Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:2894

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-03-2018
Datum publicatie
13-03-2018
Zaaknummer
09/827690-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bezit grote hoeveelheid hard- en softdrugs –waaronder een grote hoeveelheid slaap- en/of kalmeringsmiddelen- én het opzettelijk in voorraad hebben van een grote hoeveelheid van verschillende soorten geneesmiddelen. GS 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/827690-17

Datum uitspraak: 12 maart 2018

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 26 februari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. van der Harg en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. J.C. Herweijer naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 18 november 2017 te Poeldijk, gemeente Westland en/of Naaldwijk, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 126 XTC pillen, althans 47,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of ongeveer 450 pillen Methylfenidaat, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende Methylfenidaat, zijnde Methylfenidaat, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2

hij op of omstreeks 18 november 2017 te Poeldijk, gemeente Westland en/of Naaldwijk, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 300 pillen oxazepam, in elk geval een hoeveelheid pillen, (elk) bevattende het middel oxazepam en/of

- 960 pillen temazepam, in elk geval een (grote) hoeveelheid pillen (elk) bevattende het middel temazepam en/of

- 1200 pillen diazepam, in elk geval een (grote) hoeveelheid pillen(elk) bevattende het middel diazepam en/of

- 40 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep,

middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aangewezen krachtens het derde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 3

hij op of omstreeks 18 november 2017 te Poeldijk, gemeente Westland en/of Naaldwijk, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, een of meer geneesmiddel(len) waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten:

- 479 tabletten Kamagra en/of

- 50 tabletten Cobra-120 en/of

- 28 sachets Kamagra 100 mg Oral Jelly en/of

- 50 tabletten Clenbuterol Sopharma 0,02 mg en/of

- 100 tabletten Oxandrolone en/of

- 200 tabletten Turinabol en/of

- 200 tableten Oxymetholone en/of

- 29 tabletten Proviron Mesterolone 25 mg en/of

- 39 tabletten Winstrol en/of

- 200 tabletten Tamoxifen en/of

- 63 tabletten T-5 en/of

- 60 tabletten T-6

opzettelijk in voorraad heeft gehad.

3. Bewijsoverwegingen 1

3.1

Inleiding

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten en omstandigheden hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de bewijsvraag.

Op 18 november 2017 zagen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] een auto met kenteken [kentekennummer] rijden op de Zwartendijk te Monster. Omdat uit het politiesystemen bleek dat de tenaamgestelde van deze auto meerdere malen voorkwam terzake de Opiumwet en de Wet wapens en munitie hebben verbalisanten de auto op de Baakwoning te Naaldwijk, gemeente Westland, een stopteken gegeven. Verdachte bleek de bestuurder te zijn van de auto. Verbalisanten hebben de auto doorzocht. In het dashboardkastje heeft verbalisant [verbalisant 1] zes strips met elk vier stuks groene pillen aangetroffen. Hij herkende deze pillen als zijnde Kamagra. Ook trof hij in een kleine la, direct links onder het stuur, een klein zakje met meerdere oranje pillen in de vorm van een uil aan.2 In de kofferbak zijn twee dozen aangetroffen met verschillende soorten doosjes en strips met pillen. Op een aantal strips stond de tekst “Kamagra” en “Sildenafil”. Verbalisant [verbalisant 2] heeft via zijn diensttelefoon op het internet informatie gezocht over Kamagra en Sildenafil. Hij zag dat Sildenafil de werkzame stof in viagra is. Verdachte is hierna aangehouden en de pillen en de tabletten uit de kofferbak zijn inbeslaggenomen..3

In het kader van het onderzoek naar aanleiding van deze vondsten heeft de politie de woning van verdachte aan de [adres woning verdachte] in Poeldijk, gemeente Westland, doorzocht. In de woning van verdachte zijn eveneens verschillende soorten medicijnen en verdovende middelen aangetroffen en in beslag genomen.4

In de auto en in de woning van verdachte zijn onder meer de volgende geneesmiddelen aangetroffen en in beslag genomen:

  • -

    450 tabletten Methylfenidaat;

  • -

    300 tabletten Oxazepam;

  • -

    1200 tabletten Diazepam;

  • -

    960 tabletten Temazepam;

  • -

    479 tabletten Kamagra;

  • -

    50 tabletten Cobra 120;

  • -

    28 sachets Kamagra 100 mg Oral Jelly;

  • -

    100 tabletten Oxandrolone;

  • -

    200 tabletten Turinabol;

  • -

    200 tabletten Oxymetholone;

  • -

    29 tabletten Proviron Mesterolone 25 mg;

  • -

    23 tabletten Winstrol;

  • -

    200 tabletten Tamoxifen;

  • -

    63 tabletten T-5 en

  • -

    60 tabletten T- 6.5

De aangetroffen geneesmiddelen zijn door een inspecteur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, naar aanleiding van door de politie beschikbaar gestelde foto’s, onderzocht. Het geneesmiddel Methylfenidaat staat vermeld op lijst I behorende tot de Opiumwet. De geneesmiddelen Diazepam, Temazepam en Oxazepam staan vermeld op lijst II behorende tot de Opiumwet. Op de toegezonden foto’s zag de inspecteur dat op de verpakkingen van voornoemde geneesmiddelen geen enkel etiket was aangebracht, wat betekent dat deze niet aan verdachte als patiënt zijn voorgeschreven door een arts of een andere bevoegde en niet via een apotheker of een apotheekhoudend huisarts legaal ter hand zijn gesteld. Voor de overige aangetroffen geneesmiddelen, te weten Kamagra, Cobra-120, Kamagra Oral Jelly, Oxandrolone, Turinabol, Oxymetholone, Proviron Mestrolone, Winstrol, Tamoxifen, T-5 en T-6 vermeldt het rapport dat dit geneesmiddelen betreft waarvoor geen handelsvergunning geldt en dat het verboden is om deze in voorraad te hebben, te verkopen, af te leveren, ter hand te stellen, in te voeren of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied te brengen, tenzij iemand een registratie als beroepsbeoefenaar als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg heeft. De verdachte had deze registratie niet.6

Naast geneesmiddelen zijn in de auto16 pillen in de vorm van een uil en in de woning 110 gele pillen aangetroffen en in beslag genomen.7 Deze pillen zijn door het NFI onderzocht. Twee tabletten in de vorm van een uil bleken MDMA te bevatten en waren afkomstig van een hoeveelheid van 16 tabletten met een totaal nettogewicht van 7,4 gram.8 Vier gele tabletten bleken MDMA te bevatten en waren afkomstig van een hoeveelheid van 110 tabletten met een totaal nettogewicht van 40,3 gram.9

In de woning van verdachte is tevens 40 gram hennep aangetroffen in twee Marlboro- dozen.10

Over de in zijn auto aangetroffen pillen in de vorm van een uiltje heeft verdachte bij zijn aanhouding verklaard dat dit XTC pillen betrof.11 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de substantie in de Marlboro dozen hennep betreft.12

Aan de orde is de vraag of wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de hierboven genoemde geneesmiddelen en verdovende middelen op 18 november 2017 te Poeldijk en Naaldwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad (feit 1 en 2) en of hij verschillende soorten geneesmiddelen in voorraad heeft gehad waarvoor geen handelsvergunning geldt (feit 3).

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het tenlastegelegde (partieel) dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

De doorzoeking van de auto van verdachte was onrechtmatig, nu de verbalisanten de auto hebben doorzocht op basis van verdenking van een Opiumwet feit en niet naar aanleiding van de reguliere bevoegdheden ter zake van verkeersfeiten. Daar komt bij dat verdachte uitdrukkelijk heeft betwist dat hij toestemming heeft gegeven voor de doorzoeking van zijn auto en de verklaringen hierover van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] tegenstrijdig zijn. Zo heeft verbalisant [verbalisant 2] eerst verklaard dat zij zelf de kofferbak van de auto open heeft gedaan en heeft zij later verklaard dat verdachte dit heeft gedaan.

Ook de daarop volgende doorzoeking van de woning van verdachte was onrechtmatig. Nog voordat verdachte een inhoudelijk consult heeft gehad met een raadsman zijn hem inhoudelijke vragen ten aanzien van de zaak gesteld, namelijk of zich in zijn woning ook verboden middelen bevonden. Dit is een schending van het Salduz-arrest, aldus de raadsman.

Beide genoemde onrechtmatigheden betreffen onherstelbare vormverzuimen in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Dit moet volgens de raadsman leiden tot bewijsuitsluiting, in dit geval van de vondst van de geneesmiddelen en verdovende middelen in zowel de auto als de woning van verdachte.

Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de bij verdachte aangetroffen verdovende middelen en geneesmiddelen de werkzame stoffen bevatten zoals ten laste is gelegd. Het dossier bevat immers geen enkel onderzoek naar de werkzame stoffen van de aangetroffen geneesmiddelen door het NFI. Het enkele onderzoek van de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd naar aanleiding van de door de politie verstrekte foto’s van de verpakkingen is hiertoe onvoldoende. Ten aanzien van de verdovende middelen heeft de raadsman aangevoerd dat maar een klein deel daarvan is onderzocht.

3.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte alle tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 1 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2454 heeft de officier van justitie aangevoerd dat de politie zijn bevoegdheden die voortkomen uit de Wegenverkeerswet ook mag inzetten voor een ander doel. Dat in het latere proces-verbaal van bevindingen uiteindelijk meer staat dan in het proces-verbaal van aanhouding, wil niet zeggen dat de eerdere bevindingen niet kloppen. Ook het feit dat verdachte ontkent toestemming te hebben gegeven voor de doorzoeking doet niet af aan de geloofwaardigheid van de door de verbalisanten op ambtseed opgemaakte processen-verbaal.

Verder heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte ook nadat hij bijstand heeft gehad van een raadsman, een verklaring heeft afgelegd over wat er in zijn woning kon worden gevonden. Daar komt bij dat alleen al de goederen die in de auto zijn aangetroffen een doorzoeking in de woning van verdachte rechtvaardigen. Dat het dossier geen schriftelijke machtiging bevat maakt dit niet anders, zoals blijkt op bladzijde 130 van het dossier is er mondeling toestemming gegeven en was de rechter-commissaris ook bij de doorzoeking aanwezig.

Tot slot heeft de officier van justitie zich, onder verwijzing naar het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het vonnis van de rechtbank Rotterdam 21 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9065, op het standpunt gesteld dat de aangetroffen geneesmiddelen en strips in gesloten verpakkingen zijn aangetroffen en deze aldus niet nader getest hoefden te worden.

3.4

De beoordeling van het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting

Rechtmatigheid van de verkeerscontrole

Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het verweer van de raadsman niet aan de eisen die artikel 359a Sv stelt, nu het gevoerde verweer slechts inhoudt dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim en dat dit tot bewijsuitsluiting moet leiden, terwijl niet concreet wordt ingegaan op het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim, noch of en in hoeverre verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad. Gelet op het voorgaande behoeft de rechtbank het verweer van de verdediging strekkende tot bewijsuitsluiting niet nader te bespreken.

Salduz

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat aan de verdachte zonder dat hij een raadsman heeft kunnen consulteren inhoudelijke vragen aangaande zijn mogelijke betrokkenheid bij een strafbaar feit zijn gesteld en dat hij deze heeft beantwoord. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter worden volstaan met de enkele constatering dat er in dat verband een vormverzuim heeft plaatsgevonden, nu de vondst van het grote aantal geneesmiddelen en verdovende middelen in de auto van verdachte reeds voldoende grond opleverde voor doorzoeking van de woning van verdachte. Daar komt bij dat verdachte ook later toen hij werd verhoord door de rechter-commissaris een inhoudelijke verklaring heeft afgelegd over de middelen die bij hem zijn aangetroffen.

3.5

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen waarnaar in de inleiding is verwezen, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de in de ten laste gelegde genoemde verdovende middelen en geneesmiddelen opzettelijk aanwezig heeft gehad (feit 1 en 2) en dat hij verschillende geneesmiddelen opzettelijk in voorraad heeft gehad terwijl daarvoor geen handelsvergunning geldt (feit 3). De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder feit 3 vierde gedachtestreepje tenlastegelegde nu dit geneesmiddel niet voorkomt op de lijst met in beslag genomen goederen. Ten aanzien van het onder feit 3, negende gedachtestreepje, tenlastegelegde zal de rechtbank een hoeveelheid van 23 tabletten Winstrol bewezen verklaren, nu dit het aantal is dat is terug te vinden op de lijst met in beslag genomen goederen.

Het verweer van de raadsman, inhoudende dat niet kan worden vastgesteld of de aangetroffen geneesmiddelen, inclusief de onder feit 1 en 2 ten laste gelegde Methylfenidaat, Oxazepam. Temazepam en Diazepam, daadwerkelijk de werkzame stoffen bevatten zoals tenlastegelegd, wordt verworpen. Uit het dossier blijkt immers dat de middelen in ongeopende en in een fabriek bedrukte verpakking zaten, die door de inspecteur van de bovengenoemde Inspectie zijn herkend als geneesmiddelen met onder andere een therapeutische werking voor ADHD, slaapstoornissen, angst en spanning, een spierversterkende werking en een pijnstillende werking, zodat die middelen niet nader onderzocht behoefden te worden.

De rechtbank is voorts van oordeel dat het aantal door het NFI onderzochte gele en oranje pillen waarin de werkzame stof MDMA is aangetroffen voldoende representatief is voor de totale aangetroffen hoeveelheid pillen. Het verweer van de raadsman op dat punt zal dan ook worden verworpen.

3.6

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

Feit 1

hij op 18 november 2017 te Poeldijk, gemeente Westland en Naaldwijk, gemeente Westland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 126 XTC pillen, althans 47,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en ongeveer 450 pillen Methylfenidaat, zijnde MDMA en Methylfenidaat, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Feit 2

hij op 18 november 2017 te Poeldijk, gemeente Westland en Naaldwijk, gemeente Westland, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 300 pillen oxazepam en

- 960 pillen temazepam en

- 1200 pillen diazepam en

- 40 gram hennep,

middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Feit 3

hij op 18 november 2017 te Poeldijk, gemeente Westland en Naaldwijk, gemeente Westland, geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten:

- 479 tabletten Kamagra en

- 50 tabletten Cobra-120 en

- 28 sachets Kamagra 100 mg Oral Jelly en

- 100 tabletten Oxandrolone en

- 200 tabletten Turinabol en

- 200 tabletten Oxymetholone en

- 29 tabletten Proviron Mesterolone 25 mg en

- 23 tabletten Winstrol en

- 200 tabletten Tamoxifen en

- 63 tabletten T-5 en

- 60 tabletten T-6

opzettelijk in voorraad heeft gehad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren zal worden opgelegd.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank bij eindvonnis de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte zal bevelen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat er geen sprake is geweest van gevaar voor de volksgezondheid, nu de aangetroffen geneesmiddelen juist bedoeld zijn om personen af te houden van een depressie. Dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven mag niet ten nadele van hem worden uitgelegd. Daarnaast is er geen sprake geweest van dealen. De raadsman acht een straf gelijk aan het voorarrest passend. Indien de rechtbank van oordeel is dat dit onvoldoende is, verzoekt de raadsman een taakstraf aan verdachte op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van verschillende hoeveelheden hard- en softdrugs –waaronder een grote hoeveelheid slaap- en/of kalmeringsmiddelen- én het opzettelijk in voorraad hebben van een grote hoeveelheid van verschillende soorten geneesmiddelen. Het is algemeen bekend dat drugs, mede vanwege de verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. In de aangetroffen hoeveelheden zijn deze middelen over het algemeen bestemd voor de handel. Het behoeft geen betoog dat het ongecontroleerd in voorraad hebben van geneesmiddelen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid vormt. Het gebruik van geneesmiddelen die niet door een arts zijn voorgeschreven, kan immers fatale gevolgen hebben.

Verdachte is – blijkens een hem betreffend uittreksel uit het documentatieregister van 20 maart 2017 – eerder voor Opiumwetfeiten veroordeeld.

Bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat hij vier jaar geleden een motorongeluk heeft gehad, waardoor zijn schouder kapot is gevallen. Na een aantal operaties weten artsen niet meer wat zij met verdachte aan moeten, zodoende is hij zelf gaan experimenteren met medicijnen en drugs. De middelen waren voor eigen gebruik, maar vrienden kon wel wat krijgen als zij dat wilden. Door dit alles is verdachte depressief geworden.

Gezien de ernst van de feiten en het feit dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, acht de rechtbank een gevangenisstraf passend en geboden en ziet gelet op het bovenstaande geen mogelijkheid voor het opleggen van een taakstraf. De rechtbank ziet met name in de door verdachte geschetste situatie waar hij in is beland, wel aanleiding om een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, teneinde verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de duur van de door de officier van justitie gevorderde (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf, passend en geboden is.

Voorlopige hechtenis

Ten aanzien van de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis overweegt de rechtbank dat zich geen omstandigheden hebben voorgedaan die reden geven tot afwijking van het recht van verdachte om zijn proces in twee feitelijke instanties in vrijheid af te wachten. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie daarom afwijzen.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 tot en met 9, 12, 13 en 14 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard en dat het onder 10 genummerde voorwerp zal worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van het onder 12 genummerde voorwerp heeft de officier van justitie aangevoerd dat dit voorwerp voor verbeurdverklaring in aanmerking komt nu er voldoende sprake is van een link tussen de grote hoeveelheden aangetroffen geneesmiddelen, het geld en de strafbare feiten. Het onder 11 genummerde voorwerp is al teruggeven aan verdachte.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om het onder 12 genummerde voorwerp terug te geven aan verdachte. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is van een uitzonderlijk hoog geldbedrag en dat er geen link is met de tenlastegelegde feiten.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 tot en met 8 genummerde voorwerpen, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en deze voorwerpen zijn vervaardigd of bestemd tot het begaan van de bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 9, 10, 13 en 14 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de feiten 1 en 2 zijn begaan, terwijl de voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet en er naar het oordeel van de rechtbank niet duidelijk sprake is van een verband tussen de strafbare feiten en het in beslag genomen geldbedrag, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de op het beslaglijst onder 12 genummerde voorwerp.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en II;

- 40 van de Geneesmiddelenwet;

- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (TWAALF) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 4 (VIER) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1 tot en met 8 genummerde voorwerpen, te weten:

  • -

    50 STK Medicijn Bulgaars;

  • -

    63 STK Medicijn;

  • -

    50 STK Medicijn Cobra 120;

  • -

    2 STK Medicijn Temazepam Aurobindo, 2 doosjes 60 stuks;

  • -

    28 STK Medicijn Kamagra zakjes;

  • -

    1 STK Medicijn potje, T-5;

  • -

    1 STK Medicijn potje, T-6;

  • -

    30 STK Medicijn LI Da chinese;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 9, 10, 13 en 14 genummerde voorwerpen, te weten:

  • -

    16 STK XTC in de vorm van een uiltje;

  • -

    1 STK Boksartikel – boksbeugel;

  • -

    1 DS Zak Sealbag;

  • -

    1 STK Droger – hennepdroger.

gelast de teruggave aan verdachte van het op de beslaglijst onder 12 genummerde voorwerp, te weten:

- Geld Euro 3300,00 d.d. IBG 18 november 2017.

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.W.E. de Ruiter, voorzitter,

mr. M.T. Renckens, rechter,

mr. J. Montijn, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L. Peet, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 maart 2018.

Mr. S.W.E. de Ruiter is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017328911, van de politie eenheid Den Haag, district Westland - Delft, districtsrecherche Westland – Delft met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 336).

2 Proces-verbaal van aanhouding M. [verdachte] , d.d. 18 november 2017, blz. 123 en 124.

3 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 november 2017, blz. 96 en 97.

4 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking, d.d. 20 november 2017, blz. 130 en 131.

5 Proces-verbaal van beslag, d.d. 20 november 2017, blz. 3 en 4.

6 Proces-verbaal Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, d.d. 22 januari 2018 blz. 266 – 271.

7 Proces-verbaal van beslag, d.d. 20 november 2017, blz. 3 en 4.

8 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 januari 2018, blz. 273 en een geschrift, te weten een rapport van het NFI, d.d. 9 januari 2018, blz. 276.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2018, blz. 274 en een geschrift, te weten een rapport van het NFI, d.d. 9 januari 2018, blz. 275.

10 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 20 februari 2018, met fotobijlage, ongenummerd.

11 Proces-verbaal van aanhouding, d.d. 18 november 2017, blz. 124.

12 Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 februari 2018.