Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:6307

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-04-2018
Datum publicatie
30-05-2018
Zaaknummer
C/09/550738 / FA RK 18-2368
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering - benoeming bijzondere curator

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 18-2368

Zaaknummer: C/09/550738

Datum beschikking: 19 april 2018

Internationale kinderontvoering – benoeming bijzondere curator

Beschikking in het kader van het op 30 maart 2018 ingekomen verzoek van:

[verzoeker]

de vader,

wonende te [woonplaats vader] , Engeland,

advocaat: mr. T.M. Coppes te Aerdenhout.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende] ,

de moeder,

verblijvende te [plaatsnaam in Nederland] ,

advocaat: mr. C.C.B. Boshouwers te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het verweerschrift.

Op 17 april 2018 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld.

Hierbij zijn verschenen:

  • -

    de vader bijgestaan door zijn advocaat en een tolk, mevrouw [naam] ;

  • -

    de moeder bijgestaan door haar advocaat en een tolk, mevrouw [naam] ;

  • -

    mevrouw [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. H.M. Boone. De behandeling ter zitting is aangehouden.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 18 april 2018 heeft het Mediation Bureau de rechtbank per e-mail bericht dat de mediation tussen de ouders niet is geslaagd. De vader handhaaft daarom het teruggeleidingsverzoek.

Feiten

- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Groot-Brittannië.

- De moeder en [minderjarige] verblijven sinds 2 augustus 2017 in Nederland.

- Blijkens de uittreksels uit het systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen zijn de moeder en [minderjarige] Brits burger. De vader heeft de Kosovaarse nationaliteit.

- De vader heeft zich op 1 december 2017 gewend tot de Engelse Centrale Autoriteit (CA) en daar om de onmiddellijke terugkeer van [minderjarige] naar Engeland verzocht. Het verzoek van de vader is op 26 januari 2018 door de Engelse CA verzonden naar de Nederlandse CA. De zaak is bij de Nederlandse CA geregistreerd onder IKO

nr. 180011.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt uitvoerbaar bij voorraad:

de onmiddellijke terugkeer te gelasten van [minderjarige] naar [woonplaats vader] ,

althans naar Engeland en daarbij te bepalen dat de onmiddellijke terugkeer uiterlijk op 1 mei 2018 geschiedt dan wel op een datum en wijze die de rechtbank in goede justitie juist zal achten, waarbij de moeder [minderjarige] dient terug te brengen naar Engeland, althans indien de moeder nalaat om [minderjarige] binnen de door de rechtbank te stellen termijn terug te laten keren naar Engeland, te bevelen dat de moeder [minderjarige] op voornoemde datum dient over te dragen aan de vader, waarbij de rechtbank dient te bepalen dat de moeder tevens de geldige reisdocumenten of het geldige reisdocument van [minderjarige] aan de vader dient te verstrekken teneinde terugkeer naar Engeland mogelijk te maken;

te bepalen dat de voorlopige voogdij wordt uitgesproken over [minderjarige] , waarbij de

rechtbank de instantie aanwijst die belast wordt met deze voorlopige voogdij onder bepaling dat de voorlopige voogdij eindigt op het moment van afgifte van [minderjarige] aan de vader dan wel de teruggeleiding van [minderjarige] naar Engeland;

de moeder te veroordelen in de reële proceskosten zijdens de vader, alsmede in de

kosten verband houdende met het verzoek tot teruggeleiding van [minderjarige] door de vader naar Engeland.

De moeder heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vader.

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van [minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen.

De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden:

  1. Wat geeft de [minderjarige] zelf aan over een eventueel verblijf in Engeland en een eventueel verblijf in Nederland?

  2. In hoeverre lijkt [minderjarige] zich vrij te kunnen uiten?

  3. In hoeverre lijkt [minderjarige] de gevolgen van het verblijf in Engeland of het verblijf in Nederland te overzien?

  4. Wil [minderjarige] met de rechter(s) spreken en zo ja, wenst [minderjarige] dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?

  5. Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?

Van de bijzondere curator wordt verwacht dat deze door gesprekken te voeren met [minderjarige] probeert zicht te krijgen op de mening van [minderjarige] ten aanzien van het verblijf in Engeland en het verblijf in Nederland en vervolgens die mening van [minderjarige] naar voren te brengen in deze procedure. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de rechtbank dat de bijzondere curator hierbij ouders zal betrekken. Het gaat alleen om gesprekken met [minderjarige] .

Van de ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van [minderjarige] met de bijzondere curator. De bijzondere curator kan hiertoe contact opnemen met de ouders via de volgende telefoonnummers en

e-mailadressen:

  • -

    vader: [tel. nr.] – [e-mailadres] ;

  • -

    moeder: [tel. nr.] – [e-mailadres] .

Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter zitting van de meervoudige kamer een schriftelijk verslag aan de rechtbank en de ouders toe te sturen. De bijzondere curator licht het verslag zo nodig ter zitting toe.

(alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)

Beslissing

De rechtbank:

benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren op

[geboortedatum] te [geboorteplaats] , Groot-Brittannië (BSN: [nr.] ):

drs. Ingeborg Sandig

De Haasekker 5

5258 KS Berlicum

e-mailadres: ingeborg@sandigmediation.nl

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken, waaronder de zittingsaantekeningen van de regiezitting, aan de bijzondere curator zal toesturen;

bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter zitting van de meervoudige kamer haar schriftelijk verslag aan de rechtbank (per post en per e-mail naar blik@rechtspraak.nl) en de (advocaten van de) ouders dient te sturen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, tevens kinderrechter, bijgestaan door

mr. M. Verkerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2018.