Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:5147

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-05-2018
Datum publicatie
06-06-2018
Zaaknummer
6690686 / 18-50145
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toepasselijkheid ketenregeling na uitzendovereenkomsten. Sprake van arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die niet door werkgever is opgezegd. Wedertewerkstelling en doorbetaling loon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0661
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

YFR

Zaaknummer: 6690686 RP VERZ 18-50145

Uitspraakdatum: 3 mei 2018

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

verder te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. Ö. Sahin,

(toevoeging 3JX4842),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASITO TR. STATIONSREINIGING B.V.,

statutair gevestigd te Almelo,

verwerende partij,

verder te noemen: Asito,

gemachtigde: mr. M. Leidekker.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft de kantonrechter bij verzoekschrift, bij de griffie per faxbericht ingekomen op 28 februari 2018 en per post op 5 maart 2018, verzocht om wedertewerkstelling en doorbetaling van loon, danwel toekenning van een transitievergoeding en een aanzegvergoeding. Asito heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft [verzoeker] bij brief van 30 maart 2018 en per fax van 4 april 2018 producties 1 tot en met 17 overgelegd. Asito heeft per fax van 4 april 2018 nog een laatste productie in het geding gebracht.

1.2.

Op 5 april 2018 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Verschenen zijn [verzoeker] in persoon, bijgestaan door de gemachtigde. Namens Asito is verschenen de heer [betrokkene] ( [functie] ), bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, waarbij [verzoeker] zich heeft bediend van een pleitnotitie. Van het overige verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden. Een schikking is niet bereikt.

1.3.

Ten slotte is de uitspraak van deze beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is geboren op [geboortedag] 1983 op [2015] in dienst getreden bij Tence Uitzendbureau B.V. (hierna aan te duiden als Tence, en thans genaamd: Actief Werkt! Uitzendbureau B.V., hierna aan te duiden als Actief Werkt!).

2.2.

[verzoeker] is in de periode 29 juni 2015 tot en met 26 juni 2016 via Tence en Actief Werkt! uitgeleend aan Hago Transport. [verzoeker] heeft bij Hago Transport gewerkt als [functie] . Op de tussen [verzoeker] en Tence en Actief Werkt! gesloten arbeidsovereenkomsten is de cao voor uitzendkrachten (hierna: ABU Cao) van toepassing verklaard.

2.3.

Per 1 juli 2016 is via een aanbestedingsprocedure de opdracht tot het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden op het Station Den Haag Centraal aan Asito gegund. Deze werkzaamheden werden voor die datum uitgevoerd door Hago Transport.

2.4.

Asito heeft [verzoeker] de volgende arbeidsovereenkomsten aangeboden:

a. van 1 juli 2016 tot en met 27 juli 2016 op uitzendbasis via Timing Uitzendbureau;

b. van 29 juli 2016 tot 29 juli 2017 in dienst bij Asito;

c. van 29 juli 2017 tot en met 28 december 2017 in dienst bij Asito.

Deze arbeidsovereenkomsten zijn aangegaan voor gemiddeld 38 uren per week en [verzoeker] werd tewerk gesteld in de functie van [functie] .

2.5.

Op de arbeidsovereenkomsten tussen Asito en [verzoeker] is de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna: cao SGB) van toepassing verklaard. Artikel 9 van deze cao bevat de volgende bepalingen:

“lid 6. De som van het uitzendwerk –aansluitend gevolgd door een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd- bedraagt maximaal 18 maanden.

Lid 7. De werkgever kan een uitzendkracht voor maximaal 12 maanden inlenen. Voor het berekenen van deze termijn worden uitzendperioden samengeteld die elkaar opvolgen binnen 3 maanden en uitzendperioden bij werkgevers in concernverband.

Lid 8. Een uitzendkracht die 12 maanden is ingeleend bij een werkgever heeft, indien de werkzaamheden binnen 6 maanden worden voortgezet, recht op een arbeidsovereenkomst bij deze werkgever. Het betreft: - eenmalig een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor maximaal 6 maanden, of; - een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.”

2.6.

Bij brief van 15 december 2017 heeft Asito [verzoeker] aangezegd dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op 28 december 2017 en dat deze niet zal worden opgevolgd door een nieuwe arbeidsovereenkomst.

2.7.

Per email van 12 maart 2018 heeft de gemachtigde van [verzoeker] contact gelegd met de gemachtigde van Asito. In deze email heeft [verzoeker] zich op het standpunt gesteld dat zijn arbeidsovereenkomst niet van rechtswege kan zijn beëindigd omdat deze is omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. [verzoeker] heeft Asito uitgenodigd om binnen een week na die email met een voorstel tot een minnelijke oplossing te komen.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt primair Asito op de kortst mogelijke termijn in staat te stellen zijn arbeid bestaande uit de functie van medewerker algemeen schoonmaak onderhoud I, standplaats Station Den Haag Centraal, voor gemiddeld 38 uren per week te hervatten, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag dat Asito hiermee in gebreke blijft, alsmede Asito te veroordelen tot doorbetaling van het loon vanaf 28 december 2017, te vermeerderen met de emolumenten, de wettelijke rente en de wettelijke verhoging. Subsidiair verzoekt [verzoeker] Asito te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen de transitievergoeding van € 2.448,00 bruto en de aanzegvergoeding van € 1.762,67 bruto, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag van voldoening. Verder verzoekt [verzoeker] zowel primair als subsidiair veroordeling van Asito tot betaling van de proceskosten.

3.2.

Aan dit verzoek heeft [verzoeker] , kort samengevat, het navolgende ten grondslag gelegd. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dat volgt uit de volgende op zichzelf staande maar ook in samenhang beziene gronden. Er is sprake van een overgang van onderneming, waarbij Asito de opvolgend werkgever van Tence dan wel Actief Werkt! en Timing Uitzendbureau is. Voorts is de ketenregeling van artikel 7:668a BW van toepassing. Tot slot is artikel 9 van de cao SGB, waarin ten gunste van een uitzendkracht is afgeweken van de ketenregeling, van toepassing.

4 Het verweer

4.1.

Asito heeft gemotiveerd betwist dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op het verweer van Asito zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Beoordeeld dient te worden of sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van de door [verzoeker] aangevoerde gronden.

Overgang van onderneming

5.2.

[verzoeker] heeft aangevoerd dat sprake is van overgang van onderneming. Vast staat dat Asito op 1 juli 2016 de schoonmaakwerkzaamheden voor het NS Station Den Haag Centraal van Hago Transport heeft overgenomen. [verzoeker] was echter niet in dienst van Hago Transport zelf, maar van Tence en Actief Werkt!. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een overdracht van ondernemingsactiviteiten door Tence dan wel Actief Werkt!, hetgeen vereist is om als werknemer bescherming te genieten op grond van artikel 7:663 BW.

Ketenregeling

5.3.

[verzoeker] heeft voorts aangevoerd dat op grond van de ketenregeling van artikel 7:668a BW sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

5.4.

Asito heeft zich op het standpunt gesteld dat zij inderdaad opvolgend werkgever is voor wat betreft de tijd dat [verzoeker] via Timing Uitzendbureau door Asito is ingeleend. Voor de periode dat [verzoeker] via Tence dan wel Actief Werkt! bij Hago Transport heeft gewerkt heeft Asito niet te gelden als opvolgend werkgever.

5.5.

Voor de beoordeling van de vraag of de ketenregeling in dit geval van toepassing is, is allereerst van belang om vast te stellen of [verzoeker] vanaf zijn indiensttreding bij Tence op 29 juni 2015 tot aan zijn indiensttreding bij Timing Uitzendbureau enkel en alleen op het object NS Station Den Haag Centraal heeft gewerkt. Immers, Asito heeft de schoonmaakwerkzaamheden voor het NS Station Den Haag Centraal overgenomen van Hago Transport. Asito heeft gemotiveerd betwist dat [verzoeker] alleen op dat object werkzaamheden heeft verricht.

5.6.

De kantonrechter stelt vast dat in de met Tence en Actief Werkt! gesloten arbeidsovereenkomsten, zoals die door [verzoeker] zijn overgelegd, staat vermeld dat [verzoeker] te werk werd gesteld op diverse locaties in ’s-Gravenhage en omgeving. Aldus blijkt uit die overeenkomsten niet dat [verzoeker] alleen op het NS Station Den Haag Centraal heeft gewerkt. Deze arbeidsovereenkomsten sluiten echter ook niet uit dat [verzoeker] wél alleen op dit station werkzaamheden heeft verricht; de formulering in de arbeidsovereenkomsten met betrekking tot de plaats waar de werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden biedt de ruimte om de werknemer slechts op één locatie te werk te stellen. [verzoeker] heeft, ter onderbouwing van zijn stelling dat hij alleen op NS Station Den Haag Centraal werkzaamheden heeft verricht, een overzicht van de verwerkte uren zoals deze bij Actief Werkt! zijn geregistreerd, overgelegd (productie 12). Uit dit overzicht blijkt dat deze uren geboekt zijn op de kostenplaats NS Locatie Den Haag CS. Het urenoverzicht ziet op de periode 27 van 2015 tot en met periode 25 van 2016 en betreft aldus de periode dat [verzoeker] via Tence dan wel Actief Werkt! werkzaamheden heeft verricht op het NS Station Den Haag Centraal. Daarmee staat naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam vast dat [verzoeker] over de in 5.5. genoemde periode enkel en alleen werkzaamheden heeft verricht op het object NS Station Den Haag Centraal. De enkele omstandigheid dat er twee verschillende debiteurennummers op het overzicht staan vermeld, doet aan het voorgaande niet af. Ook als er sprake zou zijn van verschillende inleners (zoals in dit geval mogelijk Hago Transport en/of Hago West Nederland, zie de door [verzoeker] overgelegde productie 14), dan nog blijkt uit het overzicht dat de kostenplaats NS Locatie Den Haag CS is geweest, waar [verzoeker] volgens arbeidsovereenkomst schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht. Het betoog van Asito dat op het NS Station Den Haag Centraal op meerdere locaties/onderdelen kan worden schoongemaakt en nergens uit blijkt op welke onderdelen [verzoeker] is ingezet doet evenmin terzake, nu de aard van de door [verzoeker] verrichte werkzaamheden gelijk is gebleven.

5.7.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat artikel 7:668a lid 1 BW jo artikel 7:668a lid 2 BW van toepassing is. Omdat [verzoeker] per 29 juni 2015 via Tence, ActiefWerkt! en later via Timing Uitzendbureau en tot slot rechtstreeks voor Asito werkzaamheden heeft verricht op het NS Station Den Haag Centraal, geldt dat de arbeidsovereenkomst tussen Asito en [verzoeker] heeft te gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

5.8.

Ten aanzien van het moment waarop de arbeidsovereenkomst is geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, overweegt de kantonrechter als volgt. [verzoeker] heeft twee arbeidsovereenkomsten met (de rechtsvoorganger van) ActiefWerkt! in het geding gebracht. De eerste betreft de periode 29 juni 2015 tot en met 29 november 2015, de tweede overeenkomst betreft de periode 27 maart 2016 tot en met 26 juni 2016. De kantonrechter is niet bekend met de arbeidsovereenkomst(en) in de periode tussen 29 november 2015 en 27 maart 2016. Wel staat vast dat tussen [verzoeker] en Timing Uitzendbureau per 1 juli 2016 een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en dat Asito [verzoeker] vervolgens met ingang van 29 juli 2016 in dienst heeft genomen. Nu deze laatste arbeidsovereenkomst de vierde arbeidsovereenkomst in de keten is, geldt de arbeidsovereenkomst tussen Asito en [verzoeker] overeenkomstig artikel 7:668a lid 1 sub b BW met ingang van 29 juli 2016 als aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 9 van de cao SGB

5.9.

[verzoeker] heeft voorts een beroep gedaan op artikel 9 van de cao SGB, waaruit volgt dat ten gunste van [verzoeker] kan worden afgeweken van de wettelijke bepalingen omtrent de ketenregeling.

5.10.

Nu de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:668a BW reeds heeft te gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (zie hiervoor onder 5.3. t/m 5.7), behoeft deze grond geen nadere bespreking meer.

Is de arbeidsovereenkomst tussen partijen opgezegd?

5.11.

Aangezien de arbeidsovereenkomst tussen partijen aangemerkt moet worden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, moet beoordeeld worden of deze rechtsgeldig is geëindigd door opzegging door Asito. Gesteld noch gebleken is dat Asito de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] heeft opgezegd. Evenmin heeft Asito betoogd dat de aanzegging van 15 december 2017 aangemerkt dient te worden als een opzegging van de arbeidsovereenkomst, dan wel dat deze aanzeggingsbrief als een schriftelijke opzegging uitgelegd dient te worden.

Conclusie

5.12.

Het voorgaande leidt tot de volgende conclusies. De tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst heeft met ingang van 29 juli 2016 te gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze arbeidsovereenkomst is niet rechtsgeldig geëindigd door een opzegging van de zijde van Asito. Dit brengt mee dat het door [verzoeker] primair verzochte dient te worden toegewezen als hierna vermeld en dat het (meer) subsidiair verzochte geen bespreking behoeft.

5.13.

De kantonrechter ziet aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot 10 %.

5.14.

Asito zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. [verzoeker] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging. Verzoekende partijen met een toevoeging betalen een lager griffierecht. Asito wordt dan ook slechts veroordeeld tot betaling van het lagere griffierecht van € 79,- en tot vergoeding van het – hierna in het dictum vast te stellen – salaris van de gemachtigde. Deze vergoeding voor het salaris moet door de gemachtigde worden verrekend met de op grond van de Wet op de rechtsbijstand aan de gemachtigde toegekende vergoeding.

5.15.

De gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

gelast Asito om [verzoeker] op de kortst mogelijke termijn in staat te stellen zijn arbeid, bestaande uit de functie van [functie] , standplaats het Station Den Haag Centraal, voor gemiddeld 38 uren per week te hervatten, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor elke dag dat Asito daarmee in gebreke blijft;

6.2.

veroordeelt Asito tot doorbetaling van het loon vanaf 28 december 2017, te vermeerderen met de emolumenten, de wettelijke rente en te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 10 %;

6.3.

veroordeelt Asito in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [verzoeker] vastgesteld op € 479,-, waarvan € 400,- als het aan de gemachtigde van [verzoeker] toekomende salaris;

6.4.

veroordeelt Asito tot betaling van € 100,- aan nasalaris, voor zover [verzoeker] daadwerkelijk nakosten zal maken, en voorts, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de explootkosten van betekening van de beschikking.

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Nijhuis, kantonrechter, en op 3 mei 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.