Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:8268

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-05-2018
Datum publicatie
16-07-2018
Zaaknummer
18.8592 18.8594
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asielaanvragen. Afwijzing als kennelijk ongegrond. Tunesië. Veilig land van herkomst. Gebreken in het rechtssysteem. Bescherming door de autoriteiten. Mondelinge uitspraak. Beroepen ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL18.8592 en NL18.8594


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam] , eiser,

[naam1] , eiseres,

hierna gezamenlijk te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. J.C. van Zundert),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. van Hoof).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 2 mei 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Bij deze besluiten is tevens aan eisers aangezegd het Nederlandse grondgebied onmiddellijk te verlaten en is aan hen een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaken met nummers NL18.8593 en NL18.8595, plaatsgevonden op 24 mei 2018. Eisers en hun gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk op 24 mei 2018 ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

1. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eisers afkomstig zijn uit een veilig land van herkomst.

2. Eisers voeren aan dat Tunesië in hun geval niet kan worden aangemerkt als veilig land van herkomst. Daarbij beroepen zij zich op de stelling dat het Tunesische rechtssysteem gebreken kent. Ter onderbouwing daarvan wijzen eisers op een nieuwsbericht over een geval van eerwraak in een voorstad van Tunis in 2014, een nieuwsartikel over de beslissing van het Europees Parlement om Tunesië op een zwarte lijst te zetten van landen waarin veel geld wordt witgewassen, en op een fragment uit het rapport over Tunesië van Freedom House waarin wordt ingegaan op heersende corruptie en uitblijvende aandacht voor de positie van de vrouw.

3. Niet in geschil is dat Tunesië terecht in algemene zin als veilig land van herkomst is aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers de stelling dat in hun geval van dat uitgangspunt moet worden afgeweken, niet aannemelijk gemaakt. Daartoe is redengevend dat eisers met een beroep op algemene landeninformatie niet aannemelijk kunnen maken dat Tunesië voor hen persoonlijk en in afwijking van het uitgangspunt niet als veilig land van herkomst kan gelden. Verweerder heeft om die reden ook terecht overwogen dat van eisers kon worden verwacht om bescherming te vragen van de Tunesische autoriteiten en terecht aan eisers tegengeworpen dat zij dat hebben nagelaten.

4. De beroepen zijn ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 24 mei 2018.

Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.