Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:6214

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-05-2018
Datum publicatie
15-06-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 5298
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Terughoudendheid vereist van medisch deskundigen bij de uitleg van wettelijke voorschriften.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 17/5298

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2018 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats], eiseres,

en

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder

(gemachtigde: A. Reuver).

Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres rijgeschikt verklaard voor rijbewijscategorie B tot en met 29 februari 2020.

Bij besluit van 16 juni 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2018.

Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres lijdt aan relapsing-remitting multiple sclerose (MS). Eiseres heeft op 20 januari 2014 een rijtest afgelegd. Daaruit is gebleken dat zij uitsluitend geschikt kan worden geacht voor het besturen van motorrijtuigen met de beperking van de rijbevoegdheid ‘automatische koppeling’ en ‘afscherming vóór/opklapbaar/uitneembaar koppelingspedaal’, vanwege de functiebeperking van haar linkerbeen. Vervolgens is eiseres bij besluit van 28 januari 2014 rijgeschikt is verklaard voor rijbewijscategorie B tot en met 31 januari 2017. Aan de onderhavige aanvraag heeft eiseres een rapport van een neuroloog overgelegd van 12 januari 2017, waarin is vermeld dat haar situatie stabiel is, dat zij al jaren in een automaat rijdt, dat geen sprake is van met de rijgeschiktheid interfererende functiestoornis en dat zij rijgeschikt dient te worden verklaard voor een periode van vijf jaar. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit omdat zij meent dat zij, conform het advies van de neuroloog, rijgeschikt had moeten worden verklaard voor een periode van vijf jaar.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Daartoe heeft verweerder er op gewezen dat sprake is van een met de rijgeschiktheid interfererende functiestoornis als bedoeld in onderdeel 7.4.1. van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000 (hierna: de Regeling) zodat terecht een termijnbeperking van drie jaar is gehanteerd. De Regeling biedt volgens verweerder geen ruimte om bij de beoordeling of sprake is van een met de rijgeschiktheid interfererende functiestoornis te betrekken in hoeverre de beperkingen kunnen worden gecorrigeerd door aanpassingen in het voortuig dan wel de aanschaf van een automaat. Dat is bevestigd in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 15 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:376). Het advies van de neuroloog om eiseres rijgeschikt te verklaren voor vijf jaar is dan ook in strijd met de regelgeving en kan om die reden niet worden gevolgd, aldus verweerder.

3. Eiseres voert aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een met de rijgeschiktheid interfererende functiestoornis. Zij is in staat te rijden in een automaat, hetgeen geen aangepaste auto is. De uitspraak van de Afdeling waar verweerder naar verwijst betreft een andere casus, nu de appellante in die uitspraak lijdt aan een andere vorm van MS dan eiseres en zij bovendien in een aangepaste auto rijdt. Voorts voert eiseres aan dat verweerder ten onrechte het advies van de neuroloog, om haar voor vijf jaar rijgeschikt te verklaren, naast zich neer heeft gelegd. Ten slotte voert eiseres aan dat haar behandeling haar gesteldheid in positieve zin heeft beïnvloed, zodat zij geen beperking van de rijgeschiktheid meer heeft. Ter staving daarvan legt zij een verklaring van haar fysiotherapeut over.

4. In onderdeel 7.4.1., onder a, van de Regeling is, voor zover thans van belang, bepaald dat personen die tussen de exacerbaties geen met de geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen interfererende lichamelijke of geestelijke functiestoornis hebben, geschikt kunnen worden geacht voor rijbewijzen van groep 1 voor een termijn van maximaal vijf jaar.

Bij een vermoeden van een dergelijke functiestoornis is voor de beoordeling van de geschiktheid een rijtest vereist met een deskundige op het gebied van de praktische geschiktheid van het CBR. Bij een positieve rijtest bestaat er geschiktheid voor een termijn van maximaal drie jaar.

5. In het verweerschrift voert verweerder aan dat het functieverlies in het gebruik van het linkerbeen van eiseres op zichzelf met de rijgeschiktheid interfereert. Dat eiseres met een automaat rijdt omdat zij anders last krijgt van haar linkerbeen bevestigt dat. Dat eiseres in een aangepaste auto kan rijden, maakt volgens verweerder niet dat geen sprake is van een met de rijgeschiktheid interfererende functiestoornis. Dat het momenteel beter gaat met eiseres zou mogelijk kunnen leiden tot een ander oordeel. Daartoe is wel nader onderzoek, waaronder begrepen een rijtest, noodzakelijk.

6. De rechtbank overweegt als volgt.
Uit de rijtest die eiseres op 20 januari 2014 heeft afgelegd is gebleken dat zij een functiebeperking heeft aan haar linkerbeen. Eiseres heeft in haar aanvraag van 8 oktober 2016 verklaard een been slechts beperkt te kunnen gebruiken. Dat eiseres in een automaat rijdt, waarbij zijn geen last heeft van haar functiebeperking, laat onverlet dat de functiebeperking op zichzelf met de rijgeschiktheid interfereert. De rechtbank ziet zich daarbij gesteund in voormelde uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2017. Gelet daarop kon verweerder eiseres, op grond van onderdeel 7.4.1. onder a, van de Regeling, slechts geschikt verklaren voor een termijn van maximaal drie jaar. Dat de toestand van eiseres inmiddels met behulp van nieuwe medicijnen en fysiotherapie is verbeterd kan aan het voorgaande niet afdoen. Indien eiseres de nieuwe situatie wil laten beoordelen dient zij daartoe een nieuwe Eigen verklaring in te dienen bij verweerder. Het betoog van eiseres dat verweerder ten onrechte het standpunt van de neuroloog om eiseres voor vijf jaren rijgeschikt te verklaren niet volgt, slaagt niet. Ofschoon begrijpelijk is dat eiseres veel waarde wil toekennen aan het advies van de neuroloog en de verklaring van haar fysiotherapeut, komt aan die (para)medisch geschoolde deskundigen in deze zaak geen oordeelsbevoegdheid toe over de uitleg van een wettelijk voorschrift. Daartoe zijn bij verweerder werkzame personen beter toegerust dan de neuroloog of fysiotherapeut. Om te voorkomen dat de medische geschoolde bij hun patiënt verwachtingen wekt die een bestuursorgaan niet kan honoreren is van belang dat die in een advies geen oordeel geeft over de betekenis van een wettelijk voorschrift als in deze zaak aan de orde, althans daarin aanzienlijke terughoudendheid betracht.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. A.H. Ferment, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2018.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.