Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:6048

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-05-2018
Datum publicatie
15-06-2018
Zaaknummer
NL18.3223
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel, Irak, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.3223


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2018 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

(gemachtigde: mr. A.J. van der Werff-Dost),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Rennen).


Procesverloop
Bij besluit van 8 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.3224, plaatsgevonden op 6 maart 2018. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Het onderzoek ter zitting is geschorst, teneinde eiseres in de gelegenheid te stellen een contra-expertise te laten verrichten met betrekking tot haar identiteitspasje uit Irak.

Bij bericht van 13 april 2018 heeft eiseres laten weten dat zij vanwege persoonlijke omstandigheden niet in de gelegenheid is om een contra-expertise aan de rechtbank te verstrekken.

Partijen hebben de rechtbank vervolgens toestemming gegeven om zonder nadere zitting uitspraak te doen.

Het onderzoek is gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1972 en de Iraakse nationaliteit te hebben. Eiseres heeft op 28 december 2017 een asielaanvraag ingediend.

2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- Identiteit, nationaliteit en herkomst;

- Problemen met oom;

- Vertrek uit [plaats 1] vanwege komst ISIS eind 2014; en

- Problemen met verloofde in [plaats 2].

Kort samengevat acht verweerder de door eiseres gestelde identiteit en herkomst niet geloofwaardig. Verweerder legt daaraan ten grondslag dat eiseres een, uit een documentenonderzoek gebleken, valse identiteitskaart heeft overgelegd. Daarnaast heeft zij volgens verweerder opzettelijk verzwegen dat zij een paspoort had met daarin een visum voor Frankrijk, dat geldig was van 15 december 2015 tot en met 11 juni 2016. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is. De door eiseres gestelde Iraakse nationaliteit acht verweerder, na het uit laten voeren van een taalanalyse, wel geloofwaardig. Uit het rapport van de taalanalyse blijkt echter ook dat aan te nemen is dat eiseres geruime tijd heeft verbleven buiten Irak. Concluderend heeft eiseres volgens verweerder niet inzichtelijk gemaakt wat haar herkomst en identiteit is, waardoor het asielrelaas van eiseres ongeloofwaardig wordt geacht.

3. Voor zover nog van belang, ontkent eiseres dat zij een valse identiteitskaart heeft overgelegd. Zij was er in ieder geval niet van op de hoogte dat deze vals was. Haar oom heeft destijds haar identiteitskaart voor haar geregeld, mogelijk dat daarbij iets gebeurd is. Ook betwist eiseres dat ze een paspoort heeft gehad waarin een visum voor Frankrijk zat. Eiseres stelt zich voorts op het standpunt dat zij vanwege haar medische situatie in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft hier ten onrechte niet aan getoetst. Daarnaast zal uitzetting naar Irak, vanwege haar medische situatie, ook leiden tot een reëel risico op schending van artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

4. De rechtbank overweegt als volgt.

4.1

Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiseres haar identiteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. Nu er geen contra-expertise is uitgevoerd met betrekking tot het vals bevonden identiteitspasje uit Irak, heeft verweerder dit gegeven terecht aan eiseres tegengeworpen. Daarnaast heeft verweerder uit mogen gaan van de informatie uit EU-VIS, waaruit blijkt dat eiseres een paspoort had met daarin een visum voor Frankrijk. Eiseres heeft dit paspoort niet aan verweerder overgelegd, hetgeen voor haar rekening komt. De verklaring van eiseres dat zij niets weet van een paspoort met een visum, is onvoldoende om tot een andersluidend oordeel te komen.

Verweerder heeft voorts aan eiseres mogen tegenwerpen dat uit het visum blijkt dat eisers is geboren in [plaats 2], maar zij tijdens het eerste gehoor met verweerder heeft verklaard dat zij is geboren in [plaats 3], dat behoort tot [plaats 1] en in de provincie Mosul ligt. Deze informatie komt niet overeen met de informatie uit het visum. Dat verweerder het, op grond van de taalanalyse, wel geloofwaardig acht dat eiseres de Iraakse nationaliteit heeft, laat onverlet dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt waar uit Irak zij vandaan komt en waar zij voorafgaand aan haar vertrek heeft gewoond.

4.2

Verweerder heeft voorts, gelet op het feit dat eiseres haar identiteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, de medische situatie van eiseres niet kunnen toetsten aan artikel 64 van de Vw of aan artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft echter in het kader van artikel 3 van het EVRM wel in zijn algemeenheid overwogen dat de door eiseres aangevoerde medische situatie, namelijk dat zij reumatische klachten heeft en een obsessieve-compulsieve stoornis heeft, onvoldoende is om te leiden tot de omstandigheid dat bij uitzetting sprake zou zijn van een schending van artikel 3 van het EVRM. Ook met betrekking tot artikel 64 van de Vw heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in aanmerking dient te komen voor uitstel van vertrek. Hierbij heeft verweerder eiseres mogen tegenwerpen dat zij niet aannemelijk kan maken dat de noodzakelijke medische zorg in het land van herkomst of het land waar zij naar kan vertrekken, niet voor haar toegankelijk is. Dit is onlosmakelijk verbonden met het feit dat zij haar identiteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarnaast heeft verweerder kunnen overwegen dat de door eiseres overgelegde medische informatie uit 2016 stamt en derhalve niet actueel is.

5. Eiseres komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Dutrieux, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.