Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:6452

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-05-2018
Datum publicatie
11-07-2018
Zaaknummer
6736203 RP VERZ 18-50170
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet, werknemer van superrmarkt heeft in strijd gehandeld met kenbaar beleid van de werkgever ten aanzien van kortingen en weggeven van producten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0810
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage

WY

Zaaknr.: 6736203 \ RP VERZ 18-50170

Uitspraakdatum: 30 mei 2018

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij in de zaak van het verzoek,

verwerende partij in de zaak van het zelfstandig tegenverzoek,

gemachtigde: mr. F. Kellouh (op basis van toevoeging: verleend op 22 februari 2018 onder kenmerk 3JW8427),

tegen

de rechtspersoon Albert Heijn (Ahold Europe), althans de besloten vennootschap Albert Heijn B.V.,

gevestigd te Zaandam,

verwerende partij in de zaak van het verzoek,

verzoekende partij in de zaak van het zelfstandig tegenverzoek,

gemachtigde: mr. T.D. Rozeman.

Partijen worden verder aangeduid als ‘ [verzoeker] ’ en ‘Albert Heijn’.

1 Het procesverloop

in de zaak van het verzoek en het zelfstandig tegenverzoek

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek ingediend, ingekomen ter griffie op 16 maart 2018, om het ontslag op staande voet te vernietigen en te bepalen dat [verzoeker] wordt toegelaten tot de werkvloer teneinde de gebruikelijke werkzaamheden uit te voeren, een en ander op straffe van een dwangsom.

1.2.

Bij fax van 22 maart 2018 heeft [verzoeker] een aanvulling op het verzoekschrift met productie drie nagezonden.

1.3.

Albert Heijn heeft bij fax van 16 april 2018 een verweerschrift ingediend en een zelfstandig tegenverzoek gedaan tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

1.4.

Bij fax van 18 april heeft [verzoeker] een reactie op het verweerschrift met aanvullende producties 10, 11, 12 en 13 ingediend. Productie 10 ontbreekt als bijlage.

1.5.

Bij fax van 23 april 2018 heeft Albert Heijn aanvullende producties 10, 11 en 12 ingediend.

1.6.

Op 24 april 2018 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gevonden. Verschenen zijn [verzoeker] in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde mr. F. Kellouh en namens Albert Heijn dhr. [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ), in de functie van [functie] , en mw. [betrokkene 2] , in de functie van [functie] , bijgestaan door haar gemachtigde, mr. T.D. Rozeman. Daarbij zijn door beide partijen pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden.

2 De feiten

in de zaak van het verzoek en het zelfstandig tegenverzoek

2.1.

[verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1993, is op 28 december 2012 in dienst getreden bij de werkgever. De laatste functie die [verzoeker] vervulde, is die van [functie] , met een salaris van € 1.478,38 bruto per maand.

2.2.

Op woensdag 17 januari 2018 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [betrokkene 1] , [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ), [functie] , en [verzoeker] . In het door Albert Heijn opgemaakte gespreksverslag is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:

“Naar aanleiding van afwijkingen in de top 25 afprijzingen waarbij opviel dat er een hoog afprijsbedrag op een warmhoudplaat zichtbaar was hebben wij dit onderzocht.

Wij zagen dat [verzoeker] [functie] een transactie deed bij een collega [betrokkene 4] [functie] .

In SRVP was zichtbaar dat er een plaat gescand is met een korting van 35%, wat juist is, ze waren afgeprijsd en dat er daarna ook een 2e plaat via de knop dubbele prijs op 0 euro gescand is.

Bij het bekijken van de camerabeelden van deze transactie is dit ook zichtbaar.

Bij het bekijken van de beelden zagen wij tevens dat er een aantal flessen met Dreft afwas bij deze transactie aangeboden werden. In eerste instantie 4 flessen. Deze stonden echter niet op de kassabon.

Ook zagen wij dat 1 fles wel langs de scanner ging maar dit is niet zichtbaar op de kassabon en er daarna nog 3 flessen werden bijgeplaatst op de balie. Deze flessen waren enkele minuten eerder door een medewerker verkoopklaar uit het magazijn gehaald en bij de servicebalie gezet.

Wij zagen deze flessen Dreft vervolgens in een AH tas worden ingepakt, een tas die bij kassa 1 werd gepakt maar niet werd gescand en vervolgens met een aantal bussen Pringles een een fles melk ( deze zijn wel gescand en afgerekend) meegingen met J [verzoeker] .

Besproken de transactie en camerabeelden:

[betrokkene 1] [functie] en [betrokkene 3] [functie] hebben op 17 januari om 16.00 [verzoeker] op gesprek gevraagd op ons kantoor en aangegeven dat wij een onderzoek hebben opgestart naar aanleiding van de afwijkende transactie in srvp en de camerabeelden.

[verzoeker] geeft het volgende aan in dit gesprek:

[verzoeker] geeft op de vraag van de transactie van de warmhoudplaten aan dat deze in een winkel in zijn buurt afgeprijsd waren voor 50 % en 35 %.

[verzoeker] gaat ervan uit dat dit ook bij ons het geval is en besluit 2 platen te willen kopen

Toen bij het scannen bleek dat ze niet centraal afgeprijsd waren met 50% centraal zijn deze bij de transactie verrekend met een korting van 35% op de 1e plaat en 100% korting op de 2e plaat.

In de winkel werden de platen op het moment van aankoop aangeboden met een korting van alleen 35%.

[verzoeker] heeft zich niet afgevraagd of de hoge korting die nu gegeven werd wel juist was en zoals het hoort bij Albert Heijn. [verzoeker] behoort op de hoogte te zijn van de afprijsprocedures bij Albert Heijn en dient te weten dat dit altijd 50% of 35 % is maar nooit beide tegelijk. Indien dit wel zo is dan is dit een technische fout die opgelost dient te worden zo spreekt [betrokkene 1] uit.

[verzoeker] wilde tevens een aantal flessen Dreft afwas kopen en bood er 4 stuks aan op de servicebalie.

[verzoeker] was ervan overtuigd dat deze flessen niet meer tot het assortiment behoorde en dat deze over waren van een actie van ongeveer 3 a 4 weken geleden. Hij verwachte dat deze een korting zouden geven van 1+1 Gratis en besloot na het aanbieden van deze flessen de resterende flessen te laten ophalen daar een collega in het magazijn.

Op de vraag waarom deze flessen in een tas meegingen maar niet op de kassabon stonden geeft [verzoeker] aan dat hij merkte dat de fles niet scanbaar was en dat deze dan vanuit serviceverlening naar klanten gratis gegeven mocht worden. [betrokkene 1] licht de bedoeling toe van de toegestane procedure in deze : Om wachtrijen te voorkomen en de klant snel verder te helpen mogen niet scanbare producten 1 maal gratis

worden meegegeven waarna de teamleider of management de niet scanbare producten direct toevoegd aan het systeem om herhaling en financiele verliezen te voorkomen.

Op de vraag waarom dit niet gebeurd is geeft [verzoeker] aan dat hij dit achteraf betreurt en nu ook inziet dat dit ongepast ( op dat moment zelfs de vervanger van het management) is bij zijn functie en hij bij constateren van het niet scanbaar zijn van producten de verantwoordelijkheid heeft dit op te lossen.

[verzoeker] heeft vergeten de tas aan te bieden aan de balie en daardoor is deze niet gescand.

De hele transactie heeft plaatsgevonden vlak voor het einde van de werktijd, [verzoeker] geeft aan dat hij geen middagpauze heeft genomen en om die reden eerder gestopt is met werken maar dat dit vergeten is op de planning te verwerken.

[verzoeker] geeft aan nooit de bedoeling te hebben gehad om Albert Heijn te benadelen en betreurt de gang van zaken en beseft dat er veel is misgegaan in deze transactie.

- [betrokkene 1] heeft na deze verklaring gevraagd of [verzoeker] dit in eigen worden wil opschrijven en ondertekenen.

[verzoeker] heeft aangegeven ten tijde van het gesprek hiertoe niet in staat te zijn en dit uiterlijk donderdag 18 januari aan te bieden aan [betrokkene 1] zodat deze toegevoegd kan worden

Ik heb [verzoeker] vervolgens inleidend geschorst en dit bevestigd met een brief en deze meegegeven.”

2.3.

Op dinsdag 23 januari 2018 heeft wederom een gesprek plaatsgevonden met [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [verzoeker] . [verzoeker] is door Albert Heijn op staande voet ontslagen.

2.4.

Bij brief van 25 januari 2018 heeft de heer [betrokkene 1] het ontslag op staande voet bevestigd. In de ontslagbrief is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“(…)

Hiermee bevestigen wij het u reeds mondeling, onder vermelding van de reden(en), door de heer [betrokkene 1] , Supermarktmanager, aangezegde ontslag op staande voet per 23 januari 2018. Het gesprek heeft plaatsgevonden in het bijzijn van mevrouw [betrokkene 3] , [functie] .

De reden van dit ontslag is:

1. het onterecht en zonder toestemming en/of strijd met de Albert Heijn ontvangen van 35% korting zonder dat deze korting door Albert Heijn op producten is bepaald met als gevolg dat er te lage prijzen voor deze producten zijn betaald. Hierdoor is Albert Heijn benadeeld.

2. dat u goederen heeft meegenomen van Albert Heijn zonder daarvoor te betalen.

Bovengenoemde reden is dringende reden voor Albert Heijn BV voor ontslag op staande voet.

Het ontslag op staande voet zou ook verleend zijn als één van de bovengenoemde redenen, enkel een deel van de bovengenoemde redenen of een willekeurige andere combinatie van de bovengenoemde redenen zou zijn voorgevallen.

(…)”

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter primair het ontslag op staande voet te vernietigen en te bepalen dat [verzoeker] wordt toegelaten tot de werkvloer teneinde de gebruikelijke werkzaamheden uit te voeren op straffe van een dwangsom. Subsidiair verzoekt [verzoeker] om Albert Heijn te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding onder afgifte van deugdelijke salarisspecificaties en vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.

3.2.

[verzoeker] verzoekt tevens om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen, te weten doorbetaling van het loon vanaf 23 januari 2018 onder afgifte van salarisspecificaties, vermeerderd met de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

Aan voormelde verzoeken legt [verzoeker] ten grondslag – kort weergegeven – dat de ontslagbrief niet (voldoende) duidelijk aangeeft wat de dringende reden voor ontslag op staande voet is, dat er geen sprake is van een dringende reden en dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. [verzoeker] licht dat als volgt toe.

3.4.

In de ontslagbrief opgegeven ontslagredenen zijn te vaag omschreven, zodat het voor [verzoeker] niet duidelijk is waar Albert Heijn op doelt. Hij wist niet welke eigenschappen of gedragingen Albert Heijn hebben genoopt om de dienstbetrekking te beëindigen. In de ontslagbrief is immers niet aangegeven om welke producten het gaat, wanneer de transactie heeft plaatsgevonden en onder welke omstandigheden dit zou zijn gebeurd. De ontslagbrief voldoet dan ook niet aan de eisen die de wet eraan stelt, zoals opgenomen in artikel 7:677 BW, aldus [verzoeker] .

3.5.

Pas bij het verweerschrift onderbouwt Albert Heijn welke gedragingen [verzoeker] worden verweten. [verzoeker] wordt verweten dat hij op zondag 14 januari 2018 twee tafelwarmers onterecht met hoge korting heeft meegenomen en dat hij zeven flessen Dreft heeft meegenomen zonder daarvoor te betalen. [verzoeker] betwist dat hij voornoemde producten onterecht, zonder toestemming dan wel in strijd met de binnen Albert Heijn geldende regels heeft meegenomen.

3.6.

De twee tafelwarmers lagen in een bak waarboven een display hing met een vermelding van 50% korting. Nu ook op de tafelwarmers een 35% kortingssticker zat, was er sprake van een dubbele korting. Aangezien het kassasysteem bij het scannen de warmhoudplaat niet automatisch de 50% korting vermeldde, heeft mevrouw [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ) op de ene warmhoudplaat handmatig een korting van 100% verstrekt en op de andere slechts een korting van 35%, zodat Albert Heijn per saldo niet is benadeeld.

3.7.

In de praktijk is het wel vaker voorgekomen dat een product wordt verkocht met een dubbele korting en [verzoeker] is er nimmer op gewezen dat daarmee in strijd werd gehandeld met de regels van Albert Heijn, aldus [verzoeker] . Dat er vaker dubbele korting op producten wordt verstrekt, blijkt uit de verklaringen van collega’s die door [verzoeker] in het geding zijn gebracht (productie 7). Als productie (productie 9) is tevens een kassabon in het geding gebracht waaruit blijkt dat een soortgelijk product, de tafelgrill, tegen zowel een korting van 50% als een korting van 35% is gekocht.

3.8.

Ter zitting heeft [verzoeker] zijn stellingen nader toegelicht. Ter zitting laat [verzoeker] diverse filmfragmenten zien waaruit volgt dat het kassasysteem na het scannen van de fles Dreft de melding “barcode onbekend” aangeeft. Dat houdt in dat alle Dreft flessen in die hoeveelheid niet scanbaar zijn. Pas bij het afrekenen bleek dat het product niet scanbaar was. Conform het beleid van Albert Heijn heeft [betrokkene 4] ervoor gekozen om aan [verzoeker] deze producten gratis mee te geven in het kader van de 9+ service.

4 Het verweer en het zelfstandig tegenverzoek

4.1.

Albert Heijn verweert zich tegen het verzoek. Zij voert - samengevat – aan dat het voor [verzoeker] aanstonds duidelijk is (geweest) welke dringende redenen hebben geleid tot het ontslag. Op woensdag 17 januari 2018 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [verzoeker] . Uit het gespreksverslag blijkt dat [verzoeker] is geconfronteerd met de twee redenen waarvoor [verzoeker] is ontslagen, te weten het onterecht meenemen van de warmhoudplaten met hoge kortingen en het meenemen van zeven flessen Dreft zonder daarvoor te betalen. Op 23 januari 2018 is [verzoeker] in het ontslaggesprek onder vermelding van beide ontslagredenen op staande voet ontslagen. Het ontslag is vervolgens per brief bevestigd onder vermelding van de twee redenen.

4.2.

Albert Heijn voert aan dat er dringende redenen aanwezig zijn voor het ontslag. Albert Heijn betwist niet dat de warmhoudplaten met een korting van 35% werden aangeboden en andere producten met 50%. Albert Heijn betwist wel dat beide kortingen op de warmhoudplaten zouden zijn verleend. Er zat geen 50% sticker op de warmhoudplaten en het kassasysteem gaf deze korting ook niet aan. [verzoeker] had geen grond zichzelf extra korting op de warmhoudplaten toe te kennen. Uit de door [verzoeker] verstrekte verklaringen van medewerkers van Albert Heijn blijkt ook niet dat de producten die op de tafel waar de warmhoudplaten lagen dubbel waren afgeprijsd. Evenmin blijkt uit die verklaringen dat het verstrekken van dubbele kortingen binnen Albert Heijn dagelijks gebruik is.

4.3.

Albert Heijn betwist dat het beleid is om dubbele kortingen te verstrekken, zoals [verzoeker] heeft gesteld. Het kan echter voorkomen dat een dubbele korting wordt verstrekt als gevolg van een ‘technische fout’. De aankoop van de tafelgrill, waarvan [verzoeker] een bon als aanvullende productie heeft ingediend, valt daaronder. De tafelgrill was landelijk met 50% korting afgeprijsd, maar in dat betreffende filiaal waren de non-food artikelen met 35% afgeprijsd, zodat bij het scannen van het artikel automatisch een dubbele korting wordt verstrekt. De kassière heeft dit schijnbaar niet gezien, maar dit is absoluut niet het beleid: de 50% korting komt altijd in plaats van de 35% korting. Een dubbele korting niet signaleren en corrigeren is echter wat anders dan het handmatig verstrekken van een dubbele korting, zoals in onderhavig geval, helemaal als dat niet overeenkomt met het promotiemateriaal. Het is dus bewust handelen in strijd met het beleid.

4.4.

Albert Heijn voert tevens aan dat het meenemen van zeven flessen Dreft in strijd is met de 9+ Service. Het weggeefbeleid, ook wel 9+ Service genoemd komt erop neer dat in het kader van een vlotte doorstroom, wanneer een artikel niet scant (geen barcode, beschadigde barcode of barcode onbekend) en er een lange rij bij de staat, de kassière dat ene product gratis mag meegeven onder vermelding van de reden aan de klant. De kassière dient vervolgens melding hiervan te maken bij de servicebalie zodat het niet-scannen direct kan worden opgelost en er verder niet meer gratis producten worden weggegeven. Uit de door [verzoeker] verstrekte verklaringen kan opgemaakt worden dat voornoemd beleid goed kenbaar was bij de werknemers.

4.5.

Albert Heijn betwist niet dat 9+ Service ook van toepassing is op medewerkers na werktijd, maar het zonder betalen en meenemen van zeven flessen Dreft is niet conform dit beleid. Het is een servicebeleid voor klanten in een uitzonderlijke situatie om lange wachtrijen bij een kassa te doen voorkomen en de foutmelding wordt vervolgens door een teamleider achter de servicebalie snel opgelost. [verzoeker] weet als teamleider dat het product binnen een minuut op actief kan worden gezet achter de servicebalie. Er stonden bovendien maar twee andere mensen te wachten. Het argument dat het druk was, gaat dan ook niet op. In plaats van het probleem op te lossen, neemt [verzoeker] de zeven flessen Dreft mee onder de noemer 9+ Service. Gezien zijn functie, doel en kenbaarheid van het beleid en de situatie waarin zij zich bevonden is het meenemen van de zeven flessen Dreft in strijd met 9+ Service.

4.6.

Op de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] zijn de cao voor winkelpersoneel van grootwinkelbedrijven in levensmiddelen en de “Spelregels”, bestaande uit het handboek personeelszaken Albert Heijn en de huisregels, van toepassing. In de spelregels is opgenomen dat Albert Heijn een zero-tolerance beleid voert ten aanzien van diefstal en fraude. In geval van diefstal en fraude leidt dat altijd tot ontslag op staande voet. De door [verzoeker] verrichte handelingen zijn dusdanig ernstig verwijtbaar dat sprake is van een dringende reden die volgens voornoemde bepalingen en de wet leiden tot een ontslag op staande voet, aldus Albert Heijn.

4.7.

Tot slot geeft Albert Heijn aan dat het onderzoek enige tijd in beslag heeft genomen, maar zij daarin voortvarend heeft gehandeld. Op 15 januari 2018 heeft [betrokkene 1] aan de hand van een afprijzingslijst een afwijking gesignaleerd bij de verkoop van warmhoudplaten. De warmhoudplaten waren met een dusdanig hoge kortingen verkocht, dat [betrokkene 1] reden zag om de verleende kortingen te onderzoeken door de camerabeelden terug te kijken. Dat gaf reden om nader onderzoek in te stellen en met zowel [betrokkene 4] op 16 januari 2018 als met [verzoeker] op 17 januari 2018 in gesprek te gaan. In de gesprekken is aangegeven dat de flessen Dreft niet scanbaar zijn, zodat daar nader onderzoek naar is gedaan door twee flessen te scannen en navraag te doen bij het hoofdkantoor. De flessen Dreft gaven geen foutmelding aan, aldus Albert Heijn. Vervolgens is er contact geweest met de juridische afdeling en in overleg daarmee is besproken om beide werknemers te ontslaan. Het ontslaggesprek heeft op 23 januari 2018 plaatsgevonden.

4.8.

In de zaak van het zelfstandig tegenverzoek wordt door Albert Heijn verzocht de arbeidsovereenkomst met de [verzoeker] voorwaardelijk te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e en g, BW. Het verzoek is voorwaardelijk, namelijk voor het geval de arbeidsovereenkomst niet blijkt te zijn geëindigd door het aan de [verzoeker] op staande voet gegeven ontslag. [verzoeker] heeft daartegen verweer gevoerd en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen.

4.9.

Op de nadere stellingen van partijen wordt, voor zover relevant, hierna ingegaan.

5 De beoordeling

in de zaak van het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet in stand kan blijven.

5.2.

[verzoeker] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.3.

Ten aanzien van de onverwijldheid is de kantonrechter van oordeel dat de opzegging onverwijld is gedaan. De eis van onverwijldheid van artikel 7:677 lid 1 BW betekent niet dat een werkgever geen tijd mag nemen om bijvoorbeeld onderzoek te laten verrichten als dit nodig is om tot een zorgvuldige beslissing te komen. Bij het verrichte interne onderzoek is voldoende voortvarend gehandeld. [verzoeker] heeft onweersproken gesteld dat de uitnodigingsbrief voor het ontslaggesprek op 19 januari 2018 is verzonden. Ook de periode na 19 januari 2018 is niet onredelijk lang geweest. Hierbij moet worden bedacht dat tussen 19 januari 2018 en 23 januari 2018 een weekend zat.

5.4.

Vervolgens is het de vraag of er sprake is van een dringende reden. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen als vorenbedoeld beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling of er sprake is van een dringende reden dient gelet te worden op alle feiten en omstandigheden van het geval, waaronder de aard en ernst van de als zodanig aangemerkte gedraging, de wijze waarop in het verleden is gefunctioneerd, evenals de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor de werknemer heeft. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen bij de werkgever.

5.5.

Voor de beoordeling van de vraag of het door Albert Heijn aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan [verzoeker] opgegeven redenen zoals vermeld in de brief van 25 januari 2018 maatgevend en wordt het geschil afgebakend door de daarin genoemde verwijten. Dat betekent niet dat aan de letterlijke tekst van een ontslagbrief steeds doorslaggevende betekenis toekomt voor het antwoord op de vraag welke dringende reden aan de werknemer is medegedeeld. Het gaat er uiteindelijk om voor de werknemer aanstonds duidelijk is welke dringende reden tot de opzegging heeft geleid. Ook een in een ontslagbrief vermelde opzeggingsgrond dient mede te worden uitgelegd in het licht van de omstandigheden van het geval (zie HR 19 februari 2016, ECLI:NL:2016:290).

5.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat de verweten onterecht verleende dubbele korting op de warmhoudplaten en het meenemen van zeven flessen Dreft zonder te betalen aan de orde is gekomen in de gesprekken op 17 en 23 januari 2018. De inhoud van het door Albert Heijn opgemaakte gespreksverslag van het gesprek van 17 januari 2018 is immers niet door [verzoeker] betwist. Uit het gespreksverslag komt voldoende duidelijk naar voren welke gedragingen hem worden verweten. Hierin is ondermeer opgenomen dat de warmhoudplaat voor 35% is afgeprijsd en niet ook nog eens voor 50%. [verzoeker] wordt verweten dat hij behoort te weten dat er geen dubbele korting wordt verstrekt. Voorts blijkt uit het gespreksverslag dat het meenemen van zeven flessen Dreft in strijd is met het weggeefbeleid van Albert Heijn. Bovendien heeft [verzoeker] ter zitting verklaard dat hij na het gesprek van 17 januari 2018 [betrokkene 1] heeft aangeboden om de door hem meegenomen flessen Dreft te scannen als bewijs van zijn stelling dat de barcode niet gescand kon worden. Gelet op voornoemde omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat het voor [verzoeker] aanstonds duidelijk is welke dringende reden(en) tot de opzegging heeft geleid, althans daaromtrent kan bij hem in redelijkheid geen enkele twijfel bestaan. Dat in de ontslagbrief is opgenomen dat [verzoeker] onterecht 35% op een product heeft ontvangen, waar Albert Heijn een korting van 50% heeft bedoeld moet ook in dat licht gezien worden en maakt dat aldus niet anders. Het verweer dat de ontslagbrief niet (voldoende) duidelijk aangeeft wat de dringende reden voor ontslag op staande voet is, slaagt dan ook niet.

5.7.

Ten aanzien van de dringende redenen hebben beide partijen hun stellingen nader toegelicht ter zitting. Partijen twisten over de vraag tegen welk kortingspercentage de warmhoudplaten verkocht werden. Albert Heijn stelt: enkel tegen een korting van 35%. [verzoeker] voert aan dat deze producten ook tegen een korting van 50% werden verkocht.

[verzoeker] heeft als bijlage bij de pleitnota een screenshot van de website van Albert Heijn overgelegd waaruit zou volgen dat de warmhoudplaat verkocht werd tegen een korting van 50%. De kantonrechter overweegt dat niet uit het screenshot is af te leiden wanneer deze aanbieding geldig is of was. Daarbij dient te worden opgemerkt dat bij de aanbieding is vermeld “online”. Dat kan er op duiden dat deze aanbieding enkel geldig is als aankoop online wordt gedaan en aldus niet geldig is bij een fysieke aankoop in de winkel, zoals in onderhavige situatie. Nu Albert Heijn daarmee pas ter zitting is geconfronteerd neemt de kantonrechter in de overweging mee dat Albert Heijn dat niet heeft kunnen verifiëren. Wel staat als onweersproken vast dat de warmhoudplaat geen kortingssticker van 50% had en dat de warmhoudplaat bij het scannen geen korting van 50% vermeldde. Anders dan [verzoeker] heeft gesteld, blijkt ook niet uit de door hem ingediende verklaringen van medewerkers van Albert Heijn dat de producten die op de tafel waar de warmhoudplaten lagen dubbel waren afgeprijsd. Naar het oordeel van de kantonrechter staat het dan ook niet vast dat de warmhoudplaten op 15 januari 2018 voor zowel 35% als voor 50% waren afgeprijsd.

5.8.

Daarnaast staat vast dat producten bij Albert Heijn niet tegen een dubbele korting van 35% en 50% mogen worden verkocht. Weliswaar kan het voorkomen dat er een dubbele korting van 35% en 50% wordt verstrekt, maar Albert Heijn heeft aangetoond dat hier dan sprake is van een technische fout. De dubbele korting van 35% en 50% wordt dan automatisch gescand en door de betreffende kassière niet gesignaleerd en gecorrigeerd. In onderhavig geval heeft [betrokkene 4] handmatig een dubbele korting verstrekt en [verzoeker] heeft deze geaccepteerd, terwijl zij wisten en behoorden te weten dat producten niet zowel tegen een korting van 35% als 50% worden verkocht. Uit de door [verzoeker] ingediende verklaringen van medewerkers blijkt ook geen ander, afwijkend beleid.

5.9.

Verder twisten partijen ook over de vraag of de flessen Dreft wel of niet scanbaar waren. Albert Heijn stelt van wel, terwijl [verzoeker] aanvoert dat het product bij het scannen de melding “barcode onbekend” aangaf. Hoe het ook zij, zelfs als de kantonrechter ervan uitgaat dat de fles Dreft de melding “barcode onbekend” aangaf bij het scannen, leidt dat tot het oordeel dat het meenemen van zeven flessen Dreft in strijd is met het binnen Albert Heijn geldende beleid. Hiertoe overweegt de kantonrechter als volgt.

5.10.

Albert Heijn heeft gesteld dat het weggeefbeleid slechts in uitzonderlijke situaties wordt toegepast. Het is een servicebeleid om lange wachtrijen bij de kassa te voorkomen, zodat de foutmelding door een teamleider bij de servicebalie snel kan oplossen. In onderhavig geval staat vast dat de handelingen niet werden uitgevoerd bij de kassa, maar bij de servicebalie. Verder waren er maar hooguit twee klanten aan het wachten bij de servicebalie. Onder deze omstandigheden zou het weggeefbeleid niet van toepassing zijn.

5.11.

Daar komt bij dat de handelingen verricht zijn bij de servicebalie, waar notabene het probleem opgelost kon worden. Albert Heijn heeft immers onweersproken gesteld dat de servicebaliemedewerker het product handmatig in kan voeren en het product weer op actief kan zetten zodat deze weer kan worden gescand. Naar eigen zeggen van Albert Heijn kan het product binnen enkele minuten op actief worden gezet. Uit de camerabeelden blijkt dat zowel Arzarkan en [verzoeker] niet eens hebben geprobeerd om de flessen Dreft op actief te zetten.

5.12.

Uit de door [verzoeker] ingediende verklaringen van medewerkers van Albert Heijn kan worden opgemaakt dat het weggeefbeleid goed kenbaar is bij de werknemers. De verklaringen bevestigen het weggeefbeleid onder de door Albert Heijn gestelde voorwaarden. Het verweer van [verzoeker] dat er een afwijkend beleid geldt op het door Albert Heijn gestelde weggeefbeleid, is dan ook geenzins gebleken.

5.13.

Met Albert Heijn is de kantonrechter dan ook van oordeel dat gezien de functie van zowel [betrokkene 4] als [verzoeker] , het doel van het beleid, de kenbaarheid en de situatie waarin zij zich bevonden, het meenemen van zeven flessen Dreft in strijd is met het weggeefbeleid.

5.14.

De kantonrechter concludeert na afweging van alle feiten en omstandigheden van het geval, dat Albert Heijn [verzoeker] op goede gronden wegens dringende redenen op staande voet heeft ontslagen. Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zal het primaire verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van dat ontslag c.a. worden afgewezen. Er is immers geen sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er ook geen grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.

5.15.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zal het subsidiaire verzoek van [verzoeker] om toekenning van die billijke vergoeding eveneens worden afgewezen. De vorderingen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, het loon, de wettelijke verhoging, buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente treffen hetzelfde lot en zullen eveneens worden afgewezen.

5.16.

[verzoeker] heeft tevens subsidiair verzocht om Albert Heijn te veroordelen een transitievergoeding. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Albert Heijn heeft met een beroep op dit artikel betaling van de transitievergoeding geweigerd. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, omdat daarvoor een dringende reden aanwezig was. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen in dit geval ook een dergelijke ernstige verwijtbaarheid op. Immers, die feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van de werknemer dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Dat betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is en het verzoek van [verzoeker] zal worden afgewezen.

5.17.

Nu in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven over het verzoek van [verzoeker] , is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding.

in de zaak van het zelfstandig tegenverzoek

5.18.

Nu het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het door Albert Heijn gegeven ontslag op staande voet wordt afgewezen, is er een rechtsgeldig einde aan het dienstverband gekomen. Aldus doet de voorwaarde waaronder Albert Heijn het zelfstandig tegenverzoek heeft ingediend, zich niet voor. Dit brengt met zich mee dat de kantonrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het zelfstandig tegenverzoek van Albert Heijn. De door partijen dienaangaande ingenomen stellingen, behoeven derhalve geen bespreking meer.

inzake alle verzoeken

5.19.

[verzoeker] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Albert Heijn worden tot op heden begroot op € 479,00.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in de zaak van het verzoek

6.1.

wijst het verzoek af;

in de zaak van het zelfstandig tegenverzoek

6.2.

verstaat dat het verzoek geen behandeling behoeft;

inzake alle verzoeken

6.3.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Albert Heijn tot en met vandaag vaststelt op € 479,00, te weten:

griffierecht: € 79,00,

salaris gemachtigde € 400,00;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. E.A.W. Schippers, kantonrechter en op 30 mei 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter