Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:11094

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-10-2019
Datum publicatie
04-11-2019
Zaaknummer
NL19.10641, NL19.10643, NL19.10645 en NL19.10647
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag tot verlening verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: NL19.10641, NL19.10643, NL19.10645 en NL19.10647


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2019 in de zaak tussen

[eiser 1] , eiser, V-nummer [V-nummer]

[eiseres 1] , eiseres 1, V-nummer [V-nummer]

mede namens haar minderjarige kind [X] , geboren op [geboortedatum] 2010, Macedonische nationaliteit, V-nummer [V-nummer]

[eiseres 2] , eiseres 2, V-nummer [V-nummer]

mede namens haar minderjarige kind [Y] , geboren op [geboortedatum] 2017,

Macedonische nationaliteit, V-nummer [V-nummer]

[eiseres 3] , eiseres 3, V-nummer [V-nummer]

tezamen eisers

(gemachtigde: mr. A. Akhiat),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E.P.C. van der Weijden).


Procesverloop
Bij besluiten van 2 mei 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Het inreisverbod geldt niet voor de minderjarige kinderen.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL19.10642, NL19.10644, NL19.10646 en NL19.10648, plaatsgevonden op 10 oktober 2019. Eiser en eiseres 1 zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Eiseres 2 en eiseres 3 hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen N. Rasic. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1974 en zijn echtgenote, eiseres 1, op [geboortedatum] 1981. Hun dochter eiseres 2 is geboren op [geboortedatum] 1996 en hun dochter eiseres 3 op [geboortedatum] 2000. Zij hebben allen de Macedonische nationaliteit.

2. Eisers hebben hun asielaanvragen op 18 april 2019 ingediend en daaraan – samengevat weergegeven – ten grondslag gelegd dat zij Roma zijn en dat eiser op 3 augustus 2009 op zijn werk als beveiliger van een casino is aangevallen en bedreigd met een pistool. De aanval was door wraak ingegeven, vanwege het feit dat eiser tijdens de oorlog in het leger van Macedonië heeft gediend tegen groeperingen (UCK/ANA/ONA) die nu in de regering aldaar vertegenwoordigd zijn. In oktober 2010 zijn eiseres 2 en haar zus door vermoedelijke UCK/ANA/ONA leden belaagd, omdat de leden naar eiser op zoek waren. Het gezin verhuisde vervolgens naar [woonplaats] en verliet uit angst een jaar later Macedonië. In 2013 keerde het gezin voor korte duur terug naar Macedonië om vervolgens uit angst opnieuw het land te verlaten. Daarnaast is er in mei en oktober 2017 ingebroken in de woning van eisers in Macedonië. Eiseres 2 heeft daarnaast aangevoerd dat zij problemen heeft ondervonden met haar ex-partner en vader van haar zoon.

Ter onderbouwing van het relaas zijn de volgende documenten overgelegd:

- een verklaring van het Macedonische ministerie van Defensie over eisers dienstplicht van 30 oktober 2013;

- een verklaring over eisers dienstverband als beveiliger van 17 augustus 2009;

- een Franstalige vertaling van een document van de politie over de aanval in het casino van 21 september 2011;

- een licentiebewijs van eisers werkzaamheden als beveiliger;

- twee artikelen van Infomax over de samenwerking van premier Zaev met commandant Hoxha en met terroristische groeperingen uit Kosovo van 9 mei 2018 en 9 mei 2017;

- een verklaring gestempeld door een chirurg over de klachten en de daaropvolgende behandeling van eiseres 2 van 12 november 2010;

- een Franstalige transcriptie van een video van een hoge Albanese functionaris van 10 mei 2018;

- Franse en Duitse medische documenten over de medische gesteldheid van eiser en eiseres 1.

3. Het asielrelaas van eisers bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- hun identiteit, nationaliteit en herkomst;

- bedreiging van eiser door vermoedelijke UCK/ANA/ONA leden op 3 augustus 2009;

- aanval op eiseres 2 en haar zus door vermoedelijke UCK/ANA/ONA leden in oktober 2010 respectievelijk 2011;

- definitief vertrek uit Macedonië in augustus 2013 toen bekend werd dat UCK/ANA/ONA leden veel macht kregen in het land;

- gestelde problemen van eiseres 2 met de ex-partner en vader van haar zoon;

- inbraken in de woning van eisers in Macedonië in mei en oktober 2017.

4. Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst alsmede hun Roma-afkomst geloofwaardig geacht, evenals dat eisers in augustus 2013 zijn teruggekeerd naar Macedonië en na een week weer zijn vertrokken. De overige relevante elementen zijn door verweerder niet geloofwaardig geacht, gelet op het ontbreken van een gedegen onderbouwing en tegenstrijdige verklaringen van eisers. Verweerder beschouwt Macedonië voorts als veilig land van herkomst en stelt dat eisers er gelet op het voorgaande niet in zijn geslaagd aannemelijk te maken dat zij desondanks in Macedonië te vrezen hebben voor problemen die internationale bescherming rechtvaardigen.

5. Eisers kunnen zich niet met de bestreden besluiten verenigen. Eisers voeren hiertoe aan dat verweerder ten onrechte de gebeurtenissen die ten grondslag liggen aan het asielrelaas niet geloofwaardig heeft geacht. Zij hebben het door hen gestelde gevaar en hun angst uitgebreid onderbouwd en verwijzen hierbij naar de onder 2. genoemde documenten. Dat deze documenten geen harde bewijzen vormen, doet volgens eisers niet af aan het feit dat zij wel degelijk bijdragen aan de aannemelijkheid van het door eisers verhaalde. Eisers verwijzen nogmaals naar al hetgeen reeds in de correcties en aanvullingen van de rapporten van de gehoren veilig land van herkomst en in de zienswijzen is aangevoerd.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

6.1.

Verweerder is in het bestreden besluit ingegaan op de door eisers naar voren gebrachte zienswijze. In beroep hebben eisers weliswaar verwezen naar hun zienswijze maar niet nader gemotiveerd dat en in welke zin verweerder in zijn reactie hierop tekort is geschoten. Reeds hierom kan deze beroepsgrond niet slagen.

6.2.

Bij uitspraak van 12 januari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:62) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat verweerder Macedonië terecht heeft aangemerkt als veilig land van herkomst. Er bestaat derhalve een algemeen rechtsvermoeden dat vreemdelingen uit Macedonië geen internationale bescherming nodig hebben. Het ligt op de weg van de vreemdelingen om aannemelijk te maken dat Macedonië in hun specifieke situatie toch niet veilig is. Hiervoor geldt een hoge drempel vanwege het eerder genoemde rechtsvermoeden. Dit laat onverlet dat verweerder wat de vreemdelingen aanvoeren over hun specifieke individuele omstandigheden zal moeten onderzoeken en zal moeten motiveren of dit er al dan niet toe leidt dat Macedonië voor de vreemdelingen niet veilig is.

6.3.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eisers er niet in zijn geslaagd om de gestelde gebeurtenissen die zij ten grondslag hebben gelegd aan het asielrelaas aannemelijk te maken en dat de overgelegde documenten onvoldoende zijn ter onderbouwing van het relaas. Hoewel verweerder niet ongeloofwaardig heeft geacht dat eiser militair is geweest, acht verweerder het niet aannemelijk dat de gestelde incidenten als gevolg van eisers oorlogsverleden door wraak zouden zijn ingegeven.

Zo valt uit het document van de politie over de vermeende aanval op 3 augustus 2009 enkel op te maken dat eiser als slachtoffer zijdelings bij een (roof)overval betrokken is geweest. Bovendien is niet ondenkbaar dat een casinobeveiliger betrokken raakt bij een dergelijke overval. Hierdoor heeft verweerder terecht gesteld dat er onvoldoende basis is om aan te nemen dat de overval werd gepleegd door iemand die het op eiser gemunt had vanwege zijn oorlogsverleden. Verweerder heeft zich vervolgens terecht op het standpunt gesteld dat eiser bij gebrek aan onderbouwing niet aannemelijk heeft gemaakt dat het politierapport niet betrouwbaar is, omdat de politie aan de kant van de overvaller zou staan.

De verklaring over eisers dienstverband als beveiliger van 17 augustus 2009 die volgens eiser is afgegeven toen hij zich na de aanval niet meer veilig voelde in zijn werk, draagt evenmin bij aan de aannemelijkheid van het relaas. Uit het document volgt dat deze verklaring is afgegeven om te dienen voor het aanvragen van sociale huisvesting. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het causale verband tussen dit document en de vermeende aanval door iemand die het op eiser gemunt heeft vanwege zijn oorlogsverleden niet is aangetoond. De verklaring van eiser dat zijn werkgever er zomaar iets op heeft gezet en dat het nergens op slaat, heeft verweerder terecht ontoereikend bevonden om anders te concluderen.

Verweerder heeft voorts terecht overwogen dat nu de gestelde problemen van eiser niet geloofwaardig zijn geacht, evenmin geloofwaardig is dat eiseres 2 en haar zus als gevolg van die problemen belaagd zouden zijn. Daar komt bij dat eiser en eiseressen 1 en 2 tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd over het moment waarop dit incident plaats zou hebben gevonden en over wat er daarna is gebeurd. Eiseressen 1 en 2 stellen dat dit in 2011 was en dat zij kort daarna Macedonië hebben verlaten, terwijl eiser stelt dat de aanval in oktober 2010 plaatsvond en dat hij zijn gezin diezelfde dag naar [woonplaats] heeft gehaald en ze daar nog een jaar hebben gewoond voordat ze uit Macedonië vertrokken. Ook de medische stukken die toezien op een medische behandeling van eiseres 2 dragen niet bij aan de geloofwaardigheid van het relaas. Naast dat de overlegde medische stukken zien op een medische behandeling van eiseres 2 in 2010, hetgeen niet strookt met het door eiseressen 1 en 2 genoemde moment van het incident, heeft verweerder daarnaast terecht opgemerkt dat ook de inhoud van de medische stukken nauwelijks te rijmen valt met de verklaringen van eiseres 2 hierover. In de overgelegde medische stukken wordt er melding van gemaakt dat eiseres 2 veel blauwe plekken had, hoofdpijn had en geslagen zou zijn met een houten voorwerp. Eiseres 2 heeft echter verklaard dat zij tijdens de vermeende aanval was vastgepakt, door elkaar was geschud en haar werd gevraagd waar eiser was. Zij zou daarbij een paar klappen in het gezicht hebben gekregen. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de verklaringen van eisers over dit relevante element niet ten onrechte niet geloofwaardig kunnen achten.

Ten aanzien van eisers stelling dat het geenszins bevreemdend is dat eiseres 2 verklaringen heeft afgelegd die afwijken van de verklaringen van eiser gezien haar jonge leeftijd ten tijde van de vermeende gebeurtenissen, is de rechtbank met verweerder van oordeel dat het tijdsverloop geen verschoonbare reden is. Het enkele feit dat de gebeurtenissen inmiddels ver in het verleden hebben plaatsgevonden, is onvoldoende om de tegenstrijdigheden te kunnen rechtvaardigen. Verweerder heeft terecht overwogen dat het immers gaat om gebeurtenissen die de basis voor de asielaanvragen vormen.

Ten slotte heeft verweerder eisers stelling dat het weinig zinvol is om zich tot de autoriteiten te wenden omdat hij ervan overtuigd is dat die autoriteiten worden aangestuurd door wat hij ziet als de vijand, terecht geen verschoonbare reden geacht nu eiser niet in zijn stelling wordt gevolgd dat UCK/ANA/ONA leden het op hem gemunt hebben vanwege zijn oorlogsverleden. Bovendien overweegt de rechtbank dat nu eiser heeft nagelaten zich bij de Macedonische autoriteiten te beklagen en hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat klagen bij de autoriteiten voor hem niet mogelijk zal zijn, niet is gebleken dat de autoriteiten hem bij voorbaat niet zouden kunnen of willen helpen.

6.4.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft onderzocht en gemotiveerd dat de verklaringen van eisers er niet toe leiden dat in hun geval Macedonië niet als veilig land van herkomst kan worden beschouwd. Verweerder heeft de aanvragen van eisers derhalve op goede gronden afgewezen als kennelijk ongegrond.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Frieling, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.