Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:7639

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-06-2018
Datum publicatie
26-06-2018
Zaaknummer
C/09/18/205
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond, vernietiging faillissement. Bestuurder is ontbonden BV die overeenkomstig art 2:19 lid 5 Bw is blijven voortbestaan voor zover dit voor vereffening nodig is. Indirect bestuurder is vereffenaar en bevoegd verzet in te stellen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2018/730
INS-Updates.nl 2018-0214
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team insolventies – enkelvoudige kamer

insolventienummer: C/09/18/000 F

uitspraakdatum : 21 juni 2018

In het faillissement van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X],

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [00000000],

statutair gevestigd te gemeente [A],

vestigingsadres: [postcode en vestigingsplaats], [adres],
gefailleerde,
advocaat: mr. P.S.M. van der Enden.

Gefailleerde zal hierna worden aangeduid als “[gefailleerde]”.

1 Procesverloop

1.1.

Op 15 juni 2018 is een verzetschrift, met bijlagen, ingediend strekkende tot vernietiging van het vonnis van 12 juni 2018, waarbij [gefailleerde] in staat van faillissement werd verklaard, met benoeming van mr. R. Cats tot rechter-commissaris en van mr. S. El Hadouchi, advocaat te Den Haag, als curator.

1.2.

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende in het geding gebrachte stukken:

- het verzetschrift van 15 juni 2018, met bijlagen;

- de schriftelijke reactie van de curator van 19 juni 2018;

- de brief van 19 juni 2018 van mr. A.M. Van Heest namens De Staat der Nederlanden, de aanvraagster van het faillissement (hierna: de aanvraagster);

- het aanvullende verzetschrift van 19 juni 2018, met twee producties;

- de e-mail van de curator van 20 juni 2018, met een opgave van zijn kosten.

1.3.

Het verzetschrift is op verzoek van partijen zonder zitting behandeld.

1.4.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank dient allereerst te beoordelen of [gefailleerde] ontvankelijk is in haar verzet.

2.2.

Uit de in het geding gebrachte stukken is gebleken dat de bestuurder van [gefailleerde], [Y] (hierna: [Y]), op 23 februari 2016 ambtshalve door de Kamer van Koophandel is ontbonden en dat op het uittreksel van de Kamer van Koophandel van [gefailleerde] van 15 mei 2018 geen bestuurder staat vermeld. De vraag is dan ook of het verzet is ingediend door een rechtsgeldige vertegenwoordiger van [gefailleerde]. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

2.3.

Artikel 2:19 lid 5 BW bepaalt dat een rechtspersoon na ontbinding blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. Artikel 2:23 lid 1 BW bepaalt vervolgens dat de bestuurders de vereffenaars van het vermogen van een ontbonden rechtspersoon worden, voor zover de rechtbank geen vereffenaars heeft benoemd of de statuten geen andere vereffenaars aanwijzen.

2.4.

Uit de in het geding gebrachte stukken is gebleken dat [Y] nog baten heeft, te weten de aandelen in [gefailleerde], zodat zij ook na haar ontbinding is blijven voorbestaan voor de vereffening van haar vermogen. De bestuurder van [Y] is vereffenaar, nu niet gebleken is dat de rechtbank andere vereffenaars heeft benoemd en de statuten van [Y] in artikel 29 bepalen dat na ontbinden de vereffening geschiedt door de bestuurders. Vast staat dat [Z] enig bestuurder en aandeelhouder is van [Y]. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [Z] bevoegd is [gefailleerde] rechtsgeldig te vertegenwoordigen en verzet tegen de faillietverklaring van [gefailleerde] in heeft kunnen stellen.

2.5.

Het verzetschrift is tijdig ingesteld met een advocaat.

2.6.

De conclusie is dat [gefailleerde] ontvankelijk is in haar verzet en de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling hiervan.

2.5. [

Gefailleerde] heeft aan haar verzetschrift ten grondslag gelegd dat zij niet verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen en dat zij de vorderingen van de aanvraagster alsmede de faillissementskosten, waaronder het salaris van de curator en de door hem gemaakte kosten, volledig kan voldoen dan wel reeds heeft voldaan.

2.6.

De rechtbank dient te beoordelen of op dit moment – de beoordeling van het verzet –summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van de aanvraagster en of [gefailleerde] verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, aan de hand van gegevens die thans gelden. Er vindt dus een toetsing ex nunc plaats (Hoge Raad van 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473).

2.7.

Uit de in het geding gebrachte stukken is gebleken dat [gefailleerde] de vordering van de aanvraagster heeft voldaan en dat voldoende gelden ter beschikking zijn op de boedelrekening om de faillissementskosten en het salaris van de curator te voldoen. Overigens hebben zowel de aanvraagster als de curator verklaard in te stemmen met een vernietiging van het faillissement.

2.8.

Nu de vordering van de (enige) aanvraagster door voldoening teniet is gegaan, dient het verzet gegrond te worden verklaard en het faillissement te worden vernietigd.

2.9

Na vaststelling van het salaris van de curator en het bedrag van de door deze gemaakte kosten, zal de rechtbank deze kosten alsmede de kosten van de aanvraag van het faillissement ten laste brengen van [gefailleerde].

3 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het verzet gegrond;

- vernietigt het op 12 juni 2018 uitgesproken faillissement van [X], voornoemd;

- stelt het salaris van de curator mr. S. El Hadouchi vast op € 5.149,48, exclusief de verschuldigde omzetbelasting;

- stelt het bedrag van de faillissementskosten, vast op € 205,98, exclusief de verschuldigde omzetbelasting;

- bepaalt dat de kosten van het salaris van de curator en het bedrag van de faillissementskosten, alsmede de kosten van de aanvraag van het faillissement ten laste komen van [X].

Gewezen door mr. H.W. Vogels, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2018 in aanwezigheid van D.D. Vorst, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.