Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:2643

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-03-2018
Datum publicatie
08-03-2018
Zaaknummer
C/09/545561 / KG ZA 18-2
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, intellectueel-eigendomsrecht, merkenrecht, Beneluxmerk. Merkinbreukverbod toegewezen. Vordering tot overdracht Facebookaccount afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/545561 / KG ZA 18-2

Vonnis in kort geding van 7 maart 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats]1,

eiser,

advocaat mr. L.J. Gravendeel te Hilversum,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HAVENSLUIS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

010 VISION B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagden,

advocaat mr. A.J. Verbeek te Haarlem.

Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd. Gedaagden worden hierna respectievelijk Havensluis en 010 Vision worden genoemd en gezamenlijk Havensluis c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 5 januari 2018, met producties 1 tot en met 26;

  • -

    de akte overlegging producties van Havensluis c.s., met producties 1 tot en met 23;

  • -

    de akte houdende vermeerdering van eis c.q. wijziging van eis en inbreng van producties 27 tot en met 32;

  • -

    de akte overlegging aanvullende producties van Havensluis c.s., met producties 24 tot en met 29;

  • -

    de akte houdende inbreng van productie 33 van [eiser] ;

  • -

    de akte houdende inbreng van producties 34, 35 van [eiser] ;

  • -

    de akte houdende inbreng van productie 36 van [eiser] ;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 21 februari 2018;

  • -

    de pleitnota van [eiser] ;

  • -

    de pleitnota van Havensluis c.s.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Partijen houden zich bezig met – of zijn betrokken bij – het organiseren van muziekevenementen.

2.2.

Op naam van [eiser] staan geregistreerd de volgende Beneluxmerkinschrijvingen:

- het op 12 december 2013 onder nummer 0948330 ingeschreven beeldmerk

(hierna ook wel: het gele merk), waarin Velvet Villains Vestival te lezen is;

- het op 6 oktober 2014 onder nummer 0960015 ingeschreven beeldmerk

(hierna ook wel: het zwarte merk)

Beide merken zijn onder meer ingeschreven voor diensten in de klasse 41 (waaronder de organisatie en het houden van muzikale evenementen en manifestaties).

2.3.

Op naam van Havensluis staan geregistreerd de volgende Beneluxmerkinschrijvingen:

- het op 22 september 2016 onder nummer 0997973 ingeschreven beeldmerk

(hierna ook wel: het roze merk)

- het op 26 april 2017 onder nummer 1013374 ingeschreven beeldmerk

Ook deze merken zijn inschreven voor onder meer diensten in de klasse 41 (waaronder het organiseren en uitvoeren van muziek- en dansevenementen).

2.4.

Daarnaast heeft Havensluis op 5 juli 2017 een aanvrage gedaan voor het Uniebeeldmerk

voor onder meer diensten in klasse 41 (waaronder het organiseren en uitvoeren van muziek- en dansevenementen). Tegen de inschrijving van dit merk heeft [eiser] op 27 oktober 2017 oppositie ingesteld.

2.5.

In 2013 is er onder de naam VESTIVAL een muziekfestival georganiseerd in Istanbul, Turkije. Voor dit evenement is in Nederland reclame gemaakt met het gele merk.

2.6.

In 2014 en 2015 is ook in Nederland een muziekfestival georganiseerd onder de naam VESTIVAL. Deze festivals zijn (deels) georganiseerd door de heer [A]

(hierna: [A] ), voormalig zwager van [eiser] , en de besloten vennootschappen Vestival B.V., […] B.V. en/of A&R Holding B.V. (hierna: de [A] -vennootschappen). Ook [B] , de zus van [A] tevens de ex-partner van [eiser] , en de besloten vennootschap Global Rotation B.V. (hierna: Global Rotation) zijn bij de organisatie van deze festivals betrokken geweest.

2.7.

Voor de organisatie van deze festivals maakte [A] onder meer gebruik van de domeinnaam vestival.eu en accounts op Facebook, Instagram en Twitter met daarin de naam VESTIVAL. [A] was administrator van het Facebook-account.

2.8.

In 2014 is er tussen [eiser] enerzijds en [A] en/of de [A] -vennootschappen anderzijds een procedure aanhangig geweest bij de rechtbank Rotterdam. Het geschil had (mede) betrekking op het gele en het zwarte merk. Deze procedure is geëindigd in een minnelijke regeling.

2.9.

In 2015 of 2016 zijn de [A] -vennootschappen in staat van faillissement verklaard.

2.10.

In 2016 is Havensluis als investeerder betrokken bij de organisatie van een muziekfestival onder de naam VESTIVAL. Dit festival is gehouden op 4 september 2016. In deze periode was de heer [C] (hierna: [C] ), statutair bestuurder van Havensluis, naast [A] administrator van het Facebookaccount.

2.11.

In 2016 is een overeenkomst gesloten tussen Global Rotation, vertegenwoordigd door [B] , haar oma [X] (hierna: [X] ) en Havensluis op grond waarvan het roze merk (zie 2.3) door [X] is overgedragen aan Havensluis.

2.12. 010

Vision, dat Havensluis als statutair bestuurder heeft, is opgericht in januari 2017. In het register van de Kamer van Koophandel zijn voor 010 Vision de handelsnamen Vestival, Vestival Urban Music Festival en Vestival Global ingeschreven.

2.13.

In 2017 heeft Havensluis c.s. een muziekfestival georganiseerd met gebruikmaking van de naam VESTIVAL. Dit festival is gehouden op 22 juli 2017.

2.14.

Omstreeks juli 2017 heeft [eiser] Havensluis c.s. gesommeerd het gebruik van de benaming VESTIVAL te staken en gestaakt te houden.

2.15.

Met ingang van 10 oktober 2017 is 010 Vision geregistreerd als domeinnaamhouder van vestival.eu.

2.16.

In het najaar van 2017 heeft [A] [C] als administrator van het Facebookaccount verwijderd. Vervolgens heeft Facebook op verzoek van [C] zijn (administrator)rechten hersteld en [A] als administrator verwijderd.

2.17.

Bij akte van 27 oktober 2017 heeft Global Rotation (vertegenwoordigd door [B] ) het zwarte merk overgedragen aan [eiser] .

2.18.

[eiser] heeft een muziekevenement aangekondigd dat op 24 maart 2018 zal plaatsvinden in de Maassilo te Rotterdam. Dit evenement heeft (thans) de naam Nope is Dope.

2.19.

In november 2017 heeft Havensluis c.s. onder de naam VESTIVAL een evenement aangekondigd voor 30 juni 2018. Inmiddels heeft Havensluis c.s. de naam van dit evenement gewijzigd in: Oh My! Music Festival.

2.20.

In februari 2018 heeft Havensluis c.s. ook de naam van het Facebookaccount gewijzigd in Oh My! Music Festival. In februari 2018 had dit account (ruim) 64.000 volgers.

2.21.

[eiser] is eerder in een merkenrechtelijk geschil verwikkeld geweest. Dit geschil had (onder meer) betrekking op het Beneluxmerk NOPE IS DOPE. Bij vonnis in kort geding van 18 juli 2012 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam en bij (verstek)vonnis van deze rechtbank van 27 maart 2013 is [eiser] onder meer op vordering van de besloten vennootschap Hurstad Holding B.V. (hierna: Hurstad) veroordeeld iedere inbreuk op het merk NOPE IS DOPE te staken en gestaakt te houden. Op 17 februari 2018 heeft (onder meer) Hurstad uit hoofde van voormelde vonnissen ten laste van [eiser] executoriaal beslag gelegd op het gele merk en het zwarte merk.

2.22.

Bij akte gedateerd 15 februari 2018 heeft [eiser] het gele en het zwarte merk overgedragen aan [D] (hierna: [D] ).

In de ter zake overgelegde akte, waarin [eiser] Overdrager en [D] Verkrijger wordt genoemd, is onder meer het volgende opgenomen:

Verkrijger verleent aan Overdrager als licentienemer een onbeperkte proces volmacht het gebruik van de merken voort te zetten in en buiten rechte als eiser dan wel als gedaagde daaronder begrepen het treffen van een schikking (...)

De overdracht van de beide merken is ingeschreven in de registers van het BBIE op 18 februari 2018.

3 Het geschil

3.1.

Na wijziging van eis vordert [eiser] , verkort weergegeven, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

Havensluis en/of 010 Vision te bevelen:

I. ten aanzien van de benaming VESTIVAL (a) ieder gebruik te staken en gestaakt te houden en voorts (b) alle opdrachten aan derden in te trekken en reeds geproduceerd (promotie)materiaal terug te roepen; (c) haar gesponsorde advertenties met verwijzing naar het domein vestival.eu of daarmee vergelijkbare domeinen ongedaan te maken en (d) haar overige commerciële uitingen ongedaan te maken;

II. de domeinnaam vestival.eu op naam van [eiser] te stellen;

III. de sociale media accounts Facebook, Twitter en Instagram met daarin (voorheen) het bestanddeel VESTIVAL, en daarbij behorende bezoekers en aanhangers over te dragen aan [eiser] ;

IV. een door een registeraccountant gecertificeerde opgave te doen van de in de dagvaarding vermelde gegevens met betrekking tot onder meer omzet, prijzen, winst en contactgegevens gerelateerd aan het gebruik van de naam VESTIVAL;

Subsidiair: in goede justitie door de voorzieningenrechter op te leggen passende bevelen en/of een gebod aan Havensluis en/of 010 Vision om de merken van [eiser] te gebruiken in uitingen in verband met muziekevenementen;

primair en subsidiair op straffe van een (hoofdelijk te verbeuren) dwangsom en met (hoofdelijke) veroordeling van Havensluis en 010 Vision in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv2.

3.2.

Aan deze vordering legt [eiser] het volgende ten grondslag.

3.2.1.

In 2013 heeft [eiser] met hulp van [A] onder de naam VESTIVAL in Istanbul een muziekfestival georganiseerd. In de jaren daarna heeft [A] met gebruikmaking van het draaiboek van [eiser] onder de naam VESTIVAL in Nederland muziekevenementen gehouden.

Naar aanleiding van een geschil met betrekking tot de merken en de auteursrechten hebben [eiser] en [A] in 2014 een schikking getroffen. In deze schikking, waarin [eiser] wordt genoemd en [A] , is het volgende overeengekomen:

[eiser] komt overeen met [A] dat het merk Vestival Dream The Future [rechtbank: het zwarte merk] wordt overgedragen en dat [A] het mag gebruiken, maar als [eiser] dit wil gebruiken dat dan [A] het gebruik daarvan opgeeft, totdat [eiser] het gebruik ervan weer stopt. Datzelfde geldt voor het domein Vestival.EU en de sociale media (Facebook, instagram en Twitter e.d.) waaraan de naam Vestival verbonden is (deels met voor- of achtervoegsels zoals ‘dream the future’, ‘global’, e.a.) waar [A] deze op zijn naam heeft staan of op naam van één van zijn B.V.’s.

3.3.

[eiser] was al rechthebbende op het gele merk en is mede op grond van voormelde schikking rechthebbende geworden op het zwarte merk alsmede op het auteursrecht met betrekking tot dat merk. Met het gebruik van de naam VESTIVAL voor de muziekevenementen van Havensluis en als handelsnaam (door 010 Vision) maakt Havensluis c.s. inbreuk op de merk-, auteurs- en handelsnaamrechten van [eiser] . Dit zijn inbreuken in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub a, b en d BVIE3 en artikel 5a Handelsnaamswet. Havensluis c.s. kan geen rechten ontlenen aan het op onrechtmatige wijze van [X] verkregen roze merk, dat bovendien zonder toestemming van [eiser] is aangevraagd. Aangezien Havensluis c.s. het gebruik ook na sommatie niet heeft gestaakt, heeft [eiser] recht op en belang bij oplegging van een stakingsgebod. Dit geldt temeer, aangezien [eiser] ten gevolge van het handelen van Havensluis c.s. zijn evenement in Rotterdam op 24 maart 2018 noodgedwongen onder een andere naam heeft moeten organiseren.

3.3.1.

In 2017 heeft Havensluis c.s. de (middellijk door [A] voor [eiser] gehouden) domeinnaam www.vestival.eu en de accounts op Facebook, Twitter en Instagram op onrechtmatige wijze (door middel van hacking) overgenomen. Met het gebruik van de domeinnaam maakt Havensluis c.s. inbreuk op de merkrechten van [eiser] . Havensluis c.s. dient deze domeinnaam op naam van [eiser] te stellen. Daarnaast moet Havensluis c.s. de social-media-accounts, inclusief alle volgers, aan [eiser] overdragen, aangezien deze op grond van de met [A] getroffen schikking aan [eiser] toebehoren en de volgers door het onrechtmatig gebruik van de naam VESTIVAL zijn gegenereerd. De wijziging van de tenaamstelling van het Facebookaccount, maakt mede gelet op het databankrechtelijke karakter van de Facebookvolgers van dat account, niet dat het daardoor aan de merk- en handelsnaamrechtelijke aanspraak van [eiser] kan worden onttrokken. Ook bij deze vordering heeft [eiser] een spoedeisend belang, aangezien hij de domeinnaam en de social-media-accounts wenst in te zetten voor het festival eind maart 2018.

3.4.

Havensluis c.s. voert gemotiveerd verweer. Zakelijk weergegeven voert zij daartoe het volgende aan.

3.4.1.

[eiser] is niet ontvankelijk in zijn vorderingen omdat hij licentiehouder is geworden na de overdracht van de merken. Er is geen lastgeving om onder eigen naam te procederen maar enkel een procesvolmacht (in de zin van 3:60 BW4). Bovendien is er geen spoedeisend belang bij de vorderingen omdat op de merken van [eiser] beslag is gelegd zodat de kans aanwezig is dat de merken uit de macht van [eiser] zullen geraken en omdat [eiser] geen gebruik maakt van haar merken.

3.4.2.

De muziekevenementen met de naam VESTIVAL zijn aanvankelijk steeds georganiseerd door [A] . [eiser] is nooit bij de organisatie betrokken geweest, hetgeen blijkt uit de verklaringen van partijen die wel bij die organisatie betrokken waren. Om VESTIVAL te redden heeft Havensluis vanaf 2016 veel geïnvesteerd en vervolgens heeft zij tegen vergoeding de merkrechten en andere rechten, waaronder de domeinnaam en de social-media-accounts, overgedragen gekregen van (de familie van) [A] . Hierbij was overeengekomen dat ook het zwarte merk aan Havensluis zou worden overgedragen. Niet voor het eerst probeert [eiser] om na lang stilzitten met een beroep op een ouder recht onder druk een hoge vergoeding te verkrijgen.

3.4.3.

[eiser] heeft het zwarte merk op ongeoorloofde wijze verkregen (door profiteren van wanprestatie door Global Rotations en door het opmaken van een vervalste schikkingsdocument) en het gebruik van het roze merk van Havensluis c.s. maakt geen inbreuk op het gele of zwarte merk van [eiser] .

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Voor zover de vorderingen van [eiser] zijn gebaseerd op inbreuk op zijn Beneluxmerken, stelt de voorzieningenrechter ambtshalve vast dat hij op grond van artikel 4.6 BVIE bevoegd is tot kennisneming van die vorderingen, aangezien de gestelde inbreuk in heel Nederland en daarmee mede in dit arrondissement plaatsvindt. Voor de overige grondslagen is de voorzieningenrechter bevoegd reeds omdat daartegen geen verweer is gevoerd.

Ontvankelijkheid

4.2.

Nu [eiser] aan zijn vorderingen ten grondslag heeft gelegd dat Havensluis c.s. sinds 2017 inbreuk maakt op zijn merk-, auteurs en handelsnaamrechten, is voldaan aan het voor de procedure vereiste spoedeisend belang.

4.3.

De omstandigheid dat [eiser] het gele en het zwarte merk na het uitbrengen van de dagvaarding aan een derde heeft overgedragen, maakt anders dan Havensluis c.s. heeft betoogd niet dat hij daardoor op de voet van HR 22 oktober 2004, NJ 2006/202 niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De materiële wijziging van hoedanigheid heeft hier immers tijdens de procedure plaatsgevonden, zodat de procedure overeenkomstig artikel 225 lid 2 Rv op naam van de oorspronkelijke partij kan worden voortgezet. Op grond van de door [eiser] overgelegde procesvolmacht (zie 2.22) mag voorts worden aangenomen dat hij door de nieuwe merkhouder gemachtigd is deze procedure voort te zetten, zodat ook daarom geen aanleiding bestaat over te gaan tot afwijzing van de vordering. Voor de ontvankelijkheid is het door Hurstad gelegde executoriale beslag (zie 2.21) evenmin van belang. Zolang het executoriale beslag nog niet tot overdracht van de merken heeft geleid is [eiser] als houder immers gerechtigd tot handhaving van de merkrechten.

4.4.

Evenmin wordt het spoedeisend belang weggenomen doordat [eiser] geen gebruik zou maken van zijn merk. Tenzij de merken vervallen zouden zijn wegens onvoldoende normaal gebruik over een periode van 5 jaren (welke periode nog niet is verstreken voor de merken), heeft [eiser] belang bij handhaving van zijn merkrechten. Daarbij heeft hij gesteld de benaming VESTIVAL respectievelijk de merken weer in gebruik te willen nemen.

Inbreuk Beneluxmerk

4.5.

Havensluis c.s. heeft betwist dat [eiser] rechthebbende is (geweest) met betrekking tot het zwarte merk. Tussen partijen staat evenwel vast dat [eiser] bij het uitbrengen van de dagvaarding rechthebbende was op het gele, in 2013 gedeponeerde merk. Dat gele merk is ouder dan het jongere roze merk waar Havensluis c.s. zich op beroept. De inbreuk zal allereerst worden beoordeeld aan de hand van het gele merk. De rechtmatigheid van de overdracht van het zwarte merk kan daarmee vooralsnog in het midden blijven.

4.6.

Uit de stellingen van [eiser] begrijpt de voorzieningenrechter dat hij de gestelde merkinbreuk met betrekking tot het gele merk baseert op artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Op grond van die bepaling kan een merkhouder een derde die niet zijn toestemming heeft verkregen, verbieden om in het economisch verkeer een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met het merk te gebruiken voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het relevante publiek verwarring kan ontstaan.

4.7.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit de te maken globale beoordeling dat er bij het relevante publiek verwarring kan ontstaan tussen het gele merk en het gebruik van het teken VESTIVAL, zoals Havensluis c.s. dat maakt, bijvoorbeeld in de vorm van het roze merk. Het gaat om dezelfde diensten en het behoeft geen betoog dat er auditieve en conceptuele overeenstemming is door het gebruik van het bestanddeel VESTIVAL. Anders dan Havensluis c.s. heeft gesteld, kan de aanduiding VESTIVAL vanwege de afwijkende spelling niet zonder meer beschrijvend worden geacht voor muziekevenementen of -festivals. De verschillen tussen teken en merk – bijvoorbeeld voor wat betreft de concretere weergave, het lettertype, de vormgeving van de ‘V’, de gebruikte kleuren en de onderschriften – wegen minder zwaar dan de (opvallendere) overeenkomst in het gebruik van de V als beginletter. Naar voorlopig oordeel vormt het gebruik van de aanduiding VESTIVAL voor muziekevenementen dan ook een inbreuk op het gele merk.

4.8.

Voor zover Havensluis c.s. nog heeft aangevoerd dat zij het roze merk (zie 2.3) rechtmatig heeft verkregen en dat het haar daarom vrij staat dat merk te gebruiken, moet daaraan worden voorbijgegaan. Het roze merk is immers jonger dan het gele merk, waarvan Havensluis c.s. ter zitting overigens ook heeft erkend dat zij daarmee ten tijde van de overdracht van het roze merk bekend was.

Inbreukverbod/stakingsgebod

4.9.

Op grond van het voorgaande is het onder 1 (a) gevorderde gebod de aanduiding VESTIVAL te staken en gestaakt te houden toewijsbaar, zij het dat het breed geformuleerde gebod zal worden beperkt tot het gebruik van VESTIVAL voor de aanduiding van de muziekfestivals van Havensluis c.s. Onder dat gebruik valt onder meer het aanbieden en aanprijzen van muziekfestivals, bijvoorbeeld in advertenties en andere (commerciële) uitingen, en het gebruik van het teken als onderdeel van een handelsnaam. De handelsnamen ingeschreven door 010 Vision (zie 2.12) moeten dan ook worden uitgeschreven, aangezien anders dan Havensluis c.s. heeft gesteld ook de inschrijving van handelsnamen inbreukmakend gebruik betreft. [eiser] heeft niet gesteld welk zelfstandig belang hij heeft bij de vorderingen met betrekking tot het terugtrekken van advertenties en/of de ongedaanmaking van commerciële uitingen. De vorderingen onder I (b) tot en met (d) (zie 3.1) zullen daarom bij gebrek aan belang worden afgewezen. Ter vermijding van eventuele executieproblemen zal de termijn waarbinnen Havensluis c.s. het gebruik dient te staken worden bepaald op zeven dagen na betekening van dit vonnis.

Andere grondslagen

4.10.

Nu een inbreukverbod (of eigenlijk stakingsgebod) op basis van het gele merk wordt toegewezen, heeft [eiser] geen afzonderlijk belang meer (gesteld) bij beoordeling van haar vorderingen onder I. op basis van het zwarte merk en/of de grondslagen op basis van auteursrecht, handelsnaamrecht en (subsidiair) oneerlijke handelspraktijken.

Domeinnamen, Facebook- en andere social-media-accounts

4.11.

Aangezien het merkinbreukverbod wordt toegewezen, valt daaronder ook het gebruik van de domeinnaam met daarin het bestanddeel VESTIVAL. De domeinnaam wordt immers gebruikt ter onderscheiding van waren of diensten (in dit geval het muziekfestival van Havensluis c.s.) en het onderscheidende bestanddeel van de domeinnaam vestival.eu komt overeen met het dominante bestanddeel van het gele merk. Havensluis c.s. heeft op dit punt ook geen verweer gevoerd. Onder het merkinbreukverbod valt ook het doorlinken vanaf die domeinnaam naar een andere domeinnaam zonder het inbreukmakende bestanddeel.

4.12.

De gevorderde tenaamstelling van deze domeinnaam is eveneens toewijsbaar, aangezien [eiser] er (spoedeisend) belang bij heeft dat deze domeinnaam wordt gebruikt ten behoeve van het gele merk en niet is gesteld of gebleken welk belang Havensluis c.s. heeft bij het aanhouden van een inbreukmakende domeinnaam. De termijn waarbinnen de tenaamstelling dient te worden gewijzigd zal worden bepaald op zeven dagen na betekening van dit vonnis.

4.13.

Het antwoord op de vraag of Havensluis c.s. deze domeinnaam al dan niet rechtmatig heeft verkregen is hierbij niet van belang, aangezien die verkrijging – wat er ook van zij – niet van invloed is op de vraag of deze domeinnaam inbreuk maakt op de (oudere) merkrechten van [eiser] .

4.14.

Met betrekking tot de social-media-accounts (Facebook, Twitter en Instagram) ligt dit anders. Voor zover deze accounts een inbreukmakende naam hebben en/of deze gebruikt worden voor het aanbieden of promoten van muziekfestivals, valt ook dat gebruik onder het op te leggen inbreukverbod. Aangezien voor deze accounts (anders dan voor een domeinnaam) de mogelijkheid tot naamswijziging bestaat – zoals reeds met het Facebook-account is gebeurd –, bestaat er voorshands geen grond voor overdracht van deze accounts. Zonder nadere toelichting – die [eiser] niet heeft gegeven – valt niet in te zien dat het gebruik van deze accounts na naamswijziging, en met inachtneming van het inbreukverbod, nog inbreukmakend is op de merkrechten van [eiser] .

4.15.

Voorshands is voorts onvoldoende duidelijk dat [eiser] recht heeft op de door hem beoogde overdracht van de volgers van de betreffende accounts. De enkele omstandigheid dat er sprake is geweest van inbreuk op een merk betekent niet zonder meer dat de merkrechthebbende recht heeft op overdracht van de goodwill die de inbreukmaker heeft gegenereerd. Om te beoordelen aan wie die goodwill (in de vorm van volgers) toekomt is nader feitenonderzoek noodzakelijk waarvoor dit kort geding zich niet leent. Hierbij zullen vragen spelen als: (i) hoeveel van die goodwill moet worden toegeschreven aan het inbreukmakende merkgebruik, (ii) hoeveel van die goodwill moet worden toegeschreven aan de (goede) organisatie van het evenement (hoe ook geheten) en bijbehorende line-up van artiesten, (iii) hoeveel volgers waren er in 2016 toen Havensluis c.s. de organisatie van [A] overnam en (iv) hoeveel is er door welke partij in de goodwill geïnvesteerd. Voor zover [eiser] stelt dat de volgers kunnen worden aangemerkt als een databank faalt deze grondslag omdat niet voldoende aannemelijk is dat hij rechthebbende van die (beweerdelijke) databank is. Volgens artikel 1 onder b en artikel 2 Databankenwet is rechthebbende de producent van de databank, dat wil zeggen degene die het risico draagt van de voor de databank te maken investering. Havensluis c.s. heeft gesteld dat zij tijdens haar beheer het aantal Facebook-volgers door middel van aanzienlijke investeringen heeft doen toenemen van 30 tot 64.000, terwijl [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op enige wijze in deze accounts of de volgers heeft geïnvesteerd. De aanspraak tot overdracht kan evenmin worden gebaseerd op de (overigens door Havensluis c.s. betwiste) schikking met [A] . Havensluis c.s. was bij die schikking immers geen partij (zij betwist daarvan geweten te hebben alsmede de authenticiteit ervan) en een eventuele wanprestatie van [A] betekent niet zonder meer dat Havensluis c.s. door de gebruikmaking van die wanprestatie onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] .

Opgave

4.16.

[eiser] heeft niet duidelijk gemaakt welk (spoedeisend) belang hij bij de door hem gevorderde opgave heeft. Deze vordering wordt daarom afgewezen.

Dwangsom

4.17.

Als stimulans tot nakoming van de op te leggen geboden is oplegging van een dwangsom aangewezen. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd tot de in het dictum vermelde bedragen. Hoofdelijke veroordeling is niet onderbouwd en zal worden afgewezen.

Slotsom en proceskosten

4.18.

Nu partijen over en weer op belangrijke punten in het (on)gelijk worden gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Hierbij is mede in aanmerking genomen dat de overdracht van de social-media-accounts (met name Facebook), zoals ook volgt uit de vermeerdering van eis, een belangrijk geschilpunt was.

4.19.

De termijn voor het instellen van een hoofdzaak in de zin van artikel 1019i Rv zal, zoals gebruikelijk, worden bepaald op zes maanden na heden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

gebiedt Havensluis c.s. binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis het gebruik van de benaming VESTIVAL ter aanduiding van de door haar georganiseerde muziekevenementen en/of als (bestanddeel van een) handelsnaam te staken en gestaakt te houden;

5.2.

gebiedt 010 Vision binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de domeinnaam vestival.eu op naam te stellen van [eiser] , één en ander in overeenstemming met de desbetreffende voorwaarden van de betreffende domeinnaam-organisatie;

5.3.

bepaalt dat bij overtreding van voormelde geboden de betreffende gedaagde een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per overtreding per dag, zulks met een maximum van in totaal € 50.000 ,-;

5.4.

bepaalt de termijn voor het instellen van een hoofdzaak in de zin van artikel 1019i Rv op zes maanden na heden;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

5.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2018.

1 In de dagvaarding staat [plaats] als woonplaats vermeld maar het adres is gelegen in [woonplaats] .

2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

3 Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).

4 Burgerlijk wetboek