Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:452

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-01-2018
Datum publicatie
22-01-2018
Zaaknummer
C-09-544204-KG ZA 17-1543
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Terugkeer statutair directeur na herstel van ernstige ziekte. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Opzegging managementovereenkomst zonder inachtneming contractuele opzegtermijn.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0130
AR 2018/398
AR 2018/397
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/544204 / KG ZA 17-1543

Vonnis in kort geding van 18 januari 2018

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE GOUWE INTERHOLD B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Gouda,

2. [eiser sub 2] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

eisers,

advocaat mr. M.J. Siegers te Rotterdam,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALTERMIJ-DE GOUWE B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Gouda,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YS HOLDING B.V.,

statutair gevestigd te Gouda en kantoorhoudende te Leeuwarden,

gedaagden,

advocaat mr. P.J.B. van Deurzen te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als enerzijds 'DGI' en ' [eiser sub 2] ' (gezamenlijk ook wel als 'eisers') en anderzijds als 'ADG' en 'YSH' (gezamenlijk ook wel als 'gedaagden').

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de brieven van gedaagden van 2 (2x) en 3 januari 2018, met producties;

- de op 4 januari 2018 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Beheer- en Beleggingsmaatschappij "De Gouwe" B.V. (hierna 'BBDG') is enig aandeelhouder en bestuurder van DGI. [eiser sub 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van BBDG.

2.2.

[X Beheer] B.V. (hierna ' [X Beheer] ') is enig aandeelhouder en bestuurder van YSH. Stichting Administratiekantoor [X Beheer] (hierna 'de STAK') en [A] (hierna ' [A] ') zijn enig aandeelhouder respectievelijk enig bestuurder van [X Beheer] . [A] is enig bestuurder van de STAK.

2.3.

ADG, voorheen genaamd Machinefabriek De Gouwe B.V, houdt zich bezig met de vervaardiging van tanks voor de voedings-, farma-, cosmetica- en chemische industrie, alsmede drukvaten en roerwerken. Zij heeft ongeveer 30 werknemers in dienst en is gevestigd op een door haar van DGI gehuurd bedrijfsterrein.

2.4.

In de statuten van ADG is onder meer opgenomen:

" BESTUUR

Artikel 11.

1. De vennootschap wordt bestuurd door een directie bestaande uit een door de algemene vergadering van aandeelhouders vast te stellen aantal van één of meer directeuren. Ook een rechtspersoon kan directeur zijn.

2. De directeuren worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders en kunnen door haar te allen tijde worden geschorst en ontslagen.

(…)

5. (…) Ingeval van belet of ontstentenis van alle directeuren of de enige directeur is de persoon, die de algemene vergadering van aandeelhouders daartoe telkenjare zal aanwijzen, voorlopig met het bestuur belast, onder gehoudenheid ingeval van ontstentenis ten spoedigste een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen teneinde een definitieve voorziening te treffen.

Artikel 12.

(…)

4. De directie heeft de machtiging of goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders nodig voor bestuursbesluiten strekkende tot het:

(…)

f. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten, waarbij een beloning wordt toegekend, waarvan het bedrag per jaar hoger is dan vijftigduizend euro (€ 50.000,00), of het bedrag per jaar hoger is dan door de algemene vergadering van aandeelhouders is vastgesteld, danwel het ontslaan van een lid van het personeel dat een vast jaarsalaris, als hierboven omschreven, geniet;"

2.5.

DGI was enig aandeelhouder en bestuurder van ADG.

2.6.

Op 15 februari 2007 is tussen DGI en (de rechtsvoorganger van) ADG een managementovereenkomst gesloten. Voor zover hier van belang vermeldt de overeenkomst:

" Artikel 1. Ingangsdatum, Opdracht, Plaats van Opdracht

1. Met ingang van 1 januari 2007 draagt Opdrachtgever voorzieningenrechter: ADG) aan Opdrachtnemer (voorzieningenrechter: DGI) op, gelijk Opdrachtnemer aanneemt, het management van haar onderneming, hierna "de Opdracht".

2. Onder de Opdracht wordt verstaan: het voeren van het bestuur, het geven van de dagelijkse leiding aan en het nemen van beleidsbeslissingen bij en ten behoeve van Opdrachtgever. (…)

(…)

Artikel 2 Vervulling van de opdracht, Functionaris en Tijdsbesteding

(…)

Opdrachtnemer stelt de arbeidskracht van de heer [eiser sub 2] , geboren op [geboortedatum] , hierna te noemen: "de Functionaris" , ter beschikking van Opdrachtgever teneinde de Opdracht te vervullen. (…)

Artikel 3. Managementvergoeding

1. De Opdrachtnemer ontvangt van Opdrachtgever voor de vervulling van de Opdracht een managementvergoeding van € 100.000 per jaar exclusief BTW. Deze vergoeding wordt in maandelijkse termijnen van € 8.333 gefactureerd.

2. Deze vergoeding zal gedurende de looptijd van deze overeenkomst jaarlijks, zonder dat daarvan mededeling hoeft te worden gedaan, per 1 januari, en wel voor het eerst op 1 januari 2008, worden geïndexeerd op basis van een aandeelhoudersbesluit.

(…)

.

Artikel 6. Duur, opzegging, beëindiging

1. Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.

2. Ieder der Partijen heeft het recht deze overeenkomst tussentijds door opzegging te beëindigen tegen het einde van de kalendermaand, met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden.

3. Deze overeenkomst eindigt voorts, zonder enige gehoudenheid van Opdrachtgever tot schadevergoeding, doch onverminderd het recht van Opdrachtgever om schadevergoeding te vorderen, door een van de volgend omstandigheden:

(…)

11. bij ziekte van de Functionaris, indien en zodra deze langer duurt dan 12 maanden.

(…)

Artikel 10. Karakter van de overeenkomst en vrijwaring

1. Deze overeenkomst is een overeenkomst van opdracht in de zin van de artikelen 7:400 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Partijen beogen uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst te sluiten, vanwege de door Partijen wenselijk geachte zelfstandigheid en onafhankelijkheid van Opdrachtnemer.

(…)

Artikel 11. Slotbepalingen

(…)

5. Wijzigingen in of aanvullingen op de bepalingen van deze overeenkomst worden na wederzijds akkoord tussen Partijen van kracht door middel van een door beide Partijen ondertekend schrijven, dat aan deze overeenkomst wordt gehecht en daarvan wordt geacht deel uit te maken."

2.7.

Bij - door DGI en ADG ondertekend - addendum is artikel 6 lid 3 sub 11 van de managementovereenkomst van 15 februari 2007 met ingang van 15 april 2010 gewijzigd, in die zin dat deze komt te luiden:

"11. bij ziekte van de Functionaris, indien en zodra deze langer duurt dan 6 maanden."

2.8.

Op 26 november 2009 zijn DGI en YSH overeengekomen dat DGI 50% van haar aandelen in ADG verkoopt aan YSH. DGI en YSH spraken daarbij af dat DGI na de overdracht van de aandelen enig bestuurder van ADG zou blijven en dat - met het oog op de werkzaamheden van [eiser sub 2] als indirect bestuurder - jaarlijks een managementfee van € 100.000,-- (exclusief BTW en autokosten) in rekening zal worden gebracht bij ADG.

2.9.

Op 15 april 2010 is overeengekomen dat Altermij Tanktechniek B.V. (hierna 'AT'), waarvan YSH bestuurder is, in de plaats treedt van YSH ter zake van de overeenkomst van 26 november 2009. Vervolgens heeft DGI - in april 2010 - 50% van de aandelen in ADG (90 stuks) geleverd aan AT.

2.10.

Op 15 april 2010 zijn DGI en AT overeengekomen dat - voor zover de stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders van ADG staken - advies zal worden ingewonnen van een (of drie) deskundige(n), waarna DGI en AT - op straffe van verbeurte van een boete - overeenkomstig dat advies dienen te stemmen.

2.11.

Medio 2012 is [eiser sub 2] ernstig ziek geworden.

2.12.

Bij e-mailbericht van 18 september 2012 heeft [A] onder andere het volgende medegedeeld aan [eiser sub 2] :

"Zoals afgesproken hierbij een samenvatting van de tussen ons gemaakte afspraken:

-1- In de notulen van de buitengewone vergadering van aandeelhouders van 3 september jl. is bepaald dat de directievoering van Altermij-De Gouwe bv wordt overgenomen door Altermij Tanktechniek bv en De Gouwe Interhold bv eervol ontslag wordt verleend.

-2- Indien [eiser sub 2] (voorzieningenrechter: [eiser sub 2] ) weer volledig in staat is om de directie te voeren zal de directievoering weer worden overgenomen door De Gouwe Interhold bv

(…)

-3- M.i.v. 1 april 2013 zal de managementfee van DeGouwe Interhold bv worden verlaagd naar € 2.500,= ex btw per maand."

2.13.

In reactie daarop heeft [eiser sub 2] op 21 september 2012 - per e-mail - het volgende bericht aan [A] :

"Nog bedankt voor je bericht die naar mijn mening hetgeen beschrijft wat we hebben besproken. Eén ding wellicht ter verduidelijking:

Punt 3.

Per 1 januari 2013 vaste managementfee volgens managementovereenkomst (2012 - deel variabel) waarbij per 1 april 2013 de managementfee met € 2.500,-- wordt verlaagd als gevolg van uitkering arbeidsongeschiktheidsverzekering."

2.14.

De in het e-mailbericht van 18 september 2012 - onder 1 - vermelde bestuurswisseling is ingeschreven in het handelsregister.

2.15.

In 2013 - tijdens de afwezigheid van [eiser sub 2] - heeft ADG [B] (hierna ' [B] ') in dienst genomen als directeur. Vervolgens is om [B] een management- c.q. directieteam gevormd.

2.16.

Vanaf begin 2014 is [eiser sub 2] geleidelijk aan weer werkzaamheden gaan verrichten ten behoeve van ADG en sedert medio 2015 is hij daarvoor volledig inzetbaar (40 uur per week). Na zijn terugkeer heeft [eiser sub 2] geen bestuurstaken uitgeoefend, maar heeft hij zich bezig gehouden met commerciële werkzaamheden.

2.17.

In het najaar van 2015 is overeengekomen dat de aan DGI toekomende managementvergoeding in verband met de door [eiser sub 2] ten behoeve van ADG verrichte werkzaamheden wordt verhoogd naar € 5.000,-- per maand, exclusief BTW.

2.18.

In het najaar van 2015 is AT opgehouden te bestaan. In verband hiermee zijn de aandelen die zij in ADG hield overgedragen aan YSH. YSH heeft AT ook opgevolgd als statutair bestuurder van ADG; als zodanig staat zij per 28 oktober 2015 ingeschreven in het handelsregister.

2.19.

In de loop van 2017 is duidelijk geworden dat DGI, althans [eiser sub 2] , en YSH, althans [A] , van mening verschillen over de koers en het te voeren beleid van ADG.

2.20.

Tijdens een bespreking op 21 november 2017 heeft [eiser sub 2] - met een beroep op de in het e-mailbericht van 18 september 2012 vermelde afspraken - aan [A] aangegeven dat hij zij functie als indirect bestuurder van ADG terugeist.

2.21.

Bij brief van 23 november 2017 hebben [A] en [B] , namens ADG, het volgende bericht aan DGI c.q. [eiser sub 2] :

" Opzegging managementovereenkomst

Beste [eiser sub 2] ,

Naar aanleiding van ons gesprek op 21 november jl. en in reactie op jouw mail van 22 november j1. berichten wij je het volgende.

Tijdens de bespreking hebben wij gesproken over jouw rol bij Altermij, naast jouw positie als aandeelhouder. Wij hebben aangegeven dat wij een andere invulling zien aan de positie die jij bekleedt, wij hebben aangegeven dat wij de samenwerking met jou daarom beëindigen.

Die samenwerking is gebaseerd op een overeenkomst van opdracht oftewel managementovereenkomst. Wij zeggen hiermee die overeenkomst op tegen 1 januari 2018. Wij zullen met onmiddellijke ingang niet langer gebruik maken van jouw diensten. Uit coulance zullen wij tijdens de opzegtermijn een vergoeding gelijk aan jouw factuur over de maand november 2017 betaalbaar stellen. Daartoe dien je wel een factuur met specificatie in te dienen.

Dat onze wegen op dit vlak scheiden, wil niet zeggen dat wij jou geen dank verschuldigd zijn voor jouw inzet de afgelopen jaren. Als aandeelhouder blijf je vanzelfsprekend betrokken bij de organisatie. Echter, voor de aansturing van het bedrijf en het succes van onze organisatie is het noodzakelijk om de inrichting van taken en rollen te wijzigen met als gevolg dat wij de overeenkomst met jou/jouw vennootschap opzeggen.

Als aandeelhouder heb jij natuurlijk nog steeds zeggenschap over de koers van het bedrijf. Graag blijven wij met jou in gesprek daaromtrent.

Wij zien elkaar op de geplande AVA op dinsdag 28 november aanstaande ten behoeve van het vaststellen van de begroting voor 2018."

2.22.

[eiser sub 2] heeft op 27 november 2017 bezwaar gemaakt tegen de inhoud van voormelde brief.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen, zakelijk weergegeven:

I. ADG - op straffe van verbeurte van een dwangsom - te gebieden om eisers onmiddellijk toe te laten tot hun werkzaamheden ten behoeve van ADG;

II. ADG te veroordelen om ook ná 1 januari 2018 aan DGI een maandelijkse managementfee te betalen van (ten minste) € 5.000,--, exclusief BTW;

III. gedaagden - op straffe van verbeurte van een dwangsom - te verbieden om, zonder voorafgaand aandeelhoudersbesluit, de tussen ADG en DGI gesloten managementovereenkomst op te zeggen en/of DGI (en/of [eiser sub 2] ) op non-actief te stellen;

IV. YSH - op straffe van verbeurte van een dwangsom - te bevelen zich in het handelsregister uit te schrijven als statutair bestuurder van ADG en al datgene te doen dat nodig is om DGI wederom als enig statutair bestuurder van ADG in te schrijven in het handelsregister en daartoe als (50%) aandeelhouder een stem uit te brengen voor het daartoe strekkende aandeelhoudersbesluit;

een en ander met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Daartoe voeren eisers - samengevat - het volgende aan.

ADG is van oorsprong een familiebedrijf, waarbij [eiser sub 2] al ongeveer 22 jaar is betrokken. Van de ene op de andere dag is [eiser sub 2] op onjuiste gronden uit het bedrijf gezet door YSH.

Nadat [eiser sub 2] medio 2012 ernstig ziek werd, waardoor hij zijn werkzaamheden niet kon uitvoeren, is in september 2012 besloten dat DGI tijdelijk geen statutair bestuurder zou zijn van ADG en dat zij - zodra [eiser sub 2] volledig zou zijn hersteld - weer de (enige) statutaire bestuurder van ADG zou worden. In de loop van 2014 is [eiser sub 2] geleidelijk aan weer werkzaamheden gaan verrichten voor ADG. In afwachting van zijn volledige herstel, wat langer duurde dan verwacht, heeft [eiser sub 2] aanvankelijk genoegen genomen met een andere functie, een commerciële, ervan uitgaande dat hij te zijner tijd weer zou terugkeren als indirect bestuurder van ADG. Tijdens een bespreking op 21 november 2017 heeft [eiser sub 2] - nadat bleek dat [A] en hij niet langer door één deur konden voor wat betreft de toekomst van ADG - aangegeven aan [A] dat hij nakoming eist van de in 2012 (in verband met zijn ziekte) gemaakte afspraken, in die zin dat hij terugkeert in zijn positie van (enig) indirect statutair directeur van ADG. Diezelfde dag nog is [eiser sub 2] - wegens gebrek aan vertrouwen - op non-actief gesteld door [A] , met de mededeling dat hij nog zou worden doorbetaald tot het einde van 2017. Vervolgens heeft ADG de managementovereenkomst met DGI op 23 november 2017 opgezegd per 1 januari 2018.

Op grond van de destijds gemaakte afspraken dienen gedaagden er aan mee te werken dat [eiser sub 2] weer zijn positie als enig statutair bestuurder van ADG gaat bekleden. Dat klemt temeer nu de continuïteit van ADG daarbij is gebaat, gelet de grote technische en commerciële expertise van [eiser sub 2] . Daar komt bij dat de managementovereenkomst niet eenzijdig kan worden opgezegd en zeker niet op een termijn van één maand. Te minder nu daarvoor geen zwaarwegende reden bestaat. Bovendien is [eiser sub 2] voor zijn inkomen grotendeels afhankelijk van de managementfee.

3.3.

Gedaagden voeren gemotiveerd verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

Spoedeisendheid

4.1.

Gedaagden hebben aangevoerd dat eisers geen spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen. Daarin kunnen zij echter niet worden gevolgd. De aard en strekking van de vorderingen brengen het vereiste spoedeisende belang reeds mee. Immers, indien moet worden geoordeeld dat [eiser sub 2] dient terug te keren in zijn functie van indirect statutair directeur van ADG, moet dat zo snel mogelijk worden geëffectueerd.

Statutair bestuurder

4.2.

Ingevolge artikel 11 lid 2 van de statuten van ADG is enkel de vergadering van aandeelhouders bevoegd tot de benoeming en het ontslag van een statutair directeur. Aan de rechter kan eventueel de geldigheid van een daarop betrekking hebbend besluit van de vergadering van aandeelhouders worden voorgelegd. Voor zover (één van) de vorderingen van eisers strekken tot (i) benoeming van DGI als statutair bestuurder van ADG en daarmee van [eiser sub 2] als indirect bestuurder en (ii) het ontslag van YSH, respectievelijk [A] als zodanig, komen deze (reeds) op grond daarvan niet voor toewijzing in aanmerking. Blijkens het hiervoor - onder 2.12 - vermelde e-mailbericht van 18 september 2012 heeft het ontslag en de benoeming van ADG, respectievelijk (de rechtsvoorganger van) YSH als statutair directeur ook plaatsgevonden op een vergadering van aandeelhouders. Een en ander brengt voorts mee dat de enkele mededeling van DGI dat [eiser sub 2] volledig is hersteld van zijn ziekte niet tot gevolg heeft dat DGI onmiddellijk terugkeert als statutair bestuurder van ADG, al dan niet naast YSH als medebestuurder, zoals eisers stellen. Het staat DGI vrij om een vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen met het oog op voormelde kwestie. Voor het geval vervolgens de stemmen staken zal moeten worden gehandeld overeenkomstig de stemovereenkomst van 15 april 2010.

4.3.

Voor zover eisers beogen te bewerkstelligen dat YSH op grond van de in 2012 gemaakte afspraken wordt gedwongen vóór te stemmen op een vergadering van aandeelhouders ter zake van een besluit tot benoeming van DGI als statutair bestuurder van ADG en het ontslag van YSH als zodanig, is het volgende van belang.

4.4.

De inhoud van het onder 2.12 vermelde e-mailbericht van 18 september 2012 kan niet anders worden uitgelegd dan dat DGI en YSH in verband met de ziekte van [eiser sub 2] afspraken dat YSH tijdelijk statutair directeur zou worden van ADG en dat DGI weer zou terugkeren op die positie zodra [eiser sub 2] - qua gezondheid - weer volledig in staat is de directie van ADG te voeren. Duidelijk is geworden dat het herstel van [eiser sub 2] (veel) langer heeft geduurd dan verwacht en dat hij vanaf medio 2012 geen bestuurstaken meer heeft uitgeoefend. Daar komt bij dat in de tussentijd de wijze waarop ADG wordt bestuurd grondig is gewijzigd met de aanstelling van [B] als directeur en de vorming van een management- c.q. directieteam. Hiertegen heeft [eiser sub 2] op zichzelf nooit bezwaar gemaakt, in ieder geval niet tot de bespreking op 21 november 2017. Bovendien is gebleken dat de verhouding tussen enerzijds eisers en anderzijds YSH, [A] , [B] en het managementteam ernstig is verstoord. [eiser sub 2] heeft erkend dat zij niet meer door één deur te kunnen. Op grond van de stukken en het verhandelde op de zitting komt het voor dat [eiser sub 2] in feite enkel vanwege die verstoorde verhouding zijn positie als indirect bestuurder terugeist. In ieder geval is gesteld noch gebleken dat [eiser sub 2] zijn terugkeer op 21 november 2017 verlangde omdat hij toen (pas) weer volledig was hersteld van zijn ziekte.

4.5.

In het beperkte bestek van dit kort geding kan niet worden uitgesloten dat de bodemrechter op grond van het voorgaande tot het oordeel komt dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de in 2012 gemaakte afspraken nog moeten worden nagekomen, aangezien het belang van ADG zich daartegen verzet. Gelet hierop zal YSH daartoe dan ook niet worden veroordeeld in deze procedure.

Managementovereenkomst

4.6.

Voor zover de vorderingen van eisers betrekking hebben op c.q. voortvloeien uit de managementovereenkomst, overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

4.7.

Bij brief van 23 november 2017 heeft ADG de managementovereenkomst opgezegd. Gelet op de reden die daarin wordt aangegeven - de aansturing en het succes van ADG zouden meebrengen dat er geen taak en rol meer is weggelegd voor [eiser sub 2] - moet ervan worden uitgegaan dat de opzegging de onder 2.6 vermelde overeenkomst van 15 februari 2007 betreft en niet een andere - na de ziekte van [eiser sub 2] tot stand gekomen - overeenkomst, zoals gedaagden kennelijk beogen te stellen. Bewijsstukken waaruit een nieuwe overeenkomst blijkt zijn ook niet overgelegd. Mede gelet op het onder 2.12 vermelde e-mailbericht van 18 september 2012 moet worden aangenomen dat begin 2014 is afgesproken dat [eiser sub 2] in verband met zijn gezondheidstoestand - in beginsel tijdelijk - andere (commerciële) werkzaamheden zal verrichten tegen een lagere vergoeding dan de in de overeenkomst van 15 februari 2007 vastgelegde vergoeding en dat voor het overige de bepalingen van die overeenkomst van kracht blijven. Niet kan worden aangenomen dat - zoals gedaagden stellen - de overeenkomst op grond van artikel 6 lid 3 onder 11 van de overeenkomst en het onder 2.7 vermelde addendum van rechtswege eindigde nadat [eiser sub 2] langer dan zes maanden ziek was. Voor zover ADG daarop een beroep had willen doen brengen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid mee dat ADG DGI c.q. [eiser sub 2] daarover had geïnformeerd, mede waar de betrokken partijen de overeenkomst in een dergelijke situatie ook kunnen laten voortduren. Gesteld nog gebleken is, dat dit is gebeurd. Bovendien zou - indien ADG inderdaad ervan is uitgegaan dat de overeenkomst van 15 februari 2007 reeds was geëindigd door de ziekte van [eiser sub 2] - de opzeggingsbrief een andere reden voor de opzegging hebben moeten bevatten. Zoals hiervoor al aangegeven heeft de opgegeven reden betrekking op de uitoefening van de opdracht die is aangegeven in artikel 1 lid 2 van de overeenkomst van 15 februari 2007 en niet op de uitoefening van de commerciële werkzaamheden die [eiser sub 2] laatstelijk verrichtte voor ADG. De ziekte van [eiser sub 2] is in ieder geval ook in de brief van 23 november 2017 niet ten grondslag gelegd aan de beëindiging van de overeenkomst.

4.8.

Op grond van artikel 6 lid 2 van de managementovereenkomst zijn DGI en ADG te allen tijde gerechtigd de overeenkomst tussentijds op te zeggen tegen het einde van een kalendermaand, mits een opzegtermijn van zes maanden in acht wordt genomen. Gelet hierop kunnen eisers niet worden gevolgd in hun stelling dat de overeenkomst niet eenzijdig kan worden opgezegd en dat aan de beëindiging ervan een besluit van de vergadering van aandeelhouders ten grondslag moet liggen. Ook moet worden voorbijgegaan aan hun stelling dat in de gegeven omstandigheden het bepaalde in artikel 12 lid 4 en onder f van de statuten van ADG naar analogie moet worden toegepast, zodat de machtiging of goedkeuring van de vergadering van aandeelhouders nodig is voor de opzegging van de managementovereenkomst. Die bepaling ziet immers enkel op werknemers van ADG op basis van een arbeidsovereenkomst. Dat is DGI c.q. [eiser sub 2] niet. Bovendien is in de managementovereenkomst uitdrukkelijk opgenomen dat geen arbeidsovereenkomst is beoogd, maar een overeenkomst van opdracht in de zin van de artikelen 7:400 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

4.9.

Zoals hiervoor al aangegeven, kan de managementovereenkomst worden opgezegd tegen het einde van de kalendermaand, met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Deze termijn is echter niet in acht genomen, waar de overeenkomst op 23 november 2017 is opgezegd tegen 1 januari 2018. Mede gelet op hetgeen hiervoor onder 4.7 is overwogen valt niet in te zien waarom die overeengekomen termijn niet in acht zou behoeven te worden genomen. Dit betekent dat ADG de managementovereenkomst op 23 november 2017 eerst tegen 1 juni 2018 had mogen opzeggen. Mede in verband met de omstandigheid dat DGI en ADG zijn overeengekomen dat de overeenkomst te allen tijde (eenzijdig) kan worden opgezegd - dus ook zonder zwaarwegende reden - is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de opzegging tegen 1 januari 2018 converteert in een opzegging tegen 1 juni 2018. Van ADG behoeft dus niet te worden verwacht dat zij de overeenkomst nogmaals opzegt, met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn.

4.10.

Het vorenstaande betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat de managementovereenkomst eindigt op 31 mei 2018. Tot en met die datum is ADG dan ook aan DGI de laatstelijk overeengekomen managementfee van € 5.000,-- per maand verschuldigd. Voor zover eisers aanspraak maken op de - al dan niet geïndexeerde - fee van
€ 8.333,-- per maand, zoals vastgelegd in de managementovereenkomst, waar zij een fee vorderen van ten minste € 5.000,-- per maand, wordt de vordering afgewezen. Die fee is immers verbonden aan het besturen door [eiser sub 2] van ADG en dat doet hij (nog) niet. Het voorgaande brengt - in beginsel - verder mee dat (ook) door DGI c.q. [eiser sub 2] verdere uitvoering moet worden gegeven aan de managementovereenkomst. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting moet worden aangenomen dat eisers met hun onder 3.1 sub I vermelde vordering trachten te bewerkstelligen dat [eiser sub 2] weer wordt belast met de in de managementovereenkomst in artikel 1 sub 2 vermelde opdracht (kort gezegd: het besturen van ADG). Die vordering is gelet op hetgeen onder 4.4 en 4.5 is overwogen niet toewijsbaar.

4.11.

Eisers zullen, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt ADG om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan DGI te voldoen een managementfee van € 5.000,-- per maand, exclusief BTW, gedurende de periode van januari 2018 tot en met mei 2018;

5.2.

veroordeelt eisers hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagden begroot op € 2.740,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 1.924,-- aan griffierecht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2018.

jvl