Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:7259

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-04-2018
Datum publicatie
19-06-2018
Zaaknummer
5439129 RL EXPL 16-28206
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding/ontruiming in verband met geluidsoverlast door o.a. blaffende honden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ‘s-Gravenhage

AJJ

zaaknummer: 5439129 RL EXPL 16-28206

11 april 2018

Vonnis in de zaak van:

de stichting

Stichting Vestia,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres, verder te noemen Vestia,
gemachtigde: mr. M.S.H.M. van Woerkom,

tegen

[gedaagde 1]

en

[gedaagde 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

gedaagde, verder te noemen [gedaagden] en afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,

gemachtigde: aanvankelijk mr. H. Faouzi, thans mr. M. Shaaban.

1 De procedure
1.1. Het verdere verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen.

  • -

    het tussenvonnis van 29 maart 2017;

  • -

    de brief van Vestia voor de rolzitting van 26 april 2017;

  • -

    het proces-verbaal van enquête van 24 augustus 2017;

  • -

    het proces-verbaal van contra-enquête van 14 december 2017;

  • -

    de conclusie na enquête van Vestia;

  • -

    de antwoordakte na enquête van [gedaagden]

1.2.

Het vonnis is bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij voormeld tussenvonnis is Vestia toegelaten bewijs te leveren van haar stelling dat [gedaagden] overlast veroorzaken bestaande uit geluidsoverlast door het lang blaffen door de honden, het gooien met deuren en het snoeien met een (benzine)motorzaag. In dat kader zijn op 24 augustus 2017 de getuigen [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ), [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ), [getuige 3] (hierna: [getuige 3] ), [getuige 4] (hierna: [getuige 4] ) en [getuige 5] (hierna: [getuige 5] ) gehoord. Op 14 december 2017 zijn als getuigen in contra-enquête [getuige 6] (hierna: [getuige 6] ), [getuige 7] (hierna: [getuige 7] ) en [getuige 8] (hierna: [getuige 8] ) gehoord.

2.2.

De verklaringen van de getuigen luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

In enquête:

[getuige 1] :

‘U houdt mij mijn schriftelijke verklaring van 15 december 2016 voor. Ik sta nog steeds achter die verklaring.

De apparatuur bestaat uit een microfoon, die wordt minimaal een halve meter van de muur af geplaatst, en een trillingsopnemer. Dit is een blokje dat ik tegen de scheidingsmuur plak. Deze apparatuur meet allebei hetzelfde, geluid is namelijk trillingen. De microfoon meet trillingen van de lucht en de trillingsopnemer meet trillingen van de muur. Een leek is niet in staat om deze apparatuur te manipuleren. Er zijn zoveel controle mogelijkheden die ik kan gebruiken dat manipulatie altijd wordt ontdekt. De apparatuur is 2 weken geplaatst geweest bij de klager. De klager krijgt een instructie om geluidsopnamen te maken op het moment dat de buren hoorbaar zijn. Die opname is van 10 seconden tot maximaal 1 minuut. Na afloop van de geluidsopnamen moet de klager een notitie maken in het logboek over wat voor soort geluid er is gehoord (bijv. geblaf, geschreeuw, snoeischaar). Vervolgens kijk en luister ik of datgene wat de klager heeft opgeschreven ook klopt. Ik bepaal het geluid niveau en hoe vaak en hoe lang er geblaft wordt. Het systeem registreert continu. De geluidsopnames dienen om te bepalen wat voor soort geluid het is. Dit is duidelijk te zien op de overgelegde grafiek.

(…)

Het statief met de microfoon heb ik zelf geplaatst in de woning van klager. Als dat statief tegen de muur zou zijn gezet zou er een meetafwijking optreden. Om die reden is de meetnorm van een halve meter ingesteld. Ik heb inderdaad een controle uitgevoerd, dat staat ook vermeld in de rapportage. Het is aan het verschil in helderheid van het geluid te horen of de geluiden afkomstig zijn van de buren of van de woning van klager. Het belangrijkste verschil is het niveau verschil tussen geluid en trillingen. Dit is duidelijk te zien in de grafiek die ik u overleg, daarop is te zien dat het niveau van het geluid en trilling van de muur bijna gelijk is, althans het verschil tussen het niveau van het geluid en trilling veel kleiner als het geluid uit de woning van klager afkomstig is. Een honden fluitje is niet te horen, dat geluid is zo hoog dat het voor ouderen niet te horen is, voor jongeren en dieren overigens wel.’

[getuige 2] :

‘De overlast van de buren is een paar jaar geleden begonnen. Elke ochtend is er vanaf een uur of 5 of half 6 geblaf te horen. Verder kan ik geen raam open doen want het stikt van de strontvliegen. Die zijn afkomstig van de tuin van de buren. Het is nu met die vliegen wel beter, omdat ze nu haar tuin schoon houdt. Toen de buren hier naast mij kwamen wonen, in 2007, ging het redelijk goed. Ik heb zelfs nog bij haar gewit. Destijds had ze 12 honden, ook poedels.

Die honden blaften toen ook maar het was toen nog schappelijk. Dat is het nu niet meer. Het verschil zit hem erin dat ik nu niet meer goed omga met mevrouw [gedaagde 2] . Ik hoor verder regelmatig scheldpartijen tussen mevrouw [gedaagde 2] en haar zoon. Verder hoor ik haar vaak gillen. Het honden geblaf is er elke keer als er iemand bij haar de tuin in komt, of als de postbode langskomt. Vroeger was dat niet zo. Misschien had zij toen de honden beter onder controle. Verder scheldt ze mij vaak uit als ik haar tegenkom.’

[getuige 3] :

‘Ik woon op [adres] vanaf 2008, met mijn drie kinderen. De heer [betrokkene] woont er niet meer. Ik heb mevrouw [gedaagde 2] weleens aangesproken op het feit dat ik last had van honden geblaf, dat hoorde ik dan in mijn huis. Dat was overdag en s ’avonds, niet continu maar wel af en toe. 7 jaar geleden was het extreem erg als ik mijn zoontje rond 19:00 uur naar bed bracht. Dan waren de honden bij de buurvrouw in de tuin en blaften zij hard. Het blaffen gebeurt nog steeds, ook als je in de tuin zit. De afgelopen tijd is het wel wat rustiger, maar er is nog steeds geblaf. Het is logisch dat honden blaffen, maar als je het steeds hoort is dat vervelend. Het komt denk ik ook omdat er meer honden bij elkaar zijn. Verder hoor ik weleens ruzie tussen mevrouw [gedaagde 2] en haar zoon. Ik hoor dan geschreeuw. Ik heb dat ook besproken met mevrouw [gedaagde 2] , dat ging in goede harmonie. Het geschreeuw is nu wat minder. Er zijn ook wel andere zaken maar daar spreek ik mevrouw zelf op aan, over de wijze van communiceren bijvoorbeeld. Tegenwoordig houdt mevrouw [gedaagde 2] de poort vanuit de tuin wel schoon. Dat was vroeger anders, toen werd vanuit de tuin de hondenpoep in de poort geveegd, en niet in de put.

(…)

Ik hoor weleens dat de honden agressief tegen elkaar tekeer gaan als ze in de tuin zijn. Mijn kinderen zijn echter nooit gebeten. Mevrouw [gedaagde 2] heeft de tuinafscheiding meteen afgedekt. Als ik op straat loop en ik kom de honden tegen, dan gaan ze allemaal tekeer. Ik loop daar met een boog om heen. Ik hoor de buren weleens snoeien maar ik heb daar geen last van.

(…)

Ik heb ongeveer 3 jaar geleden gebeld met Vestia om te klagen over het hondengeblaf. Ik heb ook navraag gedaan over hoeveel honden je mag hebben in een woning. 3 jaar geleden hadden ze ongeveer 8 honden. Verder besprak ik klachten zelf met mevrouw. Toen ik er kwam wonen is mij niet verteld dat de buren zoveel honden hadden. Ik werk 2 dagen per week. 7 jaar geleden hadden de buren meer honden dan nu.’

[getuige 4] :

‘Ik woon er vanaf 1996. De overlast is begonnen toen [gedaagde 2] 8 honden, naar ik meen, hadden.

Zij hebben er nu 6. De enige overlast die ik van [gedaagde 2] ondervind is het geblaf van honden op straat, als ze langs lopen. (…)’

[getuige 5] :

‘Naar aanleiding van een klacht, en later meer klachten, over overlast heeft een buurtonderzoek plaatsgevonden. Ik heb de 2 blokken van de Lijnbaan aangeschreven en de bewoners verzocht vragen over overlast te beantwoorden. Ik heb daarna mevrouw [gedaagde 2] op kantoor uitgenodigd en zij bleek twijfels te hebben over het onderzoek en de verklaringen die waren afgelegd door de bewoners. De buren zouden opgestookt zijn door mevrouw [getuige 2] . Ik ben daarom bij enkele bewoners die hadden geantwoord op de vragen thuis langs geweest om navraag te doen over onder andere de relatie met mevrouw [getuige 2] . Ik heb mevrouw [gedaagde 2] aangesproken over de klachten over overlast, maar het bleef een welles nietes verhaal. Daarom hebben wij een geluidsonderzoek laten doen door een deskundige.

(…)

De mensen die ik thuis aantrof, bijvoorbeeld mevrouw [getuige 3] , zei dat ze zelf overlast ondervond. Andere bewoner, een oudere vrouw die wat verder in het blok woont, zei dat ze de honden wel hoorde op straat. Er was ook een mevrouw die ik op straat tegenkwam en die in hetzelfde blok woont als [gedaagde 2] , die zei dat ze de honden wel hoorde maar dat ze de overlast niet op papier wilde zetten omdat ze geen ruzie wilde met de buren [gedaagde 2] en [getuige 2] .

(…)

U houdt mij voor dat in juni 2016 het dossier zou zijn gesloten omdat mevrouw [getuige 2] geen overlast meer zou ervaren, en dat het dossier is geopend omdat er op 5 september in 2016 een nieuwe melding is gemaakt. In het algemeen gaat het zo bij Vestia: wij sluiten een melding als er een tijdje geen meldingen meer binnen komen en als het onderzoek heeft plaatsgevonden.

Zodra een nieuwe melding binnen komt gaan we weer onderzoek doen en vindt er weer hoor en wederhoor plaats. Ik weet niet hoe het in dit geval precies is gegaan. Ik zou niet durven zeggen of mevrouw [getuige 2] in het verleden ook met anderen bewoners problemen heeft gehad.’

In contra-enquete:

[getuige 6] :

‘Ik kom regelmatig bij gedaagden thuis. Ik ken hen al sinds de jaren 90 van de hondenshows. Mevrouw [gedaagde 2] belde mij regelmatig op als ze de helft van de honden ging uitlaten, dus 3. De andere 3 liet ze thuis en ze liet de telefoon openstaan zodat ik kon horen of zij overmatig blaften. Dat was niet het geval. Vervolgens kwam zij dan thuis met de 3 honden en ging de andere 3 uitlaten. De andere honden die dan thuisbleven blaften ook niet. Daaruit blijkt volgens mij dat de honden geen geluidsoverlast veroorzaken. Ik kom wekelijks meestal overdag een paar uurtjes, maar ook weleens s ’avonds en ook weleens een hele dag bij mevrouw [gedaagde 2] over de vloer. De honden blaffen dan eigenlijk niet meer dan normaal, bij mijn binnenkomst even en verder liggen ze op de bank te slapen.

(…)

Ik heb regelmatig, ongeveer 10 tot 12 keer, meegemaakt dat ik bij [gedaagde 2] was en dat mevrouw [getuige 2] op het raam klopte bij [gedaagde 2] en of met de brievenbus klepperde. Dit gebeurde meen ik in 2013/2014. Ik heb ook weleens een hondenfluit gehoord als ik bij [gedaagde 2] was. Dan gingen de honden soms blaffen. Dat was in de periode nadat [gedaagde 2] en [getuige 2] geen goed contact meer hadden.

(…)

Ik heb geen affectieve relatie met [gedaagde 2] . De honden zijn niet van mij afkomstig. Inderdaad had mevrouw [gedaagde 2] meer honden. Dat bellen wat ik doe gebeurt sinds een paar jaar, sinds de onenigheid met mevrouw [getuige 2] is begonnen. Ik denk dat dat begin 2014 was. Mevrouw [gedaagde 2] wilde weten of de honden inderdaad zo’n lawaai maakten.’

[getuige 7] :

‘Ik woon niet direct in de buurt bij [gedaagde 2] . De heer en mevrouw [gedaagde 2] hebben de honden goed onder controle. Ik ken [gedaagde 2] ongeveer 20 jaar. Mevrouw [gedaagde 2] is altijd thuis met de honden. Ik kom wekelijks thuis bij [gedaagde 2] , als ik er ben gedragen de honden zich perfect. Ze blaffen eigenlijk alleen bij binnenkomst van iemand.

(…)

Ik kom er meestal een ochtend of middag, ongeveer 4 uur. Ik heb ook nooit deuren horen slaan of motorzaag geluiden gehoord. Vandaag is er een oppas genaamd [betrokkene 2] voor de honden.

(…)

De honden zijn zelden of nooit alleen. Als mevrouw [gedaagde 2] weg moet, dan belt ze mij of een andere mevrouw om op de honden te passen. Dit gaat al 20 jaar zo. Het klopt dat ik meneer [getuige 6] ken, die zie ik een paar keer per jaar bij [gedaagde 2] thuis. Ik weet dat er een geluidsmeting heeft plaatsgevonden, dat heeft mevrouw [gedaagde 2] mij verteld. Waarschijnlijk ben ik in de periode dat die meting plaatsvond weleens bij [gedaagde 2] geweest.’

[getuige 8] :

‘Ik woon in een andere wijk dan [gedaagde 2] . Ik kom gemiddeld 5 uur per week bij mevrouw [gedaagde 2] als huishoudelijke hulp, dat wil zeggen 1 keer 3 uur en 1 keer 2 uur in de week. Ik hoor soms als ik binnenkom geblaf, maar dat is niet altijd. Verder liggen de honden op de bank. Ik heb zelf nooit geluidsoverlast gemerkt. Ik heb nooit gehoord dat er met deuren werd geslagen en ook niet motorzaag geluiden. Als er wordt gesnoeid dan duurt dat een paar minuten. In ieder geval geen half uur of uur. De heer en mevrouw [gedaagde 2] laten samen alle honden uit en dan hoor ik weleens andere honden blaffen. Ik ben nog steeds als huishoudelijke hulp betrokken bij mevrouw [gedaagde 2] . Mevrouw [gedaagde 2] laat ook weleens een aantal honden uit, dan zijn de andere honden die thuisblijven ook stil.

(…)

Ik kom sinds januari 2012 als huishoudelijke hulp bij [gedaagde 2] thuis. Een keer toen ik bij [gedaagde 2] was kwam een politieagent langs. De aanleiding daarvoor zou zijn een melding van mevrouw [getuige 2] , de buurvrouw van [adres] . De agent heette meen ik [betrokkene 3] . Hij zei tegen zijn collega dat degene die de problemen veroorzaakte bij [adres] zat. Op het moment dat de politie langskwam was er geen geluidsoverlast. Dit gebeurde ongeveer 1,5 jaar geleden.

(…)

Ik werk op dinsdags van 16:00 tot 18:00 en vrijdags van 12:30 tot 15:30 uur. Soms wijzig ik mijn rooster en dan kom ik weleens op een woensdagmiddag. Ik ken meneer [getuige 6] , hij is regelmatig bij [gedaagde 2] . Ik heb hem daar weleens gezien. Ik let niet op hoe vaak hij langskomt. Mevrouw [getuige 7] heb ik ook weleens gezien bij [gedaagde 2] . Ik weet dat er een geluidsmeting heeft plaatsgevonden. Ik heb dat gehoord van mevrouw [gedaagde 2] . Ik weet dat [gedaagde 2] vroeger meer honden had, ik meen dat zij in mijn beginperiode ongeveer 11 honden had. In die periode waren er geen meldingen van overlast, de verstandhouding met de buurvrouw van [adres] was toen nog goed. Zij kwam toen nog regelmatig langs.’

2.3.

De kantonrechter is op grond van de getuigenverklaringen van oordeel dat voldoende is aangetoond dat [gedaagden] overlast hebben veroorzaakt, in ieder geval bestaande uit geluidsoverlast door overmatig blaffen van honden. De verklaringen ondersteunen in grote lijnen de eerder ingediende schriftelijke verklaringen van de omwonenden en de conclusie uit het geluidsonderzoek, waarin is vermeld dat de situatie wordt aangemerkt als ‘burenlawaai klasse 3 “ontoelaatbare geluidhinder lawaai”. Uit de getuigenverklaring van [getuige 1] blijkt bovendien afdoende dat de resultaten van dat geluidsonderzoek niet door de buurvrouw [getuige 2] kunnen zijn beïnvloed of gemanipuleerd. Ook is niet overtuigend aangetoond dat [getuige 2] of iemand anders de honden heeft aangezet tot blaffen, door het klepperen met de brievenbus of door middel van een hondenfluitje. Daarnaast is [getuige 2] niet de enige die melding heeft gemaakt van overlast, zoals blijkt uit de verklaring van [getuige 3] (buurvrouw van [adres] ) en de klachtformulieren en schriftelijke verklaringen van andere omwonenden. Bij de beoordeling wordt meer waarde gehecht aan de verklaringen van de direct omwonenden, die allen min of meer gelijkluidend melding hebben gemaakt van de overlast door [gedaagden] , dan aan de verklaringen van personen die elders wonen en dus niet dagelijks geconfronteerd kunnen worden met eventuele overlast. De getuigen die in contra-enquête zijn gehoord hebben bovendien tegenstrijdig verklaard over het al dan niet alleen in de woning laten van de honden.

2.4.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat Vestia is geslaagd in de bewijsopdracht . Zij heeft haar stellingen met betrekking tot de door [gedaagden] veroorzaakte overlast voldoende concreet onderbouwd, en [gedaagden] hebben daar onvoldoende tegenin gebracht. [gedaagden] bagatelliseren de overlast met hun betoog dat [getuige 2] de andere buren tegen hen opzet, en gaan daarmee voorbij aan de gefundeerde klachten van de andere omwonenden, waarvan op geen enkele manier is gebleken dat die onwaar of overdreven zijn.

2.5.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagden] , door gedurende lange tijd en ondanks waarschuwingen en sommaties van Vestia ernstige en structurele overlast te veroorzaken, hun verplichtingen jegens Vestia op dusdanige wijze hebben geschonden dat dit een ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Het behoeft geen betoog dat [gedaagden] belang hebben bij het behoud van woning. Dit belang weegt echter niet zo zwaar dat het belang van Vestia, die als goed verhuurder het rustig woongenot van de overige huurders dient te waarborgen, daarvoor moet wijken.

2.6.

De primair gevorderde ontbinding en ontruiming wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding de ontruimingstermijn op twee maanden na betekening van dit vonnis te stellen. De vordering tot betaling van de maandelijkse huur vanaf november 2016 (voor zover nog niet voldaan) en de gebruiksvergoeding voor de periode dat [gedaagden] tot de ontruiming nog in het gehuurde verblijven is eveneens toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.7.

[gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaats] ;

- veroordeelt [gedaagden] om het gehuurde binnen twee maanden na betekening van het vonnis met al wie en al wat zich daarin van de zijde van [gedaagden] mocht bevinden te verlaten en te ontruimen en met afgifte der sleutels ter vrije beschikking van Vestia te stellen;

- veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Vestia te betalen (voor zover nog niet voldaan) de lopende huur vanaf november 2016 en een gebruiksvergoeding van € 660,31 voor iedere maand, gedurende welke [gedaagden] het gehuurde tot de ontruiming nog in gebruik hebben, een ingegane maand voor een hele gerekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van elke termijn;

- veroordeelt [gedaagden] in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van Vestia begroot op € 964,95, waarvan € 750,00 aan salaris gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Japenga en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2018.