Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:5337

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-05-2018
Datum publicatie
17-08-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 6628
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser heeft met hetgeen hij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat hij zo spoedig mogelijk na kennisname van het bestreden besluit beroep heeft ingesteld.

Derhalve is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht die in de weg zou staan aan een niet-ontvankelijkverklaring.

Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 17/6628

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
3 mei 2018 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

en

de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor [kantoor] , verweerder.

De bestreden beslissing op bezwaar

De beslissing van verweerder van 14 december 2016 op het bezwaar van eiser tegen de hierna te noemen definitieve berekening huurtoeslag voor het berekeningsjaar 2011.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2018. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.W.L.M. van Veldhuizen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Met dagtekening 24 december 2010 is aan eiser voor het berekeningsjaar 2011 een voorschot huurtoeslag toegekend van € 2.857.

2. Met dagtekening 24 februari 2015 is de huurtoeslag 2011 definitief vastgesteld op nihil. Bij beslissing op bezwaar van 5 oktober 2015 zijn de bezwaren van eiser

niet-ontvankelijk verklaard.

3. Bij uitspraak van 13 oktober 2016 heeft deze rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaard, het besluit van 5 oktober 2015 vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen.

4. Bij beslissing op bezwaar van 14 december 2016 zijn de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.

5. In geschil is of het beroep van eiser ontvankelijk is. Zo dit het geval is, is in geschil of eiser recht heeft op huurtoeslag over het jaar 2011.

6. De rechtbank wijst het beroep van eiser op betalingsonmacht ter zake van het voldoen van het griffierecht toe.

7. De rechtbank overweegt voorts als volgt. Het bestreden besluit is verzonden op

14 december 2016. De beroepstermijn eindigde derhalve op 25 januari 2017. Nu het beroepschrift door de rechtbank is ontvangen op 22 september 2017, is het niet tijdig ingediend. Eiser heeft aangevoerd dat hij pas na ontvangst van een kopie van het bestreden besluit op de hoogte is geraakt van het bestreden besluit en dat hij vervolgens binnen zes weken beroep heeft ingesteld. Verweerder heeft geen bewijs geleverd van de daadwerkelijke verzending van het bestreden besluit.

8. Blijkens vaste jurisprudentie kan de te late indiening van een beroepschrift in het geval een belanghebbende eerst na het verstrijken van de beroepstermijn kennisneemt van het besluit verschoonbaar worden geacht, mits het beroep zo spoedig mogelijk na de daadwerkelijke kennisname van het besluit wordt ingesteld. Ten aanzien hiervan is in het arrest van de Hoge Raad van 22 maart 2002, nr. 39 933, ECLI:NL:HR:2002:AE0462 overwogen dat aan de betrokkene in ieder geval een termijn van ten minste veertien dagen dient te worden gegund. Eiser heeft met hetgeen hij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat hij zo spoedig mogelijk na kennisname van het bestreden besluit beroep heeft ingesteld. Eiser heeft immers geen enkele verifieerbare informatie gegeven over de datum van ontvangst van het bestreden besluit, zodat de rechtbank niet tot het oordeel kan komen dat de termijnoverschrijding hem niet is toe te rekenen. Derhalve is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht die in de weg zou staan aan een niet-ontvankelijkverklaring. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank komt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil niet toe.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kouwenhoven, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J. Habetian, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019,

2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)