Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:4074

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-04-2018
Datum publicatie
17-04-2018
Zaaknummer
C/09/501593 / FA RK 15-9614
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

adoptie en gezag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 15-9614

Zaaknummer: C/09/501593

Datum beschikking: 10 april 2018

Adoptie en gezag

Beschikking op het op 10 december 2015 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker]

de man,

wonende te [woonplaats] ,

en

[verzoekster] ,

de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: verzoekers,

advocaat: mr. G. Alkilic te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[1. belanghebbende] en [2. belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats] , India,

hierna te noemen: de draagmoeder en haar echtgenoot.

Ten aanzien van het vaststellen van de geboortegegevens van de minderjarigen wordt als belanghebbende aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,

hierna: de ambtenaar.

Als informant wordt aangemerkt:

de Raad voor de Kinderbescherming te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

Procedure

Bij beschikking van 6 juni 2016 van deze rechtbank is:

  • -

    het ouderlijk gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot over de minderjarigen beëindigd;

  • -

    verzoeker benoemd tot voogd over de minderjarigen;

  • -

    de behandeling van het verzoek tot adoptie aangehouden teneinde verzoekers in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten.

Bij beschikking van 15 maart 2017 is de behandeling van het verzoek tot adoptie nogmaals aangehouden om verzoekers in de gelegenheid te stellen een verklaring te overleggen van [bedrijfsnaam] met betrekking tot de vraag of sprake is geweest van een anonieme eiceldonatie danwel van donatie door een bekende eiceldonor, en indien dat laatste het geval is, wat kan worden vermeld over de identiteit van de eiceldonor. Verder is bij voormelde beschikking bepaald dat verzoekers een verklaring van [bedrijfsnaam] in het geding dienen te brengen waarin wordt vermeld wat de mogelijkheden van de minderjarigen zijn om de identiteit van de eiceldonor te raadplegen.

Daarnaast heeft de rechtbank bij voormelde beschikking de raad verzocht een onderzoek te verrichten naar de vraag of adoptie in het belang van de minderjarigen is en is de ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn standpunt ten aanzien van het vaststellen van de geboortegegevens van de minderjarigen kenbaar te maken.

De rechtbank heeft vervolgens ontvangen:

  • -

    het onderzoeksrapport van de raad van 8 juni 2017;

  • -

    een brief van 13 juni 2017 van verzoekers met als bijlage een verklaring van [bedrijfsnaam] van 30 mei 2017;

  • -

    een brief van de ambtenaar van 5 september 2017;

  • -

    een brief van 2 maart 2018, met bijlage, van verzoekers.

Op 13 maart 2018 is de behandeling van de zaak voortgezet. Hierbij zijn verschenen: verzoekers met hun advocaat en vergezeld van [naam 1] , tolk. Tevens waren aanwezig [naam 1] namens de ambtenaar en [naam 1] namens de raad.

Na de terechtzitting heeft de rechtbank nog ontvangen een brief van verzoekers van

16 maart 2018, houdende een verklaring omtrent de gewenste geslachtsnaam van de kinderen.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij de eerdere beschikkingen in deze zaak is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Adoptie

Ter beoordeling ligt voor de vraag of voldaan is aan de (aanvullende) voorwaarden voor de verzochte adoptie. In dat verband is van belang, zoals in de tussenbeschikking van 15 maart 2017 is overwogen, of de eicel van een ander dan de draagmoeder afkomstig is, alsmede de vraag of voor de minderjarigen de mogelijkheid bestaat om (op enig moment in de toekomst) de identiteit van de eiceldonor te raadplegen en zo hun ontstaansgeschiedenis te achterhalen.

Verzoekers hebben in dat verband een verklaring overgelegd van [bedrijfsnaam] van 30 mei 2017. Uit die verklaring blijkt – voor zover van belang – dat de eicel is “geleverd” door ART Bank. Alle informatie over de eiceldonor wordt bewaard in de registers van ART Bank. Alle IVF klinieken in India die voorzien in ART (Assisted Reproductive Technology) service vallen onder de “Indian Council of Medical Research” en dienen zich te houden aan de “National Guidelines for Accreditation, Supervision & Regulation of ART Clinics in India”. In deze guidelines is – voor zover van belang – opgenomen:

“ Any information about clients and donors must be kept confidential. No information about the treatment of couples provided under a treatment agreement may be disclosed to anyone other than the accreditation authority or persons covered by the registration, except with the consent of the person(s) to whom the information relates, or in a medical emergency concerning the patiënt, or a court order. It is the above person’s right to decide what information will be passed on and to whom, except in the case of a court order.”

“To make the couple aware, if relevant, that a child born through ART has a right to seek information (including a copy of the DNA fingerprint, if available) about his genetic parent/surrogate mother on reaching 18 years, excepting information on the name and address – that is, the individual’s personal identity – of the gamete donor or surrogate mother. The couple is not obliged to provide the information to which the child has a right, on their own to the child when he/she reaches the age of 18, but no attempt must be made by the couple to hide this information from the child should an occasion arise when this issue becomes important for the child.”

[bedrijfsnaam] schrijft in voormelde verklaring van 30 mei 2017 aan deze regels gebonden te zijn en dat zij daarom geen informatie te kunnen verstrekken over de eiceldonor tenzij zij daartoe geïnstrueerd worden door een geaccrediteerde autoriteit of op grond van een rechterlijk bevel.

De rechtbank komt op grond van de door verzoekers verstrekte nadere gegevens tot het oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de eicel niet van de draagmoeder afkomstig is maar van een onbekende donor. Voorts is naar het oordeel van de rechtbank voldoende komen vast te staan – hoewel de eiceldonor voor verzoekers onbekend is - dat er sprake is van enige mate van waarborg, dat de minderjarigen vanaf hun 18e verjaardag informatie kunnen verkrijgen omtrent de identiteit van de eiceldonor, zodat zij hun ontstaansgeschiedenis kunnen achterhalen.

Omdat in India geen onderzoek door een met de raad vergelijkbare instantie heeft plaatsgevonden en er evenmin sprake is geweest van psychologische begeleiding van verzoekers (en de draagmoeder), heeft de rechtbank de raad in de beschikking van 15 maart 2017 verzocht een onderzoek te verrichten naar de vraag of adoptie door verzoekers in het belang van de minderjarigen is en daarbij in ieder geval de volgende aspecten te betrekken:

  • -

    de wijze waarop het traject is verlopen, waaronder de omstandigheid dat het draagmoederschap tot stand is gekomen zonder psychologische begeleiding vooraf;

  • -

    de mate waarin verzoekers bereid en in staat zijn om recht te doen aan het belang van de minderjarigen om in de toekomst hun ontstaansgeschiedenis te kunnen achterhalen (ook indien er sprake mocht blijken te zijn van een anonieme eiceldonor).

De raad heeft onderzoek verricht en daarover gerapporteerd. In het rapport is advies uitgebracht omtrent de door verzoekers verzochte adoptie. Het advies van de raad komt er op neer dat de raad adoptie in het belang van de minderjarigen acht. Verzoekers zorgen goed voor de kinderen en omringen hen met veel liefde. De raad heeft bij verzoekster wel een zodanige emotionaliteit waargenomen rond haar behoefte om de status van moeder van deze kinderen te hebben, dat er naar het oordeel van de raad, met het oog op de toekomst, sprake kan zijn van risico’s voor de kinderen als het gaat om hun recht op volledige informatie over hun achtergrondgegevens en de ruimte die er is om deze informatie zo volledig mogelijk te laten zijn en deze in de toekomst ook te kunnen bespreken zonder dat de kinderen belast worden met de bij verzoekster aanwezig heftige gevoelens. De raad geeft in het rapport aan het noodzakelijk te vinden dat verzoekster eerst hulp zoekt bij een professionele organisatie om hiermee aan de slag te gaan en meer in balans te raken. De raad heeft daarom in zijn rapport geadviseerd de beslissing op het verzoek tot adoptie aan te houden in afwachting van professionele begeleiding van verzoekster om haar positie in het gezin te kunnen stabiliseren, zodat er voldoende ruimte ontstaat voor de kinderen om in de toekomst zowel negatieve als positieve gevoelens omtrent hun komst in het gezin te kunnen bespreken binnen het gezin.

Bij brief van 2 maart 2018 hebben verzoekers een brief van 23 februari 2018 overgelegd van een psycholoog die verzoekster heeft behandeld van juli 2017 tot december 2017. In deze brief vermeldt de psycholoog dat verzoekster hard aan haar persoonlijke problematiek heeft gewerkt door middel van therapie. Tijdens de therapie is ook gesproken over hoe verzoekster de minderjarigen kan informeren over hun ontstaansgeschiedenis. Ter zitting heeft verzoekster verklaard voorzichtig en spelenderwijs begonnen te zijn de minderjarigen te informeren over hun afstamming.

De raad heeft naar aanleiding van de brief van de psycholoog en het door verzoekster ter zitting verklaarde, aangegeven dat de zorgen van de raad, zoals in het rapport geformuleerd, voldoende zijn weggenomen en dat aanhouding van een beslissing op het verzoek wat de raad betreft niet meer nodig is.

Om dat verzoekster hulp heeft gezocht voor haar persoonlijke problematiek, zoals blijkt uit de brief van de psycholoog, waarbij aandacht is besteed aan de wijze waarop zij de kinderen kan helpen bij het achterhalen van hun ontstaansgeschiedenis, heeft de rechtbank er voldoende vertrouwen in dat de belangen van de minderjarigen op dit punt voldoende zijn gewaarborgd. De rechtbank benadrukt dat het van groot belang is voor de minderjarigen dat hun afstamming bekend wordt en dat verzoekers, op een wijze die passend is bij de leeftijd van de minderjarigen, de voorlichting aan de minderjarigen over hun afstamming voortzetten.

Naar het oordeel van de rechtbank is met inachtneming van het voorgaande aan de vereisten zoals gesteld in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – voor zover in deze zaak van toepassing – voldaan, zodat de rechtbank het verzoek tot adoptie in het belang van de minderjarigen zal toewijzen.

De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub k van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Verzoekers hebben op grond van artikel 1:5 lid 3 BW verklaard dat zij willen dat de minderjarigen de geslachtsnaam van verzoekster krijgen.

Geboortegegevens minderjarigen

De rechtbank is van oordeel dat verzoekers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet beschikken over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte voor inschrijving in Nederland vatbare akte van geboorte van de minderjarigen en deze ook niet kunnen verkrijgen. Immers, de in India opgemaakte geboorteakten van de minderjarigen kunnen in Nederland niet worden erkend nu verzoekers in deze akten vermeld staan als ouders van de minderjarigen terwijl zij, zoals blijkt uit de eerdere beschikking van de rechtbank, bij de geboorte nog niet als ouders van de minderjarigen konden worden aangemerkt. De rechtbank heeft in de beschikking van 6 juni 2016 reeds vastgesteld dat ten tijde van de geboorte van de minderjarigen de draagmoeder en haar echtgenoot worden aangemerkt als de juridische ouders van de minderjarigen.

De ambtenaar heeft schriftelijk geadviseerd omtrent de vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarigen.

De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken en het verhandelde ter terechtzitting voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder en de datum waarop de geboorte van de minderjarigen moet hebben plaatsgehad zodat als volgt wordt beslist.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie van:

  • -

    [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , India, en

  • -

    [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , India,

door [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , India, en [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , India;

*

onder vermelding van de verklaring van verzoekers ten overstaan van de rechtbank dat de minderjarigen de geslachtsnaam [verzoekster] zullen hebben;

*

bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;

*

stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:

naam : [minderjarige]

voornaam : -

geboortedatum : [geboortedatum]

geboorteplaats : [geboorteplaats] , India

geslacht : mannelijk

naam vader : [2. belanghebbende]

voornaam vader : -

geboortedatum vader : [geboortedatum]

geboorteplaats vader : -

naam moeder : [1. belanghebbende]

voornaam moeder : -

geboortedatum moeder : [geboortedatum]

geboorteplaats moeder : -

*

naam : [minderjarige]

voornaam : -

geboortedatum : [geboortedatum]

geboorteplaats : [geboorteplaats] , India

geslacht : vrouwelijk

naam vader : [2. belanghebbende]

voornaam vader : -

geboortedatum vader : [geboortedatum]

geboorteplaats vader : -

naam moeder : [1. belanghebbende]

voornaam moeder : -

geboortedatum moeder : [geboortedatum]

geboorteplaats moeder : -

Deze beschikking is gegeven door mrs. S.M. Westerhuis-Evers, J.M. Vink en K.M. Braun, kinderrechters, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 april 2018.