Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:4240

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-02-2018
Datum publicatie
04-05-2018
Zaaknummer
NL18.827
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asiel, met onbekende bestemming vertrokken, niet-ontvankelijk beroep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers : NL18.827 en NL18.828


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser;

[eiseres] , eiseres

gezamenlijk te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Rennen).


Procesverloop
Bij besluiten van 9 januari 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 februari 2018. Eisers zijn niet verschenen. De gemachtigde van eisers is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eisers procesbelang hebben bij hun beroep.

2. Bij bericht van 31 januari 2018 heeft de gemachtigde van eisers aan de rechtbank bericht dat zij heeft vernomen dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken en dat zij om die reden niet op de zitting zullen verschijnen. Uit deze mededeling leidt de rechtbank af dat eisers kennelijk geen contact meer hebben met hun gemachtigde. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat eisers op 31 januari 2018 zijn gemeld als ‘met onbekende bestemming vertrokken’ (MOB).

3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:183), blijkt dat indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.

4. De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, geen rechtens te beschermen belangen meer bij een inhoudelijke beoordeling van de beroepen.

5. Omdat er geen procesbelang meer is, zullen de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.