Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:8801

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-06-2018
Datum publicatie
25-07-2018
Zaaknummer
C/09/551476 / HA ZA 18-419
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Verstekzaak. Op vordering van curator bestuursverbod opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/551476 / HA ZA 18-419

Vonnis van 13 juni 2018

in de zaak van

MR. LAMBERTUS JOHANNES VAN APELDOORN,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRESTIGE ZORG B.V.,

gevestigd te Hillegom,

eisende partij,

advocaat mr. S.P.B. van Leeuwen te Haarlem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BODIAM B.V.,

statutair gevestigd te Hillegom, doch aldaar niet daadwerkelijk gevestigd,

geen feitelijk kantooradres bekend binnen en buiten Nederland,

2. [gedaagde 2],

3. [gedaagde 3],

beiden thans zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

gedaagden,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 30 januari 2018, tegen de eerste rolzitting van 9 mei 2018, met producties 1 tot en met 15;

  • -

    het ter rolzitting van 16 mei 2018 tegen gedaagden verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding.

2.2.

Het (primair) gevorderde komt de rechtbank voor niet ongegrond of onrechtmatig voor. Derhalve wordt het gevorderde toegewezen op de wijze zoals hierna volgt.

2.3.

Gedaagden zullen, als de in het ongelijk gestelde partijen, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

- dagvaarding € 84,14

- kosten publicatie in Staatscourant: € 5,--

- griffierecht € 291,--

- salaris advocaat € 543,-- (1,0 punt × tarief € 543,-- )

Totaal € 923,14

2.4.

Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart voor recht dat gedaagden sub 1, sub 2 en sub 3 als de (middellijk) bestuurders van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Prestige Zorg B.V. het bepaalde in artikel 106a van de Faillissementswet (Fw) geheel of ten dele hebben overtreden;

3.2.

legt aan gedaagden sub 1, sub 2 en sub 3 een bestuursverbod op voor de duur van 5 jaar, nadat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;

3.3.

verstaat dat de griffier deze uitspraak, zodra deze onherroepelijk is geworden, met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel (KvK) zal aanbieden, met het verzoek aan de KvK terstond tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het Handelsregister over te gaan en het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, bij het Handelsregister te registreren;

3.4.

verstaat dat de rechtbank zo nodig alle overige gevolgen van dit bestuursverbod zal regelen als bedoeld in artikel 106b lid 4 Fw;

3.5.

verklaart voor recht dat gedaagden sub 1, sub 2 en sub 3 hun bestuurstaak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit handelen een belangrijke oorzaak van het faillissement is, waardoor de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het faillissementstekort van de boedel van gefailleerde;

3.6.

veroordeelt gedaagden sub 1, sub 2 en sub 3 hoofdelijk tot betaling aan de faillissementsboedel van Prestige Zorg B.V. van het faillissementstekort nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3.7.

veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eisende partij tot op heden begroot op € 923,14;

3.8.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 3.6 en 3.7 uitvoerbaar bij voorraad;

3.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.