Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:5764

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-05-2018
Datum publicatie
17-05-2018
Zaaknummer
C/09/530396 / HA ZA 17-387
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Gebruikers van NS Business Cards veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan NS Reizigers voor gebruik van NS Business Cards waarvoor nooit is betaald aan NS Reizigers. De omstandigheden waaronder de gebruikers de NS Business Cards verkregen, hadden zij niet mogen vertrouwen. Zij hadden onderzoek moeten doen of het allemaal wel klopte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team kanton Den Haag

zaaknummer / rolnummer: 6391910 RL EXPL 17-25842

16 mei 2018

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NS REIZIGERS B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. I.M.G. Bakker te Utrecht,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te Den Haag,

niet verschenen,

2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

procederend in persoon,

3. [gedaagde 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

gemachtigde: voorheen mr. J.M. Bekooij, thans mr. E. Yilmaz,

toevoeging 3JT3659, afgegeven d.d. 16-10-2017,

4. [gedaagde 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

procederend in persoon,

5. [gedaagde 5] ,

wonende te [woonplaats] ,

procederend in persoon,

6. [gedaagde 6] ,

wonende te [woonplaats] ,

procederend in persoon,

7. [gedaagde 7] ,

wonende te [woonplaats] ,

procederend in persoon,

gedaagden.

Eisende partij zal hierna NS Reizigers worden genoemd. Gedaagde partijen zullen hierna gezamenlijk gedaagden worden genoemd en ieder afzonderlijk respectievelijk [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] , [gedaagde 5] , [gedaagde 6] en [gedaagde 7] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen van 9 en 10 oktober 2017 met producties 1 tot en met 12;

  • -

    de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 2] ;

  • -

    de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 3] , met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 4] ;

  • -

    de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 7] ;

  • -

    de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 5] ;

  • -

    de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 6] met producties;

  • -

    de ten aanzien van [gedaagde 6] door NS Reizigers genomen akten overleggen aanvullende producties;

  • -

    de brief van 5 april 2018 aan de zijde van [gedaagde 3] met productie 8.

1.2.

Na de conclusie van antwoord is bij mondeling vonnis een comparitie van partijen gelast voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Deze heeft plaatsgevonden op 10 april 2018. Door de griffier zijn zakelijke aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. Bij deze gelegenheid zijn verschenen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] namens NS Reizigers, bijgestaan door mr. M.R. Ruygvoorn, alsmede [gedaagde 2] , [gedaagde 5] , [gedaagde 6] , [gedaagde 7] en [gedaagde 3] in persoon, laatstgenoemde bijgestaan door mr. E. Yilmaz.

1.3.

[gedaagde 1] is niet in het geding verschenen, zodat ten aanzien van hem verstek is verleend op de rol van 18 oktober 2017. Nu de overige gedaagden wel in het geding zijn verschenen wordt dit vonnis, gelet op hetgeen is bepaald in artikel 140 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, beschouwd als een vonnis op tegenspraak.

1.4.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

NS Reizigers biedt diverse producten aan, waaronder de NS Business Card. De NS Business Card is bestemd voor grootzakelijke bedrijven, ondernemers in het MKB en ZZP’ers. Met de NS Business Card kunnen door de bedrijven aangewezen natuurlijke personen toegang krijgen tot al het openbaar vervoer. De betaling van de met de NS Business Card gemaakte reizen en het gebruik van overige diensten vindt maandelijks achteraf plaats. Het bedrijf dat de overeenkomst met NS Reizigers heeft afgesloten voor het gebruik van de NS Business Cards ontvangt daartoe een rekening van NS Reizigers.

2.2.

NS Reizigers heeft onder meer NS Business Cards uitgegeven op naam van de navolgende vennootschappen: Consum Market B.V. (hierna: Consum Market), Handels onderneming Rindeel B.V. (hierna: Rindeel), Occasion4you B.V. (hierna: Occasion4you), RD ICT dienstverlening B.V. (hierna: RD ICT), Ontruim Compleet B.V. (hierna: Ontruim Compleet), de vennootschap onder firma [naam vof 1] (hierna: [naam vof 1] ), de vennootschap onder firma [naam vof 2] (hierna: [naam vof 2] ), de vennootschap onder firma [naam vof 3] (hierna: [naam vof 3] ) en Bezorgservice Nederland B.V. (hierna: BSN) (deze vennootschappen gezamenlijk hierna: de vennootschappen). Op naam van de vennootschappen zijn in totaal voor ongeveer 90 gebruikers NS Business Cards uitgegeven.

2.3.

De vennootschappen zijn inmiddels opgeheven en ontbonden. Zij zijn allen uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. In het onderstaande schema is per vennootschap weergegeven wanneer zij zijn opgericht, wanneer zij zijn ontbonden/ opgeheven en hoeveel werkzame personen er geregistreerd stonden bij de Kamer van Koophandel.

Naam vennootschap

Datum oprichting

Datum opheffing / ontbinding

Werkzame personen

[naam vof 1]

5 november 2012

1 juli 2013

2

[naam vof 2]

5 april 2013

1 juli 2013

2

Occasion4you

12 augustus 2013

1 december 2013

1

RD ICT

21 november 2013

1 maart 2014

1

Rindeel

24 april 2014

1 mei 2014

1

Ontruim Compleet

3 november 2014

1 maart 2015

1

Consum Market

2 maart 2015

1 november 2015

2

[naam vof 3]

6 juli 2015

1 januari 2016

2

BSN

7 februari 2017

1 mei 2017

1

2.4.

[betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ) was enig aandeelhouder en bestuurder van Consum Market, Occasion4you en BSN.

2.5.

[betrokkene 4] is sinds 2010 gehuwd met [betrokkene 5] (hierna: [betrokkene 5] ). [betrokkene 5] was enig aandeelhouder en bestuurder van Ontruim Compleet, RD ICT en Rindeel. [betrokkene 4] en [betrokkene 5] waren beiden vennoot van [naam vof 1] en van [naam vof 2] .

2.6.

[betrokkene 4] en [gedaagde 1] waren beiden vennoot van [naam vof 3] .

2.7.

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [gedaagde 1] hebben als bestuurder van de respectieve vennootschap(pen) namens de vennootschap(pen) overeenkomsten met NS Reizigers gesloten voor de afname van NS Business Cards en bijbehorende dienstverlening.

2.8.

NS Reizigers heeft de vennootschappen maandelijks facturen gestuurd voor het gebruik van de NS Business Cards. De facturen zijn onbetaald gelaten.

2.9.

NS Reizigers heeft, nadat was ontdekt dat het aanvraagadres van de vennootschappen gelijk was, haar fraudespecialist ingeschakeld.

2.10.

Op 11 september 2017 heeft NS Reizigers bij de politie aangifte van oplichting gedaan tegen [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [gedaagde 1] . In deze aangifte staat onder meer:

“(…) In de periode vanaf november 2012 tot en met februari 2017 hebben [betrokkene 4] en zijn echtgenote [betrokkene 5] diverse Vennootschappen opgericht, die vervolgens na circa een paar maanden tot een half jaar na oprichting weer werden ontbonden. In de periode dat deze Vennootschappen bestonden hebben [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] een overeenkomst met NS gesloten ten aanzien van afname van NS-Business Cards. Tevens heeft [betrokkene 4] op het bedrijf dat hij met [gedaagde 1] heeft opgericht ook een overeenkomst met NS afgesloten, deze [gedaagde 1] en [betrokkene 4] kennen elkaar. Hoewel bij de opgerichte Vennootschappen enkel een (1) twee (2) werkzame personen stonden geregistreerd, hebben [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [gedaagde 1] een NS-Business Card aangevraagd voor circa 90 gebruikers. Deze gebruikers of ook wel kaarthouders hebben gebruik gemaakt van de diensten die de NS leverde met de NS-Business Card. (…)”

2.11.

Naar aanleiding van het onderzoek van haar fraudespecialist heeft NS Reizigers onder meer [gedaagde 1] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] , [gedaagde 5] , [gedaagde 6] en [gedaagde 7] geïdentificeerd als houders (gebruikers) van één of meerdere NS Business Card(s), uitgegeven op naam van één van de vennootschappen.

2.12.

[betrokkene 4] en [betrokkene 5] zijn door NS Reizigers eveneens gedagvaard. De procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] is bij deze rechtbank, team handel, aanhangig onder zaak- en rolnummer C/09/540609/ HA ZA 17-1032 (hierna: de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] ).

Enkele gedaagde partijen hebben in hun conclusie van antwoord opgenomen dat zij een NS Business Card hebben gekocht van de heer [betrokkene 6] (hierna: [betrokkene 6] ). NS Reizigers heeft vervolgens ook [betrokkene 6] gedagvaard. [betrokkene 6] heeft verstek laten gaan. De procedure tegen [betrokkene 6] is bij deze rechtbank, team handel, aanhangig onder zaak- en rolnummer C/09/549949 / HA ZA 18-321 (hierna: de rechtbank procedure tegen [betrokkene 6] ). In alle zaken wordt vandaag vonnis gewezen.

3 Het geschil

3.1.

NS Reizigers vordert allereerst de onderhavige procedure wegens verknochtheid met de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] – waarin NS Reizigers veroordeling van [betrokkene 4] en [betrokkene 5] heeft gevorderd tot betaling van € 190.964,72, vermeerderd met rente en kosten – te verwijzen naar de rechtbank Den Haag, team handel, zodat de zaken gevoegd kunnen worden afgedaan overeenkomstig het hierna onder 3.2. weergegeven petitum.

3.2.

NS Reizigers vordert, na verwijzing en veroordeling van [betrokkene 4] en [betrokkene 5] – samengevat – bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op basis van hoofdelijkheid met [betrokkene 4] en [betrokkene 5] , de veroordeling van:

  • -

    [gedaagde 1] tot betaling van € 345,54, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de data waarop de deelbedragen die tezamen de hoofdsom vormen telkens opeisbaar werden, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten;

  • -

    [gedaagde 3] tot betaling van € 7.619,84, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de data waarop de deelbedragen die tezamen de hoofdsom vormen telkens opeisbaar werden, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten;

  • -

    [gedaagde 2] tot betaling van € 1.958,34, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de data waarop de deelbedragen die tezamen de hoofdsom vormen telkens opeisbaar werden, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten;

  • -

    [gedaagde 4] tot betaling van € 5.640,41, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de data waarop de deelbedragen die tezamen de hoofdsom vormen telkens opeisbaar werden, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten;

  • -

    [gedaagde 7] tot betaling van € 5.282,04, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de data waarop de deelbedragen die tezamen de hoofdsom vormen telkens opeisbaar werden, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten;

  • -

    [gedaagde 5] tot betaling van € 4.612,56, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de data waarop de deelbedragen die tezamen de hoofdsom vormen telkens opeisbaar werden, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten;

  • -

    [gedaagde 6] tot betaling van € 4.464,57, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de data waarop de deelbedragen die tezamen de hoofdsom vormen telkens opeisbaar werden, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten;

  • -

    gedaagden, ieder voor zich, tot betaling van de kosten van dit geding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis en betaling van de nakosten, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente indien betaling niet binnen de hiervoor genoemde termijn geschiedt.

3.3.

NS Reizigers heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat gedaagden onrechtmatig jegens NS Reizigers hebben gehandeld, door gebruik te maken van NS Business Cards, uitgegeven op naam van de vennootschappen. Gedaagden hebben hiermee namelijk onrechtmatig geprofiteerd van de wanprestatie van de vennootschappen en/of de fraude dan wel het onrechtmatig handelen van [betrokkene 4] en [betrokkene 5] . Ter verdere onderbouwing hiervan stelt NS Reizigers kort samengevat dat gedaagden wetenschap hadden van de handelwijze van de vennootschappen en dat gedaagden bewust en stelselmatig hebben geprofiteerd van de handelwijze van [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] , althans dat sprake is van aanvullende en/of overige ‘bijkomende omstandigheden’. Gedaagden waren niet in dienst van één van de vennootschappen noch hadden zij anderszins een relatie met de vennnootschappen. Gedaagden wisten dan ook, althans hadden behoren te weten dat de vennootschappen wanprestatie dan wel fraude pleegden dan wel onrechtmatig handelden jegens NS Reizigers.

Subsidiair legt NS Reizigers aan haar vordering ten grondslag dat gedaagden ongerechtvaardigd zijn verrijkt. Zij hebben immers als houders van de NS Business Cards gebruik gemaakt van de diensten van NS Reizigers, zonder hiervoor te betalen.

3.4.

De betrokkenheid van gedaagden is gebleken uit onderzoek van de fraudespecialist van NS Reizigers. In het onderzoek naar de handelwijze van [betrokkene 4] en [betrokkene 5] (en [gedaagde 1] ) is naar voren gekomen dat namen van NS Business Card gebruikers terugkwamen bij de verschillende vennootschappen. NS Reizigers heeft naar aanleiding van haar onderzoek met betrekking tot gedaagden redenen om te vermoeden dat het geen ‘nepnamen’ zijn.

3.5.

Gedaagden, behoudens [gedaagde 1] , hebben verweer gevoerd.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

NS Reizigers heeft aan haar vordering tot voeging van deze procedure met de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] enkel ten grondslag gelegd dat beide zaken met elkaar verknocht zijn.

De kantonrechter is ambtshalve ermee bekend dat NS Reizigers in beide zaken dezelfde dagvaarding heeft uitgebracht, waaruit volgt dat in beide zaken hetzelfde feitencomplex speelt. Bovendien heeft NS Reizigers een hoofdelijke veroordeling gevorderd van de verschillende partijen die in beide procedures gedaagd zijn.

In deze zaak heeft NS Reizigers particulieren gedagvaard. Verwijzing naar team handel betekent dat alle gedaagden een advocaat moeten inschakelen, terwijl zij dat nu niet allemaal hebben gedaan. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek tot verwijzing afwijzen. De omstandigheid dat dezelfde rechter beide procedures behandelt, zorgt ervoor dat de feiten in beide procedures op gelijke wijze zullen worden beoordeeld, zodat NS Reizigers ook geen belang meer heeft bij een verwijzing. Voor zover gedaagden worden veroordeeld, zal de kantonrechter een hoofdelijk veroordeling opnemen zoals hierna vermeld, nu dit ook in het belang van gedaagden is.

4.2.

In de onderhavige zaak heeft NS Reizigers meerdere personen in rechte betrokken, omdat zij, aldus NS Reizigers, gebruik hebben gemaakt van NS Business Cards op naam van de verschillende vennootschappen.

De kantonrechter zal allereerst de afzonderlijke vorderingen beoordelen op het punt van de gevorderde factuurbedragen. De vorderingen ten aanzien van de hoofdelijkheid en buitengerechtelijke incassokosten zullen onder 4.31 en verder gezamenlijk worden behandeld.

4.3.

Bij de behandeling van de vorderingen tegen de verschillende gedaagden stelt de rechtbank voorop dat NS Reizigers ervoor heeft gekozen de gedaagden rauwelijks te dagvaarden. NS Reizigers heeft, voor het uitbrengen van de dagvaarding, geen contact gezocht met gedaagden. Ook is tijdens de comparitie van partijen gebleken dat NS Reizigers, na het uitbrengen van de dagvaarding, niet bereid was in gesprek te gaan met gedaagden maar dat zij de zitting wilde afwachten. Het gevolg hiervan is dat NS Reizigers tijdens de zitting de verschillende gedaagden voor het eerst ontmoette. Door op deze wijze te handelen, heeft NS Reizigers niet op voorhand de juistheid van de verweren van enkele gedaagden kunnen checken met haar gegevens. Tijdens de comparitie van partijen heeft zij aangeboden dit alsnog te doen. De kantonrechter gaat aan dit aanbod voorbij, nu NS Reizigers dit al op voorhand had kunnen en wellicht zelfs had moeten doen. De mogelijke onduidelijkheid op dit punt dient, als gevolg hiervan, voor risico van NS Reizigers te komen.

[gedaagde 1]

4.4.

Ten aanzien van [gedaagde 1] is verstek verleend. NS Reizigers heeft gesteld dat [gedaagde 1] , als vennoot van [naam vof 3] (tezamen met [betrokkene 4] ), aansprakelijk is voor de vordering van NS Reizigers op [naam vof 3] ten bedrage van € 354,54.

Deze vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente als hierna vermeld.

[gedaagde 2]

4.5.

NS Reizigers stelt dat [gedaagde 2] zowel in de lijst met gebruikers als in het boetebestand van NS Reizigers voorkomt en dat hij heeft gereisd met een NS Business Card, die is aangevraagd door Consum Market. Begin 2015 had [gedaagde 2] een particulier Dal Vrij abonnement. Dit abonnement heeft hij opgezegd per 17 maart 2015. Van 18 maart 2015 tot en met 22 september 2015 heeft hij vervolgens gebruik gemaakt van genoemde NS Business Card. Op 15 oktober 2015 heeft hij gereisd zonder geldig vervoersbewijs en op 28 oktober 2015 heeft hij opnieuw een particulier abonnement aangevraagd. Met zowel het particuliere abonnement als de NS Business Card heeft [gedaagde 2] vrijwel dagelijks gereisd van zijn woonplaats [woonplaats] naar station Den Haag Hollands Spoor en weer terug. In totaal heeft [gedaagde 2] voor een bedrag van € 1.958,34 gereisd met de NS Business Card, aldus nog steeds NS Reizigers.

4.6.

[gedaagde 2] heeft betwist dat hij op enig moment gebruik heeft gemaakt van een NS Business Card. Wel heeft een bezoeker van het casino in het centrum van Den Haag hem een NS Business Card aangeboden. [gedaagde 2] vond het aanbod ‘te mooi om waar te zijn’ en heeft het aanbod niet geaccepteerd. Het is juist dat hij een particulier abonnement had, maar dit is destijds vanwege financiële redenen opgezegd, aldus [gedaagde 2] .

4.7.

Op grond van de door NS Reizigers gestelde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde 2] zijn verweer nader had dienen te onderbouwen. Als niet weersproken staat vast dat Consum Market een NS Business Card heeft aangevraagd op naam van [gedaagde 2] en dat deze NS Business Card is gebruikt op het traject [woonplaats] – Den Haag Hollands Spoor.

[gedaagde 2] heeft niet betwist dat hij op voornoemd traject heeft gereisd; het betreft het traject tussen zijn woning en werk. Daarnaast heeft [gedaagde 2] niet betwist dat hij kort voorafgaand aan het moment waarop de NS Business Card op zijn naam in gebruik werd genomen en kort na het beëindigen van dit gebruik, met een particulier abonnement exact dezelfde reisbewegingen heeft gemaakt als met de NS Business Card zijn gemaakt. Het had, gelet hierop, op zijn weg gelegen om nader toe te lichten op welke wijze hij in de tussenliggende periode heeft gereisd, bijvoorbeeld door het overleggen van verklaringen van vrienden, waarvan hij de auto af en toe zegt te hebben geleend. De enkele stelling dat het stopzetten van zijn particuliere abonnement samenhing met zijn financiële situatie en gokverslaving destijds en dat hij, toen het weer beter ging, opnieuw een abonnement heeft aangevraagd, is daartoe, gelet op hetgeen NS Reizigers heeft gesteld, onvoldoende. Ook voor het overige heeft [gedaagde 2] geen nadere feiten en omstandigheden gesteld, om zijn verweer te onderbouwen. Zijn verweer zal dan ook worden gepasseerd. Bij dit oordeel weegt de kantonrechter tevens mee dat [gedaagde 2] werkzaam was bij Media Markt, waar de eveneens gedagvaarde [betrokkene 6] ook werkzaam was. Deze persoon wordt door meerdere gedaagden genoemd als degene van wie zij een NS Business Card hebben gekocht.

4.8.

[gedaagde 2] heeft de stelling van NS Reizigers dat hij wist dat Consum Market de rekeningen voor de NS Business Card niet betaalde, niet apart weersproken. Dit betekent dat in deze procedure vaststaat dat hij dat wel wist. Door toch met de NS Business Card te reizen, heeft hij dan ook gebruik gemaakt van de tekortkoming van Consum Market in de nakoming van haar overeenkomst met NS Reizigers. Gelet hierop is hij aansprakelijk voor de schade die NS Reizigers heeft geleden. Nu [gedaagde 2] ook geen verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van het gevorderde bedrag, zal de vordering ten bedrage van € 1.958,34, worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente als hierna vermeld.

[gedaagde 3]

4.9.

NS Reizigers stelt dat [gedaagde 3] voorkomt op de lijst met gebruikers van de NS Business Cards. Ook kan hij via Facebook worden gelinkt met een andere gebruiker. [gedaagde 3] heeft zowel gereisd met een NS Business Card die is aangevraagd door Consum Market, als met een NS Business Card, aangevraagd door Rindeel. Hierbij heeft [gedaagde 3] dezelfde naam, hetzelfde (e-mail)adres en dezelfde geboortedatum opgegeven. In totaal heeft [gedaagde 3] voor een bedrag van € 7.619,84 gereisd met de NS Business Cards, aldus nog steeds NS Reizigers.

4.10.

[gedaagde 3] betwist dat hij op enig moment gebruik heeft gemaakt van een NS Business Card. Het is [gedaagde 3] niet duidelijk hoe NS Reizigers bij hem is uitgekomen, nu enkel de achternaam en voorletter van [gedaagde 3] gelijk zijn aan de gegevens op de door NS Reizigers overgelegde lijst van gebruikers van de NS Business Cards. Het op de lijst vermelde (e-mail)adres en de geboortedatum zijn niet juist. In de periode dat Consum Market en Rindeel bestonden maakte [gedaagde 3] gebruik van zijn eigen OV Chipkaart. Op 7 juni 2013 heeft [gedaagde 3] aangifte gedaan van afpersing dan wel bedreiging, omdat hij een anoniem telefoontje kreeg met de mededeling dat de beller zijn gegevens, reisdocument, curriculum vitae en collegekaart had en dat [gedaagde 3] hem € 5.000,-- moest betalen. Daarnaast is [gedaagde 3] zijn portemonnee kwijtgeraakt op 11 april 2015, met daarin zijn OV-kaart, rijbewijs, bankpas, verblijfsdocument en verzekeringspasje. Niet valt uit te sluiten dat hiervan misbruik is gemaakt, aldus [gedaagde 3] .

4.11.

Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde 3] heeft NS Reizigers ter zitting gesteld dat de reisbewegingen van [gedaagde 3] zien op woon- en werkverkeer en dat zij de reisbewegingen nader kan toelichten. Dat de persoonsgegevens niet geheel overeenkomen, doet niet af aan het feit dat [gedaagde 3] deze reizen heeft gemaakt, aldus NS Reizigers.

Naar het oordeel van de kantonrechter had het op de weg van NS Reizigers gelegen om haar vordering in dit stadium van de procedure, te meer ook gezien het gevoerde verweer, al concreet te onderbouwen. Ook heeft NS Reizigers geen nadere feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat [gedaagde 3] inderdaad degene is geweest die gebruik heeft gemaakt van de NS Business Cards op naam van ene [gedaagde 3] . Het enkele feit dat hij via Facebook kan worden gelinkt met een andere (veronderstelde) gebruiker van de NS Business Cards, leidt niet tot de conclusie dat [gedaagde 3] dus een NS Business Card van Consum Market of Rindeel heeft gebruikt. Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter de vordering ten aanzien van [gedaagde 3] zal afwijzen. De overige stellingen en weren behoeven dan ook geen bespreking meer.

[gedaagde 4]

4.12.

Ook [gedaagde 4] komt voor op de lijst met gebruikers van de NS Business Cards. Daarnaast kan hij via Facebook worden gelinkt met een andere gebruiker. NS Reizigers stelt dat [gedaagde 4] heeft gereisd met twee NS Business Cards: één daarvan aangevraagd door Consum Market en de ander door Ontruim Compleet. Hierbij heeft [gedaagde 4] dezelfde naam, hetzelfde (e-mail)adres en dezelfde geboortedatum opgegeven. In totaal heeft [gedaagde 4] voor een bedrag van € 5.640,41 gereisd met de NS Business Cards, aldus NS Reizigers.

4.13.

[gedaagde 4] heeft aangevoerd dat hij heeft gewerkt bij Media Markt in Rijswijk, waar hij in 2015 werd benaderd door zijn collega [betrokkene 6] met de mededeling dat hij een vriend had, waarvan [gedaagde 4] een NS Business Card kon kopen. Deze vriend had namelijk budget over voor zijn bedrijf, waardoor hij met veel voordeel een NS Business Card kon bestellen. In plaats van € 480,-- per half jaar zou het reizen [gedaagde 4] dan € 300,-- kosten. [gedaagde 4] heeft dit aanbod geaccepteerd, omdat hij de kaart kocht in een vertrouwde omgeving, van een collega. Andere collega’s, waaronder [gedaagde 7] , waren ook klant bij [betrokkene 6] , aldus [gedaagde 4] .

4.14.

Vaststaat, dat [gedaagde 4] met twee NS Business Cards heeft gereisd, elk op naam van één van de vennootschappen en dat de vennootschappen de hiervoor aan hen verstuurde facturen niet hebben betaald. De omstandigheden waaronder [gedaagde 4] de NS Business Cards heeft ontvangen van [betrokkene 6] , hadden ertoe moeten leiden dat hij nader onderzoek deed. Het gaat dan om de volgende omstandigheden: (i) een collega van Media Markt bood NS Business Cards aan van een onbekend bedrijf; (ii) de kaarten werden aangeboden aan meerdere collega’s; (iii) het bedrag dat hij moest betalen voor de NS Business Cards lag onder het bedrag dat hij normaal voor zijn treinabonnement betaalde, (iv) met de NS Business Card kon hij voor een gering bedrag reizen door heel Nederland, dus ook buiten het traject waarop hij normaal met een treinabonnement reisde, (v) hij had geen enkel zicht erop of het voor hem onbekende bedrijf voor de NS Business Cards betaalde.

[gedaagde 4] heeft dit onderzoek niet gedaan, terwijl hij had moeten begrijpen dat er iets niet klopte. Hij is wel met de NS Business Cards gaan reizen. Daarom is de conclusie gerechtvaardigd dat hij heeft meegeprofiteerd van de handelwijze van de vennootschappen. Daardoor heeft hij onrechtmatig gehandeld jegens NS Reizigers en dient hij aan NS Reizigers schadevergoeding te betalen.

4.15.

[gedaagde 4] heeft de hoogte van het gevorderde bedrag niet betwist – de enkele stelling dat hij (kennelijk) € 480,-- voor zijn reisabonnement betaalde is daartoe onvoldoende. Hij is niet ter zitting verschenen om zijn verhaal nader toe te lichten. Hij heeft niet gezegd dat hij niet de reizen met de NS Business Cards heeft gemaakt, waarvoor NS Reizigers nu de betaling vordert. De vordering, ten bedrage van € 5.640,41, zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente als hierna vermeld.

[gedaagde 7]

4.16.

komt eveneens voor in de lijst met gebruikers van de NS Business Cards. Hij heeft gereisd met drie NS Business Cards: één daarvan is aangevraagd door Consum Market, één door Rindeel en de laatste door Ontruim Compleet. [gedaagde 7] heeft hierbij dezelfde naam, hetzelfde (e-mail)adres en dezelfde geboortedatum opgegeven. Met eerstgenoemde NS Business Card heeft hij structureel gereisd naar haltes in/nabij zijn huidige woonplaats, [woonplaats] . In totaal heeft [gedaagde 7] voor een bedrag van € 5.282,04 gereisd met de NS Business Cards, aldus NS.

4.17.

[gedaagde 7] heeft betwist dat hij wetenschap had van fraude en/of onrechtmatig handelen. Het is juist dat hij heeft gereisd met een NS Business Card. [gedaagde 7] werkte bij Media Markt in Rijswijk en had plannen om te verhuizen naar [woonplaats] , omdat hij daar een ijssalon zou beginnen. Toen een collega, [betrokkene 6] , hoorde dat [gedaagde 7] het eerste jaar heen en weer moest reizen met het openbaar vervoer, vertelde hij dat een vriend van hem een eigen bedrijf had en dat deze vriend voor een aantal medewerkers een NS Business Card had aangevraagd. Deze werden echter niet allemaal gebruikt, omdat er niet genoeg medewerkers waren. Omdat de kaarten al waren betaald en de abonnementen nog liepen, kon [gedaagde 7] een NS Business Card kopen. [gedaagde 7] meent vervolgens twee NS Business Cards te hebben gekocht voor een bedrag van € 650,--. Op een gegeven moment zei [betrokkene 6] dat de NS Business Card niet meer kon worden gebruikt, omdat het bedrijf van zijn vriend genoeg medewerkers had. Vervolgens heeft [gedaagde 7] zelf een abonnement bij NS afgesloten. Voor dit abonnement betaalde hij € 99,-- per maand.

4.18.

[gedaagde 7] heeft erkend dat hij gebruik heeft gemaakt van de NS Business Cards. Vaststaat dat de vennootschappen de hiervoor aan hen verstuurde facturen niet hebben betaald. De omstandigheden waaronder [gedaagde 7] de NS Business Cards heeft ontvangen van [betrokkene 6] , hadden bij hem ertoe moeten leiden dat hij nader onderzoek deed. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij op dit punt onder 4.14. heeft overwogen. [gedaagde 7] heeft dit onderzoek niet gedaan, terwijl hij had moeten begrijpen dat er iets niet klopte. Hij is wel met de NS Business Cards gaan reizen. Daarom is de conclusie gerechtvaardigd dat hij heeft meegeprofiteerd van de handelwijze van de vennootschappen. Daardoor heeft hij onrechtmatig gehandeld jegens NS Reizigers en dient hij aan NS Reizigers schadevergoeding te betalen.

4.19.

Vaststaat dat [gedaagde 7] in ieder geval over een periode van om en nabij twaalf maanden met een NS Business Card heeft gereisd, zonder dat NS Reizigers daarvoor is betaald. [gedaagde 7] heeft aangevoerd dat hij de NS Business Cards enkel heeft gebruikt voor woon- en werkverkeer en dat hij na afloop van het gebruik van de NS Business Cards een abonnement heeft afgesloten bij NS voor zijn woon- en werkverkeer, voor een bedrag van € 99,-- per maand. NS Reizigers heeft dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist. Bovendien heeft NS Reizigers nagelaten om de (volgens haar) door [gedaagde 7] gemaakte reisbewegingen en de daaraan gekoppelde bedragen nader toe te lichten. Zo is bijvoorbeeld niet inzichtelijk gemaakt hoe vaak, op welke tijdstippen en voor welke trajecten NS Business Cards op naam van [gedaagde 7] zijn gebruikt.

Daarbij komt dat de door NS Reizigers gestelde schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan NS Reizigers kan worden toegerekend. NS Reizigers heeft de handelwijze van de vennootschappen namelijk pas in een laat stadium geconstateerd – de eerste vennootschap is in 2012 opgericht en de laatste in 2017 – waardoor de onbetaalde reisbewegingen, gemaakt met de op naam van de vennootschappen uitgegeven NS Business Cards, hebben kunnen voortduren. [gedaagde 7] heeft in dit kader tijdens de zitting ook aangevoerd dat NS Reizigers hem weliswaar verwijt niet aan zijn onderzoeksplicht te hebben voldaan, maar dat daartegenover staat dat NS Reizigers NS Business Cards heeft verstrekt aan vennootschappen die zij in haar dagvaarding ‘nepondernemingen’ noemt.

4.20.

In het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding de vordering van NS Reizigers te matigen. Alleen de reisbewegingen tussen de woonplaats van [gedaagde 7] en [woonplaats] staan in deze procedure vast. Zoals hiervoor overwogen heeft [gedaagde 7] de NS Business Cards ongeveer een jaar gebruikt en heeft hij daarna € 99,-- per maand betaald voor zijn

reisabonnement. Als [gedaagde 7] geen NS Business Card had gebruikt, had hij waarschijnlijk een abonnement gekocht voor € 99,-- per maand, in totaal € 1.188,--. De kantonrechter zal de vordering ten aanzien van [gedaagde 7] dan ook matigen tot een bedrag van € 1.188,--. Dit bedrag zal worden toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente als hierna vermeld. Dat [gedaagde 7] reeds een bedrag van € 650,-- heeft voldaan aan [betrokkene 6] is een omstandigheid die voor zijn rekening en risico dient te komen. Dit bedrag is immers niet ten goede gekomen van NS Reizigers.

[gedaagde 5]

4.21.

staat ook vermeld op de lijst met gebruikers van de NS Business Cards. Hij heeft gereisd met twee NS Business Cards: één daarvan is aangevraagd door Consum Market en de ander door Ontruim Compleet. [gedaagde 5] heeft hierbij dezelfde naam, hetzelfde (e-mail)adres en dezelfde geboortedatum opgegeven. Met eerstgenoemde NS Business Card heeft hij structureel gereisd naar de halte [halte] te Den Haag, de dichtstbijzijnde halte bij zijn woonadres. In totaal heeft [gedaagde 5] voor een bedrag van € 4.612,56 gereisd met de NS Business Cards, aldus NS.

4.22.

[gedaagde 5] heeft aangevoerd dat hij in 2015 op het station werd benaderd door ene Marco, met de mededeling dat er een speciale actie was, waarbij [gedaagde 5] een jaarabonnement eerste klas kon kopen voor € 750,--. Nadat [gedaagde 5] hier enkele dagen over had nagedacht, heeft hij Marco gebeld om zijn interesse in deze aanbieding kenbaar te maken. Hij heeft toen zijn gegevens doorgegeven en enkele dagen later kreeg hij het reisabonnement uitgereikt. Op een gegeven moment deed de NS Business Card het niet meer. Na Marco hierover te hebben gebeld, ontving [gedaagde 5] een nieuwe NS Business Card. [gedaagde 5] heeft Marco contant betaald voor de NS Business Cards. Marco kwam in een jasje van NS bij [gedaagde 5] thuis langs om het geld in ontvangst te nemen. [gedaagde 5] heeft de NS Business Card gebruikt om van en naar zijn werk op Schiphol te komen, aldus [gedaagde 5] .

4.23.

[gedaagde 5] heeft erkend dat hij gebruik heeft gemaakt van twee NS Business Cards. Vast staat dat de vennootschappen de hiervoor aan hen verstuurde facturen nimmer hebben betaald. De omstandigheden waaronder [gedaagde 5] de NS Business Cards heeft ontvangen, hadden bij hem ertoe moeten leiden dat hij nader onderzoek deed. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij op dit punt onder 4.14. heeft geschreven. [gedaagde 5] heeft dit onderzoek niet gedaan, terwijl hij had moeten begrijpen dat er iets niet klopte. Hij is wel met de NS Business Cards gaan reizen. Daarom is de conclusie gerechtvaardigd dat hij heeft meegeprofiteerd van de handelwijze van de vennootschappen. Daardoor heeft hij onrechtmatig gehandeld jegens NS Reizigers en dient hij aan NS Reizigers schadevergoeding te betalen. Tijdens de comparitie van partijen was [gedaagde 5] vergezeld van een familielid. Zij heeft uitgelegd dat [gedaagde 5] enigszins traag van begrip is en normaal gesproken financiële transacties overlegt met familieleden. In dit geval heeft hij dat niet gedaan. Deze omstandigheid leidt niet tot een andere uitkomst. [gedaagde 5] is niet onder bewind gesteld, waardoor hij in principe zelf aansprakelijk is voor de overeenkomsten die hij sluit. De door het familielid aangehaalde omstandigheid zal de kantonrechter wel laten meewegen in de hoogte van de door [gedaagde 5] te betalen schadevergoeding.

4.24.

Vaststaat dat [gedaagde 5] in ieder geval over een periode van om en nabij tien maanden met een NS Business Card heeft gereisd, zonder dat NS Reizigers daarvoor is betaald. Ter zitting heeft [gedaagde 5] desgevraagd verklaard dat hij de NS Business Card enkel heeft gebruikt voor zijn woon- en werkverkeer en dat hij van zijn werkgever, Schiphol, per gewerkte dag ongeveer € 10,-- reiskostenvergoeding ontving en dat hij zo’n drie tot vier dagen per week werkt. NS Reizigers heeft naar aanleiding van dit verweer nagelaten om de (volgens haar) door [gedaagde 5] gemaakte reisbewegingen en de daaraan gekoppelde bedragen nader toe te lichten. Zo is bijvoorbeeld niet inzichtelijk gemaakt hoe vaak, op welke tijdstippen en voor welke trajecten de NS Business Cards op naam van [gedaagde 5] zijn gebruikt.

Daarbij komt dat de door NS Reizigers gestelde schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan NS Reizigers kan worden toegerekend, zoals de kantonrechter onder 4.19. heeft overwogen. [gedaagde 5] heeft in dit kader ook aangevoerd dat NS Reizigers een en ander eerder had moeten ontdekken en hij heeft zich tijdens de comparitie van partijen achter de door [gedaagde 7] op dit punt gemaakte opmerking geschaard.

4.25.

In het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de vordering van NS Reizigers te matigen. Alleen de reisbewegingen tussen de woonplaats van [gedaagde 5] en Schiphol staan in deze procedure vast. Zoals hiervoor overwogen heeft [gedaagde 5] de NS Business Cards ongeveer 10 maanden gebruikt. De kantonrechter begroot de reiskostenvergoeding van [gedaagde 5] , op basis van zijn stellingen, op een bedrag van € 140,-- per maand. Deze reiskostenvergoeding zal kostendekkend zijn geweest. Als [gedaagde 5] geen NS Business Card had gebruikt, had hij waarschijnlijk voor € 140,-- per maand gereisd. De kantonrechter zal de vordering ten aanzien van [gedaagde 5] dan ook matigen tot een bedrag van 10 x € 140,--, in totaal € 1.400,--. Dit bedrag zal worden toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente als hierna vermeld. Dat [gedaagde 5] reeds een bedrag van € 750,-- contant zou hebben voldaan aan ‘Marco’ voor het gebruik van de NS Business Cards is een omstandigheid die voor zijn rekening en risico dient te komen. Dit bedrag is immers niet ten goede gekomen van NS Reizigers.

[gedaagde 6]

4.26.

Tot slot komt ook [gedaagde 6] voor in de lijst met gebruikers van de NS Business Cards. Hij heeft gereisd met twee NS Business Cards: één daarvan is aangevraagd door Consum Market en de andere door Ontruim Compleet. [gedaagde 6] heeft hierbij dezelfde naam, hetzelfde (e-mail)adres en dezelfde geboortedatum opgegeven. [gedaagde 6] komt met dezelfde voorletters en geboortedatum nogmaals voor in het klantenbestand van NS. In totaal heeft [gedaagde 6] voor een bedrag van € 4.464,57 gereisd met de NS Business Cards, aldus nog steeds NS Reizigers.

4.27.

[gedaagde 6] heeft uitgebreid verweer gevoerd en bij dit verweer stukken overgelegd, die zijn verweer onderbouwen. Hij heeft aangevoerd dat hij inderdaad gebruik heeft gemaakt van een NS Business Card, maar dat deze is verstrekt via zijn werk. [gedaagde 6] was in dienst van Phone House, welke winkel een ‘shop-in-shop’ had bij Media Markt te Rijswijk. In dat kader werden kosten gedeeld door Phone House en Media Markt. [gedaagde 6] is daar begin november 2014 gaan werken. [betrokkene 6] , [functie] , heeft [gedaagde 6] verteld dat hij via Media Markt een reiskaart aan [gedaagde 6] kon verstrekken om de reiskosten voor Phone House en Media Markt te drukken. Omdat alles zich op de werkvloer afspeelde, kwam het [gedaagde 6] vertrouwd over. Hij ging bovendien ervan uit dat het bedrijf genoemd op de NS Business Card, Consum Market, een bedrijf was gerelateerd aan Media Markt. Daarnaast heeft hij telefonisch contact opgenomen met de HR-afdeling van Phone House om te melden dat hij een reiskaart van Media Markt had gekregen en om te vragen of dit werd vergoed. Hierop is geantwoord dat elk reisproduct zou worden vergoed. [gedaagde 6] heeft acht maanden met de kaart gereisd en hiervoor in totaal een bedrag aan [betrokkene 6] voldaan van € 600,--, aldus nog steeds [gedaagde 6] .

4.28.

NS Reizigers heeft het verweer van [gedaagde 6] niet weersproken. De conclusie is dan ook gerechtvaardigd dat [gedaagde 6] onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van de omstandigheden waaronder de NS Business Cards aan hem zijn aangeboden en dat hij dacht de NS Business Cards te kopen via zijn werk. Gelet hierop heeft NS Reizigers onvoldoende gesteld voor de conclusie dat [gedaagde 6] bewust en stelselmatig heeft geprofiteerd van de wanprestatie van de vennootschappen. De vordering van NS Reizigers voor zover deze is gebaseerd op onrechtmatige daad zal dan ook worden afgewezen.

4.29.

Subsidiair heeft NS Reizigers gesteld dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Indien de kantonrechter NS Reizigers in haar standpunt volgt is [gedaagde 6] verplicht, voor zover dit redelijk is, de door NS Reizigers geleden schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking.

4.30.

Vaststaat dat [gedaagde 6] met de NS Business Cards heeft gereisd en dat de vennootschappen de hiervoor aan hen verstuurde facturen onbetaald hebben gelaten. [gedaagde 6] heeft aangevoerd dat hij de NS Business Card enkel heeft gebruikt voor woon- en werkverkeer en dat hij van zijn werkgever een reiskostenvergoeding kreeg van ongeveer € 1.200,-- per jaar (€ 100,-- per maand).

4.31.

NS Reizigers heeft vervolgens nagelaten om de door [gedaagde 6] gemaakte reisbewegingen (en de daarmee gemaakte kosten) nader te onderbouwen. Een verwijzing naar producties, zonder daarop ter zitting een concrete toelichting te geven, is daartoe onvoldoende. Derhalve staat tussen partijen slechts vast dat [gedaagde 6] van de NS Business Cards gebruik heeft gemaakt voor zijn woon- en werkverkeer.

NS Reizigers heeft daarnaast niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist dat [gedaagde 6] ongeveer acht maanden met de NS Business Cards heeft gereisd, dat hij als reiskostenvergoeding van zijn werkgever een bedrag van € 100,-- heeft ontvangen en dat hij een bedrag van € 600,-- aan [betrokkene 6] heeft voldaan. Hieruit volgt dat [gedaagde 6] aan de aankoop van de NS Business Cards van [betrokkene 6] , een bedrag van € 200,-- heeft overgehouden en dat hij dus € 200,-- rijker is geworden. NS Reizigers is met een veel groter bedrag verarmd, nu zij voor het gebruik van de NS Business Cards door [gedaagde 6] helemaal geen vergoeding heeft ontvangen. De kantonrechter is van oordeel dat tegenover de verarming van NS Reizigers geen redelijke grond bestaat voor de verrijking van [gedaagde 6] . Dit betekent dat de verrijking van [gedaagde 6] ongerechtvaardigd is en dat hij het bedrag van zijn verrijking, € 200,--, aan NS Reizigers dient te betalen. De kantonrechter zal de vordering van NS Reizigers tot dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente als hierna vermeld.

Hoofdelijke veroordeling

4.32.

Zoals hiervoor onder 4.1. overwogen, zullen de gedaagden, tegen wie de vordering wordt toegewezen, hoofdelijk worden veroordeeld met [betrokkene 4] dan wel [betrokkene 5] . Dit betekent dat indien [betrokkene 4] of [betrokkene 5] op grond van hun veroordeling in de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] het door de betreffende gedaagde aan NS Reizigers verschuldigde bedrag betaalt, de betreffende gedaagde niet meer zal hoeven te betalen.

De rechtbank zal hetzelfde bepalen voor de situatie dat [betrokkene 6] enig gedeelte van de vordering van NS Reizigers betaalt, waarvoor één van de gedaagden in deze procedure wordt veroordeeld.

Buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten

4.33.

De rechtbank heeft onder 4.3. al overwogen dat gedaagden rauwelijks zijn gedagvaard. Ter zitting heeft NS Reizigers desgevraagd verklaard dat het voor haar efficiënter was geen sommatiebrieven te versturen, maar direct te dagvaarden. Om deze reden heeft NS Reizigers in de dagvaarding ook niet aan haar substantiëringsplicht voldaan, aldus NS Reizigers.

4.34.

In het licht van het voorgaande zullen de door NS Reizigers gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Immers heeft NS Reizigers geen buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht. Daarnaast ziet de kantonrechter in het voorgaande – het rauwelijks dagvaarden van gedaagden en het daardoor niet voldoen aan de substantiëringsplicht – aanleiding de proceskosten ten aanzien van [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 4] , [gedaagde 7] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] te compenseren, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

NS Reizigers zal worden veroordeeld in de tot op heden gemaakte proceskosten aan de zijde van [gedaagde 3] . Deze proceskosten worden aan de zijde van [gedaagde 3] begroot op € 500,--.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering tot verwijzing naar de rechtbank Den Haag, team handel, af;

5.2.

veroordeelt [gedaagde 1] , hoofdelijk tezamen met [betrokkene 4] en met [betrokkene 6] – in die zin dat indien [betrokkene 4] op grond van zijn veroordeling in de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] of [betrokkene 6] op grond van zijn veroordeling in rechtbank procedure tegen [betrokkene 6] een deel van het door [gedaagde 1] aan NS Reizigers verschuldigde bedrag betaalt, [gedaagde 1] zal zijn bevrijd – om aan NS Reizigers te betalen een bedrag van € 345,54, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de deelbedragen opeisbaar werden (30 dagen na de factuurdatum) tot de dag der algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt [gedaagde 2] , hoofdelijk tezamen met [betrokkene 4] en met [betrokkene 6] – in die zin dat indien [betrokkene 4] op grond van zijn veroordeling in de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] of [betrokkene 6] op grond van zijn veroordeling in rechtbank procedure tegen [betrokkene 6] een deel van het door [gedaagde 2] aan NS Reizigers verschuldigde bedrag betaalt, [gedaagde 2] zal zijn bevrijd – om aan NS Reizigers te betalen een bedrag van € 1.958,34, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de deelbedragen opeisbaar werden (30 dagen na de factuurdatum) tot de dag der algehele voldoening;

5.4.

veroordeelt [gedaagde 4] , hoofdelijk tezamen met [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en met [betrokkene 6] – in die zin dat indien [betrokkene 4] of [betrokkene 5] op grond van hun veroordeling in de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] of [betrokkene 6] op grond van zijn veroordeling in rechtbank procedure tegen [betrokkene 6] een deel van het door [gedaagde 4] aan NS Reizigers verschuldigde bedrag betaalt, [gedaagde 4] zal zijn bevrijd – om aan NS Reizigers te betalen een bedrag van € 5.640,41, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de deelbedragen opeisbaar werden (30 dagen na de factuurdatum) tot de dag der algehele voldoening;

5.5.

veroordeelt [gedaagde 7] , hoofdelijk tezamen met [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en met [betrokkene 6] – in die zin dat indien [betrokkene 4] of [betrokkene 5] op grond van hun veroordeling in de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] of [betrokkene 6] op grond van zijn veroordeling in rechtbank procedure tegen [betrokkene 6] een deel van het door [gedaagde 7] aan NS Reizigers verschuldigde bedrag betaalt, [gedaagde 7] zal zijn bevrijd – om aan NS Reizigers te betalen een bedrag van € 1.188,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

5.6.

veroordeelt [gedaagde 5] , hoofdelijk tezamen met [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en met [betrokkene 6] – in die zin dat indien [betrokkene 4] of [betrokkene 5] op grond van hun veroordeling in de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] of [betrokkene 6] op grond van zijn veroordeling in rechtbank procedure tegen [betrokkene 6] een deel van het door [gedaagde 5] aan NS Reizigers verschuldigde bedrag betaalt, [gedaagde 5] zal zijn bevrijd – om aan NS Reizigers te betalen een bedrag van € 1.400,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

5.7.

veroordeelt [gedaagde 6] , hoofdelijk tezamen met [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en met [betrokkene 6] – in die zin dat indien [betrokkene 4] of [betrokkene 5] op grond van hun veroordeling in de rechtbank procedure tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] of [betrokkene 6] op grond van zijn veroordeling in rechtbank procedure tegen [betrokkene 6] een deel van het door [gedaagde 6] aan NS Reizigers verschuldigde bedrag betaalt, [gedaagde 6] zal zijn bevrijd – om aan NS Reizigers te betalen een bedrag van € 200,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

5.8.

wijst de vorderingen ten aanzien van [gedaagde 3] af;

5.9.

veroordeelt NS Reizigers in de proceskosten van [gedaagde 3] , tot op heden begroot op €500,--;

5.10.

compenseert de proceskosten tussen enerzijds NS Reizigers en anderzijds [gedaagde 2] , [gedaagde 4] , [gedaagde 7] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] , in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.11.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de veroordelingen onder 5.2. tot en met 5.7 en 5.9. uitvoerbaar bij voorraad;

5.12.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2018.1

1 type: 1964