Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:8371

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
03-08-2018
Zaaknummer
NL18.11310
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asielaanvraag van een vreemdeling met de Soedanese nationaliteit. De rechtbank overweegt allereerst dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om nader onderzoek te verrichten naar de psychische gesteldheid van eiser. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de gestelde identiteit, etniciteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig heeft geacht. De resultaten van de taalanalyse bevestigen evenmin dat eiser afkomstig is uit Zuid-Darfur. Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte geen geloof gehecht aan de problemen die eiser stelt te hebben ondervonden nu eiser heeft verklaard dat deze problemen zich hebben voorgedaan in Zuid-Darfur. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.11310


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Greve-Kortrijk),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).


Procesverloop
Bij besluit van 13 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.11311, plaatsgevonden op 27 juni 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen N. Al Wandawi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft gesteld te zijn geboren op [geboortedatum] 2000 en de Soedanese nationaliteit te hebben. Op 19 juli 2017 heeft eiser onderhavige asielaanvraag ingediend.

2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

 Gestelde identiteit, nationaliteit, etnische afkomst en herkomst;

 Eiser is (seksueel) mishandeld door Janjaweed. Hierbij is tevens zijn zus verkracht door dezelfde mensen;

 Eiser is tijdens het veehoeden (koeien) meegenomen door gemaskerde mannen. En wist op een later moment te ontsnappen;

 Het huis van het gezin van eiser is in brand gestoken. Tijdens de vlucht van kamp [kamp 1] naar kamp [kamp 2] naar aanleiding van de brand is de vader van eiser vermoord;

 Eiser is aangevallen op de markt van [kamp 1] , hierbij is geld van hem afgepakt.

3. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. Verweerder acht de gestelde nationaliteit van eiser, namelijk de Soedanese, op dit moment geloofwaardig. De identiteit, etniciteit en herkomst acht verweerder echter niet geloofwaardig. Volgens verweerder kan daarom geen geloof worden gehecht aan de door eiser afgelegde verklaringen omtrent zijn problemen nu hij stelt deze problemen te hebben ondervonden in Zuid-Darfur. Verder heeft verweerder eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Daartoe heeft verweerder overwogen dat eiser de Minister heeft misleid over zijn identiteit. Daarnaast meent verweerder dat eiser verklaringen heeft afgelegd die worden aangemerkt als duidelijk onwaarschijnlijk en tegenstrijdig, waardoor alle overtuigingskracht van zijn verklaringen is ontnomen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor verlening van een vergunning zoals bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000.

4. Eiser stelt zich op het standpunt dat zijn identiteit, etniciteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig zijn beoordeeld. Daartoe voert eiser aan dat hem niet zomaar kan worden tegengeworpen dat hij in Italië anders is geregistreerd. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiser naar een artikel uit de Volkskrant van 15 juni 2018 waarin wordt ingegaan op een rapport van Oxfam Novib waaruit blijkt dat er sprake is van problemen aan de grens tussen Frankrijk en Italië. Verder benadrukt eiser dat er in meerdere stukken is gewezen op de problemen rondom de besprekingen die met eiser zijn gehouden en op zijn concentratie en emoties, welke eiser in de weg lijken te zitten. Het had dan ook wellicht op de weg van verweerder gelegen om nader onderzoek te laten verrichten naar de psyche van eiser nu onduidelijk blijft waarom de gehoren niet gemakkelijk verliepen. Bovendien verklaart dit de wisselende verklaringen van eiser ten aanzien van zijn Facebookaccount en zijn verklaringen over zijn woonomgeving en etniciteit. Daarnaast verwijst eiser naar de informatie over zijn woonomgeving en etniciteit die zijn gemachtigde na een moeizaam gesprek heeft verkregen en die in de zienswijze uiteen is gezet. Verweerder heeft onzorgvuldig gehandeld door dit niet mee te nemen in de beoordeling. Tot slot stelt eiser zich op het standpunt dat hij in aanmerking dient te komen voor bescherming. Eiser wijst erop dat uit de taalanalyse blijkt dat hij uit Darfur afkomstig is en behoort tot een niet Arabische bevolkingsgroep. Uit het beleid van verweerder volgt dat in Darfur sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Ook volgt uit het algemeen ambtsbericht van Soedan van 2017 dat niet Arabisch sprekende burgers te maken hebben met discriminatie en dat Darfurezen en personen afkomstig uit de twee gebieden door leden van Arabische stammen nog veelal worden aangeduid als slaaf.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1

De rechtbank overweegt allereerst dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om nader onderzoek te verrichten naar de psychische gesteldheid van eiser. Uit het FMMU-advies van 8 augustus 2017 volgt dat er een medische klacht is geconstateerd maar dat hier geen beperking uit voortvloeit voor het horen en beslissen. Verder heeft verweerder onderkend dat uit het dossier blijkt dat de gehoren enigszins moeizaam zijn verlopen, maar niet gebleken is dat eiser niet in staat is om gehoord te worden. Zo is tijdens de gehoren meermaals aan eiser gevraagd naar zijn medische toestand en of hij in staat is om het gehoor voort te zetten. Verder zijn er voldoende pauzes gehouden en heeft verweerder rekening gehouden met de leeftijd en het begripsniveau van eiser. Ook blijkt uit de rapporten van de gehoren dat eiser meerdere keren heeft aangegeven dat hij vragen niet begreep, waarop de gehoormedewerker de vragen uitlegde. Bovendien heeft eiser geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van enige psychische problematiek. De rechtbank overweegt verder dat het betoog dat er problemen waren rondom de besprekingen en dat de concentratie en de emoties eiser in de weg lijken te zitten en dat het daarom niet vreemd is dat eiser wisselend heeft verklaard er niet toe kan leiden dat verweerder het voornemen en het bestreden besluit niet heeft mogen baseren op hetgeen eiser tijdens de gehoren heeft verklaard. Uit het voorgaande volgt dat verweerder het FMMU-advies in acht heeft genomen en dat uit de verslagen van de gehoren niet is gebleken dat eiser onmiskenbaar niet in staat is geweest zijn asielrelaas naar voren te brengen en daarover vragen te beantwoorden. Verweerder heeft zich daarom mogen baseren op de verklaringen die eiser tijdens de gehoren heeft afgelegd (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2085).

5.2

Wat betreft de identiteit van eiser, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de naam waaronder eiser in Italië is geregistreerd, namelijk [naam] , in grote mate overeenkomt met de naam [eiser] . Verweerder heeft dan ook ten onrechte tegengeworpen dat eiser in Italië onder een andere naam geregistreerd is. Verweerder heeft er echter terecht op gewezen dat eiser in Italië met een andere geboortedatum is geregistreerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit aan eiser heeft mogen tegenwerpen. De verwijzing naar het artikel van de Volkskrant en het rapport van Oxfam Novib treft geen doel. Weliswaar blijkt uit het krantenartikel en het rapport dat er sprake is van problemen bij de grens tussen Italië en Frankrijk, maar hieruit blijkt niet dat in Italië stelselmatig fouten worden gemaakt bij de leeftijdsregistratie. Daarbij stelt de rechtbank vast dat eiser niet aan de Italiaans-Franse grens is geregistreerd maar bij aankomst in Augusta, Sicilië. Ook heeft verweerder terecht verwezen naar het rapport van AIDA van 28 februari 2017, waarin staat dat niet is gebleken dat in Italië stelselmatige fouten worden gemaakt bij het registreren van geboortedata van binnenkomende asielzoekers. Verweerder heeft dan ook mogen overwegen dat er geen aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan de juistheid van de informatie die door de Italiaanse autoriteiten is verstrekt. Ten aanzien van het Facebookaccount van eiser, overweegt de rechtbank dat in beroep geen opheldering is gegeven over waarom eiser een Facebookaccount heeft op een andere naam, namelijk [naam] . Ook heeft verweerder er op mogen wijzen dat eiser vaag heeft verklaard over dit Facebookaccount. Nu eiser evenmin documenten heeft overgelegd om zijn identiteit mee te onderbouwen, is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de identiteit van eiser ongeloofwaardig heeft geacht.

5.3

De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de gestelde etniciteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig heeft geacht. Wat betreft eisers gestelde etniciteit, heeft verweerder er terecht op gewezen dat uit de taalanalyse is gebleken dat eiser geen enkele kennis heeft van het Fur, de taal van zijn gestelde bevolkingsgroep, terwijl van hem verwacht mag worden dat hij enige kennis heeft van deze taal. Ook heeft verweerder in het voornemen en het bestreden besluit uiteengezet dat eiser enkel oppervlakkig heeft verklaard over de tradities, gebruiken en gewoonten van de Fur en hier nauwelijks kenmerken over weet te noemen. Ten aanzien van de gestelde woon- en leefomgeving van eiser, namelijk Zuid-Darfur, overweegt de rechtbank dat verweerder afdoende heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiser hieromtrent algemeen, vaag en niet concreet zijn. Nu eiser stelt dat hij het grootste gedeelte van zijn leven in Zuid-Darfur heeft gewoond, heeft verweerder van eiser mogen verlangen dat hij uitgebreid zou kunnen verklaren over zijn woon- en leefomgeving. Eiser is hier, gelet op het voorgaande, niet in geslaagd.

De rechtbank overweegt voorts dat de informatie die eiser in de zienswijze heeft gegeven over zijn gestelde etniciteit en herkomst niet tot een ander oordeel kan leiden. Eiser is namelijk tijdens de gehoren en de taalanalyse uitgebreid in de gelegenheid gesteld om te verklaren over zijn identiteit, etniciteit en herkomst. Eiser heeft geen verschoonbare verklaring gegeven waarom hij pas in de zienswijze met aanvullende verklaringen komt. Verweerder heeft de verklaringen in de zienswijze dan ook terecht niet meegenomen in de beoordeling van eisers asielaanvraag.

5.4

Verweerder heeft aan eiser een taalkundig onderzoek aangeboden om zo zijn herkomst aannemelijk te maken. Uit het Rapport Taalanalyse van 29 maart 2018 volgt dat eiser eenduidig te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Soedan. Ook heeft de taalanalist opgemerkt dat op grond van eisers Arabische spraak is aan te nemen dat eiser een achtergrond heeft in Darfur en behoort tot een niet-Arabische bevolkingsgroep. In het Rapport Taalanalyse wordt echter ook uiteengezet dat op basis van de beschikbare gegevens niet nader kan worden vastgesteld of, en zo ja, hoe lang eiser heeft verbleven in Darfur. Volgens de taalanalist kan in elk geval niet worden aangenomen dat eiser, zoals hij verklaart, al zijn hele leven heeft doorgebracht in Zuid-Darfur. De rechtbank stelt vast dat eiser de resultaten van de taalanalyse niet heeft betwist. De rechtbank is dan ook met verweerder van oordeel dat de resultaten van de taalanalyse evenmin bevestigen dat eiser afkomstig is uit Zuid-Darfur en derhalve evenmin de herkomst van eiser aannemelijk maken.

5.5

Gelet op het vorenstaande, is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft mogen overwegen dat eiser zijn gestelde identiteit, etniciteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte geen geloof gehecht aan de problemen die eiser stelt te hebben ondervonden nu eiser heeft verklaard dat deze problemen zich hebben voorgedaan in Zuid-Darfur.

5.6

Verweerder heeft zich voorts voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor bescherming. Zoals onder 5.4 is omschreven, staat in het Rapport Taalanalyse weliswaar dat op grond van eiser zijn spraak is aan te nemen dat hij een achtergrond heeft in Darfur en dat hij behoort tot een niet-Arabische bevolkingsgroep, maar uit het rapport blijkt eveneens dat niet vastgesteld kan worden of en zo ja hoe lang eiser heeft verbleven in Darfur. Eiser heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat hij afkomstig is uit Darfur en dat hij hier voordat hij naar Nederland kwam zijn woonplaats had. Eiser kan dan ook geen bescherming ontlenen aan het beleid dat ziet op de situatie in Darfur. De enkele stelling dat niet Arabisch sprekende burgers te maken hebben met discriminatie kan eveneens niet tot bescherming leiden nu eiser Arabisch spreekt, hetgeen ook uit de taalanalyse blijkt. Dat Darfurezen en personen afkomstig uit de twee gebieden door leden van Arabische stammen nog veelal worden aangeduid als slaaf, is evenmin onvoldoende grond om tot vergunningverlening op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, van de Vw 2000 over te gaan.

6. De rechtbank concludeert dat de aanvraag terecht is afgewezen als kennelijk ongegrond.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Binnendijk, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.