Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:10440

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-08-2019
Datum publicatie
07-10-2019
Zaaknummer
09/767461-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Impliciete vordering voor een machtiging ex artikel 34 lid 4 Wetboek van Strafvordering (Sv).

De verdediging heeft de rechter-commissaris in een verzoek ex artikel 182 Sv verzocht een aantal stukken bij het dossier te voegen. De officier van justitie heeft hierop in afwijzende zin gereageerd. De rechter-commissaris overweegt dat het verzoek op grond van artikel 34 lid 1 Sv had moeten worden gericht aan de officier van justitie, maar leest een en ander welwillend, in die zin dat de verdediging het verzoek heeft gericht aan de officier van justitie en dat de officier van justitie (impliciet) een machtiging van de rechter-commissaris ex artikel 34 lid 4 Sv heeft gevorderd om het voegen van de verzochte stukken te weigeren. Omdat het verzoek niet met redenen is omkleed, zoals bedoeld in artikel 34 lid 1 Sv, wordt de impliciet gevorderde machtiging afgegeven.

Zie ook de beslissing van de rechtbank op het bezwaarschrift ex artikel 182 lid 6 Sv (ECLI:NL:RBDHA:2019:10439).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Rechter-Commissaris

Parketnummer : 09/767461-18

RC-nummer : 19/79

Beschikking op een verzoek ingevolge artikel 182 van het Wetboek van Strafvordering

De rechter-commissaris heeft op een verzoek ontvangen van de raadsvrouw van:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] , [geboortedag] 1985

[adres] ,

thans verblijvende: PI Rijnmond - Gevangenis De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Verzoeken verdediging

De verdediging heeft verzocht de volgende onderzoekswensen te laten uitvoeren:

  1. het horen van [getuige] als getuige;

  2. het benoemen van een expert voor het uitvoeren van een contra-expertise van het rapport Forensisch DNA-Onderzoek van 25 maart 2019;

  3. het voegen bij het dossier van alle stukken die ten grondslag liggen aan de DNA-rapportage van 25 maart 2019;

  4. het toevoegen aan het dossier van de volledige historische verkeersgegevens en uitdraaien van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ;

  5. het verstrekken van de opnames van alle WhatsApp- en tapgesprekken van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ;

  6. [het verstrekken van] de opnames van tapgesprekken via het telefoonnummer [telefoonnummer 5] , te weten de opnames in de periode van 7 januari 2019 tot en met 10 januari 2019;

  7. uitdraai van de foto’s zoals genoemd op pagina 119-122 (met tijdstip ontvangst en herkomst van de foto’s).

Standpunt officier van justitie en aanvullende stukken

Aan de officier van justitie is een afschrift van het verzoek gezonden en de gelegenheid geboden schriftelijk een zienswijze mede te delen. Van de officier van justitie is op 2 juli 2019 een reactie ontvangen, welke reactie als bijlage aan deze beschikking is gehecht.

Nadien heeft de rechter-commissaris een aanvullend proces-verbaal ontvangen (p. 590-654) en beschikt hij naast het doorgenummerde dossier over enkele losse stukken, te weten:

  • -

    proces-verbaal aanvraag bevel opnemen (tele)communicatie d.d. 10 januari 2019 (documentcode: BOB.059);

  • -

    proces-verbaal stemherkenning [verdachte] d.d. 10 januari 2019 (documentcode: AMB-025);

  • -

    rapport Forensisch DNA-onderzoek d.d. 25 maart 2019 met aanbiedingsbrief.

Beoordeling van het verzoek

Ad 1. Het horen van [getuige] als getuige

De rechter-commissaris is bevoegd om op het verzoek te beslissen.

De rechter-commissaris overweegt dat [getuige] kennelijk op 6 november 2018 aangifte heeft gedaan van bedreiging tegen de verdachte (p. 6 van het dossier). Een samenvatting van de aangifte is weergegeven op p. 6, maar de aangifte zelf maakt geen deel uit van het dossier. De officier van justitie heeft weliswaar aangegeven dat de politie is verzocht deze verklaring bij aanvullend proces-verbaal toe te voegen, maar in het aanvullend proces-verbaal is (alleen) een verklaring van 7 november 2018 opgenomen waarbij [getuige] als verdachte is gehoord (p. 594 e.v.).

Gezien de inhoud van de samenvatting van de aangifte is de rechter-commissaris van oordeel, gelet op het verdedigingsbelang, dat het verzoek om [getuige] als getuige te horen voor toewijzing in aanmerking komt.

De rechter-commissaris zal met het oog op een goed verloop van het getuigenverhoor van [getuige] bepalen dat het proces-verbaal van aangifte d.d. 6 november 2018 vóór het verhoor aan het dossier wordt toegevoegd.

Ad 2. Het benoemen van een expert voor het uitvoeren van een contra-expertise van het rapport Forensisch DNA-Onderzoek van 25 maart 2019

De rechter-commissaris is bevoegd om op het verzoek te beslissen en overweegt als volgt.

De verdediging heeft met betrekking tot het verzoek om een volledige contra-expertise aangevoerd dat het rapport onvoldoende betrouwbaar is om ten grondslag te liggen aan enige rechtens te nemen beslissing.

Het enkele feit dat de verdachte ontkent – wat daarvan ook zij, bij de politie heeft de verdachte zich op gerichte vragen over de munitie op zijn zwijgrecht beroepen (p. 494) – is geen reden voor een contra-expertise. De verklaring van de verdachte heeft geen onderdeel uitgemaakt van het DNA-onderzoek en is dus niet van invloed geweest op de resultaten van dit onderzoek.

Dat sprake zou zijn van complexe sporen, is op zichzelf ook geen reden voor een contra-expertise, zeker nu de deskundigheid van de DNA-onderzoekers om dergelijke sporen te onderzoeken niet ter discussie staat of is gesteld.

Dan is er nog de omstandigheid dat er verschillende resultaten zijn: de bevindingen van het DNA-onderzoek onder hypothese A zijn bij spoor #02 meer dan 10 miljoen keer waarschijnlijk dan onder hypothese B, en bij spoor #05 is dit meer dan 1 miljoen keer. Het betreft echter verschillende sporen, waarbij – bijvoorbeeld – voor elk spoor 4 afzonderlijke PCRs zijn uitgevoerd (p. 3 van 7 van het rapport). Het spreekt voor zich dat afzonderlijke onderzoeken aan verschillende sporen tot verschillende resultaten kunnen leiden. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet duidelijk hoe dit raakt aan de betrouwbaarheid van het DNA-onderzoek.

Op grond van het vorenstaande zal de rechter-commissaris het verzoek om een contra-expertise afwijzen. Voor een nadere toelichting door FLDO, zoals gesuggereerd door de officier van justitie, ziet de rechter-commissaris evenmin aanleiding.

Ad 3-4. Algemeen

De verdediging heeft verzocht een aantal stukken bij het dossier te voegen. Een dergelijk verzoek tot ‘aanvulling van het procesdossier’, zoals dit door de raadsvrouw is genoemd, is gebaseerd op artikel 34 Sv en moet ingevolge lid 1 van dit artikel worden gericht aan de officier van justitie. De rechter-commissaris komt pas in beeld als de officier van justitie ingevolge artikel 34 lid 4 Sv het voegen van de verzochte stukken weigert. Voor die weigering behoeft de officier van justitie een machtiging van de rechter-commissaris.

In casu is het verzoek van de raadsvrouw niet gericht aan de officier van justitie, maar aan de rechter-commissaris. De officier van justitie heeft gereageerd op dit verzoek, in afwijzende zin. Gelet hierop zal de rechter-commissaris een en ander welwillend lezen en aldus opvatten dat de verdediging het verzoek heeft gericht aan de officier van justitie en dat de officier van justitie (impliciet) een machtiging van de rechter-commissaris heeft gevorderd om het voegen van de verzochte stukken te weigeren.

Ad 3. Het voegen bij het dossier van alle stukken die ten grondslag liggen aan de DNA-rapportage van 25 maart 2019

De verdediging heeft verzocht om alle stukken die ten grondslag liggen aan de DNA-rapportage van 25 maart 2019 bij het dossier te voegen. Ingevolge artikel 34 lid 1 moet een dergelijk verzoek met redenen omkleed zijn. De verdediging heeft slechts in algemene zin aangevoerd dat deze aanvulling van het procesdossier in belastende en ontlastende zin kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing c.q. de beoordeling van de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Naar het oordeel van de rechter-commissaris voldoet deze algemene onderbouwing – die aan meerdere verzoeken tegelijk ten grondslag ligt – niet aan het wettelijk vereiste dat het verzoek met redenen omkleed is. Tegen deze achtergrond heeft de officier van justitie op goede gronden kunnen oordelen – zakelijk weergegeven – dat deze stukken niet als processtukken kunnen worden aangemerkt. Daarom zal de rechter-commissaris de (impliciete) vordering van de officier van justitie toewijzen en een machtiging tot het weigeren van het voegen van deze stukken afgeven.

Ad 4. Het toevoegen aan het dossier van de volledige historische verkeersgegevens en uitdraaien van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4]

De verdediging heeft verzocht om de volledige historische verkeersgegeven en uitdraaien van een viertal telefoonnummers aan het dossier toe te voegen. Uit de reactie van de officier van justitie volgt dat deze gegevens beschikbaar zijn; in zoverre kan de officier van justitie worden ontvangen in haar (impliciete) vordering. Evenwel heeft de verdediging slechts in algemene zin aangevoerd dat deze aanvulling van het procesdossier in belastende en ontlastende zin kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing c.q. de beoordeling van de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Naar het oordeel van de rechter-commissaris voldoet deze algemene onderbouwing – die aan meerdere verzoeken tegelijk ten grondslag ligt – niet aan het wettelijk vereiste dat het verzoek met redenen omkleed is. Tegen deze achtergrond heeft de officier van justitie op goede gronden kunnen oordelen – zakelijk weergegeven – dat deze stukken niet als processtukken kunnen worden aangemerkt. Daarom zal de rechter-commissaris de (impliciete) vordering van de officier van justitie toewijzen en een machtiging tot het weigeren van het voegen van deze stukken afgeven.

Ad 5. Het verstrekken van de opnames van alle WhatsApp- en tapgesprekken van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4]

Ad 6. [Het verstrekken van] de opnames van tapgesprekken via het telefoonnummer [telefoonnummer 5] , te weten de opnames in de periode van 7 januari 2019 tot en met 10 januari 2019

De verdediging heeft verzocht een aantal opnames van WhatsApp- en tapgesprekken te verstrekken. Dit is een verzoek dat moet worden gericht aan de officier van justitie, aangezien de rechter-commissaris niet beschikt over deze opnames en deze dus ook niet kan verstrekken. De officier van justitie heeft afwijzend op dit verzoek gereageerd. Van een impliciete vordering als bedoeld in artikel 34 lid 4 Sv, zoals hierboven onder 3 en 4, is echter geen sprake, omdat deze verzoeken niet gaan om het voegen van stukken, maar om het verstrekken van opnames (kennelijk om deze te beluisteren). De rechter-commissaris komt daarom, ook bij een welwillende lezing, niet in beeld. Daarom zal de rechter-commissaris de verdachte niet-ontvankelijk in de verzoeken verklaren.

Ten overvloede merkt de rechter-commissaris op dat het over het algemeen in onderling overleg tussen raadsvrouw en officier van justitie afspraken kunnen worden gemaakt over het uitluisteren van tapgesprekken.

Ad 7. Uitdraai van de foto’s zoals genoemd op pagina 119-122 (met tijdstip ontvangst en herkomst van de foto’s)

De verdediging heeft verzocht om uitdraai van foto’s, overigens zonder te benoemen met welk doel, zoals inzien of voegen bij de processtukken. Wat daarvan ook zij, dit is een verzoek dat moet worden gericht aan de officier van justitie, aangezien de rechter-commissaris niet beschikt over deze foto’s. Uit de reactie van de officier van justitie volgt dat het op p. 119-122 niet gaat om foto’s maar om zoekslagen, waardoor de officier van justitie reeds om technische redenen niet aan het verzoek kan voldoen. Dit leidt ertoe dat de officier van justitie ook geen machtiging tot weigering van het voegen van deze foto’s kan vorderen. Op grond van het vorenstaande is de rechter-commissaris van oordeel dat de verdachte ook in dit verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Beslissing

De rechter-commissaris:

  • -

    (1) wijst toe het verzoek van de verdachte tot het horen van [getuige] als getuige;

  • -

    (1) draagt de officier van justitie op het proces-verbaal van aangifte d.d. 6 november 2018, zoals vermeld op p. 6 van het dossier, vóór het getuigenverhoor van [getuige] aan het dossier toe te voegen;

  • -

    (2) wijst af het verzoek van de verdachte tot het benoemen van een expert voor het uitvoeren van een contra-expertise van het rapport Forensisch DNA-Onderzoek van 25 maart 2019;

  • -

    (3) wijst toe de (impliciete) vordering van de officier van justitie en machtigt de officier van justitie het voegen van alle stukken die ten grondslag liggen aan de DNA-rapportage van 25 maart 2019 te weigeren;

  • -

    (4) wijst toe de (impliciete) vordering van de officier van justitie en machtigt de officier van justitie het voegen van de volledige historische verkeersgegevens en uitdraaien van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] te weigeren;

  • -

    (5) verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het verzoek tot het verstrekken van de opnames van alle WhatsApp- en tapgesprekken van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ;

  • -

    (6) verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het verzoek tot [het verstrekken van] de opnames van tapgesprekken via het telefoonnummer [telefoonnummer 5] , te weten de opnames in de periode van 7 januari 2019 tot en met 10 januari 2019;

  • -

    (7) verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het verzoek tot uitdraai van de foto’s zoals genoemd op pagina 119-122 (met tijdstip ontvangst en herkomst van de foto’s).

Deze beschikking is gegeven te Den Haag op 13 augustus 2019 door mr. M.L. Ruiter, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken.