Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:7992

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-07-2018
Datum publicatie
20-07-2018
Zaaknummer
SGR 17/4260 en 17/4263
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vaststelling legger Wateren. Opwaardering van peilscheidingen tot polderkades met bijbehorende beschermingszones. Volgens verweerder is de opwaardering nodig voor de waterstaatskundige veiligheid van het lager gelegen achterland en een goed functionerend watersysteem. De rechtbank stelt vast dat eisers geen gronden hebben aangevoerd tegen het nut en de noodzaak van deze opwaardering. De beroepsgronden die eisers hebben aangevoerd zien op schadeloosstelling, compensatie en vergoeding van kosten die direct dan wel indirect uit het bestreden besluit voortvloeien. Deze vallen buiten de reikwijdte van het bestreden besluit. Bij het vaststellen van een legger is het door verweerder te behartigen waterstaatkundig belang leidend. De door eisers ingeroepen financiële belangen spelen in die besluitvorming geen rol.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWA 2018/38
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: SGR 17/4260 en 17/4263

uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juli 2018 in de zaken tussen

[eiser I] , te [plaats] , eiser I (SGR 17/4260), en

[eiser II] , te [plaats] , eiser II (SGR 17/4263),

tezamen: eisers,

en

het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland (Delfland), verweerder

(gemachtigde: mr. J.E. den Hartog-van ’t Zelfde).

Procesverloop

Bij besluit van 6 april 2017 (het bestreden besluit) heeft de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland (de verenigde vergadering) de leggers Wateren, Polderkaden en Regionale waterkeringen vastgesteld.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit afzonderlijk beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2018. De zaken zijn gevoegd behandeld met het tegen het bestreden besluit ingediende beroep van [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] (geregistreerd onder zaaknummer SGR 17/4254). Eiser I is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voorts waren voor verweerder aanwezig [persoon I] , beleidsadviseur waterkeringen, en dr. [persoon II] , beleidsmedewerker waterkeringen.

Overwegingen

1.1.

Eiser I is woonachtig aan de [adres] te [plaats] en eigenaar van de percelen kadastraal bekend als gemeente [plaats] [stadsdeel] ( [stadsdeel] ), sectie [sectie] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] . Eiser II is woonachtig aan de [adres] te [plaats] en eigenaar van de percelen kadastraal bekend als gemeente [plaats] [stadsdeel] ( [stadsdeel] ), sectie [sectie] , [nummer] , [nummer] en [nummer] . Eisers hebben een veehouderij en een loonwerkbedrijf. Een deel van de percelen van eisers wordt gebruikt voor het beweiden van vee.

1.2.

Op 27 september 2016 heeft verweerder de ontwerpleggers Wateren, Polderkaden en Regionale waterkeringen vastgesteld. Deze ontwerpleggers zijn op 3 oktober 2016 gepubliceerd in het Waterschapsblad. Eisers hebben hiertegen zienswijzen ingediend.

Naar aanleiding van de door eiser I ingebrachte zienswijzen is de legger ter hoogte van het perceel met nummer [nummer] aangepast. Ook is het leggerprofiel van de polderkade met code [code] aangepast. Naar aanleiding van de door eiser II ingebrachte zienswijzen is het leggerprofiel van de polderkade met code [code] en [code] aangepast.

1.3.

Bij besluit van 6 april 2017, bekendgemaakt in het Waterschapsblad op 15 mei 2017, heeft de verenigde vergadering de leggers Wateren, Polderkaden en Regionale waterkeringen vastgesteld als bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet en artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.

2. Met het bestreden besluit is onder meer de legger Polderkaden geactualiseerd en vastgesteld. Daarbij zijn onder meer de peilscheidingen ter hoogte van de [adres] in de polder [polder] opgewaardeerd tot polderkades met bijbehorende beschermingszones. Dit geldt ook voor de in de percelen van eisers gelegen peilscheidingen.

3.1.

Ingevolge artikel 8:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang gelezen met artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit op grond van artikel 5.1 van de Waterwet, behoudens voor zover daarbij de ligging van een waterbergingsgebied of beschermingszone als bedoeld in de wet wordt vastgesteld of gewijzigd.

3.2.

Nu met het bestreden besluit beschermingszones als bedoeld in de Waterwet zijn vastgesteld, kunnen belanghebbenden, zoals eisers, daartegen beroep instellen. De rechtbank zal eisers dan ook ontvangen in hun beroep.

4. Eisers betogen dat het bestreden besluit leidt tot inkomstenderving en waardevermindering van hun gronden. Zij wensen een schadeloosstelling te verkrijgen voor het veranderde gebruik ervan. Daarnaast verzoeken zij een redelijke vergoeding voor de kosten die zij moeten maken in verband met de aanwezigheid van de polderkades. Het gaat dan onder meer om kosten die nodig zijn om (onderhouds)werkzaamheden aan de polderkades mogelijk te maken.

5. De rechtbank stelt voorop dat het bestreden besluit ziet op de opwaardering van peilscheidingen tot polderkades. Polderkades zijn waterkeringen die het polderwater in zijn beloop tegenhouden. Bij een polderkade wordt in de legger, naast het waterstaatswerk zelf, een aangrenzende beschermingszone opgenomen. Dit is een zone waarin ter bescherming van het waterstaatswerk voorschriften en beperkingen kunnen gelden op grond van de Keur van Delfland.

6. Verweerder heeft toegelicht dat de aanleiding voor de opwaardering gelegen is in het feit dat de polder [polder] zich kenmerkt door de aanwezigheid van peilgebieden met grote peilverschillen ten opzichte van elkaar. Dit heeft tot gevolg dat er peilscheidingen zijn met een aanzienlijke kerende hoogte, zoals het peilverschil van ongeveer 2 meter bij de percelen van eisers. Volgens verweerder is de opwaardering nodig voor de waterstaatskundige veiligheid van het lager gelegen achterland en een goed functionerend watersysteem. De rechtbank stelt vast dat eisers geen gronden hebben aangevoerd tegen het nut en de noodzaak van deze opwaardering. De beroepsgronden die eisers hebben aangevoerd zien op schadeloosstelling, compensatie en vergoeding van kosten die direct dan wel indirect uit het bestreden besluit voortvloeien. Deze vallen buiten de reikwijdte van het bestreden besluit. Bij het vaststellen van een legger is het door verweerder te behartigen waterstaatkundig belang leidend. De door eisers ingeroepen financiële belangen spelen in die besluitvorming geen rol. Hetgeen eisers in dat verband hebben aangevoerd, kan dan ook niet leiden tot het door eisers gewenste doel.

7. Bij afzonderlijke besluiten van 24 oktober 2017 is aan eisers een watervergunning verleend. Deze maakt het mogelijk om de polderkades onder voorwaarden, met uitzondering van een gedeelte van 2,5 meter vanaf de waterlijn, te blijven gebruiken voor het beweiden van vee. De rechtbank stelt vast dat verweerder hiermee gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de bezwaren van eisers. Voor zover er onevenredige schade resteert die voortvloeit uit het bestreden besluit, kent de Waterwet een nadeelcompensatieregeling. Eisers kunnen daartoe desgewenst een verzoek bij verweerder indienen. Op de uitkomst van een dergelijke nadeelcompensatieprocedure kan in de onderhavige procedure niet worden vooruitgelopen. Dit geldt ook voor de stelling van eisers dat de mogelijk te verkrijgen schadevergoeding te laag is. Dat betoog dient in een eventuele nadeelcompensatieprocedure aan bod te komen.

8. Eisers hebben ten slotte verzocht om een schriftelijke toezegging van de kant van verweerder dat bij eventuele toekomstige werkzaamheden het profiel van de polderkades zo glooiend mogelijk wordt gehouden. Dit verzoek heeft geen betrekking op de vaststelling van de legger Polderkaden en het daarbij behorende leggerprofiel, maar op het toekomstige beheer van de polderkades. Het valt dan ook buiten de reikwijdte van het bestreden besluit. Ter zitting heeft verweerder in dit verband overigens toegezegd rekening te zullen houden met de wens van eisers.

9. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat verweerder in redelijkheid tot opwaardering van de in de percelen van eisers gelegen peilscheidingen tot polderkades heeft kunnen besluiten en dit als zodanig in de legger Polderkaden heeft kunnen vastleggen.

10. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Hammer, voorzitter, en mr. C.J. Waterbolk en mr. A .C. de Winter, leden, in aanwezigheid van mr. L.F. A . Bouwens-Bos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2018.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.