Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:10307

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
17-10-2019
Zaaknummer
7647899 RP VERZ 19-50183
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

schadevergoeding na ontslag op staande voet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1087
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CB

Zaaknr.: 7647899 RP VERZ 19-50183

Uitspraakdatum: 1 oktober 2019

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

de stichting Stichting DUWO,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Delft,

verzoekende partij,

verder te noemen: DUWO,

gemachtigde: mevr. mr. G. den Ouden-Cimen (BASE Advocaten)

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

verder te noemen: werknemer,

gemachtigde: eerst mr. H. Weisfelt (Weisfelt Advocaten), thans mr. P. Drenth (Nolet Advocaten).

1 Het procesverloop

1.1.

DUWO heeft de kantonrechter bij verzoekschrift, met 19 producties (nrs. 1 tot en met 19), bij de griffie ingekomen op 29 maart 2019, verzocht -kort gezegd- werknemer te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding, afgifte van bedrijfseigendommen, betaling van schadevergoeding van verdwenen bedrijfseigendommen, betaling van schadevergoeding in verband met schade als gevolg van het vervangen van sloten en betaling van verbeurde contractuele boetes.

1.2.

Bij brief van 8 mei 2019 heeft de gemachtigde van DUWO het petitum van het verzoekschrift verbeterd.

1.3.

Na ontvangst van het verzoekschrift is de mondelinge behandeling daarvan bepaald op 10 mei 2019. Bij de mondelinge behandeling is namens DUWO de heer [betrokkene 1] verschenen alsmede de gemachtigde van DUWO en is werknemer in persoon verschenen, samen met de gemachtigde mr. Weisfelt. De griffier heeft van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken zakelijke aantekeningen gemaakt.

1.4.

Op 3 september 2019 is de mondelinge behandeling van het verzoek voortgezet. Bij die gelegenheid zijn verschenen de heer [betrokkene 2] (namens DUWO), de gemachtigde van DUWO, werknemer in persoon, alsmede zijn gemachtigde mr. Drenth. De gemachtigde van werknemer heeft daarbij pleitnotities overgelegd.

1.5.

Uitspraak op het verzoek is vervolgens bepaald op 1 oktober 2019.

2 De feiten

2.1.

DUWO is een stichting die zich toelegt op het verhuren van gemeubileerde en ongemeubileerde woningen ten behoeve van studentenhuisvesting.

2.2.

Werknemer is geboren op [geboortedag] 1981 en hij is op 11 januari 2016 in dienst van DUWO getreden als [functie] . Het laatste bruto maandsalaris van werknemer bedroeg € 2.859,28, exclusief vakantiegeld en emolumenten.

2.3.

Op 31 januari 2019 heeft DUWO werknemer op staande voet ontslagen.

2.4.

Artikel 1.2 van de arbeidsovereenkomst van werknemer luidt:

Ieder der partijen kan deze arbeidsovereenkomst tussentijds opzeggen, mits schriftelijk en met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. De opzegtermijn dient te eindigen op de laatste dag van een kalendermaand.

2.5.

Artikel 7.1 van de arbeidsovereenkomst van werknemer luidt:

Het is de werknemer tijdens deze overeenkomst niet toegestaan om anders dan met voorafgaande schriftelijke toestemming van Stichting DUWO voor, dan wel ten behoeve van derden, betaalde dan wel onbetaalde werkzaamheden te verrichten die op gespannen voet staan met de activiteiten van Stichting DUWO, (…).

2.6.

Artikel 8.1 van de arbeidsovereenkomst van werknemer luidt:

De werknemer zal in het kader van de uitoefening van haar functie van derden geen gelden of andere beloningen, zoals geschenken, aannemen. Voorts zal zij zich onthouden van het ingaan op uitnodigingen van derden om op kosten van die derden te reizen en/of bepaalde gelegenheden te bezoeken. Ook overigens bewaart de werknemer in de uitoefening van haar functie ten opzichte van derden een zodanige afstand dat haar professionele onafhankelijkheid en integriteit blijven gewaarborgd.

2.7.

Artikel 10.1 van de arbeidsovereenkomst van werknemer luidt:

Ingeval van overtreding van het bepaalde in de artikelen 7, 8 en 9.1 verbeurt de werknemer aan Stichting DUWO een dadelijk en ineens opeisbare boete van
€ 1.500,00 (de artikelen 7 en 8), respectievelijk € 10.000,00 (artikel 9.1), te vermeerderen met € 500,00 (artikelen 7 en 8) respectievelijk € 1.000,00 (artikel 9.1) voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van Stichting DUWO om in plaats daarvan volledige schadevergoeding te vorderen.

3 Het verzoek

3.1.

DUWO verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (I.) een dag vast te stellen waarop de zaak ter terechtzitting wordt behandeld; (II.) werknemer te veroordelen tot betaling van € 3.088,02 bruto op grond van artikel 7:677 lid 2 BW; (III.) werknemer te veroordelen tot betaling van € 2.636,= inclusief BTW ter vergoeding van de eigendommen van DUWO; (IV.) werknemer te veroordelen om binnen 48 uur na de in deze procedure te wijzen beschikking de onder kadernummer 7.4 [van het verzoekschrift] opgesomde werkkleding, bestaande uit een winterjas, zomerjas, twee shirts, een trui, een polo en twee spijkerbroeken en de ID-pas van DUWO af te geven op verbeurte van een dwangsom van € 250,= per artikel, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte daarvan, dat werknemer in gebreke mocht blijven aan de te wijzen beschikking te voldoen; (V.) werknemer te veroordelen tot betaling van € 82.836,61 inclusief BTW ter vergoeding van schade voor vervanging van de diverse sloten; (VI.) werknemer te veroordelen tot betaling van € 3.000,= ter vergoeding van de verbeurde boetes, alles telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde vergoedingen tot de dag der algehele voldoening; (VII.) werknemer te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen.

3.2.

Aan het slot van de voortgezette mondelinge behandeling op 3 september 2019 heeft werknemer de bedrijfskleding ID-pas, laptop met toebehoren en iPhone teruggeven aan DUWO, waarop DUWO haar vordering onder III. gedeeltelijk en de vordering onder IV. geheel heeft ingetrokken.

3.3.

Aan het verzoek legt DUWO -kort gezegd- ten grondslag dat werknemer op terechte gronden op staande voet is ontslagen. Omdat werknemer door zijn opzet of schuld een dringende reden voor het ontslag heeft gegeven is hij de gefixeerde schadevergoeding van artikel 7:677 BW verschuldigd geworden. Hij heeft geen gevolg gegeven aan het verzoek van DUWO om bedrijfskleding, gereedschappen en laptop en telefoon terug te geven. Daarnaast was DUWO genoodzaakt vele sloten in door werknemer beheerde gebouwen te vervangen. Tenslotte heeft werknemer een tweetal contractuele boetes uit zijn arbeidsovereenkomst verbeurd.

4 Het verweer van werknemer

4.1.

Werknemer verweert zich tegen het verzoek. Ten aanzien van de gefixeerde schadevergoeding stelt hij dat het gevorderde bedrag onjuist is; het bedrag moet zijn zijn maandsalaris, exclusief vakantiegeld. Ten aanzien van alle andere gevorderde bedragen aan schadevergoeding stelt hij dat die onvoldoende in verband staan met de redenen van zijn ontslag op staande voet, waardoor de vorderingen van DUWO afgewezen moeten worden. Ten aanzien van de boete stelt hij dat hij naar de bewoording van zijn arbeidsovereenkomst geen overtreding heeft begaan.

5 De beoordeling

5.1.

Voordat hij zal ingaan op de verschillende elementen van het verzoek van DUWO en het verweer van werkgever daartegen merkt de kantonrechter op dat werknemer niet is opgekomen tegen het hem gegeven ontslag op staande voet. DUWO is deze procedure begonnen met het verzoekschrift dat op 29 maart 2019 bij de griffie is ingekomen. Werknemer heeft niet binnen de termijn van artikel 7:686a lid 4 BW een verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet of een tegenverzoek in deze procedure ingediend. Daardoor is het ontslag op staande voet in rechte onaantastbaar geworden. Een toetsing van de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet heeft daardoor niet plaatsgevonden.

5.2.

In deze procedure gaat het (nog) om de vraag of werknemer de gefixeerde schadevergoeding van artikel 7:677 lid 2 BW verschuldigd is en, zo ja, tot welk bedrag, of werknemer gehouden is tot vergoeding van het verlies van eigendommen van DUWO, of werknemer gehouden is de kosten van vervanging van sloten aan DUWO te vergoeden en, zo ja, tot welk bedrag en of werknemer het verbod tot het verrichten van nevenwerkzaamheden en het verbod tot het aannemen van geld en geschenken heeft overtreden, waardoor hij een of meerdere malen de contractuele boete van € 1.500,00 per ovetreding heeft verbeurd. De kantonrechter zal deze elementen achtereenvolgens bespreken.

De gefixeerde schadevergoeding

5.3.

Artikel 6:677 lid 2 BW luidt dat de partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.

5.4.

Werknemer bestrijdt niet dat DUWO hem op staande voet heeft ontslagen en hij bestrijdt ook niet dat DUWO het recht heeft om in het kader daarvan de gefixeerde schadevergoeding van artikel 7:677 lid 2 BW te verzoeken. Hij bestrijdt slechts dat het bedrag van de schadevergoeding € 3.088,02 zou bedragen. Naar zijn mening is dat bedrag € 2.859,28.

5.5.

Met betrekking tot de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding bepaalt artikel 7:677 lid 3 onder a. BW, dat de vergoeding, bedoeld in lid 2 is in geval van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (…), gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren.

5.6.

Gelet op artikel 1.2 van de arbeidsovereenkomst van werknemer en het feit dat op de datum van zijn ontslag hij net drie jaar in dienst was bij DUWO bedroeg de opzegtermijn overeenkomstig artikel 7:672 lid 2 onder a. BW één maand. Daarover verschillen partijen niet van mening. Partijen verschillen slechts van mening of de gefixeerde schadevergoeding inclusief of exclusief vakantiegeld is.

5.7.

Onder het loon dat de gefixeerde schadevergoeding bepaalt moet al hetgeen worden verstaan dat de werknemer had ontvangen als de juiste termijn in acht zou zijn genomen en daartoe behoort ook het vakantiegeld (zie ook ECLI:NL:GHDHA:2006:AZ6566). Het bedrag van de gefixeerde schadevergoeding bedraagt in dit geval dus € 3.088,02 en tot dat bedrag zal werknemer worden veroordeeld. De kantonrechter ziet overigens geen aanleiding dit bedrag te matigen of te verhogen. Over dit bedrag zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de datum van ontvangst van het verzoekschrift door de griffie.

De niet ingeleverde gereedschappen

5.8.

DUWO stelt dat ten tijde van het ontslag werknemer een bepaalde hoeveelheid gereedschappen in zijn bezit had, die niet aan DUWO zijn teruggegeven. Van die gereedschappen stelt werknemer dat die gereedschappen zich in de bedrijfsauto bevonden en daardoor heeft hij die gereedschappen niet in zijn bezit gehad. Op dat verweer is DUWO vervolgens niet meer teruggekomen, zodat dit element van het verzoek van DUWO als voldoende gemotiveerd door werknemer weersproken zal worden afgewezen.

De vervangen sloten

5.9.

Dit is het element van verzoek van DUWO, waar het in deze procedure in feite om draait. De functie van werknemer bij DUWO was technisch beheerder van een aantal studentencomplexen in Delft. Uit die functie is werknemer op staande voet ontslagen, omdat hij een aantal malen in de late avonduren met gebruikmaking van tot zijn beschikking staande sleutels studentenkamers of –woningen opende en binnenkwam of pogingen daartoe ondernam en vervolgens onduidelijke redenen voor zijn binnentreden aangaf, waaronder reparatieverzoeken (van bijv. internet).Hiervoor hadden de betrokken bewoners geen reparatieverzoeken gedaan. Werknemer was reeds eerder hiervoor gewaarschuwd en toen hij op 28 januari 2019 in de late avonduren weer een deur probeerde te openen bij een bewoner die op dat moment thuis was is hij hiervoor op staande voet ontslagen.

5.10.

Meteen na zijn ontslag meldde werknemer zichzelf ziek en vervolgens was hij voor DUWO niet bereikbaar. Aan een verzoek om de tot zijn beschikking staande sleutels van de complexen in te leveren gaf werknemer geen gehoor. Mede uit het oogpunt van het waarborgen van de privacy van de bewoners heeft DUWO besloten de elektronische sleutels van werknemer te blokkeren. Toen DUWO vervolgens merkte dat met de geblokkeerde sleutels werd geprobeerd alsnog toegang te krijgen heeft DUWO besloten een groot aantal sloten te vervangen, ook omdat niet uitgesloten kon worden dat werknemer nog (kopieën) van sleutels zou hebben. DUWO stelt dat de kosten van vervanging van de sloten € 82.836,91 (incl. BTW) bedragen en dat deze kosten voor rekening van werknemer dienen te komen.

5.11.

De kantonrechter verwerpt allereest het verweer van werknemer dat de vordering van DUWO in verband met de kosten van vervanging van de sloten via een (aparte) dagvaardingsprocedure had moeten worden ingeleid, omdat deze vordering is gestoeld op slecht werknemerschap (artikel 7:611 BW) in combinatie met onrechtmatige daad en wanprestatie. Artikel 7:686a lid 3 BW bepaalt dat in gedingen die op het in, bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn gebaseerd, kunnen daarmee verband houdende vorderingen worden ingediend met een verzoekschrift. In het New Hairstyle-arrest (ECLI:NL:HR:2017:1187) heeft de Hoge Raad beslist dat zelfs verzoeken die geen verband houden met een vernietigbare opzegging kunnen worden ingebracht in een procedure die is ingeleid met een verzoek gerelateerd aan een vernietigbare opzegging. Als een dergelijke vordering kan worden ingebracht, dan kan de vordering van DUWO, die gebaseerd is op slecht werknemerschap, dat zeker.

5.12.

Ook het verweer van werknemer dat het niet van goed werkgeverschap getuigt om een dergelijk grote schadevergoedingsvordering tegen hem in te stellen verwerpt de kantonrechter. De hoogte of grootte van een vordering kan in beginsel nooit reden zijn om een vordering af te wijzen. Elke vordering zal op zijn eigen merites beoordeeld moeten worden.

5.13.

Vervolgens stelt werknemer dat het vervangen van de sloten geen verband houdt met zijn gedragingen in januari 2019. Hij zou namelijk al in augustus/september 2018 opdracht hebben gekregen om de sloten te gaan vervangen en uit een door DUWO overgelegde nota van slotenleverancier Zwaard van 27 augustus 2018 zou voortvloeien dat DUWO al ruim voor zijn ontslag in januari 2019 besloten had de sloten te gaan vervangen.

5.14.

Wat hier ook van zij, de kantonrechter is van oordeel dat DUWO slechts de kosten van het vervangen van sleutels en sloten op werknemer kan verhalen, waarvan blijkt dat deze meteen op of vlak na het ontslag op staande voet zijn gemaakt. Van de drie door DUWO overgelegde facturen van Zwaard heeft alleen de factuur met nummer VF03432143 van 11 februari 2019, en dan nog slechts gedeeltelijk, betrekking op bestellingen die vlak na 31 januari 2019 zijn gedaan. Dat betreft uitsluitend de ordernummers 19417039 en 19418255 van 4 februari 2019, ordernummer 19421807 van 5 februari 2019 en ordernummer 19434757 van 8 februari 2019. Naar het oordeel van de kantonrechter staan alleen deze bestellingen in voldoende nauw verband met het ontslag van werknemer, dat deze die aan DUWO dient te vergoeden. Het gaat daarbij om een bedrag van € 98,53 (excl. BTW) en tot betaling van dat bedrag zal werknemer worden veroordeeld. De overige gevorderde bedragen staan wat betreft leveringsdatum te ver verwijderd van de datum van ontslag. Over het toe te wijzen bedrag zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag van opeisbaarheid van de betreffende factuur (11 februari 2019 plus 30 dagen).

De verbeurde contractuele boetes

5.15.

De artikelen 7.1 en 8.1 van de arbeidsovereenkomst van werknemer verbieden het uitvoeren van nevenwerkzaamheden en het aannemen van geld en geschenken. Voor zover al zou komen vast te staan dat werknemer geld heeft aangenomen, dan wel geld heeft gevraagd aan huurders van DUWO, hetgeen werknemer overigens betwist, dan zijn die activiteiten niet aan te merken als nevenwerkzaamheden dan wel het aannemen van geld van derden. Het verbod op het uitvoeren van nevenwerkzaamheden ziet er immers op dat werknemer naast zijn dienstverband met DUWO geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden bij derden uitvoert. Het feit dat hij voor werkzaamheden voor huurders geld zou hebben gekregen van deze huurders is wellicht aan te merken als ongeoorloofd gedrag, maar vond plaats binnen het dienstverband met DUWO. Het verbod tot het aannemen van geld en geschenken ziet duidelijk op het aannemen van geld en geschenken van derden en daarmee worden in beginsel bedoeld leveranciers en dienstverleners van DUWO. Huurders van DUWO zijn niet onder deze categorie te scharen. Het feit dat de betreffende bepalingen niet expliciet verbieden hetgeen DUWO aan werknemer verwijt maakt dat werknemer geen verboden gedragingen heeft verricht en daardoor ook geen contractuele boete(s) heeft verbeurd. De vordering van DUWO op dit punt zal worden afgewezen.

De proceskosten

5.16.

In het feit dat de verzoeken van DUWO slechts gedeeltelijk zullen worden toegewezen ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten zodanig tussen partijen te verdelen, dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt werknemer tot betaling van een bedrag van € 3.088,02 bruto als gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de ontvangst het verzoekschrift door de griffie tot de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt werknemer tot betaling van € 98,53 (excl. BTW) ter vergoeding van schade voor vervanging van diverse sloten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid van de betreffende factuur (11 februari 2019 plus 30 dagen) tot de dag der algehele voldoening;

6.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

verdeelt de proceskosten tussen partijen in die zin dat elke partij de eigen proceskosten draagt;

6.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en is op 1 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.