Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:5426

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-03-2018
Datum publicatie
01-06-2018
Zaaknummer
AWB 17/12149
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich met voorgaande motivering in het bestreden besluit, en aangevuld in het verweerschrift, terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Mexico vanwege het zijn van transgender te vrezen heeft voor vervolging of een reëel risico loop op schending van artikel 3 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/12149

uitspraak van de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 27 maart 2018 in de zaak tussen

[eiseres],

geboren op [geboortedatum] 1985, van Mexicaanse nationaliteit,

eiseres,

(gemachtigde: mr. H.M. Pot, advocaat te Amsterdam)

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder,

(gemachtigde: mr. J.M. Sidler, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Procesverloop

Bij besluit van 30 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 31 januari 2018 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voorts is als tolk verschenen mevrouw E. Willems.

Overwegingen

1. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar aanvraag het volgende aangevoerd.

1.1.

Eiseres is geboren als man met de naam [naam], geboren op [geboortedatum] 1983. Eiseres is in mei 2000 op illegale wijze naar de Verenigde Staten gegaan en heeft daar gewerkt tot 2007, waarna zij naar Mexico is teruggekeerd voor een borstoperatie. Daarna is zij weer illegaal naar de Verenigde Staten gereisd. In mei 2010 is zij definitief teruggekeerd naar Mexico. Op 26 januari 2011 heeft zij daar, na zes maanden therapie van een psycholoog in [plaats], een geslachtsveranderende operatie ondergaan. Zij heeft vervolgens op frauduleuze wijze op 5 augustus 2011 in Mexico-Stad een geboorteakte verkregen op haar huidige naam en geboortedatum. Zij heeft gekozen voor een andere geboortedatum, omdat door de datum van 1985 te kiezen het mogelijk was om een nieuw kind van haar ouders te creëren, zonder argwaan te wekken. Met deze nieuwe geboorteakte heeft zij daarna een nieuwe kieskaart, identiteitskaart en op 6 juni 2011 en 27 juni 2014 paspoorten aangevraagd en verkregen. Met het nieuwe paspoort gaat zij formeel als vrouw door het leven in Mexico.

1.2

Eiseres vreest bij terugkeer naar Mexico voor vervolging vanwege de gepleegde identiteitsfraude en discriminatie als men achter haar transgender identiteit komt.

2. De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten.

2.1

Eiseres heeft op 7 oktober 2015 haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Bij besluit van 20 oktober 2015 heeft verweerder de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, heeft bij uitspraak van 11 november 2015 (AWB 15/18750) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 20 oktober 2015 vernietigd.

2.2

Bij besluit van 2 oktober 2016 heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, heeft bij uitspraak van 15 maart 2017 (AWB 16/24662) het hiertegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 2 oktober 2016 vernietigd. Daartoe heeft de rechtbank onder meer het volgende overwogen:

“3.3 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres geen gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag dan wel geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft ten onrechte meegewogen dat eiseres geen problemen heeft ondervonden in Mexico. De omstandigheid dat het proces tot vrouw is voltooid en dat eiseres als vrouw, zonder dat bekend was dat zij transgender is, heeft kunnen leven in Mexico zegt niets over het mogelijke gevaar dat eiseres loopt bij terugkeer als wel bekend wordt dat zij transgender is. Van eiseres kan niet worden verwacht dat zij zich bij terugkeer altijd zodanig terughoudend dient op te stellen dat haar transgender zijn altijd geheim zal blijven. Verder is verweerder niet inhoudelijk ingegaan op de door eiseres ingebrachte landeninformatie ter onderbouwing van haar vrees bij terugkeer als transgender.”

Vervolgens heeft de rechtbank een aantal openbare bronnen geciteerd, te weten:
- het rapport “On Human Rights Conditions of Transgender Women in Mexico” van mei 2016;
- het rapport van de Immigration and Refugee Board of Canada, “Mexico: Situation and treatment of sexual minorities, particularly in Mexico City, Cancún, Guadalajara, and Acapulco; state protection and support services available” van 18 augustus 2015;
- het rapport van US Department of State van 25 juni 2015 over Mexico; en
- een artikel uit The Bubble van 1 juni 2015, “Recent study shows Latin America had highest rates of Trans murders”.
De rechtbank heeft ten slotte op grond van de aangehaalde bronnen geconcludeerd dat niet valt uit te sluiten dat eiseres, als bekend wordt dat zij transgender is, een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (het Vluchtelingenverdrag) dan wel een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De rechtbank heeft daarom geoordeeld dat verweerder in een nieuw besluit nader zal dienen te motiveren waarom eiseres volgens hem geen gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.

2.3

Verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit genomen.

3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres in het bestreden besluit afgewezen op grond van artikel 31 Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarbij heeft verweerder de volgende elementen van het asielrelaas van eiseres relevant geacht:
- de identiteit en nationaliteit;
- eiseres is transgender;
- de gepleegde identiteitsfraude.
Verweerder acht alle relevante elementen geloofwaardig. Verweerder acht echter niet aannemelijk dat eiseres vanwege de identiteitsfraude of als transgender te vrezen heeft voor vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

4. Eiseres voert allereerst aan dat zij hetgeen zij eerder in de procedure naar voren heeft gebracht, handhaaft.

4.1

Eiseres heeft niet toegelicht in welk opzicht hetgeen zij eerder in de procedure naar voren heeft gebracht afdoet aan het thans bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

5. Eiseres voert voorts aan dat verweerder ten onrechte de gestelde vrees vanwege het zijn van transgender onvoldoende aannemelijk heeft geacht. Eiseres is van mening dat zij haar gestelde vrees wel voldoende heeft geobjectiveerd, mede door de in de hiervoor aangehaalde uitspraak van de rechtbank van 15 maart 2017 genoemde bronnen en de medische expertise van drs. P.A. Poolman, register-/GZ-psycholoog, van 26 januari 2017 en de verklaring van Wendel Schaeffer, prostitutie maatschappelijk werkster, van 7 augustus 2017. Het standpunt van verweerder dat eiseres geen persoonlijke problemen heeft gehad in Mexico is al door de rechtbank in de uitspraak van 15 maart 2017 verworpen, waarbij de rechtbank heeft geoordeeld dat dat op zich niets zegt. Ook heeft de rechtbank gewezen op de hoge prijs die eiseres heeft moeten betalen om dit wankele evenwicht te behouden.
Eiser voert in dit verband verder aan dat verweerder ten onrechte niet is ingegaan op het leven van eiseres in de Verenigde Staten. Verweerder acht dit deel van het relaas immers geloofwaardig. Het was een leven binnen de Mexicaanse gemeenschap en illegaal, dus met veel gewelddadigheden, net zoals in haar jeugd in Mexico. Deze omstandigheden behoren bij de beoordeling wel mee te wegen, waarbij verweerder juist alles tezamen dient te beoordelen. Volgens eiseres kan zij geen bescherming van de autoriteiten in Mexico krijgen. Verweerder haalt weliswaar de door eiseres in de vorige procedure genoemde openbare bronnen aan, maar geeft daar enkel een draai aan en reageert niet op hetgeen eiseres daaruit heeft aangehaald. Dit is onvoldoende gelet op de uitspraak van de rechtbank van 15 maart 2017 en de daarin opgenomen opdracht aan verweerder. Verweerder gebruikt een cirkelredenering. De vraag rijst waarom er geen speciaal beleid is.
Voorts diende verweerder, in verband met de grote hoeveelheid informatie die in deze zaak voorligt, een algemeen ambtsbericht op te doen stellen over de situatie van LHBT’s in Mexico. Eiseres vindt het onduidelijk wanneer wel sprake is van voldoende informatie om haar vrees bij terugkeer aannemelijk te achten. Volgens haar is het besluit daarom in strijd met artikel 3 EVRM en met artikel 3 van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (Antifolterverdrag) en heeft verweerder het Vluchtelingenverdrag niet naar behoren toegepast.

5.1

Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de door eiseres gestelde vrees bij terugkeer naar Mexico vanwege het zijn van transgender onvoldoende aannemelijk is. Eiseres heeft verklaard dat zij als transgender vrouw nimmer problemen heeft ondervonden in Mexico. Eiseres heeft het proces van geslachtsverandering en de daarbij behorende operaties probleemloos doorlopen. Ook heeft zij tot tweemaal toe een paspoort kunnen aanvragen als vrouw en heeft zij als vrouw zonder problemen bij een call center gewerkt. Ook heeft zij na haar geslachtsverandering een vriendenkring kunnen opbouwen in Mexico en aldaar meerdere cursussen gevolgd.


Ter uitvoering van de uitspraak van 15 maart 2017 van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, mocht het in Mexico bekend worden dat eiseres een transgender vrouw is, bijvoorbeeld doordat zij dit zelf vertelt, dan nog de vrees en angst die zij stelt te hebben niet is geobjectiveerd en, aldus, gegrond en reëel is.

Uit verscheidene openbare bronnen is namelijk gebleken dat het wel degelijk mogelijk is om je staande te houden als transgender vrouw in Mexico en dat de rechten van de LHBT’s in Mexico toenemen. De wetgeving in Mexico is gericht op gelijkheid en het waarborgen van de rechten van LHBT’s. Zo is discriminatie van LHBT’s verboden en is Mexico het tweede Latijns-Amerikaanse land dat LHBT’s in de nationale wetgeving bescherming biedt. Daarbij is het in Mexico-Stad mogelijk om je persoonsgegevens met betrekking tot gender aan te passen op identiteitsdocumenten. Ook is het in verschillende staten in Mexico voor homokoppels mogelijk om te trouwen en om minderjarige kinderen te adopteren. Mexico beschermt haar LHBT-bevolking dus op juridisch vlak. Ook in de praktijk wordt de LHBT-gemeenschap steeds verder getolereerd. Voorts bestaat er een overheidsinstantie, de National Council against discrimination (CONAPRED), die zich bezighoudt met het tegengaan van discriminatie. Discriminatie komt voor in Mexico, maar bij deze organisatie kan men terecht met problemen. Ook zijn er verschillende non-gouvernementele organisaties (ngo’s) die opkomen voor de rechten van transgender vrouwen, zoals het Support Centre for Transgender Identities (CAIT).


Ten aanzien van de door eiseres aangehaalde rapporten en andere bronnen, te weten:
- het rapport van de Immigration and Refugee Board of Canada, “Mexico: Situation and treatment of sexual minorities, particularly in Mexico City, Cancún, Guadalajara, and Acapulco; state protection and support services available” van 18 augustus 2015;
- Mexico country report 2015 en 2016;
- het rapport van de Inter American Commission on Human Rights (IACHR);
- het rapport van de Human Rights Council van mei 2016;
- het rapport van de Transgender Law Center van de Cornell Universiteit;
- het US Departement of State over Mexico van april 2016;
- het artikel van Think Progress van juli 2015;
- een citaat van een Amerikaanse rechter in het blad Business van september 2015,
stelt verweerder zich op het volgende standpunt.

Uit deze stukken blijkt dat discriminatie in Mexico is verboden, maar dat discriminatie van onder andere LHBT’s voorkomt. Slachtoffers van dergelijke misdrijven kunnen wel aangifte doen en om bescherming vragen. Dat dit niet in alle gevallen leidt tot bestraffing van de daders, maakt niet dat daarmee is aangetoond dat er geen werkelijke bescherming zou bestaan. Bescherming kent meer facetten dan enkel veroordeling van daders, zoals het plaatsen van slachtoffers in een beschermde opvang. Ook zijn verschillende ngo’s actief gericht op het beschermen van transgenders. Op geen enkele manier is gesteld of gebleken dat eiseres niet naar een hogere autoriteit of ngo zou kunnen stappen om bescherming te vragen mocht zij een negatieve ervaring hebben. Voorts doet de Mexicaanse overheid haar best om tolerantie voor LHBT’s te stimuleren.
In Mexico-Stad en Guadalajara bestaat een grote LHBT-gemeenschap en wordt jaarlijks een Gay Pride georganiseerd. Het enkele feit dat uit de rapporten blijkt dat moorden op transgenders regelmatig voorkomen, leidt niet tot het oordeel dat eiseres bij eventuele openbaring van haar transgender identiteit te vrezen heeft voor haar leven. Daarbij neemt verweerder in ogenschouw dat in Mexico in zijn algemeenheid veel moorden worden gepleegd, zodat logischerwijs daarbij dan ook een hoger aantal LHBT-slachtoffers is dan in landen waar verhoudingsgewijs minder moorden worden gepleegd.
Eiseres heeft ten slotte niet aannemelijk weten te maken dat zij bij terugkeer te maken zal krijgen met misbruik door de politie, discriminatie op de arbeidsmarkt, afpersing, intimidatie, gebrek aan gezondheidszorg of afwijzing en misbruik door familie en gemeenschapsleden. Voorts kan zij, als zij wel hiermee te maken krijgt, de bescherming van de hogere autoriteiten inroepen.
Hetgeen eiseres heeft gesteld over haar leven in Mexico en de Verenigde Staten doet geen ander licht schijnen op de vraag of haar vrees bij eventuele terugkeer naar Mexico gegrond is. Daarnaast hebben de feiten uit haar jeugd en haar proces ten aanzien van haar verandering van geslacht geen directe aanleiding gevormd voor het verlaten van Mexico. Eiseres heeft immers tot oktober 2016 in Mexico verbleven. Ten slotte ziet verweerder de relevantie van de geschetste situatie in de Verenigde Staten niet in. Verweerder verwacht van eiseres namelijk niet dat zij terugkeert naar de Verenigde Staten.

5.1.1

Verweerder heeft zich in het verweerschrift aanvullend op het standpunt gesteld dat uit het eerste en nader gehoor van eiseres blijkt dat zij voor haar vertrek vijf jaar in [plaats] heeft gewoond. Zij heeft daar met haar nieuwe identiteit drieënhalf jaar volwassenenonderwijs gevolgd, twee jaar Franse les en daarna Engelse les. Ook heeft zij twee jaar in een call center gewerkt. Op 6 juni 2011 en 27 juni 2014 heeft zij op naam van haar nieuwe identiteit een paspoort gekregen. In de periode van juni 2010 tot oktober 2015 heeft zij in Mexico nooit problemen ondervonden vanwege haar persoonlijke leefwijze. Gelet op de verklaringen van eiseres meent verweerder dat het niet aannemelijk is dat zij bij terugkeer naar Mexico problemen heeft te duchten die een dusdanig ernstige beperking van haar bestaansmogelijkheden opleveren, dat het voor haar als transgender in Mexico onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren.

Voor zover eiseres opmerkt dat verweerder ten onrechte geen speciaal beleid voert, verwijst hij naar zijn beleid zoals opgenomen onder het kopje “Sociale groep, seksuele gerichtheid” in paragraaf C1/4.4.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
Gelet op het voorgaande stelt verweerder zich op het standpunt dat hij de door eiseres bij terugkeer gevreesde problemen vanwege haar genderidentiteit terecht niet aannemelijk heeft geacht. Daarom is hij niet toegekomen aan een beoordeling van de zwaarwegendheid van die problemen en de vraag of eiseres tegen de door haar gevreesde problemen voldoende bescherming van de autoriteiten kan krijgen.

5.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich met voorgaande motivering in het bestreden besluit, en aangevuld in het verweerschrift, terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Mexico vanwege het zijn van transgender te vrezen heeft voor vervolging of een reëel risico loop op schending van artikel 3 EVRM. In het bestreden besluit is verweerder daarbij naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd op de door eiseres en de mede in de verklaring van Wendel Schaeffer aangehaalde rapporten ingegaan. Eiseres heeft in beroep niet gemotiveerd toegelicht waarom die reactie van verweerder op de aangehaalde stukken en daaruit door hem getrokken conclusies onjuist zijn.

Ten aanzien van de verklaringen van eiseres over haar verblijf in de Verenigde Staten heeft verweerder zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat die verklaringen niet relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of eiseres in haar land van herkomst, te weten Mexico, bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM. Van eiseres wordt immers niet verwacht zij terugkeert naar de Verenigde Staten.
Uit de door eiseres overgelegde verklaringen van drs. Poolman van 26 januari 2017 en Wendel Schaeffer van 7 augustus 2017 blijkt weliswaar dat bij eiseres sprake is van een subjectieve vrees voor problemen na terugkeer in Mexico, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat ook sprake is van een objectieve, en dus gegronde en reële, vrees als transgender voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag dan wel een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM of het Antifolterverdrag.
Voor zover eiseres heeft bedoeld aan te voeren dat verweerder ten onrechte geen beleid heeft voor de beoordeling van asielaanvragen van LHBT’s, of meer in het bijzonder tansgenders, afkomstig uit Mexico, is de rechtbank van oordeel dat verweerder, bij gebreke aan dergelijk beleid, is gehouden in elke zaak individueel te motiveren waarom volgens hem een vreemdeling die transgender is bij terugkeer naar Mexico geen gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat verweerder in de zaak van eiseres aan die motiveringsplicht heeft voldaan.
Nu verweerder bij zijn beoordeling verschillende openbare bronnen heeft betrokken, en eiseres de juistheid van de conclusies die verweerder daaruit heeft getrokken niet gemotiveerd heeft bestreden, is er evenmin grond voor het oordeel dat verweerder een algemeen ambtsbericht over de situatie voor LHBT’s in Mexico had moeten laten opstellen.
De beroepsgrond slaagt niet.

6. Eiseres voert daarnaast nog aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij niet te vrezen heeft voor vervolging vanwege de door haar gepleegde identiteitsfraude. Verweerder heeft zich hierover volgens eiseres ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres gekozen heeft voor identiteitsfraude, dat het een commuun delict is, dat zwaardere straffen voor het plegen van dit delict door transgenders niet aannemelijk is gemaakt en dat de wetgeving in Mexico op iets anders wijst. Volgens eiseres miskent verweerder met dit standpunt dat de praktijk in Mexico helaas weerbarstiger is blijkens de door eiseres overgelegde bronnen.

6.1

Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de gestelde identiteitsfraude een commuun delict is en het daarom buiten de reikwijdte van het Vluchtelingenverdrag valt. Voor zover eiseres meent vanwege haar transgender zijn onevenredig te worden bestraft hiervoor, is gesteld noch gebleken dat transgenders anders dan andere personen worden gestraft.

6.1.1

In het verweerschrift heeft verweerder daarnaast gesteld dat onduidelijk is welke bronnen eiseres bedoelt. De rapporten die in de zienswijze zijn genoemd, zien immers allemaal op het element genderidentiteit en in beroep heeft eiseres geen rapporten overgelegd. Eiseres heeft met de identiteitsfraude een commuun delict gepleegd en het Vluchtelingenrecht heeft niet als functie om vreemdelingen te beschermen tegen hun nationale strafrecht, maar om hen te beschermen tegen vervolging wegens één of meer van de aan het Vluchtelingenverdrag gerelateerde gronden.


Verweerder wijst er verder op dat eiseres in het eerste gehoor zelf heeft verklaard dat zij in 2011, 2012 en 2013, dus na haar operatie in 2011 en met haar nieuwe identiteit, diverse reizen naar Europa heeft gemaakt. Blijkbaar ging het in- en uitreizen van Mexico, de gelegenheid bij uitstek om met de autoriteiten van het land in aanraking te komen, destijds probleemloos. Dit blijkt ook uit de verklaring van eiseres in het nader gehoor dat zij tussen 2010 en 2015 nooit problemen in Mexico heeft ondervonden. Ook haar laatste uitreis verliep zonder problemen. Nog afgezien van de omstandigheid dat gesteld noch gebleken is dat eiseres wegens de in 2011 gepleegde identiteitsfraude strafrechtelijk wordt vervolgd door de Mexicaanse autoriteiten, laat staan dat zij in Mexico reeds is veroordeeld, is er geen enkele aanwijzing dat de relevante artikelen in het Mexicaanse Wetboek van Strafecht op discriminatoire wijze worden toegepast. Er zijn daarom geen aanknopingspunten met het Vluchtelingenverdrag. Evenmin is gebleken dat een dreigende bestraffing van de identiteitsfraude in het geval van eiseres onevenredig zwaar zal zijn. Op geen enkele manier is aangetoond dat andere Mexicaanse veroordeelden in vergelijkbare zaken voor hetzelfde delict lager worden gestraft.

6.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat in Mexico transgenders bij identiteitsfraude op discriminerende wijze worden bestraft. Voorts heeft eiseres niet concreet toegelicht uit welke door haar overgelegde bronnen blijkt dat dit standpunt van verweerder onjuist is. Reeds hierom slaagt deze beroepsgrond niet.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. de Greef, voorzitter, en mrs. J. van der Kluit en M.D. Gunster, rechters, in aanwezigheid van mr. A.W. Martens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2018.

Coll:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.