Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:5046

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-04-2018
Datum publicatie
01-05-2018
Zaaknummer
NL18.5731
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Trefwoorden:

Mondelinge uitspraak

Dublin.

Zwitserland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.5731


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. H.K. Westerhof),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.5732, plaatsgevonden op 5 april 2018. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is van Marokkaanse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum]. Eiser heeft op 17 januari 2018 asielaanvraag bij verweerder ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 6 februari 2016 een asielaanvraag in Zwitserland heeft ingediend. Na afwijzing van deze aanvraag is eiser naar Duitsland gereisd en heeft hij daar op 5 december 2016 een asielaanvraag ingediend. Nederland heeft bij Zwitserland een verzoek om terugname gedaan. Zwitserland heeft dit verzoek aanvaard op 14 februari 2018.

2. Verweerder heeft besloten de aanvraag niet te behandelen omdat Zwitserland de verantwoordelijke lidstaat is.

3. De rechtbank overweegt dat de verantwoordelijkheid van een lidstaat voor een verzoek om internationale bescherming wordt bepaald op het tijdstip waarop voor de eerste maal dit verzoek wordt ingediend. Dat is in dit geval de situatie ten tijde van eisers aanvraag in Zwitserland.

4. Uit de reactie van de Zwitserse autoriteiten op het terugnameverzoek van verweerder blijkt dat Zwitserland eerder een claim van Duitsland heeft geaccepteerd op 28 december 2016. Ook blijkt daaruit dat de overdrachtstermijn voor Duitsland is verlengd, omdat Duitsland op 27 juni 2017 heeft gemeld dat eiser was ondergedoken. Eiser heeft verklaard dat hij Duitsland in december 2017 heeft verlaten. Op basis van deze nadere informatie hebben de Zwitserse autoriteiten ingestemd met terugname van eiser op grond van artikel 18, eerste lid en onder d, van de Dublinverordening.

5. Dit betekent dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Evenhuis, griffier, op 5 april 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.