’, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] wetenschap heeft gehad van het in de auto aangetroffen vuurwapen (merk Zastava M57). In zoverre zal de rechtbank het bij dagvaarding I onder 2 tenlastegelegde feit bewezen verklaren. Gelet op de bekennende verklaring van [medeverdachte] dat hij wetenschap had van dit wapen kan het medeplegen eveneens worden bewezen.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

ten aanzien van dagvaarding I (09/842241-18)

2.

hij op 12 juni 2018 te Noordwijk, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een semi automatisch pistool (merk Zastava, model M57, kaliber 7,62 mm) voorhanden heeft gehad;

3.

hij in de periode van 28 mei 2018 tot en met 11 juni 2018 te Rijswijk, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi automatisch pistool (merk Zastava, model M57, kaliber 7,62mm), over te dragen,

immers heeft hij, verdachte, whatsapp-berichten gestuurd naar een persoon en in die berichten aangestuurd op de verkoop van voornoemd wapen door die persoon afbeeldingen van het betreffende wapen te sturen en informatie over het betreffende wapen te geven en het verkoopbedrag van het betreffende wapen door te geven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ten aanzien van dagvaarding II (09/857260-18)

3.

hij op meer tijdstippen in de periode van 8 augustus 2018 tot en met 17 augustus 2018 te Alphen aan den Rijn, opzettelijk mondeling, zich jegens [naam 1] heeft geuit, kennelijk om

haar vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl verdachte ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft hij, verdachte, die [naam 1] telefonisch meegedeeld dat

- zij niet moet gaan naar een politieverhoor en

- hij, verdachte, niet wil hebben dat zij met de politie praat en

- zij de politie niet moet binnen laten en gewoon moet wegsturen en

- zij tegen de politie moet zeggen dat zij niet meewerkt.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich overeenkomstig haar pleitnota op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie gevorderde straf onbegrijpelijk en disproportioneel is. Volgens de raadsvrouw komt de door de officier van justitie aangehaalde uitspraak ter onderbouwing van zijn strafeis niet overeen met de onderhavige zaak. De raadsvrouw heeft, gelet op de bepleite vrijspraak voor de explosies op 17 mei 2018 en het wapenbezit op 12 juni 2018, betoogd dat kan worden volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft een semiautomatisch pistool en een hoeveelheid patronen voorhanden gehad. Hij had dit wapen samen met een ander bij zich in een auto op de openbare weg. Het is voor een ieder duidelijk dat het aanwezig hebben van een vuurwapen in een auto op straat tot levensbedreigende situaties en ontwrichting van de maatschappij kan leiden.

Daarnaast heeft de verdachte geprobeerd hetzelfde wapen te verkopen. Hiermee heeft hij een bijdrage geleverd aan het ongecontroleerd verspreiden van vuurwapens binnen het criminele circuit. Dit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot enorme onveiligheid in de maatschappij. Vuurwapens worden vaak gebruikt bij het plegen van strafbare feiten. Het bezit van vuurwapens en de illegale handel daarin dienen daarom, zeker in de huidige tijd, streng te worden bestraft.

Voorts heeft de verdachte een getuige beïnvloed. Deze getuige was opgeroepen door de politie om in zijn zaak een verklaring af te leggen. Hij heeft haar onder meer gezegd dat zij vooral niet naar het verhoor diende te gaan en dat hij niet wilde hebben dat zij een verklaring zou afleggen. Hij heeft zelfs zijn vader op haar afgestuurd om hier de nadruk op te leggen. Dergelijk gedrag is ondermijnend en een bedreiging voor het rechtssysteem dat vaak afhankelijk is van verklaringen van getuigen. Ook een dergelijk feit vraagt om een flinke bestraffing.

De persoon van de verdachte

De rechtbank houdt rekening met de inhoud van het strafblad van de verdachte. Daaruit volgt dat hij in de vijf jaren voorafgaand aan het bewezenverklaarde is veroordeeld voor strafbare feiten, zij het niet voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft daarnaast kennis genomen van de psychologische rapportage d.d. 31 juli 2918 opgemaakt en ondertekend door E.F. de Witt, GZ psycholoog, waaruit blijkt dat de verdachte iedere medewerking aan het onderzoek heeft geweigerd. Er wordt gerapporteerd dat er geen reden is om aan te nemen dat een psychiatrische stoornis een rol heeft gespeeld in de beslissing van de verdachte om niet mee te werken.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland d.d. 20 september 2018 opgemaakt en ondertekend door S. Heemskerk. Er worden risico’s gezien die de algemene kans op recidive verhogen, zoals een negatief netwerk, gedrag en houding, gebrek aan coping mechanismes, impulsiviteit en daadkracht. Geadviseerd wordt een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden o.a. een meldplicht, woonbegeleiding en meewerken aan schuldhulpverlening.

De op te leggen straf

Gelet op de aard en de ernst van de gepleegde feiten is een gevangenisstraf van langere duur op zijn plaats. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij andere zaken waarin sprake is van wapenbezit en het verhandelen of verkopen van vuurwapens. Een minimale straf voor het bezit van een vuurwapen is zes maanden waarbij voor het verhandelen of verkopen ervan een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden op zijn plaats is. Hier komt de beïnvloeding van een getuige bij, een feit waar al snel drie maanden gevangenisstraf voor staat. Op grond hiervan zal de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden opleggen. Gelet op de ernst van de feiten en de ontkennende houding van verdachte, ziet de rechtbank geen reden een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.

Het verzoek van de verdediging om de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen zal worden afgewezen, omdat gelet op de bewezenverklaarde feiten de rechtbank het strafvorderlijk belang thans vindt prevaleren boven het persoonlijk belang van [verdachte] om zijn proces in vrijheid te kunnen afwachten.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen

7.1

Inleiding

[naam 10]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 17.967,-. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade voor een bedrag van € 3.077,- bestaande uit de posten:

- ruit schade ad € 1.209,-

- kozijn/deuren ad € 368,-

- begroting herstel schade op 1e etage ad € 1500,-

en uit immateriële schade voor een bedrag van € 14.890,-.

[naam 11]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van (€ 4.528,39 - € 1.476,45 = ) € 3.051,94 aan materiële schade, bestaande uit de posten:

- schilderwerk houten kozijnen ad € 1.564,44;

- zonnescherm ad € 987,50;

- reclameverwering ad € 900,-

- eigen risico (verzekering) ad € 250,-

- reparatiekosten glas ad € 826,45,-.

Uit de ingediende vordering blijkt dat een bedrag van € 1.476,45 reeds is vergoed door de verzekeringsinstantie Nationale Nederlanden.

[naam 11]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van (€ 8.323,90 - € 2.010,90 =) € 6.313,- aan materiële schade, bestaande uit de posten:

- 2 x raambelettering ad € 685,-

- zonwering ad € 2.178,-

- ruiten ad € 2.010,90

- schilderwerk etc. ad € 3.450,-

Uit de ingediende vordering blijkt dat een bedrag van € 2.010,90 reeds is vergoed door de verzekering.

De benadeelde partijen hebben ten aanzien van de toegewezen vorderingen tot schadevergoeding telkens verzocht de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente op te leggen.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [naam 10] , [naam 11] en [naam 11] , voor zover deze betrekking hebben op de gevorderde materiële schade, moeten worden toegewezen, met dien verstande dat de schadepost ‘inkomstenderving’ ad € 14.890,- (betrekking hebbend op de vordering benadeelde partij [naam 10] ) moet worden afgewezen wegens het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat voornoemde vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat de opgevoerde schadeposten onvoldoende met stukken zijn onderbouwd.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

[naam 10] , [naam 11] en [naam 11]

De rechtbank zal de benadeelde partijen [naam 10] , [naam 11] en [naam 11] niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen tot schadevergoeding, nu [verdachte] wordt vrijgesproken van het bij dagvaarding 2 onder 1 tenlastegelegde feit waarop de vorderingen betrekking hebben.

8 Beslag

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten een witte iPhone X, reeds aan [verdachte] is teruggegeven. Gelet hierop heeft [verdachte] geen belang meer bij een beslissing op het beslag.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 45, 57 en 285a van het Wetboek van Strafrecht;

- 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer 09/842241-18 onder 1 tenlastegelegde feit, de bij dagvaarding II met parketnummer 09/857260-18 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I met parketnummer 09/842241-18 onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten en het bij dagvaarding II onder 3 tenlastegelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I

Feit 2:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

Feit 3:

poging tot handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

ten aanzien van dagvaarding II

Feit 3:

opzettelijk mondeling zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om een verklaring naar waarheid of geweten ten overstaan van een ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 21 (eenentwintig) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

de vordering van de benadeelde partij [naam 10]

bepaalt dat de benadeelde partij [naam 10] niet-ontvankelijk is in de vordering;

de vordering van de benadeelde partij [naam 11]

bepaalt dat de benadeelde partij [naam 11] niet-ontvankelijk is in de vordering;

de vordering van de benadeelde partij [naam 11]

bepaalt dat de benadeelde partij [naam 11] niet-ontvankelijk is in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. N.F.H. van Eijk, voorzitter,

mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp, rechter,

mr. A.P. Sno, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.M. van den Hoek, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 oktober 2019.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

ten aanzien van dagvaarding I (09/857260-18)

1.

hij op of omstreeks 17 mei 2018 te Delft, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door meermalen, althans eenmaal,

- een pin uit een handgranaat te trekken, althans het ontstekingsmechanisme van een handgranaat te activeren en/of

- ( vervolgens) die handgranaat op/tegen de gevel van een pand (gelegen in/aan de [adres 2] en/of de [adres 3] ) te gooien en/of te leggen, terwijl daarvan (telkens)

- gemeen gevaar voor dat pand en/of in dat pand aanwezige goederen en/of een of meer omliggende panden en/of de inboedel/inrichting van een of meer omliggende panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) perso(o)n(en) die zich bevonden in dat pand en/of in omliggende pand(en) en/of op straat, althans in de directe nabijheid van die ontploffing, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 17 mei 2018 te Delft, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee, althans een of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen of zaken door middel van een ontploffing, namelijk (een) handgrana(a)t(en), voorhanden heeft gehad;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 augustus 2018 tot en met 17 augustus 2018 te Alphen aan den Rijn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk mondeling, zich jegens [naam 1] heeft geuit, kennelijk om

haar vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist/wisten of ernstige reden had/hadden te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft hij, verdachte, die [naam 2] (telefonisch) meegedeeld dat

- zij niet hoeft te komen naar een politieverhoor en/of

- zij niet moet gaan naar een politieverhoor en/of

- hij, verdachte, niet wil hebben dat zij met de politie praat en/of

- zij de politie niet moet binnen laten en gewoon moet wegsturen en/of

- zij tegen de politie moet zeggen dat zij niet meewerkt, althans woorden van soortgelijke strekking en/of aard;

ten aanzien van dagvaarding II (09/842241-18)

1.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Noordwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door middel van een ontploffing, namelijk een handgranaat, voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Noordwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, drie, althans een of meer, wapen(s) in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 en sub 3 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een semi automatisch pistool (merk Glock, model 17, kaliber 9x19mm) en/of

- een semi automatisch pistool (merk Zastava, model M57, kaliber 7,62 mm) en/of

- een gewijzigd (ingekort) vuurwapen (merk onbekend, model onbekend, kaliber 16) voorhanden heeft gehad;

3.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 28 mei 2018 tot en met 11 juni 2018 te Rijswijk, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi automatisch pistool (merk Zastava, model M57, kaliber 7,62mm), over te dragen en/of te verhandelen en/of anderszins ter beschikking te stellen,

immers heeft hij, verdachte, whatsapp-berichten gestuurd naar een persoon en in die berichten het voornoemde wapen (te koop) aangeboden, althans in die berichten aangestuurd op de verkoop van voornoemd wapen door die persoon afbeeldingen van het betreffende wapen te sturen en/of informatie over het betreffende wapen te geven en/of het verkoopbedrag van het betreffende wapen door te geven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van zaaksdossier 17 mei 2018 (hierna: ZD 17 mei 2018), met bijlagen (doorgenummerd 1 t/m 1795), zaaksdossier Noordwijk (hierna: ZD Noordwijk), met bijlagen (doorgenummerd 1 t/m 838) en zaaksdossier Wapenhandel (hierna: ZD Wapenhandel), met bijlagen (doorgenummerd 1 t/m 317), met het onderzoeksnummer DH5R018033 / Rio Grande, van de politie eenheid Den Haag, district Westland-Delft.

2 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Noordwijk, p. 5-9.

3 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Noordwijk, p. 5-9.

4 Proces-verbaal Team Forensische Opsporing Wapens, Munitie en Explosieven, ZD Noordwijk, p. 66-68; proces-verbaal Team Forensische Opsporing Wapens, Munitie en Explosieven, ZD Noordwijk, p. 74-75.

5 Schriftelijke verklaring van [medeverdachte] van 2 juli 2019, ZD 17 mei 2018, p. 1092.

6 Kennisgeving van inbeslagneming, ZD Wapenhandel, p. 40-42.

7 Proces-verbaal van bevindingen, ZD Wapenhandel, p. 35-36.

8 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , ZD Wapenhandel, p. 251.

9 Proces-verbaal van bevindingen, met als bijlage de uitgewerkte WhatsApp berichten, ZD Wapenhandel, p. 61-69.

10 Proces-verbaal van Team Forensische Opsporing, Wapens, Munitie en Explosieven, ZD Noordwijk, p. 131-133.

11 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 2018-128985 (Onderzoek Rio Grande / DH5R018033), van de Districtsrecherche Westland-Delft (met bijlagen), doorgenummerd p. 1 t/m 128.

12 Proces-verbaal van bevindingen, met als bijlage de uitgewerkte tapgesprekken, p. 8-23.

13 Proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling, d.d. 5 december 2018.

14 Verklaring verdachte ter terechtzitting, d.d. 10 oktober 2019.