Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:4221

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-03-2018
Datum publicatie
04-05-2018
Zaaknummer
NL18.3881
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

asiel, Cubaan, economische redenen, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.3881


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. S. Sewnath),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.K. Bekink).


Procesverloop
Bij besluit van 19 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw F.S. Bernstein. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1983 en heeft de Cubaanse nationaliteit. Eiser heeft op
27 december 2017 een asielaanvraag ingediend.

2. Eiser is naar Nederland gekomen vanwege economische redenen. Eiser heeft gewerkt als butler voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken in Cuba. Hij had vanwege zijn werk echter weinig vrijheden omdat eiser constant gecontroleerd en gevolgd werd. Eiser had toestemming aan zijn werkgever moest vragen om uit te reizen naar het buitenland. Eiser heeft dit echter niet gedaan. Eiser vreest bij terugkeer dat hij zal worden aangehouden en vervolgd omdat hij het land heeft verlaten zonder daarvoor toestemming te hebben gekregen. Hij zal als onbetrouwbaar worden bestempeld, waardoor hij geen werk meer zal kunnen krijgen. Ook zal hij dermate gediscrimineerd worden dat zijn leven onhoudbaar zal zijn. Eiser doet daarmee een beroep op artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eiser maakt voorts nog bezwaar tegen de gang van zaken bij zijn opvang in de lounge op Schiphol toen hij aankwam in Nederland. Eiser stelt zich daarnaast op het standpunt dat zijn asielverzoek in de verlengde asielprocedure behandeld had moeten worden.

3. De rechtbank stelt vast dat eiser bij zijn asielaanvraag heeft verklaard dat hij Cuba heeft verlaten vanwege economische redenen. Na het voornemen van verweerder om zijn asielaanvraag af te wijzen, heeft eiser zich op het standpunt gesteld dat hij problemen vreest in de sfeer van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer, omdat hij toestemming had moeten vragen om Cuba te verlaten maar hij dat niet gedaan heeft. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging in het kader van artikel 3 van het EVRM heeft. Verweerder heeft het op goede gronden ongeloofwaardig mogen achten dat eiser toestemming van zijn werkgever nodig had om het land te verlaten. Hierbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiser zijn stellingen op dit punt niet heeft onderbouwd. Voorts is eiser op legale en gecontroleerde wijze met zijn eigen paspoort zonder problemen uitgereisd. Dit is tegenstrijdig met eisers verklaringen dat hij altijd en overal werd gevolgd door zijn werkgever. Verweerder heeft ook uit de overgelegde stukken niet hoeven af te leiden dat eiser toestemming nodig had om weg te gaan uit Cuba. Juist uit deze stukken en met name het rapport van Human Rights Watch 2018 over Cuba blijkt dat de ‘travel restrictions’ zijn opgeheven. Wel zijn dissidenten geweigerd om Cuba te verlaten omdat zij naar internationale conferenties wilden gaan. Dit is echter niet op eiser van toepassing. Verweerder heeft voorts op goede gronden overwogen dat het ongeloofwaardig is dat eiser vervolgd zal worden bij terugkeer naar Cuba of dat zijn situatie dusdanig nijpend zal zijn dat zijn leven onhoudbaar zal worden. Eisers beroep slaagt derhalve niet. De rechtbank volgt eiser in zijn stellingen dat hij mogelijk als onbetrouwbaar zal worden bestempeld en dat hij niet meer als ambtenaar aan het werk zal kunnen. Dit leidt er echter niet toe dat het asielverzoek gegrond is en aan eiser een asielvergunning verleend zou moeten worden, nu er slechts sprake is van economische gronden. Daarnaast heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de algemene situatie in Cuba niet dusdanig slecht is dat iedere Cubaan recht op asiel zou moeten hebben.

Ten aanzien van eisers beroepsgronden over de lounge op Schiphol en over de vraag of eisers asielverzoek VA-gezonden had moeten worden, is de rechtbank van oordeel dat hieruit niet blijkt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, voor zover dat in deze zaak ter beoordeling staat.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.