Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:4590

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-03-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
AWB 16/25632 en 16/25635
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intrekking verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; Somalië; taalanalyse; bewijslast

Verweerder heeft de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser ingetrokken omdat eiser onjuiste gegevens over de herkomstomgeving heeft verstrekt, dan wel juiste gegevens daarover heeft achtergehouden, terwijl bij bekendheid met de juiste gegevens de oorspronkelijke vergunning niet zou zijn verleend. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling ligt het op de weg van verweerder om aannemelijk te maken dat daarvan sprake is. Verweerder heeft aan het besluit een rapport taalanalyse van TOELT ten grondslag gelegd. Eiser heeft vervolgens een rapport van een door de Taalstudio ingeschakelde contra-expert ingebracht. Verweerder heeft vervolgens door TOELT een weerwoord laten opstellen, waar de contra-expert van de Taalstudio weer heeft gereageerd.

De rechtbank overweegt dat er is in dit geval sprake geweest van ‘equality of arms’. De rechtbank is van oordeel dat zowel de taalanalyse van TOELT als de contra-expertise, zorgvuldig tot stand zijn gekomen, inzichtelijk en concludent zijn. TOELT heeft aan zijn conclusie dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot Zuid-Somalië ten grondslag gelegd dat niet aannemelijk is dat iemand die 29 jaar in Mogadishu stelt te hebben geleefd, overtuigend Noord-Somalisch is gaan spreken zonder daar zelf gewoond te hebben. De contra-expert heeft – samengevat – geconcludeerd dat eiser eenduidig is te herleiden tot Zuid-Somalië, nu in Zuid-Somalië een Noord-Somalisch dialect (Darood) wordt gesproken gelet op de sociolinguïstische situatie sinds 1991. De contra-expert heeft aan de hand van voorbeelden ondersteunende bevindingen met betrekking tot de uitspraak, woordkeuze en grammatica van eiser beargumenteerd. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de contra-expert onder verwijzing naar bronnen ingaat op de socio-linguïstische situatie in de regio waar eiser vandaan stelt te komen, Madiina in Mogadishu. Hij onderstreept dat Madiina, sinds de burgeroorlog in 1991, is overspoeld door nomaden van de Habargidir die uit centraal-Somalië waren gevlucht. Hij stelt dat hun dialect behoort tot de Daarood en van invloed is geweest op lokale dialecten van Abgaal en Murusade. Eiser leefde toen in Madiina waar de inwoners een mix spraken van Benaadir dialecten van Abgaal en Murusade en ‘shadowed by’ het Daarood dialect van Habargidir. De rechtbank stelt vast dat in het weerwoord van een tweede taalanalist van TOELT is nagelaten in te gaan op de stelling dat het Daarood ook in Zuid-Somalië gesproken wordt door mensen die niet in Noord-Somalië hebben verbleven. TOELT heeft gesteld dat het uitgangspunt van de contra-expert, dat zowel zuidelijke (Benaadiri) als noordelijke (Daarood) kenmerken stroken met de gestelde herkomst, in deze casus niet juist is en te veel ruimte laat voor kenmerken die niet zuidelijk zijn. TOELT baseert zich hierbij op moedertaalsprekers uit dat gebied. De contra-expert verwijst in zijn reactie op dit weerwoord echter ook naar moedertaalsprekers uit datzelfde gebied.

In de gegeven omstandigheden acht de rechtbank de taalanalyse geen bruikbaar hulpmiddel bij de beoordeling van de juistheid van de verklaring van eiser dat hij afkomstig is uit Madiina (Mogadishu), omdat de uitkomst van de contra-expertise tegengesteld is aan die van de taalanalyse en uit de contra-expertise kan worden afgeleid dat een zorgvuldig tot stand gekomen, inzichtelijke en concludente taalanalyse evenzeer als uitkomst kan hebben dat de gestelde herkomst uit de regio Zuid-Somalië wordt bevestigd. Dit betekent dat verweerder, ter motivering van zijn standpunt dat het asielrelaas ongeloofwaardig is, ten onrechte naar de taalanalyse en het weerwoord heeft verwezen. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding een deskundige te benoemen. De beroepen zijn gegrond.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 16/25632 (eiser)

AWB 16/25635 (eiseres)

uitspraak van de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 14 maart 2018 in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] ,

eiser, en

[eiseres] ,

geboren op [geboortedatum] ,

eiseres,

beide van (gesteld) Somalische nationaliteit,

(gemachtigde: mr. E.P.A. Zwart, advocaat te Purmerend),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder,

(gemachtigde: mr. J.M. Sidler, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Procesverloop

Bij besluiten van 3 november 2016 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aan eisers verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. De besluiten bevatten tevens terugkeerbesluiten, waarbij aan eisers een termijn voor vrijwillig vertrek is onthouden en een inreisverbod is uitgevaardigd voor de duur van twee jaar.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 27 juli 2017 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2017. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Ten aanzien van het beroep van eiser

1. De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten en omstandigheden.
Eiser is op 21 mei 2009 Nederland ingereisd. Op 17 september 2009 heeft hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) ingediend. Bij besluit van 19 maart 2010 is de aanvraag afgewezen, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling daarvan. Het daartegen ingestelde beroep is bij uitspraak van 28 juli 2010 van deze rechtbank, zittingsplaats Zutphen (AWB 10/10507 en AWB 10/10506), ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 augustus 2010 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het hoger beroep tegen deze uitspraak afgewezen. Op 13 augustus 2010 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een interim measure getroffen en bepaald dat de uitzetting van eiser tijdelijk wordt uitgesteld.

Op 29 oktober 2010 heeft eiser nogmaals een asielverzoek ingediend. Deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle (AWB 10/38853 en AWB 10/38854), heeft het tegen de afwijzing van die aanvraag ingestelde beroep bij uitspraak van 23 november 2010 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft deze uitspraak bevestigd bij uitspraak van 19 januari 2011 (201011798/1/V2).
Bij uitspraak van 31 oktober 2011 (201007429/1/V4) heeft de Afdeling het hoger beroep tegen voornoemde uitspraak van 28 juli 2010 gegrond verklaard, de uitspraak vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 18 maart 2010 vernietigd met instandlating van de rechtsgevolgen.

1.1

Op 31 januari 2012 heeft eiser een nieuw asielverzoek ingediend. Bij besluit van 8 februari 2012 is aan eiser met ingang van 31 januari 2012 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig tot 31 januari 2017.

1.2

Op 9 maart 2012 heeft eiser verzocht om een advies voor afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote (eiseres), zijn beide halfbroers, zijn beide neven, zijn zwager en zijn schoonzus. Daarover is door verweerder negatief geadviseerd.
Op 21 september 2012 heeft eiseres verzocht om een mvv nareis. Op 15 april 2013 heeft in dat verband een gehoor plaatsgevonden met eiseres.

1.3

Op 8 mei 2014 hebben onder meer drie pleegkinderen van eiser verzocht om een mvv nareis. Op 12 en 13 augustus 2014 zijn de pleegkinderen gehoord in verband met die aanvragen.
Eiser is in verband met de aanvragen van zijn pleegkinderen ook gehoord, te weten op 18 november 2014. Dit gehoor heeft zonder registertolk plaatsgevonden.

1.4

Op 5 december 2014 heeft verweerder een voornemen uitgebracht tot intrekking van de aan eiser verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht. De reden voor de verlening was destijds de door eiser gestelde afkomst uit Mogadishu en dat hij tot een minderheid behoort waarbij het verblijf in Eelasha Biyaha niet als vestigingsalternatief kon worden tegengeworpen. Verweerder heeft aan het voornemen tot intrekking ten grondslag gelegd dat er twijfel is ontstaan over de juistheid van de door eiser opgegeven identificerende gegevens, waaronder begrepen zijn etnische gegevens en verblijfplaatsen. De aanleiding voor die twijfel is gelegen in de afwijkende en vage verklaringen van de pleegkinderen tijdens de gehoren op 12 augustus 2014. Ook is hierbij betrokken het gehoor van eiser van 18 november 2014 en de daarop ingediende correcties en aanvullingen van 24 november 2014.

1.4.1

Op 21 januari 2015 heeft eiser een zienswijze ingediend, die is aangevuld bij brief van 2 april 2015. Eiser geeft aan dat het gehoor is afgenomen zonder dat verweerder gebruik heeft gemaakt van een registertolk. Voorts voert eiser aan dat verweerder ten onrechte tegenwerpt dat hij onvoldoende blijk heeft gegeven van enige kennis over zijn vroegere leefomgeving.

1.4.2

Op 20 juli 2015 heeft een intrekkingsgehoor met eiser plaatsgevonden. Ook daarbij is geen gebruik gemaakt van een registertolk. Op 31 juli 2015 heeft eiser correcties en aanvullingen op het rapport van het intrekkingsgehoor ingediend.

1.4.3

Op 12 oktober 2015 heeft verweerder een rapport taalanalyse laten opmaken door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT). De taalanalist (aangeduid met: SOM15) heeft hierin geconcludeerd dat eiser eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië. De taalanalist merkt op dat eiser weinig kan vertellen over zijn gestelde leefomgeving in Mogadishu en dat de informatie die hij verstrekt deels onjuist en bevreemdend is. Eiser noemt Noord-Somalische steden en Noord-Somalische stammen als eerste. Eiser heeft een Noord-Somalisch accent, terwijl hij stelt langdurig (29 jaar) in Mogadishu te hebben gewoond. Dat zijn vrouw uit Noord-Somalië afkomstig is, biedt hiervoor geen afdoende verklaring. Daarbij is eiser nadrukkelijk verzocht zijn eigen taalvariant te spreken. Eiser probeert tijdens het taalanalysegesprek bekende Zuid-Somalische kenmerken te gebruiken in zijn spraak, wat leidt tot een onnatuurlijk gebruik. Op grond van zijn Somalisch taalgebruik is eiser eenduidig te herleiden tot de spraakgemeen-schap binnen Noord-Somalië of Djibouti. Het Somalisch van eiser is eenduidig niet te herleiden tot het gebied waar hij vandaan stelt te komen (Mogadishu).
De taalanalist SOM15 is afkomstig uit Zuid-Somalië en zijn moedertaal is Somalisch.

1.4.4

Op 26 oktober 2016 heeft verweerder, in aansluiting op het voornemen van 5 december 2014, een voornemen uitgebracht tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht tot 31 januari 2012 op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarnaast is het voornemen kenbaar gemaakt om aan eiser een inreisverbod op te leggen voor de duur van twee jaar.

1.4.5

Bij brief van 6 april 2016 heeft eiser een rapport van een door de Taalstudio ingeschakelde contra-expert ingebracht van 18 maart 2016. De contra-expert (bekend onder code XFTP) heeft hierin geconcludeerd dat eiser zonder twijfel is ‘socialized’ in Zuid-Somalië, zeer waarschijnlijk in Madiina (Wadajir) district in Mogadishu en Ceelesha Biyaha settlement (lower Shabeelle province). Eiser behoort tot de Gabooye kaste. De contra-expert heeft hierbij betrokken dat eiser heeft gesteld te zijn geboren en getogen in Madiina en dat hij een paar jaar in Ceelesha Biyaha heeft verbleven, dat hij is getrouwd met een Noord-Somalische vrouw en dat hij sinds 2008 in Nederland verblijft. Die laatste drie elementen kunnen invloed hebben op zijn spraak. De contra-expert beschrijft de sociolinguïstische situatie in de regio. Hij beschrijft dat Madiina, sinds de burgeroorlog in 1991, is overspoeld door nomaden van de Habargidir, die uit centraal-Somalië waren gevlucht. Hun dialect behoort tot de Daarood en is van invloed geweest op de lokale dialecten van de Abgaal en de Murusade. Eiser leefde destijds in Madiina, waar de inwoners een mix spraken van Benaadir dialecten van de Abgaal en de Murusade, welke werd overschaduwd (‘shadowed by’) het Daarood dialect van de Habargidir. De meerderheid van de inwoners van Ceelesha Biyaha behoort tot de Habargidir en de minderheid tot de Murusade, Sheekhaal, Abgaal, Jareer en anderen. Zij spreken een Daarood dialect van de Habargidir ‘shadowed by’ verschillende Benaadir dialecten. Van eiser wordt verwacht dat hij, gelet op zijn achtergrond, een mix spreekt van verschillende Daarood en Benaadir dialecten, ‘slightly shadowed by’ een noordelijk dialect (van zijn vrouw). Voorts stelt de contra-expert vast dat de meerderheid van eisers fonologie tot de Daarood dialecten is te herleiden en deels tot het Noord-Somalisch. De minderheid van eisers fonologie is te herleiden tot de Benaadir dialecten. De contra-expert geeft aan dat in eisers spraak minder Benaadir isoglossen voorkomen dan je zou verwachten als je bent opgegroeid in Madiina, maar de contra-expert verklaart dit door het feit dat eiser met een Noord-Somalische vrouw is getrouwd en enkele jaren in Ceelesha Biyaha heeft gewoond. Voorts stelt de contra-expert dat in het geval van eiser voornamelijk sprake is van een mix van Benaadir en Daarood en dat dit goed te verklaren is, nu de taalgebieden van Daarood en Benaadir naast elkaar liggen. Het mixen van Noord-Somalisch en Benaadir ligt minder voor de hand, nu deze taalgebieden elkaar niet raken. De contra-expert verwijst naar diverse bronnen in het rapport.
De contra-expert is van Russische afkomst en heeft een uitgebreide cv bijgevoegd.

1.4.6

Op 20 juli 2016 heeft verweerder het weerwoord van TOELT van 19 juli 2016 verzonden en ook een door TOELT verrichte herkomstindicatie van 18 juli 2016. Beide rapporten zijn opgemaakt door een taalanalist, aangeduid als SOM7. Aan de taalanalist is gevraagd om een zogenoemde cross-check uit te voeren. De taalanalist is er stellig van overtuigd dat eiser niet uit Mogadishu of elders uit Zuid-Somalië komt, aangezien de tongval van eiser eenduidig wijst op een herkomst uit Noordwest-Somalië of Djibouti. De taalanalist verwijst naar de omstandigheid dat de contra-expert ook vele noordelijke kenmerken heeft aangetroffen, die hij duidt als ‘the features of the Daarood dialects, partly shared with the Northern Somali in its proper sense’. Volgens de contra-expert is dit te verklaren door eisers verblijf vanaf 2008 in Ceelesha Biyaha. Deze verklaring volgt de taalanalist niet en hij verwijst naar een bijlage waarop is te zien waar de Daarood-dialecten gangbaar zijn. Ceelesha Biyaha ligt maar een paar kilometer van Mogadishu af. Voorts geeft de taalanalist aan dat dit inmiddels een bekende tactiek is van de contra-expert die wordt aangeduid met de code XFTP. Het uitgangspunt waar de contra-expert zijn analyse mee aanvangt – dat zowel zuidelijke Benaadiri als noordelijke Daarood kenmerken stroken met de gestelde herkomst – is in deze casus niet juist en laat te veel ruimte voor kenmerken die niet zuidelijk zijn. De contra-expert kan doorgaans wel gevolgd worden in zijn taalkundige bevindingen, maar niet in zijn bewering dat al deze kenmerken óók gangbaar zijn in het gestelde herkomstgebied van eiser. Dit wordt tegengesproken door moedertaalsprekers uit dat gebied, die zich als taalanalisten hebben bewezen als betrouwbare taalinformanten. Ten aanzien van Ceelesha Biyaha geldt dat er zich vooral veel vluchtelingen bevinden, waardoor er geen eenduidig taalbeeld is van deze plaats. Veel van deze vluchtelingen komen echter uit Mogadishu en daarom is er geen reden om aan te nemen dat een (noordelijk) Daarood dialect hier de overhand heeft. De contra-expert onderbouwt deze aanname ook niet. Het is geenszins aan te nemen dat eiser na 29 jaar in Mogadishu te hebben gewoond, overtuigend Noord-Somalisch is gaan spreken, terwijl hij daar nooit gewoond heeft. De contra-expert haalt enkele zuidelijke kenmerken aan, maar verzuimt op te merken hoe onnatuurlijk deze klinken, doordat eiser zichzelf corrigeert, onnatuurlijke combinaties gebruikt of niet consequent is in zijn taalgebruik. De taalanalist acht dit niet overtuigend.
De rechtbank stelt vast dat in de rapporten niet is aangegeven wat de achtergrond is van taalanalist SOM7.

1.4.7

Op 19 september 2016 heeft een intrekkingsgehoor met eiser plaatsgevonden. Daarop heeft eiser op 29 september 2016 correcties en aanvullingen ingediend.

1.4.8

Eiser heeft op 11 oktober 2016 de reactie van de contra-expert van de Taalstudio (d.d. 10 oktober 2016) op het weerwoord van TOELT ingediend. Daarin concludeert de contra-expert dat eiser zonder twijfel is gesocialiseerd in Zuid-Somalië. Het Somalisch van eiser heeft trekken van Daarood en Benaadir dialecten. De contra-expert benadrukt dat SOM7 en SOM15 geen kenmerken geven van de sociolinguïstische situatie in de wijk Madiina en Ceelesha Biyaha, waar eiser stelt te hebben gewoond. De contra-expert stelt dat er in Somalië geen plaats is waar dominante dialecten kunnen worden benoemd, omdat zich overal vluchtelingen bevinden. De contra-expert is onlangs in Puntland geweest (Garoowe) waar hij veel vluchtelingen aantrof uit verschillende Somalische regio’s. Desalniettemin werd daar het Daarood nog wel gesproken. De meerderheid in Ceelesha Biyaha behoort tot de Habargidir. Zij communiceren in Daarood of ‘Habargidir shadowed by Benaadir dialects’. Dit blijkt uit interviews met Somalische informanten die wonen in Mogadishu en Lower Shabeele waar Ceelesha Biyaha is gesitueerd. De taalanalisten van TOELT hebben geen idee welk dialect daar wordt gesproken en derhalve welke Somalische mix eiser wordt geacht te spreken. De taalanalisten van TOELT maken geen onderscheid tussen twee ‘noordelijke’ groepen van Somalische dialecten, namelijk ‘Northern Somali in its proper sense’ (dialecten gesproken in Somaliland, het noordwesten van Somalië en Djibouti) en ‘Daarood dialects’ (bestaande uit circa een dozijn dialecten gesproken in Puntland, het noordoosten van Somalië, Ogadenregio in Ethiopië en in vele nederzettingen in Zuid-Somalië, inclusief Mogadishu en Ceelesha Biyaha. De contra-expert haalt verschillende voorbeelden in de spraak van eiser aan die er duidelijk op wijzen dat eiser geen enkel dialect spreekt dat valt onder ‘Northern Somali in its proper sense’. De door de contra-expert geduide elementen in de spraak van eiser moeten als Daarood worden aangemerkt. De contra-expert stelt vast dat de taalanalisten de Benaadir isoglossen in de spraak van eiser niet hebben geanalyseerd. Voorts weerspreekt de contra-expert de tegenwerping door de taalanalisten dat eiser onnatuurlijke combinaties van noordelijke en zuidelijke karakteristieken gebruikt, waar het volgens de contra-expert slechts om twee voorbeelden gaat die beide verkeerd zijn. De contra-expert wijst daarnaast op de vele spelfouten die taalanalist SOM15 heeft gemaakt en twijfelt aan zijn deskundigheid ten aanzien van de analyse van Somalische dialecten. De contra-expert concludeert dat eiser zonder twijfel is ‘socialized’ in Zuid-Somalië, zeer waarschijnlijk in Madiina (Wadajir) district van Mogadishu en Ceelesha Biyaha (Lower Shabeelle Provincie).

2.
Bij besluit van 3 november 2016 heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken met terugwerkende kracht tot 31 januari 2012, omdat uit de taalanalyse van 12 oktober 2015 is gebleken dat eiser eenduidig is te herleiden tot Noord-Somalië of Djibouti. Door de taalanalist is aangegeven dat eiser weinig kan vertellen over zijn omgeving in Mogadishu, zijn accent, grammatica en woordkeuze een Noord-Somalische taalvariant is en hij onnatuurlijk probeert Zuid-Somalische kenmerken te gebruiken. Ook noemt eiser Noord-Somalische stammen en steden als eerste. Daarnaast geeft TOELT aan dat het feit dat de echtgenote van eiser (eiseres) afkomstig is uit Noord-Somalië, geen afdoende verklaring is voor de Noord-Somalische tongval van eiser en door de taalanalist aan eiser nadrukkelijk is verzocht om zijn eigen taalvariant te spreken, waarmee hij de twijfel aan de gestelde herkomst kan wegnemen. Het weerwoord van 19 juli 2016 en de herkomstindicatie van 18 juli 2016 van TOELT bevestigen deze conclusie en hierin is nogmaals geconcludeerd dat eiser niet is te herleiden tot Zuid-Somalië. Tevens is geconcludeerd dat eiser geen Benaadiri of Daarood-dialect spreekt of een ander dialect dat gangbaar is in Zuid-Somalië. Gelet hierop heeft eiser onjuiste informatie verstrekt over bijzonderheden uit zijn directe woon- en leefomgeving en is niet geloofwaardig dat hij afkomstig is uit het District Madiino, wijk Dharkiinley, subwijk Dhagahtuur in Mogadishu, Zuid-Somalië. Evenmin wordt geloofwaardig geacht dat eiser behoort tot de Gabooye-kaste. Nu de grondslag voor de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was gelegen in de omstandigheden dat eiser uit Mogadishu stelde afkomstig te zijn en tot een minderheid te behoren, en deze omstandigheden niet langer geloofwaardig worden geacht, is de grondslag voor verlening van de verblijfsvergunning asiel komen te ontvallen.
Eiser komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.6a, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Evenmin komt eiser in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Ten slotte is er geen aanleiding om eiser op grond van artikel 64 Vw uitstel van vertrek te verlenen. Aan eiser wordt een termijn voor vrijwillig vertrek onthouden op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, Vw, nu gebleken is dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt. Op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw bestaat tevens aanleiding om jegens eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar uit te vaardigen.

3. Eiser voert aan dat verweerder niet van alle stukken die bij de zienswijze zijn overgelegd, kennis heeft genomen, zoals de brief van 11 oktober 2016 waarbij de reactie van de contra-expert van de Taalstudio is overgelegd en de brief van 29 september 2016 betreffende correcties en aanvullingen op de intrekkingsgehoren. Het bestreden besluit is gelet hierop onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Tevens is sprake van strijd met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) en is gehandeld in strijd met het verdedigingsbeginsel, omdat niet duidelijk is op welke stukken het bestreden besluit is gebaseerd.

3.1

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel in het bestreden besluit enkele data van de door eiser aangehaalde brieven niet overal juist zijn weergegeven, uit het bestreden besluit niet blijkt dat verweerder wezenlijke informatie uit de door eiser aangehaalde brieven niet zou hebben betrokken bij de beoordeling. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat het bestreden besluit er voldoende blijk van geeft dat verweerder de beide reacties van de contra-expert (van 18 maart 2016 en 11 oktober 2016) bij de beoordeling heeft betrokken. De beroepsgrond slaagt niet.

4. Eiser voert, samengevat en voor zover van belang, aan dat verweerder geen kennis heeft genomen van de reactie van de contra-expert van 11 oktober 2016, zodat het besluit onvoldoende is gemotiveerd. Voorts heeft verweerder miskend dat eiser langer, namelijk sinds 2006, in Ceelesha Biyaha heeft verbleven, onder verwijzing naar het gehoor van 18 november 2014. Voorts bevat het besluit een onjuiste samenvatting van het rapport van de contra-expert van 18 maart 2016, door niet weer te geven dat deze zonder twijfel concludeert dat eiser ‘socialized’ is in Zuid-Somalië, maar enkel in te gaan op de andere conclusie van de contra-expert, dat eiser heel waarschijnlijk uit het Wadajir district afkomstig is. Ten onrechte stelt verweerder dat de contra-expert niet aangeeft hoe hij aan zijn kennis komt. Voorts wijst de contra-expert erop dat de spraak van eiser beïnvloed kan zijn door het noordelijke dialect van zijn echtgenote en contacten met landgenoten buiten Somalië sinds 2008. De taalanalisten van verweerder hebben nagelaten karakteristieken te verstrekken van de sociolinguïstische situatie in het Medina district en Ceelesha Biyaha. De contra-expert twijfelt daarnaast aan de deskundigheid van SOM15. Gelet op het voorgaande heeft verweerder ten onrechte de taalanalyse van TOELT ten grondslag gelegd aan het bestreden besluit.

4.1

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de conclusie van de contra-expert, dat eiser zonder twijfel is te herleiden tot Zuid-Somalië, niet gevolgd kan worden. De contra-expert baseert deze conclusie, onder andere, op het feit dat eiser het Daarood-dialect spreekt en dat eiser daarnaast heeft blootgestaan aan taalinvloeden gedurende zijn periode in het vluchtelingenkamp Ceelesha Biyaha en zijn spraak is beïnvloed door de spraak van zijn echtgenote, die afkomstig is uit Noord-Somalië. In de herkomstindicatie van TOELT van 19 juli 2016 is echter geconstateerd dat eiser geen Benaadiri of Daarood dialect of een ander dialect spreekt dat gangbaar is in Zuid-Somalië. Daarbij komt dat de contra-expert in beide rapporten aangeeft dat het Daarood in Zuid- en in Noord-Somalië wordt gesproken, zodat de vraag of eiser dit dialect spreekt niet kan leiden tot de conclusie dat eiser eenduidig is te herleiden tot Zuid-Somalië.
Verweerder stelt voorop dat eiser 29 jaar in Mogadishu stelt te hebben gewoond. Hij heeft naar eigen zeggen nooit in Noord-Somalië gewoond. Eiser stelt dat hij voor een periode van twee jaar in het vluchtelingenkamp Ceelesha Biyaha heeft gewoond. Dit kamp is slechts een paar kilometer verwijderd van Mogadishu. De contra-expert heeft niet onderbouwd dat het Daarood-dialect daar de overhand heeft. Bovendien heeft eiser daar maar twee jaar verbleven. Eiser heeft daarnaast slechts een periode van drie jaar gezamenlijk met eiseres in Mogadishu verbleven en een periode van twee jaar in Nederland, voordat de taalanalyse op 12 oktober 2015 bij eiser is afgenomen. Verweerder acht het niet aannemelijk, zoals ook geconcludeerd wordt in de rapporten van TOELT, dat eiser na 29 jaar in Mogadishu te hebben gewoond, na een verblijf van slechts twee jaar in het vluchtelingenkamp en de omgang met zijn echtgenote, zonder ooit in Noord-Somalië te hebben gewoond, overtuigend Noord-Somalisch is gaan spreken. De contra-expert heeft hier geen verklaring voor gegeven. Ook geeft de contra-expert geen verklaring voor het feit dat eiser tegenover de taalanalist eerst Noord-Somalische stammen en steden noemt, weinig Zuid-Somalische termen noemt en als hij dat doet, eerst een Noord-Somalische term noemt en dit pas daarna corrigeert naar een Zuid-Somalische term. De rapporten van de contra-expert bevatten geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van de taalanalyse, de herkomstindicatie en het weerwoord van TOELT.

4.2

Op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw kan de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden ingetrokken indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.

4.3

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling, onder andere de uitspraak van 12 juni 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:CA3608) ligt het, indien verweerder een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt omdat zich de grond bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw voordoet, op zijn weg aannemelijk te maken dat daarvan sprake is.

4.4

Verder volgt uit deze uitspraak dat een taalanalyse bij een besluit tot intrekking als bewijsmiddel dient van de op verweerder rustende last om aannemelijk te maken dat zich de in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw vermelde grond voordoet.

4.5

Indien de taalanalyse zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is, heeft verweerder door de taalanalyse ten grondslag te leggen aan zijn standpunt dat de vreemdeling niet afkomstig is uit het door hem gestelde land van herkomst, voldaan aan de op hem rustende bewijslast om aannemelijk te maken dat de grond als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw zich voordoet. Het is dan aan de vreemdeling om het door verweerder geleverde bewijs te weerleggen. Die weerlegging kan bestaan uit een contra-expertise, mits ook deze zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is. Als de conclusie van een dergelijke contra-expertise niet luidt dat de vreemdeling eenduidig uit het door hem gestelde land van herkomst afkomstig is, en de vreemdeling ook geen ander bewijs kan leveren, is de vreemdeling daar niet in geslaagd (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:180). Indien echter de uitkomst van de contra-expertise tegengesteld is aan die van de taalanalyse, doet deze expertise daaraan afbreuk, in die zin dat uit deze expertise kan worden afgeleid dat een zorgvuldig tot stand gekomen, inzichtelijke en concludente taalanalyse evenzeer als uitkomst kan hebben dat de gestelde herkomst wordt bevestigd. In die omstandigheden is een taalanalyse geen bruikbaar hulpmiddel bij de beoordeling van de juistheid van de verklaring van de vreemdeling over zijn land van herkomst. Dit betekent dat verweerder, ter motivering van zijn standpunt dat het asielrelaas van de vreemdeling niet geloofwaardig is, dan niet naar de taalanalyse kan verwijzen (zie de uitspraak van de Afdeling van 2 maart 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BV8598).

4.6

TOELT heeft geconcludeerd dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot Zuid-Somalië en daaraan – samengevat – ten grondslag gelegd dat niet aannemelijk is dat iemand die 29 jaar in Mogadishu stelt te hebben geleefd, overtuigend Noord-Somalisch is gaan spreken zonder daar zelf gewoond te hebben. De contra-expert heeft in zijn conclusie - samengevat - geconcludeerd dat eiser eenduidig is te herleiden tot Zuid-Somalië, nu in Zuid-Somalië een Noord-Somalisch dialect (Daarood) wordt gesproken gelet op de sociolinguïstische situatie sinds 1991.

4.7

Ten aanzien van eisers stelling, onder verwijzing naar het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) van 8 oktober 2015 in de zaak Korošec tegen Slovenië (ECLI:CE:ECHR:2015:1008JUD007721212, hierna: het arrest Korošec), dat de taalanalyse en het weerwoord van TOELT onvoldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen en niet inzichtelijk en concludent zijn, zodat zij niet aan het bestreden besluit ten grondslag konden worden gelegd, oordeelt de rechtbank als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling mag er in beginsel van worden uitgegaan dat een vanwege verweerder door het Bureau Land en Taal verrichte taalanalyse tot stand is gekomen onder gedeelde verantwoordelijkheid van een ter zake deskundige linguïst die bij voormeld bureau in dienst is en van wie de kwaliteit voldoende is gewaarborgd en een extern ingeschakelde taalanalist die op zorgvuldige wijze is geselecteerd en onder voortdurende kwaliteitscontrole staat. De rechtbank ziet geen redenen hierover anders te oordelen voor taalanalyses die zijn afgenomen onder verantwoordelijkheid van TOELT. TOELT heeft zijn conclusie aan de hand van door voorbeelden ondersteunde bevindingen met betrekking tot - onder meer - de uitspraak, woordkeuze en grammatica van eiser beargumenteerd en verwezen naar diverse bronnen. De stelling van eiser dat nu de deskundigen van TOELT in dienst zijn van verweerder en gelet daarop onvoldoende neutraal zijn, reeds daarom niet kan worden uitgegaan van de taalanalyse, volgt de rechtbank niet. De enkele omstandigheid dat taalanalisten van TOELT onderdeel uitmaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, is, gelet op het arrest Korošec, onvoldoende voor de conclusie dat zij partijdig zijn. Niet is gebleken van concrete en objectieve omstandigheden om deze conclusie te rechtvaardigen. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder de contra-expertise en de aanvullende reactie van de contra-expert bij de beoordeling heeft betrokken. Eiser heeft met een contra-expertise de inhoudelijke juistheid van de taalanalyse van TOELT kunnen betwisten, zodat hij concrete aanknopingspunten kan aanvoeren voor twijfel aan de inhoud ervan. Derhalve is in dit geval sprake geweest van een “equality of arms”.

4.8

Naar het oordeel van de rechtbank is ook de contra-expertise zorgvuldig tot stand gekomen, inzichtelijk en concludent. Ook de contra-expert heeft zijn conclusie aan de hand van door voorbeelden ondersteunde bevindingen met betrekking tot - onder meer - de uitspraak, woordkeuze en grammatica van eiser beargumenteerd. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de contra-expert onder verwijzing naar bronnen ingaat op de socio-linguïstische situatie in de regio waar eiser vandaan stelt te komen, Madiina in Mogadishu. Hij onderstreept dat Madiina, sinds de burgeroorlog in 1991, is overspoeld door nomaden van de Habargidir die uit centraal-Somalië waren gevlucht. Hij stelt dat hun dialect behoort tot de Daarood en van invloed is geweest op lokale dialecten van Abgaal en Murusade. Eiser leefde toen in Madiina waar de inwoners een mix spraken van Benaadir dialecten van Abgaal en Murusade en ‘shadowed by’ het Daarood dialect van Habargidir. De rechtbank stelt vast dat taalanalist SOM7 heeft nagelaten in te gaan op de stelling dat het Daarood ook in Zuid-Somalië gesproken wordt door mensen die niet in Noord-Somalië hebben verbleven. SOM7 heeft gesteld dat het uitgangspunt van de contra-expert, dat zowel zuidelijke (Benaadiri) als noordelijke (Daarood) kenmerken stroken met de gestelde herkomst, in deze casus niet juist is en te veel ruimte laat voor kenmerken die niet zuidelijk zijn. Taalanalist SOM7 baseert zich hierbij op moedertaalsprekers uit dat gebied. De contra-expert verwijst in zijn reactie op dit weerwoord echter ook naar moedertaalsprekers uit datzelfde gebied.

4.9

Voor zover verweerder, onder verwijzing naar het weerwoord van taalanalist SOM7, stelt dat getwijfeld zou moeten worden aan de deskundigheid van de contra-expert, heeft verweerder dit onvoldoende gemotiveerd. Verder blijkt uit de reactie van taalanalist SOM7 dat de contra-expert doorgaans wel gevolgd kan worden in zijn taalkundige bevindingen. De stelling van verweerder ter zitting, dat verweerder het bestreden besluit heeft gebaseerd op het oordeel van twee taaldeskundigen terwijl eiser zijn stelling slechts op de conclusie van één deskundige heeft gebaseerd, acht de rechtbank evenmin overtuigend, aangezien op de kern van het betoog van de contra-expert niet door taalanalist SOM7 is gereageerd.

4.10

In de gegeven omstandigheden acht de rechtbank de taalanalyse geen bruikbaar hulpmiddel bij de beoordeling van de juistheid van de verklaring van eiser dat hij afkomstig is uit Madiina (Mogadishu), omdat de uitkomst van de contra-expertise tegengesteld is aan die van de taalanalyse en uit de contra-expertise kan worden afgeleid dat een zorgvuldig tot stand gekomen, inzichtelijke en concludente taalanalyse evenzeer als uitkomst kan hebben dat de gestelde herkomst uit de regio Zuid-Somalië wordt bevestigd. Dit betekent dat verweerder, ter motivering van zijn standpunt dat het asielrelaas ongeloofwaardig is, ten onrechte naar de taalanalyse en het weerwoord heeft verwezen. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding een deskundige te benoemen.

5. Gelet op het voorgaande heeft verweerder ten onrechte de taalanalyse aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. Dat brengt mee dat sprake is van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. De beroepsgrond slaagt.

6. Zoals verweerder ter zitting heeft meegedeeld is de intrekking van de verblijfsvergunning asiel van eiser gebaseerd op de taalanalyse en herkomstonderzoek door TOELT en zijn de verklaringen van de pleegkinderen van eiser in de gehoren van 12 en 13 augustus 2014 in samenhang met die van eiser in de gehoren van 18 november 2014 en 20 juli 2015, anders dan aangegeven in het eerste voornemen van 5 december 2014, daarvoor niet dragend. Hetgeen verweerder daarover in de besluitvorming heeft opgenomen en hetgeen eiser daartegenover heeft gesteld, behoeft daarom geen bespreking. Het beroep is gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen.

Ten aanzien van het beroep van eiseres

7. De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten en omstandigheden. Eiser heeft op 21 februari 2012 een verzoek om nareis ingediend ten behoeve van eiseres. Op 28 mei 2013 heeft verweerder aan eiser bericht dat er geen bezwaar bestaat tegen de afgifte van een mvv aan eiseres. Eiseres is vervolgens op 29 juli 2013 naar Nederland gekomen en heeft op 6 september 2013 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van artikel 28 Vw ingediend. Bij besluit van 12 september 2013 is aan eiseres met ingang van 6 september 2013 een vergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vw (oud) geldig tot 6 september 2018.

7.1

Op 12 oktober 2015 is een rapport taalanalyse opgemaakt over eiseres. Daarin concludeert de taalanalist (SOM15) dat eiseres eenduidig is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Djibouti en Noord-Somalië (of eventueel het aangrenzende Ethiopië).

7.2

Op 26 oktober 2015 is een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel, alsook een voornemen tot uitvaardiging van een inreisverbod kenbaar gemaakt. Op 7 december 2015 heeft eiseres een zienswijze ingediend. Op 19 september 2016 heeft een intrekkingsgehoor plaatsgevonden. Daarbij is van een registertolk gebruik gemaakt. Op 29 september 2016 heeft eiseres correcties en aanvullingen ingediend.

7.3

Verweerder heeft bij besluit van 3 november 2016 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiseres ingetrokken omdat de verblijfsvergunning asiel van haar echtgenoot, eiser, is ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over de herkomstomgeving, dan wel het achterhouden van juiste gegevens daarover, terwijl bij bekendheid met de juiste gegevens de oorspronkelijke vergunning niet zou zijn verleend. Eiseres heeft een van eiser afhankelijke verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, Vw (oud). Voorts blijkt uit de taalanalyse van 12 oktober 2015 dat eiseres is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Djibouti, Noord-Somalië /Ethiopië. Nu eiseres tijdens het taalanalysegesprek heeft opgegeven dat zowel een ziekenhuis als een vliegveld in Mogadishu [naam] zijn genaamd, terwijl er geen ziekenhuis onder die naam bekend is in Mogadishu en het vliegveld de naam ’Aden Adde International Airport’ draagt, valt niet in te zien dat er enige aanleiding bestaat aan te nemen dat eiseres enige tijd in of in de onmiddellijke omgeving van Mogadishu heeft verbleven. Nu niet geloofwaardig is dat eiseres met haar echtgenoot heeft verbleven in de opgegeven woon- of verblijfplaats, worden de oorspronkelijk relevant geachte elementen, die hebben geleid tot de verlening van de verblijfsvergunning asiel, evenmin geloofwaardig geacht. Gelet op het vorenstaande heeft eiseres onjuiste identificerende gegevens verstrekt over haar geboorteplaats en verblijfplaatsen in Somalië. De taalanalyse is niet middels een contra-expertise weerlegd.
Aan eiseres wordt een termijn voor vrijwillig vertrek onthouden op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, Vw, nu gebleken is dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt. Op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw bestaat tevens aanleiding om eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar uit te vaardigen.

8. Eiseres voert aan dat zij nimmer heeft beweerd afkomstig te zijn uit Zuid-Somalië. De conclusie dat eiseres niet uit Zuid-Somalië afkomstig is, is derhalve niet in tegenspraak met haar verklaringen. Niet kan worden volgehouden dat eiseres op dit onderdeel onjuiste verklaringen heeft afgelegd. Voorts volgt niet uit de taalanalyse dat de conclusie is gerechtvaardigd dat eiseres nimmer in Zuid-Somalië heeft verbleven. Uit de taalanalyse volgt enkel dat eiseres herleidbaar is tot de spraakgemeenschap Djibouti/Noord-Somalië/Ethiopië. Ook dit is niet in tegenspraak met de verklaringen van eiseres.
Uit de taalanalyse volgt evenmin dat eiseres onjuiste verklaringen over haar herkomst heeft afgelegd, te weten dat zij geboren zou zijn in Ethiopië. Ook dit onderdeel van het besluit berust op een onjuiste lezing van de taalanalyse.

8.1

Zoals door verweerder toegelicht ter zitting, is de intrekking van de verblijfsvergun-ning asiel voor bepaalde tijd van eiseres gebaseerd op de intrekking van de verblijfsvergun-ning asiel voor bepaalde tijd van eiser, haar echtgenoot. Er is immers sprake van een afhankelijke verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, Vw (oud). Eiseres heeft geen zelfstandige verblijfsvergunning asiel. Gelet hierop en nu het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser geen stand houdt, zal de rechtbank ook het bestreden besluit ten aanzien van eiseres vernietigen. De grondslag voor die intrekking is immers daarmee komen te vervallen.

Ten aanzien van eisers

9. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond. De bestreden besluiten zijn in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

10. De rechtbank zal de bestreden besluiten vernietigen.

11. De rechtbank zal met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Awb verweerder veroordelen in de kosten die eisers hebben gemaakt. De kosten zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 1.503,- (2 punten voor de beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 501,-, wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten en draagt verweerder op € 1.503,- te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Putten, voorzitter, mr. N.O.P. Roché en mr. I. de Greef, rechters, in aanwezigheid van mr. M.A.J. van Beek, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2018.

griffier voorzitter

afschrift verzonden aan partijen op:

Coll:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.