Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:3136

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-03-2018
Datum publicatie
11-04-2018
Zaaknummer
C/09/523427 / HA ZA 16-1389
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vestiging erfdienstbaarheid. Hoe loopt het 'thans bestaande tracé'? Uitleg notariële akten. Feitelijke situatie in historisch perspectief (luchtfoto's).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/523427 / HA ZA 16-1389

Vonnis van 14 maart 2018

in de zaak van

1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZOETERMEER ZUIDPLAS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas,

2. [eiseres sub 2],

3. [eiseres sub 3],

beiden wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

eiseressen,

advocaat mr. H.J. Doelman te Alphen aan den Rijn,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

gedaagde,

advocaat mr. M.W. Renzen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Zoetermeer Zuidplas, [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] en gezamenlijk Zoetermeer Zuidplas c.s. (vrouwelijk enkelvoud) en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 november 2016 met producties 1 tot en met 19;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties G1 tot en met G10;

  • -

    het tussenvonnis van 15 maart 2017, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 20 november 2017 en de daarin genoemde akte overlegging producties aan de zijde van Zoetermeer Zuidplas c.s. met producties 20 tot en met 28.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

1.3.

Het proces-verbaal van comparitie van 20 november 2017 is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Zij zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen van feitelijke aard op de verslaglegging kenbaar te maken. Van deze gelegenheid heeft Zoetermeer Zuidplas c.s. bij brief van 8 december 2017 gebruik gemaakt. Deze brief, met een viertal opmerkingen, is in het procesdossier gevoegd en wordt bij de beoordeling betrokken.

2. De feiten

De huidige situatie

2.1.

Zoetermeer Zuidplas is eigenaar van twee percelen akkerbouwgrond, kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen, sectie C nummers 4963 en 4962.

[eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] zijn eigenaar van een perceel weiland en bouwland, kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen, sectie C nummer 4813.

2.2.

[gedaagde] is eigenaar van het perceel gelegen aan de Middelweg 6, kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen, sectie C nummer 4430. Ook is [gedaagde] eigenaar van het perceel, kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen, sectie C nummer 3414.

2.3.

De percelen van Zoetermeer Zuidplas liggen achter die van [gedaagde] . Op de kadastrale kaart van 14 juni 2016 zijn de percelen van Zoetermeer Zuidplas, [eiseres sub 2] . en [eiseres sub 3] en [gedaagde] weergegeven:

2.4.

Voormelde percelen zijn ontstaan na vernummering dan wel opdeling van andere percelen. De betrokken percelen, die kadastraal bekend zijn als ‘gemeente Zevenhuizen, sectie C’ zullen in het vervolg van dit vonnis met hun perceelnummers worden aangeduid.

De akten van levering, kadastrale tekeningen en vernummeringen 1961-2005

2.5.

Op 17 januari 2001 heeft [A] (voor zichzelf en als schriftelijk gevolmachtigde van [B] ) aan Zoetermeer Zuidplas verkocht en geleverd: “een perceel weiland en bouwland, gelegen te Zevenhuizen nabij de Middelweg (achter huisnummer 6), hetwelk uitmaakt van het perceel kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen, sectie C nummer 3944 een gedeelte ter grootte van ongeveer vier hectaren en dertig aren of ter zodanige grootte als na kadastrale meting zal blijken, welk gedeelte betreft het gehele perceel met uitzondering van een gedeelte zoals schetsmatig met lijnarcering is aangegeven op een aan deze akte gehechte situatietekening.”

2.6.

Voorts is in de akte van 17 januari 2001 een erfdienstbaarheid van weg gevestigd: “Partijen verklaren bij deze te vestigen ten behoeve van het verkochte als heersend erf en ten laste van het perceel, kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen sectie C nummer 3646 (eigendom van verkoper) als dienend erf, de erfdienstbaarheid van weg om te komen en te gaan van en naar de openbare weg (Middelweg) over het thans bestaande tracé, onder de bepaling dat deze erfdienstbaarheid moet worden uitgeoefend op de voor verkoper minst bezwarende wijze. Het onderhoud van bedoeld tracé komt ten laste van beide partijen, ieder voor de helft. Voormeld recht van weg vervalt indien verkoper over een ander tracé een ander gelijkwaardig recht van weg ten gunste van het verkochte kan realiseren en dit nieuwe recht daadwerkelijk ten behoeve van het verkochte feitelijk kan worden uitgeoefend.”

2.7.

Perceel 3944 (het heersende erf) is op enig moment overgegaan in de percelen, 4962, 4963 (thans eigendom van Zoetermeer Zuidplas), 4813, 4812 en 4378.

Perceel 3646 (het dienende erf) is in drieën gesplitst, namelijk in de percelen met nummers 4430 (thans eigendom van [gedaagde] ), 4431 en 4378.

2.8.

De onder 2.7. genoemde perceelnummers zijn weergegeven op de onder 2.3. weergegeven kadastrale kaart.

2.9.

Perceel 4378 is ontstaan door samenvoeging van een deel van perceel 3944 (kavel 1) en een deel van perceel 3646 (kavel 5), zoals blijkt uit onderstaande tekening, afkomstig van de notaris.

2.10.

Op 15 juli 2003 zijn de onder 2.9. genoemde delen van percelen 3944 en 3646 (thans perceel 4378) door [B] en [A] geleverd aan [C] (hierna: [C] ). Die levering stoelt op een op 12 oktober 1999 tussen deze partijen gesloten overeenkomst. In de akte van 15 juli 2003 is onder het kopje “OMSCHRIJVING ERFDIENSTBAARHEDEN, KWALITATIEVE BEDINGEN EN/OF BIJZONDERE VERPLICHTINGEN” verwezen naar de akte van 17 januari 2001 ‘bij welke akte een ander gedeelte van voormeld perceel nummer 3944 werd geleverd aan een derde’ onder woordelijke vermelding van de in die akte opgenomen erfdienstbaarheid ten behoeve van het verkochte als heersend erf en ten laste van het perceel met nummer 3646 als dienend erf.

2.11.

In 1999 heeft [C] diverse percelen in eigendom verworven, waarvan een deel grenst aan perceel 4378. [C] was samen met zijn vader, [D] , vennoot van een vennootschap onder firma die in 1998 in beëindigd. De onderneming van de vennootschap onder firma is door [C] alleen voortgezet. Bij akte van 11 maart 1999 is het vermogen van de vennootschap onder firma verdeeld. Tot dat vermogen behoorden de percelen met nummers 3906 en 3908 en tot het vermogen van [D] behoort zowel het woonhuis aan de Middelweg, gelegen op perceel 3907, als perceel 3910. In de akte is neergelegd dat [C] voormelde percelen krijgt toebedeeld en dat het woonhuis aan de Middelweg aan hem wordt geleverd.

2.12.

In de akte van 11 maart 1999 staat onder F7 vermeld:

“Van eventuele bijzondere bepalingen wordt nog verwezen naar de vermelde titel(s) van aankomst; partijen zijn ermede bekend en aanvaarden deze uitdrukkelijk.

Met name wordt nog verwezen naar:

a. De voormelde akte de dato zestien juni negentienhonderd éénenzestig, (…) waarin onder meer nog het navolgende voorkomt, woordelijk luidende:

9. Ten behoeve van het verkochte gedeelte van de percelen kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen, sectie C nummers 2158 en 1432 thans perceel nummer 2488 en ten laste van het niet verkochte gedeelte van het perceel nummer 2158, alsmede ten laste van het perceel kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen sectie C nummer 2160 thans tezamen perceel 2489 wordt gevestigd de erfdienstbaarheid van weg om te komen van het verkochte en te gaan naar de openbare weg, genaamd de Middelweg, en omgekeerd. (…)”

2.13.

Uit de onder 2.12. genoemde akte van 16 juni 1961 blijkt dat de [familie A] aan de heer [E] , schoonvader van de hiervoor onder 2.11. genoemde [D] , de boerderij heeft verkocht en geleverd, die is weergegeven op de hieronder weergegeven kadastrale kaart van april 1961 (waarop de griffier de perceelnummers eveneens heeft genoteerd in verband met de slechte leesbaarheid van deze nummers). Ook is toen (in ieder geval) het perceel met nummer 2488 aan hem verkocht en geleverd. Perceel 2488 is later vernummerd tot perceel 3908 (zie de kadastrale kaart onder 2.3.).

2.14.

Het perceel weiland en bouwland, thans 4813 genummerd, heeft Zoetermeer Zuidplas verkocht aan [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] . De akte van levering is op 9 mei 2005 bij de notaris gepasseerd. Op dat moment maakte perceel nummer 4813 nog deel uit van perceel 4380 (welk perceel wordt aangeduid op de onder 2.18. weergegeven kadastrale kaart). Het resterende deel van perceel 4380 is later gesplitst in twee percelen, die thans zijn genummerd 4962 en 4963.

2.15.

In de akte van levering van 9 mei 2005 is onder het kopje “OMSCHRIJVING ERFDIENSTBAARHEDEN, KWALITATIEVE BEDINGEN EN/OF BIJZONDERE VERPLICHTINGEN” met betrekking bekende erfdienstbaarheden verwezen naar voormelde titel van aankomst met de woordelijke vermelding van de hiervoor onder 2.6. geciteerde erfdienstbaarheid. Tevens is vermeld:

“Voor zover in bovengenoemde bepalingen verplichtingen voorkomen welke verkoper verplicht is aan koper op te leggen, doet hij dat bij deze en wordt een en ander bij deze door koper aanvaard. Voor zover het gaat om rechten die ten behoeve van derden zijn bedongen, worden die rechten bij deze tevens door verkoper voor die derden aangenomen.”

2.16.

Ook wordt bij de akte van 9 mei 2005 een nieuwe erfdienstbaarheid gevestigd:

Nieuwe erfdienstbaarheid

Bij deze wordt gevestigd, ten behoeve van het verkochte als heersend erf, en ten laste van het bij verkoper in eigendom verblijvende gedeelte van voormeld perceel nummer 4380 als dienend erf, de erfdienstbaarheid welke inhoudt het recht om van de openbare weg (de Middelweg) over het dienend erf naar het heersend erf te geraken en omgekeerd, met alle soorten voertuigen, op de voor het dienend erf minst bezwarende wijze.

Indien een nieuwe uitweg wordt gerealiseerd ten noorden van het woonhuis, plaatselijk bekend Middelweg 6 te Zevenhuizen, zal de erfdienstbaarheid ook voor de alsdan te realiseren uitweg gelden.

De kosten van onderhoud en vernieuwing van bedoelde uitweg komen voor rekening van het heersend en dienend erf, naar verhouding van het gebruik.”

2.17.

Bij akte van 7 juli 2005 zijn twee percelen, genummerd 2414 en 4379 (thans 4430) aan [gedaagde] geleverd. In deze akte is geen melding gemaakt van een erfdienstbaarheid. Ook in de aan de akte ten grondslag liggende koopovereenkomst van 9 mei 2005, gesloten tussen [F] (in zijn hoedanigheid van executeur en boedelgemachtigde van vier leden van de [familie A] ) en [B] als verkopers en [gedaagde] en zijn voormalig partner als kopers, wordt geen melding gemaakt van een erfdienstbaarheid.

2.18.

Aan de akte van 7 juli 2005 is onderstaande kadastrale kaart gehecht.

Luchtfoto’s

2.19.

Door de jaren heen zijn diverse luchtfoto’s gemaakt. Van de jaren 1951, 1986, 1998, 2003 en 2016 zijn deze foto’s hieronder in chronologische volgorde weergegeven. Het huis van [gedaagde] is steeds zichtbaar in een rood kader, behalve op de eerste foto.

3 Het geschil

3.1.

Zoetermeer Zuidplas c.s. vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    primair een verklaring voor recht dat de bij akte d.d. 17 januari 2001 gevestigde erfdienstbaarheid van weg om te komen en te gaan van en naar de openbare weg (Middelweg) over het thans bestaande tracé, ten behoeve van de percelen van Zoetermeer Zuidplas c.s. is gevestigd ten laste van het perceel van [gedaagde] , kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen sectie C nummer 4430 en daarop thans nog steeds rust, één en ander ter plaatse van de locatie aangegeven op de als productie 4 overgelegde tekeningen (waaronder de onder 2.9. weergegeven tekening);

  • -

    subsidiair een verklaring voor recht dat door verjaring een erfdienstbaarheid van weg is ontstaan om te komen en te gaan van en naar de openbare weg (Middelweg) ten laste van het perceel van [gedaagde] , kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen sectie C nummer 4430, als dienend erf ten behoeve van de percelen van Zoetermeer Zuidplas c.s. als heersend erf, één en ander ter plaatse van de locatie aangegeven op de als productie 4 overgelegde tekeningen (waaronder de onder 2.9. weergegeven tekening);

primair en subsidiair:

  • -

    [gedaagde] te gebieden iedere maatregel die inbreuk maakt op de erfdienstbaarheid ten behoeve van de percelen van Zoetermeer Zuidplas c.s. achterwege te laten op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag met een maximum van € 100.000,--, althans een dwangsom op te leggen die de rechtbank in goede justitie meent te behoren;

  • -

    veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding, alsmede de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen veertien dagen na vonniswijzing zijn voldaan.

3.2.

Aan haar vordering legt Zoetermeer Zuidplas c.s. het navolgende ten grondslag.

Zoetermeer Zuidplas c.s. stelt primair dat bij akte van 17 januari 2001 een erfdienstbaarheid van weg is gevestigd ten behoeve van de percelen van Zoetermeer Zuidplas en ten laste van het perceel van (thans) [gedaagde] . Op het moment dat de erfdienstbaarheid van weg werd gevestigd was reeds een weg aanwezig op het dienend erf en deze weg is er nog steeds. Zoetermeer Zuidplas c.s. maakt ook al jaren gebruik van deze weg, die immers een uitweg vormt voor haar percelen. Ter onderbouwing van haar stellingen op dit punt verwijst Zoetermeer Zuidplas c.s. naar diverse foto’s en verklaringen.

Subsidiair legt Zoetermeer Zuidplas c.s. aan haar vordering ten grondslag dat door verjaring een erfdienstbaarheid van weg is ontstaan. Vanaf 2001 heeft Zoetermeer Zuidplas c.s. de weg gebruikt om te komen en te gaan naar de openbare weg. Zoetermeer Zuidplas c.s. heeft gedurende langer dan 10 jaar onafgebroken bezit van de weg gehad en dit bezit was te goeder trouw. Op basis van de akte van 17 januari 2001 en de op dat moment ten aanzien van de erfdienstbaarheid gemaakte afspraken met de [heren A/B] , had Zoetermeer Zuidplas c.s. ook geen reden om te twijfelen aan het bestaan van de erfdienstbaarheid over de bestaande weg, die over het perceel van (thans) [gedaagde] loopt.

3.3.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Aan de orde is of een erfdienstbaarheid van weg is gevestigd ten gunste van de percelen van Zoetermeer Zuidplas c.s. (met thans nummers 4963, 4962 en 4813) en ten laste van het perceel van [gedaagde] (met thans nummer 4430).

4.2.

Niet in geschil is dat in de akte van 17 januari 2001 een erfdienstbaarheid van weg is gevestigd, waarbij de percelen 3944 als heersend erf en 3646 als lijdend erf zijn aangewezen en dat perceel 3944 is overgegaan in de percelen met nummers 4813, 4963 en 4962 die thans in eigendom zijn van Zoetermeer Zuidplas c.s.. Evenmin is in geschil dat

perceel 3646 eveneens gesplitst is, onder andere in perceel 4430, dat thans in eigendom van [gedaagde] is, alsook dat in de akte van 7 juli 2005, waarbij dit perceel is geleverd aan [gedaagde] , geen melding is gemaakt van een erfdienstbaarheid.

4.3.

Een erfdienstbaarheid kan ontstaan door vestiging of door verjaring (artikel 5:72 BW). Vestiging vindt plaats als aan de vereisten van een geldige titel, beschikkingsbevoegdheid en een notariële akte plus inschrijving in openbare registers is voldaan. In de akte van 7 juli 2005 is geen erfdienstbaarheid gevestigd, noch is een bekende erfdienstbaarheid vermeld. Die omstandigheid laat evenwel de mogelijkheid onverlet dat een erfdienstbaarheid bestaat ten laste van het perceel dat thans in eigendom aan [gedaagde] toebehoort. Dit is het geval als deze erfdienstbaarheid voordien ten laste van het perceel van [gedaagde] en ten gunste van Zoetermeer Zuidplas c.s. is gevestigd en nadien niet is geëindigd.

4.4.

Voor de beantwoording van de vraag of een erfdienstbaarheid van weg is gevestigd op de wijze zoals onder 4.1. is vermeld, is het van belang hoe het in de akte van 17 januari 2001 genoemde ‘thans bestaande tracé’ dient te worden geduid. Niet is in geschil dat, als een erfdienstbaarheid is gevestigd ten laste van het perceel van thans [gedaagde] , deze niet is geëindigd.

4.5.

Zoetermeer Zuidplas c.s. stelt zich op het standpunt dat ‘het thans bestaande tracé’ vanaf de brug die ligt aan het perceel van [gedaagde] , recht naar achteren in de richting van haar percelen loopt, derhalve over perceel 4430 (voorheen genummerd 3646), het perceel van [gedaagde] . [gedaagde] voert aan dat het tracé over de percelen van [C] loopt. De erfdienstbaarheid van weg is volgens hem bij akte van 17 januari 2001 gevestigd ten laste van het gearceerde gedeelte van de bij die akte gevoegde kadastrale kaart (zie onder 2.5.) en het deel van perceel 3646 dat door de notaris als kavel 5 is benoemd (zie onder 2.9.). Deze perceeldelen zijn samengevoegd tot 4378, welk perceel in eigendom toebehoort aan [C] . Tezamen met de erfdienstbaarheid die reeds bij akte van 1961 is gevestigd ten laste van het eveneens aan [C] toebehorende perceel 3908 leidt dit tot de conclusie dat ‘het thans bestaande tracé’ aan de rechterzijde van de aan [C] behorende percelen loopt, aldus nog steeds [gedaagde] .

4.6.

Zoetermeer Zuidplas c.s. beroept zich ter onderbouwing van haar standpunt tevens op de brug die gelegen is aan het perceel van [gedaagde] en die de verbinding vormt met de openbare weg. Reeds sinds 1930 is volgens haar op die locatie een brug, zoals zichtbaar op de foto uit 1951 (zie hiervoor onder 2.19.). Links van de desbetreffende brug is volgens Zoetermeer Zuidplas c.s. in 1962 een nieuwe brug gebouwd ten behoeve van [E] om zijn perceel (thans het perceel van [C] ) rechtstreeks te bereiken. [gedaagde] voert evenwel aan dat de aan zijn perceel gelegen brug na verkrijging door [E] in 1962 is gebouwd, namelijk rechts van de brug uit 1930. De oorspronkelijke brug uit 1930 lag, aldus [gedaagde] , links van de aan zijn perceel grenzende brug. Ter zitting is gebleken dat [gedaagde] de brug die gelegen is aan zijn perceel na verkrijging heeft verbreed en verbouwd en niet aan de hand van de constructie en bouwmaterialen kan worden nagegaan of die brug dateert uit 1930, dan wel 1962.

4.7.

Gelet op het debat tussen partijen, zal de rechtbank hierna eerst aan de hand van de notariële akten waarop partijen zich beroepen, beoordelen of een erfdienstbaarheid ten gunste van Zoetermeer Zuidplas c.s. en ten laste van het perceel van [gedaagde] is gevestigd. Voor zover partijen de notariële akten in dezen verschillend lezen, moeten die akten worden uitgelegd. Bij de uitleg van de akte van vestiging van een erfdienstbaarheid komt het aan op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in deze akte gebruikte bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte (zie HR 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM8933). Vervolgens zal de rechtbank ingaan op de feitelijke situatie ter plaatse in historisch perspectief waarop Zoetermeer Zuidplas c.s. zich ter onderbouwing van haar stelling mede beroept.

De akte van 16 juni 1961

4.8.

In de akte van 16 juni 1961 (met de [familie A] als verkoper en [E] als koper) is een erfdienstbaarheid van weg gevestigd ten behoeve van perceel 2488 en ten laste van het aan [A] toebehorende perceel 2489 (zie de kadastrale kaart onder 2.13.), om te komen van het verkochte (perceel 2488) en te gaan naar de openbare weg, genaamd de Middelweg, en omgekeerd. Perceel 2488 is thans vernummerd tot perceel 3908 en in eigendom van [C] .

4.9.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat uit de tekst van de akte van 16 juni 1961 weliswaar blijkt dat de erfdienstbaarheid is gevestigd ten laste van [A] , maar dat het de bedoeling van partijen was om de erfdienstbaarheid ten gunste van [A] en ten laste van [E] te vestigen. Destijds was er namelijk maar één brug, gelegen aan de percelen die in eigendom waren van [E] . [A] behield volgens [gedaagde] het achterliggende land en kon dit land enkel bereiken door gebruik te maken van de ten gunste van hem gevestigde erfdienstbaarheid.

4.10.

Uit de tekst van de akte uit 1961 (zie onder 2.12.) blijkt dat de erfdienstbaarheid van weg is gevestigd ten laste van het niet-verkochte deel van perceel 2158 en ten laste van perceel 2160 – thans tezamen perceel 2489. Deze percelen zijn blijkens de kadastrale kaart uit 1961 (zie onder 2.13.) gelegen rechts van perceel 2488 (thans 3908). Derhalve rechts van het perceel van thans [C] .

4.11.

De rechtbank verwerpt het verweer van [gedaagde] dat de partijbedoeling anders is geweest dan die uit de tekst van de akte van 16 juni 1961 blijkt. De lezing van [gedaagde] acht de rechtbank niet plausibel gezien de ligging van de percelen met de daarop gelegen bebouwing zoals blijkt uit de eerdergenoemde kadastrale kaart uit 1961. De rechtbank stelt op grond van deze kaart vast dat die bebouwing (die [A] verkocht aan [E] ) aan de Middelweg ligt en dat de kadastrale grens direct rechts van de bebouwing loopt, alsook dat daarachter het (door [E] te bereiken) perceel 2488 ligt (zie ook bijlage 1 bij het proces-verbaal van comparitie). Niet in geschil is dat de oorspronkelijke brug uit 1930 in ieder geval aan de rechterzijde van de bebouwing heeft gelegen. Dit betekent dat de brug gelegen moet hebben aan perceel 2160, althans aan perceel 2489, welke beide percelen in 1961 in eigendom waren van de [familie A] . [gedaagde] heeft geen feiten en omstandigheden gesteld om zijn verweer dat het in 1961 de partijbedoeling was om de erfdienstbaarheid ten laste van [E] te vestigen en ten gunste van [A] nader te onderbouwen. Er is in 1961 dus geen erfdienstbaarheid van weg gevestigd ten laste van het huidige perceel 3908. In 1962 heeft [E] een aan zijn perceel gelegen brug gebouwd die de verbinding vormde tussen de dat perceel en de openbare weg.

De akte van 15 juli 2003

4.12.

Voorts heeft [gedaagde] aangevoerd dat uit de akte van 15 juli 2003 blijkt dat de erfdienstbaarheid bij akte van 17 januari 2001 (enkel) is gevestigd op een deel van perceel 3646. Dit deel van perceel 3646 is aan [C] geleverd, gelijktijdig met een gedeelte van perceel 3944, zoals gearceerd op de bij de akte van 17 januari 2001 gevoegde kadastrale kaart (zie onder 2.8.), waarop eveneens een erfdienstbaarheid van weg is gevestigd, aldus [gedaagde] .

4.13.

Dit standpunt van [gedaagde] vindt geen steun in de tekst van de akte van 17 januari 2001. Hieruit blijkt immers niet dat de erfdienstbaarheid van weg wordt gevestigd op een specifiek gedeelte van perceel 3646 en ook blijkt dit niet uit de bijgevoegde kadastrale kaart. Evenmin volgt de zienswijze van [gedaagde] uit de akte van 15 juli 2003. Hierin wordt immers enkel verwezen naar de akte van 17 januari 2001, omdat ‘een ander gedeelte van voormeld perceel nummer 3944 werd geleverd aan een derde’.

4.14.

[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat uit het feit dat het gearceerde gedeelte van perceel 3944 – dat blijkens de tekst van de akte van 17 januari 2001 is uitgesloten van de verkoop – in 2001 niet is verkocht aan Zoetermeer Zuidplas, blijkt dat op dat gedeelte een erfdienstbaarheid op rust. Ook dit verweer slaagt niet. Dit gedeelte was namelijk al in 1999 verkocht aan [C] (zie onder 2.10.) en kon dus ook geen deel uit maken van de verkoop van grond aan Zoetermeer Zuidplas. Dat de levering van deze grond eerst in 2003 heeft plaatsgevonden doet daaraan niet af.

4.15.

De conclusie op basis van de uitleg van de notariële akten is dat ‘het thans bestaande tracé’ zoals genoemd in de akte van 17 januari 2001 de weg is, die over het perceel van [gedaagde] loopt. De brug die te zien is op de luchtfoto uit 1951 - toen ter plaatse van de thans in het geding zijnde percelen slechts één brug was gelegen - is dan ook de brug die vanaf het perceel van [gedaagde] toegang geeft van en naar de Middelweg.


De feitelijke situatie ter plaatse in historisch perspectief

4.16.

De feitelijke situatie ter plaatse in historisch perspectief staaft deze conclusie. Daartoe gaat de rechtbank in op de door Zoetermeer Zuidplas c.s. overgelegde luchtfoto’s.

4.17.

Op de luchtfoto uit 1951, toen er nog maar één brug lag, is te zien dat aan de linkerzijde van de brug en het vanaf de brug lopende – rechte – pad drie hooibergen (twee kleine en één grote) staan. Links van deze hooibergen is de boerderij te zien die [A] aan [E] verkocht, gelegen op het huidige perceel 3907. De drie hooibergen zijn nog steeds zichtbaar op de luchtfoto uit 1986. Op de luchtfoto uit 1998 is nog één hooiberg (de grote) zichtbaar en op de luchtfoto uit 2003 zijn geen hooibergen zichtbaar.

4.18.

Zoetermeer Zuidplas c.s. heeft onweersproken gesteld dat de grote hooiberg pas in 2002 door [C] is gesloopt. Met Zoetermeer Zuidplas c.s. is de rechtbank van oordeel dat indien het tracé zou lopen zoals [gedaagde] voorstaat, dit betekent dat het tracé in het verleden dwars door de grote hooiberg en andere opstallen zou hebben gelopen. De brug waarover volgens [gedaagde] ‘het bestaande tracé’ loopt, zou immers aan de linkerzijde liggen van de brug uit 1930 die zichtbaar is op de foto van 1951. Daarnaast is uit de luchtfoto’s op te maken dat de weg die op de luchtfoto uit 1951 al aanwezig was aan de rechterzijde van de hooibergen, vanaf de brug nog steeds op dezelfde wijze naar achteren, in de richting van de percelen van Zoetermeer Zuidplas c.s., loopt. Op de luchtfoto’s vanaf 1998 is verder de tweede brug zichtbaar, gelegen aan het perceel van [C] , en is ook te zien dat er een sloot ligt achter de kassen van [C] , waardoor niet kan worden doorgereden naar de achterliggende percelen. Het verweer van [gedaagde] , inhoudende dat pas na 2001 een sloot is gegraven – hetgeen de reden is dat Zoetermeer Zuidplas c.s. thans over de brug van [gedaagde] haar land wenst te bereiken – houdt gelet hierop eveneens geen stand.

4.19.

Ook uit de luchtfoto’s die Zoetermeer Zuidplas c.s. in het geding heeft gebracht en de toelichting die zij daarop ter zitting heeft gegeven, volgt derhalve dat ‘het bestaande tracé’ over het perceel van [gedaagde] loopt.

Conclusie ten aanzien van de vorderingen

4.20.

Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank de primaire vordering van Zoetermeer Zuidplas c.s. zal toewijzen, zodat de overige (subsidiaire) stellingen en verweren geen bespreking meer behoeven. De gevorderde dwangsom, waartegen geen zelfstandig verweer is gevoerd, zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat deze wordt beperkt als hierna te melden.

Proceskosten

4.21.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Zoetermeer Zuidplas c.s. worden begroot op: € 81,44 aan explootkosten, € 619,-- aan griffierecht en € 904,-- aan salaris advocaat (twee punten volgens tarief II), in totaal € 1.604,44, te vermeerderen met de wettelijke rente als hierna vermeld

4.22.

Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat de bij akte van 17 januari 2001 gevestigde erfdienstbaarheid van weg om te komen en te gaan van en naar de openbare weg (Middelweg) over ‘het thans bestaande tracé’, ten behoeve van de percelen van Zoetermeer Zuidplas c.s., is gevestigd ten laste van het perceel van [gedaagde] , kadastraal bekend gemeente Zevenhuizen sectie C, nummer 4430 en daarop thans nog steeds rust, één en ander ter plaatse van de locatie aangegeven op de als productie 4 bij dagvaarding overgelegde tekeningen;

5.2.

gebiedt [gedaagde] iedere maatregel die inbreuk maakt op de erfdienstbaarheid ten behoeve van de percelen van Zoetermeer Zuidplas c.s. achterwege te laten op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag met een maximum van € 50.000,--;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Zoetermeer Zuidplas c.s. tot op heden begroot op € 1.604,44 vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening van de proceskosten;

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen in 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2018.1

1 type: 1964