Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:11152

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-10-2019
Datum publicatie
08-11-2019
Zaaknummer
7933471 RP VERZ 19-50441
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

WWZ. Ontslag op staande voet rechtsgeldig? Is het maken van een back up op een externe privé harde schijf te kwalificeren als een schending van de geheimhoudingsplicht? Beoordeling verzochte vergoedingen, waaronder een billijke en immateriële vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1203
PS-Updates.nl 2019-1286
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CK

Zaaknr.: 7933471 RP VERZ 19-50441

Uitspraakdatum: 8 oktober 2019

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

verder te noemen: de werknemer,

gemachtigde: mr. drs. E.L. Pasma,

tegen

de besloten vennootschap

GloTell B.V.,

gevestigd te Rotterdam en kantoorhoudende te Zoetermeer,

verwerende partij,

verder te noemen: de werkgever,

gemachtigde: mr. M.J.V. van Logten.

1 Het procesverloop

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  1. het verzoekschrift met producties, ter griffie ingekomen op 24 juli 2019;

  2. het verweerschrift met producties, ter griffie ingekomen op 30 augustus 2019;

  3. de bij brief van 6 september 2019 in het geding gebrachte producties zijdens de werknemer;

  4. e bij brief van 6 september 2019 in het geding gebrachte productie zijdens de werkgever.

1.2.

Op 11 september 2019 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Verschenen zijn de werknemer in persoon bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Namens de werkgever is verschenen [betrokkene] bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden. Beide partijen hebben pleitaantekeningen overgelegd en ten dele voorgedragen. Een schikking is niet bereikt.

1.3.

Aansluitend is een datum voor de uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

De werknemer is geboren op [geboortedag] 1964 (55 jaar) en sinds 16 januari 2017 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst, en per juli 2018 in de fulltime functie van [functie] tegen een salaris van € 10.000,00 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en verdere emolumenten (waaronder een bruto pensioenbijdrage, een mobiliteitsbijdrage en een jaarlijkse bonus).

2.2.

Onderdeel van de arbeidsovereenkomst vormt de Non Disclosure Agreement (hierna: NDA). In artikel 2 van de NDA staat, voor zover relevant, het volgende:

Recipient agrees that It will hold Discloser’s Confidential Information in strict confidence and use the same degree of care in protecting the confidentiality of Discloser’s Confidential Information that it uses to protect its own Confidential Information of like importance, but in no event less than reasonable care. In addition, Recipient agrees that it shall: […] (c) not copy any part of the Confidential Information or disclose any part of the Confidential Information to any person or entity other than its employees, agents and representatives who need the information to perform their duties in connection with the Project;

2.3.

Op 15 april 2019 is de werknemer op non-actief gesteld. Door de werkgever is aan de werknemer de reden mondeling medegedeeld.

2.4.

Per diezelfde datum is hem de toegang tot het pand en de ICT-omgeving van de werkgever ontzegt. De werknemer diende voorts zijn sleutel, laptop en het wachtwoord van de laptop af te geven aan de werkgever. De laptop is vervolgens door IT-forensisch expert (onderzoeksbureau InterPI Strongwood) meegenomen voor onderzoek.

2.5.

Bij brief van 17 april 2019 heeft de werknemer geprotesteerd tegen de non-actiefstelling.

2.6.

Bij brief van 18 april 2019 heeft de werkgever, in de persoon van [betrokkene] , de non-actiefstelling van de werknemer bevestigd. In dit brief staat, voor zover relevant, het volgende:

Afgelopen weekend heb ik aanwijzingen gekregen dat jij handelt of hebt gehandeld op een wijze die mogelijk (zeer) schadelijk is voor VTell. Meer concreet zijn er aanwijzingen dat je concurrerende werkzaamheden zou verrichten c.s. hebben verricht en/of betrokken zou zijn (geweest) bij een concurrerende onderneming en/of betrokken zou zijn bij het opzetten van een onderneming en/of op enige andere wijze hebt gehandeld die schadelijk is voor VTell.

[…]

Daarnaast zijn er aanwijzingen dat je in strijd met het geheimhoudingsbeding zoals opgenomen in artikel 11 van jouw arbeidsovereenkomst hebt gehandeld door informatie betreffende VTell met derden te delen, schriftelijk dan wel mondeling.

[…]

Mocht het juist zijn dat op enig voornoemde wijze door jou wordt gehandeld of is gehandeld, dan zal dit voor VTell reden zijn om over te gaan tot een ontslag op staande voet.

[…]

Gezien het feit dat je hebt ontkend dat je op de beschreven wijze handelt of hebt gehandeld, is hiernaar een onderzoek ingesteld door een onafhankelijke partij. In dat kader is jouw zakelijk laptop, die eigendom is van VTell, ingenomen.

Direct nadat het onderzoek is afgerond, zal uitsluitsel worden gegeven over de uitkomsten. Tot die tijd ben je op non-actief gesteld met behoud van salaris.

2.7.

Sinds 1 mei 2019 heeft de werknemer geen salaris en emolumenten meer ontvangen vanwege betalingsproblemen bij de werkgever.

2.8.

Op 7 juni 2019 wordt de werknemer door de werkgever uitgenodigd voor een gesprek op 11 juni 2019 om de bevindingen van het onderzoek door InterPI Strongwood te bespreken. Dat gesprek heeft niet plaatsgevonden. In plaats daarvan is door de werkgever aan de werknemer het zogenoemde proces-verbaal van de bevindingen van het onderzoek gezonden. Hierop heeft de werknemer gereageerd en onder andere opgemerkt dat de werknemer niet door de onderzoeker van InterPI Strongwood is gehoord.

2.9.

Op 11 juni 2019 heeft de werkgever het proces-verbaal van onderzoek door InterPI Strongwood ontvangen. In dat proces-verbaal staat, voor zover relevant, het volgende vermeld:

4.1

Doel van het onderzoek

Onderzoek naar ingenomen laptop.

4.4.3

Backups

Onderzoek wijst ook uit dat er diverse malen backups werden gedraaid op zowel de Windows omgeving als de hard externe schijf genaamd “External HD Rob 2T8”. Dit is een punt van aandacht, dit betreft betrouwbare zakelijke bestanden. Conform een ondertekende NDA is art 2 van toepassing. Zoals ik het lees mag de werknemer, in dit geval, [verzoeker] geen kopieën maken van informatie die het bedrijf heeft opgeslagen via hun eigen apparatuur inclusief laptop die in bezit is van werknemer.

Er zijn steevast kopieën van data van melder gemaakt naar een externe harde schijf die niet op locatie is aangetroffen.

2.10.

Op 14 juni 2019 heeft de werknemer een schriftelijke reactie gegeven op het proces-verbaal van InterPI Strongwood.

2.11.

Op 16 juni 2019 is de werknemer door de werkgever op staande voet ontslagen. In de brief van de werkgever aan de werknemer staat, voor zover relevant, het volgende:

Uit de rapportage blijkt dat door u structureel kopieën zijn gemaakt van de informatie op de door VTell ter beschikking gestelde laptop naar een externe gegevensdrager. […]

Deze kopieën bevatten onder meer bedrijfsgevoelige informatie betreffende VTell. Dit is in strijd met artikel 11 van de arbeidsovereenkomst en de Non-Disclosure Agreement (NDA, in het bijzonder artikel 2 onder c). De bedrijfsgevoelige informatie is door uw handelen buiten de onderneming van VTell geraakt, terwijl dit op basis van uw arbeidsovereenkomst en de geldende NDA verboden is. In dat kader is ook relevant dat het niet slechts een paar bestanden betreft, maar dat structureel de gehele bedrijfsvoering is gekopieerd naar een harde schijf die aan u in privé toebehoort.

[…] in uw schriftelijke reactie op de rapportage d.d. 14 juni 2019 heeft u zich op het standpunt gesteld dat het maken van de kopieën enkel in het bedrijfsbelang van VTell was. […] Voor zover het al noodzakelijk was dat back-ups werden gemaakt voor het door u aangegeven doel, dan rechtvaardigt dit nog niet dat dit gebeurt op een privé harde schijf die zich buiten het kantoor van VTell bevindt. […]

VTell neemt het kopiëren van de bestanden, het overtreden van de NDA en het vervolgens verzwijgen hiervan hoog op. Uw handelswijze heeft ertoe geleid dat het in u gestelde vertrouwen op ernstige wijze is geschonden. […]

VTell acht uw handelen onacceptabel en verwijtbaar. Elke bovengenoemde reden afzonderlijk, maar ook in onderlinge samenhang, levert voor VTell een dringende reden voor ontslag op. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst per heden, 16 juni 2019, eindigt. In de besluitvorming zijn uw persoonlijke omstandigheden meegewogen. […]

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] heeft zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, na wijziging van het verzoek, het volgende verzocht:

  1. voor recht te verklaren dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW in samenhang met artikel 7:677 BW;

  2. de werkgever te veroordelen tot betaling aan de werknemer van een billijke vergoeding van € 144.600,00 bruto;

  3. de werkgever te veroordelen tot betaling aan de werknemer van de transitievergoeding van € 10.041,66 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2019 tot aan de dag der voldoening;

  4. e werkgever te veroordelen tot betaling aan de werknemer van een gefixeerde schadevergoeding van € 18.075,00 bruto;

  5. de werkgever te veroordelen tot betaling aan de werknemer van een immateriële (schade)vergoeding van € 10.000,00 netto;

  6. de werkgever te veroordelen tot betaling aan de werknemer van het salaris van
    € 10.000,00 per maand bruto over de periode van 1 mei tot en met 16 juni 2019, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid;

  7. de werkgever te veroordelen tot betaling aan de werknemer van het vakantiegeld over de periode van 1 mei 2018 tot 1 mei 2019, zijnde een bedrag groot € 9.600,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 8W vanaf 31 mei 2019, alsmede van het vakantiegeld over de periode van 1 tot en met 16 juni 2019, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW vanaf 30 juni 2019;

  8. de werkgever te veroordelen de onder b tot en met g genoemde bedragen binnen veertien dagen na het wijzen van de beschikking aan de werknemer te betalen;

  9. de werkgever te veroordelen tot betaling aan de werknemer van de wettelijke rente over de onder b t/m g gevorderde bedragen vanaf de dag dat de werkgever met betaling in verzuim is tot aan de dag der algehele voldoening;

  10. de werkgever te veroordelen tot betaling aan de werknemer van de advocaatkosten ad
    € 3.423,31 te vermeerderen met 21% btw;

  11. de werkgever te gelasten om de privé bestanden aanwezig op de laptop die aan de werknemer in het kader van zijn functie ter beschikking was gesteld over te laten dragen door InterPI Strongwood binnen één week na de in deze zaak te wijzen beschikking, althans de werknemer in de gelegenheid te stellen binnen genoemde periode daarvoor zelf zorg te dragen door ter beschikking stelling van de laptop aan de werknemer, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.000,00 per dag dat de werkgever (daaronder tevens te verstaan InterPI Strongwood) daarmee in gebreke blijft;

  12. de werkgever te veroordelen tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de werknemer.

3.2.

Aan zijn verzoek heeft de werknemer ten grondslag gelegd (zakelijk weergegeven) dat zijn arbeidsovereenkomst in opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW aangezien geen sprake is van een dringende reden die het op 16 juni 2019 gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigt. Nu terugkeer onmogelijk is vanwege de door werkgever veroorzaakte reputatieschade bij de werknemer, maakt de werknemer aanspraak op een billijke vergoeding in plaats van vernietiging van het ontslag op staande voet te vragen. Verder is de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd aangezien de arbeidsovereenkomst langer dan twee jaar heeft geduurd. Op grond van artikel 7:672 lid 9 BW maakt de werknemer voorts aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding gelijk aan het in geld vastgestelde loon inclusief vakantietoeslag over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzeggen had behoren voort te duren. Ook heeft de werkgever met haar ernstig verwijtbare handelen de werknemer immateriële schade berokkend in de zin van artikel 6:106 BW, die voor vergoeding in aanmerking komt. Daarnaast maakt de werknemer nog aanspraak op zijn loon en vakantiegeld over de maanden mei en juni 2019 dat ten onrechte niet is uitbetaald door de werkgever.

3.3.

Op de overige stellingen van de werknemer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het verweer

4.1.

De werkgever heeft (zakelijk weergegeven) aangevoerd dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is nu sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW en voorts aan de formele vereisten is voldaan. De werknemer heeft geen recht op enige vergoeding aangezien het handelen van de werknemer is te kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen dan wel nalaten. Voor het overige is er geen grond tot toekenning van enige vergoeding. Daarnaast is de werkgever gelet op haar huidige financiële positie niet in staat om enige ontslagvergoeding te voldoen. Met een beroep op het habe nichts/habe wenig-principe verzoekt de werkgever de kantonrechter een eventueel vast te stellen billijke vergoeding aanzienlijk te matigen.

4.2.

Op de overige weren van de werkgever wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

Het ontslag op staande voet

5.1.

De reden die de werkgever ten grondslag heeft gelegd aan het aan de werknemer gegeven ontslag op staande voet is – getuige de brief van 16 juni 2019 – het kopiëren en buiten de onderneming brengen van bedrijfsgevoelige informatie. Naar het oordeel van de kantonrechter is evenwel niet gebleken dat de werknemer met het maken van een back-up van technische bestanden toebehorend aan de werkgever op een externe harde schijf toebehorend aan de werknemer in privé, kopiëren en verspreiden van bedrijfsgevoelige informatie kan worden verweten. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.2.

De werknemer heeft erkend dat hij via zijn werklaptop op zijn eigen externe harde schijf technische bestanden van de werkgever heeft opgeslagen, derhalve een back up heeft gemaakt, hetgeen ook wordt onderschreven door de onderzoeksresultaten van InterPI Strongwood. De externe harde schijf in kwestie is geen onderwerp van het onderzoek geweest.

5.3.

Gelet op de reden van het ontslag op staande voet, namelijk het kopiëren en buiten het bedrijf brengen van gegevens, is het opmerkelijk dat de externe harde schijf van de werknemer geen onderwerp van onderzoek was. Te meer ook gelet op de verklaring van de werknemer voor deze handelwijze. Als verklaring voor het opslaan van de technische bestanden op een eigen harde schijf heeft de werknemer namelijk aangevoerd dat bij eerdere migraties bestanden van de werkgever verloren zijn gegaan en ter voorkoming hiervan heeft hij als zodanig gehandeld toen een migratie werd aangekondigd. Een externe harde schijf van de werkgever was niet beschikbaar, aldus de werknemer. Verder heeft de werknemer ontkend de opgeslagen technische bestanden openbaar te hebben gemaakt, maar dat hij deze slechts heeft bewaard en na enige tijd van de harde schijf heeft verwijderd. De werkgever heeft daartegen aangevoerd dat de werknemer niet met deze verklaring kan volstaan, omdat – zo begrijpt de kantonrechter – de werknemer alsdan eraan voorbij gaat dat zijn handelwijze in strijd is met de NDA. Bovendien, aldus de werkgever, is deze verklaring in strijd met een eerdere verklaring van de werknemer waarin de werknemer heeft aangegeven niets te hebben gedaan dat tot schade zou kunnen leiden voor de werkgever.

5.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan het maken van een back up van de technische bestanden door de werknemer worden gekwalificeerd als het kopiëren, maar leidt het maken van een back up niet zonder meer tot de conclusie dat de werknemer bedrijfsgevoelige informatie buiten het bedrijf heeft gebracht in de zin van de NDA dan wel heeft verspreid aan derden. De werkgever heeft aan haar stelling dat de werknemer bedrijfsgevoelige informatie naar buiten heeft gebracht anders dan met het proces-verbaal van onderzoek door InterPI Strongwood, verder niet onderbouwd. Daarmee gaat de werkgever eraan voorbij dat voor de constatering dat de werknemer bedrijfsgevoelige informatie naar buiten heeft gebracht (het verwijt dat de werkgever de werknemer maakt en ten grondslag heeft gelegd aan het ontslag op staande voet) de vaststelling dat de werknemer een back up heeft gemaakt onvoldoende is.

5.5.

De slotsom van het voorgaande is dat naar het oordeel van de kantonrechter het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven.

5.6.

De werknemer heeft niet verzocht het ontslag op staande voet te vernietigen, maar hij heeft verzocht te verklaren voor recht dat de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW in samenhang met artikel 7:677 BW en in aansluiting daarop verzoekt de werknemer hem een billijke vergoeding toe te kennen (artikel 7:681 BW). De verzochte verklaring (verzochte sub a.) is toewijsbaar. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd tot 16 juni 2019, waardoor tot die datum op de werkgever de loondoorbetalingsverplichting rust. Het door de werknemer verzochte loon en vakantiegeld over de periode vanaf 1 mei tot 16 juni 2019 is toewijsbaar (verzochte sub f. en g.). Aangezien de werkgever in verzuim is met voldoening daarvan, is daarover de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente verschuldigd (verzochte sub i.). De kantonrechter zal het percentage van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW matigen tot 10%, omdat dat de werknemer in ieder geval sinds 15 april 2019 geen werkzaamheden meer heeft verricht en tegenover het loon derhalve geen werkzaamheden staan. Hieronder dient voorts nog beoordeeld te worden of, en zo ja, tot welk bedrag, de werknemer een transitievergoeding (verzochte sub c.), billijke vergoeding (verzochte sub b.), gefixeerde schadevergoeding (verzochte sub d.) en immateriële (schade)vergoeding (verzochte sub e.) toekomt.

Transitievergoeding

5.7.

Uit artikel 7:673 lid 1 BW volgt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd is indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en, zoals in casu het geval, door de werkgever is opgezegd. Aangezien de arbeidsovereenkomst van de werknemer meer dan 24 maanden heeft geduurd, kan hij aanspraak maken op de transitievergoeding. Het verweer van de werkgever dat het handelen van de werknemer dient te worden gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar handelen, verwerpt de kantonrechter. Zoals hierboven reeds overwogen, is niet gebleken dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld. Tegen de hoogte van de verzochte transitievergoeding heeft de werkgever verder geen zelfstandig verweer gevoerd. De verzochte transitievergoeding van

€ 10.041,66 bruto is dan ook toewijsbaar, met de daarover gevorderde wettelijke rente.

Billijke vergoeding

5.8.

Zoals hiervoor is overwogen heeft de werknemer verzocht aan hem ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toe te kennen als bedoeld in artikel 7:681 BW. Aanspraak van een werknemer op een billijke vergoeding ontstaat als de werkgever van het ontslag als zodanig een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Bij die beoordeling spelen niet alleen de omstandigheden waaronder de beëindiging van het dienstverband plaatsvond een rol, maar ook de gevolgen ervan kunnen bij de bepaling van de omvang van de billijke vergoeding een rol spelen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend naast een toegekende transitievergoeding in het geval de werkgever van het ontslag als zodanig een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

5.9.

Met de vaststelling dat geen sprake is van een rechtsgeldig gegeven ontslag, is het ernstig verwijtbaar handelen van werkgever een gegeven. Hiervoor dient werknemer gecompenseerd te worden.

5.10.

Ten aanzien van de verzochte hoogte van de billijke vergoeding heeft de werknemer aangevoerd dat aansluiting moet worden gezocht bij de inkomens- en pensioenschade die de werknemer schattenderwijs zal lijden tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd. Door toedoen van de werkgever is de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord terwijl de werknemer met zijn leeftijd van 58 jaar en een beschadigde reputatie waarschijnlijk geen vergelijkbare baan met een bijbehorend inkomen zal vinden, in ieder geval niet op korte termijn. De werkgever heeft daartegen aangevoerd dat als de arbeidsovereenkomst niet zou eindigen door het gegeven ontslag op staande voet, deze per 1 oktober 2019 in ieder geval zou zijn geëindigd. Gelet op de slechte financiële situatie waarin de werkgever verkeert en de van het UWV verkregen toestemming ten aanzien van andere werknemers van de werkgever in vergelijkbare gevallen, mag worden verondersteld dat het UWV ook toestemming zou hebben gegeven voor het ontslag de van werknemer. Vanwege het gegeven ontslag op staande voet, heeft de werkgever het verzoek tot toestemming voor het ontslag van de werknemer bij het UWV ingetrokken. Verder heeft de werkgever aangevoerd dat de slechte financiële situatie ertoe leidt dat zij gewoonweg niet in staat is enige ontslagvergoeding te voldoet en deze dus aanzienlijk gematigd dient te worden.

5.11.

Naar het oordeel van de kantonrechter is de verstandhouding tussen de werkgever en de werknemer door de opstelling van de werkgever onder druk komen te staan. De werkgever heeft ter zitting erkend dat het onderzoek door InterPI Strongwood “rammelt”. Zo is de werknemer niet gehoord tijdens het onderzoek en is de externe harde schijf van de werknemer (waarop de bedrijfsgevoelige informatie is opgeslagen) niet betrokken in het onderzoek terwijl niet wordt verantwoord waarom de arbeidsovereenkomst wel onderdeel uitmaakt van het onderzoek. Vervolgens worden er door de onderzoeker conclusies getrokken die niet als gebruikelijk kunnen worden gekwalificeerd voor een IT-expert. Immers, het antwoord op de vraag of de werknemer zich houdt aan de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst en de NDA is aan de werkgever en uiteindelijk aan de kantonrechter. Niettemin heeft de werkgever naar aanleiding van dit onderzoek de werknemer op staande voet ontslagen. Zoals de kantonrechter reeds tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven is een ontslag op staande voet met haar ingrijpende gevolgen een ultimum remedium, terwijl de omstandigheden van dit geval een dergelijk ontslag niet rechtvaardigen. Dit kan de werkgever verweten worden. Het verweer van de werkgever dat de arbeidsovereenkomst in ieder geval per 1 oktober 2019 zou zijn geëindigd, verwerpt de kantonrechter. Gegeven is dat er geen toestemming van het UWV is voor het ontslag van werknemer en er thans ook geen verzoek daartoe ligt bij het UWV. Dat ten aanzien van meerdere werknemers van werkgever het UWV toestemming heeft gegeven voor hun ontslag, acht de kantonrechter onvoldoende doorslaggevend om dat dan ook zonder meer aan te nemen ten aanzien van werknemer.

5.12.

Alles overwegende acht de kantonrechter een vergoeding van € 84.350,00 (zeven bruto maandsalarissen inclusief emolumenten van € 12.050,00) billijk. Bij de hoogte van dit bedrag weegt ook mee de leeftijd van de werknemer en de functie die hij bekleedde bij werkgever, maar is ook de benarde financiële situatie waarin de werkgever verkeert meegenomen. Toegewezen wordt derhalve een billijke vergoeding van € 84.350,00 bruto, te vermeerderen met de daarover gevorderde wettelijke rente.

Gefixeerde schadevergoeding

5.13.

Nu het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, heeft de werknemer aanspraak op een gefixeerde schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 9 BW doordat de werkgever in strijd met de geldende opzegtermijnen, de arbeidsovereenkomst tegen een eerdere dag heeft opgezegd dan tussen partijen gold. Het verweer van de werkgever dat zij op rechtsgeldige wijze is overgegaan tot opzegging waardoor geen aanleiding voor toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, wordt derhalve verworpen.

5.14.

De werknemer heeft verzocht om een bedrag van € 18.075,00 bruto, zijnde 1½ maand x € 12.050,00 bruto. Er gold tussen werkgever en werknemer namelijk een opzegtermijn van één maand en er kon alleen tegen het einde van de maand worden opgezegd. Hiertegen heeft de werkgever verder geen verweer gevoerd. De verzochte gefixeerde schadevergoeding is derhalve toewijsbaar, te vermeerderen met de daarover gevorderde wettelijke rente.

Immateriële (schade)vergoeding

5.15.

De verzochte immateriële (schade)vergoeding zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. Dat de werkgever er alles aan gelegen is geweest de werknemer zoveel mogelijk te beschadigen en de werknemer publiekelijk aan de schandpaal heeft genageld in de telecomwereld, is niet aannemelijk gemaakt door de werknemer. Ook is niet door de werknemer onderbouwd welke schade of welk ander nadeel hij in dat geval heeft geleden. De handelwijze van de werkgever is weliswaar te kwalificeren als ernstig verwijtbaar in het kader van een beoordeling over de rechtsgeldigheid van het gegeven ontslag op staande voet, maar uit die handelwijze kan niet zonder meer worden afgeleid dat de werkgever het oogmerk had de werknemer ook ander nadeel dan vermogensschade toe te brengen. Daarbij komt dat het oogmerk gericht moet zijn op het toebrengen van specifiek die schade. Dit alles is de kantonrechter niet gebleken, om reden waarvan de verzochte immateriële (schade)vergoeding niet toewijsbaar is.

Ter beschikking stellen privé bestanden

5.16.

Het verzoek van de werknemer zijn privé bestanden op de laptop toebehorend aan de werkgever ter beschikking te stellen, is niet bestreden. Dit verzoek zal dan ook als onweersproken worden toegewezen.

Proceskosten

5.17.

De werkgever zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, zoals hieronder in het dictum vermeld. Voor wat betreft de verzochte daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten ziet de kantonrechter in onderhavige zaak geen bijzondere aanknopingspunten om af te wijken van de hoofdregel dat alleen het salaris conform het gebruikelijke tarief wordt gehanteerd.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart voor recht dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW in samenhang met artikel 7:677 BW;

6.2.

veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van een billijke vergoeding van € 84.350,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de 15e dag na deze beschikking tot aan de dag der algehele voldoening;

6.3.

veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van de transitievergoeding van € 10.041,66 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2019 tot aan de dag der voldoening;

6.4.

veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van een gefixeerde schadevergoeding van € 18.075,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de 15e dag na deze beschikking tot aan de dag der algehele voldoening;

6.5.

veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van het salaris van
€ 10.000,00 per maand bruto over de periode van 1 mei tot en met 16 juni 2019, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW gematigd tot 10% vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid en nog te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag dat de werkgever met betaling in verzuim is tot aan de dag der algehele voldoening;

6.6.

veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van het vakantiegeld over de periode van 1 mei 2018 tot 1 mei 2019, zijnde een bedrag groot € 9.600,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW gematigd tot 10% vanaf 31 mei 2019, alsmede van het vakantiegeld over de periode van 1 tot en met 16 juni 2019, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW gematigd tot 10% vanaf 30 juni 2019 en nog te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag dat de werkgever met betaling in verzuim is tot aan de dag der algehele voldoening;

6.7.

veroordeelt de werkgever de sub 6.2. tot 6.6. genoemde bedragen binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking aan de werknemer te betalen;

6.8.

gelast de werkgever de privé bestanden aanwezig op de laptop die aan de werknemer in het kader van zijn functie ter beschikking was gesteld over te laten dragen door InterPI Strongwood binnen één week na betekening van deze beschikking, althans de werknemer in de gelegenheid te stellen binnen voornoemde periode daarvoor zelf zorg te dragen door ter beschikking stelling van de laptop aan de werknemer, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.000,00 per dag dat de werkgever daarmee in gebreke blijft;

6.9.

veroordeelt de werkgever tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de werknemer tot en met vandaag vaststelt op € 1.081,00, te weten:

griffierecht € 81,00;

salaris gemachtigde € 1.000,00;

6.10.

verklaart deze beschikking ten aanzien van sub 6.2. tot en met 6.6. en 6.9. uitvoerbaar bij voorraad;

6.11.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.C. Vink, kantonrechter en op 8 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.