Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:10949

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-10-2019
Datum publicatie
10-12-2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 3716
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2020:860, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Eiser heeft geparkeerd in een straat waar alleen geparkeerd mag worden met een dagvergunning, maar heeft parkeerbelasting voldaan voor twee uur. Er is een naheffingsaanslag opgelegd, omdat te weinig parkeerbelasting is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank geeft de bebording ter plaatse niet voldoende duidelijk aan welk parkeerregime geldt en is het niet duidelijk dat in de straat alleen met dagvergunning geparkeerd mag worden. Beroep gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 10-12-2019
V-N Vandaag 2019/2831
FutD 2019-3303
NTFR 2020/567
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 19/3716

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

8 oktober 2019 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [A] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Delft, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 15 mei 2019 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2019.

Namens eiser is zijn gemachtigde verschenen, bijgestaan door [B] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [C] .

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vernietigt de naheffingsaanslag;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.

Overwegingen

1. Op 4 mei 2019 om 14.08 uur stond de auto van eiser met kenteken [kenteken] (de auto) geparkeerd op de [straat] te [plaats] . Deze locatie is door de raad van de gemeente Delft aangewezen als parkeerplaats waar alleen geparkeerd mag worden met een vergunning dan wel tegen betaling van € 29,50 per periode van 24 uur of een gedeelte daarvan (dagvergunning). Ter zake van het parkeren was € 3,70 parkeerbelasting voldaan voor de periode van 12.24 uur tot 14.24 uur.

2. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat niet geparkeerd was met een dagvergunning. Naar aanleiding daarvan is de naheffingsaanslag opgelegd.

3. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

4. Eiser stelt dat aan het begin van de [straat] een bord staat waarop vermeld staat dat er in die straat geparkeerd mag worden met een vergunning of door betaling van parkeerbelasting per uur. Dat er in die straat alleen met een dagvergunning mocht worden geparkeerd was voor eiser dan ook onvoldoende kenbaar. Eiser onderbouwt zijn stelling met een afbeelding afkomstig van Google Streetview en een foto van het parkeerbord die gemaakt is op de dag van het opleggen van de naheffingsaanslag.

5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser naar een te laag tarief parkeerbelasting heeft voldaan. Onder verwijzing naar een overgelegde foto van de betreffende straat stelt verweerder dat eiser bij het inrijden van de straat een bord gepasseerd is waarop staat dat in de [straat] alleen geparkeerd mag worden met een dagvergunning.

6. De rechtbank stelt voorop dat van een parkeerder mag worden verwacht dat hij zich ter plaatse op de hoogte stelt van het op de parkeerlocatie van toepassing zijnde parkeerregime (vgl. Gerechtshof ’s-Gravenhage 18 oktober 2002, ECLI:NL:GHDHA:2002:AS2261). Het bestaan van de verplichting om parkeerbelasting voor een locatie te voldoen kan blijken uit de aanwezigheid van parkeerapparatuur bij of in de nabijheid van de parkeerplaats, maar ook uit borden of andere aanwijzingen bij of in de directe omgeving van de parkeerplaats op zo’n wijze dat over de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor die parkeerplaats redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan. Van geval tot geval dient te worden beoordeeld of aan deze laatste voorwaarde is voldaan (vgl. Hoge Raad 22 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3126). Van verweerder mag daarentegen worden verwacht dat onder andere door middel van bebording en aanduidingen op parkeerapparatuur, het ter plaatse geldende parkeerregime voldoende duidelijk is aangegeven.

7. Uit de verklaringen van eiser en uit de overgelegde afbeeldingen van Google Streetview en de foto kan afgeleid worden dat het bord twee kanten heeft. Het bord dat in de rijrichting staat bij het inrijden van de [straat] is de kant van het bord waarop vermeld staat dat uitsluitend met een dagvergunning kan worden geparkeerd. Eiser heeft na het parkeren van de auto echter de andere (verkeerde) kant van het bord gezien (vanuit de [straat] ), waarop staat dat zowel met een vergunning als tegen betaling per uur kan worden geparkeerd. Dat bord vermeldt, zo heeft verweerder verklaard, echter het parkeerregime in de Hugo de Grootstraat. Nu uit het betreffende bord, dat in de [straat] is geplaatst, niet kan worden afgeleid dat het daarop vermelde parkeerregime voor een andere straat geldt en dit het enige bord is dat voor eiser na het parkeren van de auto zichtbaar was, hoefde eiser er niet op bedacht te zijn dat in de [straat] wellicht een ander parkeerregime gold dan op dat bord vermeld stond. Dat eiser bij het inrijden van de straat de andere (juiste) kant van het bord gepasseerd is, maakt dit niet anders. De rechtbank is daarom van oordeel dat ter plaatse niet voldoende duidelijk is aangegeven welk parkeerregime geldt en dat in de [straat] alleen met dagvergunning geparkeerd mag worden. De naheffingsaanslag kan daarom niet in stand blijven.

8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep gegrond verklaard.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat geen kosten zijn gesteld.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E. Schotte, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Baak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.