Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:10776

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-10-2019
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
C/09/557117 / FA RK 18-5358
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

erkenning Thaise adoptie o.g.v. artikel 10:108 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5462
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 18-5358

Zaaknummer: C/09/557117

Datum beschikking: 14 oktober 2019

Erkenning adoptie en inschrijving geboorteakte

Beschikking op het op 20 juli 2018 ingekomen verzoekschrift van:

[Y] en [X] ,

verzoeker en verzoekster, hierna tezamen aan te duiden als verzoekers,

wonende te Thailand,

advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar (voorheen mr. J. de Haan).

Als belanghebbende ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van geboortegegevens wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift;

- de brief van 7 september 2018 van de ambtenaar;

- de brief van 13 september 2018 met aanvullend verzoek;

- de brief van 9 oktober 2018 met bijlagen van de zijde van verzoekers;

- de brief van 24 oktober 2018, met bijlagen, van de zijde van verzoekers;

- de brief van 13 november 2018 van de ambtenaar.

Op 7 januari 2019 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoeker met zijn advocaat en de heer [naam] namens de ambtenaar. Van wat ter zitting is besproken is een proces-verbaal opgemaakt waarvan een afschrift naar partijen is verzonden.

Na de zitting zijn de volgende stukken ontvangen:

  • -

    het bericht van 10 januari 2019 van de zijde van verzoekers;

  • -

    het bericht van 1 maart 2019 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief van 4 maart 2019, met bijlagen, van de zijde van verzoekers.

Op 9 september 2019 is de behandeling, op een zitting van de meervoudige kamer, voortgezet. Hierbij zijn verschenen: verzoeker met zijn advocaat en de heer [naam] namens de ambtenaar.

Verzoek en verweer

Het verzoek – zoals dat thans luidt – strekt ertoe:

  • -

    primair: de Registration of Adoption van de gemeente [plaatsnaam] , Thailand, te erkennen en om te zetten in een sterke adoptie waardoor verzoekers, als adoptiefouders, ook naar Nederlands recht in familierechtelijke betrekking zullen komen te staan tot [minderjarige] oorspronkelijk genaamd [oorspr.naam mj] .

  • -

    subsidiair: indien het onder punt 1 verzochte niet voor beide verzoekers toewijsbaar is de Registration of Adoption van de gemeente [plaatsnaam] , Thailand, te erkennen en om te zetten in een sterke adoptie, waardoor verzoeker [Y] als adoptiefouder, ook naar Nederlands recht in familierechtelijke betrekking zal komen te staan tot [minderjarige] oorspronkelijk genaamd [oorspr.naam mj] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] Thailand.

  • -

    meer subsidiair: indien het onder punt 1 en 2 niet toewijsbaar is, subsidiair uit te spreken de adoptie van [minderjarige] – oorspronkelijk genaamd [oorspr.naam mj] – op grond van artikel 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW), waardoor verzoekers, als adoptiefouders, naar Nederlands recht in familierechtelijke betrekking tot [minderjarige] zullen komen te staan.

  • -

    de (oorspronkelijke) geboortegegevens van [minderjarige] vast te stellen, voor zover het bijgesloten geboortecertificaat van [minderjarige] niet vatbaar is voor inschrijving in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand van de gemeente

’s-Gravenhage,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Ten aanzien van de erkenning van de Thaise adoptie heeft de ambtenaar zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Tegen een last tot inschrijving van de Thaise geboorteakte in de registers van de burgerlijke stand heeft de ambtenaar geen bezwaar.

Feiten

- Blijkens de overgelegde stukken heeft verzoeker de Nederlandse nationaliteit,

heeft verzoekster de Nederlandse en de Thaise nationaliteit en heeft [minderjarige] de Thaise nationaliteit.

- Verzoeker woont afwisselend in Nederland en in Thailand. Verzoekster woont met de minderjarige in Thailand.

Beoordeling

Rechtsmacht

Nu verzoeker in Nederland zijn woonplaats heeft en aangeeft dat het de bedoeling is dat zijn vrouw met [minderjarige] ook naar Nederland komen om hier te wonen, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 3, aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd om op het verzoek te beslissen.

Erkenning buitenlandse adoptie

De rechtbank dient (ambtshalve) te toetsen of de naar Thais recht tot stand gekomen adoptie van [minderjarige] van rechtswege in Nederland wordt erkend of voldoet aan de voorwaarden voor erkenning, hetzij op grond van het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (Trb. 1993, 197, hierna: Haags Adoptieverdrag), hetzij, als dat verdrag niet van toepassing is, op grond van artikel 10:108 BW of artikel 10:109 BW.

Het Haags Adoptieverdrag, voor Nederland in werking getreden op 1 oktober 1998 en voor Thailand op 29 april 2004, is niet van toepassing nu hier geen sprake is van een interlandelijke adoptie maar van een binnenlandse adoptie naar het interne recht van Thailand. Het verzoek om tot erkenning van deze Thaise adoptie over te gaan dient daarom te worden beoordeeld aan de hand van de vereisten van artikel 10:108 BW. Dit artikel bepaalt in lid 1 dat een in het buitenland gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen in Nederland van rechtswege wordt erkend indien zij is uitgesproken door:

  1. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s) en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of

  2. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s), hetzij het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden.

Het tweede lid bepaalt dat aan een beslissing houdende adoptie erkenning wordt onthouden indien:

  1. an die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan; of

  2. in het geval, bedoeld in lid 1 onder b, de beslissing niet is erkend in de staat waar het kind onderscheidenlijk de staat waar de adoptiefouder(s) zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of

  3. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.

Lid 3 bepaalt dat op de in lid 2 onder c genoemde grond aan een beslissing houdende adoptie in elk geval erkenning wordt onthouden indien de beslissing kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft. Lid 4 bepaald dat de erkenning van de beslissing, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet op de in lid 2 onder c genoemde grond kan worden geweigerd enkel omdat daarop een ander recht is toegepast dan uit de bepalingen van afdeling 2 van Boek 10 zou zijn gevolgd.

Op de in Thailand gegeven adoptiebeslissing zijn de Thaise Adoptiewet en § 1598/19 tot en met 1598/37 van het Thais Burgerlijk en Handelswetboek van toepassing. Volgens § 1598/27 van het Thais Burgerlijk en Handelswetboek verkrijgt de Thaise adoptie rechtskracht door inschrijving in het familieregister. Gelet op de door verzoekers overgelegde Registrations of Child Adoption, beide gedateerd op 23 december 2013, voorzien van de benodigde legalisaties, gaat de rechtbank ervan uit dat de adoptie in Thailand is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit en dat de beslissingen rechtskracht hebben gekregen door inschrijving in het familieregister. Nu voorts vast staat dat verzoekers en de minderjarige zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de beslissing de gewone verblijfplaats in Thailand hadden, is de rechtbank van oordeel dat aan het vereiste van artikel 10:108 lid 1 BW is voldaan.

Nu voorts niet is gebleken dat één van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 10:108 lid 2 of lid 3 BW zich voordoet, komt de rechtbank tot het oordeel dat aan de voorwaarden voor erkenning als bedoeld in voornoemd artikel is voldaan. De rechtbank zal dan ook het verzoek tot erkenning van de Thaise adoptie toewijzen.

Omzetting

Ingevolge artikel 10:110 BW houdt de erkenning van een buitenslands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen tevens in de erkenning van de familierechtelijke betrekking tussen de adoptiefouders en het kind en het gezag van de adoptiefouders over het kind. Ingeval de adoptie in de staat waar zij plaatsvond niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, mist de adoptie ook in Nederland dat gevolg, dit betreft een zogenoemde zwakke adoptie. Ingevolge artikel 10:111 BW kan in die situatie een verzoek tot omzetting van de buitenslands tot stand gekomen adoptie in een adoptie naar Nederlands recht worden ingediend, indien het kind gewone verblijfplaats heeft in Nederland en daar voor permanent verblijf bij de adoptiefouders is toegelaten.

Een Thaise adoptie heeft niet tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken en betreft derhalve een zwakke adoptie. Verzoekers hebben daarom om omzetting naar een adoptie naar Nederlands recht verzocht. Niet ter discussie staat dat [minderjarige] haar gewone verblijfplaats (nog) niet in Nederland heeft en niet voor permanent verblijf bij de adoptiefouders is toegelaten, maar nog met verzoekster in Thailand woont. Het verzoek tot omzetting kan reeds om die reden niet worden toegewezen. Hetgeen daarover namens verzoekers overigens is gesteld kan niet tot een ander oordeel leiden.

Namen

Tijdens de zitting heeft verzoeker het (aanvullend) verzoek tot vast stelling van de geslachtsnaam van [minderjarige] ingetrokken.

Blijkens het overgelegde ‘Certificate of Given Name Change’ van 24 december 2013, nummer [nr] , is de voornaam van de minderjarige gewijzigd in [minderjarige] . Blijkens het overgelegde ‘Certificate of Choosing the Middle Name’ eveneens van 24 december 2013 en met hetzelfde nummer, is de “middle” name van de minderjarige vastgesteld als [geslachtnaam Y] . Voorts is blijkens het overgelegde ‘Certificate of Surname Change Registration’ ook van 24 december 2013 en hetzelfde nummer, is de geslachtsnaam van de minderjarige gewijzigd in [geslachtsnaam X] .

Deze naamswijzigingen dienen op grond van artikel 10:24 BW te worden erkend, waarbij wordt opgemerkt dat het Nederlandse recht geen middle name kent, zodat deze naam – zoals ook door de ambtenaar ter zitting verklaard – als tweede voornaam wordt geregistreerd.

Inschrijving geboorteakte

Ten aanzien van de in Thailand geboren [minderjarige] is een akte van geboorte opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie, waarvan een gewaarmerkt afschrift aan deze beschikking is gehecht.

De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen een last tot inschrijving van de Thaise geboorteakte in de registers van de burgerlijke stand.

De rechtbank zal de inschrijving van de akte gelasten.

Uitvoerbaarverklaring bij voorraad

Omdat de verzoeken zich naar hun aard niet lenen voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zal de rechtbank het verzoek daartoe afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

verklaart voor recht dat worden erkend de beslissingen zoals vervat in de overgelegde stukken “Registration of Child Adoption”, registration numbers [nr] en [nr] van 23 december 2013, die in fotokopie aan deze beschikking zijn gehecht, waarbij de (zwakke) adoptie tot stand is gekomen van de minderjarige [oorspr.naam mj] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , Thailand, door [X] geboren op [geboortedatum] 1969 en [Y] , geboren op [geboortedatum] 1964;

*

gelast de inschrijving van de akte van geboorte van de minderjarige opgemaakt door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand te [geboorteplaats mj] , Thailand, die in fotokopie aan deze beschikking is gehecht, in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage.

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. Vink, J.T.W. van Ravenstein en J.C. Sluymer, kinderrechters, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2019.