Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:6019

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-05-2018
Datum publicatie
29-05-2018
Zaaknummer
NL18.7899
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin Duitsland. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.7899


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. M. Drenth),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 april 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.9219, plaatsgevonden op 17 mei 2018. Voor verzoeker is zijn gemachtigde verschenen. Verweerder is niet verschenen.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 8 februari 2018 een asielaanvraag ingediend. Bij het bestreden besluit van 18 april is de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is.

2. Niet in geschil is dat eiser eerder, op 11 mei 2015 in Duitsland heeft gevraagd om internationale bescherming. Duitsland is op 7 maart 2018 akkoord gegaan met terugname van eiser. Verweerder heeft hier terecht uit afgeleid dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielverzoek.

3. Eiser meent dat verweerder de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag aan zich moet trekken, vanwege systematische tekortkomingen in de asielprocedure of opvangvoorzieningen in Duitsland en vanwege eisers medische situatie. Eiser stelt in de asielprocedure in Duitsland onvoldoende tolkenbijstand te hebben gehad, hij zegt in Duitsland te zijn gediscrimineerd en hij stelt dat de medische zorg in Duitsland onder de maat was. Hij vreest door Duitsland te worden teruggestuurd naar Eritrea. Verweerder heeft volgens eiser onvoldoende onderzocht hoe Duitsland met eiser zal omgaan na overdracht.

Eiser is daarnaast onder medische behandeling vanwege astma en oogproblemen. Continuering van die behandeling in Nederland is volgens eiser noodzakelijk. Verweerder heeft eisers medische situatie onvoldoende inzichtelijk in de besluitvorming betrokken.

4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat er ernstig moet worden gevreesd voor systeemfouten in de asielprocedure of opvangvoorzieningen in Duitsland. Eiser heeft zijn stelling in dit verband niet onderbouwd.

5. Zoals verweerder al uitvoerig heeft gemotiveerd in het bestreden besluit, moet ervan uit worden gegaan dat Duitsland het verzoek om internationale bescherming van eiser zal behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Dit geldt temeer nu Duitsland heeft ingestemd met de terugname van eiser. Aangenomen moet daarom worden dat eiser niet in strijd met artikel 3 EVRM of 4 Handvest EU zal worden teruggestuurd naar Eritrea en dat hij in afwachting van de beslissing op het asielverzoek in aanmerking komt voor medische voorzieningen. Anders dan eiser stelt, was er voor verweerder geen aanleiding om dit nader te onderzoeken.

6. Voor zover eiser – zonder verdere onderbouwing – stelt dat hij eerder in Duitsland onvoldoende tolkenbijstand of medische zorg heeft gehad of zal krijgen, geldt dat hij zich hierover kan klagen bij de Duitse autoriteiten. Niet is aannemelijk geworden dat dit voor eiser niet mogelijk of zinloos is. Ook voor zover eiser stelt in Duitsland te zijn gediscrimineerd moet worden aangenomen dat eiser de bescherming kan inroepen van de Duitse autoriteiten. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.

7. Niet is gebleken dat Nederland het aangewezen land is om eiser medische behandeling te bieden.

8. Gelet hierop heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat er geen reden is om eiser asielaanvraag inhoudelijk te behandelen.

9. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2018.

Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.