Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:10333

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-08-2019
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
C/09/565908 / FA RK 18-9651
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

adoptie door DUO-moeder ondanks dat geregistreerd partnerschap tussen de moeders al in 2010 is ontbonden. Tussen duo-moeder en dochter was en is nog steeds sprake van een duurzamen binding; gezinsverband is voortgezet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5460
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 18-9651

Zaaknummer: C/09/565908

Datum beschikking: 13 augustus 2019

Adoptie

Beschikking op het op 21 december 2018 ingekomen verzoekschrift van:

[X]

verzoekster,

wonende te [woonplaats]

advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[XX]

de moeder,

wonende te [woonplaats] .

en

[dochter] ,

[dochter] ,

wonende te [woonplaats] .

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

  • -

    het verzoekschrift, met bijlagen;

  • -

    het F9-formulier van 28 juni 2019, van de zijde van verzoekster, met bijlage.

Op 16 juli 2019 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn de advocaat van verzoekster en de moeder verschenen.

Verzoek

Het verzoek strekt tot adoptie door verzoekster van de ten tijde van indiening van het verzoek nog minderjarige [dochter] .

De moeder en de dochter stemmen in met het adoptieverzoek.

Feiten

  • -

    [dochter] is op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] geboren uit de moeder.

  • -

    Verzoekster, geboren op [geboortedatum] 1964, is in 1998 een geregistreerd partnerschap aangegaan met de moeder, geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] . Derhalve is [dochter] geboren binnen de relatie van verzoekster en de moeder.

  • -

    Het geregistreerd partnerschap tussen verzoekster en de moeder is op [datum] 2010 ontbonden.

  • -

    Verzoekster en de moeder oefenden vanaf 18 juli 2001 tot aan haar meerderjarigheid gezamenlijk het gezag over [dochter] uit.

  • -

    Verzoekster, [dochter] en de moeder hebben de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Adoptie geschiedt op grond van artikel 1:227 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Indien het verzoek wordt gedaan door één persoon alleen, zoals hier aan de orde, dan volgt uit het tweede lid van voornoemde bepaling dat die persoon de echtgenoot, geregistreerd partner of een andere levensgezel van de ouder is. Voorts geldt de voorwaarde dat hij (of zij) ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. Die voorwaarde geldt evenwel niet indien het kind is geboren binnen de relatie van de adoptant en die ouder.

Vaststaat dat [dochter] is geboren binnen de relatie van verzoekster en de moeder. Ook staat vast dat het geregistreerd partnerschap tussen verzoekster en de moeder in 2010 is ontbonden. Naar de letter van de wet is verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek. Immers, zij is niet de "echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel" van de ouder. Echter is de rechtbank van oordeel dat de wet, in het bijzonder nu de moeder en [dochter] instemmen met de adoptie, op dit punt ruim dient te worden geïnterpreteerd. De wetgever heeft met voormeld artikel beoogd een eis te stellen opdat een zekere bestendigheid kan worden verwacht van het milieu waarin de minderjarige terechtkomt. Hieruit vloeit voort dat sprake moet zijn van een duurzame binding tussen verzoekster en [dochter] , ook na de ontbinding van het partnerschap.

Op grond van de stukken en wat ter zitting is gesteld, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat er tussen verzoekster en [dochter] sprake is van een duurzame binding, die bovendien niet is geëindigd door de ontbinding van het partnerschap tussen verzoekster en de moeder. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de moeder en verzoekster sinds het beëindigen van het partnerschap uitvoering geven aan een co-ouderschap, waarbij [dochter] de ene week bij verzoekster en de andere week bij de moeder verblijft. De moeder en verzoekster wonen 100 meter van elkaar en onderhouden een intensieve ouderrelatie waarbij bijvoorbeeld verjaardagen van [dochter] gezamenlijk worden gevierd en zij [dochter] vrij laten in de keuze om bij de ander langs te gaan. Op dit moment is [dochter] met verzoekster op vakantie en heeft de moeder ter zitting verklaard dat zowel [dochter] als verzoekster ermee instemden dat de moeder alleen op de zitting aanwezig was. Alhoewel er dus geen affectieve relatie meer is tussen verzoekster en de moeder, is het duidelijk dat [dochter] samen met verzoekster en de moeder na het verbreken van het partnerschap het gezinsverband heeft voortgezet en, ondanks dat [dochter] inmiddels (jong)meerderjarig is, nog steeds voortzetten Daarmee is de continuïteit in de opvoeding van [dochter] gewaarborgd, wat in haar belang is. De rechtbank acht verzoekster derhalve ontvankelijk in haar verzoek.

Alhoewel [dochter] de donor, waarvan het zaad door verzoekster en de moeder is gebruikt voor de conceptie van [dochter] , vorig jaar éénmaal heeft ontmoet en inmiddels met hem en haar vier halfzussen in een WhatsApp groep zit, is ter zitting voldoende duidelijk geworden dat een ‘family-life’ met de donor ontbreekt. De rechtbank ziet de donor dan ook niet als belanghebbende in deze procedure.

Nu aan overige voorwaarden zoals bepaald in de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.

Op grond van artikel 1:5, derde lid, BW behoudt [dochter] de geslachtsnaam [naam XX]

Volledigheidshalve overweegt de rechtbank dat de familierechtelijke betrekking van [dochter] met de moeder in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie van [dochter] , geboren op [geboortedatum] 2000 te
[geboorteplaats] uit [XX]

door [X] geboren op 15 [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ;

onder de vermelding dat de minderjarige de geslachtsnaam [naam XX] zal behouden.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. Vink, J.C. Sluymer en A.M. Gruschke, rechters, bijgestaan door mr. M. Molenaar als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 augustus 2019.