Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:5151

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-04-2018
Datum publicatie
25-05-2018
Zaaknummer
NL18.6613
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

PV mondelinge uitspraak, Dublin Italië, stelling geen asiel aangevraagd, opvang slecht en procedure niet goed, ter onderbouwing verwezen naar AIDA update maart 2018 en rapport Artsen zonder grenzen van februari 2018, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.6613


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Berends),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. Balfoort).

Procesverloop

Bij besluit van 3 april 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.6614, plaatsgevonden op 24 april 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is M. Hussein als tolk ter zitting verschenen.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat verweerder terecht het asielverzoek van eiseres niet in behandeling heeft genomen en heeft besloten eiseres over te dragen naar Italië, omdat zij daar asiel heeft aangevraagd.

3. De enkele stelling van eiseres dat zij geen asiel heeft aangevraagd, doet daar niet aan af. Verweerder heeft erop gewezen dat uit de stukken blijkt dat eiseres haar vingerafdrukken heeft afgestaan en blijkt dat zij in Italië asiel heeft aangevraagd en deze asielaanvraag niet heeft ingetrokken.

4.1.

Eiseres heeft gesteld dat de opvang in Italië heel slecht is en dat de procedure ook niet goed is, waardoor Nederland de asielaanvraag toch moet behandelen. De gemachtigde van eiseres heeft verwezen naar een aantal rapporten, onder andere de update van het ‘Country Report: Italy’ van de Asylum Information Database (AIDA) van maart 2018 en het rapport “Out of sight” van Artsen zonder grenzen (ofwel: Médecins Sans Frontières) van 8 februari 2018. De rechtbank kan ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan, omdat er dermate ernstige aan het systeem gerelateerde fouten in de asielprocedure en opvangvoorzieningen zijn dat Nederland de aanvraag van eiseres aan zich moet trekken. Eiseres zal aldaar in een situatie als omschreven in artikel 3 van het EVRM komen te verkeren. Dit houdt in dat de situatie in Italië zo beroerd is dat verweerder eiseres niet daartoe kan sturen.

4.2.

De bestendige lijn in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is dat de situatie in Italië niet zo slecht is dat vreemdelingen niet terug kunnen. De rechtbank verwijst naar de laatste uitspraak van 27 juli 2017. De rapporten die van een nieuwere datum zijn, passen in het beeld dat in deze uitspraak wordt geschetst. Hieruit blijkt niet dat de situatie is verslechterd. De rechtbank houdt dus vast aan de Afdelingsuitspraken. Dit houdt in dat eiseres overgedragen zal worden aan Italië en dat haar asielverzoek daar zal worden behandeld.

5. Eiseres heeft een week de tijd om in hoger beroep te gaan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.C. de Grauw, griffier, op 24 april 2018.

Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.