Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:4948

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
26-04-2018
Zaaknummer
09/767344-15, 09/765016-16 en 09/766067-16 (gev. ttz)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 jaar voor het uitbuiten van zes vrouwen in de prostitutie, het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen, het gedurende vele jaren dealen in harddrugs, het bezit van harddrugs en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.

Juridisch kader mensenhandel. De verdachte heeft zijn overwicht als hun dealer en de kwetsbare posities van de slachtoffers niet alleen aangegrepen om te profiteren van hun verdiensten als prostituee, maar ook om in zijn eigen seksuele behoeftes te voorzien. De rechtbank is van oordeel dat ook dit laatste kan worden beschouwd als seksuele uitbuiting. Zij moesten hem seksueel bevredigen, waardoor hun lichamelijke integriteit is geschonden. De verdachte bespaarde hiermee de kosten van een prostituee, terwijl daarvoor voor hen geen reële tegenprestatie tegenover stond. Ondertussen hield de verdachte hen ook afhankelijk van hem door drugs te blijven verstrekken. Zij moesten hun verdiensten afstaan, zonder dat daar een reële tegenprestatie tegenover stond. Van een normale zakelijke relatie was geen sprake.

Overwegingen ten aanzien van de betrouwbaarheid van verklaringen van getuigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0387
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/767344-15, 09/765016-16 en 09/766067-16 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 26 april 2018

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,

postadres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 25 augustus 2016, 18 november 2016, 9 februari 2017, 13 april 2017, 11 juli 2017, 28 augustus 2017 (steeds pro forma) en van 9 tot en met 12 april 2018 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.A. Kuipers en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. B. Kizilocak naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 11 april 2018 medegedeeld dat zij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - kort gezegd en na de toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 28 augustus 2017 - ten laste gelegd dat hij zich, al dan niet samen met een ander of anderen, in Nederland schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van zes vrouwen:

  • -

    [slachtoffer 1] in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2015 (09/767344-15, feit 1);

  • -

    [slachtoffer 2] in de periode van 1 september 2011 tot en met 21 mei 2016 (09/767344-15, feit 4);

  • -

    [slachtoffer 3] in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 3 augustus 2012 (09/765016-16, feit 1);

  • -

    [slachtoffer 4] in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2012 (09/766067-16, feit 1);

  • -

    [slachtoffer 5] in de periode van 1 juli 2001 tot en met 31 december 2004 en in de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 mei 2016 (09/766067-16, feit 2);

  • -

    [slachtoffer 6] in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 21 mei 2016 (09/766067-16, feit 3).

Bovendien wordt de verdachte verweten dat hij zich, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen (09/765016-16, feit 2).

Daarnaast wordt de verdachte ervan verdacht dat hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 21 mei 2016 in Nederland cocaïne en heroïne heeft gedeald (09/767344-15, feit 2) en dat hij in de periode van 1 april 2016 tot en met 10 mei 2016 een hoeveelheid van 146 gram cocaïne en 65 gram heroïne opzettelijk aanwezig heeft gehad (09/767344-15, feit 3) en een vuurwapen en munitie van categorie III voorhanden heeft gehad (09/765016-16, feit 3).

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen als bijlage I bij dit vonnis en maakt daarvan deel uit. De toegewezen wijzigingen in de tenlastelegging zijn daarin cursief weergegeven.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Op 3 februari 2015 ontving de Dienst Regionale Informatie Organisatie (DRIO) een anonieme melding per mail (afkomstig van NLConfidential), met de volgende inhoud:

‘link naar [website] Dhr [naam] (achternaam niet bekend) woonachtig aan het [adres] , dwingt vrouwen tot prostitutie. Op bovenstaande link wordt een vrouw gedwongen een gangbang te houden. Dhr [naam] neemt het geld en paspoorten af van de vrouwen. In 2013/2014 is [naam] gepakt in Zoetermeer waar hij een gangbang had georganiseerd met een minderjarig meisje van 16 jaar’.

Uit de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zoetermeer en gegevens uit de politiesystemen bleek de verdachte als een van de bewoners op dit adres ingeschreven te staan en bleken zijn roepnamen “ [naam] ” en “ [naam] ” te zijn.

De verdachte bleek ook in een onderzoek in augustus 2012, waarbij sprake was van seksuele handelingen gepleegd met een minderjarige, als verdachte te zijn aangemerkt.

In mei 2015 sprak de politie tijdens een buurtonderzoek in verband met een woninginbraak met [slachtoffer 1] . Zij verklaarde toen dat zij door de verdachte gedwongen werd de hoer te spelen en dat zij aangifte tegen hem wilde doen.

Het voorgaande heeft aanleiding gegeven tot de start van het onderzoek Pogona op 12 juni 2015. Uit dit onderzoek is de verdenking gerezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten zoals hierboven weergegeven onder de tenlastelegging.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich - met uitzondering van een aantal onderdelen, zoals een kortere periode dan ten laste is gelegd - op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Bij de beoordeling van de verschillende onderdelen van de tenlastelegging zal de rechtbank, voor zover relevant, weergeven wat de officier van justitie ter onderbouwing heeft aangevoerd.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 2 en 3 onder 09/765016-16 en feit 3 onder 09/767344-15 aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Ten aanzien van de overige zeven ten laste gelegde feiten heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken. De verdediging heeft, zoals verwoord in een uitgebreide pleitnota, uitvoerig verweer gevoerd ten aanzien van (vrijwel) alle onderdelen van deze feiten. Waar nodig zal de rechtbank op de gevoerde verweren responderen.

3.4

Juridisch kader

Mensenhandel is strafbaar gesteld in artikel 273f Sr. Dit wetsartikel staat in titel XVIII van voornoemd wetboek, de titel die ziet op de ‘misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid’. De strafbaarstelling is gericht op het tegengaan van uitbuiting van mensen. Uitbuiting moet daarbij niet beperkt worden uitgelegd. Het belang van het individu staat voorop; dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. Artikel 273f Sr beoogt bescherming te bieden tegen de aantasting van die integriteit en vrijheid. Bij mensenhandel moet altijd uitgegaan worden van de intentie van de dader, niet van die van het slachtoffer.

In het onderzoek Pogona is verdachte naar voren gekomen als verdachte van mensenhandel binnen de prostitutiebranche, en dat ten aanzien van een zestal dames. Het gaat daarbij steevast om de verdenking van diverse varianten van mensenhandel zoals deze zijn opgenomen in de onderscheidenlijke onderdelen van het eerste lid van artikel 273f Sr. De rechtbank zal hierna eerst kort stilstaan bij het juridisch kader van mensenhandel tegen welke achtergrond zij iedere verdenking heeft bezien. De rechtbank zal daarbij de diverse varianten - voor zover relevant - en de uitgangspunten die de rechtbank daarbij hanteert uiteenzetten en dit stuk afsluiten met enkele algemene overwegingen. De onderdelen (sub 2, 3, 5, 7 en 8) die geen rol spelen bij de verdenking zoals die is neergelegd in de diverse tenlasteleggingen zal de rechtbank onbesproken laten.

Sub 1

In sub 1 zijn diverse handelingen strafbaar gesteld voor zover deze worden gefaciliteerd door een dwangmiddel en met het oogmerk van uitbuiting worden verricht.

Handelingen

De handelingen (werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en opnemen) hebben elk een neutrale en feitelijk betekenis en kunnen worden begrepen aan de hand van dagelijks taalgebruik. Zij dienen ruim te worden uitgelegd.

Dwangmiddelen

De dwangmiddelen - voor zover deze voor de officier van justitie en/of de verdediging een punt van aandacht zijn geweest tijdens de behandeling ter terechtzitting - zijn dwang, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. De inzet van een dwangmiddel dient ertoe te leiden dat iemand in een uitbuitingssituatie (‘een situatie die de gelegenheid tot uitbuiting schiep’) belandt of dat iemand wordt belet zich aan een uitbuitingssituatie te onttrekken.

Het begrip ‘dwang’ moet ruim worden uitgelegd en worden bekeken in de hele context waarin de handelingen van de verdachte plaatsvinden. Het slachtoffer zal door aanwending van dwang tegen zijn zin in een situatie van uitbuiting zijn gebracht, waarin hij, als hij daartoe weerstand had kunnen bieden, niet terecht zou zijn gekomen. Het slachtoffer moet het dwangmiddel dus hebben opgemerkt en het moet bij hem vrees hebben opgeleverd, anders is er geen sprake van dwang. Daarbij doet het niet ter zake dat de dwang op een ander in het algemeen geen indruk zou maken. Het is subjectief.

Het dwangmiddel ‘misleiding’ heeft op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad feitelijke betekenis.1 De rechtbank gaat er bij dit dwangmiddel vanuit dat er doelbewust een foute voorstelling van zaken wordt gegeven, iemand wordt overtuigd van iets dat niet waar is, waardoor iemand iets gaat doen dat hij anders niet zou hebben gedaan. Ook dit dwangmiddel is subjectief.

‘Misbruikdwangmiddelen’

Ook de dwangmiddelen ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’ hebben feitelijke betekenis.2 Deze dwangmiddelen, die objectief moeten worden vastgesteld, kunnen elkaar deels overlappen. Deze misbruikdwangmiddelen kunnen veelal uit de omstandigheden worden afgeleid. De verdachte moet zich wel bewust zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de betrokkene waaruit het overwicht voortvloeide of verondersteld wordt voort te hebben gevloeid, in die zin dat voorwaardelijk opzet ten aanzien van die omstandigheden bij hem aanwezig moet zijn. Datzelfde geldt voor gevallen waarin sprake is van een kwetsbare positie van het slachtoffer.3De Hoge Raad heeft daarbij expliciet overwogen dat niet is vereist dat doelbewust misbruik is gemaakt van de kwetsbare positie van het slachtoffer.

Ook wordt voor het bewijs van het misbruik geen verdergaand initiatief en actief handelen van de verdachte vereist dan tot uitdrukking komt in de termen die in de wet staan (werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen). De Hoge Raad overweegt daarbij dat het in het bijzonder niet een zelfstandig vereiste is dat het initiatief van de verdachte is uitgegaan en ook niet dat het slachtoffer door de verdachte in een uitbuitingssituatie is gebracht. Tot slot merkt de Hoge Raad op dat de omstandigheid dat een slachtoffer tevoren al op een of meer andere plaatsen in de prostitutie had gewerkt, geen aanwijzing behoeft te zijn voor vrijwilligheid en het ontbreken van een uitbuitingssituatie.4

Indien tot een bewezenverklaring wordt gekomen van een van deze twee misbruikdwangmiddelen dient het feitelijk bewezenverklaarde hieraan invulling te geven. Bij het misbruik maken van (1) een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht is er sprake van een relationele ongelijkheid of van het brengen in een dergelijke situatie van ongelijkheid, waardoor de keuzevrijheid van het slachtoffer is beperkt. Daarbij merkt de rechtbank op dat ‘beperkt’ niet inhoudt dat er sprake moet zijn van een zodanige dwang of druk dat voor het slachtoffer geen andere keuze meer mogelijk was; de beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is voldoende om een gedwongen karakter van prostitutie aan te nemen. Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat de wetgever bij prostituees stelt dat hiervan sprake is als zij verkeren of komen te verkeren in een situatie die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Het criterium ‘de gemiddelde mondige prostituee in Nederland’ omvat in ieder geval dat zij zelf bepaalt waar, wanneer, met wie, onder welke omstandigheden en tegen welke opbrengsten zij werkt. Ten aanzien van het misbruik maken van (2) een anders ‘kwetsbare positie’ geeft artikel 273f, zesde lid, Sr een minimumdefinitie van dit begrip: hieronder wordt mede begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. Aangenomen kan worden dat de ‘misbruiker’ de ander (het latere slachtoffer) in die positie aantreft zonder dat beiden in een relatie tot elkaar staan. Maar zoals gezegd dit middel kan ook overlappen met het misbruik uit overwicht.

Oogmerk van uitbuiting

Zoals gezegd zijn de handelingen omschreven in sub 1 slechts strafbaar als deze zijn gefaciliteerd door een dwangmiddel én als zij zijn begaan met het oogmerk van uitbuiting. Met andere woorden: de gedragingen moeten zijn gericht op de uitbuiting van personen. Het oogmerk veronderstelt een noodzakelijkheidsbewustzijn. Voorwaardelijk opzet volstaat niet. Ook dit bestanddeel van het wetsartikel heeft feitelijke betekenis en hoeft in de tenlastelegging niet nader te worden omschreven. Het oogmerk van uitbuiting kan worden afgeleid uit bijvoorbeeld verklaringen. Echter, bij afwezigheid van verklaringen kan het oogmerk van uitbuiting ook veelal worden afgeleid uit de omstandigheden. Het tweede lid van artikel 273 f Sr geeft een niet-limitatieve opsomming van wat de term ‘uitbuiting’ omvat. Voor zover in deze zaak relevant staat daar in ieder geval de uitbuiting van een ander in de prostitutie.

Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een oogmerk van uitbuiting zijn er meerdere invalshoeken die - gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad - moeten worden beschouwd en is in ieder geval sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Factoren die een rol kunnen spelen bij de beantwoording van die vraag zijn: de aard en duur van de werkzaamheden; de beperkingen die de tewerkstelling meebrengt voor degene die het werk verricht; het economisch voordeel (het profijt) dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald.5

De rechtbank gaat er hierbij vanuit dat deze factoren niet cumulatief zijn. Immers: de strafbaarstelling van sub 1 ziet - hoewel bewezenverklaring tot een voltooid delict leidt - in feite op het voorbereidingsdelict voorafgaand aan de daadwerkelijke uitbuiting; sommige elementen kun je dan nog niet zien en gebruiken om uitbuiting in de zin van sub 1 vast te stellen. Er kan dan wel worden gekeken naar bijvoorbeeld de modus operandi, huisvesting en afspraken. De rechtbank zal bij de beoordeling van de factoren ook rekening houden met het gegeven of een slachtoffer meer- of minderjarig is.

Tot slot overweegt de rechtbank ten aanzien van het oogmerk tot uitbuiting dat voor de vervulling van de delictsomschrijving het niet nodig is dat de ander daadwerkelijk wordt uitgebuit; het oogmerk volstaat. Dat een betrokkene niet het beoogde werk heeft verricht, staat aan de invulling van de delictsomschrijving niet in de weg.6

Uitgangspunt voor de rechtbank is in ieder geval dat zodra er sprake is van een dwangmiddel, de eventuele vrijwilligheid van het slachtoffer niet meer ter zake doet. Ook het gegeven dat een slachtoffer op enig moment toch ‘vrij’ was om te stoppen met het prostitutiewerk en zich mitsdien aan de uitbuitingssituatie heeft onttrokken, doet in zijn algemeenheid niet af aan het gegeven dat er (voordien) wel sprake is (geweest) van een dwangmiddel. Immers, aan het ‘laten gaan’ van een prostituee kunnen meerdere redenen ten grondslag liggen, waaronder ook opportunistische redenen, bezien vanuit het oogpunt van de dader. Zo kan ook niet in zijn algemeenheid worden gezegd dat indien er een mogelijkheid was voor het slachtoffer zich aan de uitbuitingsituatie te onttrekken, maar zij dit desalniettemin niet heeft gedaan, er dan dus geen sprake kan zijn van een uitbuitingssituatie.7

Sub 4

Sub 4 ziet op de daadwerkelijke uitbuiting. De uitbuitingsgedragingen - voor zover in deze zaak relevant - hebben het oog op het doen werken in de prostitutie. Het gaat er hierbij om een ander met een dwangmiddel (dezelfde als genoemd in sub 1) te dwingen of te bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van prostitutiewerk of onder de in sub 1 genoemde omstandigheden enige handeling te ondernemen waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor daartoe beschikbaar stelt. Gedoeld wordt op degene die gebruik maken van de uitbuitingssituatie van een ander, welke uitbuitingssituatie zij overigens niet zelf hoeven te hebben gecreëerd. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat, hoewel ‘uitbuiting’ als zodanig niet in de tekst van subonderdeel 4 is opgenomen, dit daarin wel moet worden ingelezen en daarmee een impliciet bestanddeel daarvan vormt. De gedragingen, bedoeld in sub 4, kunnen slechts als mensenhandel worden bestraft, indien uit de bewijsvoering volgt dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld.8 Het onderscheid met betrekking tot de dwangmiddelen in sub 1 en sub 4 zit in het gegeven dat in sub 1 het dwangmiddel ziet op de handeling werven, vervoeren, etc. terwijl in sub 4 het dwangmiddel direct is gelinkt aan het laten werken. Het ‘zich beschikbaar stellen’ is daarbij voldoende, wat betekent dat er ook hier niet daadwerkelijk gewerkt hoeft te zijn om tot een voltooid delict te komen.

Sub 6

Strafbaar op grond van sub 6 is degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander. Opzet is als bestanddeel opgenomen, omdat anders onachtzaam handelen onder deze bepaling zou vallen. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat het opzet gericht dient te zijn op zowel het voordeel trekken als de uitbuiting van een ander.9 De profijttrekker kan, maar hoeft niet, een ander te zijn dan degene die de uitbuitingssituatie heeft gecreëerd. Een dwangmiddel is hier niet nodig.

Sub 9

Op grond van sub 9 is degene strafbaar die een ander met een van de onder sub 1 genoemde dwangmiddelen dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde. Dit subonderdeel is erop gericht op te kunnen treden tegen de situatie dat een prostituee wordt gedwongen tot afgifte van (een deel van) haar opbrengsten van seksuele handelingen. Uitbuiting is hierbij geen vereiste. Naar het oordeel van de rechtbank is evenmin vereist dat daadwerkelijk van bevoordeling sprake is geweest. De tekst van artikel 273f, eerste lid, sub 9 Sr biedt ruimte voor die opvatting. Bovendien komt een dergelijke uitleg tegemoet aan de strekking van de strafbaarstelling van mensenhandel, te weten het belang van behoud van iemands geestelijke en lichamelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. Immers, door met een dwangmiddel iemand ertoe te bewegen hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde is daarmee diens geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid reeds geschonden en naar het oordeel van de rechtbank is daarmee het delict voltooid.

Nadere overwegingen

Prostitutie is in Nederland een zelfstandig en legaal beroep. Een prostituee kan dit werk doen in loondienst waarbij er duidelijke afspraken worden gemaakt tussen een prostituee en haar werkgever over onder meer het werk en salaris. Deze afspraken worden dan neergelegd in een arbeidsovereenkomst. Een dergelijke arbeidsovereenkomst zal meebrengen dat de prostituee haar verdiende geld niet bij zich houdt (maar loon ontvangt) en dat de werkgever voorwaarden kan stellen aan de manier waarop zij werkt (tijd, plaats, werkkleding), maar anderzijds komt op hem de (zorg)verplichting te rusten om te zorgen voor veilige en gezonde werkomstandigheden voor zijn werknemer. Ook zal een dergelijke arbeidsovereenkomst meebrengen dat de werkgever de vergunning regelt en zorg draagt voor de inhouding van loonbelasting en de afdracht daarvan aan de belastingdienst. Daarnaast is de werkgever ook verantwoordelijk voor het doen van aangiftes omzetbelasting en de voldoening daarvan. De prostituee zal zelf aangifte inkomstenbelasting moeten doen.

De prostituee die als een zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) aan de slag gaat, kan haar verdiende geld normaal gesproken bij zich houden en geniet meer vrijheden. Zij moet wel meer dingen zelf regelen, zoals een vergunning aanvragen, zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel, een administratie voeren en bewaren en alle belastingzaken (inkomstenbelasting, omzetbelasting).

Zo bieden beide vormen op hun eigen manier een goede basis om op een voldoende rendabele wijze als prostituee te werken.

Tegen die achtergrond is het zonder nadere toelichting niet eenvoudig te begrijpen waarom een prostituee een deel van haar verdiensten zonder meer aan een ander zou afstaan. Op het moment dat een ander (dan de hiervoor bedoelde werkgever) geld krijgt van een prostituee opdat zij haar werkzaamheden kan verrichten, of omdat zij een deel van haar verdiensten überhaupt moet afstaan, heeft deze ander feitelijk wat uit te leggen. De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte zich ten aanzien van de vrouwen in het Pogona-dossier niet als werkgever in voormelde zin heeft gedragen. Dit uitgangspunt is een vertrekpunt van waaruit de rechtbank de zaak heeft bekeken.

Voorts staat de rechtbank op voorhand stil bij de bijzondere situatie die in voorliggende zaak aan de orde is en betrekt daarbij nadrukkelijk de situatie van de dames. Alle dames zijn verslaafd aan cocaïne en/of heroïne (harddrugs). Verdachte was hiervan - volgens eigen zeggen - vanaf de eerste kennismaking met hen, dan wel kort daarna, op de hoogte. Alle dames (met uitzondering van [slachtoffer 6] die verdachte leerde kennen, omdat hij reageerde op haar seksadvertentie) hebben verklaard dat zij voor het eerst met verdachte in aanraking zijn gekomen, omdat hij hun drugsdealer was.

3.5

Betrouwbaarheid verklaringen

Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van verklaringen van getuigen komt in de eerste plaats belang toe aan de consistentie, nauwkeurigheid of gedetailleerdheid, en volledigheid van die verklaringen. Echter, waar de verklaringen in de onderhavige zaak op deze punten onvolkomenheden bevatten - daarvan zitten verschillende voorbeelden in het dossier - betekent dat niet automatisch dat deze reeds daarom onbetrouwbaar zouden zijn. Dat heeft te maken met de bijzondere aspecten van deze zaak.

Het Pogona-onderzoek is een langdurig en omvangrijk onderzoek, met name door het grote aantal getuigen dat door de politie en/of de rechter-commissaris is gehoord; getuigen, waarvan in ieder geval een aantal bovendien zwaar verslaafd is, of was, aan harddrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat langdurig drugsgebruik iemands cognitieve vermogens kan aantasten. In de periode van mei 2015 tot en met maart 2018 zijn vele getuigen de revue gepasseerd. Een groot aantal van deze getuigen heeft in de loop van die periode meerdere malen een verklaring afgelegd, soms met tussenpozen van jaren. Enkele uitzonderingen daargelaten, hebben met name de aangeefsters c.q. slachtoffers op uiteenlopende tijdstippen uitgebreide verklaringen afgelegd over feiten en omstandigheden die zich reeds jaren geleden zouden hebben voorgedaan.

De rechtbank beseft verder dat de vrouwen bij het afleggen van hun verklaringen bovendien beïnvloed kunnen zijn geweest door wat zij in de tussentijd van andere betrokkenen - of uit derde hand - over het onderzoek hadden gehoord.

Van belang is voorts dat de vrouwen bij het afleggen van hun verklaringen specifieke vragen hebben moeten beantwoorden over hun werk in de prostitutie en hun redenen om dit werk te gaan doen. De rechtbank realiseert zich dat bij deze onderwerpen ‘schaamte’ een relevante rol kan spelen. Zo kan het zijn dat de vrouwen uit schaamte over sommige zaken niet hebben verklaard, of dat zij juist op een bepaalde wijze hebben verklaard om hun eigen ‘verantwoordelijkheid’ zo klein als mogelijk te maken; ook kan het zijn dat zij bepaalde verklaringen hebben afgelegd, domweg ‘om van de zaak af te zijn’.

Voorts realiseert de rechtbank zich dat de vrouwen die aangifte hebben gedaan, een financieel motief kunnen hebben gehad en dat dit in de voorkomende gevallen de voornaamste reden kan zijn geweest om aangifte te doen, of om op een bepaalde wijze te verklaren. Ook ‘wraak’ zou een relevant motief kunnen zijn.

Ten slotte heeft de rechtbank geconstateerd dat de verhorende verbalisanten de vrouwen in sommige gevallen op indringende wijze hebben gewezen op hun positie van slachtoffer van mensenhandel en op de mogelijkheid om aangifte te doen, vanuit de vooronderstelling dat de verdachte hiervoor verantwoordelijk was.

Deze factoren bieden naar het oordeel van de rechtbank een mogelijke verklaring voor de omstandigheid dat verschillende verklaringen van de aangeefsters c.q. slachtoffers weliswaar onvolkomenheden bevatten, maar tegelijk onderdelen die - onmiskenbaar - overeenkomstig de waarheid zijn.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat de verklaringen van de aangeefsters c.q. slachtoffers die onvolkomenheden bevatten niet om die reden van het bewijs moeten worden uitgesloten; de desbetreffende verweren worden dan ook verworpen. Tegelijkertijd is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van de aangeefsters c.q. slachtoffers zeer behoedzaam moeten worden bezien, en dat zij slechts kunnen worden gebruikt waar ze voldoende verankering vinden in andere bewijsmiddelen.

3.6

De beoordeling van de tenlastelegging10

3.6.1

ZD 3 ( [slachtoffer 7] ), ZD 6 (Opiumwet, bezit) en ZD 8 (Wet wapens en munitie)

Nu de verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend, hij nadien niet anders heeft verklaard en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank ten aanzien van het ten laste gelegde overeenkomstig artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar beslissing dat de verdachte de hierna vermelde bewezen verklaarde feiten heeft begaan, op de volgende bewijsmiddelen:

Ten aanzien van ZD 3 [slachtoffer 7] (09/7655016-16, feit 2):

- het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer 7] , d.d. 5 augustus 2012, p. 2603 en 2604;

- het proces-verbaal van [slachtoffer 6] , d.d. 5 augustus 2012, p. 2673 en 2674;

- het proces-verbaal bevindingen (AH/250), p. 2863 en 2864;

- het proces-verbaal bevindingen (AH/251), p. 2865;

- het proces-verbaal van bevindingen (AH/260), p. 5610 en 5611;

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 10 april 2018.

Ten aanzien van ZD 6 Opiumwet, bezit (09/767344-15, feit 3):

- het proces-verbaal van bevindingen (B/C/05), p. 6501 t/m 6511;

- het proces-verbaal Team Forensische Opsporing, Team Narcotica (ZD 6 AH/121), p. 3367 t/m 3370;

- een geschrift, te weten een ‘Rapport identificatie van drugs en precursoren’ opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut (ZD 6 AH/149), p. 3371 en 3372;

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 10 april 2018.

Ten aanzien van ZD 8 Wet wapens en munitie (09/7655016-16, feit 3):

- het proces-verbaal van bevindingen (B/C/05), p. 6501 t/m 6511;

- het proces-verbaal Team Forensische Opsporing, Wapens, Munitie en Explosieven ten aanzien van vuurwapen en munitie (ZD 8 AH/208), p. 3909 t/m 3911;

- het proces-verbaal van bevindingen Team Forensische Opsporing ten aanzien van pistool Tanfoglio (ZD 8 AH/164), p. 3912;

- het proces-verbaal Team Forensische Opsporing, Wapens, Munitie en Explosieven (ZD 8 AH/136), p. 3913 en 3914;

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 10 april 2018.

3.6.2

ZD 6 Opiumwet (09/767344-15, feit 2, handelen)

De verklaringen van de aangeefsters

De zeven vrouwen die aangifte hebben gedaan tegen de verdachte hebben allen verklaard dat de verdachte ( [naam] ) drugs aan hen verstrekte/verkocht en dat zij zich in ruil daarvoor moesten prostitueren. Zij betaalden de drugs met het geld dat zij verdienden als prostituee.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat de verdachte cocaïne aan haar verkocht en dat zij zich in ruil daarvoor moest prostitueren. Zij heeft de verdachte ongeveer in 2011 leren kennen. [slachtoffer 1] kreeg geen geld, maar drugs als zij een klant had gehad.11

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op de [adres] in Gouda heeft gewerkt en dan drugs van de verdachte kreeg. Zij betaalde de drugs met het geld dat zij verdiende als prostituee.12

[slachtoffer 7] heeft verklaard dat zij in een café zat te chillen en een pijpje wilde roken. Zij was daar met een jongen en hij wist daar wel iemand voor. Zo is zij in contact gekomen met de verdachte. Zij wilde in eerste instantie alleen maar drugs kopen. De verdachte maakte in de nacht van 2 augustus 2012 op een gegeven moment een basepijpje voor haar klaar om te roken. Later, nadat de foto’s klaar waren, heeft zij nog een base gerookt. Zij heeft in de slaapkamer met [slachtoffer 6] base gerookt.13

[slachtoffer 5] heeft verklaard dat zij voor de verdachte heeft gewerkt. Zij heeft meegedaan aan gangbangs in de woning van [slachtoffer 1] en zij heeft als prostituee gewerkt in de woning van [getuige 4] . Zij kreeg daar cocaïne voor. Zij gebruikte in die tijd dagelijks drugs. Zij betaalde voor de drugs, maar zij had ook regelmatig seks met de verdachte voor de drugs. Rondom de geboorte van verdachtes dochter (geboortedatum [datum] 2012) was het contact tussen hen verbroken. Zij heeft de verdachte daarna weer gesproken toen zijn dochter ongeveer twee jaar was. Zij heeft toen voor drugs kleding voor zijn dochter gestolen.14

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij seksuele handelingen bij de verdachte moest verrichten en dat zij in ruil daarvoor drugs van hem kreeg. Zij leerde de verdachte eind 2009 kennen en het contact heeft in elk geval nog tot in 2012 geduurd. [slachtoffer 3] heeft ook seksuele handelingen bij een klant verricht en kreeg daarvoor cocaïne van de verdachte.15

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij in de periode van 2007 tot 2012 veel drugs kreeg van de verdachte en dat zij dat moest betalen door voor hem in de prostitutie te werken. Zij gebruikte cocaïne en heroïne. In de woning aan de [adres] heeft zij van de verdachte ‘wit’ en ‘bruin’ gekregen. Toen de verdachte er een keer niet was, heeft zij met [slachtoffer 6] bij een andere dealer cocaïne gehaald. [slachtoffer 4] heeft verder verklaard dat zij ook wel eens voorafgaand aan de seks cocaïne of heroïne kreeg en soms als het klaar was.16

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij de verdachte leerde kennen toen zijn dochter drie maanden oud was (geboortedatum [datum] 2012). Zij kocht de drugs van de verdachte met het geld dat zij verdiende als prostituee. Zij kreeg ook wel drugs van de verdachte als zij niet werkte. [slachtoffer 6] is een keer met de verdachte meegereden naar Zoetermeer om drugs te verkopen. [slachtoffer 6] heeft ook in Gouda gewerkt en kreeg daar ook drugs van de verdachte. Op 11 maart 2016 had [slachtoffer 6] nog contact met de verdachte. De verdachte bracht haar drugs. Zij werkte nog steeds als prostituee en niet zij, maar de verdachte kreeg het geld. Zij kreeg eten, drinken en drugs.17

Zowel [slachtoffer 3] als [slachtoffer 6] hebben verklaard dat de verdachte drugs in de woning van zijn vader bewaarde.18

De verklaringen van andere getuigen

[getuige 1] heeft verklaard dat zij de verdachte ( [naam] ) via [slachtoffer 6] heeft leren kennen. Meisjes gingen werken als prostituee en kregen daarvoor cocaïne en heroïne van hem. [getuige 1] kocht cocaïne van de verdachte. Zij heeft ook wel seks gehad met de verdachte in ruil voor de drugs. De andere meisjes hadden ook seks met de klant of met hem zelf. [getuige 1] heeft ook wel eens op de pof bij de verdachte gekocht. Dan betaalde zij hem terug na een klant. Zij heeft gezien dat meiden geld aan hem gaven.19

[getuige 2] heeft verklaard dat zij de verdachte in 2011 leerde kennen. De verdachte had drugs en zij kreeg dat van hem. [slachtoffer 1] heeft in haar woning in Ommoord gewerkt. De verdachte was daar bij aanwezig. [slachtoffer 1] kreeg het geld van de klant en [slachtoffer 1] gaf het geld aan de verdachte. [slachtoffer 1] kreeg drugs; voor er een klant kwam een trekje en daarna weer een trekje. [slachtoffer 6] heeft haar verteld dat zij werkte voor de drugs en vaak ook nog moest betalen voor de drugs. [getuige 2] heeft gezien dat [slachtoffer 6] drugs kreeg. Zij weet dat de dames van tevoren en erna wat drugs wilden. De verdachte schreef op wat er was verdiend en wat er was gebruikt. [getuige 2] heeft meer drugs gebruikt dan waarvoor zij aan de verdachte heeft betaald; hij gaf gemakkelijk drugs op de pof.20

[getuige 3] heeft verklaard dat zij de verdachte kent. [getuige 3] heeft cocaïne bij hem gekocht. Dat kan in 2011 zijn geweest. Hij zei wel eens dat de betaling dan wel later zou komen. Hij heeft haar onder druk gezet. Hij wilde geld van haar, dan moest zij van hem de prostitutie in, maar dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft wel seks met de verdachte zelf gehad om zo haar drugs te betalen. De verdachte heeft [getuige 3] bankpas meegenomen.21

[getuige 4] heeft op 4 augustus 2012 verklaard dat de verdachte onder meer in cocaïne handelt en dat hij drugs aan meisjes geeft en hen dan dingen laat doen die zij niet willen.

[getuige 4] heeft in 2016 meerdere verklaringen afgelegd. Hij heeft verklaard dat de verdachte altijd meisjes uitzoekt die verslaafd zijn aan cocaïne of heroïne, dan kan hij zeggen dat de meisjes met iemand (een klant) naar bed moeten. Als dames poften, dan zei de verdachte: ‘Oké, geef je ID maar, dan weet ik zeker dat je terugkomt om te betalen.’ De dames hadden altijd schulden door dat gebruik. Hij heeft ook gezien dat de verdachte drugs verkocht. [slachtoffer 1] was verslaafd en de verdachte was haar pooier en dealer. [slachtoffer 6] en [slachtoffer 1] hebben hem verteld dat zij seks met klanten of met de verdachte moesten hebben in ruil voor drugs. Zij moesten dan gaan werken om de drugs te betalen die zij gepoft hadden van de verdachte. Zij kregen de drugs via de verdachte. [slachtoffer 1] gebruikte cocaïne en heroïne en [slachtoffer 6] gebruikte cocaïne. [getuige 4] heeft gezien dat verdachte drugs aan [slachtoffer 6] gaf. Hiervoor moest ze op een kamer seksuele handelingen met klanten en ook seksuele handelingen met verdachte verrichten.22

Aantreffen cocaïne en heroïne en bankpassen en identiteitsbewijzen

Bij een doorzoeking van de woning van de vader van de verdachte ( [adres] te Zoetermeer) is in verdachtes kamer in die woning 146 gram cocaïne en 65 gram heroïne aangetroffen. Daarnaast zijn vele bankpassen en identiteitsbewijzen aangetroffen, welke voor het overgrote deel op naam staan van personen die bij de politie staan geregistreerd als harddrugsgebruiker. Er zijn ook bankpassen aangetroffen op naam van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] , welke geldig zijn tot respectievelijk 05/2015, 05/2017 en 05/2019.23

Daarnaast zijn er onder meer de volgende bankpassen en identiteitsbewijzen aangetroffen:

- Nederlands paspoort op naam van [naam] , geldig van 22 september 2008 tot en met 22 september 2013;24

- Nederlands paspoort op naam van [naam] , geldig van 3 september 2012 tot 3 september 2017;25

- ING betaalpas op naam van [naam] , geldig tot 06/2017;26

- Rabobankpas op naam van [naam] , geldig tot 03/2023 en een Nederlandse identiteitskaart op naam van [naam] , geldig van 15 september 2008 tot 15 september 2013;27

- ABN Amro betaalpas op naam van [naam] , geldig tot 08/17;28

- ABN Amro betaalpas op naam van [naam] , geldig tot 08/17;29

- Rabobankpas op naam van [naam] , geldig tot 04/17;30

- Rabobankpas op naam van [naam] , geldig tot 04/25;31

- ABN Amro wereldpas op naam van [naam] , geldig tot 02/2015.32

De verklaring van de verdachte

De verdachte heeft verklaard dat de 146 gram cocaïne en 65 gram heroïne, welke in zijn kamer in de woning van zijn vader zijn aangetroffen, van hem zijn.33

De verdachte heeft ter terechtzitting van 10 april 2018 verklaard dat er een klein gedeelte snuifcoke lag en dat hij later in 2016 een deel had ingekocht voor zijn partner om te kunnen afbouwen. Hij wilde niet dat zij overal ging scoren. Als hij weg was, kwamen altijd mensen en dealers aan de deur voor zijn partner. Hij wilde dat niet.

De verdachte heeft verder verklaard dat hij tot aan zijn laatste veroordeling voor drugshandel in 2007 wel bankpassen en identiteitsbewijzen als onderpand innam van zijn klanten. De aangetroffen bankpassen en identiteitsbewijzen zouden dus van die periode kunnen zijn. Op de vraag van de rechtbank hoe de bankpassen en identiteitsbewijzen met geldigheidsdata van na 2007 bij de verdachte zijn terechtgekomen, heeft de verdachte verklaard dat er periodes zijn geweest dat veel mensen bij hem langskwamen en dat zij weleens wat vergaten en bij hem achterlieten. Bovendien haalde hij wel woningen leeg (waaronder de woning van [slachtoffer 1] ) die moesten worden ontruimd en daar vond hij ook wel bankpassen en identiteitsbewijzen. Dit waren gebruikerspanden, dus het kan dat deze personen als harddrugsgebruikers geregistreerd staan. Op de vraag van de rechtbank waarom hij deze bankpassen en identiteitsbewijzen niet heeft doorgeknipt, weggegooid of ingeleverd bij de betreffende instanties, heeft de verdachte verklaard dat hij daarin inderdaad nalatig is geweest. Hij was er ook nog niet aan toegekomen om de bankpassen en identiteitsbewijzen in die kamer op te ruimen.

Het oordeel van de rechtbank

De verklaringen van de aangeefsters met betrekking tot het verkopen/verstrekken van cocaïne en heroïne door de verdachte worden ondersteund door de verklaringen van de andere getuigen. Daarnaast vinden de verklaringen van de aangeefsters en de andere getuigen steun in de aangetroffen 146 gram cocaïne en 65 gram heroïne. Die hoeveelheid cocaïne en heroïne is aan te merken als een handelsvoorraad. De stelling van de verdachte dat hij deze drugs heeft aangeschaft voor zijn partner om haar haar verslaving te kunnen laten afbouwen, vindt geen steun in het dossier en acht de rechtbank, gelet op alle verklaringen, niet aannemelijk.

De verdachte heeft verklaard dat hij meerdere malen is veroordeeld voor het dealen van drugs. De laatste veroordeling was in 2007. Toen hij drugs dealde, werden bankpassen en identiteitsbewijzen als onderpand door klanten afgegeven. In het licht van deze eerdere veroordelingen is het naar het oordeel van de rechtbank niet onaannemelijk dat de aangetroffen bankpassen en identiteitsbewijzen met een geldigheidsdatum van voor 2007 of tot kort na 2007 afkomstig zijn uit die periode.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte met betrekking tot de aangetroffen bankpassen en identiteitsbewijzen met een geldigheidsdatum van ruim na 2007 in het licht van de overige bewijsmiddelen dan ook niet aannemelijk. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze bankpassen en identiteitsbewijzen eveneens als onderpand door klanten aan de verdachte afgegeven of door hem ingenomen, binnen de hem ten laste gelegde periode.

Daarmee vormen de aangetroffen bankpassen en identiteitsbewijzen een aanvullende ondersteuning voor de verklaringen van de aangeefsters en getuigen.

Conclusie

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte in de periode van 1 januari 2011 tot en met 21 mei 2016 heeft gehandeld in cocaïne en heroïne.

3.6.3

ZD 1 [slachtoffer 1] (09/767344-15)

De verklaringen van [slachtoffer 1] 34

[slachtoffer 1] heeft op 18 mei 2015 verklaard dat zij problemen heeft met de verdachte. Zij is door hem misbruikt; zij moest voor hem de hoer spelen. Zij krijgt soms cocaïne van hem om te roken. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij nooit aangifte heeft durven doen, maar dat zij nu niet langer misbruikt wil worden en deze stap wel durft te nemen.35

[slachtoffer 1] heeft op 12 juni 2015 aangifte gedaan van mensenhandel door verdachte. Zij is nadien op verscheidene momenten nader gehoord door de politie en heeft daarnaast op 21 november 2016 en 12 februari 2018 nog een verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris.

[slachtoffer 1] is vanaf haar 17e jaar drugsverslaafd. Vroeger was zij winkeldievegge om in haar levensonderhoud te voorzien. Als de winkels al dicht waren, heeft zij zichzelf wel eens geprostitueerd in de Waldorpstraat, daarbij was zij wel altijd ‘eigen baas’.

[slachtoffer 1] heeft verdachte leren kennen bij [getuige 5] thuis. Zij gaf verdachte haar adres ( [adres] te Zoetermeer) en verdachte is vervolgens een paar keer bij haar thuis gekomen om aan haar drugs te verkopen. [slachtoffer 1] bouwde schulden bij verdachte op doordat hij haar van drugs voorzag. In het begin hoefde zij niet direct te betalen, maar schreef verdachte het op. Op een gegeven moment (aangeefster weet het jaartal niet meer) wilde verdachte dat zij ‘de hoer ging spelen’. Aanvankelijk wilde [slachtoffer 1] dit niet. De eerstvolgende keer dat zij verdachte zag, heeft zij seks met verdachte gehad in ruil voor drugs. Daarna is zij alsnog voor verdachte als prostituee gaan werken in haar eigen woning. Zij was zeer beïnvloedbaar en zei overal ja en amen op. Verdachte beschikte over een sleutel van haar woning. Verdachte maakte foto’s van haar en maakte een advertentie die hij vervolgens op [website] en [website] plaatste. Verdachte deed de mails, de apps en de advertenties. Hij regelde ook een werktelefoon. Verdachte had deze telefoon bij zich als zij niet aan het werk was. Als er werd gebeld moest zij de telefoon opnemen. Verdachte instrueerde haar hoe zij de hoer moest spelen; zo moest zij bijvoorbeeld oefenen hoe zij de telefoon moest opnemen. Verdachte noemde zichzelf ‘Patron’; dat betekent baas.

Verdachte had het constant over ‘de schuld’. Hij rekende naast de kosten van de drugs ook rente. [slachtoffer 1] moest een pakje coke ter waarde van € 20 kopen voor € 100. [slachtoffer 1] moest zich vervolgens prostitueren om de schulden af te betalen. Verdachte had steeds andere meiden bij zich, altijd meiden die dope gebruikte en daardoor afhankelijk van hem waren. Verdachte zegt dan dat ze een schuld hebben, maar dat kunnen ze nooit afbetalen, doordat ze blijven gebruiken, waardoor de schuld nooit stopt. Een paar meiden ( [slachtoffer 6] en [slachtoffer 3] ) moesten van hem ook bij haar in de woning verblijven; verdachte bepaalde dat.

Als er klanten kwamen voor de prostitutie dan mochten zij een meisje kiezen. Eerst werd er betaald door de klant. Voor een uurtje ‘baar’ was het € 160 en voor een half uur € 100. [slachtoffer 1] deed het zonder condoom, omdat dat een beslissing van verdachte was. Hij vroeg het aan haar en zij deed toch alles wat hij zei. [slachtoffer 1] moest ook werken als zij ziek was. Zij was beïnvloedbaar en dan doe je alles wat iemand tegen je zegt, aldus [slachtoffer 1] . Het geld werd door de klant aan [slachtoffer 1] gegeven en zij gaf het vervolgens direct aan verdachte voordat zij met de klant aan het werk ging. Daarnaast organiseerde verdachte gangbangs bij haar thuis, in Palenstein, op de [adres] in Den Haag en bij een man thuis in Breda. [slachtoffer 1] moest hieraan deelnemen. Andere dames die meededen aan de gangbangs waren [slachtoffer 5] , [getuige 6] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] en/of [getuige 2] . De klanten die hiervoor kwamen, betaalden rechtstreeks aan verdachte. Verdachte zelf nam hieraan niet deel; hij speelde de rol van gastheer en verzorgde de drankjes en dergelijke. [slachtoffer 1] kreeg helemaal niets van het door haar verdiende geld. Zij kreeg na iedere klant een klein beetje dope om te basen. Soms kreeg zij ook een beetje coke voordat zij een klant had. Als zij een grote mond had in de ogen van verdachte, moest zij wel een klant nemen, maar kreeg zij geen dope. Als [slachtoffer 1] niet naar hem luisterde, kreeg zij geen drugs om te roken. Vanaf het moment dat [slachtoffer 6] in beeld was, kreeg [slachtoffer 1] na een klant voor € 10 dope in een pakje van verdachte. Zij kreeg dit dan via [slachtoffer 6] die er eerst nog de helft voor zichzelf uit had gehaald. [slachtoffer 1] werkte in die periode van 13:00 uur tot 01:00 uur; als er geen klanten waren, zat zij daar te wachten. Verdachte was in de woning als zij aan het werk waren, soms ging hij even weg, maar dat was maar heel zelden. Verdachte zat er voor hun veiligheid. In het weekend was verdachte er soms niet als hij naar zijn schoonouders moest.

De verdachte beschikte over haar bankpasje en pincode. Hij haalde geld van haar rekening. [slachtoffer 1] ontving maandelijks een uitkering. De vaste lasten werden automatisch afgeschreven. Wat er overbleef werd door verdachte gepind. Vanaf het moment dat [slachtoffer 1] onder bewindvoering stond, kreeg zij wekelijks leefgeld, dat vervolgens ook door verdachte van haar werd afgenomen. Hij kocht wel de spullen die zij nodig had zoals make-up en lingerie. Verdachte kocht soms wat boodschappen; cornflakes, brood, melk en gehakt, nooit warm eten, nooit aardappelen, groenten en vlees. Verdachte betaalde dit dan wel van haar geld of bracht dit bij haar in rekening. Hij bracht ook benzinekosten in rekening. Verdachte had het altijd over de schuld die zij bij hem zou hebben en dat zij daarvoor moest werken. Zij kreeg nooit geld van hem, alleen drugs. [slachtoffer 1] probeerde wel eens een extraatje in haar eigen zak te houden, omdat zij geen geld had om te eten, een warme maaltijd zat er niet bij. Verdachte haalde wel eten, maar dat was maar een beetje en van de frituur.

[slachtoffer 1] is op een gegeven moment haar huis kwijtgeraakt en heeft de huur moeten opzeggen. Zij had toen nog drie maanden voordat zij er echt uit moest. In die periode heeft zij voor verdachte in het huis van [getuige 4] op de [adres] in de wijk Palenstein in Zoetermeer gewerkt. Verdachte had de sleutel van de woning van [getuige 4] . Verdachte haalde haar aanvankelijk thuis op, later ging zij op eigen gelegenheid met de tram. Zij ging dan omdat dat van hem, verdachte, moest. Verdachte was er dan ook. Zij werkte drie of vier dagen in de week bij [getuige 4] .

Verdachte kwam daarna met een andere werklocatie: een kantoor op de [adres] in Den Haag. Verdachte had dit pand gehuurd voor zijn beveiligingsbedrijf. In de kamer lag een opblaasbed, het was er heel koud. Op deze locatie hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] gewerkt. In die periode woonde [slachtoffer 1] via het project ‘laatste kans’ op de [adres] . Op dat adres moest opnieuw [slachtoffer 6] bij haar blijven slapen in opdracht van verdachte. [naam] haalde haar een paar honderd meter van haar huisadres op.

Tot slot heeft zij voor hem gewerkt bij [getuige 7] op de [adres] in Gouda. Verdachte heeft haar daar een keer geslagen. Anderen die daar zo voor hem werkten waren: [slachtoffer 6] , [getuige 2] uit Rotterdam ( [getuige 2] ), [getuige 6] , [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] ) en [slachtoffer 5] . Verdachte hield hier een administratie bij. In de periode van Gouda was zij dermate gedrogeerd dat zij alles van hem pikte.

Soms kreeg zij tussentijds wel eens de tijd (een week of twee) om na te denken, maar na twee weken gaf verdachte haar weer dope en ging zij weer mee om te werken voor hem, omdat er een schuld openstond waardoor zij wel moest werken. De schuld liep heel snel op. Dan kocht je voor € 20 (verdachte woog dit af en [slachtoffer 1] kon dit aan de hoeveelheid zien) en betaalde je € 100, met rente zeg maar, dat moest je er dan bij betalen. Verdachte vertelde haar dan dat dat pakje drugs haar € 100 kostte. Nam je af voor € 10 aan drugs, dan schreef hij € 55 op. ‘Hij bepaalde hoeveel drugs wij kregen; wij hebben nooit veel drugs gekregen.’ Verdachte verdiende dubbel aan haar: doordat zij een prostitutieklant had gehad en doordat zij dope van hem afnam. [slachtoffer 1] heeft tot eind mei 2015 voor verdachte gewerkt in Gouda.

Getuigen

De onderbuurvrouw van [slachtoffer 1] op de [adres] te Zoetermeer, mevrouw [getuige 8] , heeft verklaard dat zij veel overlast had van de woning boven haar (de woning van [slachtoffer 1] ); het was een hoerenkast. Op 20 november 2012 is [slachtoffer 1] uit de woning weggegaan. [slachtoffer 1] had een pooier, beetje Indisch of Surinaams. Hij was er iedere avond, hij kwam iedere avond om 20:00 uur, daar kon je de klok op gelijk zetten. Er was ook een Poolse meid, die werkte daar ook, maar pas sinds de laatste paar jaar. Er was veel aanloop van mannen. [slachtoffer 1] was drugsverslaafd.36 Diverse andere buurtbewoners verklaren over het feit dat [slachtoffer 1] er steeds slechter uit ging zien vanaf het moment dat zij kennis kreeg aan een man (‘Surinamer’/’Antilliaan’), zwaar gebouwd met een snee boven zijn lip en een bril op. Deze man zou haar pooier zijn geweest. [slachtoffer 1] prostitueerde zich in haar eigen woning en daar was ook nog een andere jonge vrouw van Oost-Europese afkomst bij. Er kwamen veel mensen op en aan.37

[getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] in haar woning in Ommoord heeft gewerkt; drie tot vier keer in de week. Het is drugs gerelateerd. Verdachte was daar bij aanwezig. [slachtoffer 1] kreeg het geld van de klant en [slachtoffer 1] gaf het geld aan verdachte. [slachtoffer 1] kreeg drugs; voor er een klant kwam een trekje en daarna weer een trekje. Verdachte schreeuwde wel eens tegen [slachtoffer 1] en gedroeg zich tegenover haar als een moeder tegen een puber. Hij deed gemeen tegen haar door haar bijvoorbeeld te kakken te zetten. Verdachte schreef op wat er was verdiend en wat er was gebruikt.38

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij wist dat [slachtoffer 1] in haar eigen huis op de [adres] voor verdachte werkte. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij zich ook een keer in het huis van [slachtoffer 1] heeft geprostitueerd, maar dat zij het niet meer trok en dat [slachtoffer 1] het toen afmaakte. Ook een andere keer sprong [slachtoffer 1] bij toen [slachtoffer 3] zelf het niet meer trok. [slachtoffer 1] had geen keuze om zich zelf te prostitueren; zij had schulden bij verdachte. Na een klant kreeg [slachtoffer 1] een beetje drugs; [slachtoffer 3] was er vaak bij als verdachte dit klaarmaakte. Het was verdachte die bepaalde hoeveel drugs iemand kreeg. De drugs werd niet eerlijk onder elkaar verdeeld. Verdachte wilde daarmee laten zien dat wanneer je het goed deed, je meer drugs kreeg. Verdachte werd boos op [slachtoffer 1] als zij er niet goed uitzag; zij moest er goed uit blijven zien. [slachtoffer 1] en zij moesten altijd paraat staan om te gaan werken voor hem. Verdachte zei dan dat ze gewoon niks meer kreeg. Hij zei dan letterlijk: ‘Eerst ervoor werken en daarna krijg je wat!’ Verdachte werd nog bozer toen [slachtoffer 1] een keer bij een andere dealer iets is gaan halen. [slachtoffer 3] heeft voorts verklaard dat zij haar bankpasje aan verdachte moest geven en dat zij dit pas terugkreeg als zij hem ‘betaald’ had. Dit deed verdachte bij meerdere mensen zo, ook bij [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft ook voor verdachte gewerkt bij [getuige 4] thuis.39

[slachtoffer 5] heeft verklaard dat in haar ogen van alle vrouwen [slachtoffer 1] het ergste is behandeld door verdachte; [slachtoffer 1] had zelfs geen zeggenschap meer over haar eigen woning. Verdachte had [slachtoffer 1] ’ huissleutel, gebruikte haar woning als werkplek, niet alleen voor [slachtoffer 1] zelf, maar ook voor anderen. Verdachte nam af en toe ook een ander grietje mee dat bij [slachtoffer 1] moest slapen; het was haar huis niet meer, het werd voor [slachtoffer 1] geregeld door verdachte. [slachtoffer 5] heeft ook even bij [slachtoffer 1] gewoond. Verdachte, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] hebben toen [slachtoffer 1] ’ huis geverfd. Verdachte heeft toen ook wat spullen gekocht, hij had [slachtoffer 1] ’ bankpas. [slachtoffer 5] heeft ook deelgenomen aan een gangbang in het huis van [slachtoffer 1] . Verdachte zelf liep toen rond met een filmcamera. [slachtoffer 1] deed wel mee. [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] kregen daarvoor drugs. Bij verdachte was het zo dat als je drie trekjes had genomen je pakje op was. [slachtoffer 1] was zo afhankelijk van verdachte: [slachtoffer 1] had haar pasje niet meer, haar huis werd gebruikt en zij was ook nog eens afhankelijk van hem wanneer zij dan een trekje van hem kreeg en waar. Verdachte zei dan: ‘Doe er nog een (klant), dan kun je straks een trekje nemen.’ [slachtoffer 5] heeft ook samen met verdachte, een ander meisje en [slachtoffer 1] in de auto gezeten naar Gouda. In het huis van [getuige 7] waren [slachtoffer 1] en dat andere meisje aan het werk als prostituee.40

[slachtoffer 4] (‘ [slachtoffer 4] ’) heeft verklaard dat verdachte altijd heel naar tegen [slachtoffer 1] deed, dwingend. Hij vernederde [slachtoffer 1] tegenover andere mensen. Hij bekte haar af. Verdachte deed net of het zijn eigen huis was. [slachtoffer 1] moest bij wijze van spreken vragen of zij naar de wc mocht, in haar eigen huis. [slachtoffer 4] denkt dat [slachtoffer 1] bang voor hem was. Dat zag zij aan haar houding en gedrag. Als hij tegen haar zei: ‘ga zitten’ of ‘doe iets’, dan deed zij dat. Wat hij zei dat gebeurde gewoon. Als verdachte opstond of iets ging doen, dan kromp zij ineen. [slachtoffer 1] heeft [slachtoffer 4] gewaarschuwd voor hem. [slachtoffer 1] zei: ‘Ik zit nou aan hem vast! Hij neemt mijn huis over en ik kan er niks aan doen. Laat niet hetzelfde gebeuren!’ Toen is [slachtoffer 4] ook een soort van weggelopen. Hij versneed ook [slachtoffer 1] ’ coke met paracetamol zonder dat zij dat wist. Verdachte zei tegen [slachtoffer 4] dat [slachtoffer 1] toch niet zoveel klanten had. Waarom zou hij haar goede coke geven, ze rookt het toch wel op en zegt niks. Ook zei verdachte dat hij zo een deel van haar schuld afhaalde. [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] mochten er niks van zeggen tegen [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] kreeg klanten thuis en moest ook met klanten mee in auto’s. [slachtoffer 4] heeft gezien dat er klanten voor [slachtoffer 1] kwamen. Verdachte nam het geld in ontvangst. Als verdachte er niet was en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4] er wel waren, dan namen zij het aan en belden zij verdachte. Hij kwam dan snel het geld ophalen, hij was meestal in de buurt. [slachtoffer 4] heeft ook een paar dagen in de woning van [slachtoffer 1] gewerkt. Eerst zag het huis van [slachtoffer 1] er niet uit. Verdachte wilde het opknappen om er klanten te kunnen ontvangen. Hij zei: ‘Zo kan ik niet werken’ en ‘Je moet het opruimen hier.41

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij [slachtoffer 1] heeft leren kennen via verdachte. [slachtoffer 6] ging samen met verdachte naar [slachtoffer 1] ’ woning. [slachtoffer 1] trilde alsof ze Parkinson had toen hij kwam. [slachtoffer 1] werkte als prostituee voor verdachte vanuit haar woning. [slachtoffer 6] heeft daar ook gewerkt en werd verdachtes ‘buitenvriendin’ en zij moest op [slachtoffer 1] letten. [slachtoffer 6] lette op [slachtoffer 1] in het belang van de omzet. [slachtoffer 1] werkte het meeste.

[slachtoffer 6] heeft af en toe bij [slachtoffer 1] geslapen in de woning die zij later is kwijtgeraakt. Verdachte besliste dat [slachtoffer 6] daar mocht blijven. Verdachte bepaalde sowieso alles; hij bepaalde hoeveel drugs je kreeg. [slachtoffer 6] heeft een paar maanden in een zomerperiode gewerkt in de woning van [getuige 4] . [slachtoffer 1] heeft daar ook regelmatig gewerkt. [slachtoffer 6] en [slachtoffer 1] hebben ook gewerkt in de woning van [getuige 9] en in de woning van [getuige 7] in Gouda. Ook met andere meiden, maar [slachtoffer 1] hoorde er standaard bij. Verdachte regelde de advertenties en hij mailde de mannen voor de afspraken. Het kwam daar wel eens voor dat verdachte wegging. [slachtoffer 6] heeft wel eens afgerekend met klanten van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 6] nam het geld aan en gaf het vervolgens aan verdachte. [slachtoffer 6] heeft ook voor verdachte gewerkt op de [adres] . Verdachte had daar samen met een zakenpartner een pand gehuurd voor hun beveiligingsbedrijf. [slachtoffer 1] had veel schulden bij verdachte. [slachtoffer 1] moest verdachte € 3000 betalen. Dat bedrag hoorde [slachtoffer 6] constant. Toen hadden zij het over de erfenis van haar ( [slachtoffer 1] ’) moeder. [slachtoffer 6] vond het niet eerlijk dat [slachtoffer 1] maar een beetje drugs kreeg, terwijl [slachtoffer 1] al het vieze werk deed. [slachtoffer 1] deed alles… zonder condoom en allerlei vormen van seks. [slachtoffer 1] moest de drugs eerst verdienen volgens verdachte. Dan kreeg zij een beetje om haar tevreden te stellen. [slachtoffer 6] heeft één keer gezien dat [slachtoffer 1] twee klappen op haar hoofd kreeg van verdachte. [slachtoffer 6] heeft verder verklaard dat verdachte haar betaalde met drugs. [slachtoffer 6] ’s uitkering ging ook naar verdachte. Hij had haar bankpas en pincode en haalde het geld er zelf af. Dat deed hij ook bij [slachtoffer 1] .42

[getuige 3] heeft verklaard dat zij verdachte kent. [getuige 3] heeft drugs bij hem gekocht, cocaïne. Dat kan in 2011 zijn geweest. Hij zei wel eens dat betaling later dan wel zou komen. Hij heeft haar onder druk gezet. Hij wilde geld van haar, dan moest zij van hem de prostitutie in, maar zij had op dat moment helemaal geen schuld openstaan. [getuige 3] heeft niet de hoer gespeeld, maar wel seks met verdachte zelf gehad om zo haar drugs te betalen. Hij zet mensen onder druk, hij neemt seksfilms op, aldus [getuige 3] . Verdachte heeft [getuige 3] bankpas meegenomen. [getuige 3] heeft verklaard dat verdachte ook de bankpas van [slachtoffer 1] had afgepakt. [slachtoffer 1] moest werken in haar huis. Zij moest de hoer spelen, zij kon niet anders. [getuige 3] herkent [slachtoffer 1] van een foto.43

[getuige 4] heeft verklaard dat verdachte altijd meisjes uitzoekt die verslaafd zijn aan cocaïne of heroïne, dan kan hij zeggen dat de meisjes met iemand (een klant) naar bed moeten. Als dames poften, dan zei verdachte: ‘Oké, geef je ID maar, dan weet ik zeker dat je terugkomt om te betalen.’ De dames hadden schulden door hun gebruik. De meisjes speelden de hoer en verdachte zette ze dan op internet, op [website] . Hij maakte een profiel aan. [getuige 4] heeft dit gezien toen verdachte bij hem ( [getuige 4] ) thuis was. Hij heeft ook gezien dat verdachte drugs verkocht. [getuige 4] heeft ook prostitutieklanten in zijn woning gezien. Die vertelden welke handelingen zij wensten en dan hoorden zij hoeveel dat ging kosten en dan gaven ze het geld aan verdachte en dan ging een van de meisjes met die man naar een kamer. [slachtoffer 1] was verslaafd en verdachte was haar pooier en dealer. [slachtoffer 1] heeft [getuige 4] verteld dat zij seks met klanten of met verdachte moest hebben in ruil voor drugs. Zij moest dan gaan werken om de drugs te betalen die zij gepoft had van verdachte. [getuige 4] neemt aan dat verdachte de gepofte bedragen onthield. Hij heeft hem nooit iets zien opschrijven. [slachtoffer 1] kreeg haar drugs van verdachte. [slachtoffer 1] heeft 1 jaar tot 1,5 jaar in zijn woning gewerkt. Zij werkte 3 à 4 dagen in een week bij hem. Zij werkte ook al in zijn vorige woning in Loosduinen. Verdachte was er 7 van de 10 keer bij. Hij kreeg niet een percentage van het door de dames verdiende geld, maar hij kreeg het hele bedrag. [slachtoffer 1] kon je wat cocaïne geven en zij deed alles. [slachtoffer 1] deed alles voor een balletje. De drugs die zij kreeg stonden niet in verhouding tot de seks met een klant; zij kreeg minder drugs. [slachtoffer 1] is toen door de woningbouw haar woning uitgezet. [getuige 4] heeft haar en ook verdachte voor het laatst gezien in 2012.44

[getuige 7] heeft verklaard dat hij verdachte zijn woning liet gebruiken voor zijn dames. [slachtoffer 1] was er daar een van. Zij kwam naar zijn woning met verdachte en [slachtoffer 6] samen. [getuige 7] wist dat [slachtoffer 1] een junk was en heeft haar aan verdachte horen vragen of ze nog wat mocht. In 2011 kwam verdachte met [getuige 2] . De eerste twee jaar heeft [getuige 7] verdachte alleen maar over [getuige 2] gehoord. [slachtoffer 1] kwam pas later. Zij heeft in zijn woning gewerkt tot 2014. [slachtoffer 1] werkte er 3 dagen in de week. Hij heeft haar ook in 2015 nog 2 à 3 keer gezien.45

Overige bevindingen

Een onderzoek in de politiesystemen naar aanwezigheid van verdachte op [adres] te Zoetermeer, het woonadres van [slachtoffer 1] , heeft laten zien dat er meerdere registraties zijn waarbij melding wordt gemaakt van de aanwezigheid van verdachte op voornoemd adres en waarbij er wordt gesproken over dealen en/of een bordeel aldaar. De registraties zijn van 7 februari 2011, 2 maart 2011, 22 maart 2011, 24 juni 2011, 6 juli 2012 en 4 augustus 2012.46 Ook bij de wijkagent is verdachte bekend in relatie tot [slachtoffer 1] en het adres [adres] .47

Bij een doorzoeking van de woning van de vader van verdachte ( [adres] te Zoetermeer) zijn er twee bankpassen t.n.v. [slachtoffer 1] aangetroffen.48

De telefoon van verdachte (Samsung Galaxy S5) is onderzocht en daarop zijn onder andere de volgende berichten49 aangetroffen:

Berichten van verdachte d.d. 07-05-2015 aan het nummer [telefoonnummer] @s.whatsapp.netSweetangelslove:

‘Hee gaat alles goed’ en ‘$$$????’

‘Doet [bijnaam] haar best’ en ‘Luistert ze’

‘Hoeveel is het totaalbedrag’

en op 09-05-2015:

‘Hoeveel zitten we nu’, waarop wordt gereageerd met: ‘In totaal €500 (met dat doekoe wat je al op zak had)’

De verklaring van de verdachte

Verdachte heeft eerst op zitting een verklaring afgelegd. Verdachte wist dat [slachtoffer 1] verslaafd was aan cocaïne. Verdachte heeft vanaf 2011 advertenties geplaatst voor [slachtoffer 1] en hij maakte de afspraken. Verdachte had een sleutel van de woning van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft toen aan [getuige 4] gevraagd of [slachtoffer 1] een tijdje bij hem mocht verblijven. Verdachte beschikte over een sleutel van de woning van [getuige 4] , ook over een sleutel van de woning van [getuige 4] vader. Verdachte heeft verder verklaard dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] hebben gewerkt op de [adres] te Gouda in de woning van [getuige 7] . Dat begon in 2013. Dat ging om een paar dagen per week. Verdachte maakte, plaatste en betaalde de advertenties, deed de mailtjes en de appjes en betaalde de huur van de werkkamers in de woning van [getuige 7] . Verder vervoerde verdachte de dames met zijn auto. Ten aanzien van de voorgehouden WhatsApp-gesprekken met ‘Sweetangelslove’ heeft verdachte verklaard dat dit een gesprek van hem met [slachtoffer 6] betrof.50

Verdachte heeft verklaard dat zijn partner, [getuige 6] , verslaafd is en in een methadonprogramma liep. Daar ontmoette zij [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] werkte als prostituee op straat en vanuit haar woning. [slachtoffer 1] vroeg steeds hulp aan [getuige 6] . [slachtoffer 1] zou zich onveilig voelen. Dit speelde in 2009. Verdachte heeft [slachtoffer 1] toen geholpen. De verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] , behalve de advertenties, alles zelfstandig deed. Later verklaart verdachte dat [slachtoffer 1] zelf de telefoon opnam en zelf afspraken maakte over de diensten die zij zou verlenen en voor welke prijs. Hij is er toen veel geweest, maar kon er niet 24/7 zijn. Hij heeft een camera opgehangen en haar woning opgeknapt. Verdachte heeft ontkend in die periode drugs te hebben gehad en ook dat hij drugs verkocht en/of verstrekt heeft aan [slachtoffer 1] . In ruil voor zijn hulp aan [slachtoffer 1] kreeg zijn partner, [getuige 6] , drugs van [slachtoffer 1] . Verdachte ging [slachtoffer 1] helpen, omdat [getuige 6] ook in de woning van [slachtoffer 1] kwam en hij het niet veilig vond als [getuige 6] daar alleen zou zijn. Hij heeft op deze manier met [slachtoffer 1] gewerkt in haar woning op de [adres] in Zoetermeer in de periode van 2009 tot en met 2012. Verdachte weet niets van een door [slachtoffer 1] bij hem opgebouwde schuld. Verdachte heeft [slachtoffer 1] juist geholpen met haar schulden. [slachtoffer 1] heeft op een gegeven moment zelf haar huis weggedaan. Verdachte heeft toen aan [getuige 4] gevraagd of [slachtoffer 1] een tijdje bij hem mocht verblijven. [slachtoffer 1] is daarna met [slachtoffer 6] bij [getuige 4] gaan werken als prostituee. Met de werkzaamheden bij [getuige 4] in huis heeft verdachte niets te maken. Verdachte beschikte over een sleutel van de woning van [getuige 4] , ook over een sleutel van de woning van [getuige 4] vader. In de woning van [getuige 4] is verdachte wel geweest om erotische foto’s te maken, onder andere ten behoeve van de advertenties. Dit was ook zo in de periode dat [slachtoffer 1] nog werkzaam was op de [adres] . In Ommoord heeft niets plaatsgevonden en een gangbang in Breda is door [slachtoffer 1] zelf georganiseerd. Verdachte ging mee voor de veiligheid en hij nam [slachtoffer 6] mee voor de make-up en dergelijke. Hij heeft nooit aan [slachtoffer 1] gevraagd of er iemand bij haar tijdelijk mocht verblijven in haar woning op de [adres] en later op de [adres] . Dat regelde [slachtoffer 1] allemaal zelf.

Op de [adres] had verdachte inderdaad een bedrijfspand gehuurd. Daar is nooit prostitutiewerk verricht. Verdachte heeft er wel (pornografische) filmpjes en foto’s gemaakt.

Verdachte heeft verder verklaard wel met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] te hebben gewerkt op de [adres] te Gouda in de woning van [getuige 7] . Dat begon in 2013. Dat ging om een paar dagen per week. Verdachte maakte, plaatste en betaalde de advertenties, deed de mailtjes en de appjes en betaalde de huur van de werkkamers in de woning van [getuige 7] , betaalde de boodschappen en schoot bedragen voor aan de dames zodat zij hun drugs konden kopen bij een dealer (niet zijnde hijzelf, want hij dealde geen drugs). Verder vervoerde verdachte de dames met zijn auto. Verdachte kreeg in ruil voor zijn werkzaamheden slechts een onkostenvergoeding voor de gebruikte benzine en datgene wat hij had voorgeschoten werd aan hem terugbetaald. Soms hield hij er wat aan over; het ging hem echter niet alleen om ondernemerschap, maar ook om de spanning. Verdachte is er uiteindelijk al met al zo’n € 1500 bij ingeschoten. Hij hield geen administratie bij. De dames zouden daar ook zelf met [getuige 7] hebben gewerkt.

Ten aanzien van de voorgehouden WhatsApp-gesprekken met ‘Sweetangelslove’ heeft verdachte verklaard dat dit een gesprek van hem met [slachtoffer 6] betrof. Zijn vragen waren uit bezorgdheid: [slachtoffer 1] wilde klanten, maar het ontbrak haar nog al eens aan hygiëne. Misschien luisterde zij beter naar [slachtoffer 6] . [slachtoffer 1] wilde geld verdienen en het belang van verdachte was zijn onkosten eruit halen. Ook wilde hij weten wie hoeveel kanten had gehad, zodat daar later bij de verdeling van het geld onder de dames geen ruzie over zou ontstaan.

Verdachte heeft verder ontkend ooit met de bankpas van [slachtoffer 1] te hebben gepind. Ook heeft hij ontkend op een andere manier over de uitkering van [slachtoffer 1] te hebben beschikt. De reden waarom twee bankpasjes van [slachtoffer 1] (en ook de andere pasjes en legitimatiebewijzen) op de alleen door hem gebruikte kamer in de woning van zijn vader zijn aangetroffen, is dat hij vaker drugspanden, bijvoorbeeld de woning van [slachtoffer 1] , heeft helpen ontruimen en dat er ook vaak gebruikers bij hem in huis kwamen die dat dan per ongeluk achterlieten. Hij borg ze dan op in die kamer.

Verdachte heeft ook ontkend [slachtoffer 1] ooit geslagen te hebben.

Conclusie

Op grond van voorgaande bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 1] verslaafd was aan harddrugs en de verdachte leerde kennen als dealer. Hij verstrekte haar ook wel cocaïne ‘op de pof’, waardoor zij een schuld bij hem opbouwde. Om die schuld af te betalen, moest zij haar bankpas en pincode aan de verdachte geven, waarna hij haar uitkering van haar rekening haalde. Hierdoor had [slachtoffer 1] geen beschikking meer over haar eigen geld en werd zij steeds meer afhankelijk van de verdachte, in het bijzonder omdat hij haar drugs bleef verstrekken en haar schuld bij hem liet oplopen. Op een gegeven moment stelde de verdachte haar voor om haar schulden aan hem af te betalen door voor hem als prostituee te gaan werken.

[slachtoffer 1] heeft in de tenlastegelegde periode voor de verdachte gewerkt als prostituee. Zij moest al haar verdiensten afstaan aan de verdachte. In ruil voor haar werk kreeg zij geen geld, maar alleen cocaïne van de verdachte, waarbij de hoeveelheid cocaïne niet in verhouding stond tot de werkzaamheden die zij moest verrichten. Doordat de schuld die zij bij de verdachte had steeds groter werd en vanwege haar verslaving, verkeerde zij in een steeds afhankelijker positie van de verdachte. Naast prostitutiewerkzaamheden met of voor derden moest zij ook eenmaal van de verdachte seksuele handelingen met hemzelf verrichten.

Zij heeft gewerkt in haar woning aan de [adres] in Zoetermeer, in de woning van [getuige 4] in Zoetermeer, aan de [adres] in Den Haag en in de woning van [getuige 7] aan de [adres] in Gouda. [slachtoffer 1] werd door verdachte gebracht naar, en gehaald van, verschillende van haar werkadressen. Ook werd zij op enkele van de adressen door verdachte gehuisvest. De verklaring van [slachtoffer 1] vindt op deze punten voldoende verankering in andere bewijsmiddelen. Zo blijkt uit de mutaties van begin 2011 dat er meldingen zijn dat de woning aan de [adres] in Zoetermeer werd gebruikt als bordeel en dat de verdachte daar bij aanwezig was.

De verklaring van de verdachte dat zij hem heeft benaderd omdat zij zich onveilig zou voelen en dat hij haar toen heeft geholpen en dat er sprake was van een samenwerking, vindt geen steun in het dossier. Zijn verklaring dat hij haar geen drugs heeft verstrekt en dat [slachtoffer 1] geen schuld bij hem had opgebouwd, vindt evenmin steun in het dossier. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt juist het tegendeel.

3.6.4

ZD 2 [slachtoffer 2] (09/767344-15, feit 4)

De verklaringen van [slachtoffer 2] 51

[slachtoffer 2] heeft op 25 mei 2016 aangifte gedaan. Zij is daarna gehoord op 10 november 2016. Op 2 februari 2017 is zij gehoord door de rechter-commissaris.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij de verdachte eind 2007 heeft ontmoet. Zij heeft ongeveer negen maanden bij de verdachte en zijn toenmalige partner [naam] gewoond en heeft de verdachte daarna (dus vanaf 2008) een lange tijd niet gezien. In die periode gebruikte zij veel drugs en heeft zij seksuele handelingen moeten verrichten. Hiervan heeft de verdachte ook filmpjes gemaakt.

Zij heeft de verdachte pas weer gezien toen hij samen met [slachtoffer 6] was. Zij hoorde van anderen dat [slachtoffer 6] voor de verdachte moest werken. Zij was gebeld door [slachtoffer 6] en zij vroeg [slachtoffer 2] om gezellig langs te komen. Zij wist dat de verdachte daar ook zou zijn. Zij is toen naar de [adres] in Gouda gegaan om te kijken waar de verdachte mee bezig was. [slachtoffer 2] wilde dat het daar in Gouda werd opgerold. Zij wilde hem verraden. Zij wilde de verdachte in de gaten houden, omdat hij haar verschrikkelijk heeft behandeld; hij was haar vijand. Zij wilde een vies spelletje spelen, maar [slachtoffer 6] wilde niet dat zij dat ging doen. Van [slachtoffer 6] mocht [slachtoffer 2] geen aangifte doen. Zij wilde weliswaar dat het daar stopte, maar zij kon daar niet gewoon zitten en observeren en vragen stellen aan [slachtoffer 6] . Zij moest daar wel werken als zij daar wilde blijven.

Zij heeft twee of drie keer op de [adres] in Gouda gewerkt. De eerste keer heeft zij wel klanten gehad, maar zij weet niet meer precies hoe en wat. De verdachte wilde foto’s van haar maken. Als er een klant kwam, nam zij het geld aan en gaf dat dan aan de verdachte. Zij kreeg geen geld, maar drugs van de verdachte. Zij betaalde de drugs van het geld dat zij verdiende als prostituee. Zij kreeg een grammetje dope ter waarde van 50 euro en had ongeveer 300 euro verdiend. Zij heeft een keer 900 of 700 euro op een avond verdiend en de verdachte wilde haar dan maar 100 euro geven. Zij kreeg dan wel een gedeelte van het geld, maar daarvan moest zij dan nog drugs en andere dingen betalen. Uiteindelijk hield zij niets over en ging zij naar huis zonder geld. Zij kreeg gedurende de dag als zij werkte ook drugs. Volgens haar zag de verdachte dat waarschijnlijk als zijn investering, zodat je daar zou blijven. Anders bleef je niet. De verdachte was er altijd bij toen zij in Gouda werkte. Hij regelde alles, zoals mailtjes en advertenties en maakte afspraken met klanten.

Getuigen

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij bij [getuige 7] op de [adres] in Gouda heeft gewerkt. [slachtoffer 1] was daar vaak bij. [slachtoffer 2] is er een paar keer geweest. [getuige 2] kwam ook wel langs. [slachtoffer 2] had ‘out of the blue’ een soort wraaklijst gemaakt en de verdachte stond op de eerste plaats. [slachtoffer 6] was bang dat zij het daar in Gouda helemaal zou terroriseren. [slachtoffer 2] had de verdachte zelf benaderd en had gezegd dat zij met hem wilde werken. [slachtoffer 6] heeft met [slachtoffer 2] in Gouda gewerkt. [slachtoffer 2] wilde de verdachte belazeren. [slachtoffer 6] dacht dat [slachtoffer 2] er was met een reden om de verdachte terug te pakken en dat was ook zo. [getuige 7] heeft [slachtoffer 2] ook gezien. Er zijn foto’s gemaakt van [slachtoffer 2] en [getuige 2] . [slachtoffer 2] is daar een keer geweest toen [slachtoffer 6] daar niet was. [slachtoffer 1] en [getuige 2] waren er toen wel.52

[getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] ook in de prostitutie zat en dat zij [slachtoffer 2] één keer in Gouda heeft gezien. [getuige 2] was daar ook niet altijd.53

[getuige 7] heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] twee keer in zijn woning aan de [adres] in Gouda heeft gezien. [slachtoffer 2] gedroeg zich opstandig ten opzichte van de verdachte. Zij heeft een keer in zijn woning als prostituee gewerkt. De andere keer heeft hij het niet gezien. Volgens [getuige 7] zijn er toen wel foto’s van haar gemaakt.54

De verklaring van de verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting van 9 april 2018 verklaard dat hij [slachtoffer 2] heeft leren kennen in 2007. Na 2008 heeft hij [slachtoffer 2] pas weer gezien in 2015, via [slachtoffer 6] . Hij heeft nooit met haar gewerkt. Er zijn in de woning van [getuige 7] inderdaad foto’s gemaakt van [slachtoffer 2] die seks heeft met de verdachte. De foto’s zijn gemaakt voor advertenties. Toen hij van [slachtoffer 6] begreep hoe [slachtoffer 2] was en dat zij slechte intenties had, heeft hij de stekker eruit getrokken. Hij wilde helemaal geen contact met [slachtoffer 2] .

Conclusie

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van [slachtoffer 2] voor een groot deel zien op een periode en gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de tenlastegelegde periode, te weten in de periode waarin de vroegere partner van verdachte, [naam] , nog leefde.

Op grond van voorgaande bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 2] drugsverslaafd was en in de tenlastegelegde periode drie keer in de woning van [getuige 7] aan de [adres] in Gouda heeft gewerkt. Zij heeft zelf de keuze gemaakt om daar naartoe te gaan en daar als prostituee te werken, omdat zij de verdachte in de gaten wilde houden en wilde dat het daar zou stoppen. Zij wilde de verdachte verraden.

3.6.5

ZD 5 [slachtoffer 3] (09/765016-16, feit 1)

De verklaringen van [slachtoffer 3] 55

Op 3 augustus 2012 is [slachtoffer 3] gehoord als getuige. Zij had enkele weken daarvoor contact opgenomen met de politie en had aangegeven schoon schip te willen maken en informatie over verdachte te willen geven. Op 8 juni 2016 en 26 oktober 2016 is [slachtoffer 3] bij de politie gehoord als aangeefster in de onderhavige zaak. Op 30 januari 2017, ten slotte, is zij als getuige gehoord bij de rechter-commissaris.

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij verdachte heeft leren kennen als dealer in november of december 2009. Ze gebruikte toen al drugs, maar was nog niet zwaar verslaafd. [slachtoffer 3] kon alle drugs van verdachte krijgen, hij schreef alles op wat er aan geld openstond. Betaling vond plaats met geld, [slachtoffer 3] gaf verdachte ook haar bankpas.

Toen haar (ex-)man vast kwam te zitten, werd het heel heftig met haar verslaving. Verdachte stelde voor dat ze ook kon betalen door middel van seksuele handelingen. [slachtoffer 3] heeft zich toen een keer geprostitueerd in de slaapkamer van [slachtoffer 1] . Er was een man en verdachte kreeg veel geld. [slachtoffer 3] deed seksuele handelingen met die man, maar trok het niet meer en [slachtoffer 1] maakte het vervolgens af. Verdachte werd boos en kapte [slachtoffer 3] af van de drugs. Hij had haar bankpas en haar partner zat vast, een situatie waarin je volgens aangeefster ‘snel niet goed wordt als je geen drugs kan krijgen’.

In januari 2012 zat [slachtoffer 3] even gedetineerd, toen ze in maart vrij kwam, was ze wanhopig en heeft ze verdachte gebeld om haar te helpen. Verdachte bracht haar vervolgens samen met [slachtoffer 1] naar de [adres] , hij had geregeld dat ze bij [getuige 4] mocht slapen. Daar werd aanvankelijk gewerkt door [getuige 4] en [slachtoffer 1] . [slachtoffer 3] kreeg ook toen wel drugs van verdachte en hoefde nog niet te betalen. De afspraak was dat dat later wel zou goedkomen. Op enig moment zei verdachte dat het tijd was om de schuld die [slachtoffer 3] inmiddels had opgebouwd af te betalen. Verdachte wilde dat ze ook voor hem ging werken. Verdachte en [getuige 4] hebben toen (porno)foto’s gemaakt van [slachtoffer 3] , verdachte heeft die foto’s ook op internet gezet. Een paar dagen later stond er een gangbang gepland waar [slachtoffer 3] van verdachte aan mee moest doen. Er kwam toen maar één man. [slachtoffer 3] heeft deze man gewassen en afgedroogd omdat ze niet meer durfde. Verdachte heeft in totaal 3 keer een afspraak voor [slachtoffer 3] gemaakt. Omdat zij steeds niet durfde, is het werk iedere keer door [slachtoffer 1] afgemaakt en is aangeefster door verdachte het huis van [getuige 4] uitgezet. [slachtoffer 3] had hierdoor wel een schuld opgebouwd volgens verdachte. Daarom moest ze in plaats van die man(nen) verdachte bevredigen. Dat heeft ze zes maanden bijna elke dag gedaan.

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij drugs kregen in ruil voor het hebben van seks met een klant. Ze had ook seks met verdachte. Hij wilde seks en beloofde drugs. Ze moest verdachte pijpen en de seksuele handelingen werden steeds meer. Verdachte maakte vaak foto’s en filmpjes tijdens de seks. Als ze het niet zou doen, kreeg ze niets en ze had in die tijd veel nodig. Als verdachte in een goede bui was, kregen ze veel, anders bijna niks. Als aangeefster drugs nodig had en erom vroeg, zei verdachte: ‘je weet wat je ervoor moet doen’. Hij bedoelde dan seksuele handelingen met hem hebben.

Ook haar bankpas lag bij verdachte. Verdachte pakte haar uitkering, huursubsidie en zorgtoeslag van de bank. Verdachte heeft de bankpas langer dan een jaar gehad. Haar (drugs)schuld liep volgens verdachte op tot € 8.000,-. Ze kon haar drugs niet ergens anders halen, want ze had geen geld en verdachte had haar bankpas en legitimatie. De drugs die [slachtoffer 3] kreeg, stond totaal niet in verhouding tot de waarde van de spullen uit haar woning die de verdachte meenam, dat wat er op haar bankrekening binnenkwam en door de verdachte werd opgenomen en de seksuele handelingen die [slachtoffer 3] moest verrichten.

Getuigen

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij kennis heeft gemaakt met [slachtoffer 3] ) in de woning van [slachtoffer 1] . Verdachte besliste toen dat [slachtoffer 3] in de woning moest blijven, [slachtoffer 1] was daar niet blij mee. [slachtoffer 6] herkende [slachtoffer 3] als [slachtoffer 3] op een getoonde foto.56

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij [slachtoffer 3] kent via verdachte. Hij had haar en [getuige 10] gedropt in haar huis, zij had daar niets over te zeggen. [slachtoffer 3] gebruikte ook drugs, volgens [slachtoffer 1] . De drugs kregen ze meestal van verdachte.57

Voor aanvang van haar aangifte op 25 mei 2016 heeft [slachtoffer 2] verklaard dat ‘ [slachtoffer 3] ’ eveneens gedwongen in de prostitutie heeft gewerkt voor de verdachte.58

Overige bevindingen

Met betrekking tot perceel [adres] te Zoetermeer zijn verschillende registraties aangetroffen in het politiesysteem, waaronder:

  • -

    Een registratie op 7 februari 2011: buurtbewoners melden dat er vaker heren kort op bezoek komen. Gezien werd auto Rover met kenteken [kenteken] , man die hierin rijdt is [verdachte] ( [naam] ). Man met signalement [naam] zou vrouw aan haar haren over de galerij de woning in hebben gesleurd en

  • -

    Een registratie van 2 maart 2011: verbalisanten gaan langs naar aanleiding van klachten van buren over onder andere overlast van een mogelijk bordeel. De politie heeft gesproken met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [getuige 10] . [naam] kwam er ook veel.59

Bij de doorzoeking van de woning van de vader van verdachte (in het bijzonder de afgesloten kamer waarin alleen verdachte kwam) is een Rabo-wereldpas ten name van [slachtoffer 3] aangetroffen.60 Ook in de eigen woning van verdachte is een Rabo wereldpas ten name van [slachtoffer 3] aangetroffen.61

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte is een USB-stick aangetroffen met een map met naam ‘ [slachtoffer 3] ’. In deze map staan 16 foto’s van [slachtoffer 3] .62

Op 23 mei 2012 gaan verbalisanten na een melding naar het perceel [adres] te Zoetermeer, waar zij verdachte en [getuige 4] aantreffen. Volgens hen was [slachtoffer 3] eerst ook in de woning, maar hebben zij haar er na een ruzie uitgezet. [slachtoffer 3] - die de politie had gebeld - verklaarde dat zij een schuld van € 7.000,- zou hebben bij verdachte en dat zich voor hem in verband daarmee moest prostitueren.63

De verklaring van de verdachte

Verdachte heeft ter zitting bevestigd dat hij foto’s heeft gemaakt van [slachtoffer 3] , en dat hij - op initiatief van [slachtoffer 3] - seks met haar heeft gehad. Hij heeft ontkend aan [slachtoffer 3] drugs te hebben verstrekt en ook dat [slachtoffer 3] voor hem heeft gewerkt.

Conclusie

Op grond van voorgaande bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 3] verslaafd was aan harddrugs en de verdachte leerde kennen als dealer. Hij verstrekte haar harddrugs, zonder dat zij dit allemaal moest betalen. Zo ontstond er een schuld, die hij later opeiste. Verdachte stelde haar voor om haar schulden aan hem af te betalen door voor hem als prostituee te gaan werken.

[slachtoffer 3] heeft zich in de tenlastegelegde periode een aantal keer beschikbaar gesteld om als prostituee voor de verdachte te werken. Slechts één keer is het gekomen tot het verrichten van seksuele handelingen, de andere keren heeft [slachtoffer 1] het afgemaakt omdat [slachtoffer 3] niet meer durfde. De verdachte strafte haar door haar geen drugs te geven. [slachtoffer 3] heeft nooit geld gekregen. Omdat zij wel een schuld had opgebouwd bij de verdachte en zij opnieuw drugs van hem wilde afnemen, moest zij van de verdachte seksuele handelingen met hemzelf verrichten. De hoeveelheid drugs die zij van de verdachte kreeg, stond niet in verhouding tot de werkzaamheden die zij moest verrichten. Doordat de schuld die zij bij de verdachte had steeds groter werd en vanwege haar verslaving, verkeerde zij in een steeds afhankelijker positie van de verdachte. Zij heeft gewerkt in de woning van [slachtoffer 1] aan de [adres] en in de woning van [getuige 4] in Zoetermeer. De verklaring van [slachtoffer 3] vindt op deze punten voldoende verankering in andere bewijsmiddelen.

De verklaring van de verdachte dat [slachtoffer 3] niet voor hem heeft gewerkt, dat hij haar geen drugs heeft verstrekt en dat zij geen schuld bij hem had opgebouwd, vindt geen steun in het dossier.

3.6.6

ZD 10 [slachtoffer 4] (09/766067-16, feit 1)

De verklaringen van [slachtoffer 4] 64

[slachtoffer 4] deed aangifte op 25 augustus 2016 en 16 september 2016. Op 22 september 2016 en [geboortedatum] 2016 werd zij nader gehoord. Op 23 maart 2017 verklaarde zij bij de rechter-commissaris.

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij drugsgebruikster was. In 2007 heeft zij de verdachte leren kennen. Toen ze de verdachte leerde kennen ging ze met een jongen om die [naam] heette. De verdachte was daar omdat hij ene [betrokkene 1] coke kwam brengen in “pornopacks”. [betrokkene 1] moest van de verdachte werken om haar coke te betalen. [slachtoffer 4] werd toen tegen [betrokkene 1] geruild en kwam zodoende bij de verdachte terecht. Dat moest omdat [betrokkene 1] volgens de verdachte te weinig verdiende. Ze verdiende volgens de verdachte te weinig, ze zeurde en gebruikte speed. [slachtoffer 4] geeft aan dat zij degene was die gezegd had ‘we ruilen wel’. De ruil met [betrokkene 1] was volgens [slachtoffer 4] rond haar verjaardag.

Nadat [slachtoffer 4] tegen de verdachte zei dat ze geen onderdak had, zei hij tegen haar dat hij haar kon onderbrengen bij een oudere man in Noord Aa in Zoetermeer.

Toen zij bij de verdachte kwam, kreeg zij veel drugs van hem. Toen begon hij erover dat zij voor hem moest werken in de prostitutie. Hij zei toen dat hij haar veel drugs had gegeven en dat zij dat terug moest betalen.

[slachtoffer 4] heeft verder verklaard dat verdachte foto’s van haar begon te maken om haar op internet te zetten, zodat klanten gingen bellen. Er werden ook filmpjes van haar gemaakt terwijl zij seks met hem had. De verdachte zette haar foto's op internet, op verschillende sites zoals [website] en [website] . Zij stond daar onder de naam " [bijnaam] ". Die naam had de verdachte bedacht. Ze vond de advertenties niet leuk. Hij had allemaal kruisjes gezet bij wat ze wel of niet deed. Hij bepaalde dat. Ze wist zelf de inlogcode niet.

Ze herkent een foto van de woning aan de [adres] te Zoetermeer, als het huis van de oude man. Ze herkent ook foto’s van het interieur van de woning. Ze herkent een foto van de oude man waar zij heeft verbleven. “Dat is de vader van die homo jongen”, verklaarde zij.

In de Noord Aa heeft zij veel klanten gehad. Ze heeft ongeveer één maand bij de oude man gezeten. Ze heeft daar elke dag gewerkt. Haar klanten kreeg ze via internet. Ze had een telefoon en dan belden de klanten. Ze moest de verdachte bellen als er een klant had gebeld. Dan ging hij die klant ophalen en betaalde die klant aan de verdachte. Zij heeft verklaard dat zij ook voor de verdachte heeft gewerkt in het huis van de verdachte in Meerzicht, Zoetermeer. In Meerzicht was zij het meeste. Soms was ze daar een maand, dan twee of drie maanden weg en dan weer twee maanden daar. Zij werkte daar in 2009, 2010 en 2011. In Meerzicht zat de verdachte in de woonkamer en besprak hij met de klant wat de klant wilde. Hij nam dan het geld in ontvangst van de klant, bijvoorbeeld 150 euro. De verdachte nam haar ook wel eens mee naar klanten. Hij bracht haar vaak naar de werklocaties en haalde haar ook weer op. Meestal bleef de verdachte zelf ook in het huis om op te letten, om het geld in ontvangst te nemen en om te kijken of alles wel goed ging. In een woning van een homo in Zoetermeer moest ze klanten gaan pakken van veertig euro voor tien minuten. Daar heeft zij twee dagen gewerkt. [slachtoffer 4] heeft de foto van [getuige 4] herkend. Zij heeft ook een foto van de woning [adres] te Zoetermeer herkend. De verdachte gaf de vrouw die daar woonde coke met paracetamol erdoorheen. Dan liet hij haar werken. [slachtoffer 4] heeft over die woning verklaard dat de verdachte wilde dat ze daar klanten zouden gaan ontvangen. [slachtoffer 6] was daar ook een tijdje.

Ze had drie of vier klanten van 150 euro per klant voor een uur per dag. De verdachte zei tegen haar dat ze alles wat de klanten vroegen moest doen voor geld. Zij moest elke klant accepteren. Hij bepaalde ook wat ze deed qua seks met de klant. Ze verklaarde ook dat ze wel eens een triootje moest doen van de verdachte. Dan hadden zij en [slachtoffer 6] er eigenlijk geen zin in, maar omdat ze dan drugs kregen, deden ze het toch maar. Dat gebeurde in Meerzicht en een keer bij [slachtoffer 1] thuis en dat was in 2011.

[slachtoffer 4] verklaarde dat al haar verdiensten naar de verdachte toe gingen. In ruil daarvoor kreeg ze drugs, maar dat stond niet in verhouding. Ze kreeg van de verdachte voor twee tientjes coke als zij een klant van honderd euro had gehad. Dan kon ze even roken en kreeg zij de volgende klant. Hij pakte het geld dat zij verdiende. Als zij 400 euro per dag had verdiend, kreeg ze misschien voor 100 euro drugs.

Hij zei dingen als: “Als je deze klant doet, kun je daarna weer gaan roken” en “als je mij jouw uitkering geeft, dan geef ik je drugs”, of “als jij mijn huis schoonmaakt dan krijg je een trekje”. Hij wist precies hoe hij dat moest doen. Toen het een keer niet lukte met een klant zei de verdachte dat ze pas weer wat te roken zou krijgen als ze genoeg klanten had gehad. Ze voelde zich een stuk vlees dat verhandeld werd. Ze nam dan wat drugs, om het niet te hoeven voelen. De verdachte zei dan dat ze meer moest gaan verdienen en dan zou ze ook meer drugs van hem krijgen.

Ze kon niet stoppen met werken. Als ze genoeg had aan drugs en niet meer wilde, dan moest zij toch naar de klant gaan, anders kreeg zij ruzie. Hoe meer geld hoe beter. Hij zei dan: “Dan krijg je meer te roken van mij”.

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij ook seks moest hebben met de verdachte, in ruil voor cocaïne en heroïne. Zij verklaarde daarover dat zij dat vervelend vond en dat de verdachte wist dat hij de macht had. Hij had de drugs en hij kon bepalen wanneer zij kreeg of niet. Als het niet naar zijn zin ging, zei de verdachte dat zij niets kreeg.

[slachtoffer 4] heeft verder verklaard dat haar hele uitkering naar de verdachte toeging. De verdachte had haar bankpasje, zogenaamd moest zij een schuld inlossen. Elke keer werd de schuld zogenaamd meer en meer. De verdachte pinde met haar pasje haar maandelijkse uitkering van 500 euro. Dat geld ging ook naar hem toe.
Ook haar legitimatie had hij afgepakt. Hij pakte haar telefoon af en verwijderde telefoonnummers, zodat zij niemand meer kon bellen. Hij pakte haar ID af zodat zij niet weg kon.

[slachtoffer 4] heeft ongeveer tussen 2007 en 2012 voor de verdachte gewerkt. Soms periodes niet, maar alles bij elkaar ongeveer een jaar. De laatste keer dat zij de verdachte zag, was in de zomer van 2012. Dat was bij het huis van [slachtoffer 1] .

Getuigen

[getuige 11] heeft verklaard over “ [slachtoffer 4] ”, die zichzelf [slachtoffer 4] noemde. [slachtoffer 4] had ook voor verdachte gewerkt, aldus getuige. Zij herkende in het fotoboek de foto van [slachtoffer 4] als “[slachtoffer 4]” en de foto van verdachte.65

[slachtoffer 5] heeft verklaard dat verdachte vond dat zij te veel zeurde om drugs. Verdachte zei dat hij er klaar mee was en vroeg aan [getuige 12] of hij er nog wat mee kon. Hij zag haar als bezit en verkocht haar aan [getuige 12] . Verdachte zei dat [slachtoffer 5] nu van [getuige 12] was. [slachtoffer 4] ging toen naar verdachte.66

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat de verdachte inderdaad meiden meenam naar haar huis: “[slachtoffer 4] en zo”.67

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat de verdachte haar foto’s liet zien van meisjes om te laten zien dat hij professioneel werkte. Later leerde [slachtoffer 6] hen kennen als [slachtoffer 4] , [slachtoffer 1] , [getuige 6] en [getuige 13] . [slachtoffer 4] kende zij al van de opvang. [slachtoffer 4] werkte onder de naam [bijnaam] . De verdachte gaf [slachtoffer 6] drugs en bepaalde voor de andere meisjes hoeveel drugs ze kregen.68

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat de verdachte in januari 2012 voor haar had geregeld dat zij bij [getuige 4] mocht slapen. Op enig moment is zij door de verdachte uit [getuige 4] huis gezet, omdat zij plaats moest maken voor twee nieuwe meisjes. [slachtoffer 3] weet dat de hoeren die daar toen kwamen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] waren.69

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij de verdachte eind 2006 heeft ontmoet. Hij heeft haar verslaafd gemaakt aan de heroïne, zodat zij kon doen wat hij wilde. Vanaf het moment dat verdachte haar bruin is gaan voeren was er een vrouw genaamd " [slachtoffer 4] " bij hem. [slachtoffer 4] ging alles klaarleggen voor het ‘bruin’. [slachtoffer 4] werd op dat moment door de verdachte uitgebuit. [slachtoffer 4] is één van de vrouwen die gedwongen in de prostitutie hebben gewerkt.70

Overige bevindingen

De omschrijving van de woning aan de [adres] en de oude bewoner komen overeen met de verklaring die [slachtoffer 4] gaf in haar aangifte.71

Tijdens de doorzoeking van de woning gelegen aan de [adres] te Zoetermeer (zijnde de woning van de vader van verdachte), werden verschillende gegevensdragers in beslag genomen. Hierop zijn een groot aantal pornografische afbeeldingen en video-opnames aangetroffen, waarop onder meer [slachtoffer 4] is te zien.72

Daarnaast werd daarbij een prepaid card aangetroffen. Gezien de handtekening die op de achterzijde van de prepaid card staat, bestaat het vermoeden dat deze (heeft) toebehoord aan aangeefster [slachtoffer 4] .73

Bij de insluitingsfouillering van verdachte werd een tablet van het merk Samsung aangetroffen. Uit het onderzoek naar de inhoud is gebleken dat hierop onder meer drie pornografische filmpjes van [slachtoffer 4] met verdachte staan.74

De verklaringen van de verdachte

De verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 4] kent. Hij kent haar ook als [slachtoffer 4] . Verdachte heeft verklaard dat hij haar naar de vader van [getuige 4] op de [adres] heeft gebracht. [slachtoffer 4] heeft daar gelogeerd. [slachtoffer 4] is ook wel eens bij hem blijven slapen.75

Hij ontkent dat hij haar ‘geruild’ zou hebben bij een klant in Buitenweg. Zij had daar ruzie en kwam achter hem aangelopen. Dat gebeurde wel vaker. In zijn herinnering was dat in 2009. Hij zag haar drie of vier keer per jaar. Een keer in 2011 bij [slachtoffer 1] op [adres] en in 2012 een keer met [slachtoffer 6] . De foto’s en video’s die verdachte van haar maakte, waren bedoeld voor privégebruik. Geconfronteerd met de omschrijvingen van (pornografisch) filmpjes van hem en [slachtoffer 4] , geeft verdachte aan dat dat maar spel was.
Verdachte heeft niet met [slachtoffer 4] gewerkt en heeft haar geen drugs gegeven. Verdachte heeft ontkend bedragen van haar rekening te hebben gepind en dat [slachtoffer 4] met hem meegegaan is naar klanten waarbij zij drugs bij zich moest bewaren.
De verdachte heeft verder verklaard dat [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] in 2012 in de woning van [getuige 7] geweest zijn.

Conclusie

Op grond van voorgaande bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 4] verslaafd was aan harddrugs en de verdachte leerde kennen als dealer. Hij verstrekte haar harddrugs, aanvankelijk zonder dat zij hoefde te betalen. Zo ontstond er een schuld, die hij later opeiste. Om die schuld af te betalen, moest zij voor hem in de prostitutie werken.

[slachtoffer 4] heeft in de tenlastegelegde periode voor de verdachte gewerkt als prostituee. Zij moest al haar verdiensten afstaan aan de verdachte. In ruil voor haar werk kreeg zij alleen cocaïne en heroïne van de verdachte, waarbij de hoeveelheid niet in verhouding stond tot de werkzaamheden die zij moest verrichten. Doordat de schuld die zij bij de verdachte had steeds groter werd en vanwege haar verslaving, verkeerde zij in een steeds afhankelijker positie van de verdachte. Naast prostitutiewerkzaamheden met of voor derden moest zij ook van de verdachte seksuele handelingen met hemzelf verrichten. Zij heeft gewerkt op verschillende locaties in Zoetermeer. De verklaring van [slachtoffer 4] vindt op deze punten voldoende verankering in andere bewijsmiddelen.

De verklaring van de verdachte dat [slachtoffer 4] niet voor hem heeft gewerkt, dat hij haar geen drugs heeft verstrekt en dat zij geen schuld bij hem had opgebouwd, vindt geen steun in het dossier.

3.6.7

ZD 4 [slachtoffer 5] (09/766067-16, feit 2)

De verklaringen van [slachtoffer 5] 76

Op 27 mei 2016 hebben verbalisanten bij de woning van [slachtoffer 5] het eerste contact met haar gelegd. Vervolgens is zij op 3 juni 2016 als getuige gehoord in de zaken [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Op 21 september 2016 deed [slachtoffer 5] zelf aangifte. Zij is als aangeefster nogmaals gehoord op [geboortedatum] 2016 en bij de rechter-commissaris op 6 december 2016.

[slachtoffer 5] heeft verdachte medio 2001 leren kennen in Zoetermeer toen zij verslaafd was aan verdovende middelen. Zij heeft verdachte leren kennen als dealer van verdovende middelen en moest direct de eerste keer dat zij verdovende middelen bij hem kocht seks met hem hebben. Daarna heeft [slachtoffer 5] met grote regelmaat verdovende middelen van verdachte gekocht, zij betaalde daarvoor onder andere met seksuele handelingen. [slachtoffer 5] bouwde een schuld op bij verdachte omdat haar (toenmalige) partner op de pof spul haalde bij verdachte. Daarnaast had ze een autootje op de pof gekregen van verdachte.

[slachtoffer 5] heeft verder verklaard over een situatie waarbij zij door verdachte is geruild tegen een meisje dat bij [getuige 12] was. Deze ruil vond plaats omdat [slachtoffer 5] volgens verdachte teveel rookte en zeurde om drugs. [slachtoffer 5] is daarna een periode clean geweest en heeft toen vrij lang geen contact met verdachte gehad, ze schat ongeveer vier jaar niet.

[slachtoffer 5] heeft voor verdachte als prostituee moeten werken, dat is bij [slachtoffer 1] en bij [getuige 4] thuis gebeurd. Ze heeft ook wel eens voor verdachte gewerkt op een adres in Buitenweg bij [betrokkene 2] , [betrokkene 3] was de klant in dat huis. Verdachte belde en vroeg of ze zin had om te roken. Hij was heel duidelijk en zei dat ze wat kon doen voor hem. Hij zette [slachtoffer 5] dan af en kwam haar weer ophalen, soms bleef hij beneden staan wachten. Ze kon dan van te voren wel weten dat het om een seksklant ging.

Verdachte regelde de klanten. Bij [slachtoffer 1] thuis was het een gangbang. Tijdens een gangbang liep verdachte rond met een camera. [slachtoffer 5] heeft gezien dat de mannen voor de gangbangs geld gaven aan verdachte. Zij heeft nooit geld ontvangen, ze kreeg een pakje coke voor haar werkzaamheden. Volgens [slachtoffer 5] wil je meer roken dan dat er in zo’n pakje zit. Uiteindelijk had ze aan het einde van de avond een schuld opgebouwd bij verdachte, omdat ze moest gaan poffen. Dat was een nieuwe schuld. Ze kreeg altijd wel weinig coke. Ze dacht dat ze op die manier misschien haar schuld inloste. Ze had ook regelmatig seks met verdachte voor drugs. Ze werd daartoe niet gedwongen maar wel getriggerd, verdachte vroeg dan of ze zin had om te roken terwijl zij zelf geen drugs meer had.

Volgens [slachtoffer 5] heeft ze ongeveer vijf keer voor [naam] gewerkt en is het iets van tien keer gebeurd dat verdachte een afspraak had gemaakt voor een gangbang met mannen. Verdachte ging altijd met iedereen achteraf zitten om te praten over de bedragen en over het aftrekken van de pakjes. Dat werd voor iedereen persoonlijk bijgehouden. Verdachte zette altijd op de computer advertenties. Dat was dan vaste prik in het weekend ofzo.

Ten tijde van de geboorte van de dochter van verdachte ( [datum] 2012) was aangeefster uit beeld.

Getuigen

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat de meeste gangbangs plaatsvonden op het [adres] te Zoetermeer en dat zij die moest uitvoeren met, onder andere, [slachtoffer 5] .77 [slachtoffer 1] heeft [slachtoffer 5] op een foto herkend.78 Zij heeft verklaard dat [slachtoffer 5] zich in opdracht van verdachte moest prostitueren, dat het geld dat zij verdiende naar verdachte ging in ruil voor een kleine hoeveelheid drugs79 en dat [slachtoffer 5] ook op de [adres] in Gouda voor verdachte heeft gewerkt.80

[slachtoffer 6] - die volgens [slachtoffer 1] ook deelnam aan de gangbangs op het [adres]81 - heeft [slachtoffer 5] op een getoonde foto herkend.82

[slachtoffer 4] heeft - evenals [slachtoffer 5] - verklaard dat zij tegen [slachtoffer 5] is geruild, volgens [slachtoffer 4] omdat [slachtoffer 5] volgens verdachte te weinig verdiende, alleen maar zeurde en speed gebruikte. [slachtoffer 5] moest volgens [slachtoffer 4] voor verdachte werken om haar coke te betalen. De ruil vond plaats op haar verjaardag, zij werd toen 27 of 28. [slachtoffer 4] is geboren in oktober 1980. Na de ruil is [slachtoffer 4] bij verdachte gebleven en heeft ze [slachtoffer 5] nooit meer gezien.83

[getuige 6] , de partner van verdachte, heeft verklaard dat [slachtoffer 5] een tijdje bij [slachtoffer 1] in huis heeft verbleven.84

Overige bevindingen

Op 8 december 2010 verklaarde [slachtoffer 5] dat zij vanaf haar verblijfplaats [adres] naar het Stadshart is gegaan en op 19 januari 2011 wordt gemeld dat [slachtoffer 5] voor haar aanhouding woonachtig was op [adres] te Zoetermeer.85

Bij doorzoeking van de woning van de vader van verdachte werd in een afgesloten kamer waar alleen verdachte gebruik van maakte (onder meer) de identiteitskaart van [slachtoffer 5] aangetroffen.86 In diezelfde kamer en bij doorzoeking van de woning van verdachte zelf zijn daarnaast verschillende gegevensdragers aangetroffen met daarop (pornografisch) filmmateriaal waarop ook [slachtoffer 5] is te zien.87 Op één van de gegevensdragers staat een filmpje waarop [slachtoffer 5] is te zien tijdens groepsseks met onder meer verdachte. Deze filmpjes zijn gemaakt op 5, 6, 9 en 13 maart 2011.88

De verklaring van de verdachte

Verdachte heeft ter zitting bevestigd dat hij [slachtoffer 5] medio 2000-2001 heeft leren kennen. Volgens verdachte klopt de verklaring van [slachtoffer 5] waar zij zegt dat ze heeft gezien dat de mannen (bij die gangbangs) betaalden aan verdachte.89

Dat was volgens verdachte de afspraak waar ook [slachtoffer 5] mee had ingestemd: zij koos er zelf voor om aan de gangbangs mee te doen waarbij de opbrengst naar verdachte ging, omdat de woning van [slachtoffer 1] moest worden opgeknapt. Verdachte heeft verder verklaard dat hij in 2009 voor het laatste zelf seks met [slachtoffer 5] heeft gehad, dat was tijdens een seksparty bij hem thuis. [slachtoffer 5] heeft nooit voor hem gewerkt en hij heeft haar nooit drugs verstrekt. Er was dan ook geen sprake van een schuld.

Conclusie

Ten aanzien van de eerste tenlastegelegde periode (1 juli 2001 tot en met 31 december 2004) worden de verklaringen van [slachtoffer 5] niet verankerd in andere bewijsmiddelen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Op grond van voorgaande bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 5] verslaafd was aan harddrugs en de verdachte leerde kennen als dealer. Hij verstrekte haar harddrugs, aanvankelijk zonder dat zij hiervoor hoefde te betalen. Zo ontstond er een schuld, die hij later opeiste. Om die schuld af te betalen, moest zij voor hem in de prostitutie werken.

[slachtoffer 5] heeft in de tweede tenlastegelegde periode (1 januari 2005 tot en met 25 maart 2012) een aantal keren voor de verdachte gewerkt als prostituee waarbij zij al haar verdiensten af moest staan aan verdachte. In ruil hiervoor kreeg zij een hoeveelheid drugs die echter niet in verhouding stond tot de waarde van de door haar geleverde diensten– . De verklaring van [slachtoffer 5] vindt op deze punten voldoende verankering in andere bewijsmiddelen. Zo blijkt uit de verklaring van [slachtoffer 4] dat er in 2007 een ruil tussen haar en [slachtoffer 5] heeft plaatsgevonden. Bovendien blijkt uit aangetroffen filmmateriaal dat [slachtoffer 5] in maart 2011 heeft deelgenomen aan groepsseks. Dit sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer 5] dat zij gedurende een periode van ongeveer vier jaar geen contact had met de verdachte. Getuige [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij de gangbangs op het [adres] ook met [slachtoffer 5] moest uitvoeren. Volgens [slachtoffer 1] moest [slachtoffer 5] zich in opdracht van verdachte prostitueren en ging het geld dat zij verdiende naar verdachte in ruil voor een kleine hoeveelheid drugs. . Doordat de schuld die [slachtoffer 5] bij de verdachte had steeds groter werd en vanwege haar verslaving, verkeerde zij in een steeds afhankelijker positie van de verdachte. Naast prostitutiewerkzaamheden met of voor derden moest zij ook van de verdachte seksuele handelingen met hemzelf verrichten. Zij heeft gewerkt op verschillende locaties in Zoetermeer.

De verklaring van de verdachte dat [slachtoffer 5] niet voor hem heeft gewerkt, dat hij haar geen drugs heeft verstrekt en dat zij geen schuld bij hem had opgebouwd, vindt geen steun in het dossier.

3.6.8

ZD 11 [slachtoffer 6] (09/766067-16, feit 3)

De verklaringen van [slachtoffer 6] 90

[slachtoffer 6] heeft aangifte gedaan op 18 oktober 2016 en 19 oktober 2016 en heeft voorts een verklaring afgelegd op 26 januari 2016. Zij is gehoord door de rechter-commissaris op 2 februari 2017 en 22 maart 2018.

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij geboren is in Polen. Tot haar 17e heeft zij in Polen gewoond. In Nederland kreeg zij een relatie. Binnen deze relatie was sprake van huiselijk geweld. Haar kinderen zijn door Jeugdzorg bij haar weggehaald sinds juli 2010.

Door de uithuisplaatsing en haar labiele toestand is zij verslaafd geraakt aan cocaïne. Ze woonde overal en nergens. Ze besloot om in de prostitutie te gaan werken. [slachtoffer 6] heeft verdachte leren kennen doordat hij reageerde op de advertentie die zij geplaatst had op [website] . Hij wilde als klant van haar diensten gebruik maken. Hij had snel door dat zij een drugsgebruikster was. Ze zijn naar de woning van verdachte gereden in Zoetermeer. In de paar uur dat zij in de woning was, heeft hij haar drugs gegeven en hebben zij orale seks gehad. De kwaliteit van de drugs was prima, het was drugs met een roze kleur. Zij kreeg geen geld voor de seks. Zij kreeg de drugs en hij is gierig, aldus [slachtoffer 6] .

Verdachte stelde toen voor om samen te knallen, samen geld te verdienen. Zij hoefde zich niet druk te maken, hij zou alles regelen. Zij hoefde alleen haar benen te spreiden en dan kwam alles goed. Hij liet haar toen foto's zien van andere meisjes om te laten zien dat hij professioneel werkte. Later heeft [slachtoffer 6] deze meisjes leren kennen als [slachtoffer 4] , [slachtoffer 1] , zijn vrouw [getuige 6] en [getuige 13] . [slachtoffer 6] stemde in met zijn voorstel. De afspraak was dat er een 50-50 verdeling van de opbrengst zou zijn. Hij heeft toen ook foto's van haar gemaakt.

Verdachte had de eerste avond verteld dat [getuige 6] in P4 zat, dat ze verslaafd was en dat ze een baby van drie maanden hadden (geboortedatum [datum] 2012).

De volgende dag haalde verdachte haar op en bracht haar naar de woning van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 6] zou gaan werken maar wist nog niet hoe, waar en wanneer. Zij mocht een kamer in de woning van [slachtoffer 1] hebben. Ze mocht daar logeren. Verdachte bepaalde dat. Ze heeft een paar maanden bij [slachtoffer 1] geslapen. Toen zij daar verbleef, heeft zij daar ook gewerkt. [slachtoffer 6] kwam aan haar klanten via verdachte, hij plaatste de foto’s en plaatste de advertenties op [website] en misschien ook op [website] . Hij plaatste de advertenties ook omhoog. Dat deed hij door gedurende de dag credits te kopen en daarmee de advertentie weer bovenaan te zetten.

[slachtoffer 6] heeft ook een tijd in de woning van [getuige 4] gewerkt. Verdachte kon doen en laten wat hij wilde in het huis van [getuige 4] . Zij heeft een paar weken of maanden bij [getuige 4] gewerkt. Ze mocht daar ook slapen. In de periode dat zij bij [getuige 4] zat, heeft zij ook gewerkt in de woning van [getuige 9] . Zij sliep daar ook. Het was voor verdachte handig omdat daar werd gewerkt en verdachte kon haar in die tijd moeilijk mee naar huis naar zijn vrouw nemen. [slachtoffer 6] verklaarde dat ze steeds ergens anders werkten. De ene keer bij [slachtoffer 1] , soms bij [getuige 9] . Alles bij elkaar heeft zij wel een jaar of anderhalf gewerkt. Dat was vrijwel dagelijks en afwisselend in de woning van [slachtoffer 1] en [getuige 4] .

Op het moment dat er gewerkt werd, was verdachte er altijd bij. [slachtoffer 6] bracht het geld van de klanten naar de andere kamer en ging vervolgens terug naar de klant.

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat ze verslaafd was en mee ging werken om drugs te krijgen. Zij was op de een of andere manier afhankelijk van hem en werkte alleen voor de drugs.

Ze geeft aan dat zij soms stiekem voor zichzelf werkte. Dit was omdat ze geen geld van verdachte kreeg.

[slachtoffer 6] heeft ook voor verdachte gewerkt op de [adres] . Verdachte had daar samen met een zakenpartner een pand gehuurd voor hun beveiligingsbedrijf.

[slachtoffer 6] heeft verder verklaard dat zij ook bij [getuige 7] in Gouda heeft gewerkt. Dit was op het adres [adres] in Gouda. Zij werkte daar met [slachtoffer 1] , met [getuige 2] en [slachtoffer 2] . Ook was [slachtoffer 5] er een keer bij. Zij denkt één tot anderhalf jaar in Gouda gewerkt te hebben, maar weet dat niet zeker. Misschien was het ook maar een paar maanden. Zij ging dan ongeveer twee à drie keer per week naar het huis van [getuige 7] . Verdachte bracht haar in de auto. Verdachte regelde de advertenties. Hij mailde met mannen de afspraken. Hij deed zich voor alsof hij een van de meisjes was. Wanneer de klant er was, bleef verdachte in de woonkamer. Zodra er betaald was, gaf [slachtoffer 6] het geld aan verdachte. Het geld ging naar verdachte, want hij had de drugs, aldus [slachtoffer 6] . Zij kreeg nooit echt geld in handen. Het geld dat zij verdiende ging op aan drugs. Zij werd betaald met drugs. Hij gebruikte dat geld voor zichzelf en boodschappen en voor zijn kindje en voor [getuige 6] . [slachtoffer 6] weet niet of er werd bijgehouden hoeveel drugs zij afnam en hoeveel zij had verdiend. Dat liet zij allemaal aan hem over. Ze keek niet naar de inkomsten. Ze rekende niets om. Als zij geld nodig had om uit te gaan en zij de dag erna niet hoefde te werken, kreeg zij met pijn en moeite wat geld. Zij weet zeker dat de hoeveelheid drugs die zij kreeg niet in verhouding stond tot de hoeveelheid geld die zij verdiende met de klanten. Verdachte bepaalde hoeveel drugs je kon krijgen. Bij de andere meisjes bepaalde hij dat sowieso. Hij deed ook moeilijk over de drugs als er weinig binnenkwam, als er geen klanten waren. Achteraf beseft zij dat zij niets heeft gehad van het verdiende geld. Ze heeft er niets aan verdiend.

In de periode dat ze vaak naar Gouda ging, bleef zij vaak bij verdachte slapen. Het grootste deel van de week was zij dan bij verdachte thuis. [slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij op het [adres] gewoond heeft tot aan de zomer van 2015. Toen kreeg zij een studio aan de [adres] .

Geconfronteerd met een aantal WhatsApp berichten van maart 2016 verklaarde [slachtoffer 6] dat zij in die tijd veel bij verdachte sliep. Zij ging in de periode met verdachte werken. Hiermee bedoelde zij sekswerk. In die tijd kreeg zij geen geld. Ze kreeg eten, drinken en drugs. Verdachte kreeg het geld.

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij tussendoor, voor een periode van twee jaar, niet voor verdachte heeft gewerkt. Zij had ook een daklozenuitkering, maar had nooit geld ter beschikking. Zij was geld schuldig aan verdachte voor de drugs. Volgens verdachte had zij een schuld opgebouwd. Haar uitkering ging naar verdachte. Ze had haar pasje bij verdachte ingeleverd en hij had de pincode. Hij haalde het geld er zelf af. Het was óf dit, óf dat, verklaarde [slachtoffer 6] . Zij wist dat hij dat ook deed bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] . Ook zij hadden hun passen aan hem gegeven omdat ze allemaal in de schuld stonden bij verdachte vanwege de drugs.

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij altijd de werknaam ‘ [bijnaam] ’ gebruikte.

Getuigen

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat haar woning aan de [adres] te Zoetermeer werd gebruikt als werkplek. Verdachte nam meiden mee naar haar huis: ‘ [slachtoffer 4] en zo’. Naast haar waren er nog vier andere meiden in haar huis werkzaam, waaronder [slachtoffer 6] . Dit is een Pools meisje van 27 jaar zonder onderdak. [slachtoffer 1] heeft verklaard over de gangbangs die plaatsvonden op het adres [adres] te Zoetermeer. De vrouwen met wie zij die gangbangs moest uitvoeren waren [slachtoffer 5] , [getuige 6] , [slachtoffer 6] , ‘ [slachtoffer 2] ’ en ‘ [getuige 2] ’. Verdachte maakte foto’s van deze gangbangs. Verdachte was er meestal bij als er gewerkt werd in de woning op de [adres] . Het geld van de klanten ging naar verdachte.
[slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat, nadat zij uit haar huis aan de [adres] was gezet wegens overlast, zij onder de naam [slachtoffer 3] had gewerkt in het huis van [getuige 4] , in Palenstein. Daar heeft zij een paar maanden gewerkt. Voor het werk werd zij opgehaald door verdachte. [slachtoffer 6] kwam altijd samen met verdachte. Vervolgens kwamen de klanten. [slachtoffer 6] maakte met de klanten de afspraak via de telefoon. [slachtoffer 6] werkte alleen maar met condoom en kreeg minder klanten dan [slachtoffer 1] . Verdachte zat de hele dag op Palenstein.

Verdachte kwam daarna met een ander werklocatie: een kantoor op de [adres] in Den Haag. Verdachte had dit pand gehuurd voor zijn beveiligingsbedrijf. In de kamer was een opblaasbed, het was er heel koud. Op deze locatie hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] gewerkt.

[slachtoffer 1] heeft ook in Gouda, in een woning aan de [adres] , gewerkt. Hier gebruikte zij de werknamen [bijnaam] en [bijnaam] . In Gouda werd ook gewerkt door [slachtoffer 6] en ‘ [getuige 2] ’. [slachtoffer 6] heeft in Gouda ook ‘ [bijnaam] ’ geheten. [slachtoffer 1] verklaarde dat zij met de verdachte [slachtoffer 6] heeft opgehaald om te gaan werken in Gouda.
Als [slachtoffer 6] een klant had, gaf zij het geld aan verdachte. [slachtoffer 6] kreeg tachtig euro leefgeld op maandag. [slachtoffer 6] had een schuld bij verdachte. Als [slachtoffer 6] uit wilde gaan, vroeg zij dat en daarna kreeg zij twintig euro.
Toen [slachtoffer 1] in 2014 aan de [adres] woonde, kwam verdachte bij haar langs met [slachtoffer 6] . [slachtoffer 6] moest bij haar blijven slapen, dat bepaalde hij. Volgens [slachtoffer 1] woonde [slachtoffer 6] op dat moment bij verdachte.91

[getuige 8] heeft verklaard dat zij jarenlang onder [slachtoffer 1] heeft gewoond op de [adres] te Zoetermeer. Zij verklaarde over de overlast en over de aanloop van mannen. Zij verklaarde verder over een Poolse vrouw die daar aanwezig was. [slachtoffer 1] en de Oost-Europese vrouw werkten daar allebei, aldus [getuige 8] .92

[slachtoffer 4] heeft de woning van [slachtoffer 1] aan de [adres] op een foto herkend. Verdachte wilde dat zij daar klanten gingen ontvangen. [slachtoffer 4] heeft gewerkt in die woning. Daar was [slachtoffer 6] ook een tijdje. Verdachte had daar voor [slachtoffer 6] een bed neergezet in een achterkamertje. Ze geeft aan dat zij naaktfoto’s heeft gezien van haar met [slachtoffer 6] . Ze moest wel eens een triootje doen van verdachte. Dan hadden ze eigenlijk geen zin, maar omdat ze drugs kregen, deden ze het toch. Het was geregeld door verdachte. Het geld werd aan verdachte gegeven. De triootjes zijn twee keer gebeurd. Eén keer in Meerzicht en één keer bij [slachtoffer 1] thuis.
Zij heeft verder verklaard dat [slachtoffer 6] een keer een klant had gehad voor honderd euro. Verdachte was er toen niet. Zij hadden geen coke meer en hebben toen bij een andere dealer wat gehaald. De foto’s van het gebruik hebben zij snel gewist voordat verdachte erachter kwam. Als verdachte daar achter kwam, werd hij weer boos op hen. De laatste keer dat zij verdachte zag was in de zomer van 2012. Verdachte was toen met [slachtoffer 6] bij het huis van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 6] had toen net een klant gehad.93

[getuige 4] heeft verklaard dat hij bij verdachte thuis heeft gezien dat verdachte op internet profielen aanmaakte op [website] , [website] of zeg maar welke site. De meisjes liepen rond in huis. Dat waren [slachtoffer 6] en Verschoor en ook andere meisjes die er verslaafd uitzagen. Wanneer er klanten binnenkwamen, werd verteld welke handelingen ze wensten en dan hoorden ze hoeveel het ging kosten. Dan gaven ze het geld aan verdachte en dan ging een van de meisjes naar een kamer met die man. Dat speelde zich af in de woning van verdachte en in de woning van anderen. [getuige 4] heeft [slachtoffer 6] in de woning in Meerzicht gezien.
was een verslaafd Pools meisje en zij liep de hele tijd achter verdachte aan. Ze gebruikte. Zij wilde graag drugs en die kreeg zij van verdachte. [getuige 4] verklaarde dat hij er ook bij was toen verdachte haar drugs gaf. Hiervoor moest zij seks hebben met klanten. Ze moest dat doen om de drugs te betalen. Ze had schulden. Ze kreeg voor de seks soms geld, en de andere keer zei ze “nee ik wil geen geld, ik wil een balletje”. [slachtoffer 6] kreeg haar drugs van verdachte. Wat ze kreeg stond volgens [getuige 4] niet in verhouding. Als ze €100,- kreeg dan kreeg ze €30,- aan cocaïne. De klanten kwamen volgens [getuige 4] alleen via internet. Verdachte maakte voor [slachtoffer 6] op zijn computer de websites, op [website] . Er kwamen 4 of vijf klanten per middag/avond voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] . Er werd twee jaar lang door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] in de woning van [getuige 4] gewerkt. Na de inval in zijn woning zijn de dames gestopt met werken bij hem thuis. Zeven van de tien keer dat de dames werkten, was verdachte daarbij, zo verklaarde [getuige 4] .
[slachtoffer 6] moest ook seksuele handelingen verrichten met verdachte. Ze zoog aan zijn lul, pijpen. [getuige 4] was er niet bij, maar verdachte ging met [slachtoffer 6] op een kamer en bleef daar twintig minuten en kwam met zijn broek open terug.94

[getuige 2] heeft verklaard dat zij [slachtoffer 6] in Zoetermeer, in een pand van [getuige 9] , via verdachte heeft leren kennen. Verdachte had drugs. [slachtoffer 6] prostitueerde zichzelf. Verdachte heeft haar in huis genomen. [getuige 2] verklaarde verder dat zij met verdachte is meegegaan naar Gouda. Zij ging met verdachte mee naar Gouda omdat [slachtoffer 6] en andere dames daar gingen werken. [slachtoffer 1] kwam ook in Gouda. [slachtoffer 6] werkte voor de drugs en vaak moest zij ook nog voor de drugs betalen. [getuige 2] heeft gezien dat [slachtoffer 6] drugs kreeg. De werknaam van [slachtoffer 6] was ‘ [bijnaam] ’. Foto’s van [slachtoffer 6] stonden ook op “ [website] ”. Verdachte had dat gedaan om meer geld te verdienen. Verdachte regelde ook de klanten voor [slachtoffer 6] via internet. Het geld werd aan hem gegeven. Verdachte haalde de meiden op, en bracht de meiden ook altijd naar huis.95

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat de verdachte [slachtoffer 6] in zijn macht had. [slachtoffer 6] mocht geen bruin roken. [slachtoffer 6] verdiende volgens [slachtoffer 2] superveel. Wanneer [slachtoffer 6] had gewerkt, kreeg ze een tasje boodschappen van verdachte mee naar huis en twee balletjes coke. Verdachte had de bankpas van [slachtoffer 6] . Hij had van iedereen alles.96

[getuige 1] heeft verklaard dat ze verdachte heeft leren kennen via [slachtoffer 6] . [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] en [getuige 2] werkten voor verdachte. Met werken bedoelde zij prostitutiewerk. Dat werken gebeurde in Rotterdam, Den Haag, Zoetermeer en Gouda. De meiden hadden ook seks met verdachte in ruil voor cocaïne en heroïne. Ze zag dat de meiden, nadat ze gewerkt hadden, geld gaven aan verdachte.97

[getuige 5] heeft verklaard dat [slachtoffer 6] even bij verdachte en [getuige 6] heeft gelogeerd.98

[getuige 7] heeft verklaard dat hij verdachte zijn woning heeft laten gebruiken vanaf 2011 tot augustus 2014. De eerste twee jaar heeft [getuige 7] alleen over [getuige 2] gehoord. [getuige 7] heeft [slachtoffer 1] , [getuige 2] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] in zijn woning aan het werk gezien. Verdachte was er 99% van de tijd bij. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] waren altijd samen. Ze kwamen met de auto. [slachtoffer 1] werkte op maandag, donderdag en vrijdag en kwam met verdachte en [slachtoffer 6] . Later werd er gewerkt op donderdag, vrijdag en zaterdag. [slachtoffer 6] heeft het langst gewerkt, zij is tot het eind bij verdachte gebleven. [getuige 7] heeft [slachtoffer 6] in zijn woning wel eens verdovende middelen zien gebruiken. Ze stond te roken.99

Overige bevindingen

Uit mutaties betreffende het adres [adres] te Zoetermeer blijkt dat verdachte op 4 augustus 2012 heeft verklaard dat [slachtoffer 6] een tijdje bij [slachtoffer 1] heeft verbleven.100

Bij doorzoeking van de woning van de vader van verdachte zijn onder meer aangetroffen een uitkeringsspecificatie en een huurovereenkomst ten name van [slachtoffer 6] .101

Bij doorzoekingen in de woningen op [adres] 204 te Zoetermeer en Van [adres] te Zoetermeer zijn op verschillende gegevensdragers een groot aantal (pornografische) afbeeldingen en video’s aangetroffen van waarop onder meer [slachtoffer 6] is te zien.102

Bij de insluitingsfouillering van verdachte werd een Samsung telefoon aangetroffen. Daarop is een groot aantal WhatsApp berichten aangetroffen waaronder:

  • -

    Op 7 mei 2015, vanaf 18.37.54 uur wordt vanaf de telefoon van verdachte aan [telefoonnummer] @s.whatsapp.net Sweetangels Love achtereenvolgens verzonden: “Hee gaat alles goed” en “$$$????”.
    Hierop wordt om 18.38.59 geregeerd met: “Ja twee afspraken gemaakt”.

  • -

    Op 7 mei 2015 18.43.29 uur, wordt vanaf de telefoon van verdachte aan Sweetangels Love verzonden: “Trio en”.
    Hierop wordt geregeerd om 18.44.55 uur met: “en een half uurtje voor [bijnaam] ”.

  • -

    Op 7 mei 2015 18.50.20 uur wordt aan Sweetangels Love verzonden: “ [getuige 7] er al”.

  • -

    Op 7 mei 2015 19.34.34 vanaf 19.34.34 uur wordt aan Sweetangels Love achtereenvolgens verzonden: “Doet [bijnaam] haar best”, “Luistert ze”, “tot ga zo rijden” en “tot zo”.

  • -

    Op 8 mei 2015 vanaf 13.56,45 uur wordt aan Sweetangels Love achtereenvolgens verzonden: “omhoog gegooid”, “en Mail gedaan” ”aanbieding 60 90”.

  • -

    Op 8 mei 2015 om 15.03.21 uur meldt Sweetangels Love: “die [naam] is binnen” en “€100”.
    Hierop wordt om 15.03.42 uur vanaf de telefoon van verdachte gereageerd met “ok dan”.

  • -

    Op 8 mei 2015 15.10.37 uur wordt vanaf de telefoon van verdachte aan Sweetangels Love bericht: “Dont mess around with the patron”.

  • -

    Dezelfde dag vanaf 15.12.05 uur wordt achtereenvolgens aan Sweetangels Love verzonden: “Is er 15 uur een klant?” , “ben een aan het inplannen” en “plan maar alles in”.

  • -

    Op 9 mei 2015 18.30.54 uur wordt van de telefoon van verdachte aan Sweetangels Love verzonden: “Alles goed”.
    Hierop antwoordt Sweetangels Love om 18.31.41 uur: “Ja [slachtoffer 1] heeft net klant gehad en [bijnaam] nu ook en [slachtoffer 1] weer om 6 uur”.
    Hierop wordt vanaf de telefoon van verdachte geantwoord om 18.31.58 uur: “Ok mooi”.

  • -

    Op 9 mei 2015, 19.26.58 uur, wordt aan Sweetangels Love verzonden: “hoeveel is het totaalbedrag”.
    Hierop wordt gereageerd, om 19.50.50 uur, met: “€250+€80 van de eerste klant”.
    Vanaf de telefoon van verdachte wordt daarop, om 19.53.27 uur, verzonden; “nice”.

  • -

    Op 9 mei 2015 19.57.32 uur wordt aan Sweetangels Love verzonden: “nog afspraken”.
    Hierop wordt vanaf 20.16.54 uur gereageerd met : “ja een”, en “om 19.30 uur voor [bijnaam] ”.

  • -

    Op 9 mei 2015 vanaf 21.15.37 uur wordt aan Sweetangels Love achtereenvolgens verzonden: “He [naam] ”, “hoeveel zitten we nu”.
    Hierop reageert Sweetangels Love om 21.28.14 uur: “in totaal €500 (met de doekoe wat je al op zak had)”.

  • -

    Op 17 april 2016 van 10.49.54 tot 10.50.38 uur wordt achtereenvolgens bericht aan Naatnew: “Deze week ma en di nog werken”, “dan weer tijd”, ”dus wel weer een planning”103

De verklaring van de verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 6] kent. Hij heeft haar in 2012 leren kennen, toen zijn dochter ongeveer drie maanden oud was. Zijn dochter is geboren op [datum] 2012. [slachtoffer 6] had problemen in haar leven. De verdachte wist dat haar kinderen uit huis waren geplaatst en hij wist dat zij dakloos was. De verdachte heeft geregeld dat [slachtoffer 6] tijdelijk op het adres van [slachtoffer 1] en later op het adres van [getuige 4] kon verblijven. De verdachte kwam er vrij snel achter dat [slachtoffer 6] verdovende middelen gebruikte. Verdachte heeft verklaard seks te hebben gehad met [slachtoffer 6] in zijn eigen woning, bij [getuige 7] en ook bij [slachtoffer 1] . Voor het prostitutiewerk in de woning van [getuige 7] heeft de verdachte advertenties gemaakt en geplaatst, regelde hij de afspraken en vervoerde hij haar naar Gouda en weer terug naar Zoetermeer. Verdachte heeft ook over [slachtoffer 6] ’s bankpas en pincode beschikt.104
Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat [slachtoffer 6] ook werkte bij [slachtoffer 1] en [getuige 4] . Hij acht het wel mogelijk dat zij daar voor zichzelf werkte. Verdachte heeft verklaard mét [slachtoffer 6] te hebben gewerkt in de woning van [getuige 7] in Gouda. Hij heeft haar geen drugs verstrekt. Zij had dan ook geen schuld bij hem.

Conclusie

Op grond van voorgaande bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 6] verslaafd was aan harddrugs en als prostituee werkte. Vlak nadat [slachtoffer 6] verdachte leerde kennen, werd hij haar dealer. [slachtoffer 6] was dakloos en kwetsbaar en verdachte was hiervan op de hoogte. Hij verstrekte haar cocaïne ‘op de pof’, waardoor zij een schuld bij hem opbouwde. Om die schuld af te betalen, moest zij haar bankpas en pincode aan de verdachte geven. Hierdoor werd [slachtoffer 6] steeds meer afhankelijk van de verdachte, in het bijzonder omdat hij haar drugs bleef verstrekken. [slachtoffer 6] betaalde haar schulden aan hem af door voor hem als prostituee te gaan werken. De verdachte regelde onderdak voor [slachtoffer 6] bij [slachtoffer 1] en [getuige 4] waar zij dan ook ging werken.

[slachtoffer 6] heeft in de tenlastegelegde periode, vanaf ongeveer drie maanden na de geboorte van verdachtes dochter, voor de verdachte gewerkt als prostituee. Zij moest al haar verdiensten afstaan aan de verdachte. In ruil voor haar werk kreeg zij alleen cocaïne van de verdachte, waarbij de hoeveelheid niet in verhouding stond tot de werkzaamheden die zij moest verrichten. Doordat de schuld die zij bij de verdachte had steeds groter werd en vanwege haar verslaving, verkeerde zij in een steeds afhankelijker positie van de verdachte. Naast prostitutiewerkzaamheden met of voor derden moest zij meermalen van de verdachte seksuele handelingen met hemzelf verrichten.

Zij heeft gewerkt in [slachtoffer 1] woning aan de [adres] in Zoetermeer, in de woning van [getuige 4] in Zoetermeer, aan de [adres] in Den Haag en in de woning van [getuige 7] aan de [adres] in Gouda. Verdachte bracht [slachtoffer 6] naar haar werkplek in Gouda. De verklaringen van [slachtoffer 6] vinden op deze punten voldoende verankering in andere bewijsmiddelen.

De verklaring van de verdachte dat er sprake was van een samenwerking, vindt geen steun in het dossier. Zijn verklaring dat hij haar geen drugs heeft verstrekt en dat [slachtoffer 6] geen schuld bij hem had opgebouwd, vindt evenmin steun in het dossier. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt juist het tegendeel.

3.6.9

Modus operandi van de verdachte

De bewijsmiddelen, die door de rechtbank op zichzelf staand reeds als redengevend worden geacht, versterken elkaar onderling. In alle gevallen is sprake van een kwetsbare vrouw, die afhankelijk is van verdovende middelen of daarvan (verder) afhankelijk gemaakt wordt en gehouden. Alle betrokken vrouwen wijzen verdachte daarbij aan als de verstrekker van de verdovende middelen. Daarbij wordt gesproken over ‘wit’ en ‘bruin; cocaïne en heroïne. Alle betrokken vrouwen geven aan dat zij daardoor schulden hadden opgebouwd bij verdachte en dat verdachte hen vervolgens voorstelde om, ter aflossing van die schuld, zich voor hem te prostitueren. Bijna alle vrouwen geven daarnaast aan dat zij, in ruil voor verdovende middelen, (al dan niet dagelijks) seks dienden te hebben met verdachte. Getuige [getuige 3] en [getuige 4] bevestigen dit beeld. [getuige 4] heeft expliciet verklaard dat verdachte altijd meisjes uitzoekt die verslaafd zijn aan cocaïne of heroïne. Dan kan hij zeggen dat de meisjes met iemand naar bed moeten. Alleen in het zaaksdossier [slachtoffer 6] lijkt de aanvankelijke gang van zaken anders te zijn geweest, maar ook [slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij na de eerste afspraak met verdachte gelijk seks had bij verdachte thuis. Ook zij kreeg geen geld maar drugs voor de seks. En ook zij verklaarde dat zij verslaafd was en ging werken om drugs te krijgen. Nagenoeg alle betrokken vrouwen geven verder aan dat zij het verdiende geld niet zelf mochten houden en dat de verkregen drugs niet in verhouding stonden tot de waarde van door hen geleverde diensten.
De gedragswijze van verdachte is, gelet op het voorgaande, steeds gelijk. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook sprake van een patroon: een vaste modus operandi. Dit versterkt de geloofwaardigheid van de door de afzonderlijke aangeefsters afgelegde verklaringen, maar ook versterken de verklaringen daarmee elkaar.

3.6.10

Conclusies ten aanzien van de zaaksdossiers mensenhandel

Uit het voorgaande (de paragrafen 3.6.3 en 3.6.5 tot en met 3.6.9) blijkt dat de verdachte zijn overwicht als hun dealer en de kwetsbare posities van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] niet alleen heeft aangegrepen om te profiteren van hun verdiensten als prostituee, maar ook om in zijn eigen seksuele behoeftes te voorzien. De rechtbank is van oordeel dat ook dit laatste kan worden beschouwd als seksuele uitbuiting. Zij moesten hem seksueel bevredigen, waardoor hun lichamelijke integriteit is geschonden. De verdachte bespaarde hiermee de kosten van een prostituee, terwijl daarvoor voor hen geen reële tegenprestatie tegenover stond. Ondertussen hield de verdachte hen ook afhankelijk van hem door drugs te blijven verstrekken. Zij moesten al hun verdiensten afstaan, zonder dat daar een reële tegenprestatie tegenover stond. Van een normale zakelijke relatie was geen sprake. De rechtbank stelt vast dat het werken als prostituee varieert van een enkele keer ( [slachtoffer 3] ) tot jarenlang ( [slachtoffer 1] ). Het aantal keren dat zij de verdachte seksueel moesten bevredigen varieert eveneens van een enkele keer ( [slachtoffer 1] ) tot dagelijks gedurende een langere periode ( [slachtoffer 3] ).

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat de verdachte door middel van misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van haar kwetsbare positie [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft geworven, vervoerd, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van seksuele uitbuiting (sub 1). Bovendien kan worden bewezen dat hij hen ertoe heeft bewogen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandigheden handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het verrichten van die arbeid of diensten (sub 4). Ten slotte kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken (sub 6) uit de seksuele uitbuiting van hen en dat hij hen heeft bewogen uit de opbrengst van hun seksuele handelingen te bevoordelen (sub 9). Deze feiten zullen dienovereenkomstig bewezen worden verklaard.

[slachtoffer 2]

Uit hetgeen de rechtbank onder paragraaf 3.6.4 heeft vastgesteld, blijkt dat de verdachte zijn positie als dealer van [slachtoffer 2] heeft aangegrepen om te profiteren van haar verdiensten als prostituee. [slachtoffer 2] moest al haar verdiensten afstaan, zonder dat daar een reële tegenprestatie tegenover stond. In ruil voor haar werk kreeg zij alleen cocaïne van de verdachte, waarbij de hoeveelheid niet in verhouding stond tot de werkzaamheden die zij moest verrichten. Er was geen sprake van een normale zakelijke relatie.

Gelet op het voorgaande kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken (sub 6) uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] . Dit feit zal dienovereenkomstig bewezen worden verklaard.

3.7

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2015 te Zoetermeer en/of Gouda en/of Rotterdam en/of ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

A)

[slachtoffer 1] , telkens door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd en gehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1°) en

- die [slachtoffer 1] heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en

- die [slachtoffer 1] heeft bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde, (sub 9°) en

B)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 6°)

immers heeft verdachte

- aan die [slachtoffer 1] harddrugs (heroïne en/of cocaïne) verstrekt en aldus die [slachtoffer 1] verder afhankelijk gemaakt en gehouden van harddrugs en

- die [slachtoffer 1] te veel laten betalen voor harddrugs en

- die [slachtoffer 1] aldus schulden laten maken bij hem, verdachte, en die [slachtoffer 1] verteld dat zij een schulden had bij hem, verdachte, en

- de beschikking over de bankpas van die [slachtoffer 1] gekregen en de uitkering van die [slachtoffer 1] van haar bankrekening gepind en

- aldus die [slachtoffer 1] financieel afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en gehouden en

- aldus die [slachtoffer 1] voor het verkrijgen van harddrugs afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en gehouden en

- aldus die [slachtoffer 1] bewogen om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en die [slachtoffer 1] voor en/of na een klant een (kleine) hoeveelheid harddrugs verstrekt en

- foto's en films van die [slachtoffer 1] gemaakt en

- advertenties op sekssites ( [website] en [website] ) geplaatst en

- die [slachtoffer 1] naar werkplekken gebracht en vervoerd en

- afspraken gemaakt met klanten en

- die [slachtoffer 1] bewogen haar met de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en/of klanten van die [slachtoffer 1] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door [slachtoffer 1] verdiende geld ingenomen en

- die [slachtoffer 1] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld) en

- die [slachtoffer 1] bewogen seks met klanten zonder condoom te hebben en

- die [slachtoffer 1] geslagen en

- die [slachtoffer 1] gecontroleerd en laten controleren;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 21 mei 2016 in Nederland opzettelijk heeft bewerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij in de periode van 1 april 2016 tot en met 10 mei 2016 te Zoetermeer (in de woning [adres] ) opzettelijk aanwezig heeft gehad 146 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 65 gram heroïne, zijnde cocaïne en heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2011 tot en met 21 mei 2016 te Gouda

B)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] , (sub 6°),

immers heeft verdachte

- aan die [slachtoffer 2] harddrugs (heroïne en/of cocaïne) verstrekt en

- foto’s van die [slachtoffer 2] gemaakt en

- die [slachtoffer 2] bewogen haar met de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en/of klanten van die [slachtoffer 2] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door die [slachtoffer 2] verdiende geld ingenomen en

- die [slachtoffer 2] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld);

Parketnummer 09/765016-16

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 3 augustus 2012 te Zoetermeer

A)

[slachtoffer 3] , telkens door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven en gehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 3] (sub 1°) en

- heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en

- heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 3] ’s, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en

B)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 3] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- die [slachtoffer 3] verdovende middelen verstrekt en

- die [slachtoffer 3] aldus verder afhankelijk gemaakt en gehouden van verdovende middelen en

- die [slachtoffer 3] een schuld laten opbouwen (door het verstrekken van verdovende middelen) en

- de bankpas van die [slachtoffer 3] door haar laten afstaan en in bezit gehad en

- die [slachtoffer 3] aldus (financieel) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en

- die [slachtoffer 3] aldus voor het verkrijgen van verdovende middelen afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en

- onderdak voor die [slachtoffer 3] geregeld en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat zij haar opgebouwde schuld moest afbetalen en

- foto's van die [slachtoffer 3] gemaakt en

- klanten voor die [slachtoffer 3] geregeld en

- die [slachtoffer 3] bewogen haar met de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en/of klanten van die [slachtoffer 3] aan hem, verdachte, laten betalen en

- die [slachtoffer 3] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld);

2.

hij op 2 augustus 2012 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met één ander, meermalen een afbeelding heeft vervaardigd van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum] 1995 (die ten tijde van het maken van de foto’s de leeftijd van 16 jaar had), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die verdachte oraal bevredigt en/of de penis van verdachte in haar mond heeft en

- foto's [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die met de penis van verdachte speelt en

- [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die de stijve penis van verdachte aftrekt en/of oraal bevredigt en/of in haar mond heeft

en

hij in de periode van 2 augustus 2012 tot en met 10 mei 2016 te Zoetermeer, gegevensdragers, te weten een USB stick (merk Dana Elec) en een netbookcomputer (merk Asus), in bezit heeft gehad, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum] 1995 (die ten tijde van het maken van de foto’s de leeftijd van 16 jaar had), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- foto's [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die verdachte oraal bevredigt en/of de penis van verdachte in haar mond heeft en

- foto's [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die met de penis van verdachte speelt en

- foto's [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die de stijve penis van verdachte aftrekt en/of oraal bevredigt en/of in haar mond heeft;

3.

hij in de periode van 1 april 2016 tot en met 10 mei 2016 te Zoetermeer een vuurwapen van categorie III, te weten een omgebouwd gas/alarmpistool (scherpschietend) merk Tanfoglio

kaliber 6.35 mm en munitie van categorie III, te weten 3 stuks munitie merk

G.F.L. kaliber 6.35 mm en 1 stuk munitie merk S&B kaliber 7,65 mm Browning,

voorhanden heeft gehad;

Parketnummer 09/766067-16

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2012 te Zoetermeer

A)

[slachtoffer 4] , telkens door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd en gehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 4] (sub 1°) en

- heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wisten of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en

- heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 4] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en

B)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 4] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- aan die [slachtoffer 4] harddrugs verstrekt en aldus die [slachtoffer 4] verder afhankelijk gemaakt en gehouden van harddrugs en

- die [slachtoffer 4] gezegd dat zij een schuld bij hem, verdachte, had en gezegd dat die [slachtoffer 4] een schuld bij hem, verdachte, moest aflossen en

- onderdak voor die [slachtoffer 4] geregeld en

- de bankpas van die [slachtoffer 4] door haar laten afstaan en in bezit gehad en

- aldus die [slachtoffer 4] (financieel) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en

- aldus die [slachtoffer 4] voor het verkrijgen van harddrugs afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of gehouden en

- aldus die [slachtoffer 4] bewogen om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en

- advertenties op sekssites ( [website] en/of [website] ) geplaatst voor die [slachtoffer 4] en klanten voor die [slachtoffer 4] geregeld en

- die [slachtoffer 4] naar (een) werkplek(ken) gebracht en vervoerd en

- die [slachtoffer 4] het door haar verdiende geld aan hem, verdachte, laten afgeven en/of de klanten van die [slachtoffer 4] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door die [slachtoffer 4] verdiende geld ingenomen en

- die [slachtoffer 4] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld);

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 25 maart 2012 te Zoetermeer

A)

[slachtoffer 5] , telkens door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 5] (sub 1°) en

- heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en

- heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 5] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en

B)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 5] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- aan die [slachtoffer 5] harddrugs verstrekt en aldus die [slachtoffer 5] verder afhankelijk gemaakt en gehouden van harddrugs en

- die [slachtoffer 5] gezegd dat zij een schuld bij hem, verdachte, had en gezegd dat die [slachtoffer 5] een schuld bij hem, verdachte, moest aflossen en

- aldus die [slachtoffer 5] (financieel) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en

- aldus die [slachtoffer 5] voor het verkrijgen van harddrugs afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of gehouden en

- die [slachtoffer 5] vervoerd naar klanten en/of werkplekken en- die [slachtoffer 5] bewogen om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en

- die [slachtoffer 5] bewogen haar met de prostitutie verdiende geld af te staan en/of de klanten van die [slachtoffer 5] aan hem, verdachte, te laten betalen en/of het door die [slachtoffer 5] verdiende geld ingenomen en

- die [slachtoffer 5] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld);

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2012 tot en met 21 mei 2016 te Zoetermeer en/of ’s-Gravenhage en/of Gouda

A)

[slachtoffer 6] , telkens door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 6] (sub 1°) en

- heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 6] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en

- heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 6] ’s, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en

B)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 6] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- aan die [slachtoffer 6] harddrugs verstrekt en aldus die [slachtoffer 6] verder afhankelijk gemaakt en gehouden van harddrugs en

- onderdak voor die [slachtoffer 6] geregeld en

- tegen die [slachtoffer 6] gezegd dat zij een schuld bij hem, verdachte, had en

- de bankpas en/of pincode van die [slachtoffer 6] ter beschikking gehad en

- aldus die [slachtoffer 6] (financieel) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en

- aldus die [slachtoffer 6] voor het verkrijgen van harddrugs afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of gehouden en

- die [slachtoffer 6] bewogen om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en

- advertenties op [website] en/of [website] geplaatst voor die [slachtoffer 6] en meermalen die advertenties bovenaan geplaatst door credits te kopen en

- die [slachtoffer 6] naar werkplekken gebracht en vervoerd en

- die [slachtoffer 6] bewogen haar met de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en/of klanten van die [slachtoffer 6] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door die [slachtoffer 6] verdiende geld ingenomen en

- die [slachtoffer 6] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld).

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft zich hierbij gebaseerd op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie met betrekking tot handel in drugs, vervaardigen van kinderporno en mensenhandel.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht - bij bewezenverklaring - rekening te houden met het gegeven dat verdachte niet eerder voor mensenhandel is veroordeeld en met de omstandigheden waaronder de mensenhandel plaatshad, bijvoorbeeld dat geen sprake was van lange werkdagen of slechte werkomstandigheden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de, soms jarenlange, uitbuiting van meerdere verslaafde vrouwen in de prostitutie. Al deze vrouwen leerden verdachte kennen als dealer. Verdachte leverde hen (jarenlang) drugs en de vrouwen bouwden, meestal omdat zij de drugs niet (meer) konden betalen, een schuld op bij verdachte. Op enig moment bepaalde verdachte dat het tijd was om die schuld te gaan aflossen en bij gebrek aan financiële middelen, gebeurde dat door werk in de prostitutie. Verdachte liet ook zichzelf - in sommige periodes dagelijks - door veel van deze vrouwen seksueel bevredigen. Verdachte maakte op deze manier misbruik van de verslaving van de vrouwen, voor wie op dat moment het verkrijgen van drugs de hoogste prioriteit was. Doordat verdachte vaak de bankpasjes van de vrouwen had en hen drugs verstrekte, raakten de vrouwen ten opzichte van verdachte in een steeds afhankelijker positie. Bedanken voor de drugs is, wanneer sprake is van een verslaving een illusie, en de drugs bij een ander dan verdachte kopen was dat bij gebrek aan financiële middelen ook. Verdachte valt aan te rekenen dat hij puur uit persoonlijk winstbejag en persoonlijk genot deze vrouwen heeft uitgebuit. Hij heeft hierdoor een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers en heeft daarmee een grove inbreuk gemaakt op hun fundamentele rechten. Dat de werkomstandigheden van de slachtoffers minder schrijnend waren dan die ook wel worden gezien in andere mensenhandelzaken, doet dáár niet aan af. De verdachte heeft door zijn handelen geen enkel respect getoond voor de slachtoffers. Dat geldt ook met betrekking tot de kinderpornografische foto’s die verdachte heeft gemaakt van [slachtoffer 7] , die hij nota bene na ‘de inval’, zijn aanhouding en verhoor dienaangaande nadien thuis toch nog op zijn computer heeft geplaatst.

Verdachte heeft zich verder over een periode van ruim vijf jaar schuldig gemaakt aan het dealen van cocaïne en heroïne. Ook heeft hij een hoeveelheid van deze stoffen in zijn bezit gehad. Dit is bijzonder kwalijk, omdat van deze stoffen bekend is dat dit stoffen zijn die voor gebruikers schadelijk zijn voor de gezondheid en bovendien sterk verslavend. Het is een feit van algemene bekendheid dat gebruikers van harddrugs vaak vermogensdelicten plegen om in hun behoefte te kunnen voorzien. Ook brengt de handel in drugs met zich dat een zwart geldcircuit ontstaat. De ervaring leert verder dat in en rondom de handel in drugs vaak geweld voorkomt. Daarnaast gaat het dealen van drugs gepaard met veel overlast en onveiligheidsgevoelens in de buurt. Al met al heeft het dealen van verdovende middelen een sterk ontwrichtende werking op verschillende facetten van de maatschappij. Verdachte heeft deze (potentiële) schade en overlast echter voor lief genomen en heeft vooral oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Verdachte heeft geen enkel inzicht getoond in de verwijtbaarheid van zijn gedrag. Integendeel, hij heeft zijn handelsvoorraad opgeslagen in de woning van zijn vader, en daarmee zijn vader potentieel blootgesteld aan de negatieve, vaak gewelddadige, kanten van de drugshandel. Verdachte is bovendien herhaaldelijk eerder veroordeeld voor het dealen dan wel het aanwezig hebben van verdovende middelen. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden deze handelwijze voort te zetten. Zijn optreden valt verdachte daarmee zwaarder aan te rekenen.

Ook het bezit van een vuurwapen rekent de rechtbank verdachte aan, in het bijzonder gelet op de positie van verdachte in zijn omgeving (dealer en pooier).

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de ernst van de feiten, slechts worden volstaan met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor mensenhandel. Voor handelen in drugs ligt dat anders, daarvoor werd verdachte wel eerder veroordeeld.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op de rapportage psychologisch onderzoek, op gesteld door dr. R.A.R. Bullens op 5 december 2016. Hierin wordt geadviseerd om verdachte met betrekking tot feit 2, voor zover dat ziet op het opzettelijk aanwezig hebben van drugs, in verminderde mate toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank volgt dit advies niet. Het bezit van drugs is naar het oordeel van de rechtbank niet zozeer te relateren aan een terugval in drugsgebruik van verdachte, maar veeleer aan de handel in die drugs en het verstrekken daarvan aan de slachtoffers in deze zaak.

Met betrekking tot een mogelijke interventie adviseert de psycholoog een individuele behandeling gericht op de (door de psycholoog vastgestelde) persoonlijkheidsproblematiek. Daarnaast wordt van belang geacht dat betrokkene vat blijft houden op zijn impulsen en abstinent blijft van middelen. Continuering van behandeling bij Palier met aandacht hiervoor wordt daarom geadviseerd. Behandeling kan ambulant plaatsvinden en is als bijzondere voorwaarde (gekoppeld aan een voorwaardelijk strafdeel) geïndiceerd.

De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op het rapport van de reclassering d.d. 15 december 2016 waarin eveneens ambulante behandeling - zoals gesuggereerd door de psycholoog - wordt geadviseerd. Gelet op de lange strafverwachting adviseert de reclassering een onvoorwaardelijke straf op te leggen. Het plan van aanpak met betrekking tot behandelingen kan worden opgesteld in een Penitentiair Programma, Binnen Beginnen traject. De rechtbank zal dit advies volgen.

De rechtbank heeft, ten slotte acht geslagen op het voortgangsverslag toezicht van de reclassering van 3 april 2018 waaruit volgt dat verdachte zich tijdens zijn schorsing aan alle voorwaarden heeft gehouden.

De rechtbank heeft acht geslagen op de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken voor wat betreft het vervaardigen van kinderporno (uitgangspunt: gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar), voor het dealen van harddrugs (uitgangspunt dealen gedurende een periode van 6-12 maanden: gevangenisstraf van 12 maanden), het bezit van 200-500 gram harddrugs (uitgangspunt: 2 maanden gevangenisstraf) en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (uitgangspunt: 3 maanden gevangenisstraf).

Met betrekking tot de mensenhandel hanteert de rechtbank in onderhavige zaak de volgende uitgangspunten: zodra sprake is van een bewezenverklaring voor mensenhandel van een meerderjarige wordt 4 maanden gevangenisstraf opgelegd, onafhankelijk van de vraag hoe vaak of hoe lang van mensenhandel sprake was. Per bewezenverklaarde maand per slachtoffer wordt deze gevangenisstraf in beginsel vermeerderd met 1 maand.

De rechtbank ziet - gelet op de omstandigheid dat de slachtoffers gedurende de bewezenverklaarde periodes niet dagelijks voor verdachte hebben gewerkt - aanleiding om hier, in het voordeel van verdachte, van af te wijken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank, alles afwegend, een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaar, zoals door de officier geëist, een passende straf voor de bewezen verklaarde feiten.

Voorlopige hechtenis

Namens de verdediging is verzocht de voorlopige hechtenis op de datum van deze uitspraak opnieuw te schorsen voor een periode van twee weken. De rechtbank wijst dit verzoek af. Gelet op de voormelde bewezenverklaring is er sprake van ernstige bezwaren. Ook de recidivegrond (t.a.v. de mensenhandel-feiten en de Opiumwet-feiten) en de 12-jaarsgrond (t.a.v. de mensenhandel-feiten) acht de rechtbank ook nog onverkort aanwezig. De persoonlijke omstandigheden van verdachte wegen niet (meer) op tegen de belangen van strafvordering. De belangrijkste reden om de voorlopige hechtenis eerder te schorsen (kort gezegd: het recht van verdachte om zijn proces in vrijheid af te wachten) is met het vonnis van vandaag komen te vervallen.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vorderingen

De volgende aangeefsters hebben zich ten aanzien van de verschillende feiten als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

  • -

    [slachtoffer 1] (feit 1 in parketnummer 09/767344-15), met een vordering ten bedrage van € 213.082,00, bestaande uit materiële schade (€ 203.082,00) en immateriële schade (€ 10.000,00);

  • -

    [slachtoffer 2] (feit 4 in parketnummer 09/767344-15), met een vordering ten bedrage van € 24.800,00, bestaande uit materiële schade (€ 4.800,-) en immateriële schade (€ 20.000,-);

  • -

    [slachtoffer 3] (feit 1 in parketnummer 09/765016-16), met een vordering ten bedrage van € 16.000,00, bestaande uit immateriële schade;

  • -

    [slachtoffer 7] (feit 2 in parketnummer 09/765016-16), met een vordering ten bedrage van € 2.071,72, bestaande uit materiële schade (€ 71,72) en immateriële schade (€ 2.000,-).

  • -

    [slachtoffer 4] (feit 1 in parketnummer 09/766067-16), met een vordering ten bedrage van € 48.577,20, bestaande uit materiële schade (€ 41.077,20) en immateriële schade (€ 7.500,00);

  • -

    [slachtoffer 5] (feit 2 in parketnummer 09/766067-16), met een vordering ten bedrage van € 35.750,00, bestaande uit materiële schade (€ 15.750,00) en immateriële schade (€ 20.000,00);

  • -

    [slachtoffer 6] (feit 3 in parketnummer 09/766067-16), met een vordering ten bedrage van € 125.744,-, bestaande uit materiële schade (€75.744,-) en immateriële schade (€ 50.000,-);

Ten aanzien van alle vorderingen geldt dat gevorderd is deze te vermeerderen met de wettelijke rente, en - met uitzondering van [slachtoffer 6] - met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

De conclusie van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vorderingen als volgt kunnen worden toegewezen:

-ten aanzien van [slachtoffer 1] : € 203.082,00 (materieel) en € 10.000,00 (immaterieel), dus totaal € 213.082,00;

-ten aanzien van [slachtoffer 2] : € 1.800,00 (materieel) en € 5.000,00 (immaterieel), totaal dus € 6.800,00;

-ten aanzien van [slachtoffer 3] : € 5.000,00 aan immateriële schade;

-ten aanzien van [slachtoffer 7] : € 71,72 (materieel) en € 1.500,00 (immaterieel), totaal dus € 1.571,72;

-ten aanzien van [slachtoffer 4] : € 41.077,20 (materieel) en € 7.500,00 (immaterieel), dus totaal € 48.577,20;

-ten aanzien van [slachtoffer 5] : € 15.750,00 (materieel) en € 10.000,00 (immaterieel), dus totaal € 25.750,00;

-ten aanzien van [slachtoffer 6] : € 25.280,00 (materieel) en € 20.000,00 (immaterieel), dus totaal € 45.280,00.

De officier heeft met betrekking tot alle vorderingen ook de wettelijke rente gevorderd evenals het opleggen van de schadevergoedingsmatregel.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair, gelet op de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Met betrekking tot de vorderingen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft de verdediging betoogd dat deze - gelet op het bepaalde in artikel 3:310, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) - zijn verjaard. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat de in de vorderingen gehanteerde berekeningen van de materiële en immateriële schade gebaseerd zijn op onjuistheden. De vorderingen zijn onvoldoende onderbouwd en zowel de materiële als de immateriële schade zijn niet eenvoudig vast te stellen. De vorderingen leveren dan ook een onevenredige belasting op van het strafproces en dienen daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard. Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht de vorderingen aanzienlijk te matigen en voor zover er uitkeringen zijn gedaan door het Schadefonds geweldsmisdrijven dienen deze volgens de verdediging in mindering te strekken op de vordering.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Verjaring

Artikel 3:310, vierde lid, BW bepaalt - samengevat - dat de verjaringstermijn voor een vordering tot vergoeding van schade tegen de persoon die het strafbare feit waardoor die schade is ontstaan, heeft begaan, niet verjaart zolang het strafbare feit nog niet is verjaard. Nu de aan verdachte ten laste gelegde feiten met betrekking tot [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] nog niet zijn verjaard, gaat het beroep op verjaring dus niet op.

Uitkering van het Schadefonds geweldsmisdrijven

De uitkeringen van het Schadefonds hebben, naar het oordeel van de rechtbank, een voorlopig karakter zodat van (definitieve) subrogatie geen sprake is. Door het Schadefonds gedane uitkeringen strekken daarom niet in mindering op toegewezen vorderingen van de benadeelde partij(en). Dit een en ander blijkt ook uit de wetsgeschiedenis van de Wet Schadefonds geweldsmisdrijven. De Memorie van Toelichting bij deze wet luidt:

‘Verder vraagt het Schadefonds geweldsmisdrijven om artikel 6 te verduidelijken en in overeenstemming te brengen met de praktijk. De praktijk is namelijk dat het Schadefonds het uitgekeerde bedrag niet op de dader verhaalt. Het is volgens het Schadefonds dan ook onwenselijk als de rechter bij een voeging en het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel al rekening houdt met een eerdere uitkering uit het Schadefonds, omdat in die gevallen de schadeveroorzaker (de dader) niet wordt veroordeeld in het betalen van de volledige schadevergoeding. Het Schadefonds doet de suggestie om expliciet op te nemen dat de benadeelde (aanvrager) zijn vorderingsrecht behoudt, naast de subrogatie van het Schadefonds geweldsmisdrijven.’ (Kamerstukken II, 32363, 2009-2010, nr. 3, p. 4).

De vorderingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7]

Materiële schade

De gevorderde bedragen zijn door de verdediging inhoudelijk betwist. De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partijen schade hebben geleden als rechtstreeks gevolg van de onder 1 en 2 (parketnummer 09/765016-16), onder 1, 2 en 3 (parketnummer 09/766067-16) en onder 1 en 4 (parketnummer 09/767344-15) bewezen verklaarde feiten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] en heeft hiervoor reeds vastgesteld dat zij (een deel van) de opbrengst aan de verdachte hebben afgestaan. De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat, ondanks verdachtes ontkenning dienaangaande, verdachte wel degelijk drugs aan hen heeft verstrekt, en dat de waarde daarvan in mindering zou moeten worden gebracht op de vorderingen. Dit standpunt komt feitelijk neer op het inroepen van een verrekeningsbevoegdheid. Van zo een bevoegdheid is – gelet op artikel 6:127, tweede lid, BW – slechts sprake wanneer (in dit geval) verdachte een vordering heeft op de benadeelde partij(en). Nu de verdediging zich met betrekking tot deze vordering op het standpunt heeft gesteld dat deze voortvloeit uit de levering van drugs aan de betreffende benadeelde partij(en), gaat het beroep op een verrekeningsbevoegdheid niet op. Het leveren van drugs is immers wettelijk verboden, zodat een overeenkomst met betrekking tot de levering daarvan, gelet op het bepaalde in artikel 3:40 BW naar haar inhoud nietig is. Nu er sprake is van een nietige overeenkomst valt er naar het oordeel van de rechtbank – zo de rechtbank daartoe al gehouden zou zijn – niets te verrekenen.

Ten aanzien van [slachtoffer 7] heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno.

Ten aanzien van [slachtoffer 1]:
De rechtbank zal [slachtoffer 1] niet ontvankelijk verklaren in haar vordering voor zover deze betrekking heeft op het ‘afgedragen bedrag teruggave belastingdienst’ ad € 2.968,00, omdat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld dat dit bedrag inderdaad door verdachte is afgenomen.

Met betrekking tot de post ‘afgedragen inkomsten WWB-uitkering’ zal de rechtbank een bedrag van € 7.516,40 toewijzen (in plaats van de gevorderde € 7.866,00), omdat dit bedrag in de ontnemingsrapportage wordt genoemd als totaal ontvangen uitkering in de periode 2010 tot en met 2012. Dat verdachte zich deze bedragen toe-eigende volgt, behalve uit de verklaring van [slachtoffer 1] , ook onder meer uit de verklaring van [slachtoffer 6] .

Met betrekking tot de post ‘afgedragen inkomsten uit prostitutie’ zal de rechtbank de vordering voor zover deze betrekking heeft op de werkzaamheden op het adres [adres] (110 weken x 3 dagen/ week x 2 klanten/ dag x € 130,-/ klant = € 85.800,00) en de [adres] (52 weken x 3 dagen/ week x 3 klanten/ dag x € 130,-/ klant = € 60.840,00) toewijzen.

De rechtbank zal met betrekking tot de vordering voor zover deze ziet op de adressen aan de [adres] en [adres] , respectievelijk € 16.380,00 en € 12.000,00 toewijzen. Dat is iets minder dan gevorderd, omdat de rechtbank op basis van de verklaringen in het dossier uitgaat van minder werkzame dagen per week, te weten (gemiddeld) 3,5 dag per week voor de [adres] (in plaats van 5 dagen per week) en 5 dagen per week voor [adres] (in plaats van 6 dagen per week).

In totaal zal de rechtbank toewijzen: € 7.516,40 + € 85.800,00 + € 60.840,00 + € 16.380,00 + € 12.000,00 = € 182.536,40.

Ten aanzien van [slachtoffer 2] :

De rechtbank zal als uitgangspunt een tarief hanteren van € 100,00 per klant. De rechtbank overweegt in dit verband dat het tarief voor [slachtoffer 2] lager uitkomt dan dat van aangeefster [slachtoffer 1] , nu [slachtoffer 1] als enige haar werkzaamheden zonder condoom (‘bare’) uitvoerde en die omstandigheid resulteert in een hoger tarief.

Met betrekking tot de frequentie gaat de rechtbank er, op basis van de eigen verklaringen van [slachtoffer 2] , van uit dat zij drie keer heeft gewerkt op de [adres] , en dat haar verdiensten aan verdachte ten goede zijn gekomen. Werkzaamheden op andere locaties zijn door [slachtoffer 2] zelf niet genoemd, zodat voor zover de vordering daarop ziet, [slachtoffer 2] hierin niet ontvankelijk zal worden verklaard. Toegewezen zal worden een bedrag van (3 x € 100,00 x 2 klanten =) € 600,00.

Ten aanzien van [slachtoffer 7] :

De rechtbank overweegt dat de (vervoers)kosten die zijn gemaakt, voor zover deze betrekking hebben op afspraken met de advocaat van [slachtoffer 7] (dus 3 x € 6,52 = € 19,56) zullen worden toegewezen. [slachtoffer 7] zal, voor zover haar vordering ziet op de overige vervoerskosten, niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering nu deze niet een rechtstreeks gevolg zijn van het bewezen verklaarde feit.

Ten aanzien van [slachtoffer 4] :

De rechtbank overweegt dat de vordering voor zover deze betrekking heeft op ‘afgenomen uitkering’ niet is onderbouwd. Nu ook in het dossier geen steunbewijs is aangetroffen voor de stelling dat verdachte degene was die de uitkering van [slachtoffer 4] incasseerde, zal de [slachtoffer 4] in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De vordering met betrekking tot de afgenomen netto opbrengsten ad € 33.600,00 zal worden toegewezen.

Ten aanzien van [slachtoffer 5] :

De rechtbank zal als uitgangspunt een tarief hanteren van € 100,00 per klant. De rechtbank overweegt in dit verband dat het tarief voor [slachtoffer 5] lager uitkomt dan dat van aangeefster [slachtoffer 1] , nu [slachtoffer 1] als enige haar werkzaamheden zonder condoom (‘bare’) uitvoerde en die omstandigheid resulteert in een hoger tarief.

Met betrekking tot de frequentie overweegt de rechtbank dat niet bewezen is dat [slachtoffer 5] ook op de Keileweg en de Waldorpstraat voor verdachte heeft gewerkt. In zoverre zal zij daarom niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Op basis van de (hoofdzakelijk eigen) verklaringen (van [slachtoffer 5] ) gaat de rechtbank met betrekking tot de frequentie uit van 1 gangbang (met 4 klanten), 4 werkdagen op de [adres] (met 2 klanten) en 2 werkdagen (met 2 klanten) op de [adres] . Dat betekent dat de rechtbank zal toewijzen: (4 + (4x2) + (2x2)) = 16 x € 100,00 = €1.600,00.

Ten aanzien van [slachtoffer 6] :

De vordering - die door de verdediging is betwist - is door [slachtoffer 6] niet onderbouwd. Aanhouden van de zaak om [slachtoffer 6] daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen, levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting op van de onderhavige strafprocedure. [slachtoffer 6] zal daarom met betrekking tot dit deel van haar vordering niet ontvankelijk worden verklaard.

Immateriële schade

De gevorderde bedragen zijn door de verdediging inhoudelijk betwist. De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partijen schade hebben geleden als rechtstreeks gevolg van de onder 1 en 2 (parketnummer 09/765016-16), onder 1, 2 en 3 (parketnummer 09/766067-16) en onder 1 en 4 (parketnummer 09/767344-15) bewezen verklaarde feiten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] . De verdachte heeft misbruik gemaakt van hun kwetsbare positie en van zijn uit de feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht. Het is een feit van algemene bekendheid dat de inbreuk op de fysieke integriteit die samenhangt met de seksuele handelingen en het gevoel van onmacht om zichzelf uit de situatie te onttrekken bij de slachtoffers psychische schade veroorzaken.

Ten aanzien van [slachtoffer 7] heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno. Ook hiervoor is een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 7] die, tezamen met de angst voor publicatie van de pornografische foto’s, kan leiden tot psychische schade en dat bij [slachtoffer 7] ook heeft gedaan.

Gelet op het voorgaande - en rekening houdend met de verschillende zaak-gerelateerde omstandigheden - is de rechtbank van oordeel dat de volgende bedragen aan immateriële schade naar billijkheid toewijsbaar zijn, aangezien de rechtbank de vorderingen - mede gelet op hetgeen in soortgelijke zaken wordt toegekend - tot deze bedragen voldoende onderbouwd acht:

[slachtoffer 1] : € 10.000,00;

[slachtoffer 4] : € 7.500,00;

[slachtoffer 5] : € 5.000,00;

[slachtoffer 3] : € 5.000,00;

[slachtoffer 6] : € 5.000,00;

[slachtoffer 2] : € 750,00;

[slachtoffer 7] : € 1.250,00

Conclusie

De rechtbank zal gelet op al het voorgaande de volgende bedragen toewijzen als vergoeding van de materiële en immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de laatste datum van de bewezen verklaarde periode.

- [slachtoffer 1] : (€ 182.536,40 + € 10.000,00 =) € 192.536,40, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 mei 2015;

- [slachtoffer 2] : (€ 600,00 + 750,00 =) € 1.350,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2016;

- [slachtoffer 3] : € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 augustus 2012;

- [slachtoffer 7] : (€ 19,56 + € 1.250,00 = ) € 1.269,56, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 mei 2016.

- [slachtoffer 4] : (€ 33.600,00 + € 7.500,00 = ) € 41.100,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 december 2012;

- [slachtoffer 5] (€ 1.600,00 + € 5.000,00 = ) € 6.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 25 maart 2012;

- [slachtoffer 6] : € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2016;

Voor wat betreft het overige deel van de gevorderde schade (materieel en immaterieel) zullen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in (dat deel van) hun vorderingen.

Kosten

Aangezien de vorderingen (gedeeltelijk) worden toegewezen, zal de verdachte tevens worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Omdat de verdachte voor de onder 1 en 4 (parketnummer 09/767344-15), onder 1 en 2 (parketnummer 09/765016-16) en onder 1, 2 en 3 (parketnummer 09/766067-16) bewezen verklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij jegens [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het hiervoor genoemde toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover met ingang van de hiervoor genoemde data, ten behoeve van de desbetreffende slachtoffers.

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de volgende op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage II aan dit vonnis is gehecht) genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard:

38, 39, 40, 41, 42, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 53, 54, 55 (met uitzondering van de passen op naam van [naam] en [naam] ), 56, 57, 59, 60, 62, 65, 67, 70, 71, 74, 75, 77, 78, 79 en 80.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de volgende op de beslaglijst genummerde voorwerpen zullen worden teruggeven aan of bewaard ten behoeve van de rechthebbenden:

  • -

    43, 52, 61, 63, 64, 66, 68, 69, 72 en 81 (steeds aan de verdachte);

  • -

    55 (de passen op naam van [naam] en [naam] aan hen), 58 (aan [naam] ), 73 en 82 (aan uitgevende instantie), 83 en 84 (aan [naam] );

  • -

    76 (bewaren ten behoeve van de rechthebbende).

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de op de beslaglijst onder 42, 68, 69, 77 en 78 genummerde voorwerpen terug te geven aan de verdachte.

Ten aanzien van de overige op de beslaglijst vermelde voorwerpen heeft de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet onvoldoende grond voor een verbeurdverklaring en zal de volgende op de beslaglijst genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot en met behulp van deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang:

38, 39, 40, 41, 44, 45, 46, 47, 49, 50, 51, 53, 54, 60, 62, 65, 67, 70, 77 en 79.

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank van de volgende op de beslaglijst genummerde voorwerpen gelasten dat deze dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbenden:

  • -

    42, 43, 52, 61, 63, 64, 66, 68, 69, 72, 75, 78, 80 en 81 (steeds aan de verdachte);

  • -

    48, 55, 56, 57, 58, 59, 73, 74, 82, 83 en 84.

De rechtbank zal van de volgende op de beslaglijst genummerde voorwerpen gelasten dat deze dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbenden:

71 en 76.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 248 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I, en 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.7 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Ten aanzien van 09/767344-15:

ten aanzien van feit 1:

mensenhandel;

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 4:

mensenhandel;

Ten aanzien van 09/765016-16:

ten aanzien van feit 1:

mensenhandel;

ten aanzien van feit 2:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

en

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Ten aanzien van 09/766067-16:

ten aanzien van feit 1:

mensenhandel;

ten aanzien van feit 2:

mensenhandel;

ten aanzien van feit 3:

mensenhandel;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

Benadeelde partijen

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] (gedeeltelijk) toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

  • -

    [slachtoffer 1] : een bedrag van € 192.536,40, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 mei 2015;

  • -

    [slachtoffer 2] : een bedrag van € 1.350,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2016;

  • -

    [slachtoffer 3] : een bedrag van € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 augustus 2012;

  • -

    [slachtoffer 7] : een bedrag van € 1.269,56, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 mei 2016;

  • -

    [slachtoffer 4] : een bedrag van € 41.100,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 december 2012;

  • -

    [slachtoffer 5] : een bedrag van € 6.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 25 maart 2012;

  • -

    [slachtoffer 6] : een bedrag van € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2016;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] voor het overige niet ontvankelijk zijn in de vordering;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van:

  • -

    € 192.536,40, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 mei 2015, ten behoeve van [slachtoffer 1] ;

  • -

    € 1.350,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2016, ten behoeve van [slachtoffer 2] ;

  • -

    € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 augustus 2012, ten behoeve van [slachtoffer 3] ;

  • -

    € 1.269,56, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 mei 2016, ten behoeve van [slachtoffer 7] ;

  • -

    € 41.100,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 december 2012, ten behoeve van [slachtoffer 4] ;

  • -

    € 6.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 25 maart 2012, ten behoeve van [slachtoffer 5] ;

  • -

    € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 mei 2016, ten behoeve van [slachtoffer 6] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 365, 23, 60, 22, 240, 68 respectievelijk 60 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

Beslag

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 38, 39, 40, 41, 44, 45, 46, 47, 49, 50, 51, 53, 54, 60, 62, 65, 67, 70, 77 en 79 genummerde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 42, 43, 52, 61, 63, 64, 66, 68, 69, 72, 75, 78, 80 en 81 genummerde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 48, 55, 56, 57, 58, 59, 73, 74, 82, 83 en 84 genummerde voorwerpen;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 71 en 76 genummerde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.J. Schiffers-Hanssen, voorzitter,

mr. C.W. de Wit, rechter,

mr. R.G.C. Veneman, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Schaap, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 april 2018.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

Parketnummer 09/767344-15

1.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2015 te Zoetermeer en/of Gouda en/of Rotterdam en/of ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1°) en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde, (sub 9°) en/of

B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 6°)

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- aan die [slachtoffer 1] harddrugs (heroïne en/of cocaïne) verstrekt en/of (aldus) die [slachtoffer 1] afhankelijk gemaakt en/of gehouden van harddrugs en/of

- die [slachtoffer 1] (te) veel laten betalen voor harddrugs en/of

- die [slachtoffer 1] (aldus) een schuld/schulden laten maken bij hem, verdachte, althans die [slachtoffer 1] verteld dat zij een schuld/schulden had bij hem, verdachte, en/of

- de beschikking over de bankpas van die [slachtoffer 1] genomen/gekregen en/of de uitkering van die [slachtoffer 1] van haar bankrekening gepind en/of

- de beschikking over het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 1] genomen/gekregen en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 1] financieel afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of gehouden en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 1] voor het verkrijgen van harddrugs afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of gehouden en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen, om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en/of die [slachtoffer 1] voor en/of na een klant een (kleine) hoeveelheid harddrugs verstrekt en/of

- foto's en/of films van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of

- advertenties op sekssites ( [website] en/of [website] ) geplaatst (tegen de wens van die [slachtoffer 1] ) en/of

- die [slachtoffer 1] naar een of meer werkplekken gebracht en/of vervoerd en/of

- afspraken gemaakt met klanten en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen, haar met de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en/of klanten van die [slachtoffer 1] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door [slachtoffer 1] verdiende geld ingenomen en/of

- die [slachtoffer 1] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld) en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen seks met klanten zonder condoom te hebben en/of

- die [slachtoffer 1] geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] bedreigd (dat hij “gekke” mensen op haar af zou sturen, althans woorden van gelijke aard of strekking) en/of

- die [slachtoffer 1] gecontroleerd en/of laten controleren;

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 21 mei 2016 te Zoetermeer en/of Gouda en/of elders in Nederland opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, telkens een hoeveelheid van een

materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 april 2016 tot en met 10 mei 2016 te Zoetermeer (in de woning [adres] ) opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 146 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 65 gram heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2011 tot en met 21 mei 2016 te Gouda

A)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 2] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 2] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 2] , (sub 6°),

immers heeft verdachte (telkens)

- aan die [slachtoffer 2] harddrugs (heroïne en/of cocaïne) verstrekt en/of (aldus)

die [slachtoffer 2] afhankelijk gemaakt en/of gehouden van harddrugs en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen, om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en/of die [slachtoffer 2] voor en/of na een klant een (kleine) hoeveelheid harddrugs verstrekt en/of

- de bankpas van die [slachtoffer 2] afgenomen en/of door haar laten afstaan en/of in bezit gehad en/of

- foto’s en/of films van die [slachtoffer 2] gemaakt en/of

- advertenties op sekssites ( [website] en/of [website] ) geplaatst en/of

- afspraken gemaakt met klanten en/of

- die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen, haar met de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en/of klanten van die [slachtoffer 2] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door die [slachtoffer 2] verdiende geld ingenomen en/of

- die [slachtoffer 2] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld);

Parketnummer 09/765016-16

1.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 oktober 2009 tot en met 3 augustus 2012 te Zoetermeer en/of elders in Nederland

A)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 3] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 3] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van

zijn/haar/hun, [slachtoffer 3] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°)

en/of

B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 3] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- die [slachtoffer 3] verdovende middelen verstrekt en/of

- die [slachtoffer 3] (aldus) afhankelijk gemaakt dan wel gehouden van verdovende middelen en/of

- die [slachtoffer 3] een schuld doen of laten opbouwen (door het verstrekken van verdovende middelen) en/of

- de bankpas van die [slachtoffer 3] afgenomen en/of door haar laten afstaan en/of in bezit gehad en/of

- de uitkering van die [slachtoffer 3] (meermalen) van haar bankrekening opgenomen en/of

- die [slachtoffer 3] (aldus) (financieel) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of

- die [slachtoffer 3] (aldus) voor het verkrijgen van verdovende middelen afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of

- onderdak voor die [slachtoffer 3] geregeld en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat zij haar opgebouwde schuld moest afbetalen en/of

- foto's van die [slachtoffer 3] gemaakt en/of een seksadvertentie voor die [slachtoffer 3] gemaakt en/of

- een of meer klanten voor die [slachtoffer 3] geregeld en/of

- die [slachtoffer 3] verdovende middelen verstrekt wanneer zij een klant had gehad en/of

- die [slachtoffer 3] gedwongen, althans bewogen, haar met de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en/of klanten van die [slachtoffer 3] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door die [slachtoffer 3] verdiende geld ingenomen en/of

- die [slachtoffer 3] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld);

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 02 augustus 2012 tot en met 10 mei 2016 te Zoetermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, één of meermalen een afbeelding heeft vervaardigd van seksuele gedragingen en/of een of meer gegevensdrager(s), te weten een USB stick (merk Dana Elec) en/of een netbookcomputer (merk Asus), in bezit heeft gehad, bevattende 42, althans één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum] 1995 (die ten tijde van het maken van de foto’s de leeftijd van 16 jaar had), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- foto's [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die verdachte oraal bevredigt en/of de penis van verdachte in haar mond heeft en/of

- foto's [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die met de penis van verdachte speelt en/of

- foto's [bestand] tot en met [bestand]: een of meer afbeeldingen van [slachtoffer 7] die de stijve penis van verdachte aftrekt en/of oraal bevredigt en/of in haar mond heeft;

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 april 2016 tot en met 10 mei 2016 te Zoetermeer een vuurwapen van categorie III,

te weten een omgebouwd gas/alarmpistool (scherpschietend) merk Tanfoglio

kaliber 6.35 mm en/of munitie van categorie III, te weten 3 stuks munitie merk

G.F.L. kaliber 6.35 mm en/of 1 stuk munitie merk S&B kaliber 7,65 mm Browning,

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

Parketnummer 09/766067-16

1.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 januari 2007 tot en met 31 december 2012 te Zoetermeer en/of ’s-Gravenhage en/of Utrecht en/of Waalwijk en/of elders in Nederland

A)

een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 4] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 4] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 4] ’s, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 4] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- aan die [slachtoffer 4] harddrugs verstrekt en/of (aldus) die [slachtoffer 4] afhankelijk gemaakt en/of gehouden van harddrugs en/of

- die [slachtoffer 4] gezegd dat zij een schuld bij hem, verdachte, had en/of gezegd dat die [slachtoffer 4] een schuld bij hem, verdachte, moest aflossen en/of

- een woning en/of onderdak voor die [slachtoffer 4] geregeld en/of

- de bankpas van die [slachtoffer 4] afgenomen en/of door haar laten afstaan en/of in bezit gehad en/of

- de uitkering van die [slachtoffer 4] (meermalen) van haar bankrekening opgenomen en/of

- het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 4] afgenomen en/of door haar laten afstaan en/of in bezit gehad en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 4] (financieel) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 4] voor het verkrijgen van harddrugs afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of gehouden en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 4] gedwongen, althans bewogen, om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en/of die [slachtoffer 4] drugs gegeven nadat zij een of meer klant(en) had gehad en/of

- advertenties op sekssites ( [website] en/of [website] ) geplaatst voor die [slachtoffer 4] en/of klanten voor die [slachtoffer 4] geregeld en/of

- die [slachtoffer 4] naar een of meer klanten en/of werkplekken gebracht en/of vervoerd en/of

- die [slachtoffer 4] het door haar verdiende geld aan hem, verdachte, laten afgeven en/of de klanten van die [slachtoffer 4] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door die [slachtoffer 4] verdiende geld ingenomen en/of

- die [slachtoffer 4] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld)en/of

- die [slachtoffer 4] (meermalen) geslagen in het gezicht en/of bij de keel gepakt;

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 juli 2001 tot en met 31 december 2004 te Zoetermeer en/of Gouda en /of Rotterdam en/of ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

A)

een ander, te weten [slachtoffer 5] , (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding

-heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 5] zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar zou stellen (sub 1°) en/of

-opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 5] met een derde tegen betaling, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich onder de genoemde omstandigheden beschikbaar zou stellen tot het plegen van die handelingen (sub 4°) en/of

-die [slachtoffer 5] heeft gedwongen en/of bewogen hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen (sub 6°)

tot 1 januari 2005:

artikel 250a lid 1 sub 1°, sub 4° en sub 6° Wetboek van Strafrecht (oud)

en/of

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 januari 2005 tot en met 21 mei 2016 te Zoetermeer en/of Gouda en /of Rotterdam en/of ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

A)

een ander, te weten [slachtoffer 5] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 5] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van

haar, [slachtoffer 5] ’s, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 5] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- aan die [slachtoffer 5] harddrugs verstrekt en/of (aldus) die [slachtoffer 5] afhankelijk gemaakt en/of gehouden van harddrugs en/of

- die [slachtoffer 5] gezegd dat zij een schuld bij hem, verdachte, had en/of gezegd dat die [slachtoffer 5] een schuld bij hem, verdachte, moest aflossen en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 5] (financieel) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of

- (aldus) die [slachtoffer 5] voor het verkrijgen van harddrugs afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of gehouden en/of

- die [slachtoffer 5] vervoerd naar klanten en/of een of meer werkplekken en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 5] gedwongen, althans bewogen, om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en/of

- die [slachtoffer 5] gedwongen, althans bewogen, haar met de prostitutie verdiende geld af te staan en/of de klanten van die [slachtoffer 5] aan hem, verdachte, te laten betalen en/of het door die [slachtoffer 5] verdiende geld ingenomenen/of

- die [slachtoffer 5] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld);

van 1 januari 2005 tot en met 31 augustus 2006

art 273a lid 1 ahf/sub 1°, sub 4°, sub 6° en sub 9° Wetboek van Strafrecht (oud)

vanaf 1 september 2006

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 oktober 2010 tot en met 21 mei 2016 te Zoetermeer en/of ’s-Gravenhage en/of Gouda

A)

een ander, te weten [slachtoffer 6] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 6] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 6] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 6] ’s, seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 6] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- aan die [slachtoffer 6] harddrugs verstrekt en/of (aldus) die [slachtoffer 6] afhankelijk gemaakt en/of gehouden van harddrugs en/of

- een woning en/of onderdak voor die [slachtoffer 6] geregeld en/of

- tegen die [slachtoffer 6] gezegd dat zij een schuld bij hem, verdachte, had en/of

- de bankpas en/of pincode van die [slachtoffer 6] ter beschikking gehad en/of

- de uitkering van die [slachtoffer 6] (meermalen ) van haar bankrekening opgenomen en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 6] (financieel) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of

- (aldus) die [slachtoffer 6] voor het verkrijgen van harddrugs afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of gehouden en/of

- ( aldus) die [slachtoffer 6] gedwongen, althans bewogen, om als prostituee te werken (in ruil voor harddrugs) en/of

- een of meer advertentie(s) op [website] en/of [website] geplaatst voor die [slachtoffer 6] en/of (meermalen) die advertentie(s) bovenaan geplaatst door credits te kopen en/of

- die [slachtoffer 6] naar een of meer werkplekken gebracht en/of vervoerd en/of

- die [slachtoffer 6] gedwongen, althans bewogen, haar met de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en/of klanten van die [slachtoffer 6] aan hem, verdachte, laten betalen en/of het door die [slachtoffer 6] verdiende geld ingenomen en/of

- die [slachtoffer 6] in ruil voor haar prostitutiewerkzaamheden (in verhouding tot het door haar verdiende geld) te weinig harddrugs gegeven (waardoor verdachte financieel werd bevoordeeld).

Bijlage II: De beslaglijst

Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen

38 1.00 STK gegevensdrager

CRUZER EDGE SanDisk

16GB

39 1.00 STK gegevensdrager Kl:blauw

ALBERT HEIJN 8BG

40 1.00 STK gegevensdrager Kl:wit

HEMA 8GB

41 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart

SIEMENS ESPRIMO mobile

laptop/notebook + kabel in tas

42 1.00 STK gegevensdrager Kl:zilver

TOSHIBA

externe harde schijf

43 1.00 STK Administratie

-

div.bescheiden notitieblok met teksten over Rino

44 1.00 STK gegevensdrager

ALBERT HEIJN

SD-kaart

45 1.00 STK gegevensdrager

HAIER

lichtblauw/zilver camera

46 1.00 STK gegevensdrager

MEDION

SD-kaart

47 1.00 STK gegevensdrager

ICIDU

USB-stick

48 1.00 STK Administratie

-

factuur Liberfone onv [naam] /schuldbekentenis

49 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart

ALBERT HEIJN 4GB

USB stick

50 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart

WD

harde schijf

51 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart

INTENSO

harde schijf met kabel

52 1.00 STK Foto

-

diverse naaktfot's

53 1.00 STK Computer Kl:zwart

ASUS

met kabel

54 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart-rood

DANE-ELEC 64GB

USB-stick

55 1.00 STK Bankpas

-

meedere bank/passen verschillende eigenaren

56 1.00 STK Identiteitsbewijs

-

onv MNPKO geb.d.d.05 oktober 1978

57 1.00 STK Ov-Jaarkaart

-

onv [naam] ??

58 1.00 STK Administratie

-

onv [naam] geb 25-7-1970,ziektekostenbewijs

59 1.00 STK Identiteitsbewijs

-

onv [betrokkene 1] Elisabeth [slachtoffer 5] ??

60 1.00 STK Computer Kl:zwart

SAMSUNG tablet

61 1.00 STK Telefoontoestel Kl:wit

KAZAM

62 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

SAMSUNG SM-G900F

63 1.00 STK navigatiesysteem Kl:zwart

TOMTOM

model EN52 Z21230

64 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

SAMSUNG SM-G110H

65 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

SAMSUNG GT-E1180

66 1.00 STK gegevensdrager Kl:zilver

PLATINUM DVD+R

67 1.00 STK gegevensdrager Kl:zilver

DOUBLE DIAMOND digital

met de tekst XXX sletjes prive

68 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart

LACIE

Harde schijf

69 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart

WD ELEMENTS

portable

70 2.00 STK Administratie Kl:wit

-

2 vellen papier met aantekeningen

71 1.00 STK Bankpas

ABN/AMRO

onv [naam]

72 2.00 STK Administratie

-

2 notitieboekjes

73 1.00 STK Rijbewijs

NEDERLANDSE

onv [naam]

74 1.00 STK Bankpas

RABO

onv [slachtoffer 3]

75 1.00 STK Computeronderdeel Kl:zwart

ONBEKEND

computerkast

76 1.00 STK Kaart Kl:zwart

MASTERCARD

Mastercard My Pos

77 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart

HP

laptop

78 1.00 STK gegevensdrager Kl:zwart

TOSHIBA

laptop met bijhorende oplader

79 1.00 STK Computer Kl:zilver

SONY Vaio

Laptop

80 1.00 STK gegevensdrager

DVD

DVD met opschrift Barbara GB

81 3.00 STK gegevensdrager

CD-rom

82 1.00 STK Paspoort

TURKS

Turks paspoort, nummer TR-L 300672 en 17171-2000

83 1.00 STK Pas

BLIJDORP

onv [naam]

84 1.00 STK Portemonnee Kl:bruin

-

met inhoud.

1 HR 8 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3537.

2 HR 8 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3537.

3 HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099.

4 HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099.

5 HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099; HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309.

6 HR 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2771.

7 HR 21 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1100.

8 HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554.

9 HR 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2467.

10 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van de zaaksdossiers die onderdeel uitmaken van het proces-verbaal ‘Onderzoek POGONA (DHRCC15012)’, van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel, met bijlagen.

11 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 1] , d.d. 21 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 9, 21, 65 en 98 t/m 100.

12 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 2] , d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 31, 32, 39 en 40.

13 Proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer 7] , d.d. 5 augustus 2012, (ZD 3), p. 2599 en 2604; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 7] , d.d. 22 juni 2016, p. 3598 en 3599.

14 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 5] , d.d. 21 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 18, 26 t/m 28, 46, 47 en 75.

15 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 3] , d.d. 30 januari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 20, 30, 35, 42 t/m 46.

16 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 4] , d.d. 23 maart 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 6, 7 en 23; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 16 september 2016 (AG/03/02), p. 3652; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 29 september 2016 (AG/03/04), p. 3670.

17 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 6] , d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 13, 14, 19, 25, 32, 38, 39 en 60; proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 6] , d.d. 22 maart 2018, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 25 en 27.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] (GE/10), p. 3533; proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 6] (AG/04/02), p. 3689.

19 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] (GE/22), p. 5744 t/m 5750.

20 Proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 2] , d.d. 25 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 6, 10, 33, 39, 41 en 42.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , d.d. 29 juni 2016 (GE/15), p. 3591 t/m 3593.

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 4] , d.d. 4 augustus 2012 (ZD 3), p. 2649 en 2650; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , d.d. 1 juni 2016 (GE/08/01), p. 3512 en 3513; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , d.d. 7 september 2016 (GE/08/02), p. 3645 en 3648; proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 4] , d.d. 25 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 7, 36, 38 t/m 41, 45 en 49.

23 Proces-verbaal van bevindingen (B/C/05), p. 6501 t/m 6511; proces-verbaal Team Forensische Opsporing, Team Narcotica (AH/121), p. 3367 t/m 3370; geschrift, te weten een ‘Rapport identificatie van drugs en precursoren’ opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut (AH/149), p. 3371 en 3372.

24 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/226), p. 6655 t/m 6657.

25 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/227), p. 6658 t/m 6660.

26 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/239), p. 6693 t/m 6695.

27 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/242), p. 6696 t/m 6699.

28 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/243), p. 6700 t/m 6702.

29 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/246), p. 6703 t/m 6705.

30 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/247), p. 6706 t/m 6708.

31 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/259), p. 6734 t/m 6736.

32 Proces-verbaal van bevindingen, (AH/264), p. 6743 t/m 6745.

33 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 10 april 2018.

34 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 12 juni 2015 (AG/01/01), p. 1672 t/m 1677; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 16 juli 2015 (AG/01/02), p. 1679 t/m 1681; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 27 augustus 2015 (AG/01/03), p. 1684 t/m 1691; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 5 februari 2016 (AG/01/04), p. 1694 en 1695; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 29 april 2016 (AG/01/05), p. 1701; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 17 juni 2016 (AG/01/06), p. 1705 en 1706; proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2017 verbatim uitwerking van aantal passages uit de verhoren van [slachtoffer 1] van 16 juli 2015, 27 augustus 2015 en 17 juni 2016 (AH/344), p. 7374 t/m 7383; proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2017 verbatim uitwerking van aantal passages uit het verhoor van [slachtoffer 1] van 12 juni 2015 (losbladig); proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 april 2018 verbatim uitwerking van aantal passages uit het verhoor van [slachtoffer 1] van 16 juli 2015 (losbladig); proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 1] , d.d. 21 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 7, 9 t/m 12, 14, 16, 20, 21, 27, 29, 31, 34, 35, 38, 42, 47, 51, 52, 63, 65, 70, 75, 77, 87, 88, 91 t/m 102; proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 1] , d.d. 12 februari 2018, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 5 t/m 8, 10, 24 en 27.

35 Proces-verbaal van bevindingen (AH/001), p. 126 en 127.

36 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] d.d. 25 februari 2016 (GE/03), p. 1963 en 1964.

37 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 14] d.d. 25 februari 2016 (GE/02), p. 1958 en 1959; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 15] d.d. 4 maart 2016 (GE/04), p. 1970 en 1971.

38 Proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 2] , d.d. 25 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 33, 34, 36 en 41.

39 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 3] , d.d. 30 januari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 32, 34 en 35; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 8 juni 2016 (GE/10), p. 2027 en 2028.

40 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 5] , d.d. 6 december 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 26, 59 t/m 61 en 78; proces-verbaal bevindingen (AH/170), p. 2007; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 3 juni 2016 (GE/13), p. 2013 t/m 2015; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 5] d.d. 21 september 2016 (AG/05/02), p. 2153.

41 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 4] , d.d. 23 maart 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 30, 42 t/m 46; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] d.d. 16 september 2016 (AG/03/02), p. 2100 en 2101.

42 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 6] , d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 9, 30, 41, 42, 50, 53 t/m 55, 57 en 59; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 6] , d.d. 18 oktober 2016 (AG/04/01), p. 2130; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 6] , d.d. 19 oktober 2016 (AG/04/02), p. 2134 t/m 2136;

43 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , d.d. 29 juni 2016 (GE/15), p. 2076 t/m 2079.

44 Proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 4] , d.d. 25 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 7, 8, 28, 29, 38, 40 t/m 42, 45 en 49; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , d.d. 1 juni 2016 (GE/08/01), p. 2001 t/m 2003; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , d.d. 7 september 2016 (GE/08/02), p. 2091 t/m 2093, 2096.

45 Proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 7] , d.d. 30 januari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 9, 15 en 34; proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] , d.d. 11 mei 2016 (VD/01/11), p. 2163, 2165, 2167; proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] , d.d. 19 mei 2016 (VD/01/13), p. 2173; proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] , d.d. 28 oktober 2016 (VD/01/14), p. 2185.

46 Proces-verbaal [verdachte] in en bij [adres] te Zoetermeer (AH/026), p. 1757 en 1758 met bijlagen p. 1759 t/m 1769.

47 Proces-verbaal van bevindingen (AH/016), p. 1806.

48 Proces-verbaal van bevindingen (AH/252), p. 5466, met bijlagen p. 5467 en 5468.

49 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung (AH/350), p. 6949 en 6950, met bijlagen p. 7271, 7273, 7280 en 7281.

50 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 9 april 2018.

51 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] d.d. 25 mei 2016 (AG/02/01), p. 2335 en 2336; proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] d.d. 10 november 2016 (AG/02/02), p. 5562 t/m 5564; proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 2] , d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 23, 26 t/m 28, 30 t/m 35, 39 t/m 41 en 46.

52 Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 6] , d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 21, 42, 43, 45, 46, 48, 62 en 63; proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 6] d.d. 19 oktober 2016 (AG/04/02), p. 2430.

53 Proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 2] , d.d. 25 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 12.

54 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] d.d. 11 mei 2016 (VD/01/11), p. 2455; proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] d.d. 28 oktober 2016 (VD/01/14), p. 2482 en 2483.

55 Proces verbaal verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 3 augustus 2012, p. 3186-3189; proces verbaal verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 08 juni 2016 (GE/10), p. 3200-3205; proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 3] d.d. 26 oktober 2016 (AG/08/01), p. 3209-3212; proces verbaal verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 30 januari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 12, 17, 18, 20, 21, 22, 24, 26, 29, 34, 35, 43, 49, 51, 52, 58, 59, 60.

56 Proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 6] d.d. 18 oktober 2016, (AG/04/01), p. 3230-3234.

57 Proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] d.d. 27 augustus 2015 (AG/01/03), p. 3473.

58 Proces-verbaal van bevindingen (AH/127), p. 3197.

59 Proces verbaal [verdachte] in en bij [adres] te Zoetermeer (AH/026), p. 3143-3144.

60 Proces verbaal Bevindingen (AH/252), p. 5662 en 5665.

61 Proces verbaal Bevindingen (AH/253), p. 5673 en 5687.

62 Proces verbaal van bevindingen (AH/209), p. 3214.

63 Mutatierapport d.d. 23 mei 2012, p. 5691-5692.

64 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4] , d.d. 25 augustus 2016 (AG/03/01), p. 4021 t/m 4029; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 16 september 2016 (AG/03/02), p. 4030 t/m 4041; proces verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 22 september 2016 (AG/03/03), p. 4046 t/m 4049; proces verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 29 september 2016 (AG/03/04), p. 4050 t/m 4059; proces verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 20 oktober 2016 (AG/03/05), p. 4062 t/m 4065; proces-verbaal van bevindingen verzoek verbatim uitwerking van delen van het vierde verhoor van aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 18 augustus 2017 (AH/338), p. 7603 t/m 7606; proces-verbaal van bevindingen verzoek verbatim uitwerking van delen van het derde verhoor van aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 18 augustus 2017 (AH/349), p. 7608 en 7609; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] , d.d. 23 maart 2017, opgemaakt door de rechter commissaris, punten 6, 7, 8, 10, 11, 12, 15, 17 19, 20, 23, 30 32, 34, 36, 38, 41.

65 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 11] , d.d. 18 augustus 2016 (GE/18), p. 4000.

66 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 5] , d.d. 21 september 2016 (AG/05/02), p. 4096; proces-verbaal van bevindingen - verzoek verbatim uitwerking van delen derde verhoor van aangeefster [slachtoffer 5] (AH/342), p. 7616; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] , d.d. 30 januari 2017, opgemaakt door de rechter commissaris, punten 40 en 41.

67 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , d.d. 21 november 2016, opgemaakt door de rechter commissaris, punt 26.

68 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 6] , d.d. 18 oktober 2016 (ZD11) (AG/04/01), p. 4161 en 4162; Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 6] , d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter commissaris, punten 7, 19, 20, 21, 24, 49.

69 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 3] , d.d. 3 augustus 2012 (ZD11), p. 4393 t/m 4396; ZD12 / p4488, 4491.

70 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] , d.d. 25 mei 2016 (ZD11) (AG/02/01), p. 4220 en 4221; proces-verbaal van bevindingen (AH/127), p. 4227; Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter commissaris, punten 10, 16, 20 en 21.

71 Proces-verbaal bevindingen woning [adres] te Zoetermeer (AH/216), p. 4106.

72 Proces-verbaal bevindingen sin AAJW5393NL (AH/275), p. 5796 en 5798; proces-verbaal van bevindingen C.08.03.2017 (AH/294), p. 5798; proces-verbaal inhoud C.08.03.051 (AH/296), p. 5800.

73 Proces-verbaal bevindingen prepaidcard [slachtoffer 4] (AH/303), p. 5802

74 Proces-verbaal van bevindingen Onderzoek Tablet van het merk Samsung (AH/331), p. 5803 t/m 5806.

75 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 9 april 2018.

76 Proces verbaal bevindingen (AH 170), p. 2909; proces verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 3 juni 2016 (GE/13), p. 2911; proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 5] d.d. 21 september 2016 (AG/05/01), p. 2920-2926; proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 5] d.d. 21 september 2016 (bedoeld is 20 oktober 2016) (AG/05/02), p. 2927-2931; proces verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] d.d. 6 december 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris onder punt 7, 12, 13, 17, 18, 19, 26, 27, 28, 29, 40, 41, 46, 52, 56, 63, 67, 71, 72, 73.

77 Proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] d.d. 5 februari 2016 (AG/01/04), p. 2976-2977.

78 Proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] d.d. 17 juni 2016 (AG/01/06), p. 3011-3017.

79 Proces verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] d.d. 21 november 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris, onder punt 103.

80 Proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] d.d. 29 april 2016 (AG/01/05), p. 2979.

81 Proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] d.d. 5 februari 2016 (AG/01/04), p. 2977.

82 Proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 6] d.d. 18 oktober 2016 (AG/04/01), p. 3084.

83 Proces verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 4] d.d. 22 september 2016 (AG/03/03), p. 3052-3053; proces verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] d.d. 23 maart 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris op 23 maart 2017, punt 48.

84 Proces verbaal van verhoor getuige [getuige 6] d.d. 2 december 2016, opgemaakt door de rechter-commissaris onder punt 20 en 21.

85 Proces verbaal andere vrouwen op [adres] te Zoetermeer (AH/027), p. 2940.

86 Proces verbaal bevindingen (AH/252), p. 5629 en 5638.

87 Proces verbaal bevindingen (AH/211), p. 3030; proces verbaal van bevindingen inhoud C.08.03.016 (AH/292), p. 5650; proces verbaal van bevindingen inhoud C.08.03.017 (AH/294), p. 5652.

88 Proces verbaal van bevindingen nummer 695, opgemaakt door verbalisant E.H. Jong d.d. 21 augustus 17, (los stuk).

89 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 9 april 2018.

90 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 6] , d.d. 18 oktober 2016 (AG/04/01), p 4160 t/m 4164; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 6] , d.d. 19 oktober 2016 (AG/04/02), p 4165 t/m 4169; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 6] d.d. 26 januari 2016, p 5828 t/m 5830; proces-verbaal van bevindingen gespreksverslag [slachtoffer 6] d.d. 1 februari 2017, p 5839 t/m 5841; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 6] d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter commissaris, punten 8 t/m 23, 26, 28, 30, 38, 49, 55, 56, 60, 64; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 6] d.d. 22 maart 2018, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 9, 10, 12, 25 t/m 27, 33, 35, 43; ZD10 / [slachtoffer 4] /AH 339 / p7612, 7613

91 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 27 augustus 2015 (AG/01/03), p. 1690 en 1691; proces-verbaal informatief gesprek mensenhandel d.d. 21 mei 2015 (AH/002), p 4171; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 12 juni 2015 (AG/01/01), p. 4176; proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 16 juli 2015 (AG/01/02), p. 4181, 4182; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 27 augustus 2015 (AG/01/03), p. 4186, 4188, 4190; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 5 februari 2016, (AG/01/04), p. 4197; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 29 april 2016, (AG/01/05), p. p 4199; proces-verbaal van bevindingen fotoherkenning website, d.d. 4 maart 2016, p. 4347-4362; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] d.d. 21 november 2016, opgetekend door de rechtercommissaris, punten 22, 26, 33, 34, 52, 63, 77, 96; proces verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] d.d. 12 februari 2018, opgetekend door de rechtercommissaris, punten 24, 25, 27, 30.

92 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] , d.d. 25 februari 2016, (GE/03), p. 4203.

93 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 16 september 2016, (AG/03/02), p. 4314 t/m 4317; proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] , d.d. 22 september 2016 (AG/03/03), p. 4329; proces verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 4] , d.d. 23 maart 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 20, 23, 63.

94 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] (GE/08/01), p. 4231 t/m 4233; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , d.d. 7 september 2016 (GE/08/02), p. 4305 t/m 4308; proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] , d.d. 25 november 2016, opgesteld door de rechter-commissaris, punten 8, 9, 10, 15, 21, 24, 34, 36.

95 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , d.d. 23 mei 2016 (GE/07/01), p. 4217, 4218; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , d.d. 7 juni 2016 (GE/07/02), p. 4253, 4254; proces-verbaal van bevindingen namen fotoboek, d.d 18 augustus 2017 (AH/339), p. 7612; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , d.d. 25 november 2016, opgesteld door de rechter-commissaris, punten 9, 10, 13, 14, 15, 39.

96 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 25 mei 2016 (AG/02/01), p. 4222 t/m 4225; proces-verbaal van verhoor aangeefsters [slachtoffer 2] (AG/02/02), p. 5843 t/m 5847; proces-verbaal van bevindingen namen fotoboek, d.d. 18 augustus 2017 (AH/339), p. 7612; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , d.d. 2 februari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 26, 28, 30, 33, 36, 40 42, 45, 49.

97 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , d.d. 23 november 2016 (GE/22), p. 5855 t/m 5861.

98 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] , d.d. 13 juni 2016 (GE/11/01), p. 4273.

99 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] , d.d. 11 mei 2016 (VD/01/11), p. 4451 t/m 4453; proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 7] , d.d. 28 oktober 2016 (VD/01/14), p. 4457 t/m 4461, 4464, 4465; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] , d.d. 30 januari 2017, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 7, 9, 10, 15, 27, 28.

100 Proces-verbaal Andere vrouwen op [adres] te Zoetermeer, d.d. 11 oktober 2016 (AH/027), p. 4370 en 4371.

101 Proces-verbaal Foto’s pand C, d.d. 28 oktober 2016 (AH/252), p. 5862.

102 Proces-verbaal PV bevindingen A.11.07.002 Laptop (wit), d.d. 13 december 2016 (AH/269), p. 5495; proces-verbaal van bevindingen sin AAJW5395NL, d.d. 14 december 2016 (AH/273), p. 5522 en 5523; proces-verbaal bevindingen sin AAJW5393NL, d.d. 14 december 2016 (AH/275), p. 5524 en 5525; proces-verbaal van bevindingen sin AAJW5389NL/beslagnr C.08.03.0549, d.d. 4 januari 2017 (AH/282), p. 5528 en 5529; proces-verbaal van bevindingen inhoud C.08.03.016, d.d. 16 januari 2017 (AH/292), p. 5533; proces-verbaal inhoud C.08.03.051, d.d. 24 januari 2017 (AH/296), p. 5537; proces-verbaal van bevindingen (inhoud C.08.03.054), d.d. 24 januari 2017 (AH/298), p. 5539; proces-verbaal van bevindingen C.08.03.056, d.d. 24 januari 2017 (AH/300), p. 5541; proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 januari 2017 (AH/302), p. 5920; proces-verbaal van bevindingen uitlezen A05.01.001, d.d. 20 februari 207 (AH/307), p. 5922; proces-verbaal van bevindingen uitlezen A05.01.002, d.d. 20 februari 2017 (AH/309), p. 5923.

103 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 maart 2017 (AH/335), p. 5967; proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 juli 2017 (AH/350), p. 6949, 6995, 7271 t/m 7276, 7278 t/m 7281.

104 Proces-verbaal verhoor verdachte, d.d. 4 augustus 2012, p. 4383 en 4384; verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 10 april 2018.