Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:7178

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-06-2018
Datum publicatie
18-06-2018
Zaaknummer
KG ZA 18/345
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

marketingmateriaal na einde samenwerking niet van sociale media verwijderd.

Geen toestemming meer voor gebruik logo, merk, video's en brochure. Auteursrechtinbreuk en merkinbreuk.

Geen sprake van handelsnaaminbreuk en onrechtmatige daad.

Compensatie proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/551152 / KG ZA 18/345

Vonnis in kort geding van 15 juni 2018

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van haar vestiging

KT GROUP BVBA,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Aarschot (België),

eiseres,

advocaat mr. G.F. van Rappard te Amsterdam,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DÉ BEHEERMAKELAAR B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Amersfoort,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden.

Gedaagde sub 2 is in persoon verschenen. Gedaagde sub 1 is verschenen in de persoon van gedaagde sub 2.

Eiseres zal hierna worden aangeduid als ‘KT Group’. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk worden aangeduid als ‘Dé Beheermakelaar’ en ‘ [gedaagde sub 2] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 19 en een nader overgelegde productie 20 (proceskostenspecificatie);

- het door Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] overgelegde schriftelijke verweer, met producties 1 t/m 8;

- de op 18 mei 2018 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door KT Group pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Voor zover Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] een eis in reconventie hebben willen instellen - zij stellen in het door hen overgelegde schriftelijke verweer dat KT Group haar in de betalingsverplichtingen uit de onder 2.5. genoemde overeenkomst niet is nagekomen en verzoeken te bepalen dat KT Group openstaande nota’s binnen 7 dagen betaalt - wordt deze, zoals reeds ter zitting meegedeeld, niet in aanmerking genomen. Het instellen van een eis in reconventie is alleen mogelijk door een partij die bij advocaat is verschenen.

1.3.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Dé Beheermakelaar houdt zich bezig met (bemiddeling bij) aan- en verkoop en verhuur van vastgoed, beheer, hypotheken, verzekeringen, buitenlands vastgoed en investeringsprojecten. [gedaagde sub 2] is (een van de) directeur(en) van Dé Beheermakelaar.

2.2.

KT Group, die ook handelt onder de naam “Living on the Beach”, is een in België gevestigde aanbieder van luxe vastgoedinvesteringen. KT Group treedt onder meer op als exclusieve agent in Nederland, België en Luxemburg voor The Resort Group PLC (hierna: The Resort Group), zijnde een (in Gibraltar en het Verenigd Koninkrijk gevestigde) onderneming die zich onder meer richt op de ontwikkeling van vastgoed op de Kaapverdische eilanden. KT Group houdt zich bezig met het bemiddelen bij en het verkopen van die vastgoedprojecten.

2.3.

KT Group beschikt over marketingmateriaal zowel ter promotie van haar eigen diensten als ter promotie van de vastgoedportefeuille van The Resort Group. Dit materiaal bestaat uit (digitale) brochures en video’s. Het materiaal bevat logo’s van beide ondernemingen, te weten het navolgende logo van KT Group

en het navolgende logo van The Resort Group:

2.4.

The Resort Group is houdster van onderstaand weergegeven Unie(beeld)merk ‘The Resort Group’ (hierna: het Uniemerk), geregistreerd op 9 juni 2011, onder nummer 009537606 voor waren en diensten in de klassen 35, 36 en 37, waaronder ‘real estate services’.

2.5.

KT Group heeft op 2 november 2015 een overeenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst) met – volgens de tekst van die overeenkomst – “De Beheermakelaar, [A] ” (dat is de toenmalige echtgenote van [gedaagde sub 2] ), op grond waarvan aan laatstgenoemde partij een opdracht is verstrekt tot – kort gezegd – bemiddeling bij verkoop op de Nederlandse markt van vastgoedobjecten van The Resort Group op de Kaapverdische eilanden. De overeenkomst is mede ondertekend door de ‘Sales Director Europe’ van The Resort Group. Dé Beheermakelaar heeft in het kader van deze overeenkomst de beschikking gekregen over het onder 2.3 bedoelde marketingmateriaal.

2.6.

De overeenkomst zou volgens de tekst hiervan van rechtswege eindigen op

31 mei 2016. Bij aangetekend schrijven van 2 mei 2016 aan Dé Beheermakelaar en [A] heeft KT Group echter gemeld dat zij – in samenspraak met de directie van The Resort Group – de samenwerking op grond van de overeenkomst onmiddellijk stopzet en de overeenkomst per 5 mei 2016 beëindigt, vanwege schending van een aantal artikelen van de overeenkomst en dat na die die datum “er geen enkele publiciteit, marketing, vermeld op sites, eigen website als partner en alle andere sociale media nog zichtbaar [mag] zijn over de projecten van The Resort Group en Living on the Beach”. Deze beëindiging van de samenwerking is door alle betrokkenen geaccepteerd.

2.7.

KT Group heeft daarna meerdere verzoeken gedaan aan Dé Beheermakelaar, ter attentie van [gedaagde sub 2] , om – verkort weergegeven – al het aanbod dat en alle vastgoedpublicaties die exclusief toebeho(o)r(t)(en) aan (het netwerk van) Living on the Beach van alle websites, media forums etc., te verwijderen en geen misleidende informatie meer te verschaffen aan eventuele potentiële klanten. Zij heeft dit een en ander in ieder geval gedaan in e-mailberichten van 22 november 2016, 23 november 2016, 13 juni 2017 en 10 oktober 2017. In een aantal berichten is melding gemaakt van concrete (vindplaatsen van) informatie die volgens haar verwijderd moest worden. Dé Beheermakelaar, in de persoon van [gedaagde sub 2] , heeft daar meermaals op gereageerd met de mededeling dat hij aan het verzochte heeft voldaan.

2.8.

KT Group heeft een op 6 maart 2018 door The Resort Group ondertekende power of attorney overgelegd waarin, voor zover relevant, staat vermeld dat The Resort Group aan “its licensee”, KT Group, verleent “full power and authority […] to perform all legal actions that the law provides to the copyright- and trademark holder, inter alia the right to act copyright infringement and/or trademark infringement and the claiming of legal compensation and the transfer of profits”.

3 Het geschil

3.1.

KT Group vordert, zakelijk weergegeven:

  1. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] en al de aan haar gelieerde rechtspersonen te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het marketingmateriaal van The Resort Group en KT Group te staken, meer in het bijzonder op de op de marketingvideo’s, brochure en logo’s rustende auteursrechten;

  2. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] en al de aan haar gelieerde rechtspersonen te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de Uniemerkrechten van The Resort Group te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder doch uitdrukkelijk niet daartoe beperkt te staken en gestaakt te houden het in de Europese Unie aanbieden van diensten of producten, daarbij gebruikmakend van een met het merk van The Resort Group overeenstemmend teken;

  3. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] en al de aan haar gelieerde rechtspersonen te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de handelsnaamrechten van The Resort Group en KT Group te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder doch uitdrukkelijk niet daartoe beperkt te staken en gestaakt te houden het aanbieden van diensten of producten, daarbij gebruikmakend van een met de handelsnamen “Living on the Beach” en/of “The Resort Group” overeenstemmende handelsnaam;

  4. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] en al de aan haar gelieerde rechtspersonen te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder onrechtmatig handelen jegens The Resort Group en KT Group te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder doch uitdrukkelijk niet daartoe beperkt te staken en gestaakt te houden het aanbieden van vastgoedobjecten behorend tot het repertoire van The Resort Group en/of KT Group;

  5. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] en al de aan haar gelieerde rechtspersonen te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder onrechtmatig handelen jegens The Resort Group en KT Group te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder doch uitdrukkelijk niet daartoe beperkt te staken en gestaakt te houden het misleiden van het publiek en het creëren van gevaar voor verwarring bij het publiek door het (al dan niet door middel van beeld-, tekst- of enig ander reclamemateriaal) suggereren van een commerciële relatie met The Resort Group en/of KT Group;

  6. Te bepalen dat Dé Beheermakelaar en/of [gedaagde sub 2] en/of aan haar gelieerde rechtspersonen een dwangsom verbeuren van € 10.000,- voor iedere keer dat een van genoemde (rechts)personen een of meer van de onder 1 t/m 5 genoemde bevelen niet (volledig) nakomt, in die zin dat de dwangsom evenveel keer verschuldigd zal zijn als (onderdelen) van de genoemde bevelen niet (volledig) worden nagekomen en per dag dat die niet-nakoming voortduurt, daarbij ieder gedeelte van een dag als hele dag gerekend;

  7. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 50.000,- bij wijze van voorschot op schadevergoeding en winstafdracht;

  8. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] te bevelen binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis dit vonnis (bovenaan) op de homepage van de website www.debeheermakelaar.nl te publiceren en daar twee maanden gepubliceerd te houden;

  9. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hoofdelijk te veroordelen tot voldoening aan KT Group van de redelijke en evenredige gerechtskosten van dit geding, dan wel een vergoeding van deze kosten waarbij wordt aangesloten bij de indicatietarieven in IE-zaken, waarbij deze zaak als een “normaal kort geding” dient te worden beschouwd;

  10. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hoofdelijk te veroordelen in de nakosten zoals in de dagvaarding nader gespecificeerd;

  11. De redelijke termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak te bepalen op zes maanden nadat dit vonnis is betekend en in kracht van gewijsde is gegaan;

een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

3.2.

Daartoe voert KT Group – samengevat – het volgende aan. Na het eindigen van de overeenkomst zijn Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] zich blijven associëren met KT Group en The Resort Group, ondanks herhaalde verzoeken van KT Group om zulks te staken. Dit associëren geschiedt doordat i) zij video’s van die ondernemingen zijn blijven vertonen, zowel Dé Beheermakelaar op haar YouTube kanaal en Google+ kanaal als [gedaagde sub 2] op zijn persoonlijke YouTube kanaal, ii) Dé Beheermakelaar op haar website een brochure van KT Group en The Resort Group is blijven tonen, iii) Dé Beheermakelaar vastgoed van KT Group en The Resort Group is blijven aanbieden. Dit levert volgens KT Group meerdere inbreuken en onrechtmatige gedragingen op. De onder i) en ii) bedoelde video’s en brochure alsook de in de video’s opgenomen logo’s van The Resort Group en
KT Group zijn auteursrechtelijk beschermde werken waarvan The Resort Group respectievelijk KT Group rechthebbende zijn. Door deze zonder toestemming te tonen maken Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] zich schuldig aan auteursrechtinbreuk. Nu de video’s het Uniemerk bevatten maken Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] zich ook schuldig aan merkinbreuk, aangezien zij het merk daarmee gebruiken voor (eigen) diensten die soortgelijk zijn aan die waarvoor het merk is ingeschreven. Voorts is sprake van handelsnaaminbreuk, omdat in de video’s en de brochure de handelsnamen ‘The Resort Group’ en ‘Living on the Beach’ worden gevoerd. Net als voor het gebruik van het Uniemerk, geldt dat het publiek daardoor zal denken dat Dé Beheermakelaar en/of [gedaagde sub 2] (ten minste) gelieerd zijn aan The Resort Group dan wel KT Group. Ten slotte handelen Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] met het onder i t/m iii gestelde onrechtmatig jegens KT Group en The Resort Group, omdat zij trachten het publiek doelbewust te misleiden door te doen alsof zij behoren tot of gelieerd zijn aan KT Group en The Resort Group en zo klanten aantrekken die zij vervolgens hun eigen diensten aanbieden. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] genereren hierdoor op onrechtmatige wijze winst en KT Group en The Resort Group lijden door dit alles schade.

3.3.

Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] voeren – samengevat – het volgende verweer. Aan ieder correct verstuurd verzoek van KT Group om materiaal te verwijderen is direct gehoor gegeven, met uitzondering van (video)materiaal op Google+, nu dat niet (meteen) mogelijk bleek. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hebben er ook geen enkel belang bij om dit niet te doen. Integendeel, het is ook in hun belang om dergelijke ‘vervuiling’ tegen te gaan. Voor zover er nog iets op de door hen gebruikte media is blijven staan, betreft dat materiaal waaromtrent zij van KT Group geen verzoek tot verwijdering hebben ontvangen en dat Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] ook niet zelf bij hun zoektocht op internet zijn tegengekomen. Het betreffende materiaal hebben zij dan ook niet expres laten staan en indien KT Group hen hierop wijst, zullen zij eventueel nog aanwezig materiaal alsnog direct verwijderen. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] betwisten hiermee dat sprake is van de gestelde inbreuken en onrechtmatige daad en tevens dat sprake is van spoedeisend belang.

4 De beoordeling van het geschil

Bevoegdheid

4.1.

Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op een inbreuk op het Uniemerk is de rechtbank internationaal (en relatief) bevoegd daarvan kennis te nemen nu Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] gevestigd respectievelijk woonachtig zijn in Nederland (artikelen 123 lid 1, 124 onder a en 125 lid 1 UMVo 20171 en artikel 3 van de Uitvoeringswet

EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk). Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op andere gronden (auteursrechtinbreuk, handelsnaaminbreuk en overig onrechtmatig handelen) is deze rechtbank bevoegd, reeds omdat de bevoegdheid niet is bestreden.

Ten aanzien van alle vorderingen

4.2.

KT Group heeft met betrekking tot de auteurs- en merkrechten van The Resort Group (waarvan onweersproken is dat KT Group licentiehoudster is), onder verwijzing naar de power of attorney aangevoerd dat zij gerechtigd is om deze namens The Resort Group te handhaven. Dat is niet ook niet in geschil. Gezien de eigen stellingen van KT Group en de power of attorney strekt de inhoud daarvan echter niet verder dan (de handhaving van) genoemde auteurs- en merkrechten. KT Group heeft dat ter zitting ook erkend. Daaruit volgt dat, voor zover The Resort Group haar vorderingen baseert op inbreuk op andere rechten van en/of ander onrechtmatig handelen jegens The Resort Group, daarvoor geen grond bestaat. Verder heeft te gelden dat, voor zover de vorderingen zien op het opleggen van bevelen aan ‘al de aan Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] gelieerde rechtspersonen’, daarvoor evenmin grond bestaat. Die rechtspersonen zijn immers niet in deze procedure betrokken.

Auteursrecht- en merkinbreuk (vordering sub 1 en 2)

4.3.

Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hebben niet bestreden dat de door KT Group onder randnummers 6, 24 en 25 van de dagvaarding aangeduide video’s, waarvan screenshots zijn overgelegde als productie 2, 7 en 8 bij dagvaarding (hierna: de video’s), en de hiervoor onder 2.3 weergegeven logo’s – die worden getoond in de video’s – en de brochure, overgelegd als productie 1 en ook te zien in productie 9 bij de dagvaarding, auteursrechtelijk beschermde werken in de zin van de Auteurswet zijn en dat KT Group en The Resort Group daarvan rechthebbende zijn.

4.4.

Behoudens beperkingen op de uitoefening van het auteursrecht is het aan de auteursrechthebbende om te beslissen of zijn werk openbaar wordt gemaakt. Die rechthebbende kan een derde toestemming geven om gebruik te maken van zijn werk. Tussen partijen is niet in geschil dat die toestemming in het verleden door KT Group en The Resort Group aan Dé Beheermakelaar is gegeven, maar dat deze toestemming er sinds de beëindiging van de samenwerking niet meer is. [gedaagde sub 2] - wiens persoonlijke YouTube kanaal gezien de daarvan overgelegde screenshots commercieel wordt gebruikt, in de zin dat daarin duidelijk wordt gerefereerd aan de (diensten van ) Dé Beheermakelaar - heeft deze toestemming evenmin. Tevens staat tussen partijen vast dat de auteursrechtelijk beschermde werken na beëindiging van de samenwerking en ook ten tijde van de dagvaarding nog op de website van Dé Beheermakelaar en de eerdergenoemde sociale media-kanalen van zowel Dé Beheermakelaar als [gedaagde sub 2] werden getoond. Gelet daarop is sprake van door Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] gemaakte inbreuk op de auteursrechten van KT Group en The Resort Group.

4.5.

Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hebben naar voorlopig oordeel ook inbreuk gemaakt op de rechten verbonden aan het Uniemerk. Vaststaat dat het Uniemerk van
The Resort Group in de door Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] getoonde video’s wordt gebruikt. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hebben niet betwist dat zij het merk daarmee gebruiken voor (eigen) diensten op het gebied van vastgoed en zij voor dat gebruik geen toestemming (meer) hebben. KT Group wordt daarom gevolgd in haar standpunt dat sprake is van een inbreuk op grond van artikel 9, lid 2 sub a UMVo 2017.

4.6.

De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de betwisting door Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] dat sprake zou zijn van inbreuk op de hiervoor genoemde rechten en van spoedeisend belang bij de daarop gegronde stakingsvorderingen, omdat zij het materiaal waarop KT Group doelt, niet bewust gebruiken en zij steeds bereid waren en zijn om aan (concrete) verwijderingsverzoeken van de KT Group hun medewerking te verlenen.

4.7.

Voorop gesteld wordt dat Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] kunnen worden gevolgd in hun stellingen dat zij telkens hebben gereageerd op ontvangen verzoeken tot het verwijderen van concreet aangeduid materiaal. Dit is door KT Group onvoldoende gemotiveerd weersproken. Zij heeft weliswaar betoogd dat Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] geen gehoor hebben gegeven aan verzoeken, maar daarbij gaat het naar de voorzieningenrechter begrijpt om algemene verzoeken om al het nog aanwezige materiaal te verwijderen. Waar het gaat om dat nog aanwezige materiaal, heeft de KT Group naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk gemaakt dat Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] dat met opzet op internet hebben laten staan met de bedoeling om het publiek te misleiden te eigen bate. KT Group heeft dit enkel onderbouwd met het vermoeden dat Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] dit doen om klanten die naar aanleiding van het getoonde materiaal contact opnemen, te kunnen bedienen met het aanbod van Dé Beheermakelaar, maar dat vermoeden vindt onvoldoende steun in feitelijke gegevens. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hebben aangevoerd dat zij na het beëindigen van de overeenkomst tot verwijdering van het aanbod van vastgoed van The Resort Group van (onder meer) de website van Dé Beheermakelaar zijn overgegaan, dat het aangetroffen materiaal verouderd materiaal betreft dat is achtergebleven op pagina’s van die website die niet direct/eenvoudig zichtbaar zijn en in een enkel geval op andere sociale media, waar de betreffende video’s nauwelijks zijn bekeken. Uit wat KT Group naar voren heeft gebracht blijkt niet dat dat anders is.

4.8.

Het vorenstaande neemt echter niet weg dat vaststaat dat Dé Beheermakelaar inmiddels al geruime tijd geen toestemming meer heeft het auteursrechtelijk beschermde materiaal van KT Group en The Resort Group en het (daarin opgenomen) Uniemerk te gebruiken en dat het haar eigen verantwoordelijkheid was en is om te zorgen dat dat op de door haar gebruikte media niet meer zichtbaar is. Dat geldt ook voor [gedaagde sub 2] , die evenmin toestemming heeft voor het gebruik van het op zijn persoonlijke YouTube kanaal aangetroffen materiaal. Ondanks herhaalde verzoeken na de beëindiging van de overeenkomst twee jaar geleden, stond het onder 4.3 genoemde materiaal ten tijde van de dagvaarding echter nog steeds op de websites en sociale media-kanalen van Dé Beheermakelaar en op het YouTube kanaal [gedaagde sub 2] . Daarmee was ten tijde van de dagvaarding sprake van een voortdurende inbreuk op de door KT Group genoemde rechten en daarmee ook van voldoende spoedeisend belang bij de vorderingen sub 1 en 2. Dat maakt dat deze vorderingen in beginsel toewijsbaar zijn. Dat wordt niet anders door de verklaring van de zijde van Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] ter zitting dat, na ontvangst van de dagvaarding, de daarin aangeduide video’s en brochure zijn verwijderd. Daarmee is niet verzekerd dat de video’s dan wel de logo’s en het Uniemerk niet nog elders op door Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] gebruikte media te vinden zijn. Zoals door henzelf ter zitting te kennen is gegeven, is in het kader van de samenwerking destijds immers ‘zoveel mogelijk marketingmateriaal’ geplaatst, hetgeen ook wordt bevestigd door de omstandigheid dat de concrete verwijderingsverzoeken van KT Group op verschillende vindplaatsen zien.

4.9.

Het onder sub 1 gevorderde bevel tot staking van auteursrechtinbreuk is gelet op het vorenstaande toewijsbaar, met inachtneming van het volgende. De vordering tot staking van ‘iedere inbreuk op het marketingmateriaal’ is (mede met het oog op executiegeschillen) te onbepaald om te kunnen worden toegewezen. Het stakingsbevel zal daarom worden beperkt tot de in de dagvaarding nader geconcretiseerde werken, zoals hiervoor in 4.3 vermeld. Ter voorkoming van executiegeschillen zal de termijn waarbinnen aan het bevel moet worden voldaan worden verruimd. KT Group heeft ter zitting desgevraagd toegelicht dat het bevel zich tot Europa zou moeten uitstrekken. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om daarover anders te oordelen. Het bevel zal daarom worden toegewezen als na te melden.

4.10.

Het onder sub 2 gevorderde bevel tot staking van de merkinbreuk zal eveneens worden toegewezen als na als na te melden. Ook hier geldt dat de termijn waarbinnen aan het bevel moet worden voldaan zal worden verruimd.

Handelsnaam (vordering sub 3)

4.11.

De voorzieningenrechter stelt met verwijzing naar het overwogene in 4.2 voorop dat de vordering niet toewijsbaar is voor zover deze ziet op handelsnaamrechten van The Resort Group.

4.12.

De vordering voor zover die ziet op de handelsnaamrechten van KT Group is evenmin toewijsbaar. De enkele omstandigheid dat de naam ‘Living on the Beach’ in video’s en in een brochure is opgenomen, brengt immers nog niet met zich dat Dé Beheermakelaar of [gedaagde sub 2] deze naam zelf als handelsnaam voor een onderneming voeren. Dat sprake is van een handelen van Dé Beheermakelaar of [gedaagde sub 2] in strijd met artikel 5 van de Handelsnaamwet is dan ook niet aannemelijk geworden. Deze vordering zal dan ook in zijn geheel worden afgewezen.

Onrechtmatig handelen - aanbieden van vastgoedprojecten (vordering sub 4)

4.13.

Niet langer in geschil is dat noch Dé Beheermakelaar noch [gedaagde sub 2] vastgoedobjecten aanbiedt die – zoals KT Group stelt – behoren “tot het repertoire” van haar en van The Resort Group. Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] hebben in dit kader ter zitting toegelicht dat Dé Beheermakelaar op haar site een aanbod van woningen in het buitenland toont, waaronder ook op de Kaapverdische eilanden, maar dat dit aanbod betreft van (andere) makelaars en niet van KT Group en/of The Resort Group. Soms betreft het weliswaar oorspronkelijke door The Resort Group ontwikkelde projecten, maar die worden inmiddels via “resale” door makelaars verkocht. Dat aanbod mag Dé Beheermakelaar tonen, aldus Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] . Dit een en ander heeft KT Group niet weersproken. Voorts is niet gebleken dat door Dé Beheermakelaar dan wel door [gedaagde sub 2] zelf objecten worden aangeboden waarvoor iets anders geldt. Gelet daarop is er geen aanleiding voor toewijzing van het sub 4 gevorderde.

Onrechtmatig handelen door misleiding publiek en creëren gevaar voor verwarring (vordering sub 5)

4.14.

KT Group heeft deze vordering niet nader onderbouwd en geconcretiseerd dan door te verwijzen naar het gebruik door Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] van het onder 4.3 bedoelde marketingmateriaal. Door de toewijzing van de vordering sub 1 en 2 zijn Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] echter al gehouden dat gebruik te staken. KT Group heeft haar belang bij het daarnaast nog toewijzen van deze vordering niet nader onderbouwd. Daarbij acht de voorzieningenrechter het, zoals reeds vermeld in 4.7, niet aannemelijk dat aan de zijde van Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] sprake is van opzettelijke misleiding en/of het opzettelijk creëren van verwarring. Voor toewijzing van deze vordering is dan ook geen plaats.

Dwangsom (vordering sub 6)

4.15.

Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven bevelen tot staking van de auteursrecht- en merkinbreuk, is aangewezen. De voorzieningenrechter zal dit doen op de wijze zoals hierna vermeld. De op te leggen dwangsom zal daarbij worden gematigd en gemaximeerd. Daarbij acht de voorzieningenrechter het aangewezen om te bepalen dat daar waar een inbreuk op een recht en een overtreding van een bevel tevens een inbreuk op een ander recht en overtreding van een bevel inhoudt, slechts één keer de genoemde dwangsom verschuldigd is.

Voorschot op winstafdracht en schadevergoeding (vordering sub 7)

4.16.

Volgens vaste jurisprudentie is ten aanzien van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden. Onderzocht moet worden of het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is. Dat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen. Daarnaast moet sprake zijn van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Voorts dient in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico betrokken te worden.

4.17.

Dat er sprake is van de door KT Group gestelde schade of winst, althans ter hoogte van het door haar gestelde bedrag, als gevolg van de omstandigheid dat Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] het genoemde materiaal zijn blijven tonen, heeft zij niet aannemelijk weten te maken. De enkele inschatting ten aanzien van misgelopen verkopen (die Dé Beheermakelaar en/of [gedaagde sub 2] onrechtmatig zouden zijn toegekomen) en de door KT Group ingenomen stelling dat, kort gezegd, sprake is van verlies aan onderscheidende kracht van het merk, exclusiviteitsverlies en waardevermindering van auteursrecht, vormt een onvoldoende concrete onderbouwing hiervan. Daar komt bij dat concrete feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed in dit kader een onmiddellijke voorziening is vereist, niet door KT Group zijn aangevoerd. Deze vordering is daarom niet voor toewijzing vatbaar in dit geding.

Publiceren vonnis op website (vordering sub 8)

4.18.

Door KT Group is niet onderbouwd welk (spoedeisend) belang zij heeft bij toewijzing van deze vordering, zodat deze vordering reeds hierom zal worden afgewezen.

Proceskosten (vorderingen sub 10 en 11)

4.19.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Daartoe is mede redengevend de feitelijke gang van zaken voorafgaand aan deze procedure. Hoewel aan KT Group kan worden toegegeven dat het aan Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] zelf was om na te gaan welk materiaal zij van hun sociale media dienden te verwijderen, hebben zij zich (tot op zeker hoogte) wel bereid getoond om voor die verwijdering zorg te dragen. Aannemelijk geworden is immers dat Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] steeds gehoor hebben gegeven aan verzoeken tot verwijdering van concreet genoemd materiaal. Voorts is gebleken dat de omstandigheid dat Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] niet hebben gereageerd op de e-mailberichten van 7 en 22 november 2017 van de Belgische advocaat van KT Group, die vooraf zijn gegaan aan dit geding en waarin aan het starten van een procedure wordt gerefereerd, te wijten is aan het feit dat deze berichten hen niet hebben bereikt, omdat deze naar een verkeerd e-mailadres zijn verzonden. Ten slotte is gebleken dat KT Group geen onthoudingsverklaring ter ondertekening aan Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] heeft voorgelegd. Dit een en ander maakt dat deze procedure naar het oordeel van de voorzieningenrechter wellicht niet nodig was geweest. Indien dat wordt bezien in samenhang met de omstandigheid dat de vorderingen sub 1 en 2 op straffe van verbeurte van een dwangsom weliswaar worden toegewezen, maar dat alle overige vorderingen worden afgewezen, acht de voorzieningenrechter de compensatie van de proceskosten hier gerechtvaardigd.

Termijn instellen eis in de hoofdzaak (vordering sub 11)

4.20.

De termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel

1019i Rv zal worden bepaald op zes maanden na heden in plaats van zes maanden nadat dit vonnis is betekend en in kracht van gewijsde is gegaan, voor welke bepaling de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

beveelt Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis iedere inbreuk in de Europese Unie op de auteursrechten op de in dit vonnis onder 4.3 aangeduide logo’s, video’s en brochure van KT Group en The Resort Group, te staken en gestaakt te houden;

5.2.

beveelt Dé Beheermakelaar en [gedaagde sub 2] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis iedere inbreuk in de Europese Unie op het Uniemerk van The Resort Group te staken en gestaakt te houden;

5.3.

bepaalt dat zowel Dé Beheermakelaar als [gedaagde sub 2] iedere keer dat zij of hij een van voormelde bevelen niet nakomt een dwangsom verbeurt van € 500,-, die daarna verschuldigd is per dag dat die niet-nakoming voortduurt, met voor ieder een maximum van € 50.000,- , waarbij heeft te gelden dat daar waar een inbreuk op een recht en een overtreding van een bevel tevens een inbreuk op een ander recht en overtreding van een bevel inhoudt, slechts één keer de genoemde dwangsom verschuldigd is;

5.4.

bepaalt de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden na heden;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.T. Aalbers en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.

1 Verordening 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk