Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:4242

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-02-2018
Datum publicatie
04-05-2018
Zaaknummer
NL18.877
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asiel afgewezen, Kameroen, homoseksualiteit, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.877


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. A. Greve-Kortrijk),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Rennen).


Procesverloop
Bij besluit van 12 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 februari 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer J. van Vliet. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1984 en de Kameroense nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 15 juni 2017 zijn huidige asielaanvraag ingediend.

2. Eiser heeft ook eerder, op 9 september 2009 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is afgewezen. De afwijzing staat in rechte vast. Eiser heeft hierna van 6 februari 2012 tot en met mei 2017 illegaal verbleven in België. Op 15 juni 2017 is eiser door de Belgische autoriteiten overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten.

3 Eiser heeft aan zijn eerste asielaanvraag, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat hij na de dood van zijn vader in 2006 het ouderlijk huis had geërfd en dat hij dit verhuurde aan een kerk en aan de SDF. Eiser is hierom bedreigd, geslagen en gearresteerd. Toen eiser werd vrijgelaten uit de gevangenis zei de bewaker dat hij moest vluchten. Eisers foto stond in de kranten en werd op televisie getoond, omdat er een prijs was uitgeloofd aan degene die eisers verblijfplaats zou doorgeven. Eiser is gevlucht nadat hij van familieleden had gehoord dat de politie een keer bij hem thuis was langs geweest toen hij op de markt was. Hij zou weer gearresteerd worden als de politie hem zou vinden.

Het asielrelaas over zijn ouderlijk huis heeft verweerder in de vorige procedure ongeloofwaardig geacht. Eiser heeft dit asielrelaas in de huidige procedure aangevuld met verschillende documenten ter onderbouwing. Daarnaast heeft eiser aan zijn huidige asielverzoek ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is en in Kameroen is betrapt toen hij seks had met zijn vriend, [vriend]. Eiser en zijn vriend zijn vervolgens gearresteerd. Na een paar dagen konden zij ontsnappen, toen het broertje van [vriend] geld had betaald aan een bewaker. Vervolgens is eiser gevlucht.

4. Het huidige asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- Het asielrelaas dat in het kader van de eerste asielaanvraag naar voren is gebracht en de hiermee samenhangende omstandigheden;

- De homoseksuele geaardheid van eiser; en

- Problemen als gevolg van de homoseksuele geaardheid.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat hetgeen eiser heeft aangevoerd en overgelegd ten aanzien van zijn eerste asielverzoek, niet is aan te merken als nieuwe feiten of omstandigheden. Verweerder heeft dit daarom niet verder onderzocht.

Eisers stelling dat hij homoseksueel is, heeft verweerder wel aangemerkt als een nieuw feit. Verweerder acht de relevante elementen ten aanzien van zijn gestelde homoseksualiteit echter ongeloofwaardig.

5. Eiser voert, samengevat en zakelijk weergegeven, aan dat hij tijdens zijn eerste asielprocedure niet durfde te vertellen dat hij homoseksueel is omdat dit erg moeilijk was voor hem en omdat er een Kameroense tolk bij het gehoor aanwezig was, die hem mogelijk zou veroordelen of schaden. Eiser is heel terughoudend en gesloten en hij had last van angst en schaamte. Ook heeft verweerder ten onrechte twee verklaringen van derden en een medisch rapport van [persoon A] niet meegenomen in de besluitvorming. Eiser voert voorts aan dat verweerder ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de door hem op 4 januari 2018 ingediende stukken ten aanzien van zijn eerste asielprocedure. Verweerder stelt zich ten onrechte op het standpunt dat eiser deze stukken al eerder in die procedure had moeten indienen. Het is erg moeilijk om aan die stukken te komen en eiser zat ten tijde van zijn eerste asielprocedure in bewaring. Volgens eiser is er daarnaast geen grond voor een inreisverbod.

6. De rechtbank is het volgende van oordeel.

6.1

Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat hetgeen eiser heeft aangevoerd ten aanzien van zijn vorige asielrelaas niet kan worden aangemerkt als nieuw feit of omstandigheid. Daartoe heeft verweerder kunnen overwegen dat de door eiser overgelegde documenten dateren van voor de afwijzende beschikking van 23 april 2010. Verweerder heeft ter zitting terecht verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 oktober 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2718), waarin is overwogen dat verweerder het aan een vreemdeling mag tegenwerpen als hij elementen of bevindingen in een eerdere procedure niet heeft ingebracht voor het einde van die procedure. De vreemdeling moet dan aannemelijk maken waarom het niet gelukt is om de elementen of bevindingen eerder in te brengen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom het voor hem niet mogelijk was om deze documenten in de eerdere asielprocedure in te brengen. Evenmin heeft eiser onderbouwd waarom hij die stukken pas in december 2017 heeft kunnen krijgen. Eisers verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van 7 februari 2017 (ECLI:NL:RBDHA:2017:1184) kan gelet op het voorgaande niet slagen. Temeer nu het in die zaak ging om een verklaring van na de afwijzende beschikking waarin stond dat de problemen van de vreemdeling nog voortduurden. Dat is een verschil met deze zaak, waarin eiser documenten heeft overgelegd die dateren van voor de afwijzende beschikking.

6.2

Voorts volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat eiser niet duidelijk heeft gemaakt wat nu precies de reden is geweest dat hij is gevlucht uit Kameroen. Eiser betwist niet dat hij twee verschillende asielrelazen naar voren heeft gebracht. Verweerder heeft zich hierover niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze niet tot één relaas kunnen worden samengevoegd, daarvoor lopen ze te veel uiteen. Daarnaast heeft verweerder ter zitting terecht opgemerkt dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de reden waarom hij op 15 juni 2009 is gearresteerd. Eiser verklaart enerzijds dat hij die dag is gearresteerd vanwege de problematiek met de SDF, en anderzijds dat hij op die dag werd betrapt met zijn vriend. Eiser heeft hier geen verklaring voor gegeven. De rechtbank volgt verweerder in zijn conclusie dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers relaas.

6.3

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat niet valt in te zien dat eiser pas in juni 2017 een asielverzoek heeft ingediend vanwege zijn gestelde homoseksualiteit, terwijl hij op dat moment reeds ruim acht jaar in Nederland dan wel België heeft verbleven. Verweerder heeft eisers verklaring dat hij uit angst niet eerder asiel heeft gevraagd vanwege zijn seksuele geaardheid, op goede gronden onaannemelijk geacht. Dat eiser pas nadat hij op grond van de Dublinverordening uit België naar Nederland is overgedragen, dit asielverzoek doet, doet volgens de rechtbank afbreuk aan zijn relaas.

6.4

Verweerder heeft, los van het bovenstaande, eisers gestelde homoseksualiteit niet ten onrechte ongeloofwaardig kunnen achten. Daarbij heeft verweerder onder andere mogen betrekken dat eiser niet of nauwelijks een proces van bewustwording of zelfacceptatie lijkt te hebben doorgemaakt. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat eiser hierover slechts in algemeenheden en vaagheden spreekt. Eiser heeft daarnaast meerdere keren tijdens het gehoor van 30 juni 2017 verklaard dat hij zijn geaardheid direct accepteerde. Verweerder heeft zich hierover niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat, gelet op de culturele achtergrond van eiser en het feit dat hij uit een land komt waar homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt, mag verwacht worden dat hij hier beter en duidelijker over kan verklaren. Daarnaast heeft verweerder het opmerkelijk mogen achten dat eiser is betrapt toen hij seks had met zijn vriend, in de woonkamer met de gordijnen dicht. Verweerder heeft aan eiser mogen tegenwerpen dat dit erg onzorgvuldig en onvoorzichtig is geweest. Over het algemeen plegen mensen erop alert te zijn dat ze seks bedrijven in beslotenheid. Des te merkwaardiger is het dat homoseksuelen die in Kameroen - een land waar homoseksualiteit niet of moeizaam wordt geaccepteerd - seks willen bedrijven niet beter opletten dat ze niet gezien worden. Bovendien heeft verweerder het opmerkelijk mogen achten dat eiser slechts vaag over zijn relatie met [vriend] in Kameroen kan verklaren en dat hij ook weinig over hem kan vertellen. Hetzelfde geldt voor eisers verklaringen over [persoon B], zijn huidige vriend met wie hij sinds vier jaar een relatie zou hebben. Eiser kan ook over deze persoon haast geen informatie geven, zoals een geboortedatum. Eiser kan ook niet specificeren wat hem aantrekt aan [persoon B]. Verweerder heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat eisers stelling dat hij in het bezit is van een pasje van Tels Quels, niet onderbouwt dat eiser zelf homoseksueel is.

6.5

Daarnaast heeft verweerder het rapport van [persoon A] terecht niet in de besluitvorming betrokken. Niet is onderbouwd dat zij bevoegd was om eiser te onderzoeken. Daarnaast is niet gebleken dat eiser hiermee het verband tussen het tijdens het onderzoek geconstateerde letsel en zijn gestelde problemen vanwege zijn geaardheid heeft aangetoond.

7. Gelet op al het voorgaande heeft verweerder eisers aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.