Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:8300

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
16-07-2018
Zaaknummer
C/09/535907 / HA ZA 17-737
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bedrag dat zorgverlener voor verleende jeugdhulp aan (het samenwerkingsorgaan van) de gemeenten factureert, overschrijdt het door de gemeenten vastgestelde declaratieplafond. Gemeenten betalen het bedrag van het declaratieplafond. Zorgverlener vordert het bedrag waarmee het declaratieplafond wordt overschreden. Instemming van de zorgverlener met de hoogte van declaratieplafond vereist? Jeugdwet. Redelijkheid en billijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2018-0315
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/535907 / HA ZA 17-737

Vonnis van 11 juli 2018

in de zaak van

de stichting

DE BUITENWERELD,

gevestigd te Berkel en Rodenrijs,

eiseres,

advocaat mr. A. Bosveld te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

SAMENWERKINGSORGAAN HOLLAND RIJNLAND,

gevestigd te Leiden,

gedaagde,

advocaat mr. E.E. Schaake te Den Haag.

Partijen zullen hierna De Buitenwereld en Holland Rijnland worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 4 juli 2017, met een productie

- de conclusie van antwoord, met zeventien producties

- het tussenvonnis van 10 januari 2018, waarbij een comparitie van partijen is bepaald

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 26 april 2018

- het verzoek van partijen vonnis te wijzen.

1.2.

Het proces-verbaal van de comparitie van partijen is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op het proces-verbaal te reageren voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Holland Rijnland heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Haar brief van 22 mei 2018 is aan het proces-verbaal gehecht en is onderdeel van het procesdossier.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid van integrale jeugdhulp overgeheveld van het Rijk en de provincie naar gemeenten. Nederlandse gemeenten zijn sindsdien verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

2.2.

Dertien van de veertien samenwerkende gemeenten in de regio Holland Rijnland hebben voor het jaar 2015 alle vormen van jeugdhulp ingekocht via het regionaal samenwerkingsorgaan Holland Rijnland.

2.3.

Holland Rijnland heeft in het kader van de openbare aanbestedingsprocedure in 2014 een Uitnodiging tot Contractering Jeugdhulp Holland Rijnland 2015 (hierna: de Uitnodiging) aan geïnteresseerde jeugdhulpaanbieders, waaronder De Buitenwereld, doen uitgaan. De Uitnodiging bepaalt onder meer:

Voorwoord

In deze [Uitnodiging] staan de voorwaarden en instructies voor jeugdhulpaanbieders die gecontracteerd willen worden voor (een of meerdere percelen voor) de jeugdhulp.

(…)

1 Definities en omschrijving project

(…)

1.2

Algemeen

(…)

Deze [Uitnodiging] beschrijft de speerpunten, algemene en specifieke inhoudelijke eisen en uitgangspunten waaronder de samenwerkende gemeenten vanaf 1 januari 2015 een contractrelatie met uw organisatie aan willen gaan. De samenwerkende gemeenten vragen u om op basis van dit document een offerte uit te brengen. (…)

4 Inhoudelijke eisen

4.1

Speerpunten en algemeen inhoudelijke eisen

(…)

4.1.2

Algemene eisen

(…)

U verleent in principe geen zorg zonder een door de gemeente afgegeven beschikking. Hierop bestaan uitzonderingen:

  1. Geboden hulp ten tijde van crisis, gedurende maximaal 6 weken

  2. Justitiële verwijzing

  3. Verwijzing via huisarts, medisch specialist of jeugdarts

In de laatste situatie stelt u vast of de verwijzing terecht is en of u de noodzakelijke hulp kunt bieden (…). Wij stellen als eis dat u binnen 3 weken het betreffend Jeugd- en Gezinsteam informeert over het feit dat u een cliënt via verwijzing in zorg neemt, onder vermelding van (korte) aanleiding, vermoedelijk traject met tijdsduur en vermoedelijke kosten. U realiseert zich dat de kosten van de via verwijzing geboden zorg moeten worden voldaan uit het algehele budget dat met u is afgesproken. U bent er zelf verantwoordelijk voor de verwijzer en het Jeugd- en Gezinsteam te informeren als de gevraagde zorg om budgettaire redenen niet meer kan worden geboden. Het is in dat geval aan het Jeugd- en Gezinsteam te beoordelen of een andere aanbieder nog wel ruimte heeft. In geen geval wordt zorg vergoed die zonder contact met het Jeugd- en Gezinsteam uitstijgt boven het u toegekende budget.

(…)

4.2

Eisen ten aanzien van tarifering, bekostiging en facturatie

Uitgangspunten

Contractering gebeurt op basis van het “geld-volgt-client”-model. Binnen dit model stuurt opdrachtgever via de raamovereenkomst op het tarief, het volume, doelmatigheidseisen en het implementatieregime. De inzet van deze instrumenten heeft als doel om binnen de contracteerruimte te blijven.

(…)

Opdrachtgever contracteert bij opdrachtnemer het aantal af te nemen eenheden (…) per jaar (Q) en het afgesproken tarief per relevante eenheid (P). Zowel P en Q worden jaarlijks tussen opdrachtnemer en opdrachtgever vastgesteld en vastgelegd in een bijlage bij de overeenkomst. De totaalsom van eenheden en tarieven bepaalt het budgetplafond per inkooppakket.

(…)

Een groter aantal eenheden (dat uitstijgt boven het totaal gecontracteerde aantal per gemeente) betekent niet meer omzet. Wanneer de instroom groter is dan in de raamovereenkomst is vastgelegd en er daardoor een overschrijding van het budgetplafond dreigt, dan meldt de opdrachtnemer dat bij de opdrachtgever. Partijen treden dan in overleg om tot een oplossing te komen. (…)

Opdrachtnemer levert een gelijkmatige spreiding van zorg door het jaar heen binnen het budgetplafond. Opdrachtgever behoudt het recht om op basis van de gegevens over het eerste half jaar vanaf 2016, de omvang van de gecontracteerde hulp voor het lopende jaar bij te stellen en een bijgesteld budgetplafond af te geven voor het lopende jaar. Daarmee kan de opdrachtgever herschikken binnen de voorlopig gecontracteerde middelen. Indien er geen bijgestelde afspraken zijn gemaakt vóór 31 oktober van het lopende jaar, dan gelden de oorspronkelijke afspraken als definitieve afspraken.”

2.4.

De Buitenwereld heeft naar aanleiding van de Uitnodiging een offerte ingediend.

2.5.

Holland Rijnland heeft eind 2014 met De Buitenwereld voor de percelen 6 en 7 twee raamovereenkomsten (hierna: de raamovereenkomsten) gesloten voor het verlenen van jeugdhulp. De raamovereenkomsten vermelden onder meer:

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1 Begrippen

(…)

Declaratieplafond

Het maximum jaarbedrag waarvoor Opdrachtnemer declaraties mag indienen. Declaraties worden achteraf verrekend met het ontvangen voorschort. Het betreft hier dus niet een toegekend budget. In de [Uitnodiging] wordt dit ‘budgetplafond’ genoemd.

(…)

Jeugd- en Gezinsteam

Onderdeel van het CJG, dat integrale en directe ambulante jeugdhulp en consultatie en advies biedt in wijken en gemeenten. (…)

Verwijzer

(…) een huisarts, medische specialist, jeugdarts, Jeugd en Gezinsteam, of de gecertificeerde instelling of de rechter (…).

Verwijzing

(…) een document van een huisarts, medische specialist, jeugdarts, Jeugd en Gezinsteam, rechter (…).

(…)

Artikel 5 Documenten als onderdeel van de gemaakte afspraken

5.1

De in dit artikel genoemde documenten maken deel uit van deze Overeenkomst, waarbij geldt dat voor zover de documenten met elkaar in tegenspraak zijn, bij de interpretatie van de Overeenkomst de volgende rangorde van toepassing is, waarbij een eerder genoemd document prevaleert boven het later genoemde:

1) Deze Overeenkomst inclusief de bijlagen.

2) (…)

3) De [Uitnodiging] inclusief de bijlagen.

4) (…).

Hoofdstuk 2: Levering van individuele Jeugdhulpvoorziening

Artikel 6 Jeugdhulp levering algemeen

6.1

De in te zetten individuele Jeugdhulpvoorziening wordt verleend op basis van een Verwijzing door het Jeugd- en Gezinsteam en/of Verwijzing door een andere geautoriseerde Verwijzer (…). Bij alle Verwijzingen stelt Opdrachtnemer vast of de Verwijzing terecht is, welke Hulp nodig is en welke Hulp passend is en of de noodzakelijke Hulp geboden kan worden, zonodig met betrekking van derden.

(…)

6.3

Opdrachtnemer verbindt zich om hetgeen tussen Partijen is overeengekomen aan productieafspraken, Hulp te verlenen aan de Cliënt die zich daartoe tot hem heeft gewend.

(…)

Artikel 10 Cliëntenstop

10.1

Het is Opdrachtnemer niet toegestaan eenzijdig een Cliëntenstop in te stellen voor de in het kader van deze Overeenkomst te leveren Hulpverlening, dit geldt tevens indien Opdrachtnemer een cliëntengroei kent van meer dan 10%. Opdrachtnemer treedt in deze situatie of wanneer deze situatie wordt voorzien hierover in een zo’n vroeg mogelijk stadium in overleg met Opdrachtgever.

Artikel 11 Hulpweigering

11.1

Opdrachtnemer kan Hulpverlening weigeren om de volgende redenen:

Opdrachtnemer heeft zwaarwegende redenen op grond waarvan de Hulpverlening in redelijkheid niet van Opdrachtnemer kan worden gevraagd.

(…)

Artikel 12 (Tussentijdse) Hulpbeëindiging

(…)

12.3

Het tussentijds beëindigen van Hulp is slechts mogelijk bij zwaarwegende redenen en slechts onder bijzondere omstandigheden. Voorbeelden van zwaarwegende redenen zin:

  • -

    Een ernstige mate van bedreiging of intimidatie die de situatie onwerkbaar maakt omdat de persoonlijke veiligheid of vrijheid van de Hulpverlener in gevaar is. Deze situatie kan ontstaan vanuit de Client maar ook vanuit de handelswijze van de familie van de Client.

  • -

    Een onherstelbaar verstoorde vertrouwensrelatie.

  • -

    Hygiënische omstandigheden die ernstige gezondheidsrisico’s opleveren voor de Hulpverlener.

  • -

    Het niet nakomen van essentiële verplichtingen of regels, ook niet na herhaaldelijk (schriftelijk) aandringen of waarschuwen.

(…)

Hoofdstuk 4: Bekostigingssystematiek, declaratie en betaling

Artikel 16: Bekostigingssystematiek

16.1

Het “geld-volgt-cliënt”-model is hier van toepassing. Binnen dit model stuurt Opdrachtgever via deze Overeenkomst op het tarief, het volume en doelmatigheidseisen. De inzet van deze instrumenten heeft als doel om binnen het Declaratieplafond te blijven.

16.2

Opdrachtgever contracteert bij Opdrachtnemer het maximum aantal af te nemen eenheden (…) per jaar (Q) en het afgesproken tarief per relevante eenheid (P).

(…)

16.5

Declaratieplafond:

Zowel P als Q worden jaarlijks tussen Opdrachtnemer en Opdrachtgever vastgesteld en vastgelegd in bijlage 2 bij deze overeenkomst. De totaalsom van het product van eenheden en tarieven bepaalt het Declaratieplafond per Opdrachtnemer. Het voorlopig Declaratieplafond voor 2015 bedraagt: € 120.234 voor [perceel 6 en 7], tezamen.

16.6

Herschikking middelen – definitief Declaratieplafond:

Opdrachtnemer levert een zo gelijkmatige spreiding van de zorg als mogelijk door het jaar binnen het Declaratieplafond. Opdrachtgever behoudt het recht om op basis van de gegevens uit de kwartaalrapportages, de omvang van de gecontracteerde hulp voor het lopende jaar bij te stellen en een bijgesteld Declaratieplafond af te geven voor het lopende jaar. Daarmee kan de Opdrachtgever herschikken binnen de voorlopig gecontracteerde middelen. Indien er geen bijgestelde afspraken zijn gemaakt vóór 31 oktober van het lopende jaar, dan gelden de oorspronkelijke afspraken als definitieve afspraken.

16.7

Meerwerk:

Een groter aantal eenheden (dat uitstijgt boven het totaal gecontracteerde aantal) betekent niet meer omzet. Overproductie komt voor eigen rekening en risico van Opdrachtnemer. Opdrachtnemer treedt in deze situatie of wanneer deze situatie wordt voorzien hierover in zo’n vroeg mogelijk stadium in overleg met Opdrachtgever.

(…)

Bijlage 2 P en Q

Aanvulling 2 bij raamovereenkomst 2015 tussen de samenwerkende gemeenten in Holland Rijnland en De Buitenwereld

Aanvullend op de raamovereenkomst leggen de gemeenten in Holland Rijnland het volgende vast met betrekking tot [de] overeenkomst met De Buitenwereld

(…)

Aanvraag en declaratieplafond

Ter aanvulling op het contract wordt hier de basis aangegeven waarop de hoogte van uw declaratieplafond tot stand is gekomen.

In uw aanvraag van € 153.319 is een groei ten opzichte van 2013 meegenomen. Deze groei kennen we voor 50% toe, dit resulteert in € 127.909. Vervolgens is over dit bedrag een efficiency korting van 6% gerekend. Op basis hiervan is het declaratieplafond vastgesteld op € 120.234.

Overzicht

Hieronder overzichtelijk de (afgeronde) cijfers op een rij.

  • -

    Opgave 2013 € 102.498

  • -

    Aanvraag € 153.319

  • -

    Declaratieplafond € 120.234”

2.6.

De Buitenwereld verleent met ingang van januari 2015 jeugdhulp in de regio Holland Rijnland.

2.7.

De Buitenwereld meldt Holland Rijnland in maart en/of april 2015 een duidelijke groei van het aantal cliënten en/of overschrijding van het declaratieplafond.

2.8.

Op 29 april 2015 spreken partijen met elkaar. Naar aanleiding van dat gesprek mailt [A] (hierna: [A] ), medewerker van Holland Rijnland bij de afdeling Tijdelijke Werkorganisatie (hierna: TWO), op 4 mei 2015 onder andere [B] (hierna: [B] ), zelfstandig consultant ingeschakeld door De Buitenwereld. In de e-mail is onder meer opgenomen:

Vorige week woensdag hebben wij elkaar gesproken over o.a. de financiële situatie van de Buitenwereld. In deze mail bevestig ik de gemaakte afspraken.

We kunnen, althans op dit moment, geen toezeggingen doen voor meer financiële middelen. Wel is het volgende afgesproken:

TWO gaat de Buitenwereld ondersteunen bij gespreksvoering met Cardea, Cirium en Ipse. Die is er op gericht om betaling van de Buitenwerelddiensten door deze organisaties te bewerkstelligen. (…)

De TWO haalt de bevoorschotting 2015 naar voren. Wij verhogen [we] de bevoorschotting zodanig dat Buitenwereld eind augustus het gehele toegezegde budget 2015 heeft ontvangen. (…)

Eind augustus gaan we opnieuw in overleg met elkaar om de stand van zaken te bespreken.

Er is ook besproken dat er in de voorgestelde constructie een risicofactor zit die voor rekening van Buitenwereld is.”

2.9.

Partijen overleggen eind juli 2015 met elkaar. Naar aanleiding van dat overleg schrijft [B] op 27 juli 2015 per mail aan onder andere [A] en [C] (hierna: [C] ), regiomanager van De Buitenwereld:

Bijgaand stuur ik het budgetoverzicht 2015 dat we vanmiddag hebben besproken. We zullen ten behoeve van het overleg op 1 september zorg dragen voor een geactualiseerde versie (met daarin de productie van juli en zo mogelijk al augustus). We hebben besproken dat de Buitenwereld aanmelding vanuit de teams goed zal beoordelen en kinderen zal plaatsen indien een duidelijke indicatie aanwezig is. In het overleg van september zullen, mede op basis van binnen de gemeenten te voeren overleg, verdere afspraken worden gemaakt over het jaarbudget en de bevoorschotting.

Bij deze e-mail is een productieoverzicht gevoegd. In dat overzicht wordt een totaalbedrag van € 262.155,22 geprognosticeerd voor het jaar 2015 en is verder berekend dat het budget met € 141.921,22 zal worden overschreden.

2.10.

Begin september overleggen partijen wederom. [B] schrijft in vervolg op dat overleg op 2 september 2015 in een e-mail gericht aan onder andere [A] en [C] het volgende:

Namens de Buitenwereld wil ik graag onze dank zeggen voor het bijzonder prettige overleg dat we gisteren hebben mogen voeren. Het ophogen van ons budget met € 140.000 was een bijzonder prettige verrassing. (…) voor de goede orde vatten we onderstand kort samen wat we hebben besproken en afgesproken.

Besproken is het volgende:

  • -

    De Buitenwereld krijgt door middel van een addendum een budget ophoging van € 120.234,- naar totaal € 260.234,-

  • -

    (…)

  • -

    Op basis van cijfers t.m. augustus (zie bijlage) heeft de Buitenwereld berekend dat het jaar totaal mogelijk uit zou kunnen komen op een hoger bedrag dan het nieuwe plafond.

  • -

    Het reservepotje van Rijnland is echter inmiddels uitgeput.

We hebben het volgende afgesproken:

  • -

    De Buitenwereld gaat nogmaals “met de stofkam” uitzoeken wat de voorspelling is voor de jaar productie

  • -

    De Buitenwereld gaat precies in beeld brengen welke kinderen er nu op de wachtlijst staan, en welke kinderen mogelijk uit zouden kunnen stromen.

  • -

    Hiermee kunnen we een geactualiseerd overzicht maken voor het volgende overleg op 15 september.

  • -

    [ [A] ] zal de mogelijkheid bespreken van een extra aanvullend budget; de kansen hierop zijn niet heel groot.

  • -

    We moeten rekening houden met het instellen van een “aanmeldingslijst” na het overleg op 15-9

  • -

    In de tussentijd, tot 15-9, zal de Buitenwereld zeer terughoudend zijn met het plaatsen van kinderen.

  • -

    Als het moet komen van een “aanmeldingslijst” zoeken we de mogelijkheid om individuele kinderen voor te dragen voor een individuele beslissing.

  • -

    [ [A] ] zal uitzoeken of dat via het Expertteam kan lopen.

Bij het bericht is een productieoverzicht gevoegd waarin het totaalbedrag aan zorg voor het jaar 2015 wordt berekend op € 309.445,49. Het verschil met het declaratieplafond wordt becijferd op € 189.211,49.

2.11.

Op 15 september 2015 overleggen partijen met elkaar. Onder anderen [A] , [C] en [B] zijn bij dat overleg aanwezig. In het verslag van dat overleg is onder meer opgenomen:

2015

Overproductie dreigt, ondanks eerdere ophoging van het budget. (…)

Een financieel overzicht wordt uitgedeeld. Hieruit blijkt dat (…) er € 338.469 nodig is. Dit is € 76.235 boven budget. kanttekening die gemaakt wordt is dat het aantal aanmeldingen nog verder op zal lopen. De Buitenwereld geeft aan stukje groei voor eigen rekening te nemen, dit betreft in elk geval de 10% die contractueel is vastgelegd.

TWO geeft aan dat er geen groei in het budget zal worden toegestaan voor 2015.

Het gevolg hiervan is (…) dat per vandaag een cliëntenstop van toepassing is. (…)”

Afspraken

(…)

in overleg over communicatie over (…) cliëntenstop

overleg met het expertteam

budgetplafond blijft gehandhaafd

(…)

2.12.

De Buitenwereld bericht Holland Rijnland op 18 september 2015 dat er diverse nieuwe aanmeldingen zijn maar dat de intake “on hold” is gezet.

2.13.

Partijen spreken elkaar eind september 2015. [A] mailt [B] en [C] naar aanleiding van dat overleg op 1 oktober 2015 onder andere:

Naar aanleiding [van] het gesprek gisterenmiddag bevestig ik de gemaakte afspraken:

Voor 2015:

  1. (…) Van de zijde van Holland Rijnland is nadrukkelijk de uitnodiging neergelegd om creatief te kijken wat nog wel mogelijk is binnen het budgetplafond aangezien Holland Rijnland een forse financiële ruimte veronderstelt. De volgende opties zijn in het gesprek direct en indirect aan de orde geweest: het aanvullen van de groep bij Cardea, afschalen van het aantal dagdelen, beoordelen van de zwaarte van de groep in relatie tot de kleuren rood-oranje-groen en bekijken of de juiste doelgroep op Buitenwereld zit.

  2. Het budgetplafond wordt niet verder opgehoogd. Dit heeft consequenties voor de kinderen op de aanmeldlijst. Hierover is het volgende afgesproken:

[De Buitenwereld] kijkt nogmaals met een creatieve blik naar de aanmeldlijst en de zittende cliënten, zoals ook beschreven bij punt 1.

[De Buitenwereld] komt n.a.v. bovenstaande actie uiterlijk 5 oktober met een opgeschoonde aanmeldlijst.

Voor de kinderen die op deze lijst staan en waarvoor geen plek is gevonden bij [De Buitenwereld] wordt in samenspraak met JGT naar een passende oplossing gezocht.

Kinderen waarvoor geen passende oplossing voor handen lijkt te zijn n.a.v. de gesprekken tussen [De Buitenwereld] en JGT (en ouders) kunnen bij het expertteam worden aangemeld.

[Holland Rijnland] doet voorstellen voor de communicatie richting JGT’s en ouders en stemt dit af met [De Buitenwereld] en de individuele gemeenten.

(…)

2.14.

[A] mailt op 6 oktober 2015 [C] onder meer het volgende:

Onderstaand een concepttekst voor de JGT’s

Beste JGT-ers,

Graag jullie aandacht voor het volgende:

De Buitenwereld (…) hebben deze zomer hun budgetplafond bereikt en we kunnen dat als gemeenten niet aanvullen omdat de middelen daarvoor ontbreken. Daarom is een cliëntenstop ingezet.

De TWO heeft namens de gemeenten met de Buitenwereld de volgende afspraken gemaakt:

  • -

    Er worden geen nieuwe cliënten aangenomen

  • -

    De Buitenwereld zal samen met het JGT voor cliënten een alternatief zoeken voor de gevraagde hulp.

  • -

    Mocht het JGT en de Buitenwereld oordelen dat hulp alleen via de Buitenwereld geboden kan worden dan kan daarvoor een aanvraag worden gedaan via het expertteam volgens de daarvoor geldende afspraken. Op basis van dat oordeel kan begeleiding incidenteel apart worden gefinancierd.

(…)

2.15.

Op 7 oktober 2015 schrijft [C] [A] per e-mail onder andere:

Bij deze een terugkoppeling vanuit de Buitenwereld

Update aanmeldlijst

(…)

We hebben voor 4 kinderen ruimte weten te maken (…). Bij cliënten op de aanmeldlijst gaan we steviger sturen op de Samensprong, daar zijn nog plekken die we zonder extra middelen beschikbaar kunnen maken. (…) Er zijn nu drie kinderen die mijns inziens bijzondere aandacht vragen (…). Ik zou mij kunnen voorstellen dat deze kinderen doorgezet worden naar het Expertteam. (…) We gaan nogmaals met Curium in overleg om te bezien of we in 2015/2016 ruimte kunnen maken voor de aanmeldingen vanuit heb. We willen deze samenwerking echt verder vorm en inhoud geven. Evenals met Cardea waar we recent de Samensprong hebben geëvalueerd.

(…)

Mail aan JGT teams

Gisteren heb jij mij de conceptmail gestuurd. Ik kan mij vinden in de tekst. (…)

2.16.

De Buitenwereld brengt bij Holland Rijnland via een factuur, gedateerd 26 januari 2016, voor in het jaar 2015 geleverde zorg een totaalbedrag van € 359.821,72 in rekening.

2.17.

In een brief van 6 april 2016 aan Holland Rijnland meldt de heer [D] , hoofd TWO, dat het door De Buitenwereld in rekening gebrachte bedrag als bedoeld in het vorige punt boven het declaratieplafond ligt, meerwerk voor rekening van de zorgaanbieder valt en afrekening ter hoogte van het declaratieplafond plaatsvindt.

2.18.

Holland Rijnland heeft € 91.573,44 niet voldaan.

3 Het geschil

3.1.

De Buitenwereld vordert, zakelijk weergegeven, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Holland Rijnland tot betaling van € 93.264,17, vermeerderd met wettelijke rente over € 91.573,44 vanaf 1 februari 2016, en kosten.

3.2.

De Buitenwereld legt aan haar vorderingen samengevat het volgende ten grondslag. Partijen hebben voor het jaar 2015 raamovereenkomsten gesloten. De Buitenwereld heeft aan haar verplichtingen voldaan. Zij heeft zorg verleend aan de naar haar verwezen cliënten en Holland Rijnland er constant van op de hoogte gesteld dat het (verhoogde) budget onvoldoende was om de kosten van de door De Buitenwereld verleende zorg te dekken. De raamovereenkomsten verplichten Holland Rijnland om het declaratieplafond in overleg met De Buitenwereld vast te stellen, aldus dat Holland Rijnland alle kosten die De Buitenwereld voor de uitvoering van de raamovereenkomsten over 2015 heeft moeten maken, moet vergoeden. Holland Rijnland heeft het declaratieplafond eenzijdig vastgesteld en weigert de kosten van de door De Buitenwereld verleende zorg die boven het declaratieplafond uitstijgen, te vergoeden. Zij handelt daarmee in strijd met de raamovereenkomsten en de Jeugdwet. In ieder geval kan het niet zo zijn dat De Buitenwereld verplicht is zorg te leveren zonder dat zij de omvang van de zorgverlening kan beperken en Holland Rijnland de financiering eenzijdig kan stopzetten. Naast € 91.573,44 is Holland Rijnland buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 1.690,73 verschuldigd.

3.3.

Holland Rijnland voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In deze zaak is de vraag of Holland Rijnland de boven het declaratieplafond uitstijgende kosten moet betalen. De Buitenwereld beantwoordt die vraag bevestigend. Zij stelt daartoe in de kern dat Holland Rijnland alle kosten die De Buitenwereld in het jaar 2015 heeft gemaakt moet vergoeden. Holland Rijnland is van mening dat zij niet gehouden is om boven het declaratieplafond uitstijgende kosten te voldoen.

4.2.

De Buitenwereld baseert haar vorderingen primair op de raamovereenkomsten, dan wel de Jeugdwet. Verder begrijpt de rechtbank het standpunt van De Buitenwereld aldus, dat zij zich beroept op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

raamovereenkomsten

4.3.

De Buitenwereld voert aan dat Holland Rijnland het declaratieplafond niet eenzijdig kan vaststellen. Ter onderbouwing van dat standpunt wijst De Buitenwereld erop dat partijen, wegens gebrek aan ervaring met in de regio Holland Rijnland te verlenen jeugdhulp, de omvang van de over het jaar 2015 benodigde jeugdhulp voor totstandkoming van de raamovereenkomsten niet konden begroten. Om die reden voorzien de raamovereenkomsten volgens De Buitenwereld in een voorlopig declaratieplafond en bepalen zij in artikel 16.6 dat het declaratieplafond aan de hand van gegevens die in de loop van 2015 bekend worden, kan worden bijgesteld.

4.4.

Ook als uitgangspunt is dat Holland Rijnland het oorspronkelijke declaratieplafond zonder instemming van De Buitenwereld heeft bijgesteld, kan De Buitenwereld niet worden gevolgd in haar betoog dat Holland Rijnland daartoe gelet op de raamovereenkomsten niet mocht overgaan. De raamovereenkomsten bieden namelijk geen aanknopingspunt om de tussen partijen geldende afspraken op te vatten op de wijze die De Buitenwereld voorstaat. Meer in het bijzonder vertaalt de door de De Buitenwereld gestelde, voor de totstandkoming van de raamovereenkomsten bestaande, onzekerheid over de begroting van de omvang van de te verlenen jeugdhulp zich in de raamovereenkomsten niet in een bepaling die voorschrijft dat De Buitenwereld moet instemmen met het bijstellen van het declaratieplafond. Zo bepaalt artikel 16.5 van de raamovereenkomsten enkel dat het declaratieplafond tussen opdrachtgever en opdrachtnemer jaarlijks wordt vastgesteld. Het artikel duidt de rol van partijen bij het vaststellen van het declaratieplafond niet. Artikelen 16.1 en 16.6 van de raamovereenkomsten duiden die rol wel. Artikel 16.1 van de raamovereenkomsten bepaalt dat, om binnen het declaratieplafond te blijven, de opdrachtgever via de raamovereenkomsten stuurt op het tarief, het volume en doelmatigheidseisen. Artikel 16.6 van de raamovereenkomsten geeft de opdrachtgever verder het recht om het declaratieplafond bij te stellen en een bijgesteld declaratieplafond af te geven. Daarmee drukken deze bepalingen uit dat enkel de opdrachtgever de hoogte van het declaratieplafond bepaalt. Instemming van De Buitenwereld met die hoogte is dus niet vereist.

4.5.

De Buitenwereld gaat er verder vanuit dat het declaratieplafond toereikend moet zijn om alle door haar in 2015 gemaakte kosten te dekken. Ook dat betoog vindt geen steun in de raamovereenkomsten. Gelet op de definitie van declaratieplafond in artikel 1 van de raamovereenkomsten en het bepaalde over meerwerk in artikel 16.7 van de raamovereenkomsten blijft de overschrijding van het maximum jaarbedrag waarvoor declaraties kunnen worden ingediend voor rekening van De Buitenwereld.

4.6.

Het bovenstaande leidt ertoe dat Holland Rijnland op grond van de raamovereenkomsten niet is gehouden een overschrijding van het declaratieplafond te vergoeden.

Jeugdwet

4.7.

Holland Rijnland hoeft die overschrijding ook op grond van de Jeugdwet niet te betalen. De Jeugdwet verplicht de gemeenten jeugdhulp beschikbaar te hebben voor hun inwoners. De gemeenten zijn vrij te bepalen op welke wijze zij verzekeren uitvoering aan die verplichting te kunnen geven. Zo schrijft de Jeugdwet de wijze waarop gemeenten de financiering van die verplichting vormgeven niet voor. Uit de Jeugdwet volgt dan ook niet dat het declaratieplafond in overleg met De Buitenwereld had moeten worden vastgesteld of dat de hoogte van het declaratieplafond toereikend moest zijn om alle door De Buitenwereld voor het jaar 2015 gemaakte kosten te vergoeden.

redelijkheid en billijkheid

4.8.

De Buitenwereld heeft ten slotte betoogd dat, als uit de raamovereenkomsten volgt dat Holland Rijnland het declaratieplafond eenzijdig mag vaststellen en de overschrijding van het declaratieplafond niet wordt vergoed, deze regels op grond van de redelijkheid en billijkheid niet van toepassing zijn. De rechtbank stelt voorop dat de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ingevolge artikel 6:2 en 6:248 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) slechts geldt indien gevolg geven aan de hiervoor bedoelde regels in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Van onaanvaardbaarheid in de hiervoor bedoelde zin is slechts in uitzonderlijke gevallen sprake. In dit geval zijn de in de raamovereenkomsten opgenomen bepalingen waaruit de hiervoor bedoelde regels voortvloeien duidelijk (zie 4.4). Dat betekent dat van een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare toepassing van de regels nog minder snel sprake is.

4.9.

In dit geval kan van een onaanvaardbare toepassing ook niet worden gesproken. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.10.

Vast staat dat de met de inwerkingtreding van de Jeugdwet gegeven overheveling van de jeugdhulpverlening naar gemeenten partijen voor het probleem plaatste dat de omvang van de te verlenen jeugdhulp en de daaraan verbonden kosten moeilijk kon worden ingeschat. De raamovereenkomsten leggen het risico van een te beperkte kostenberekening volledig bij De Buitenwereld, in die zin dat artikel 16.7 bepaalt dat als de daadwerkelijke kosten boven het declaratieplafond uitstijgen het meerdere niet wordt vergoed.

De rechtbank overweegt dat dit risico voor De Buitenwereld van meet af aan kenbaar is geweest. Immers, de voorwaarden voor financiering en zorgverlening in de raamovereenkomsten, die De Buitenwereld nu onredelijk acht, stonden al in zo goed als gelijke bewoordingen in de Uitnodiging. De Buitenwereld betwist niet dat zij de Uitnodiging heeft ontvangen voordat zij haar offerte indiende. Holland Rijnland heeft verder onbestreden aangevoerd dat de aanbestedingsprocedure gelegenheid bood tot het stellen van vragen over de voorwaarden waaronder zou worden gecontracteerd. De Buitenwereld heeft van die mogelijkheid kennelijk geen gebruik gemaakt, althans daarbij heeft zij het declaratieplafond niet aan de orde gesteld. De Buitenwereld was dus (ruim) voor het sluiten van de raamovereenkomsten ervan op de hoogte dat zij bij het vaststellen van het declaratieplafond geen rol had en dat het risico van overschrijding van het declaratieplafond bij haar lag. Toch heeft De Buitenwereld ervoor gekozen in te schrijven op de aanbesteding en de raamovereenkomsten aan te gaan.

4.11.

De rechtbank weegt verder mee dat Holland Rijnland gedurende het jaar 2015 het nodige heeft gedaan om de (financiële) gevolgen van artikel 16.7 van de raamovereenkomsten voor De Buitenwereld zo veel mogelijk te beperken.

4.12.

Ten eerste heeft Holland Rijnland op twee momenten een kostenstijging verdisconteerd in de hoogte van het declaratieplafond. Allereerst is bij het vaststellen van het oorspronkelijke declaratieplafond van € 120.234,- een door De Buitenwereld voorziene stijging van de zorg voor 50% toegekend, zo blijkt uit bijlage 2 bij de raamovereenkomsten. Vervolgens heeft Holland Rijnland De Buitenwereld naar aanleiding van diens melding dat sprake was van een duidelijke groei van het aantal cliënten en (daardoor) van overschrijding van het declaratieplafond bij e-mail van 4 mei 2015 verzocht om de kosten over 2015 te prognosticeren. [B] heeft Holland Rijnland daarop op 27 juli 2015 een prognose toegezonden. Vervolgens heeft Holland Rijnland zich tot de gemeenten gewend. Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat het declaratieplafond in september 2015 is verhoogd tot het in de prognose van [B] opgenomen bedrag van € 262.234,- (zie de e-mail van [B] van 2 september 2015). [B] heeft op 2 september 2015 gemeld dat ook het verhoogde declaratieplafond onvoldoende zou zijn om de kosten van De Buitenwereld te dekken. Hoewel Holland Rijnland zich daar voor heeft ingespannen, heeft dat niet geleid tot een bijstelling van het declaratieplafond (zie het gesprekverslag van 15 september 2015 en de e-mail van [A] van 1 oktober 2015).

4.13.

Gelet op het voorgaande heeft Holland Rijnland bij de bepaling van de hoogte van het declaratieplafond de belangen van De Buitenwereld niet uit het oog verloren. Holland Rijnland heeft immers rekening gehouden met de kostenberekeningen van De Buitenwereld. Op basis van die informatie is het declaratieplafond in de loop van 2015 meer dan verdubbeld. Daarbij komt nog dat Holland Rijnland onbetwist heeft aangevoerd dat de toekenning van 50% van de door De Buitenwereld voorziene stijging van de te verwachten zorg bij het oorspronkelijke declaratieplafond, gelet op de met de overheveling van de jeugdhulp gepaard gaande bezuiniging, al zeer uitzonderlijk was en verder dat Holland Rijnland De Buitenwereld bij de bijstelling van het declaratieplafond in september heeft gemeld dat een verdere verhoging van het declaratieplafond was uitgesloten. De Buitenwereld moest er dan ook vanuit gaan dat het declaratieplafond niet verder zou worden bijgesteld. Gezien de door [B] gebruikte bewoordingen in zijn e-mail van 2 september 2015 ging Holland Rijnland daar ook vanuit. In dat bericht noemt [B] het reservepotje van Holland Rijnland immers “uitgeput” en beschrijft hij de kans dat er extra aanvullend budget zou komen als “niet heel groot”.

4.14.

Ten tweede heeft Holland Rijnland meegeholpen met het zoeken naar kostenbesparende maatregelen. Vast staat dat De Buitenwereld Holland Rijnland heeft bericht over de toestroom van cliënten en stijging van de kosten, dat partijen die problemen al vroeg in het jaar 2015 met elkaar hebben besproken en dat zij met elkaar afspraken hebben gemaakt om kostenbesparingen bij De Buitenwereld te realiseren. Die afspraken hielden onder meer in het afschalen van het aantal dagdelen (e-mail van [A] van 1 oktober 2015), het contact zoeken met andere jeugdhulpverlenende instanties (e-mails van [A] van 4 mei 2015 en 1 oktober 2015 en de e-mail van [C] van 7 oktober 2015), het kritisch bekijken van de aanmeldingen (e-mails van [B] van 27 juli 2015 en 2 september 2015, het gespreksverslag van 15 september 2015, e-mail van [A] van 1 oktober 2015 en de e-mail van [C] van 7 oktober 2015), het instellen van een cliëntenstop (“aanmeldlijst” in de e-mail van [B] van 2 september 2015, het gespreksverslag van 15 september 2015 en de e-mail van [A] van 6 oktober 2015) en aanmelden van cliënten bij het expertteam (e-mail van [B] van 2 september 2015, de e-mails van [A] van 1 en 6 oktober 2015 en de e-mail van [C] van 7 oktober 2015). Deze maatregelen, in combinatie met de bijstelling van het declaratieplafond, hebben klaarblijkelijk niet tot de gewenste besparing geleid, want uiteindelijk is een cliëntenstop ingesteld. Die cliëntenstop heeft ook niet kunnen voorkomen dat de kosten verder opliepen. Niet in geschil is immers dat ondanks de cliëntenstop De Buitenwereld de zorgverlening in al lopende behandelingen (gelet op artikelen 12 lid 3 van de raamovereenkomsten dat budgettaire problemen niet als reden voor tussentijdse beëindiging van de hulp noemt) moest continueren.

4.15.

Gelet op het voorgaande heeft Holland Rijnland bij het zoeken naar kostenbesparende maatregelen intensief met De Buitenwereld meegedacht. Ook in zoverre heeft Holland Rijnland gedaan wat van haar kon worden verwacht. Artikel 16.7 van de raamovereenkomsten, gelezen in samenhang met punt 4.2 van de Uitnodiging, houden namelijk in dat als De Buitenwereld Holland Rijnland meldt dat een overschrijding van het budgetplafond dreigt, partijen met elkaar in overleg treden om een oplossing te bereiken. Daarbij komt nog dat Holland Rijnland De Buitenwereld erop heeft gewezen dat er voor De Buitenwereld (financiële) risico’s kleefden aan de voorgestelde oplossingen (zie de e-mail van [A] van 4 mei 2015). Het moet voor De Buitenwereld dan ook duidelijk zijn geweest dat zij rekening moest houden met het ontbreken van de bereidheid dan wel mogelijkheid van de gemeenten om nog verder financieel bij te dragen.

4.16.

De Buitenwereld verwijt Holland Rijnland kennelijk nog dat Holland Rijnland niet eerder met het instellen van een cliëntenstop heeft ingestemd. In dat verband voert De Buitenwereld onder meer aan dat De Buitenwereld geen cliëntenstop kon instellen, omdat de raamovereenkomsten haar verplichten tot het aannemen van cliënten met een verwijzing. In de raamovereenkomsten – in samenhang bezien met de Uitnodiging – kan dat echter niet worden gelezen. Bij het aannemen van een cliënt schat de opdrachtnemer de met de behandeling gepaard gaande kosten in en als budgettaire redenen aan het verlenen van zorg in de weg staan informeert hij het Jeugd- en Gezinsteam (punt 4.1.2 van de Uitnodiging). Hoewel artikel 6.3 van de raamovereenkomsten De Buitenwereld verplicht hulp te verlenen aan een cliënt die zich bij haar meldt, geldt die verplichting niet onverkort. Problemen met het budget kunnen voor de opdrachtnemer een zwaarwegende reden zijn om het verlenen van hulp te weigeren (vgl. artikel 11 van de raamovereenkomsten). In dat geval komt hulpweigering neer op het instellen van een cliëntenstop door de opdrachtnemer. Op grond van artikel 10 van de raamovereenkomsten kan de opdrachtnemer slechts een cliëntenstop instellen nadat de opdrachtgever daarmee heeft ingestemd.

Het standpunt van De Buitenwereld dat Holland Rijnland eerder had moeten instemmen met het instellen van een cliëntenstop volgt de rechtbank niet. Gelet op de omstandigheid dat De Buitenwereld toezicht hield op de gemaakte kosten en het risico van overschrijding van het declaratieplafond volledig droeg, lag het op haar weg om de noodzaak tot het instellen van een cliëntenstop (eerder) bij Holland Rijnland te melden. De Buitenwereld stelt dat zij Holland Rijnland al vroeg in 2015 op de hoogte heeft gesteld dat het declaratieplafond van
€ 120.234,- zou worden overschreden en dat zij, direct nadat het declaratieplafond tot

€ 262.234,- was verhoogd, Holland Rijnland heeft gemeld dat ook met dat budget de kosten voor 2015 zouden worden overschreden. Dit volstaat echter niet. Het enkele doorgeven van de gemaakte kosten en het signaleren van een overschrijding van het declaratieplafond is nog niet het aankaarten van de noodzaak tot het instellen van een cliëntenstop. Holland Rijnland heeft verder onbetwist naar voren gebracht dat het instellen van een cliëntenstop een laatste redmiddel is. Het ligt dan ook voor de hand dat, voordat een cliëntenstop wordt ingesteld, de opdrachtnemer eerst alternatieve wegen bewandelt. Dat heeft De Buitenwereld, in overleg met Holland Rijnland, in dit geval ook gedaan (zie 4.14). In september 2015 werd duidelijk dat die alternatieven niet het gewenste effect hadden. Op dat moment is ook direct (met instemming van Holland Rijnland) overgegaan tot het instellen van een cliëntenstop (zie het gespreksverslag van 15 september 2015).

4.17.

De Buitenwereld heeft ten slotte nog aangevoerd dat zij, nadat de cliëntenstop was ingesteld, in de al lopende behandelingen zorg moest blijven verlenen en dat zij dus geen mogelijkheid had om die kosten in dit stadium nog te beperken. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat Holland Rijnland De Buitenwereld erop heeft gewezen dat zij cliënten kon aanmelden bij het expertteam. De Buitenwereld heeft in oktober 2015 ook daadwerkelijk overwogen om drie kinderen aan te melden (zie de e-mail van [C] van 7 oktober 2015). Holland Rijnland heeft toegelicht dat het expertteam onderzoekt of een cliënt naar een andere zorgaanbieder kan gaan en dat voor het opvolgen van adviezen van het expertteam ruimte op de begroting is gereserveerd. Holland Rijnland heeft verder aangevoerd dat het expertteam maar één aanmelding van De Buitenwereld heeft ontvangen. De Buitenwereld heeft in reactie hierop volstaan met de algemene opmerking dat het de vraag is in hoeverre het expertteam bijdraagt aan het reduceren van kosten. De Buitenwereld heeft niet toegelicht waarom zij bepaalde cliënten niet aan het expertteam heeft doorgeleid. Daardoor kan niet worden beoordeeld of het consulteren van het expertteam daadwerkelijk tot kostenbesparing bij De Buitenwereld zou hebben geleid.

4.18.

De rechtbank hecht er belang aan nog het volgende op te merken. Het is niet duidelijk geworden in welke mate de door De Buitenwereld getroffen maatregelen tot besparing van kosten hebben geleid. De Buitenwereld heeft weliswaar over het kritisch kijken naar de aanmeldlijst gesteld dat dat niet tot een sterke omzet- en kostendaling leidde, maar zij heeft die stelling niet met cijfers onderbouwd. De contacten die De Buitenwereld met andere zorgverleners heeft gehad, hebben er kennelijk toe geleid dat De Buitenwereld een aantal cliënten zelf elders heeft kunnen onderbrengen. De Buitenwereld heeft echter niet verduidelijkt tot welke omzet- en kostendaling dat heeft geleid. Gelet op dat wat in 4.17 is overwogen, moet ook worden aangenomen dat De Buitenwereld de mogelijkheid om cliënten aan te melden bij het expertteam niet voldoende heeft benut. Het is dan ook de vraag of De Buitenwereld zelf wel voldoende heeft gedaan om overschrijding van het declaratieplafond te voorkomen.

4.19.

Gezien het bovenstaande is er geen aanleiding om te oordelen dat onverkorte toepassing van de uit de raamovereenkomsten voortvloeiende regels en in het bijzonder de regel dat kosten boven het declaratieplafond niet worden vergoed naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De Buitenwereld kan dus niet op grond van de redelijkheid en billijkheid betaling van de overschrijding van het budgetplafond afdwingen.

slotsom

4.20.

De slotsom is dat de vorderingen van De Buitenwereld moeten worden afgewezen. Immers, het door De Buitenwereld gevorderde bedrag van € 91.573,44 vertegenwoordigt de overschrijding van het declaratieplafond als bedoeld in artikel 16.7 van de raamovereenkomsten. Zoals overwogen in 4.5 wordt die overschrijding niet vergoed.

4.21.

Gelet op het voorgaande behoeft dat wat partijen verder nog hebben aangevoerd geen bespreking.

proceskosten

4.22.

De Buitenwereld zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Holland Rijnland worden begroot op

€ 4.072,-, bestaande uit € 2.148,- voor salaris advocaat (2,0 punten × tarief € 1.074,-) en

€ 1.924,- aan griffierecht. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen als in het dictum bepaald.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt De Buitenwereld in de proceskosten, aan de zijde van Holland Rijnland tot op heden begroot op € 4.072,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige voldoening,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Boon en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2018.1

1 type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. coll: