Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:9209

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-07-2018
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
NL18.11250
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd dat Kosovo ook voor Roma een veilig land van herkomst is, zoals bedoeld in artikel 3.37f VV.

Daarnaast is er geen grond voor het oordeel dat Kosovo voor eiser persoonlijk geen veilig land van herkomst is. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat het voor eiser als Roma zonder geboorteakte niet mogelijk is om zich in Kosovo alsnog te laten registreren en identiteitsdocumenten aan te vragen, nu hij niet heeft geprobeerd om deze documenten te verkrijgen. Er is al daarom geen grond voor de conclusie dat eiser in Kosovo wegens het ontbreken van documenten geen aanspraak zal kunnen maken op overheidsvoorzieningen.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.11250


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2018 in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. R.S. Sewdajal),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.S.M. Rietveld).


Procesverloop
Bij besluit van 8 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening (de zaak NL18.11251), plaatsgevonden op 3 juli 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. R.G. Jagesar, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen een nadere toelichting te geven. Bij bericht van 5 juli 2018 heeft verweerder gereageerd. Bij bericht van 6 juli 2018 heeft eiser daarop gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 9 juli 2018, met toestemming van partijen zonder het houden van een nadere zitting.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Kosovaarse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] .
Eiser heeft ter onderbouwing van zijn aanvraag het volgende aangevoerd. Hij is in 1999 mishandeld door Albanezen met een bivakmuts op en zijn vrouw, moeder en zuster werden verkracht. Voorts heeft hij verklaard dat zijn geboorte in Kosovo niet geregistreerd staat en hij daardoor niet in het bezit kan komen van documenten. Hierdoor heeft hij geen toegang tot de medische zorg en heeft hij geen huis.

2. Verweerder heeft de aanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Verweerder heeft in het asielrelaas van eiser de volgende relevante elementen onderscheiden:
- de nationaliteit, identiteit en herkomst van eiser;
- de aanval door gemaskerde mannen vanwege zijn Roma-afkomst in 1999;
- de vrees om slecht behandeld te worden vanwege zijn Roma-afkomst.
3. Verweerder heeft in het bestreden besluit de elementen van het asielrelaas van eiser geloofwaardig geacht. Volgens verweerder is er geen grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, omdat Kosovo in het algemeen een veilig land van herkomst is en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Kosovo ten aanzien van hem zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, noch dat er, indien er zich problemen voordoen in Kosovo, voor hem geen mogelijkheid bestaat om tegen deze problemen de bescherming van de (hogere) autoriteiten van Kosovo in te roepen. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Kosovo kan worden beschouwd als veilig land van herkomst.

4.
Eiser voert aan dat Kosovo voor Roma niet kan worden beschouwd als veilig land van herkomst. Anders dan verweerder heeft geconcludeerd, blijkt uit het door verweerder aangehaalde rapport van de Europese Commissie over Kosovo van 10 november 2015 (SWD(2015) 215 final), dat de bescherming van minderheden, waartoe Roma behoren, in Kosovo aanzienlijk dient te worden verbeterd. Zij hebben in het algemeen te maken met slechte leefomstandigheden, sociale uitsluiting en frequente discriminatie, terwijl het voor hen moeilijk blijft om toegang tot de arbeidsmarkt te verkrijgen.
Ook uit het Country Report on Human Rights Practices uit 2015 blijkt dat Roma te maken hebben met wijdverbreide sociale en economische discriminatie. Zij hebben vaak geen toegang tot basishygiëne, gezondheidszorg en onderwijs. Zij zijn voor hun bestaan in hoge mate afhankelijk van humanitaire hulp.
Uit het rapport Lost in Translation: The Forced Migration Circle of Roma, Ashkali and Balkan Egyptians from Kosovo van de Society of Threatend Peoples uit november 2015 blijkt dat het voor Roma veel moeilijker is om aan betaald werk te komen, waardoor de werkloosheid in bepaalde gebieden volgens Kosovaarse autoriteiten zelfs oploopt tot (bijna) 100%. Het overgrote deel van de Roma is afhankelijk van het Kosovaarse socialezekerheidsstelsel, maar daarmee kan zelfs niet in de minimale kosten van hun bestaan worden voorzien.
Uit het rapport The Wall of Anti-Gypsyism: Roma, Ashkali and Egyptians in Kosovo van Civil Rights Defenders, gepubliceerd in november 2017, blijkt dat discriminatie tegen Roma in Kosovo niet of nauwelijks wordt geregistreerd vanwege de daarvoor gebruikte criteria en beslissingen in voorkomende gevallen van de openbaar aanklager en/of rechter. Gemiddeld 75% van de Romajongeren is werkloos en vele Roma kunnen geen beroep doen op het socialezekerheidsstelsel. Het blijft voor hen nog altijd zeer moeilijk om een adequate woning te vinden. Het Kosovaarse rechtssysteem is in algemene zin ineffectief, zeer traag en ondoorzichtig.
Verder stelt eiser dat de vraag of een land als veilig heeft te gelden niet afhankelijk kan worden gesteld van de vraag of non-gouvernementele organisaties (ngo’s) hulp kunnen bieden.

4.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat Kosovo een veilig land van herkomst is, ook voor Roma. Verweerder verwijst naar Bijlage 13 bij het Voorschrift Vreemdelingen (VV), behorend bij artikel 3.37f VV, waarin de lijst met veilig landen van herkomst, waaronder Kosovo, is opgenomen. Blijkens de toelichting bij de publicatie van de lijst heeft verweerder mede redengevend geacht voor het aanmerken van Kosovo als veilig land van herkomst, dat Kosovo door de Europese Commissie in een ontwerp-Verordening op de Europese lijst met veilige landen van herkomst is geplaatst. Verweerder heeft daarbij verwezen naar het onderzoek door de Europese Commissie dat daaraan ten grondslag ligt.
In aanvulling daarop heeft verweerder in het bestreden besluit erop gewezen dat de Kosovaarse autoriteiten worden bijgestaan door internationale organisaties, die mede toezien op de veiligheids- en mensenrechtensituatie in het land, te weten EULEX en de NAVO vredesmacht.
Daarnaast heeft verweerder verwezen naar diverse bronnen, zoals het Country Report on Human Rights Practices 2015 van het US Department of State en het rapport van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties (VN) van 29 juli 2016.
De omstandigheid dat sprake is van onder meer discriminatie, etnisch geweld en maatschappelijke problematiek, maakt volgens verweerder niet dat Kosovo niet als veilig land kan worden aangemerkt. Er zijn weliswaar problemen bij de behandeling van minderheden zoals Roma en er is verbetering nodig, maar uit de rapporten blijkt dat de autoriteiten de nodige moeite doen om de positie van de minderheden te verbeteren. Er zijn lokale actieplannen voor integratie van deze minderheden. Minderheden hebben toegang tot medische zorg en er is budget voor huisvesting van minderheden. Er wordt opgetreden tegen politiegeweld waarbij ook vervolging van politieagenten plaatsvindt die zich schuldig maken aan geweldpleging tegen minderheden. Minderheden worden in gerechtelijke procedures ondersteund. In Kosovo zijn nationale en internationale organisaties actief die zich bezig houden met mensenrechten. De Kosovaarse autoriteten werken mee en reageren in zekere mate positief op de bevindingen van deze organisaties. Het onafhankelijke Ombudsman Institution wordt in toenemende mate als effectief aangemerkt. De Kosovaarse wet- en regelgeving verbiedt discriminatie. Hoewel de autoriteiten deze wet- en regelgeving niet altijd effectief ten uitvoer brengen en sprake is van interetnisch geweld, is wel sprake van enige verbetering in die situatie. De autoriteiten doen verder de nodige moeite om werkgelegenheid te scheppen voor minderheden.

4.2

Eiser heeft verwezen naar rapporten waaruit blijkt dat minderheden in Kosovo, waaronder Roma, problemen ondervinden en vaak met discriminatie en geweld te kampen hebben en daarnaast moeilijkheden hebben met huisvesting en het vinden van werk. Verweerder heeft deze problemen ook onderkend. Maar verweerder heeft terecht erop gewezen dat de Kosovaarse autoriteiten inspanningen verrichten om de situatie te verbeteren en dat dit tot resultaten heeft geleid. Minderheden worden ondersteund door nationale en internationale organisaties en ngo’s, en de autoriteiten krijgen bijstand van EULEX en de NAVO. Het feit dat de Kosovaarse autoriteiten worden ondersteund door diverse organisaties, maakt op zichzelf niet dat Kosovo daarom geen veilig land van herkomst is. In dat verband is van belang dat uit de aangehaalde bronnen blijk dat die organisaties niet worden belemmerd door de Kosovaarse autoriteiten. Er is ook niet gebleken van een situatie waarin de Kosovaarse autoriteiten geheel onverschillig zijn ten aanzien van de verbetering van de positie van minderheden in Kosovo, zoals Roma, en dat zij niet bereid of in staat zijn hen de nodige hulp en bescherming te bieden, of niet bereid zijn de nodige hulp of bescherming door andere organisaties toe te laten.
Uit de door verweerder aangehaalde bronnen blijkt dat er in Kosovo, hoewel dat land geen partij is bij het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (het Vluchtelingenverdrag) en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), wet- en regelgeving is die vervolging en behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM verbiedt, dat die wet- en regelgeving wordt toegepast en dat daadwerkelijk een systeem van rechtsmiddelen beschikbaar is, hetgeen voor Roma niet anders is.
Verweerder heeft met het hiervoor weergegeven standpunt deugdelijk gemotiveerd dat in Kosovo algemeen gezien en op duurzame wijze geen vervolging of behandeling in strijd met artikel 3 EVRM plaatsvindt als bedoeld in artikel 3.37f VV.
De beroepsgrond slaagt niet.

5. Eiser voert verder aan dat Kosovo voor hem persoonlijk geen veilig land van herkomst is. Hij wijst erop dat zijn geboorte en de geboorte van zijn kinderen niet zijn geregistreerd in Kosovo. Zijn gezin beschikt niet over geboorteaktes en het is maar zeer de vraag of hij die alsnog zal kunnen krijgen. In het verlengde daarvan is het ook de vraag of hij en zijn gezin aan identiteitsdocumenten kunnen komen. Indien zij niet over identiteitsdocumenten beschikken, kunnen zij geen toegang krijgen tot overheidsdiensten. Als zij slachtoffer van discriminatie worden, kunnen zij daarom niet erop vertrouwen dat zij daartegen middelen kunnen aanwenden.
Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst eiser naar het rapport Lost in Translation: The Forced Migration Circle of Roma, Ashkali and Balkan Egyptians from Kosovo van de Society of Threatend Peoples uit november 2015. Daarin staat dat het zonder geboorteakte vrijwel onmogelijk is om een identiteitsbewijs te verkrijgen, waardoor men geen of nauwelijks toegang heeft tot overheidsdiensten en feitelijk staatloos is.
Eiser verwijst verder naar het rapport The Wall of Anti-Gypsyism: Roma, Ashkali and Egyptians in Kosovo van Civil Rights Defenders, gepubliceerd in november 2017. Daarin staat dat in Kosovo een goed systeem om met terugkerende Kosovaren zonder officiële documenten om te gaan, ontbreekt.

5.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet heeft geprobeerd om zijn geboorte in Kosovo alsnog te laten registreren en een identiteitsdocument aan te vragen, zodat niet is gebleken dat dat voor hem niet mogelijk is. Volgens verweerder zijn er in Kosovo mogelijkheden voor terugkerende Roma om documenten te verkrijgen.
Verweerder verwijst naar het hiervoor genoemde rapport van de Europese Commissie over Kosovo van november 2015, waarin onder meer het volgende staat (p. 27):

(…) Progress has been made with regard to solving registration problems for children and the government extended its assistance tot he registration process to over 600 displaced Roma, Askhali and Egyptians currently in Montenegro. In the absence of identity documents, Kosovo has yet to produce reliable data on its Roma, Ashkali and Egyptian communities.

Verder wijst verweerder op het Country Report on Human Rights Practices 2015 van het US Department of State. Daaruit blijkt dat de UNHCR hulp verleent aan ongedocumenteerde Roma’s en dat er samenwerking tussen Kosovo en de Montenegrijnse overheid heeft plaatsgevonden om identiteitsdocumenten aan te vragen. In het rapport staat onder meer het volgende (p.18):.

(…) Children who were born of parents displaced outside the country and entered with their readmitted parents often lacked documentation, including birth certificates, from their place of birth. Authorities acknowledged the problem but did not develop a systematic resolution. On June 24th, the Civil Registration Agency of the Ministry of Internal Affairs promoted free birth registration and late registration by removing the expiry date that that would have triggered fees or penalties for many registration services for Kosovo Roma, Kosovo Askhkali, and Kosovo Egyptians.

During the year the country cooperated with Montenegrin authorities to allow approximately 350 Kosovo Roma, Kosovo Ashkali, and Kosovo Egyptians who were

displaced to Montenegro to apply for identity documents and to register children.

Verweerder verwijst verder naar het Country Report Human Rights Kosovo 2017 en het rapport van de Secretary-General van de United Nations Interim Administration Mission in Kosovo van de Security Council van de United Nations van 1 mei 2018, waaruit ook blijkt dat de UNHCR hulp biedt bij het verkrijgen van documenten en met die hulp Roma er toch in zijn geslaagd om geboorteakten en paspoorten te verkrijgen.

5.2

Uit de genoemde rapporten blijkt dat in Kosovo weliswaar problemen zijn voor terugkerende Roma die niet zijn geregistreerd om identiteitsdocumenten te verkrijgen, maar ook blijkt dat er hulp en ondersteuning wordt geboden en dat dat ertoe heeft geleid dat alsnog documenten zijn verstrekt aan Roma die niet waren geregistreerd. Zo blijkt uit het Country Report Human Rights Kosovo 2017 dat het Civil Registration Agency aan 924 terugkerende personen geboorteaktes, identiteitsdocumenten en/of paspoorten heeft verstrekt. De UNHCR blijft onder andere Roma ondersteunen en heeft 92 personen begeleid bij het verkrijgen van documenten. Dat uit de informatie niet precies blijkt aan hoeveel Roma alsnog documenten zijn verstrekt en of ook documenten zijn verstrekt aan Roma die terugkeren vanuit Nederland, zoals eiser heeft aangevoerd, maakt het voorgaande niet anders. Uit de informatie volgt dat het voor Roma in het algemeen mogelijk is om bij terugkeer naar Kosovo een geboorteakte te verkrijgen en zich te laten registreren.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat het voor eiser niet mogelijk is om zich in Kosovo te laten registreren en identiteitsdocumenten aan te vragen, nu hij niet heeft geprobeerd om deze documenten te verkrijgen. Er is al daarom geen grond voor de conclusie dat eiser in Kosovo wegens het ontbreken van documenten geen aanspraak zal kunnen maken op overheidsvoorzieningen. Daarom is er geen grond voor het oordeel dat Kosovo om die reden voor hem geen veilig land van herkomst is.

De beroepsgrond slaagt niet.

6. Eiser voert tegen het terugkeerbesluit aan dat hem en zijn gezin ten onrechte geen vertrektermijn is gegund. Hij beschikt niet over de nodige documenten om naar Kosovo terug te kunnen keren. Om die reden dient hij de mogelijkheid te krijgen om de terugkeer van hem en zijn gezin op behoorlijke wijze voor te bereiden.

6.1

Nu, gelet op hetgeen in het voorgaande is overwogen, verweerder de aanvraag van eiser op goede gronden als kennelijk ongegrond heeft afgewezen, heeft verweerder op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, Vw aan hem in beginsel een vertrektermijn kunnen onthouden. In de omstandigheden die eiser naar voren heeft gebracht, heeft verweerder in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om hem een langere vertrektermijn te gunnen. Verweerder heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat eiser al langere tijd in de gelegenheid is geweest om zich in Kosovo te laten inschrijven en documenten aan te vragen. Daarnaast heeft eiser niet onderbouwd toegelicht dat het voor hem op dit moment niet mogelijk is om het grondgebied van de Europese Unie te verlaten.
De beroepsgrond slaagt niet.

7. Tot slot voert eiser aan dat verweerder hem ten onrechte een inreisverbod heeft opgelegd. Eiser betoogt dat hij niet eerder onrechtmatig in Nederland heeft verbleven en ook geen vrije termijn heeft overschreden.

7.1

Op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a Vw, heeft verweerder terecht aan eiser een inreisverbod opgelegd, nu hij aan hem een vertrektermijn heeft onthouden. De omstandigheden dat eiser niet eerder onrechtmatig in Nederland heeft verbleven en geen vrije termijn heeft overschreden, maken dat niet anders, nu verweerder die omstandigheden niet aan het inreisverbod ten grondslag heeft gelegd.
De beroepsgrond slaagt niet.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van der Kluit, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.H. Belevska, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.