Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:2796

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-03-2018
Datum publicatie
21-03-2018
Zaaknummer
NL18.2481
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Derde asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Gestelde homoseksualiteit in tweede procedure beoordeeld. Geen sprake van nova. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.2481


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. J.M. Walls),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).


Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 26 januari 2018 (het bestreden besluit).


Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.2482, plaatsgevonden op 1 maart 2018.Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig, P. Oronsaye, tolk.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Sierraleoonse nationaliteit. Zijn asielaanvraag uit 2011 is ongegrond verklaard. Zijn opvolgende asielaanvraag, waarbij hij als asielmotief heeft opgegeven dat hij homoseksueel is, is kennelijk ongegrond verklaard. Bedoelde beslissingen, van respectievelijk 13 juni 2012 en 3 mei 2016, staan in rechte vast.

2. Op 30 januari 2018 heeft eiser een derde asielaanvraag gedaan. Deze aanvraag is bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard, omdat volgens verweerder niet is gebleken van relevante nieuwe elementen of bevindingen.

3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers relatie met een Nederlandse man geen novum is. Uitgangspunt is daarbij het in rechte vaststaande oordeel dat eisers gestelde homoseksuele gerichtheid niet aannemelijk is, omdat eiser geen overtuigende verklaringen heeft afgelegd ten aanzien van zijn proces van bewustwording en zelfacceptatie. Anders dan eiser in beroep heeft betoogd, heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd uiteengezet dat eiser met de verklaringen over zijn relatie niet alsnog aannemelijke verklaringen heeft afgelegd over zijn homoseksuele gerichtheid. Anders dan eiser impliceert, betekent het alsnog afleggen van aannemelijke verklaringen niet dat eiser daarbij gedwongen zou zijn om expliciet seksuele verklaringen af te leggen.

4. Gelet op het ontbreken van aannemelijke eigen verklaringen van eiser over zijn gestelde seksuele gerichtheid, komt aan hetgeen zijn gestelde partner heeft te verklaren in dit verband geen doorslaggevende betekenis toe. De door eiser genoemde uitspraken van de rechtbank, zittingsplaats Zwolle van 21 december 20171 en zittingsplaats Haarlem van 29 november 20172, worden niet gevolgd. Nu verklaringen van de gestelde partner om die reden redelijkerwijs niet kunnen bijdragen aan de beoordeling van de zaak, ziet de rechtbank geen aanleiding om hem als getuige te horen.

5. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet aannemelijk gemaakt waarom hij door het bekend maken van zijn gestelde seksuele geaardheid tijdens zijn presentatie aan de vertegenwoordiger van de Sierra Leoonse autoriteiten daadwerkelijk risico loopt bij terugkeer. Daarbij heeft verweerder gewezen op eisers verklaring dat aan hem door het ambassadepersoneel is verzekerd dat de informatie over eisers gestelde seksuele geaardheid met niemand zal worden gedeeld. Niet is gebleken van enige aanwijzing dat de informatie niettemin bekend is bij de autoriteiten in Sierra Leone. De enkele gestelde en niet geloofwaardige homoseksualiteit leidt niet tot geloofwaardige problemen in Sierra Leone. Verweerder heeft voorts terecht overwogen dat het opmerkelijk is dat eiser zijn uitlatingen tijdens de presentatie heeft gedaan ondanks het risico dat hij naar Sierra Leone zal moeten terugkeren. Ook heeft verweerder terecht gewezen op eisers verklaringen dat hij niet zozeer stelt te vrezen voor de autoriteiten, maar wel voor de ‘bundo gemeenschap’. Die vrees houdt echter vooral verband met zijn eerdere asielrelaas.

6. Verweerder heeft dan ook terecht geconcludeerd dat de omstandigheid dat eiser zijn seksuele gerichtheid heeft gemeld bij de vertegenwoordiging van de Sierraleoonse autoriteiten in Nederland geen novum is.

7. Verweerder heeft, gezien het ontbreken van relevante nieuwe elementen of bevindingen, de aanvragen terecht niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 30a, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.

8. Het beroep is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 zaaknummer AWB 17/11537

2 zaaknummer NL17.739