Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:8274

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
16-07-2018
Zaaknummer
18.2812
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Oeganda, lhbt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL18.2812

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 10 juli 2018 in de zaak tussen

[naam] , eiseres

gemachtigde mr. W.P.R. Peeters,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 11 januari 2018 (het bestreden besluit) waarbij haar asielaanvraag in de verlengde procedure is afgewezen als ongegrond.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2018. Eiseres is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen. Tevens was ter zitting aanwezig L.I. Totosashvili, tolk.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de Oegandese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . Zij heeft op 28 augustus 2017 een asielaanvraag in Nederland ingediend.

2. Eiseres heeft het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiseres stelt dat zij lesbisch is. Zij had een relatie met [naam1] en woonde vanaf 2014 met haar samen. Sindsdien hebben zich herhaaldelijk problemen voorgedaan met de plaatselijke bevolking en met de politie. Nadat een kennis een visum voor haar had geregeld, heeft eiseres op 25 augustus 2017 Oeganda verlaten.

3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Verweerder acht de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Verweerder acht de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres, haar relatie met [naam1] , en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig.

4. Wat eiseres daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna besproken.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. In geschil is of de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres geloofwaardig is en verder of de gestelde problemen, die daarmee samenhangen, geloofwaardig zijn.

6. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft op 15 juni 20161 geoordeeld dat verweerder met de onderzoeksmethode zoals weergegeven in Werkinstructie (WI) 2015/9 op een zorgvuldige manier onderzoek doet naar een gestelde seksuele gerichtheid als asielmotief, en dat verweerder met die werkinstructie voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze de antwoorden op vragen over een seksuele gerichtheid worden beoordeeld.

7. In WI 2015/9 wordt aan de hand van vijf thema's (privéleven, huidige en voorgaande relaties, contact met homoseksuelen in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie, discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst en toekomst) beoordeeld of van de geloofwaardigheid van de geaardheid van de vreemdeling uit kan worden gegaan. De thema's worden in samenhang beoordeeld. Het zwaartepunt ligt op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen (onder andere bewustwording en zelfacceptatie) van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele geaardheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die geaardheid in het land van herkomst van de vreemdeling en hoe diens ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar homoseksualiteit maatschappelijk onacceptabel of strafbaar is gesteld, zoals het geval is met eiseres die afkomstig is uit Oeganda.

8. Uit de beroepsgronden van eiseres en de toelichting van eiseres ter zitting leidt de rechtbank af dat zij van mening is dat verweerder niet op de juiste wijze toepassing heeft gegeven aan WI 2015/9. Eiseres heeft gesteld dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met specifieke culturele factoren. Eiseres heeft de praktijk beschreven van het zogeheten ‘schaamlippen trekken’, waartoe volgens haar Oegandese jonge meisjes worden gedwongen. Dit heeft volgens eiseres tot gevolg – zo begrijpt de rechtbank – dat anders moet worden gekeken naar de gevoelens en het proces van bewustwording.

9. Uit voornoemde uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2016 volgt eveneens dat verweerder bij het door hem verrichte onderzoek naar en de door hem verrichte beoordeling van een gestelde seksuele gerichtheid reeds voldoende rekening houdt met eventueel aanwezige culturele en psychologische factoren. Eiseres heeft verklaard (nader gehoor, p. 6) dat zij al, voordat zij met [naam1] schaamlippen trok en later seksuele handelingen met haar verrichtte, gevoelens voor haar had. Dit culturele gebruik had voor eiseres aanleiding kunnen zijn om na te denken over haar gevoelens. Zij was zich immers ervan bewust dat zij gevoelens had voor iemand van hetzelfde geslacht zelfs voordat zij seksuele ervaring had in dat opzicht en zij had zo inzichtelijk kunnen maken hoe haar bewustwordingsproces is verlopen. De stelling van eiseres dat het proces van bewustwording voor lesbische meisjes uit Oeganda op een geheel andere wijze verloopt dan voor lesbische meisjes uit culturen waar zij niet de kans krijgen om homoseksuele ervaringen op te doen voordat zij beseffen dat zij homoseksueel zijn, en dat verweerder hier anders naar had moeten kijken, volgt de rechtbank dan ook niet.

10. Verweerder heeft zich daarnaast niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres over haar relatie met [naam1] evenmin overtuigen. Eiseres stelt dat zij een langdurige relatie met [naam1] heeft (gehad). Dan mag van haar worden verwacht dat zij gedetailleerd kan vertellen over de persoonlijkheid van en de omgang met [naam1] . Eiser verklaart over [naam1] echter niet meer dan dat ze aardig, vriendelijk en zorgzaam was en er altijd voor eiseres was. Zij spraken niet met elkaar over hun gevoelens, ook niet nadat eiseres [naam1] vertelde dat zij veel van haar hield. Daarbij komt dat eiseres niet heeft kunnen uitleggen hoe het komt dat [naam1] onverwacht niet met eiseres is meegereisd en dat zij geen contact (meer) met elkaar hebben.

11. De hiervoor genoemde elementen doen afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gestelde seksuele geaardheid van eiseres. Verweerder heeft de seksuele gerichtheid van eiseres dan ook niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden.

12. De problemen, die voortgevloeid zouden zijn uit de gestelde seksuele geaardheid van eiseres heeft verweerder evenmin ten onrechte ongeloofwaardig bevonden. Eiseres heeft over de verkrachting in 2013 tegenstrijdig verklaard in die zin dat zij tijdens het nader gehoor verklaard heeft zich niet te herinneren wat er gebeurd was, maar dat zij tijdens het aanvullend gehoor wel beschreef wat er was gebeurd. De verklaringen van eiseres over haar aanhouding tijdens de Gay Pride heeft verweerder eveneens niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Eiseres werd immers naar haar zeggen al na 2 uur door de politie zonder voorwaarden vrijgelaten, terwijl homoseksualiteit in Oeganda verboden is. Hetzelfde is van toepassing voor het incident met betrekking tot de telefoon, die eiseres gestolen zou hebben en de gestelde aanval op het hotel, waar eiseres met [naam1] een jaar lang verbleef vanaf september 2016. Niet valt in te zien dat eiseres haar telefoon afgeeft na een valse beschuldiging van diefstal, te meer omdat er foto’s op staan waaruit haar relatie met [naam1] blijkt en waardoor eiseres zichzelf in opspraak zou brengen. Dat eiseres en Slyvia eerst een jaar in een hotel hebben gewoond en mensen pas na een jaar hen daar kwamen zoeken en dreigden het hotel in brand te steken, is evenmin aannemelijk. Indien mensen hen iets hadden willen aandoen, had dit veel eerder gekund. Het incident in de bar in 2015 acht verweerder wel geloofwaardig, maar dat geroepen is dat eiseres lesbisch zou zijn heeft geen gevolgen gehad voor eiseres en wordt niet beschouwd als een probleem dat voortvloeide uit de seksuele geaardheid van eiseres.

13. Wel geeft de rechtbank eiseres toe dat verweerder de met (valse) documenten onderbouwde visumaanvraag (huwelijksakte en een geboorteakte van een kind) eiseres niet had mogen tegenwerpen. Voornoemde documenten bevestigen immers dat eiseres een sterke sociale band zou hebben met het land van herkomst. Dat vergroot de kans op acceptatie van de visumaanvraag en de mogelijkheid voor eiseres om uit haar land van herkomst te vertrekken met het doel een asielvergunning aan te vragen en zich op het vluchtelingschap te beroepen. Dit verandert het oordeel van de rechtbank over de gestelde seksuele geaardheid van eiseres echter niet.

14. Het beroep is ongegrond.

15. Van omstandigheden op grond waarvan één der partijen moet worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte kosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2018.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 Uitspraak van 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1630, (JV 2016/207).