Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:10226

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-09-2019
Datum publicatie
03-10-2019
Zaaknummer
NL19.18978
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Beroep ongegrond. Opvolgende asielaanvraag. Gestelde seksuele geaardheid niet geloofwaardig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.18978


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Jansen).


Procesverloop
Bij besluit van 12 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd1 in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is aan eiser een inreisverbod van twee jaar opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek op de zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL19.18979, plaatsgevonden op 5 september 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Oronsaye. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te bezitten en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Eiser heeft op 4 juli 2003 een asielaanvraag ingediend en toen gesteld de Liberiaanse nationaliteit te bezitten. Deze aanvraag is op 3 februari 2005 afgewezen. Het tegen dit besluit ingediende beroep is bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats

’s-Hertogenbosch, van 3 april 2006 ongegrond verklaard. Op 23 januari 2009 heeft eiser opnieuw een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 6 december 2010 afgewezen. Het tegen dit besluit ingediende beroep is bij uitspraak van 5 december 2011 van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, ongegrond verklaard. Eiser heeft in 2014, in het kader van een verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vw2, een op zijn naam gesteld paspoort van Sierra Leone overgelegd, afgegeven op 8 mei 2013.

3. Eiser heeft op 9 oktober 2018 onderhavige asielaanvraag ingediend. Eiser heeft hieraan ten grondslag gelegd dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid vreest voor vervolging bij terugkeer naar Sierra Leone.

4. Verweerder heeft eisers asielaanvraag bij het bestreden besluit afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. Verweerder volgt eiser in zijn identiteit, nationaliteit en herkomst, gelet op het door hem in 2014 overgelegde echt bevonden Sierra Leoonse paspoort. Nu eiser in zijn eerdere asielprocedures ten aanzien van zijn nationaliteit in strijd met de waarheid heeft verklaard, wordt in de huidige procedure getwijfeld aan zijn oprechtheid en aan de geloofwaardigheid van de door hem afgelegde verklaringen. Verweerder acht eisers gestelde seksuele geaardheid niet geloofwaardig.

5. Eiser voert in beroep aan dat hij verweerder in het verleden nooit dusdanig heeft misleid over zijn nationaliteit, dat op grond daarvan zijn verklaringen in deze asielprocedure op voorhand al ongeloofwaardig zijn. Zijn Sierra Leoonse nationaliteit is niet langer in geschil, zodat dit punt niet meer in de beoordeling van de geloofwaardigheid mag worden meegenomen. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte en in strijd met zijn beleid aan eiser tegengeworpen dat hij pas in oktober 2018 zijn seksuele geaardheid kenbaar heeft gemaakt. Hij heeft wel degelijk een goede verklaring hiervoor gegeven, namelijk door schaamte en uit angst niet geaccepteerd te worden. Eiser voert tot slot aan dat hij naar vermogen heeft verklaard over zijn ervaringen als jonge jongen in Sierra Leone. De vraagstelling van verweerder is bewust vaag en summier gehouden. Van een evenwichtige, oprechte en in onderlinge samenhang gewogen beoordeling van zijn verklaringen over zijn seksuele geaardheid, is geen sprake geweest, aldus eiser.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Nationaliteit

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het feit dat eiser in zijn vorige asielprocedures heeft gelogen over zijn nationaliteit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas. Uit paragraaf C1/4.4.2. van de Vc3 volgt immers dat een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling plaatsvindt, waarbij alle relevante omstandigheden van het geval worden betrokken en in onderlinge samenhang worden gewogen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verweerder ook andere argumenten ten grondslag heeft gelegd aan zijn standpunt, dat de seksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig is. Deze worden hieronder besproken.

Moment van kenbaar maken homoseksuele gerichtheid

7. Verweerder heeft zich daarnaast niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het feit dat eiser eerder geen gewag heeft gemaakt van zijn seksuele geaardheid, afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. Eiser heeft tijdens het gehoor opvolgende aanvraag immers verklaard dat hij zich in Sierra Leone al bewust is geworden van zijn gestelde seksuele geaardheid. Hij verblijft sinds 2003 in Nederland, heeft sindsdien meerdere asielprocedures doorlopen, en heeft dus ruimschoots de tijd gehad om de situatie van LHBT’s in Nederland te leren kennen. Nu hij zich in Nederland bevond en hij zich tegenover de Nederlandse autoriteiten in een veilige sfeer kon uiten, mocht van hem worden verwacht dat hij eerder zijn seksuele geaardheid naar voren zou brengen. De enkele verklaring van eiser dat hij bang was en dat het voor hem moeilijk was om ‘uit de kast’ te komen, is daartoe onvoldoende.

Eigen verklaringen

8. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder eiser conform WI 2018/94 voldoende in de gelegenheid heeft gesteld te verklaren over zijn gestelde seksuele geaardheid. Daarbij heeft verweerder niet ten onrechte opgemerkt dat het gaat om eisers eigen verklaringen en dat er voldoende is doorgevraagd bij standaardantwoorden. Dat verweerder zijn vraagstelling bewust vaag en summier heeft gehouden, volgt volgens de rechtbank geenszins uit het rapport gehoor opvolgende aanvraag van 22 juli 2019.

9. Verweerder heeft verder niet ten onrechte aan zijn standpunt ten grondslag gelegd dat eiser niet nader heeft verklaard hoe hij zich bewust is geworden van zijn gestelde seksuele geaardheid. Eiser heeft ook geen inzicht gegeven in wat het met hem deed om anders te zijn dan dat wat de maatschappij in Sierra Leone verlangt en op welke wijze hij daaraan invulling wilde of kon geven. Verweerder heeft verder niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn gestelde relatie in Sierra Leone en over zijn gestelde relatie in Nederland.

10. Gelet op alle bovengenoemde argumenten heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde seksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig is.

Conclusie

11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. van Andel, griffier.

griffier rechter

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Hierna: asielaanvraag.

2 Vreemdelingenwet 2000.

3 Vreemdelingencirculaire 2000.

4 Zie paragraaf 2 van Werkinstructie 2018/9.