Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:10454

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-10-2019
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
C/09/560115 / FA RK 18-6813
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erkenning adoptie Congo afgewezen. Verzoeker heeft niet aangetoond wat zijn verblijfplaats was tijdens de gehele adoptieprocedure. Rechtbank kan niet vaststellen of erkenning Congolese adoptie getoetst dient te worden aan 10:108 of 10:109 BW Verzoek adoptie Nederlands recht afgewezen. Hier komt de rechtbank slechts aan toe indien de Congolese adoptie niet kan worden erkend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 18-6813

Zaaknummer: C/09/560115

Datum beschikking: 7 oktober 2019

Erkenning adoptie en inschrijving geboorteakte / vaststelling geboortegegevens

Beschikking op het op 18 september 2018 ingekomen verzoekschrift van:

[Y] en [X] ,

verzoekers, dan wel verzoeker en verzoekster,

volgens het verzoekschrift wonende te [woonplaats] , Democratische Republiek Congo,

advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift;

- de brief, met bijlagen, van 20 november 2018 van de zijde van de ambtenaar;

- de brief van 4 december 2018 van de zijde van verzoekers;

- de brief van 9 januari 2019 van de zijde van de ambtenaar;

- de brief, met bijlagen, van 6 maart 2019 van de zijde van verzoekers;

- de brief, met bijlage, van 2 april 2019 van de zijde van de ambtenaar;

- het bericht van 9 september 2019 van de zijde van verzoekers.

Op 9 september 2019 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: mr. Appelman en de heer [naam] namens de ambtenaar. Bij fax van 9 september 2019 heeft mr. Appelman de rechtbank bericht dat verzoekers niet ter zitting zullen verschijnen.

Na de zitting is nog ontvangen een brief van 19 september 2019 van de zijde van verzoekers.

Verzoek

Het verzoek – zoals dat thans luidt – strekt ertoe:

primair:

- de Congolese adoptie-uitspraak waarbij de adoptie door verzoeker van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , Democratische Republiek Congo, tot stand is gekomen, te erkennen waarbij de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde en verzoekster in stand blijft;

subsidiair:

  • -

    de adoptie van [minderjarige] door verzoeker uit te spreken waarbij de familierechtelijke betrekking met de moeder in stand blijft;

  • -

    vast te stellen dat de geslachtsnaam van de geadopteerde komt te luiden: [nieuwe naam] ;

  • -

    de geboortegegevens van de geadopteerde vast te stellen voor zover de Congolese geboorteakte niet voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand vatbaar is,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Feiten

  • -

    Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2015 met elkaar gehuwd te [huwelijksplaats] , Democratische Republiek Congo.

  • -

    Bij uitspraak van [beschikkingsdatum] 2015 van Le Tribunal pour enfants de [plaatsnaam] , is de adoptie door verzoeker van [minderjarige] uitgesproken.

  • -

    Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit. Verzoekster en [minderjarige] hebben de Congolese nationaliteit.

Beoordeling

De rechtbank acht zich bevoegd van het verzoek kennis te nemen.

In de brief van 19 september 2019 heeft mr. Appelman de rechtbank bericht na de behandeling ter zitting uitvoerig met verzoeker te hebben gesproken over de juridische aspecten van de procedure en verzoekt hij in de gelegenheid te worden gesteld namens verzoekers nadere stukken in het geding te brengen. De rechtbank overweegt dat de oproeping voor de behandeling ter zitting dateert van 12 april 2019. Het ligt op de weg van verzoekers vóór de behandeling ter zitting alle voor de beslissing relevante stukken over te leggen. Dit geldt te meer nu het verzoek reeds op 18 september 2018 is ingediend en verzoekers derhalve bijna een jaar de tijd hebben gehad hun standpunten met stukken te onderbouwen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verzoekers daartoe voldoende tijd hebben gehad en biedt geen gelegenheid tot het indienen van nadere stukken, nu zij dit in strijd acht met de goede procesorde.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank dient (ambtshalve) te toetsen of de naar Congolees recht tot stand gekomen adoptie van [minderjarige] van rechtswege in Nederland wordt erkend of voldoet aan de voorwaarden voor erkenning, hetzij op grond van het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (Trb. 1993, 197, hierna: Haags Adoptieverdrag), hetzij, als dat verdrag niet van toepassing is, op grond van artikel 10:108 van het Burgerlijk Wetboek (BW) of artikel 10:109 BW.

De Democratische Republiek Congo is geen partij bij het Haags Adoptieverdrag, zodat dat verdrag niet van toepassing is.

Ingevolge artikel 10:107 BW heeft afdeling 3 van titel 6 van Boek 10 BW betrekking op adopties waarop het Haags Adoptieverdrag niet van toepassing is.

Om te bepalen of op het verzoek tot erkenning van de Congolese adoptie artikel 10:108 BW of artikel 10:109 BW van toepassing is, is van belang waar verzoeker en het kind hun gewone verblijfplaats hadden, zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak.

De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en de verklaring van de advocaat ter zitting onvoldoende duidelijk is geworden wat de gewone verblijfplaats van verzoeker was ten tijde van indiening van het adoptieverzoek en ten tijde van de uitspraak. Verzoeker stelt in het verzoekschrift dat hij gedurende de gehele adoptieprocedure in de Democratische Republiek Congo woonachtig is geweest. Verzoeker staat echter sinds zijn geboorte onafgebroken ingeschreven in de Nederlandse Basisregistratie Personen. De advocaat van verzoeker heeft ter zitting verklaard dat verzoeker vanaf 2014 onafgebroken in de Democratische Republiek Congo woont, terwijl verzoeker zelf in zijn bezwaarschrift van 20 april 2018 (productie 10), gericht tegen het besluit van het Ministerie van Buitenlandse Zaken tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag door verzoeker om een Nederlands paspoort voor [minderjarige] , verklaart zijn hoofdverblijf in Nederland te hebben en tijdelijk werkzaamheden in de Democratische Republiek Congo te verrichten. Verzoeker heeft in dit bezwaarschrift als zijn adres opgegeven het adres waarop verzoeker ingeschreven staat in de Nederlandse Basisregistratie Personen.

De rechtbank kan derhalve op grond van de voorhanden zijnde stukken niet vaststellen wat de daadwerkelijke gewone verblijfplaats van verzoeker was ten tijde van het verzoek tot adoptie en ten tijde van de uitspraak. De ambtenaar heeft in zijn verweerschrift van 20 november 2018 reeds kenbaar gemaakt dat geen bewijsstukken zijn overgelegd waaruit de gewone verblijfplaats van verzoeker ten tijde van de adoptieprocedure blijkt. Het lag op de weg van verzoeker om met stukken onderbouwd aan te tonen wat destijds zijn gewone verblijfplaats was. Verzoeker had hierover op eenvoudige wijze duidelijkheid kunnen verschaffen. Zo had hij bijvoorbeeld een verklaring van zijn Nederlandse werkgever kunnen overleggen of de in- en uitreisstempels in zijn paspoort kunnen laten zien.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat zij niet vast kan stellen aan welk wetsartikel, 10:108 BW of 10:109 BW, de erkenning van de Congolese adoptie getoetst dient te worden. Dit leidt ertoe dat het verzoek om de Congolese adoptie te erkennen wordt afgewezen.

Verzoeker heeft subsidiair verzocht de adoptie van [minderjarige] door verzoeker naar Nederlands recht uit te spreken. Alvorens de rechtbank zou toekomen aan het uitspreken van een adoptie naar Nederlands recht, dient de rechtbank (ambtshalve) te toetsen of er een buitenlandse adoptie-uitspraak is die voor erkenning vatbaar is. De rechtbank stelt vast dat [minderjarige] reeds in de Democratische Republiek Congo door verzoeker is geadopteerd. Echter, zoals hiervoor overwogen, heeft verzoeker niet, althans onvoldoende, aangetoond wat zijn gewone verblijfplaats was gedurende de Congolese adoptieprocedure, zodat niet getoetst kan worden of de Congolese adoptie-uitspraak erkend kan worden. Slechts wanneer vaststaat dat de Congolese adoptie-uitspraak niet kan worden erkend, kan aan de beoordeling van het verzoek om een adoptie naar Nederlands recht worden toegekomen. Dit betekent dat ook het subsidiaire verzoek wordt afgewezen.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het verzoek met betrekking tot de inschrijving van de buitenlandse geboorteakte c.q. vaststelling van geboortegegevens.

Beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C. Sluymer, J.T.W. van Ravenstein en L. Koper, kinderrechters, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2019.