Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1119

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-02-2019
Datum publicatie
11-02-2019
Zaaknummer
09/842073-18, 09/852087-18, 09/777121-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

mensenhandel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/842073-18 (dagvaarding I), 09/852087-18 (dagvaarding II) en 09/777121-15 (tul)

Datum uitspraak: 11 februari 2019

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Alphen aan den Rijn.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 3 juli 2018, 25 september 2018,

9 november 2018 (steeds pro forma) en 28 januari 2019 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. L.A. Pronk en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. P. Spaargaren en raadsvrouw mr. F.G.T. Meershoek naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 28 januari 2019 medegedeeld dat zij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 28 januari 2019 - ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen I en II, gevoegd ter terechtzitting. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. De ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van de vervolging van dagvaarding I, feit 2 eerste alternatief/cumulatief, en dagvaarding II, feit 2 eerste alternatief/cumulatief

3.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de ten laste gelegde afdreiging een klachtdelict betreft en dat een klacht van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) ontbreekt in het dossier. De klacht, zoals opgenomen op pagina 57 van het voorgeleidingsdossier, betreft een klacht van de moeder van [slachtoffer 1] en ziet niet op deze feiten. Ook heeft [slachtoffer 1] zelf niet, dan wel niet tijdig kenbaar gemaakt dat zij vervolging wenst van de feiten. Daarom dient de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard ten aanzien van de vervolging van deze feiten.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de klacht, zoals opgenomen op pagina 57 van het voorgeleidingsdossier, voldoet aan het klachtvereiste, aangezien doorgaans in zedenzaken met minderjarigen een klacht wordt ingediend door de ouders van het slachtoffer. Uit het dossier volgt voldoende dat de klacht ziet op de vervolging van bovengenoemde feiten.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Afdreiging is een klachtdelict. De ratio van het klachtvereiste is dat vaststaat dat de tot klacht gerechtigde persoon zelf wenst dat er strafvervolging wordt ingesteld. De rechtbank stelt vast dat pagina 57 van het voorgeleidingsdossier een klacht van 22 maart 2018 bevat, waaruit blijkt dat de moeder van [slachtoffer 1] uitdrukkelijk heeft verzocht tot vervolging van de verdachte, omdat de verdachte [slachtoffer 1] heeft bedreigd c.q. gechanteerd om de bankpas met pincode van haar ouders af te staan. De rechtbank overweegt dat in zedenzaken waarbij minderjarigen slachtoffers zijn doorgaans een klacht door de ouders van het slachtoffer wordt ingediend. Bovendien is [slachtoffer 1] meerdere malen gehoord door de politie en heeft zij op 18 april 2018 aangifte gedaan van dwang en afdreiging. In de aangifte staat dat zij wil dat de verdachte gestraft wordt. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de klacht voldoende ziet op hetgeen aan de verdachte ten laste gelegd is onder dagvaarding I, feit 2 eerste alternatief/cumulatief, en dagvaarding II, feit 2 eerste alternatief/cumulatief. De officier van justitie is daarom ontvankelijk in de vervolging van deze feiten.

4. Bewijsoverwegingen 1

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank de ten laste gelegde feiten in de navolgende volgorde bespreken. Zij zal hierbij niet de volgorde van de tenlasteleggingen aanhouden.

4.1

Feiten ten aanzien van [slachtoffer 1] en het aantreffen van kogelpatronen

4.1.1

Inleiding / vaststelling van de feiten

Naar aanleiding van anonieme meldingen bij het Team Criminele Inlichtingen in de periode van januari 2018 tot en met februari 2018 is op 16 februari 2018 een onderzoek gestart naar de verdachte2, waarbij er op 20 maart 2018 een doorzoeking is geweest in de woning (van de ouders) van de verdachte, gelegen aan de [adres] te Den Haag. In die woning zijn in totaal 45 kogelpatronen, diverse telefoons en een laptop aangetroffen.3

Vervolgens heeft [slachtoffer 1] , nadat zij al meerdere malen was gehoord door de politie, op 18 april 2018 aangifte gedaan. In de aangifte staat dat [slachtoffer 1] en de verdachte elkaar in de zomer van 2016 hebben leren kennen via Instagram. De eerste paar maanden hadden zij bijna dagelijks contact en kregen zij een (vriendschappelijke) relatie. Zij spraken met elkaar af en ontmoette elkaar in hotels. Ook heeft [slachtoffer 1] naaktfoto’s van zichzelf naar de verdachte gestuurd. Op een gegeven moment zijn de naaktfoto’s van [slachtoffer 1] geplaatst bij seksadvertenties op [website] . Zij heeft niet in de prostitutie gewerkt.4 Voorts heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij de pinpas van haar ouders met bijhorende pincode een aantal keren aan de verdachte heeft verschaft en dat de verdachte daarmee geld van de rekening van haar ouders had gepind.5

De moeder van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ), heeft meerdere aangiften gedaan van onder andere diefstal van geld, gepleegd met haar pinpas van de zakelijke rekening [naam] en van haar privérekening. Op 11 november 2016 hebben negen pintransacties plaatsgevonden bij twee pinautomaten in Eindhoven, waarbij in totaal € 10.000,- is gepind. Op 13 december 2016 hebben drie pintransacties plaatsgevonden, waarbij in totaal € 4.000,- is gepind en op 15 januari 2017 is € 480,- gepind.6

Op de camerabeelden van de ABN Amro Bank van 11 november 2016, gelegen aan de [adres] en de [adres] beide te Eindhoven, is te zien dat een man handelingen verricht bij een pinautomaat. Deze man wordt door de verbalisant herkend als zijnde de verdachte.7 Ook van de pintransactie van 13 december 2016 zijn er beelden beschikbaar van de ABN Amro bank, gelegen aan de [adres] te Eindhoven. Op de beelden is te zien dat een man gedurende 1 minuut en 13 seconden handelingen verricht bij de pinautomaat. Ook deze man wordt door de verbalisant herkend als zijnde de verdachte.8

Uit informatie van [bedrijf] , de onderneming achter [website] , is voorts naar voren gekomen dat op [website] 6 advertenties zijn geplaatst die te koppelen zijn aan [slachtoffer 1] . Dit is gebleken uit een vergelijking van de foto’s en de uiterlijke kenmerken. [werknaam] was haar werknaam.9 Daarnaast is gebleken dat met zes verschillende accountnamen met de naam [werknaam] is ingelogd in het Snapchat account op de iPhone van de verdachte.10

Uit de gegevens van de bankanalyse van [slachtoffer 1] is gebleken dat zij in totaal een bedrag van

€ 7.303,02 aan Tikkies heeft ontvangen en dat zij diverse keren bedragen op de bankrekening van de verdachte heeft gestort. Als omschrijving werd er bij 179 Tikkies betalingen ‘lunch’ geschreven.11 Twee betalingen werden ontvangen van [betrokkene 1]12 en [betrokkene 2] .13 [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij op [website] contact had met een persoon die zich [werknaam] noemde en dat hij € 200,- had betaald om foto’s te ontvangen, die hij echter nooit heeft ontvangen. Ook [betrokkene 2] had contact via [website] ; hij had € 20,- betaald voor foto’s van [werknaam] .

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een vriendschappelijke relatie met [slachtoffer 1] had. De verdachte heeft voorts verklaard dat [slachtoffer 1] naaktfoto’s van zichzelf naar hem heeft gestuurd en dat er naaktfoto’s van haar zijn geplaatst bij advertenties op [website] . Soms plaatste de verdachte deze foto’s zelf en soms deed [slachtoffer 1] dit. De verdachte had vervolgens contact met de personen die geïnteresseerd waren in de foto’s. Door middel van Tikkies kwamen de betalingen binnen op de rekening van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] haalde het geld van de rekening af en gaf een deel daarvan aan de verdachte. De verdachte verdiende hier aldus geld aan. Op de aangetroffen laptop stond een map genaamd ‘ [naam] ’, waarin hij naaktfoto’s van [slachtoffer 1] bewaarde. Daarnaast heeft de verdachte zichzelf herkend op de camerabeelden die gemaakt zijn bij de pinautomaten van de ABN Amro bank in Eindhoven. Hij heeft op twee dagen geldbedragen van de rekening van [slachtoffer 2] gepind, te weten in totaal bedragen van

€ 10.000,- en € 4.000,-. De verdachte had van [slachtoffer 1] de bankpas en bijhorende pincode gekregen. De verdachte ontkent het bedrag van € 480,- te hebben gepind.14

Gelet op het voorgaande bestaat er geen discussie over het feit dat naaktfoto’s van [slachtoffer 1] zijn geplaatst en te koop zijn aangeboden bij seksadvertenties op [website] . Ook staat vast dat de verdachte geldbedragen van de rekening van [slachtoffer 2] heeft gepind.

De rechtbank dient te beoordelen of deze naaktfoto’s door afdreiging van [slachtoffer 1] zijn geplaatst (dagvaarding I, feit 2 eerste cumulatief/alternatief en dagvaarding II, feit 2 eerste cumulatief/alternatief). Daarnaast dient de rechtbank te beoordelen of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel door het meermalen pinnen van geldbedragen (dagvaarding I, feit 2 tweede alternatief/cumulatief) en/of diefstal van een kluis en sieraden (dagvaarding I, feit 2 derde alternatief/cumulatief). Voorts dient de rechtbank te beoordelen of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel (dagvaarding II, feit 1).

4.1.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, zoals gesteld in haar op schrift gestelde requisitoir, gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle bij dagvaarding I en dagvaarding II onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft zich - kort en zakelijk weergegeven - op het standpunt gesteld dat de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar is en ondersteund wordt door de verklaring van haar moeder [slachtoffer 2] , door de camerabeelden betrekking hebbende op het pinnen van de geldbedragen en door de aangetroffen laptop van de verdachte, waarop een mapje stond met de naam ‘ [naam] ’, de bijnaam van [slachtoffer 1]15. Hierdoor kan bewezen worden verklaard dat de verdachte onder dreiging van het plaatsen van naaktfoto’s van [slachtoffer 1] een geldbedrag en een kluis van [slachtoffer 2] heeft weggenomen. Ook kan hiermee de diefstal van een geldbedrag en de diefstal van de kluis bewezen worden verklaard. Ten aanzien van de diefstal van de sieraden vraagt de officier van justitie partiële vrijspraak (dagvaarding I, eerste, tweede en derde alternatief/cumulatief). Daarnaast heeft de verdachte onder bovengenoemde dreiging € 7.300,- van [slachtoffer 1] afgedwongen (dagvaarding II, feit 2 eerste cumulatief/alternatief) en heeft [slachtoffer 1] moeten dulden dat er naaktfoto’s van haar in seksadvertenties op het internet te koop aangeboden werden en dat de betalingen daarvan op haar bankrekening terecht kwamen (dagvaarding II, feit 2 twee cumulatief/alternatief). Ten aanzien van de verdenking van mensenhandel (dagvaarding II, feit 1) heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich in de periode van 1 januari 2017 tot en met 27 juli 2017 hieraan schuldig heeft gemaakt. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat de handelingen van de verdachte kunnen worden aangemerkt als het brengen van een minderjarige tot prostitutie en dat daarom sprake is van uitbuiting. De verdachte wist dat [slachtoffer 1] minderjarig was en heeft op [website] advertenties voor en van [slachtoffer 1] gemaakt en daarbij naaktfoto’s van haar geplaatst.

4.1.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich, zoals weergegeven in de ter terechtzitting door de raadsman van de verdachte overgelegde pleitnotities, ten aanzien van dagvaarding I onder feit 1 en onder feit 2 tweede alternatief/cumulatief gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zij het dat de diefstal voor een bedrag van € 14.000,- bewezen kan worden verklaard. Ten aanzien van de overige feiten op dagvaarding I en II heeft de verdediging vrijspraak bepleit.

Daartoe heeft de verdediging - kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer 1] ten aanzien van de dwang en dreiging van het openbaar maken van de naaktfoto’s onbetrouwbaar is en dat er geen objectief ondersteunend bewijs voorhanden is.

Ten aanzien van de verdenking van mensenhandel heeft de verdediging bovendien aangevoerd dat er geen sprake is van uitbuiting, omdat er geen seksuele handelingen zijn verricht met of voor een derde tegen betaling. Dat er seksadvertenties zijn gemaakt op [website] zegt niets over de vraag of het de bedoeling was dat [slachtoffer 1] in de prostitutie zou gaan werken. [slachtoffer 1] heeft zich immers hiertoe nooit beschikbaar gesteld.

4.1.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Dagvaarding I, feit 1

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het bij dagvaarding I onder 1 ten laste gelegde feit, wat de verdachte ook heeft bekend. Omdat de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit ten aanzien van dit feit, zal de rechtbank ingevolge artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 28 januari 2019;

  • -

    proces-verbaal van bevindingen, blz. 26;

  • -

    proces-verbaal van bevindingen, blz. 27;

  • -

    proces-verbaal, team forensische opsporing, blz. 29-30;

  • -

    proces-verbaal, team forensische opsporing, blz. 31-32.

Vrijspraak ten aanzien van dagvaarding I, feit 2, eerste alternatief/cumulatief, en dagvaarding II, feit 2, eerste alternatief/cumulatief

De kern van het strafrechtelijk verwijt dat de verdachte wordt gemaakt is dat hij handelingen heeft verricht en gedreigd heeft te verrichten teneinde [slachtoffer 1] tot afgifte van een geldbedrag, sieraden en een kluis te bewegen of tot betaling van een geldbedrag te dwingen.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat de verdachte boos werd op het moment dat hij er achter kwam dat zij had gelogen over haar leeftijd; hij wilde geld zien en daarom dreigde hij om naaktfoto’s van haar openbaar te maken. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aanknopingspunten bevatten voor de verdenking dat de verdachte bedreigingen heeft geuit met het openbaar maken van naaktfoto’s. Immers blijkt uit het dossier dat [slachtoffer 1] minderjarig en verliefd op de verdachte was en daardoor een afhankelijke relatie met de verdachte had, waardoor de verdachte [slachtoffer 1] zo ver heeft gekregen om naaktfoto’s van haar bij seksadvertenties te plaatsen.

Uit het dossier blijkt echter ook dat de verklaring van [slachtoffer 2] een verklaring ‘van horen zeggen’ betreft, aangezien al het gehoorde louter de waarneming van [slachtoffer 1] betreft. De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 2] daarom onvoldoende redengevend voor het bewijs.

Ter terechtzitting heeft de verdachte erkend dat er naaktfoto’s van [slachtoffer 1] zijn geplaatst op [website] en dat hij hierbij een rol heeft gehad, ook bij de verkoop van die foto’s. De verdachte ontkent echter dat er sprake is geweest van dreiging: [slachtoffer 1] stemde in met het plaatsen van die naaktfoto’s. Om zijn verklaring kracht bij te zetten heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer 1] een slechte relatie had met haar ouders en dat zij daarom meewerkte om geld van haar ouders te stelen. De rechtbank is van oordeel dat die verklaring van de verdachte geen steun vindt in het dossier, nu daaruit juist blijkt dat de ouders van [slachtoffer 1] haar vanaf het begin hebben gesteund. Omdat echter geen andere bewijsmiddelen voorhanden zijn die de aangifte ondersteunen, zoals bijvoorbeeld chatgesprekken tussen [slachtoffer 1] en de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat het wettig bewijs ontbreekt dat de verdachte zich aan het bij dagvaarding I, feit 2, eerste alternatief/cumulatief en dagvaarding II, feit 2, eerste alternatief/cumulatief, schuldig heeft gemaakt, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Vrijspraak ten aanzien van dagvaarding I, feit 2, derde alternatief/cumulatief

Om diezelfde reden acht de rechtbank ook niet bewezen dat de verdachte uit de woning van [slachtoffer 2] een hoeveelheid sieraden en een kluis heeft weggenomen. Uit het dossier blijkt immers dat de verklaring van [slachtoffer 2] een zogeheten de auditu verklaring betreft en geen verdere steun vindt in het dossier; hetzelfde geldt voor de verklaring van [slachtoffer 1] op dit punt. De rechtbank zal de verdachte derhalve ook vrijspreken voor dit feit.

Dagvaarding I, feit 2, tweede alternatief/cumulatief

Dit ligt anders voor wat betreft de diefstal van een geldbedrag. De rechtbank stelt vast dat de verdachte meermalen geld van [slachtoffer 2] heeft gepind en dit zich wederrechtelijk heeft toegeëigend. Uit het dossier is immers gebleken dat [slachtoffer 2] meerdere keren aangifte heeft gedaan van diefstal van geldbedragen, doordat een persoon met haar pinpas geld heeft weggenomen van haar rekening. Deze verklaring wordt ondersteund door voornoemde camerabeelden van 11 november 2016 en 13 december 2016, waarop te zien is dat een man op verschillende momenten geld pint van de betreffende rekeningen. De verdachte heeft bovendien erkend dat hij de man is op de camerabeelden en dat hij in totaal € 14.000,- heeft gepind.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas met bijhorende pincode van [slachtoffer 2] , een geldbedrag, te weten € 14.000,-, van die [slachtoffer 2] onder zijn bereik heeft gebracht. De rechtbank zal de verdachte partieel vrijspraak voor het weggenemen van een bedrag van

€ 480,-, omdat hiervoor geen ondersteunend bewijs is, zoals bijvoorbeeld camerabeelden.

Dagvaarding II, feit 2, tweede alternatief/cumulatief

Ter terechtzitting heeft de verdachte erkend dat er naaktfoto’s van [slachtoffer 1] zijn geplaatst op [website] en dat hij hierbij een rol heeft gehad, ook bij de verkoop van die foto’s.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij onder druk werd gezet door de verdachte, hij zou de foto’s openbaar maken en naar haar contacten sturen indien zij niet meewerkte.

De rechtbank heeft hiervoor reeds overwogen dat voor de afdreiging van [slachtoffer 1] onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Evenwel is uit het dossier voldoende aannemelijk geworden dat het hier een minderjarig meisje betreft, die verliefd was op de verdachte waardoor naar het oordeel van de rechtbank sprake was van een afhankelijkheidssituatie.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat [slachtoffer 1] door deze feitelijkheden is gedwongen tot het doen plaatsen en dulden dat er naaktfoto’s van haar in seksadvertenties op het internet te koop werden aangeboden en dat betalingen voor die foto’s op haar bankrekening terecht kwamen.

Vrijspraak ten aanzien van dagvaarding II, feit 1

Onder dit feit is ten laste gelegd dat de verdachte zich - kort gezegd - schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 1] gedurende de periode dat zij nog minderjarig was. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting heeft de rechtbank echter niet de overtuiging bekomen dat de verdachte zich hieraan schuldig heeft gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat de verdachte op een gegeven moment wist dat [slachtoffer 1] minderjarig was. Voor bewezenverklaring van artikel 273f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht dient evenwel ook te worden vastgesteld dat sprake is van een oogmerk van uitbuiting. De rechtbank is van oordeel dat uit de hiervoor door de rechtbank vervatte feiten en omstandigheden volgt dat niet kan worden vastgesteld dat hiervan sprake is geweest. Immers heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij geen seksuele handelingen heeft verricht bij derden en dat dit ook nimmer de bedoeling is geweest. Ook de verdachte heeft verklaard dat het nooit de bedoeling is geweest dat [slachtoffer 1] in de prostitutie zou gaan werken.

Naar het oordeel van de rechtbank ontbreken andere bewijsmiddelen die op een uitbuitingssituatie zouden kunnen duiden. Het plaatsen van de naaktfoto’s kan in casu ook niet als zodanig worden gekwalificeerd. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

4.2

Feit 3 op dagvaarding II: Mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 3]

4.2.1

Inleiding

De politie heeft op meerdere manieren onderzoek gedaan naar - kort gezegd - de mogelijke uitbuiting van [slachtoffer 3] . De telefoons die tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte in beslag zijn genomen, alsmede de van [bedrijf] ontvangen informatie zijn onderzocht en er is onder meer informatie gevorderd bij verschillende hotels in de regio Den Haag. Voor dit feit is geen aangifte gedaan.

4.2.2

Onderzoek politie en verklaring van de verdachte

Telefoons verdachte:

Door de politie is onderzoek naar twee telefoons die onder de verdachte in beslag zijn genomen tijdens de huiszoeking op 20 maart 2018, te weten een Samsung Galaxy A3 met [nummer] (hierna ook te noemen de Samsung) en een iPhone 6 met [nummer] (hierna ook te noemen de iPhone).

Telefoonnummers [slachtoffer 3] :

De beide telefoons zijn uitgelezen door de politie. Uit onderzoek in de iPhone van de verdachte bleek dat hij in de periode van 19 januari 2018 tot en met 25 januari 2018 veelvuldig contact had met contact [naam] op telefoonnummer [nummer] .16 In de periode van 29 januari 2018 tot en met 11 maart 2018 heeft hij veel contact met contact [naam] op telefoonnummer [nummer] .17 Vervolgens heeft de verdachte in de periode van 11 maart 2018 tot en met 19 maart 2018 weer veel contact met contact [slachtoffer 3] op telefoonnummer [nummer] .18 Deze drie telefoonnummers waren alle in gebruik bij [slachtoffer 3] . De rechtbank komt tot die conclusie op basis van het volgende:

Nummer [nummer] : Bij hotel [hotel 1] staat mevrouw [slachtoffer 3] met dit telefoonnummer en met paspoortnummer [nummer] in het systeem, zo blijkt uit de door de politie verkregen informatie van dat hotel.19 Ook heeft de verdachte op 6 april 2018 vanuit de penitentiaire inrichting aan zijn moeder gevraagd naar het telefoonnummer van [slachtoffer 3]. Hij heeft toen van zijn moeder het nummer [nummer] gekregen.20 Vervolgens heeft hij veelvuldig telefonisch contact met [slachtoffer 3] gehad op dat telefoonnummer.21

Nummer [nummer] : Met de Samsung van de verdachte is meermaals contact geweest met dit telefoonnummer.22 Dit nummer is op Facebook gekoppeld aan het profiel van [slachtoffer 3] met daarbij een foto waarop [slachtoffer 3] te zien is.23 Op dit nummer is de telefoon opgenomen met de tekst “Hoi met [slachtoffer 3] ”24 en tenslotte staat bij voornoemd hotel [hotel 1] ook een klant in het systeem met dit telefoonnummer, met de naam [slachtoffer 3] en met hetzelfde paspoortnummer als de persoon die zich in penitentiaire inrichting als [slachtoffer 3] heeft gelegitimeerd.25

Nummer [nummer] : Ook dit telefoonnummer staat vermeld in het systeem van hotel [hotel 1] , ditmaal bij de naam [naam] .26 Dat dit om dezelfde persoon gaat leidt de rechtbank af uit het feit dat ook hier hetzelfde paspoortnummer staat vermeld als in de vorige twee alinea’s staat beschreven.

Seksafspraken:

In een proces-verbaal van 12 mei 2018 zijn de resultaten van een onderzoek in de iPhone 6 van de verdachte gerelateerd. De politie heeft 775 chats gelezen en de relevante inhoud daarvan samengevat. In die samenvatting staat onder meer dat ruim 99% van de chats op initiatief van klanten zijn, die een afspraak willen maken met [schuilnaam] naar aanleiding van een advertentie op [website] . De verdachte reageert hierop alsof hij [schuilnaam] is. Als klanten vragen wanneer zij werkt, antwoordt de verdachte dat zij ( [schuilnaam] ) elke dag werkt. Afspraken worden bijna altijd op korte termijn gemaakt, voor diezelfde dag. De ontvangst is bijna altijd in een hotel. Als klanten vragen wat er mogelijk is, antwoordt de verdachte:

- pzc (pijpen zonder condoom);

- nzc (neuken zonder condoom) € 50,- extra;

- niet mogelijk anaal, slikken, sm, plassex, poepsex;

- prijs: 15 minuten € 50,-, 30 minuten € 100,-, 60 minuten € 150,-.27

In een proces-verbaal van 10 augustus 2018 relateert de politie over een nader onderzoek naar de chats over seksafspraken in de voornoemde iPhone. Van 775 chats zijn er 66 geselecteerd. In deze 66 gesprekken werden seksafspraken met klanten gemaakt en werd de klant naar een kamernummer van een hotel gestuurd. Op 19 dagen in de periode van 19 januari 2018 tot en met 16 maart 2018 werden klanten naar een kamernummer van een hotel gestuurd.28 Uit de door de politie van de Hotels [hotel 1] , [hotel 2] , [hotel 3] en [hotel 4] verkregen informatie blijkt dat in diezelfde periode, op nagenoeg alle dagen, de hotelkamers die vanaf de telefoon van de verdachte aan klanten werden doorgegeven, op naam van [slachtoffer 3] waren geboekt. Ter illustratie:

Op 19 januari 2018 is met de telefoon van de verdachte een seksafspraak gemaakt in het [hotel 1] , kamer [nummer] .29 Uit de informatie van dat hotel blijkt dat die kamer op die dag op naam van [slachtoffer 3] was geboekt.30

Op 30 januari 2018 is met de telefoon van de verdachte een seksafspraak gemaakt in het [hotel 3] , kamer [nummer]31. Uit de informatie van dat hotel blijkt dat die kamer op die dag op naam van [slachtoffer 3] was geboekt.32

Op 16 februari 2018 is er met de telefoon van de verdachte een seksafspraak gemaakt in het [hotel 2] , kamer 326.33 Uit de informatie van dat hotel blijkt dat die kamer op die dag op naam van [slachtoffer 3] was geboekt.34

Op 20 februari 2018 is er met de telefoon van de verdachte een seksafspraak gemaakt in het [hotel 4] , kamer [nummer] .35 Uit de informatie van dat hotel blijkt op die dag op naam van [slachtoffer 3] een kamer was geboekt (kamernummer staat niet vermeld).36

Op 16 maart 2018 is er met de telefoon van de verdachte een seksafspraak gemaakt in het [hotel 1] , kamer [nummer] .37 Uit de informatie van dat hotel blijkt dat die kamer op die dag op naam van [slachtoffer 3] was geboekt.38

WhatsApp-gesprekken tussen de verdachte en [slachtoffer 3] :

In voornoemd proces-verbaal van 12 mei 2018 is ook de WhatsApp-communicatie tussen de verdachte en [slachtoffer 3] beschreven. De politie heeft niet alle berichten specifiek benoemd, maar daarvan een deel samengevat. Van een aantal chats is een printscreen in het proces-verbaal gezet en een deel van de chats is uitgewerkt in een bijlage bij dat proces verbaal. De voor het bewijs redengevende informatie uit dat proces-verbaal wordt hier weergegeven:

Uit de chats 19 januari 2018 en 25 januari 2018 blijkt het volgende: Op 20 januari 2018 zegt [slachtoffer 3] dat zij op maandag mag beginnen met school. De verdachte zegt daarop: “Nee” en “je gaat nergens beginnen”. Daarop zegt [slachtoffer 3] : “sorry?” De verdachte reageert vervolgens met: “zoals jij hoort”; “en je gaat niet met iphone naar school”; “je gaat met nokia”. En: “jij gaat mij foto sturen van kleding”, “en ik ga kijken of je mag dragen”. Op 21 januari 2018 schrijft de verdachte aan [slachtoffer 3] : “hij is er; uurtje zc met in jou klaar komen”; “200eu”. Op 22 januari 2018 schrijft de verdachte aan [slachtoffer 3] : “1. jij gaat niet met jongens praten in de klas 2. jij gaat jongens niks vragen 3. jij gaat niet naar jongens kijken 4. buiten les tijden je gaat niet naar hun 5. in de pauze ga je niet met iemand lopen 6. in de pauze kom je naar mij”. Op 23 januari 2018 schrijft de verdachten (aansluitend) aan [slachtoffer 3] : “er zijn genoeg; kutjes; waarmee; ik geld; kan maken” en “want ik ga je fotos; op je school doen; die gaat je verwijderen”. [slachtoffer 3] zegt tegen de verdachte: “Ik was gewoon; een kutje; war je geld mee ging maken; ja toch”. Op 24 januari 2018 schrijft [slachtoffer 3] aan de verdachte: “haha je zegt ik kan geen meisje slaan; je hebt mn hele kaak gekneust”.39

Van 29 januari 2018 tot en met 11 maart 2018 vinden onder meer de volgende conversaties plaats. De verdachte regelt seksafspraken via WhatsApp. Als [slachtoffer 3] niet kan, wordt de verdachte boos en zegt hij dat zij moet werken. Als [slachtoffer 3] ongesteld is of pijn heeft, zegt de verdachte dat zij niet moet zeuren. [slachtoffer 3] zegt door de verdachte littekens te hebben op haar lichaam en klanten vragen hoe zij daaraan komt. De verdachte zegt dat [slachtoffer 3] moet zeggen dat het komt door de seks. Op 16 februari 2018 zegt [slachtoffer 3] tegen de verdachte dat zij veel bloedverlies heeft van onderen en veel pijn. De verdachte reageert daarop door te zeggen dat zij gewoon door moet gaan omdat hij geld nodig heeft.40


In een WhatsApp-gesprek van 10 maart 2018 tussen de verdachte en [slachtoffer 3] de schrijft de verdachte aan [slachtoffer 3] : “hoor er komt zo iemand uur zc in ju klaarkomen 160 we zc doen gewoon en morgen ook en eind van de dag morgen neem je die pil; want is voor 72 uur”. waarop [slachtoffer 3] antwoordt: “Sorry?; Ben je gestoord in je achterhoofd ofso; Besef je wat je van mij vraagt nu”. Daarop schrijft de verdachte: “je gaat niet zwanger worden is kkk niks”. Die avond ontvangt [slachtoffer 3] minstens negen klanten. Als [slachtoffer 3] tussen het ontvangen van klanten door niet snel genoeg reageert, stuurt de verdachte de tekst: “ik moet je slaan weer; dan pas ga je leren.” [slachtoffer 3] vraagt die avond waar ze de morningafterpil kan halen. Als [slachtoffer 3] aan de verdachte vraagt hoeveel zij moet pakken (hoeveel geld zij mag houden), zegt de verdachte meestal € 100,- of € 150,-.41

Van 11 maart 2018 tot en met 19 maart 2018 chatten de verdachte en [slachtoffer 3] onder meer als volgt. [slachtoffer 3] stuurt foto’s van zichzelf naar de verdachte op verzoek van de verdachte; de verdachte scheldt [slachtoffer 3] uit voor onder andere “kk hoer” en “slet”; als [slachtoffer 3] op 15 maart 2018 zegt geld te willen maken omdat zij dat nodig heeft voor haar moeder, zegt de verdachte dat dat niet zal gaan. [slachtoffer 3] zegt daarop dat zij € 150,- pakt en de verdachte € 800,- en dat het daarom logisch is dat hij geen zin heeft: hij heeft geld; [slachtoffer 3] zegt dat zij door de verdachte is ontslagen en dat zij nu helemaal niets meer doet met haar leven, alleen maar haar kut verkopen; er is ruzie tussen [slachtoffer 3] en de verdachte omdat de verdachte een half jaar moet zitten als hij zijn openstaande boetes niet betaalt. Hij wil de € 200,- die [slachtoffer 3] van klanten heeft ontvangen en thuis heeft liggen van [slachtoffer 3] hebben om zijn boetes af te betalen.42

Op 16 maart 2018 schrijft [slachtoffer 3] aan de verdachte: “Ik moet zwangerschaptesten halen; Weet je nog die dag; Dat he me had geslagen in die hotek; Hotel; Ik was met hem een uur bezig; En daarna 2 uuthes russie; Je geeft hem ze geld terug plus; Je slaat mij en je pakt me aantal keer bij me keel; En je gooit me gewoon tegen die kast en bed;43

Op 17 maart 2018 schrijft de verdachte aan [slachtoffer 3] : “jij gaat komen; en 200euro laten; beter pijn; ik moet half jaar zitten; kkk 5 duizend; ik kom nu halen; 200euro; hou is je bek; dicht; kk 200euro ik wil geen 1 cent minder” en “ik heb veel manieren; om geld te maken; als vroeger”. [slachtoffer 3] zegt dan: “Een jaar lang ik maak doekoe met you tot nu je vertrouwt niet dat ik je geld altijd breng”, waarop de verdachte schrijft: “ik wil een meisje die naar mij luistert en doet wat ik zeg; niet een die bepaalt zelf” (…) [slachtoffer 3] : “Ik heb you alles gegeven”; De verdachte: “ik wil nooit nee horen”; [slachtoffer 3] : “Jij bent enige wat ik echt heb”.44

In hetzelfde proces-verbaal resumeert de politie onder meer als volgt: “[verdachte] bepaalt hoeveel geld [slachtoffer 3] voor zichzelf mag pakken na een avond vol sexdates. Meestal mag zij € 100,- of
€ 150,- zelf houden. Op sommige avonden zijn er wel 5 dates of meer. Dit bedrag is niet in verhouding met wat er over blijft voor [verdachte] . Dat is in sommige gevallen rond de € 800,- of meer.45

Gesprekken in de p.i.

Uit de door de politie opgenomen telefoongesprekken tussen de verdachte (vanuit de penitentiaire inrichting Zwaag) en [slachtoffer 3] blijkt onder meer dat de verdachte [slachtoffer 3] op 13 april 2018 een kankerwijf noemt, omdat zij de vorige keer haar telefoon niet opnam. Op 15 april 2018 praten de verdachte en [slachtoffer 3] met elkaar over trouwen en zegt [slachtoffer 3] dat zij een kind van de verdachte wil. Op 23 april 2018 zegt de verdachte tegen [slachtoffer 3] dat hij erachter komt als zij met jongens loopt. Op 27 april 2018 zegt hij tegen haar dat hij iemand op haar laat letten en dat hij haar kaal gaat knippen als zij met andere jongens is. Op 30 april 2018 zegt hij tegen haar dat zij haar hoeren kanker bek dicht moet houden, dat zij niet moet praten als hij praat, dat zij een hoer en een slet is en dat zij toestemming aan hem had moeten vragen alvorens de deur uit te gaan.46

Verklaring van de verdachte

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij met de door [slachtoffer 3] gemaakte foto’s advertenties aanmaakte en opwaardeerde op [website] op dezelfde manier als dat bij [slachtoffer 1] gebeurde, dat [slachtoffer 3] in veel van die advertenties onder de naam [schuilnaam] werd aangeboden, dat hij met klanten afspraken maakte voor [slachtoffer 3] onder de naam [schuilnaam] , dat hij de klanten doorverwees naar de hotelkamers waar [slachtoffer 3] verbleef en dat [slachtoffer 3] en hij vervolgens de opbrengst van die seksafspraken deelden.47

Op basis van het voorgaande is ten eerste vast komen te staan dat [slachtoffer 3] in de ten laste gelegde periode op verlangen van de verdachte seksueel getinte foto’s van zichzelf maakte en aan hem opstuurde, dat de verdachte met die foto’s seksadvertentie aanmaakte op [website] en die advertenties opwaardeerde, dat de verdachte voor [slachtoffer 3] seksafspraken maakte met verschillende klanten, daarbij de prijsafspraak maakte en die klanten naar de hotelkamer van [slachtoffer 3] verwees, alwaar [slachtoffer 3] dan seks had met die klanten. [slachtoffer 3] stond een deel van de opbrengst van de seksafspraken af aan de verdachte.

Waar het in deze zaak vervolgens om gaat is de vraag of sprake is geweest van het toepassen van dwangmiddelen door de verdachte, of hij daarbij het oogmerk van seksuele uitbuiting had en of er ook daadwerkelijk sprake is geweest van uitbuiting.

4.2.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 3 op dagvaarding II aan de verdachte tenlastegelegde. De verdachte heeft [slachtoffer 3] geworven voor werk in de prostitutie en heeft in dat kader vervoer voor haar verzorgd. Daartoe heeft hij haar gedwongen, bedreigd met geweld en misleid, dan wel misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht gemaakt en misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van [slachtoffer 3] . Tenslotte heeft de verdachte dit gedaan met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 3] en heeft hij opzettelijk voordeel getrokken uit het werk waar hij [slachtoffer 3] toe dwong, dan wel bewoog. Ook als [slachtoffer 3] voor een deel ook zelf heeft ingestemd met het leven dat zij leefde, doet dat in de gegeven omstandigheden niet af aan het feit dat zij het slachtoffer is geweest van mensenhandel.

4.2.4

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft betoogd dat [slachtoffer 3] geheel vrijwillig en in onderling overleg met de verdachte heeft gekozen voor het werk als prostituee. Zij en de verdachte wilden op deze manier leven. Zij is op geen enkel moment gedwongen om iets tegen haar zin te doen en mocht zelf bepalen hoe en wanneer zij werkte. Ook de opbrengsten van haar werk werden in onderling overleg verdeeld, zonder dat de verdachte zich daarbij onevenredig heeft bevoordeeld. De verdediging erkent dat er over en weer soms grove taal werd gebezigd en dat de verdachte zich niet altijd even aardig heeft uitgelaten jegens [slachtoffer 3] , maar zo is nu eenmaal de aard van de relatie tussen [slachtoffer 3] en de verdachte. In dat kader vraagt de verdediging om niet een moreel oordeel te vellen over hoe de verdachte en [slachtoffer 3] met elkaar omgingen, maar alleen een strikt juridisch oordeel.

4.2.5

De beoordeling van de tenlastelegging

Dwangmiddelen

Anders dan de verdediging heeft betoogd, deed [slachtoffer 3] haar werk naar het stellige oordeel van de rechtbank niet altijd en geheel op vrijwillige basis en in onderling overleg. Hoewel [slachtoffer 3] in de appjes soms ook zelf blijk geeft “geld te willen gaan maken”, ging er vaak onmiskenbaar dwang uit van de verdachte. Uit de hierboven aangehaalde en geciteerde appjes blijkt dat de verdachte in het algemeen bepaalde wanneer, met wie, hoe en hoe lang zij seks diende te hebben met klanten. Als zij ongesteld was, diende zij tegen haar wil door te werken. Als zij geen seks zonder condoom wilde dan vertelde de verdachte haar dat zij dat toch diende te doen. Sterker, ook als een klant zonder condoom in haar wilde klaarkomen en zij dat niet wilde, dan had zij daar maar aan te voldoen. De verdachte bepaalde en [slachtoffer 3] had, zo blijkt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk uit de WhatsApp gesprekken, daarin eigenlijk geen invloed. Ook bedreigde de verdachte [slachtoffer 3] door te zeggen dat hij haar weer moest slaan. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, werd deze houding van de verdachte niet enkel ingegeven door de – in de woorden van de rechtbank – temperamentvolle aard van de relatie die de verdachte en [slachtoffer 3] hadden. De verdachte voegde namelijk ook de daad bij het woord. [slachtoffer 3] zegt in de appjes expliciet tegen de verdachte dat hij haar heeft geslagen, dat hij haar tegen een kast heeft gegooid, dat hij haar bij de keel heeft gegrepen nadat – kennelijk – een klant ontevreden was, dat hij haar kaak heeft gekneusd. In de appjes geeft zij duidelijk blijk van haar afkeer daarvan.

Voorts komt uit het dossier duidelijk naar voren dat [slachtoffer 3] verliefd was op de verdachte en afhankelijk van hem. Zij wil een toekomst met de verdachte opbouwen en met hem trouwen. Ze schrijft dat hij alles is dat zij heeft. De verdachte had en heeft om die reden een overwicht op [slachtoffer 3] en maakte van dat overwicht misbruik door op dwingende, minachtende, agressieve en soms bedreigende toon te bepalen wanneer zij wat moest doen met klanten. Veelzeggend in dit kader is de wijze waarop de verdachte ook vanuit de penitentiaire inrichting een zeer dwingende houding jegens haar blijft houden en blijft bepalen wat zij wel en niet mag doen. Hij blijft haar uitschelden en haar als minderwaardig behandelen.

Uitbuiting

Vaak mocht [slachtoffer 3] een klein deel van de opbrengt van de seksafspraken houden en een groot gedeelte diende zij af te staan aan de verdachte. Hoewel de verdachte ter zitting heeft verklaard dit in onderling overleg ging en dat hij en [slachtoffer 3] met het restant samen leuke dingen gingen doen, blijkt uit de appjes meerdere keren van het tegendeel. Als [slachtoffer 3] zei dat zij € 150,- mocht houden en de verdachte € 800,-, is dat naar het oordeel van de rechtbank een duidelijke aanwijzing dat de verdachte die € 800,- - een veelvoud van wat [slachtoffer 3] mocht houden - in zijn eigen zak stak. Ook het gesprek waarin de verdachte zegt € 200,- te komen halen en geen cent minder te willen, geeft geen blijk van de door de verdediging in dit kader geschetste goedwillende intenties van de verdachte, maar is voor de rechtbank juist redengevend voor het oordeel dat de verdachte [slachtoffer 3] heeft uitgebuit. Ten slotte is ook het gesprek waarin de verdachte zegt zijn openstaande boetes te moeten betalen, voor de rechtbank reden om ervan uit te gaan dat de verdachte [slachtoffer 3] uitbuitte. Ook als het zo zou zijn dat – zoals de verdediging heeft bepleit – [slachtoffer 3] de verdachte juist wilde helpen door met de opbrengst van haar eigen prostitutiewerkzaamheden de openstaande boetes van de verdachte te betalen, staat buiten redelijke twijfel dat die bereidheid mede is ingegeven door de dwang of door de bedreigingen van de verdachte, door de afhankelijke positie van [slachtoffer 3] , dan wel door een combinatie daarvan.

Naar vaste rechtspraak staat aan het oordeel dat sprake is van uitbuiting niet in de weg dat het slachtoffer zelf ook geld heeft verdiend en dat zij soms ook zelf mocht bepalen hoeveel zij zou ‘pakken’. Van belang is nu juist het overwegende beeld dat juist de verdachte bepaalde hoeveel [slachtoffer 3] mocht houden, goedschiks, dan wel kwaadschiks.


De rechtbank acht, samengevat, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich jegens [slachtoffer 3] schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel en dat hij [slachtoffer 3] heeft uitgebuit, een en ander zoals in de bewezenverklaring zal worden opgenomen. Voor het meerdere ten laste gelegde acht de rechtbank onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig. Daarvan zal de verdachte worden vrijgesproken.

4.3

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

- dagvaarding I:

1.

hij te ’s-Gravenhage op 20 maart 2018,

munitie van categorie III, te weten 45 kogelpatronen (volmantel pistoolpatroon, merk Sellie r& Bellot, kaliber 9 mm luger), voorhanden heeft gehad;

2. tweede alternatief/cumulatief

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2016 tot en met 27 juli 2017 te Eindhoven, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit geldautomaten heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) 14.000,- euro, toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (telkens) door (zonder toestemming) gebruik te maken van de bankpas van die [slachtoffer 2] en de (bij die bankpas horende) pincode;

- dagvaarding II:

2. tweede alternatief/cumulatief

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2017 tot en met 20 februari 2018 te Den Haag en Eindhoven, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door een feitelijkheid wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen en te dulden, te weten dat er (naakt-)foto’s van haar in (seks-)advertenties op internet (te koop) werden aangeboden en dat betalingen voor die foto’s op haar bankrekening terecht kwamen;

3.

hij in de periode van 19 januari

2018 tot en met 19 maart 2018 te Den Haag en Zoetermeer en Nootdorp en Leidschendam,

A) [slachtoffer 3] , (telkens) door dwang en andere feitelijkheden en door dreiging met geweld,

- heeft geworven met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die voornoemde vrouw (sub 1)

en

- heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4)

en

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met derden (sub 9)

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer 3] , (sub 6)

immers heeft hij, verdachte, onder andere:

- van die [slachtoffer 3] (pornografische) foto’s laten maken en laten opsturen en (vervolgens) (met die foto's) advertenties gemaakt en die advertenties op een sekssite, te weten [website] ,

geplaatst, en

- die advertenties op [website] opgewaardeerd, en

- die [slachtoffer 3] geïnstrueerd ten aanzien van het afspreken met klanten en het werken in de prostitutie, en

- die [slachtoffer 3] bewogen, om een (groot) gedeelte van haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan, en

- voor die [slachtoffer 3] de werkdagen en/of werktijden bepaald, en

- die [slachtoffer 3] gedwongen, althans bewogen, vele uren achter elkaar beschikbaar te zijn voor het werk als prostituee, en

- die [slachtoffer 3] door laten werken tijdens haar menstruatie, en

- die [slachtoffer 3] zonder condoom laten werken, en

- die [slachtoffer 3] geslagen en de keel van die [slachtoffer 3] dichtgeknepen, en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij, verdachte, een half jaar moet zitten als hij zijn boetes niet betaalt, en

- die [slachtoffer 3] haar geld af moet staan teneinde zijn, verdachtes, boetes te betalen.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, de gedragsinterventie CoVa+, een ambulante behandeling en een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] .

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat enkel twee ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder 3.3, bewezen kunnen worden verklaard en dat aan de verdachte daarvoor een gevangenisstraf voor de duur van 3 tot 5 maanden opgelegd kan worden. De rechtbank dient, indien zij meer bewezen acht, rekening te houden met het gegeven dat de verdachte ten tijde van het plegen van een van de ten laste gelegde feiten minderjarig was, waardoor hij voor dat deel volgens het jeugdstrafrecht, dan wel het adolescentenstrafrecht, berecht zou moeten worden. De verdediging verzoekt de rechtbank in dit kader om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen, met daarbij gekoppeld een voorwaardelijk strafdeel met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft onder dwang [slachtoffer 1] bewogen om naaktfoto’s van zichzelf te (laten) plaatsen bij online seksadvertenties. Daarmee heeft hij haar persoonlijke integriteit geschonden. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat hetgeen is voorgevallen een enorme impact op [slachtoffer 1] heeft gehad en nog steeds heeft.

Ook heeft de verdachte [slachtoffer 1] meermalen bewogen om de pinpas van haar ouders aan hem te geven. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan diefstal door het opnemen van forse geldbedragen met de pinpas. Dit is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor de betrokkenen hinder en schade oplevert. De verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de aangevers.

Daarnaast heeft de verdachte een meisje in de prostitutie gebracht en getracht haar daarin te houden en financieel van haar te profiteren. Mensenhandel, waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht, is een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke feiten doorgaans lange tijd de psychische gevolgen hiervan ondervinden. Door deze wijze van handelen heeft de verdachte bovendien een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Door haar te dwingen onbeschermde seks te hebben met derden heeft hij haar zelfs blootgesteld aan het risico van soa’s en zwangerschap. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van 45 kogelpatronen. Het voorhanden hebben van munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van de samenleving met zich.

Bij de beoordeling van de ernst heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de verdere omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, waaronder de duur van de dwang ten aanzien van [slachtoffer 1] en ten aanzien van [slachtoffer 3] de duur en de mate van uitbuiting en de leeftijd en de houding van het slachtoffer. Verder moet de verdachte worden aangerekend dat hij geweld tegen [slachtoffer 3] heeft gebruikt. Ter zitting heeft hij blijk gegeven van een berekenende proceshouding: hij heeft erkend wat onmiskenbaar uit bewijsmiddelen is gebleken en heeft voor het overige stellig alles ontkend. De verdachte heeft op geen enkele wijze blijk gegeven inzicht te hebben in het verwerpelijke van zijn handelingen en de slachtoffers slechts als object gezien. Het gedrag van de verdachte kan als manipulatief en berekenend worden gekenmerkt.

Justitiële documentatie

De rechtbank heeft rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 27 december 2018. Daaruit volgt dat de verdachte voorafgaand aan het begaan van het bewezenverklaarde eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de straftoemeting.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 28 juni 2018. Uit dat advies komt naar voren dat aan de verdachte vanuit de jeugdreclassering op verschillende wijzen laagdrempelige hulp is geboden op het gebied van dagbesteding. Het gebrek aan stabiliteit op verschillende leefgebieden, zoals dagbesteding, financiën en netwerk, werken risico verhogend. Ondanks eerdere begeleidings- en reclasseringstrajecten zijn er onvoldoende resultaten behaald en bleef de verdachte recidiveren. De verdachte is bereid mee te werken aan de start van een nieuw hulpverleningstraject. De reclassering acht een meldplicht en de gedragsinterventie CoVa+ geboden. Mocht blijken dat aanmelding bij een forensische polikliniek geïndiceerd is, dan dient de verdachte daar ook zijn medewerking aan te verlenen. Gelet op de leeftijd van de verdachte heeft de reclassering voorts gerapporteerd dat zij de haalbaarheid van een pedagogische aanpak niet zien doordat er nauwelijks sprake meer is van een pedagogische invloed op de verdachte vanuit zijn ouders en Jeugdbescherming. De reclassering adviseert daarom het volwassenstrafrecht toe te passen.

Straf

Bij de bepaling van de zwaarte van de straf neemt de rechtbank tot uitgangspunt de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd. Daarbij volgt de rechtbank het advies van de reclassering, inhoudende dat het volwassenstrafrecht geïndiceerd is.

De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat alleen een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur een passende reactie vormt op het handelen van de verdachte. Omdat de rechtbank minder bewezen heeft verklaard dan de officier van justitie tot uitgangspunt van haar strafeis heeft genomen, komt de rechtbank tot een lagere straf dan de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, waarmee wordt beoogd de verdachte in de toekomst van strafbare gedragingen te weerhouden. Aan het voorwaardelijke deel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden.

Contactverbod [slachtoffer 1]

Daarnaast zal de rechtbank een contactverbod opleggen met [slachtoffer 1] . De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen reden om ook een contactverbod op te leggen met [slachtoffer 3] .

Gelet op het gedrag van de verdachte jegens [slachtoffer 1] zal de rechtbank een contactverbod met [slachtoffer 1] aan de verdachte opleggen als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van drie jaren. Hierbij zal de rechtbank bevelen dat iedere keer dat de verdachte dit contactverbod overtreedt, een vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van twee weken, met een maximum van zes maanden.

Gelet op de bewezenverklaarde feiten en het ingeschatte recidiverisico houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit kan plegen of zich belastend kan gaan gedragen jegens [slachtoffer 1] . Om die reden zal de rechtbank op grond van artikel 38v, vierde lid, Sr, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

8. De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

8.1.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

, ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.P. Damen-Verstappen, heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van ter hoogte van

€ 13.029,67, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening. Dit bedrag is als volgt onderverdeeld:

- € 572,- aan reiskosten als direct gevolg van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten. Zij is twaalf keer naar een praktijkondersteuner in Eindhoven geweest, negen keer van Eindhoven naar de Politie in Den Haag, vier keer naar een GGZ-arts, tweemaal naar de huisarts in Eindhoven en naar de politie in Eindhoven, eenmaal naar haar advocaat in Eindhoven en ten slotte eenmaal naar de Officier van Justitie in Den Haag. Het bedrag is berekend aan de hand van de kilometervergoeding van de letselschaderichtlijn 2018.

- € 385,- aan eigen risico dat zij zeer waarschijnlijk zal moeten betalen voor de behandelingen die zij in 2018 na haar 18e verjaardag heeft gehad bij het GGZ-E.

- € 1.976,67 voor het aanschaffen van beveiligingscamera’s en een nieuw slot en ten slotte voor de kosten die [slachtoffer 1] heeft gemaakt gevolg van het bellen buiten haar abonnementsbundel, waartoe zij door de verdachte werd gedwongen.

- € 5.096,- als vergoeding voor de kosten van de huishoudelijke werkzaamheden die zij als gevolg van de gedragingen van de verdachte niet meer zelf kan verrichten. Deze werkzaamheden worden sindsdien door derden gedaan. Het bedrag bestaat uit een normbedrag van € 49,- per week over een peridode van twee jaar (104 weken). Zij zoekt in dat kader aansluiting bij de letselschaderichtlijn huishoudelijke hulp.

- € 7.303,02 aan misgelopen inkomsten. [slachtoffer 1] moest de opbrengst van de foto’s afdragen aan de verdachte. Ter onderbouwing van het bedrag verwijst zij naar pagina 273 van het politiedossier.

- € 5.000,- aan smartengeld. [slachtoffer 1] stelt al jaren in angst te leven als gevolg van de afdreiging door de verdachte en heeft nog immer onvoldoende vertrouwen in anderen om haar verhaal te kunnen vertellen.

[slachtoffer 1] verzoekt toewijzing van de schadevergoedingsmaatregel en behoudt zich voor de thans nog niet te begroten schade het recht voor om op een later moment een vordering bij de civiele rechter in te stellen.

8.1.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering, met uitzondering van de gevorderde kosten voor huishoudelijke hulp en verlies aan verdienvermogen, voldoende onderbouwd en concludeert tot toewijzing van de vordering tot een hoogte van € 7.933,67.

8.1.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft zich ten aanzien van alle onderdelen van de gevorderde schadevergoeding op het standpunt gesteld dat deze onvoldoende zijn onderbouwd en dat dit daarom tot afwijzing, dan wel niet-ontvankelijkheid dient te leiden.

8.1.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank hecht eraan om een korte algemene opmerking te maken over de stelplicht van de eisende partij in het civiele recht. Op de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van bepaalde feiten rust de verplichting om die feiten voldoende gemotiveerd te stellen. Wat voldoende gemotiveerd precies inhoudt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en wordt mede ingegeven door wat de wederpartij in het kader van zijn/haar betwisting van de gestelde feiten naar voren brengt. In het algemeen geldt dat hoe gemotiveerder een feit wordt gesteld, hoe meer onderbouwing van de wederpartij mag worden verlangd bij diens betwisting van dat feit. En andersom: een zeer summier onderbouwde feitelijke stelling kan in veel gevallen dus met een summier onderbouwde betwisting worden gepareerd. Anders dan de raadsvrouw van de benadeelde partij ter zitting heeft betoogd, hoeft een ‘blote’ betwisting dus niet per se tot toewijzing van de vordering te leiden.

Reiskosten

De reiskosten die [slachtoffer 1] binnen Eindhoven stelt te hebben gemaakt, zullen door de rechtbank worden toegewezen. Van deze kosten is aannemelijk dat deze zijn gemaakt als direct gevolg van de strafbare handelingen van de verdachte. Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 1] twee keer naar het politiebureau in Eindhoven is geweest om een verklaring af te leggen en uit een door haar in het geding gebrachte medische verklaring van GGZ Eindhoven blijkt dat zij daar meerdere traumabehandelingen heeft ondergaan. De rechtbank trekt voorts niet in twijfel dat zij in het kader van haar rol als slachtoffer in het strafproces een gesprek met haar advocaat in Eindhoven heeft gehad. Tenslotte heeft zij in de onderhavige zaak een gesprek met de Officier van Justitie in Den Haag gehad. De gevorderde kosten voor deze genoemde reizen zullen worden toegewezen overeenkomstig de normen die daarvoor in de Letselschade Richtlijn 2018 zijn opgenomen. Blijkens de opgaaf van de verdachte bedroegen deze reizen in totaal 310 kilometer, zodat (310 x € 0,26) een bedrag van € 80,60 zal worden toegewezen.

De door [slachtoffer 1] gevorderde kosten van negen bezoeken aan de politie in Den Haag zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Uit het dossier blijkt niet van dergelijke reizen. Omdat de verdachte de stelling van [slachtoffer 1] betwist, had het op haar weg gelegen om in ieder geval te stellen wanneer zij deze reizen heeft gemaakt en om welke reden. Dat heeft zij niet, dan wel onvoldoende gedaan, zodat zij ten aanzien van dit onderdeel van haar vordering, te weten het deelbedrag van € 491,40, niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Medische kosten

Met de raadsman van de verdachte is de rechtbank van oordeel dat dit onderdeel van de vordering van [slachtoffer 1] onvoldoende is onderbouwd. Zij heeft de leeftijd van achttien op

[geboortedatum] bereikt, maar zij heeft niet gesteld hoeveel behandelingen zij sindsdien heeft gehad, wat de kosten daarvan waren en wat de stand van het eigen risico op

31 december 2018 was. Het had, gelet op de betwisting aan de zijde van de verdachte, wel op de weg van [slachtoffer 1] gelegen om dat te doen. De rechtbank zal [slachtoffer 1] daarom niet-ontvankelijk verklaren in dit onderdeel van haar vordering.

Materiële kosten

De door [slachtoffer 1] gevorderde kosten van beveiligingscamera’s en een nieuw slot zijn niet onderbouwd. Voor de gestelde belkosten heeft [slachtoffer 1] facturen van T-Mobile in het geding gebracht. Gelet op de betwisting aan de zijde van de verdachte had het op de weg van [slachtoffer 1] gelegen haar schade nader te onderbouwen. Zo had zij facturen van de camera’s en van het nieuwe slot in het geding kunnen brengen en had zij van haar telefoonabonnement een factuurspecificatie kunnen overleggen waaruit de hoogte van haar maandelijkse bundel bleek. Dat heeft zij niet gedaan, zodat zij voor dit onderdeel van haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Huishoudelijke hulp

De rechtbank acht ook dit onderdeel van de vordering van [slachtoffer 1] onvoldoende onderbouwd. Noch de stelling dat [slachtoffer 1] een derde van het huishouden voor haar rekening nam voordat zij de verdachte leerde kennen, noch de stelling dat zij thans niet meer in staat is om die huishoudelijke taken te verrichten, is door [slachtoffer 1] onderbouwd. Gelet op de betwisting van de verdachte had dat wel op de weg van [slachtoffer 1] gelegen. [slachtoffer 1] zal voor dit onderdeel van de vordering daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Verlies aan verdienvermogen

Omdat de verdachte wordt veroordeeld ter zake van dwang en [slachtoffer 1] als gevolg van deze dwang de opbrengst van de verkoop van foto’s van haarzelf aan de verdachte heeft afgestaan, stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 1] schade heeft geleden als gevolg van het door de verdachte gepleegde feit, bestaande uit gederfde inkomsten. Voor de vaststelling van de hoogte van deze schade zoekt de rechtbank aansluiting bij hetgeen is gerelateerd in het proces-verbaal van 28 juli 2018 (p. 915 e.v.). Hieruit blijkt dat door [slachtoffer 1] op de ING-rekening van de verdachte een bedrag van € 3.675,46 (optelling eerste kolom p. 916) en een bedrag van € 1.967,56 zijn overgemaakt. [slachtoffer 1] maakte deze bedragen aan de verdachte over nadat zij eerst meerdere kleinere betalingen van derden ontvingen. Deze kleinere bedragen betroffen de opbrengsten van foto’s van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft dus een totale opbrengst van

€ 5.643,02 aan de verdachte overgedragen als gevolg van het ten aanzien van de verdachte bewezen verklaarde feit. Uit p. 917 van het dossier blijkt overigens ook dat [slachtoffer 1] nog eens een bedrag van € 1.000,- aan de verdachte heeft overgemaakt. De rechtbank kan echter niet vaststellen of dit bedrag ook bestond uit de opbrengst van foto’s. Daartoe is door [slachtoffer 1] ook onvoldoende gesteld. De vordering zal dan ook tot een hoogte van € 5.643,02 worden toegewezen en voor het overige is [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in dit deel van haar vordering.

Smartengeld

Dat [slachtoffer 1] aanzienlijk psychisch leed heeft ondervonden door waar de verdachte haar toe heeft gedwongen, blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende uit de verklaring van GGZ Eindhoven. De door [slachtoffer 1] gestelde immateriële schade van € 5.000,- is, zo blijkt uit haar toelichting, echter gebaseerd op de gevolgen van alle handelingen die aan de verdachte ten laste zijn gelegd. De rechtbank overweegt dat ten aanzien van de verdachte minder is bewezen verklaard dan ten laste gelegd en dat zij in het kader van deze strafzaak alleen schadevergoeding kan toekennen die het directe gevolg is van de bewezen verklaarde dwang om naaktfoto’s en de opbrengst daarvan aan de verdachte te sturen. De rechtbank stelt om de hoogte van de schadevergoeding naar billijkheid vast op een bedrag van € 1.000,- en zal dit bedrag toewijzen. Voor overige zal [slachtoffer 1] in dit deel van haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Totaal

De rechtbank zal, alles opgeteld, een bedrag van € 6.723,62 toewijzen als schadevergoeding aan [slachtoffer 1] . Voor het overige zal de rechtbank [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren.

8.1.5

De schadevergoedingsmaatregel

Omdat de verdachte voor het onder dagvaarding II, feit 2, tweede alternatief/cumulatief bewezen verklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door dit feit is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 6.723,62, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [slachtoffer 1] .

8.2.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 29.055,00 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening. Dit bedrag is als volgt onderverdeeld:

- € 14.480,- aan contante opnames door de verdachte uit geldautomaten met de bankpas van [slachtoffer 2] ;

- € 2.200,- aan contanten, door de verdachte weggenomen uit de kluis in de woning van [slachtoffer 2] ;

- € 12.375,- aan sieraden, door de verdachte weggenomen uit de kluis in de woning van [slachtoffer 2] .

8.2.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering ten aanzien van de contante geldopnames voldoende onderbouwd en concludeert tot toewijzing van dat deel van de vordering, te weten een bedrag van € 14.480,-. Aangezien de officier van justitie niet bewezen acht dat de verdachte contant geld en sieraden uit de woning van [slachtoffer 2] heeft weggenomen, concludeert zij tot niet-ontvankelijkheid van [slachtoffer 2] ten aanzien van dat onderdeel van haar vordering.

8.2.3

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft bekend € 14.000,- te hebben gepind van de rekening van [slachtoffer 2] en heeft dat onderdeel van de vordering erkend. Het overige wordt door de verdachte betwist, omdat hij ontkent geld en sieraden uit de woning van [slachtoffer 2] te hebben weggenomen.

8.2.4.

Het oordeel van de rechtbank

Uitgaande van de bewezenverklaring van de diefstal van het bedrag van € 14.000,- zal de rechtbank de vordering tot dit bedrag toewijzen. Voor de diefstal van geld uit de kluis en sieraden uit de woning van [slachtoffer 2] wordt de verdachte vrijgesproken, zodat [slachtoffer 2] ten aanzien van dat onderdeel van haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

8.2.5

De schadevergoedingsmaatregel

Aangezien de verdachte voor het onder dagvaarding I, feit 2 tweede alternatief/cumulatief bewezen verklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door dit feit is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 14.000,-. vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 januari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [slachtoffer 2] .

9 De in beslag genomen goederen

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 3 tot en met 8 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de in beslag genomen voorwerpen terug te geven aan de verdachte, omdat niet vaststaat dat met deze voorwerpen de bewezen verklaarde feiten zijn begaan.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 3 tot en met 8 genummerde voorwerpen verbeurd verklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen de bewezen verklaarde feiten zijn begaan. Uit het verhandelde ter terechtzitting en het dossier is gebleken dat de onder 3 tot en met 7 in beslag genomen telefoons aan de verdachte toebehoren. Vaststaat dat onder andere met de Samsung A3 advertenties zijn geplaatst. Over het onder 8 genoemde laptop is de rechtbank van oordeel dat, hoewel de harde schijf is verwijderd, vaststaat dat de verdachte op de laptop een mapje heeft aangemaakt met ‘ [naam] ’, waarin naaktfoto’s stonden van [slachtoffer 1] , zodat de laptop aan hem toebehoorde.

10 De vordering tenuitvoerlegging

10.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie persisteert bij de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 augustus 2017 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie, te weten jeugddetentie voor de duur van 27 dagen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de vordering van de officier van justitie af te wijzen, omdat de zaak met parketnummer 09/777121-15 nog niet onherroepelijk is. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om de proeftijd ervan te verlengen, dan wel de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie om te zetten in een taakstraf.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 18 juni 2018 tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie, waartoe de verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 augustus 2017, omdat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat hij zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

11 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36f, 57, 77b, 273f, 284 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 2, eerste alternatief/cumulatief en derde alternatief/cumulatief, en de bij dagvaarding II onder 1 en 2, eerste alternatief/cumulatief, ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1 en 2, tweede alternatief/cumulatief, en de bij dagvaarding II onder 2, tweede alternatief/cumulatief, en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

- ten aanzien van dagvaarding I:

o feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

o feit 2, tweede alternatief/cumulatief:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van dagvaarding II:

o feit 2, tweede alternatief/cumulatief:

een ander met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen/te dulden;

o feit 3:

mensenhandel;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij GGZ Reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH te Den Haag, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling stelt bij een forensische polikliniek, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- gedurende de proeftijd deelneemt aan een gedragsinterventie, te weten de CoVa+, verzorgd door GGZ Reclassering Nederland of een soortgelijke instelling, waarbij de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens deze instelling aan hem worden gegeven;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2000, woonachtig op het adres [adres] Eindhoven;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

vrijheidsbeperkende maatregel

legt voorts op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 3 (drie) jaren:

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2000, woonachtig op het adres [adres] Eindhoven;

beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan deze maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden;

stelt vast dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en de schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1] , een bedrag van € 6.723,62, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf

27 juli 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 6.723,62, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [slachtoffer 1] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 68 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] en de schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 2] , een bedrag van € 14.000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 14.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 januari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [slachtoffer 2] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 107 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

de in beslag genomen goederen

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 3 tot en met 8 genummerde voorwerpen, te weten:

3. 1.00 STK telefoon (Samsung A310f);

4. 1.00 STK telefoon (Apple A1549);

5. 1.00 STK telefoon (Samsung G928f);

6. 1.00 STK telefoon (Alcatel Onetouch);

7. 1.00 STK telefoon (Long Cz);

8. 1.00 STK computer (Asus notebook, kleur zwart);

de vordering tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 augustus 2017, gewezen onder parketnummer 09/777121-15, te weten jeugddetentie voor de duur van 27 dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.C. Bours, voorzitter,

mr. V.J. de Haan, rechter,

mr. P.G. Salvadori, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. V.A. Paul, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2019.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

- ten aanzien van parketnummer 09/842073-18 (hierna: dagvaarding I):

1.

hij te 's-Gravenhage, op of omstreeks 20 maart 2018, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, munitie van categorie III, te weten

45, althans een aantal kogelpatronen (volmantel pistoolpatroon, merk Sellie r&

Bellot, kaliber 9 mm luger), voorhanden heeft gehad;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus

2016 tot en met 27 juli 2017 te Eindhoven, althans in Nederland,

(meermalen) (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of openbaring van

een geheim [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van een pinpas (met

bijbehorende pincode) en/of (vervolgens) (in totaal) 20.000 euro, in elk

geval (telkens) een groot geldbedrag en/of een hoeveelheid sieraden en/of een

kluis, althans enig goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , althans aan een ander dan aan

verdachte, immers heeft hij, verdachte, tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij

(een) naaktfoto('s) van die [slachtoffer 1] op internet zou plaatsen en/of aan (een of

meer van) haar contacten zou versturen

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus

2016 tot en met 27 juli 2017 te Eindhoven, althans in Nederland, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) geldautom(a)at(en)

heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) 20.000 euro, in elk geval

(telkens een groot geldbedrag) enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (telkens)

door (zonder toestemming) gebruik te maken van

de bankpas van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of de (bij die bankpas horende)

pincode;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2016 tot en met 27 juli 2017 te Eindhoven, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en/of een kluis, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van insluiping;

- ten aanzien van parketnummer 09/852087-18 (hierna: dagvaarding II):

1.

hij in of omstreeks 1 september 2016 tot en met 27 juli 2017 te Eindhoven

en/of Den Haag, in elk geval in Nederland

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2000),

telkens

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] , terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd

van achttien jaren nog niet had bereikt, (sub 2°) en/of

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten

aanzien van die [slachtoffer 1] (telkens) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan

verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor

beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen,

terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 5°)

immers heeft verdachte (telkens)

- die [slachtoffer 1] benaderd of heeft laten benaderen en/of

- aan die [slachtoffer 1] gevraagd of zij geld wilde verdienen door seks met mannen

en/of

- aan die [slachtoffer 1] gevraagd naaktfoto's aan hem, verdachte te sturen en/of foto's

van de Ali heeft ontvangen waarop zij geheel of gedeeltelijk met ontbloot

(boven)lichaam te zien is en/of

- die [slachtoffer 1] gedreigd dat als zij niet mee zou werken hij haar naaktfoto’s online zou zetten en/of aan haar contacten zou doorsturen en/of

- een advertentie op een (seks)site voor die [slachtoffer 1] heeft aangemaakt en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gevraagd een advertentie op een seks site te maken en/of

plaatsen en/of

- zijn verdachtes inlog en wachtwoord voor een (seks)site heeft gegeven en/of

- aan die [slachtoffer 1] heeft gevraagd/gezegd dat en hoe ze de advertentie op deze

(seks) site omhoog moest laten plaatsen en/of

- contact met eventuele klanten voor die [slachtoffer 1] gehad en/of

- seksafspraken voor die [slachtoffer 1] gemaakt;

2.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2017 tot en

met 20 februari 2018 te Den Haag en/of Eindhoven, althans in Nederland,

(meermalen) (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of openbaring van

een geheim [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van een bedrag van in totaal

7300 euro , althans enig goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 1] , althans aan een ander dan aan

verdachte, immers heeft hij, verdachte, tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij

(een) naaktfoto('s) van die [slachtoffer 1] op internet zou plaatsen en/of zou

verspreiden en/of aan (een of meer van) haar contacten zou versturen;

en/of

hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2017 tot en

met 20 februari 2018 te Den Haag en/of Eindhoven,althans in Nederland,

een ander, te weten [slachtoffer 1] ,

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of

enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, te weten [slachtoffer 1]

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te

weten

dat er (naakt-)foto’s van haar in (seks-)advertenties op internet (te koop) werden aangeboden en/of dat betalingen voor die foto’s op haar bankrekening terecht kwamen

door

tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij (een) naaktfoto('s) van die [slachtoffer 1] op

internet zou plaatsen en/of zou verspreiden en/of aan (een of meer van) haar

contacten zou versturen;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 januari

2018 tot en met 19 maart 2018 te Den Haag en/of Zoetermeer en/of Nootdorp

en/of Leidschendam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 3] , (telkens) door dwang, geweld

of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en), fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit

feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een

kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen

om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die

voornoemde vrouwen had,

- heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen,

met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die voornoemde vrouwen (sub 1)

en/of

- heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die

omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte

en/of verdachtes (mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die voornoemde vrouwen zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het

verrichten

van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4)

en/of

- heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de

opbrengst van haar/hun, te weten die [slachtoffer 3] , seksuele handelingen met

en/of voor een

derde (sub 9)

en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting

van die/een ander of anderen, te weten die [slachtoffer 3] , (sub 6)

Immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) onder andere:

- van die [slachtoffer 3] (pornografische) foto's gemaakt en/of laten

maken en/of laten opsturen en/of (vervolgens) (met die foto's) advertenties

gemaakt en/of die advertenties op een of meer sekssites en/of datingsites, te

weten (onder meer) [website] , in elk geval op een of meer

sekssites op het internet geplaatst en/of laten plaatsen, en/of

- die advertentie(s) op [website] (telkens) opgewaardeerd en/of laten

opwaarderen, en/of

- die [slachtoffer 3] geïnstrueerd ten aanzien van het afspreken met klanten en/of

het werken in de prostitutie, en/of

- voor die [slachtoffer 3] werkruimte(s) geregeld en/of tijdens de afspraken van die

[slachtoffer 3] op haar gewacht, en/of

- de/het hotel(s) geboekt voor de escortafspra(a)k(en) met de klant(en) van

die [slachtoffer 3] , en/of

- die [slachtoffer 3] (telkens) met de auto naar een gelegenheid waar zij zich

kunnen prostitueren gebracht en/of laten brengen en/of na de

prostitutiewerkzaamheden weer opgehaald en/of laten ophalen, en/of

- die [slachtoffer 3] gedwongen, althans bewogen, om een (groot) gedeelte van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte en of zijn mededader(s), af

te staan, en/of

- voor die [slachtoffer 3] de werkdagen en/of werktijden bepaald, en/of

- die [slachtoffer 3] gedwongen, althans bewogen, om 24 uur per dag, althans vele

uren achter elkaar en/of 7 dagen per week beschikbaar te zijn voor het werk

als prostituee, en/of

- die [slachtoffer 3] door laten werken tijdens haar menstruatie en/of

- die [slachtoffer 3] zonder condoom laten werken, en/of

- die [slachtoffer 3] geslagen en/of de keel van die [slachtoffer 3] dichtgeknepen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij, verdachte, een half jaar moet zitten als hij

zijn boetes niet betaalt en/of

- die [slachtoffer 3] haar geld af moet staan teneinde zijn, verdachtes, boetes te

betalen en/of

- die [slachtoffer 3] bedreigd en/of onder druk gezet door te zeggen dat hij,

verdachte, anders haar (echte) gegevens op de site zou zetten en/of haar

familie op de hoogte zou brengen van haar werk als prostituee.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van onderzoek Smakt, met proces-verbaal met het nummer DH2R018014, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 1680), dan wel het Voorgeleidingsdossier indien expliciet genoemd (doorgenummerd blz. 1 t/m 116).

2 Voorgeleidingsdossier: proces-verbaal terzake criminele inlichtingen, blz. 12.

3 Voorgeleidingsdossier: processen-verbaal van bevindingen, blz. 25, 26 en 27.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , met bijlagen, blz. 351-368.

5 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 106-108.

6 Processen-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , blz. 135-138, 151-155 en 156-157.

7 Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden, blz. 145-150.

8 Proces-verbaal zaak 5, blz. 15.

9 Proces-verbaal van bevindingen [bedrijf] , blz. 825-893.

10 Proces-verbaal zoekslag ‘ [werknaam] ’, blz. 894.

11 Proces-verbaal analyse rekening [slachtoffer 1] , blz. 915-918.

12 Proces-verbaal bevindingen identiteit betaler van 5 Tikkies [betrokkene 1] , blz. 944-945 en proces-verbaal verhoor getuige, blz. 946-952.

13 Proces-verbaal bevindingen Tikkie – [slachtoffer 1] / [betrokkene 2] , blz. 933-935.

14 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 januari 2019.

15 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 januari 2019.

16 Proces-verbaal Telefoon met IMEI [nummer] in gebruik bij verdachte [verdachte] met bijlagen, blz. 554.

17 Idem, blz. 551.

18 Idem, blz. 550.

19 Proces-verbaal bevindingen [hotel 1] met bijlagen, blz.1035.

20 Proces-verbaal Analyse tapgesprekken taplijn P.I. met bijlagen, blz. 1238.

21 Idem, o.a. blz.1238, 1239, 1240 en 1241.

22 Proces-verbaal Vaststellen identiteit [slachtoffer 3] , blz. 87.

23 Proces-verbaal Onderzoek Facebook mogelijk slachtoffers seksuele uitbuiting, blz. 98.

24 Proces-verbaal Vaststellen identiteit [slachtoffer 3] , blz. 87.

25 Proces-verbaal bevindingen bezoekerslijst PI Zwaag t.a.v. [verdachte] , blz. 896 en 898.

26 Proces-verbaal bevindingen [hotel 1] met bijlagen, blz. 1031-1037.

27 Proces-verbaal van 12 mei 2018, blz. 546 en 547.

28 Proces-verbaal hotelafspraken, data en locaties, blz.1060 en 1061.

29 Idem, p. 1060.

30 Proces-verbaal bevindingen [hotel 1] met bijlagen, blz.1033.

31 Proces-verbaal hotelafspraken, data en locaties, blz.1060.

32 Proces-verbaal van uitkomst 126nd [hotel 3] [slachtoffer 3] , blz. 1026.

33 Proces-verbaal hotelafspraken, data en locaties, blz.1060.

34 Proces-verbaal uitkomst [hotel 2] [slachtoffer 3] met bijlage, blz. 1030.

35 Proces-verbaal hotelafspraken, data en locaties, blz.1060.

36 Proces-verbaal met bijlage, blz. 1021.

37 Proces-verbaal hotelafspraken, data en locaties, blz.1060.

38 Proces-verbaal bevindingen [hotel 1] met bijlagen, blz. 1031.

39 Proces-verbaal Telefoon met IMEI [nummer] in gebruik bij de verdachte [verdachte] met bijlagen, blz. 555-558.

40 Idem, blz. 552.

41 Idem, blz. 553 en 554.

42 Idem, blz. 550 en 551.

43 Idem, blz. 560 en 561.

44 Idem, blz. 561 en 562.

45 Idem, blz. 558.

46 Proces-verbaal Analyse tapgesprekken taplijn P.I. met bijlagen, blz. 1238, 1239 en 1240.

47 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 januari 2019.