Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:8216

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-07-2018
Datum publicatie
16-07-2018
Zaaknummer
18.10103
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tunesië. Veilig land van herkomst. Asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Ongeloofwaardigheid asielrelaas onvoldoende weerlegd met algemene informatie. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.10103


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. M.C. Heijnneman),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S.H.M. Maas).


Procesverloop
Bij besluit van 28 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.10104, plaatsgevonden op 3 juli 2018. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Tunesische nationaliteit. Zijn asielaanvraag van 17 mei 2018 is afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser afkomstig is uit een veilig land van herkomst.

2. Verweerder heeft terecht in aanmerking genomen dat eiser volgens zijn verklaringen tijdens het aanmeldgehoor al meer dan vier jaar in verschillende EU-lidstaten heeft verbleven zonder ergens asiel te vragen, hetgeen niet wijst op de noodzaak van asielrechtelijke bescherming. Ook heeft eiser verklaard economische motieven te hebben voor zijn vertrek uit Tunesië.

3. Verder heeft verweerder vastgesteld dat eiser zijn verklaringen over ondervonden problemen in Tunesië met geen enkel document heeft gestaafd, terwijl dat wel in de rede had gelegen. Het betreft immers verklaringen over arrestaties, detentie, strafvervolging en medische behandeling. Eiser heeft geen enkele moeite ondernomen om hiervan alsnog documenten te laten overkomen. De stelling dat dit wordt verhinderd door de Tunesische overheid is door hem niet onderbouwd.

4. Daarnaast heeft verweerder tegengeworpen dat eiser ongeloofwaardige verklaringen heeft afgelegd over de aanleiding voor zijn problemen en de daaropvolgende gebeurtenissen. De desbetreffende tegenwerpingen zijn door eiser niet weerlegd. De enkele gestelde omstandigheid dat eiser afkomstig is uit de wijk Wardaya in Tunis, is daarbij onvoldoende om aan te nemen dat eiser blijvend problemen heeft met de Tunesische autoriteiten. Met de verwijzing naar de algemene situatie in Tunesië heeft eiser zijn verklaringen niet alsnog aannemelijk gemaakt. Gelet hierop heeft eiser evenmin aannemelijk gemaakt dat Tunesië voor hem niet kan gelden als veilig land van herkomst.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 3 juli 2018.

Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.