Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:11176

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-10-2019
Datum publicatie
07-11-2019
Zaaknummer
C/09/579164 / HA ZA 19-900
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

voegingsincident ex artikel 222 Rv toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/579164 / HA ZA 19-900

Vonnis in incident van 23 oktober 2019

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats 1],

eiser in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. H.A. Schenke te Nijmegen,

tegen

de vennootschap naar vreemd recht

FORMLABS INC.,

te Somerville, Massachusetts, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M.J. Odink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en FL genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 mei 2019, tevens houdende de incidentele vordering tot voeging;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident tot voeging van 11 september 2019, met producties 1 tot en met 3.

1.2.

Vonnis in het incident is nader bepaald op heden.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1.

[eiser] vordert in de hoofdzaak dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, zal verklaren voor recht dat aan [eiser] het auteursrecht op de naam ‘Formlabs’ toekomt, alsmede dat aan [eiser] het tekeningen- en modelrecht toekomt met betrekking tot edele metalen en hun legeringen en producten hieruit vervaardigd of hiermee bedekt voor zover niet begrepen in andere klassen en sieraden, juwelen, bijouterieën, edelstenen, alsook uurwerken en tijdsinstrumenten, voor zover vereist althans geraden beperkt tot Nederland c.q. de Nederlandse markt en voorts dat aan [eiser] het recht op de domeinnamen formlabs.biz, formlabs.info, formlabs.net, formlabs.org en formlabs.nu toekomt, met veroordeling van FL in de kosten van het geding, inclusief de nakosten.

2.2.

Ter onderbouwing van zijn vorderingen stelt [eiser] - verkort weergegeven - het volgende. [eiser] was tot december 2016 een kleine ondernemer in de edelsmederij. Ongeveer 10 jaar geleden heeft hij de naam ‘Formlabs’ bedacht en sindsdien ook gebruikt ter aanduiding van zijn eenmanszaak. In een later stadium heeft hij ‘Formlabs’ als domeinnaam geregistreerd met verschillende extensies. [eiser] heeft het merk Formlabs “met een bijbehorend beeldmerk” gedeponeerd bij het Beneluxmerkenregister voor klasse 14 (edele metalen en hun legeringen en producten hieruit vervaardigd of hiermee bedekt voor zover niet begrepen in andere klassen; sieraden, juwelen, bijouterieën, edelstenen; uurwerken en tijdsinstrumenten. Op 27 april 2015 is het merk ingeschreven.1 FL heeft op 4 december 2009 de domeinnaam Formlabs.com laten registreren in de Verenigde Staten. FL heeft het merk FORMLABS op 1 april 2013 ingediend bij het “International Trademark WIPO”. De basisregistratie heeft op 12 november 2013 plaatsgevonden en de registratie conform het Verdrag van Parijs heeft op 30 juni 2014 plaatsgevonden. FL heeft de registraties en gerechtigdheid van [eiser] tot het voeren van de door hem geregistreerde domeinnamen aangevochten bij het WIPO Arbitration and Mediation Center.2 FL beroept zich erop dat [eiser] het merk Formlabs en de daarbij horende domeinnamen te kwader trouw heeft geregistreerd en hiermee inbreuk maakt op haar recht. Bij uitspraak van 28 augustus 2018 heeft het WIPO Arbitration and Mediation Center bepaald dat de domeinnamen ‘formlabs.biz’, ‘formlabs.info’, ‘formlabs.net’, ‘formlabs.org’ en ‘formlabs.nu’ aan FL dienen te worden overgedragen. Deze uitspraak is processueel aan te merken als internationaal arbitraal vonnis. Volgens [eiser] moet de uitspraak conform de WIPO arbitrageregels ongedaan worden gemaakt, omdat de uitspraak tot stand is gekomen in strijd met het grondrecht van [eiser] op een eerlijk proces. Er is geen redelijke termijn gehanteerd voor verweer door [eiser], de voertaal Engels was een beletsel voor [eiser] en er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden voordat schriftelijk uitspraak is gedaan.

3 Het geschil in het voegingsincident

3.1.

[eiser] vordert dat de hoofdzaak op grond van connexiteit wordt gevoegd met de eveneens bij deze rechtbank aanhangige zaak tussen [eiser] als eiser en FL als gedaagde. Hoewel [eiser] dit niet stelt, begrijpt de rechtbank dat hij daarmee bedoelt de zaak met het zaaknummer / rolnummer C/09/568669 / HA ZA 19-184 (hierna: de zaak 19-184).

3.2.

Aan deze vordering legt [eiser] het volgende ten grondslag. De al aanhangige zaak 19-184 betreft een geschil over de intellectuele eigendom van de domeinnaam Formlabs.nl. Over die domeinnaam is nog geen bindende uitspraak gedaan door het WIPO Arbitration and Mediation Center omdat de uitspraak is opgeschort door het uitbrengen van de dagvaarding in de zaak 19-184. De onderhavige hoofdzaak ziet op de intellectuele eigendom van meerdere verwante domeinnamen. Ter zake van die domeinnamen is al een uitspraak gedaan door het WIPO Arbitration and Mediation Center. De beide zaken spelen derhalve tussen dezelfde partijen en ze hebben dezelfde feitelijke achtergrond en materiële grondslag. Alleen de formele grondslag is verschillend. Voeging op basis van connexiteit is daarmee aan de orde.

3.3.

FL voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

FL betoogt primair dat de incidentele conclusie tot voeging nietig is (op basis van artikel 219 lid 1 en 2 Rv3), nu de conclusie als woonplaats van [eiser] ten onrechte [plaats 2] vermeldt terwijl [eiser] in [plaats 1] woonachtig is. De gevorderde voeging dient reeds om die reden te worden afgewezen.

4.2.

De rechtbank verwerpt het verweer. In de aanhef van de dagvaarding (die tevens de incidentele conclusie tot voeging omvat) is als woonplaats van [eiser] [plaats 1] opgenomen en niet [plaats 2]. Het argument van FL is dan ook niet te volgen.

4.3.

Subsidiair voert FL aan dat de vordering afgewezen moet worden omdat [eiser] in de zaak 19-184 al een vordering tot voeging heeft ingesteld, welke vordering door de rechtbank bij vonnis in incident van 31 juli 2019 is afgewezen omdat de incidentele vordering te laat was ingediend gezien het stadium van de procedure. Volgens FL heeft [eiser] nadien geen nieuwe vordering tot voeging ingediend in de onderhavige hoofdzaak. Het verzoek is slechts eenmaal namens [eiser] ingediend en afgewezen na behandeling door de rechtbank in de zaak 19-184. De voeging mag niet nogmaals worden ingediend en moet daarom al worden afgewezen. Meer subsidiair geldt dat de rechtbank in de zaak 19-184 al heeft geoordeeld dat het incident te laat is ingesteld. Ook om die reden kan het incident niet geacht worden ook in deze procedure te zijn ingesteld.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat de zaak 19-184 en de onderhavige hoofdzaak twee afzonderlijke procedures betreffen. In beide zaken kunnen incidenten worden opgeworpen (waaronder vergelijkbare incidenten). Dat in de zaak 19-184 het voegingsincident op formele gronden (omdat het te laat was ingesteld) is afgewezen, laat onverlet dat op het in de onderhavige hoofdzaak bij dagvaarding van 22 mei 2019 opgeworpen voegingsincident zelfstandig dient te worden beslist. Het incident is in deze procedure bovendien tijdig ingesteld, namelijk meteen bij dagvaarding en derhalve voor de conclusie van antwoord. Ook het subsidiaire en het meer subsidiaire verweer slagen derhalve niet.

4.5.

Meer inhoudelijk betwist FL ten slotte dat sprake is van de vereiste connexiteit tussen de onderhavige hoofdzaak en de zaak 19-184. Daartoe betoogt FL - samengevat - dat het WIPO Arbitration and Mediation Center bij bindende arbitragebeslissing van 28 augustus 2018 heeft geoordeeld dat [eiser] de domeinnamen ‘formlabs.biz’, ‘formlabs.info’, ‘formlabs.net’, ‘formlabs.org’ en ‘formlabs.nu’ aan FL moet overdragen. Die overdracht heeft ook plaatsgevonden. Met de onderhavige hoofdzaak stelt [eiser] blijkbaar dat hij toch aanspraak kan maken op deze domeinnamen, waarmee deze hoofdzaak volgens FL het karakter heeft van een “onteigeningsprocedure”. De zaak 19-184 is voortgevloeid uit een bindende beslissing van het WIPO Arbitration and Mediation Center van 24 september 2018 waarin is geoordeeld dat [eiser] de domeinnaam ‘formlabs.nl’ aan FL moet overdragen. Die overdracht heeft nog niet plaatsgevonden omdat [eiser] gebruik heeft gemaakt van artikel 20.1 Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen van het Nederlandse SIDN, door de zaak 19-184 aanhangig te maken bij de rechtbank. Zaak 19-184 is op die wijze volgens FL een verkapt hoger beroep van een reeds bindende arbitragebeslissing van het WIPO Arbitration and Mediation Center. Nu de feiten in beide procedures anders zijn en het karakter van beide procedures onvergelijkbaar is, is er geen gevaar voor tegenstrijdige beslissingen en zijn de zaken derhalve niet verknocht.

4.6.

Bij de beoordeling van het incident wordt voorop gesteld dat op basis van artikel 222 Rv onder meer voeging van zaken kan worden gevorderd, indien voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn. Van verknochtheid is sprake, wanneer de feitelijke of juridische geschilpunten in de beide zaken identiek zijn, dan wel een zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken geboden is. Hoewel [eiser] nauwelijks heeft voldaan aan zijn stelplicht ter zake, constateert de rechtbank, na ambtshalve te hebben kennisgenomen van de processtukken in zaak 19-184, dat er ten minste sprake is van dat beide zaken aan elkaar verkocht zijn. Het belang van een goede en doelmatige behandeling brengt daarom mee dat beide zaken zoveel mogelijk gelijktijdig worden behandeld en beslist door dezelfde rechter. De rechtbank zal daarom de voeging van deze zaak met zaak 19-184 bevelen.

4.7.

De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten in het incident aanhouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

beveelt de voeging van de onderhavige zaak met zaak 19-184,

5.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

5.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 4 december 2019 voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van FL.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2019.

1 [eiser] heeft geen registratie uit het merkenregister overgelegd.

2 World Intellectual Property Organization

3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering