Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1044

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
04-04-2019
Zaaknummer
7143740 CV EXPL 18-3554
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht, inbreuk door plaatsing foto zonder toestemming rechthebbende. Begroting schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Leiden

NAV/ES

Rolnr.: 7143740 CV EXPL 18-3554

13 februari 2019

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap B.V. Algemeen Nederlands Persbureau ANP,

gevestigd en kantoorhoudende te Rijswijk,

eisende partij,

hierna te noemen: ANP,

gemachtigde: [gemachtigde 1] (Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V.),

tegen

de stichting Stichting Bevordering Politieke Betrokkenheid,

gevestigd en kantoorhoudende te Leiden,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de Stichting,

procederend bij de heren [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] .

1 Procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 7 augustus 2018 met producties;
- de conclusie van antwoord met productie;
- de bij brief van 18 december 2018 door ANP overgelegde stukken.

1.2.

Op 8 januari 2019 heeft een comparitie na antwoord plaatsgevonden, waarbij zijn
verschenen de heer [betrokkene 4] , werkzaam bij de gemachtigde van ANP, en de
heer [betrokkene 2] ( [functie] ) namens de Stichting, bijgestaan door de heer [betrokkene 3]
. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt,
die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis
bepaald op heden.

2 Feiten

2.1.

ANP beheert en exploiteert auteursrechten van fotografen. Deze auteursrechten,
waaronder begrepen het exploitatierecht alsmede het recht om op te treden tegen
auteursrechtelijke inbreuken, zijn bij overeenkomst aan ANP overgedragen.

2.2.

Als productie 1 bij dagvaarding zijn een tweetal foto’s overgelegd (hierna ook: de
foto’s). De auteursrechten op de foto’s berusten bij ANP.

2.3.

De vennootschap naar Belgisch recht, Permission Machine BVBA, gevestigd te
Herentals (België), is gemachtigd om namens ANP licenties aan te bieden en/of
te verstrekken en inbreuken op te sporen.

2.4.

De Stichting exploiteerde de website [naam website] . De foto’s zijn op
de website van de Stichting afgebeeld, bijgesneden en zonder naamsvermelding
van de fotograaf en/of rechthebbende. De Stichting heeft evenmin voor dit gebruik
van de foto’s toestemming aan ANP gevraagd.

2.5.

Permission Machine heeft de Stichting daarop namens ANP aangeschreven en haar
medegedeeld dat er sprake is van een inbreuk op haar auteursrecht met betrekking
tot de foto’s en heeft zij de Stichting de gelegenheid geboden om alsnog een legale
licentie te kopen. De Stichting heeft niet gereageerd.

2.6.

Daarop heeft de gemachtigde van ANP de Stichting bij brief d.d. 2 februari 2018
gesommeerd tot vergoeding van de door ANP geleden schade.

2.7.

Naar aanleiding van voormelde brief heeft [betrokkene 2] namens de Stichting met de
gemachtigde van ANP telefonisch contact gehad op 6 februari 2018. In de door de
gemachtigde van ANP opgestelde telefoonnotitie is het volgende opgenomen:
“Tel in deb. Stichting is opgezet voor het Oekranie referendum, waarschijnlijk is foto
online gezet door vrijwilliger oid, weet neit precies. Stichting is slapende, er is een
negatief vermogen. Maar dat doet niets af aan de inbreuk op het auteursrecht en wil
dus niet zeggen dat u niet hoeft te betalen. Reactie graag schriftelijk. OK gaat mail
sturen”

2.8.

Daarna hebben de gemachtigde van ANP en de Stichting geen contact meer gehad.

3 Geschil

3.1.

ANP vordert veroordeling van de Stichting bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad om
tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan ANP te betalen een bedrag van € 645,00,
vermeerderd met wettelijke rente, en voorts te betalen de vergoeding van € 318,00
voor de door/namens ANP verrichte werkzaamheden, zulks met veroordeling van
de Stichting in de kosten van deze procedure ex artikel 1019h Rv.

3.2.

ANP legt aan de vorderingen, naast voormelde feiten, het volgende ten grondslag.
- ANP is rechthebbende van de foto’s. De foto’s zijn auteursrechtelijk beschermde
werken. Zij hebben een eigen en oorspronkelijk karakter en dragen het stempel
van de maker. De foto’s zijn het resultaat van de originele en creatieve keuzes
van de maker die onder andere tot uiting komen in de compositie, de uitsnede, de
hoek waaronder de foto’s zijn genomen en de belichting.
- Door zonder toestemming van ANP, op de website www.referendumreporter.nl
de foto’s te plaatsen, heeft de Stichting inbreuk gemaakt op de auteursrechten
van ANP.
- Als gevolg van deze inbreuk op haar rechten komt ANP een schadevergoeding
toe. Uit rechtspraak blijkt dat het in ieder geval redelijk is, en ook gebruikelijk,
om tarieven te hanteren die aansluiten bij de door Stichting Foto Anoniem
gehanteerde tarieven. ANP heeft bedoelde tarieven ook gehanteerd.
- De schade bestaat onder andere uit gederfde licentie-inkomsten, schade door de
inbreuk op het exclusieve recht van rechthebbende om uitsluitend zelf te bepalen
waar, hoe en hoe lang de foto’s worden gebruikt en de kosten ter vaststelling en
invordering van de schade.

- De Stichting zou, gemiddeld, aan Stichting Foto Anoniem minimaal een bedrag
van € 215,00 per foto moeten betalen. ANP acht dit bedrag per foto redelijk en
gaat bij de begroting van de schade derhalve uit van dit bedrag als economische
waarde per foto. De totale schade begroot ANP op 1,5 x de economische waarde
per foto. De schade voor het onrechtmatig openbaar maken zonder toestemming
van rechthebbende komt daarmee uit op € 322,50 per foto, derhalve in totaal een
bedrag van € 645,00, aldus ANP.
- De schade die verband houdt met de vaststelling en de invordering van de schade
begroot ANP tot het opstellen van de dagvaarding op € 318,00. Voormeld bedrag
bestaat uit € 210,00 aan kosten van Permission Machine en € 108,00 aan kosten
van Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V.
- Daarnaast wordt vergoeding van de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv
gevorderd.

3.3.

De Stichting heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna – voor zover van belang – nader zal worden ingegaan.

4 Beoordeling

4.1.

Aangezien er (mede in de hoogte van de gevorderde schadevergoeding) duidelijke
aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan
€ 25.000,00, is de kantonrechter bevoegd kennis te nemen van het geschil. Omdat
auteursrechtinbreuk heeft plaatsgevonden door middel van gebruik op een website
op het internet die vrij toegankelijk is in het gehele land (waaronder in Leiden), is
de kantonrechter te Leiden (mede) bevoegd kennis te nemen van dit geschil.

4.2.

De Stichting betoogt dat de vordering van ANP moet worden afgewezen, althans
dat ANP in die vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat zij niet
aan haar substantiëringsplicht van artikel 111 lid 3 Rv heeft voldaan.

4.3.

De kantonrechter verwerpt dit verweer. In artikel 111 lid 3 Rv is weliswaar bepaald
dat de dagvaarding de door de Stichting tegen de eis aangevoerde verweren en de
gronden daarvoor en de bewijsmiddelen waarover ANP beschikt moet vermelden,
doch de wet verbindt geen consequenties aan het niet voldoen aan dit vereiste. Het
enkele niet-naleven van deze verplichting vormt derhalve geen grond voor niet-
ontvankelijkverklaring of afwijzing van de vordering van ANP. Bovendien is de
Stichting klaarblijkelijk wel in staat geweest om inhoudelijk verweer te voeren
tegen de vordering (zie hierna), zodat, als al sprake is van niet-naleving van de
verplichtingen ex artikel 111 lid 3 Rv door ANP, niet kan worden geconcludeerd
dat de Stichting hierdoor in haar belangen is geschaad.

4.4.

De Stichting heeft eerst ter gelegenheid van de comparitie na antwoord gesteld dat
de foto’s niet auteursrechtelijk beschermd zijn. Omdat de Stichting dit verweer niet
reeds bij antwoord heeft gevoerd, waartoe zij op grond van het in artikel 128 lid 3
Rv neergelegde beginsel van “concentratie van verweer” gehouden is, wordt haar
verweer als tardief gepasseerd. Dat ANP auteursrechthebbende is ten aanzien van de foto’s is door de Stichting niet bestreden zodat daarvan wordt uitgegaan.

4.5.

Vast staat dat de Stichting de foto’s op haar website heeft afgebeeld zonder
naamsvermelding van de fotograaf of ANP en zonder toestemming van ANP. Daarmee heeft de Stichting het auteursrecht van ANP geschonden. Op grond van artikel 27 Auteurswet is ANP bevoegd om een vordering tot schadevergoeding in te stellen. Dat heeft ANP ook gedaan.

4.6

ANP vordert aan schadevergoeding een bedrag van € 645,00, zijnde 1,5 x de economische waarde per foto, waarbij zij uitgaat van de tarieven van Stichting Foto Anoniem, en voorts, onder overlegging van een specificatie, een bedrag van € 318,00 in verband met de door haar gemaakte kosten ter vaststelling en invordering van de schade. ANP meent dat de tarieven van Stichting Foto Anoniem hier tot uitgangspunt kunnen worden genomen omdat de Stichting voor publicatie geen onderzoek heeft gedaan naar de rechthebbende. Bij Stichting Foto Anoniem kunnen partijen die een rechthebbende niet hebben kunnen achterhalen om toestemming voor het gebruik van zijn werk te verkrijgen, tegen betaling van een vergoeding een licentie verwerven die vrijwaring biedt tegen aanspraken wegens inbreuk op auteursrechten.

4.7

De Stichting heeft zich hiertegen verweerd door erop te wijzen dat zij de schade niet kan betalen maar zich bereid heeft verklaard te betalen wat zij heeft (€ 230,00). De door ANP gevorderde bedragen zijn hoger dan de bedragen die ANP in eerste instantie heeft gevraagd. Ten onrechte gaat APN uit van een gemiddeld tarief terwijl Stichting Foto Anoniem drie verschillende categorieën kent. Daarbij wordt geen rekening gehouden met een korting van 25% voor foto’s die niet op een homepage staan. Voorts maakt de Stichting bezwaar tegen de gevorderde kosten; die zijn in haar ogen erg hoog en onduidelijk is waar zij betrekking op hebben.

4.8

De kantonrechter is van oordeel dat ANP voldoende heeft aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat zij inkomsten kan genereren met het verlenen van haar toestemming voor het gebruik van de werken waarvan zij de auteursrechten bezit. Door gebruik zonder licentie derft zij dus een licentievergoeding. Zij behoeft daarbij – zonder meer – geen genoegen te nemen met wat een inbreukmaker kan of bereid is te betalen. Het gaat erom wat zij naar redelijkheid had kunnen bedingen indien wel vooraf toestemming zou zijn gevraagd. Dat zij bij de begroting van deze schade kan aanknopen bij de tarieven van Stichting Foto Anoniem is door de Stichting onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat de kantonrechter ook van die tarieven zal uitgaan. Zonder meer valt echter niet in te zien dat uit moet worden gegaan van een gemiddelde van de voor gebruik op het internet beschikbare categorieën. Duidelijk is immers dat het hier gaat om een Nederlandstalige website met een .nl-domein. Aangezien de pixelmaat niet duidelijk is, is het gerechtvaardigd om daarbij wel van een gemiddelde uit te gaan. Uitgaande van gebruik tot één week, zoals ANP doet, leidt dat tot een vergoeding van (148 + 178 + 213 + 256) € 198,75 per foto. De Stichting heeft onvoldoende gesteld over de plaatsing van de foto’s op de website, zodat er geen aanleiding is om een korting toe te passen op dit bedrag. Er is ook geen plaats voor toepassing van een verhoging met 50% voor de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht of ter ontmoediging van het plegen van inbreuk op auteursrechten, zoals ANP vordert. Toepassing van de tarieven van Stichting Foto Anoniem gaan er namelijk van uit dat de rechthebbende zelf niet om toestemming is gevraagd en in het Nederlandse recht geen plaats voor schadevergoeding bij wijze van straf. Deze schade zal daarom worden vastgesteld op € 397,50. Dit bedrag aan gederfde licentievergoeding komt de kantonrechter redelijk voor en zal daarom, met de niet betwiste wettelijke rente, worden toegewezen.

4.9

Ook de schade die verband houdt met de vaststelling en de invordering van de schade komt in aanmerking voor vergoeding. In de producties 3 en 6 zijn deze kosten gespecificeerd. Dat voorafgaand aan deze procedure door ANP een ander, lager bedrag bij de Stichting in rekening is gebracht, wil nog niet zeggen dat zij deze kosten niet zou kunnen verhalen op de Stichting. Zoals de Stichting heeft geconstateerd en uit productie 6 volgt zijn er meer kosten gemaakt door inschakeling van de deurwaarder. De gevorderde kosten zijn onvoldoende gemotiveerd betwist en zullen worden toegewezen.

4.10

De Stichting zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Gelet op het bepaalde in artikel 1019h Rv komen de werkelijk gemaakte kosten voor toewijzing in aanmerking. ANP heeft deze kosten onder overlegging van een specificatie als volgt begroot: salaris voor de gemachtigde (€ 180,00 voor het opstellen van de dagvaarding, € 144,00 voor het bestuderen van de stukken en overleg met ANP, € 75,00 aan reiskosten en € 180,00 voor het bijwonen van de comparitie na antwoord), € 476,00 aan griffierecht en € 92,00 aan de kosten voor de dagvaarding, aldus in totaal € 1.147,00. De Stichting heeft tegen deze kosten geen specifiek verweer gevoerd. De kantonrechter heeft zich aan de hand van de specificaties er van vergewist dat de hier opgevoerde proceskosten niet begrepen zijn onder de hiervoor bedoelde kosten en acht deze onder de gegeven omstandigheden redelijk, zodat deze zullen worden toegewezen.

5 Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt de Stichting om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan ANP te betalen:
- een bedrag van € 397,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 augustus
2018 tot de dag van volledige betaling en

- een bedrag van € 318,00 ter zake van de kosten van Permission Machine en
Rosmalen Nedland;

- veroordeelt de Stichting in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van ANP vastgesteld op € 1.147,00;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. E.A.W. Schippers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 februari 2019.