Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:6018

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-05-2018
Datum publicatie
29-05-2018
Zaaknummer
NL18.6403
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

eiser van Gambiaanse nationaliteit, gestelde homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig, WI 2015/9, beoep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.6403


uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. V.A.W.M. 't Hoen).


Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 maart 2018 (het bestreden besluit).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Njie. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum]. Hij bezit de Gambiaanse nationaliteit en behoort tot de Wolof-bevolkingsgroep. Op 21 januari 2018 heeft hij een asielaanvraag ingediend.

2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser stelt homoseksueel te zijn. Hij is zich hiervan bewust geworden toen hij [leeftijd 1] oud was. In een internetcafé is hij op de website planetromeo.nl in contact gekomen met andere homoseksuelen. Zo heeft hij in 2010 [naam] uit Nederland leren kennen, op wie hij verliefd is geworden. Met hem heeft hij een autobedrijf gestart. [naam] kwam een aantal keer per jaar naar Gambia en verbleef dan met eiser in een guesthouse. Na een bezoek van de schoonmaakster is de politie binnengevallen in het guesthouse. De politie heeft een laptop en telefoons meegenomen voor onderzoek. Hieruit zou blijken dat eiser en [naam] homoseksueel zijn. [naam] heeft het land moeten verlaten en eiser heeft vier dagen in de gevangenis verbleven. Eiser vreest voor vervolging, negatieve bejegening door zijn omgeving en ook vreest hij dat zijn vader hem zal vermoorden als hij hem onder ogen komt.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder acht niet geloofwaardig zijn gestelde homoseksuele gerichtheid en de problemen die hij daardoor stelt te hebben.

Op wat eiser hiertegen heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Uit de werkinstructie 2015/9 (WI 2015/9) blijkt dat het zwaartepunt bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de gestelde seksuele gerichtheid ligt op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen (onder andere bewustwording en zelfacceptatie) van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst van de vreemdeling en hoe zijn ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar homoseksualiteit maatschappelijk onacceptabel of strafbaar is gesteld.

5. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 15 juni 20161 volgt dat verweerder bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van een gestelde homoseksuele gerichtheid terecht veel waarde hecht aan de verklaringen van een vreemdeling over zijn eigen ervaringen. Daarbij gaat het met name om het bewustwordingsproces. De vreemdeling moet kunnen verklaren over het moment waarop of de periode waarin hij zich bewust is geworden van zijn seksuele gerichtheid, wat deze seksuele gerichtheid voor hem heeft betekend en welke invloed dit heeft gehad voor de manier waarop hij uiting heeft gegeven aan zijn seksuele gerichtheid. Dit alles moet worden bezien tegen de achtergrond van het land van herkomst en de omgeving waar de vreemdeling vandaan komt, waarbij relevant zijn het moment van bewustwording en eventuele andere belangrijke momenten, zoals het aangaan van een relatie.

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eisers gestelde homoseksuele gerichtheid en de daarmee verband houdende problemen ongeloofwaardig zijn.

Verweerder heeft hieraan terecht ten grondslag gelegd dat eiser met zijn verklaringen onvoldoende blijk heeft gegeven van een proces van bewustwording en zelfacceptatie als bedoeld in de WI 2015/9 en de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2016. Eiser heeft herhaaldelijk ontwijkend, uitermate summier en onpersoonlijk verklaard over de bewustwording van zijn seksuele gerichtheid. Zo heeft hij verklaard dat hij [leeftijd 1] oud was toen hij het idee kreeg dat hij homoseksueel was en ‘dan ga je naar een website om te kijken wat homoseksualiteit is’.2 Hij wist niet wat homoseksualiteit was en vond het vreemd wat hij voelde. Hij voelde meer voor mannen dan voor vrouwen en dat verbaasde hem.3 Op de vraag wat voor eiser wél normale gevoelens waren, antwoordt eiser ‘Waarom voel ik toch voor mannen en niet voor vrouwen? Ik begreep het zelf ook niet’.4Het gevoel werd steeds sterker. Totdat hij [leeftijd 2] oud was, zegt hij te hebben gevochten tegen zijn gevoel. In dat jaar heeft hij via internet [naam] leren kennen.5 Met deze verklaringen en evenmin met zijn overige verklaringen heeft eiser weinig inzicht gegeven in zijn gedachtegang en de ontwikkeling van zijn gevoelens, wat van hem redelijkerwijs verwacht kan worden, zeker gelet op de door hem geschetste culturele en religieuze context in Gambia. Hij verklaart wel over een gevoel, maar geeft geen inzicht in wat dat gevoel inhield. Eiser heeft ook verklaard over een worsteling met zichzelf, maar niet wat die worsteling inhield.6 Hij zegt zijn gevoelens te hebben willen veranderen, maar heeft niet duidelijk gemaakt waarom en hoe hij dit heeft willen doen.7 Verweerder heeft daarbij terecht in aanmerking genomen dat eiser niet duidelijk heeft gemaakt hoe hij al op [leeftijd 3] leeftijd zich bewust is geworden van zijn homoseksuele gerichtheid. Hij heeft immers verklaard [naam] pas vijf jaar later in 2010 online te hebben ontmoet en eiser heeft niet verklaard over andere relaties, partners of gevoelens voor bepaalde mensen die op enige wijze invloed hebben gehad op de ontwikkeling van zijn homoseksuele gevoelens. Verweerder heeft daarnaast terecht tegengeworpen dat de verklaringen van eiser over zijn relatie met [naam] evenmin overtuigen. Zo weet eiser niet de achternaam van [naam] en kan hij niet vertellen wat hij precies aantrekkelijk vond aan [naam]. Van eiser had redelijkerwijs verwacht mogen worden dat hij persoonlijke details over [naam] kon geven. Eiser stelt immers zelf dat [naam] een belangrijk persoon in zijn leven is geweest, dat hij een langdurige relatie met hem heeft gehad en dat zij samen een bedrijf hadden. Dat eiser thans geen enkele contactgegevens van [naam] zou hebben, heeft verweerder dan ook ongeloofwaardig kunnen achten. Anders dan eiser heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat verweerder aan de hand van de onderzoeksmethode, zoals weergegeven in de WI 2015/9, wel degelijk rekening heeft gehouden met de culturele achtergrond van eiser. Ook uit de pagina’s 12 en 13 van het nader gehoor blijkt dat aan eiser juist de ruimte is gegeven om vanuit zijn eigen perspectief en culturele achtergrond te antwoorden. De rechtbank volgt dan ook niet de stelling van eiser dat hij vanwege zijn achtergrond niet goed onder woorden heeft kunnen brengen hoe hij een en ander heeft ervaren. Verweerder heeft tot slot terecht tegengeworpen dat eiser niet duidelijk heeft kunnen maken waarom de schoonmaakster de politie zou hebben ingeschakeld. Uit zijn verklaringen blijkt immers niet dat zij iets heeft ontdekt of gezien dat niet strookt met de wet in Gambia.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier.

Deze uitspraak is gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 ECLI:NL:RVS:2016:1630

2 Nader gehoor van 21 maart 2018, p. 8 van 21

3 Nader gehoor, p. 9 van 21

4 Nader gehoor, p. 10 van 21

5 Nader gehoor, p. 10 van 21

6 Nader gehoor van 21 maart 2018, p. 13 van 21

7 Nader gehoor, p. 13 en 14 van 21