Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:712

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
20-04-2018
Zaaknummer
17_5099
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2019:97, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Eiser heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2015 een bedrag aan restant persoonsgebonden aftrek geclaimd. Daarnaast is verzocht om uitbetaling van de algemene heffingskorting, heeft eiser aangegeven recht te hebben op de jonggehandicaptenkorting en voert hij te verrekenen verliezen op. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de genoemde posten, die niet onderbouwd zijn, bij het vaststellen van de aanslag voor het jaar 2015 terecht buiten aanmerking gelaten. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2018/894
V-N 2018/31.2.7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 17/5099

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2018 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 7 september 2017 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2015 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2018.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 1] en [persoon 2]. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 15 december 2017 aan eiser op het adres [adres] te [woonplaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 16 december 2017 op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft voor het jaar 2015 aangifte IB/PVV ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 9.070. Eiser heeft aangegeven een bedrag van € 13.390 aan uitkering te hebben ontvangen en heeft bij het bepalen van het belastbare inkomen uit werk en woning bedragen van € 320 en € 4000 in aanmerking genomen aan aftrek specifieke zorgkosten respectievelijk restant persoonsgebonden aftrek.

2. Verweerder heeft de aanslag IB/PVV opgelegd, waarbij de hoogte van de ontvangen uitkering is vastgesteld op € 14.468, het daaraan gekoppelde drempelbedrag specifieke zorgkosten is gecorrigeerd en het aangegeven restant persoonsgebonden aftrek is geweigerd.

3. Nadat de aanslag is opgelegd heeft eiser een herziene aangifte ingediend waarin hij verweerder wat betreft de hoogte van de uitkering heeft gevolgd. Eiser claimt wederom een restant persoonsgebonden aftrek. Daarnaast verzoekt hij om uitbetaling van de algemene heffingskorting en geeft hij aan recht te hebben op jonggehandicaptenkorting.

4. Bij de hier bestreden uitspraak op bezwaar is de aanslag gehandhaafd.

5. Voorafgaande aan de behandeling ter zitting heeft eiser nadere stukken ingediend waaronder een ingevuld aangifteformulier. Op dit formulier staat onder meer een bedrag van € 10.000 aan te verrekenen verliezen uit werk en woning van 2006 tot en met 2014 vermeld.

6. Tussen partijen is in geschil of de aanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld.

7. De rechtbank stelt voorop dat op eiser, in geval van betwisting door de inspecteur zoals hier het geval is, de last rust de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die de conclusie rechtvaardigen dat hij recht heeft op restant persoonsgebonden aftrek, uitbetaling van de algemene heffingskorting, jonggehandicaptenkorting en/of verliesverrekening.

8. Voor zover eiser stelt recht te hebben op genoemde posten, heeft de rechtbank in de – overigens zeer uitvoerige – stukken van eiser geen onderbouwing van deze stelling kunnen vinden. Daarvan uitgaande zijn de onder 2 genoemde correcties terecht door verweerder aangebracht en is het beroep ongegrond verklaard.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.