Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:2439

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-03-2018
Datum publicatie
08-03-2018
Zaaknummer
C/09/547077 / FA RK 18-668
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 18-668

Zaaknummer: C/09/547077

Datum beschikking: 1 maart 2018

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 25 januari 2018 ingekomen verzoek van:

[verzoekster] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. H. Plantenga te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende] ,

de vader,

wonende te [woonplaats vader] ,

advocaat: mr. E.J. Bakker te Utrecht.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het F9-formulier d.d. 2 februari 2018 van de zijde van de man, met bijlagen;

  • -

    het verweerschrift tevens verzoekschrift.

Op 8 februari 2018 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen, bijgestaan door hun advocaten.

Feiten

  • -

    De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum] tot [datum] .

  • -

    Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
    [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .

  • -

    De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

  • -

    [minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.

  • -

    Bij beschikking van [datum] van de rechtbank Midden-Nederland is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en zijn het convenant en ouderschapsplan in de beschikking opgenomen.

  • -

    In het ouderschapsplan zijn de ouders in artikel 3 overeengekomen dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft. Artikel 4 van het ouderschapsplan luidt:
    “Indien één van de ouders het voornemen heeft te verhuizen, dan zullen zij dit vooraf met elkaar bespreken en beoordelen of dit aanleiding vormt tot aanpassing van bepaalde afspraken in dit ouderschapsplan.”

  • -

    Tevens zijn de ouders een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in artikel 5 van het ouderschapsplan overeengekomen:
    “De vader krijgt de navolgende contactregeling (omgang) ten aanzien van [minderjarige] : elk weekend van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur. Partijen kunnen in onderling overleg afwijken van deze regeling.
    Vanaf het moment dat [minderjarige] naar groep 1 gaat, zal zij om het weekend bij vader verblijven van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur. Als op dat moment vader in de gelegenheid is om door de weeks thuis te zijn om voor [minderjarige] te zorgen kan er dan afgesproken worden dat [minderjarige] de ene week bij vader is en de andere week bij moeder.” Daarnaast zijn de ouders in de artikelen 10 en 11 van het ouderschapsplan een verdeling van de vakanties en feestdagen overeengekomen.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:

  • -

    vervangende toestemming te verlenen aan de moeder om met [minderjarige] te verhuizen naar [geboorteplaats moeder] (Groningen);

  • -

    vervangende toestemming te verlenen aan de moeder om [minderjarige] in te schrijven op een basisschool alsmede een buitenschoolse opvang in [geboorteplaats moeder] of in de directe omgeving van [geboorteplaats moeder] met een maximale straal van 10 km;

  • -

    de echtscheidingsbeschikking van 13 december 2016 te wijzigen, in die zin dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld waarbij [minderjarige] een weekend per twee weken bij de vader zal zijn van vrijdag 17.30 uur tot zondag 17.30 uur, waarbij de moeder [minderjarige] op vrijdag naar de vader in [woonplaats vader] brengt om 17.30 uur en de vader [minderjarige] op zondag terugbrengt tot station [plaatsnaam] en daar om 17.30 uur overdraagt aan de moeder, en te bepalen dat de regeling voor het overige ongewijzigd zal blijven.

De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht, indien het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing naar [geboorteplaats moeder] wordt toegewezen, de huidige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen

in die zin dat [minderjarige] een weekend per twee weken bij de vader zal verblijven, waarbij de moeder [minderjarige] op vrijdagavond om 17.30 uur bij de vader thuis dient te brengen en de moeder [minderjarige] op zondag om 17.30 uur bij de vader thuis dient op te halen, alsmede te bepalen dat, in het geval [minderjarige] de vakantie doorbrengt bij de vader, de moeder [minderjarige] aan het begin van de vakantie brengt naar de vader thuis en aan het einde van de vakantie bij de vader ophaalt, kosten rechtens.

Beoordeling

Vervangende toestemming tot verhuizing

Nu de ouders samen het ouderlijk gezag over [minderjarige] uitoefenen brengt dit mee dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van [minderjarige] in beginsel toestemming van de vader nodig heeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden, kan het geschil op grond van artikel 1:253a BW worden voorgelegd aan de rechter.

De rechtbank zal, nu de beproeving van een vergelijk tussen de ouders ter zitting vergeefs is gebleken, de door de moeder verzochte vervangende toestemming beoordelen. De rechtbank dient, gelet op artikel 1:253a BW, een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie (HR 25 april 2008, LJN:BC5901) volgt dat hieruit niet mag worden afgeleid dat het belang van [minderjarige] bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. Bij de beoordeling dient de rechtbank alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen en tegen elkaar af te wegen. In het geschil dienen de volgende omstandigheden en belangen te worden meegewogen:

  1. het recht en belang van de moeder om te verhuizen en in vrijheid haar leven (opnieuw) in te richten;

  2. de noodzaak voor de moeder om te verhuizen;

  3. de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

  4. de door de moeder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor [minderjarige] en de vader te verzachten en/of te compenseren;

  5. de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;

  6. de rechten van de vader en [minderjarige] op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;

  7. de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;

  8. de frequentie van het contact tussen [minderjarige] en de vader voor en na de verhuizing;

  9. de leeftijd van [minderjarige] , haar mening en de mate waarin zij is geworteld in haar omgeving of juist gewend is aan verhuizingen;

  10. de (extra) kosten van het contact na de verhuizing.

De rechtbank benadrukt dat bovenstaande opsomming niet is bedoeld als bepaling van criteria waaraan ieder afzonderlijk moet worden voldaan, maar dat voor de beoordeling een belangenafweging moet worden gemaakt met inachtneming van genoemde omstandigheden.

Standpunt van de moeder

De moeder woont samen met [minderjarige] en haar partner, [naam] , in [woonplaats] . Zij wil graag verhuizen naar [geboorteplaats moeder] om samen met haar partner in het familiebedrijf (een middelgrote veehouderij) te gaan werken en in het bedrijf te gaan deelnemen. Doordeweeks verblijven de moeder en haar partner in [woonplaats] en in het weekend in [geboorteplaats moeder] om mee te draaien en te leren in het familiebedrijf. [minderjarige] gaat een weekend per maand mee naar [geboorteplaats moeder] . De moeder heeft tot haar 17e jaar in [woonplaats] gewoond. Vervolgens is zij met haar ouders naar [geboorteplaats moeder] verhuisd vanwege de uitbreiding van de veehouderij. De moeder is met de vader gehuwd in [geboorteplaats moeder] en [minderjarige] is daar ook geboren. Na de geboorte van [minderjarige] is de moeder daar nog anderhalf jaar blijven wonen, terwijl de vader in [woonplaats vader] woonde en ieder weekend van [woonplaats vader] naar [geboorteplaats moeder] reisde. Hoewel het de bedoeling was om in [geboorteplaats moeder] te blijven wonen, zijn zij uiteindelijk naar [woonplaats vader] verhuisd. De vader kon namelijk geen werk vinden in de omgeving van [geboorteplaats moeder] . In [woonplaats] heeft de moeder geen betaalde baan en zij heeft na haar middelbare school geen vervolgopleiding afgerond. In [geboorteplaats moeder] heeft zij de mogelijkheid om samen met haar vader en haar partner het familiebedrijf voort te zetten in de vorm van een maatschap. De moeder en haar partner zijn al langere tijd in gesprek hierover met haar vader en de bank. Er zal intern niet veel geregeld hoeven worden. Als er toestemming komt voor de verhuizing zullen de contracten worden opgemaakt en getekend. Naast de boerderij van haar ouders komt een woning beschikbaar voor onderhandse verkoop, waar de moeder en haar partner met [minderjarige] kunnen wonen.

Voor [minderjarige] zal doordeweeks niet veel veranderen, want zij gaat nog niet naar school, heeft geen echte vriendjes/vriendinnetjes en weinig binding met de omgeving in [woonplaats] . Na de zomervakantie 2018 zal [minderjarige] naar de basisschool gaan. Vanaf dat moment zal de huidige zorgregeling (drie van de vier weekenden) worden gewijzigd conform het ouderschapsplan naar een weekend in de twee weken van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur. Er zal dus in de praktijk bij een verhuizing weinig veranderen aan de zorgregeling, behalve de reistijd. Ter compensatie daarvoor heeft de moeder voorgesteld dat zij [minderjarige] op vrijdagavond naar de vader in [woonplaats vader] brengt en dat zij naar [plaatsnaam] komt om [minderjarige] op zondag te halen, zodat de vader aanzienlijk minder hoeft te reizen met de trein. Daarnaast is de moeder bereid om de reiskosten volledig op zich te nemen.

Standpunt van de vader

De vader betwist de noodzaak van een verhuizing. Volgens de vader heeft de moeder geen enkele affiniteit met het familiebedrijf, wilde zij nooit helpen op de boerderij van haar ouders en was zij bang voor de koeien. De partner van de moeder heeft evenmin ervaring in een agrarisch bedrijf. In de door de moeder overgelegde brief van de accountant wordt alleen de partner van de moeder genoemd, er wordt met geen enkel woord gerept over deelname van de moeder in de maatschap. Er ligt geen concreet plan ten aanzien van de overname van het familiebedrijf, evenmin ten aanzien van een woning. Het sociale leven van de moeder heeft zich altijd in [woonplaats] afgespeeld en zij heeft hier alle mogelijkheden om haar leven een richting te geven en te werken. De vader begrijpt de wens van de moeder om in [geboorteplaats moeder] te gaan wonen bij haar familie en hij gunt het haar, maar de moeder houdt onvoldoende rekening met de belangen van [minderjarige] en de vader. Door de verhuizing worden de contactmogelijkheden immers ernstig beperkt en bemoeilijkt. De vader beschikt niet over een auto, zodat hij genoodzaakt is om met het openbaar vervoer te reizen. De reistijd van [woonplaats vader] naar [geboorteplaats moeder] bedraagt minimaal 3 ½ tot 4 uur, zodat dit voor zowel de vader als voor [minderjarige] een te zware belasting is en er weinig tijd over blijft voor leuke dingen. Voor een oudergesprek of een 10-minutengesprek met de school zal de vader ver moeten reizen. In de toekomst zal [minderjarige] mogelijk in de weekenden lid willen worden van een sportclub of met vriendinnetjes willen afspreken. In het ouderschapsplan hebben de ouders bovendien afgesproken dat [minderjarige] week op/week af bij de ouders zal zijn als de vader daartoe in de gelegenheid is. De vader vreest dat de band tussen hem en [minderjarige] zal verslechteren door een verhuizing naar [geboorteplaats moeder] en dat hij uiteindelijk nog maar een minimale rol zal spelen in het leven van zijn dochter. [minderjarige] heeft het grootste deel van haar leven in [woonplaats] gewoond, in de buurt van haar vader en zijn familie. De moeder heeft geen reële compensatie aangeboden ten aanzien van het halen en brengen, aangezien de reistijd naar [plaatsnaam] nog steeds veel te lang zal zijn. Daarnaast bestaat er geen enkele garantie dat de moeder haar toezeggingen zal nakomen, omdat de vader betwijfelt of de moeder de reiskosten zal kunnen betalen. Indien het verzoek van de moeder wordt toegewezen, dan dient de moeder het halen en brengen volledig voor haar rekening te nemen.

Oordeel van de rechtbank

Als uitgangspunt geldt dat een ouder bij wie een kind het hoofdverblijf heeft in beginsel de gelegenheid dient te krijgen om met het kind elders een toekomst op te bouwen. Deze vrijheid wordt beperkt door de belangen van [minderjarige] en van de vader.

Alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende en de belangen van [minderjarige] , de moeder en de vader tegen elkaar afwegend is de rechtbank van oordeel dat aan de moeder vervangende toestemming verleend moet worden om met [minderjarige] naar [geboorteplaats moeder] te verhuizen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De vader was ten tijde van de geboorte van [minderjarige] 22 jaar oud en de moeder 18 jaar oud. De moeder woonde op dat moment nog thuis bij haar ouders in [geboorteplaats moeder] . Na de geboorte van [minderjarige] is de moeder daar nog anderhalf jaar met [minderjarige] blijven wonen, terwijl de vader in [woonplaats vader] woonde en ieder weekend van [woonplaats vader] naar [geboorteplaats moeder] reisde. Daarna is de moeder met [minderjarige] naar [woonplaats vader] verhuisd en de vader en de moeder hebben daar relatief korte tijd, afgaande op de datum waarop de echtscheiding is uitgesproken maximaal anderhalf jaar, als gezin samen geleefd. Na het uiteengaan van partijen is de moeder met [minderjarige] naar [woonplaats] verhuisd, alwaar zij thans samenwoont met haar partner. De moeder heeft geen betaalde baan en zij heeft na haar middelbare school geen vervolgopleiding afgerond.

De voorgenomen verhuizing van de moeder met [minderjarige] en haar partner naar [geboorteplaats moeder] zou de moeder in de gelegenheid stellen terug te keren naar de omgeving waar zij als gezin zijn gestart en het familiebedrijf gezamenlijk met haar ouders en haar partner te runnen. Aldus zal zij zich naast het moederschap verder kunnen ontwikkelen, terwijl in de opvang van [minderjarige] mede door de grootmoeder moederszijde kan worden voorzien.

Hoewel er bij de moeder geen absolute economische of andere noodzaak voor de verhuizing bestaat, is de rechtbank van oordeel dat de moeder met het voorgaande een relevant belang heeft om (terug) te verhuizen naar [geboorteplaats moeder] . De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking haar jonge leeftijd ten tijde van de geboorte van [minderjarige] en het feit dat zij (mede daardoor) tot op heden nog geen opleiding heeft kunnen volgen en/of zich professioneel heeft kunnen ontwikkelen. Daarbij is het voor de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat het de bedoeling is dat de moeder met haar partner in ieder geval zal gaan werken en/of zal deelnemen in het familiebedrijf. Dat de moeder geen concrete gegevens hierover heeft overgelegd maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat haar stellingen onaannemelijk zijn. Dit belang van de moeder om een nieuw bestaan op te bouwen dient te worden betrokken bij de door de rechtbank te maken afweging.

De rechtbank neemt voorts in overweging dat [minderjarige] relatief kort in (de omgeving van) [woonplaats vader] heeft gewoond en zij aldaar, gelet op haar jonge leeftijd, nog niet geworteld is door school, vriendjes en dergelijke. [geboorteplaats moeder] is voor haar geen nieuwe omgeving nu zij daar de eerste anderhalf jaar van haar leven samen met haar moeder bij haar grootouders heeft gewoond. Na de verhuizing zal zij aldaar naar de basisschool kunnen gaan en na schooltijd deels kunnen worden opgevangen door haar grootmoeder moederszijde. Ook zal zij komen te wonen in een rustige woonomgeving.

De verhuizing zal op zichzelf geen invloed hebben op de frequentie en duur van het contact tussen [minderjarige] en de vader. Hoewel [minderjarige] op dit moment drie van de vier weekenden bij de vader is, is in het ouderschapsplan al voorzien dat [minderjarige] , vanaf het moment dat zij naar de basisschool gaat, om de week in het weekend bij de vader zal zijn. Daarbij merkt de rechtbank op dat de vader ter zitting heeft aangegeven dat hij fulltime werkt zodat doordeweekse zorgcontacten binnen een redelijke termijn niet haalbaar zijn.

Wel brengt de verhuizing de nodige reistijd met zich mee voor zowel de vader als voor [minderjarige] . De moeder heeft aan de vader compensatie en alternatieven heeft aangeboden om de gevolgen van de voorgenomen verhuizing te verzachten. Zo heeft zij aangeboden om de reiskosten voor de zorgregeling van de vader voor haar rekening te nemen en ter zitting heeft de moeder haar aanbod uitgebreid, in die zin dat zij het halen en brengen van [minderjarige] in het ene weekend volledig voor haar rekening zal nemen. In het andere weekend geldt haar eerdere aanbod, namelijk dat zij [minderjarige] zal brengen naar de vader in [woonplaats vader] op vrijdagavond en op zondagavond naar [plaatsnaam] zal komen om [minderjarige] daar te halen. Deze voorstellen van de moeder, waarbij zij de reiskosten volledig betaalt en het merendeel van het reizen voor haar rekening neemt, biedt naar het oordeel van de rechtbank voldoende compensatie voor de vader. Voor [minderjarige] kan de reistijd niet worden ingeperkt doch voor haar brengt de verhuizing de genoemde voordelen met zich.

Het voorgaande tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat in de bijzondere omstandigheden van dit geval aan de argumenten van de moeder het meeste gewicht dient toe te komen. Bij dit oordeel heeft de rechtbank uitdrukkelijk meegewogen de omstandigheid dat de zorgregeling zoals die op dit moment tussen de vader en [minderjarige] geldt (en naar tevredenheid verloopt) na de verhuizing grotendeels in stand kan blijven. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor haar verhuizing met [minderjarige] naar [geboorteplaats moeder] , dient te worden toegewezen.

Inschrijving school

De rechtbank zal voorts toestemming verlenen aan de moeder om [minderjarige] in te schrijven op een basisschool en een buitenschoolse opvang in [geboorteplaats moeder] of de directe omgeving van [geboorteplaats moeder] met een maximale straal van 10 kilometer. Tegen dit verzoek heeft de vader geen afzonderlijk verweer gevoerd. Zijn verweer ziet immers op de verhuizing naar [geboorteplaats moeder] .

Zorgregeling

Tussen de ouders is niet in geschil dat bij een verhuizing de zorgregeling gewijzigd dient te worden. Nu zij hier overeenstemming over hebben, zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] eens in de twee weken van vrijdag 17.30 uur tot zondag 17.30 uur bij de vader zal zijn. Het halen en brengen van [minderjarige] is tussen de ouders nog in geschil. Zoals hiervoor is overwogen heeft de moeder aangeboden om in de ene week het halen en brengen van [minderjarige] volledig voor haar rekening te nemen, en in de andere week conform haar eerdere voorstel (de moeder brengt [minderjarige] op vrijdag naar de vader in [woonplaats vader] om 17.30 uur en de vader brengt [minderjarige] op zondag om 17.30 uur op station [plaatsnaam] ). Daarnaast heeft de moeder aangeboden om een 10-minutengesprek op school dusdanig in te plannen aan het begin of het einde van een vakantie dat de vader hier ook bij kan zijn.

De rechtbank is van oordeel dat de gevolgen van de wens van de moeder om naar [geboorteplaats moeder] te verhuizen zoveel mogelijk voor haar rekening dienen te komen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank in het kader van de zorgregeling het halen en brengen bepalen zoals door de moeder ter zitting is voorgesteld. Alle kosten van het reizen van de vader en [minderjarige] in het kader van de zorgregeling zullen door de moeder worden betaald. Het verzoek van de vader ten aanzien van het halen en brengen in het kader van de vakantieregeling zal de rechtbank toewijzen, nu de rechtbank dit redelijk acht.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van [datum] van de rechtbank Midden-Nederland met het daaraan gehechte ouderschapsplan – :

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om met [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , te verhuizen naar [geboorteplaats moeder] , Groningen, en [minderjarige] in te schrijven op een basisschool en een buitenschoolse opvang in [geboorteplaats moeder] of in de directe omgeving van [geboorteplaats moeder] in een straal van maximaal 10 kilometer;

bepaalt dat [minderjarige] bij de vader zal zijn eens in de twee weken van vrijdag 17.30 uur tot zondag 17.30 uur, waarbij de moeder het ene weekend [minderjarige] op vrijdag om 17.30 uur bij de vader brengt en op zondag om 17.30 uur bij de vader haalt, en in het andere weekend de moeder [minderjarige] om 17.30 uur bij de vader brengt en de vader [minderjarige] om 17.30 uur op station [plaatsnaam] brengt waar de moeder [minderjarige] zal halen;

bepaalt dat de moeder in het kader van de vakantieregeling [minderjarige] naar de vader zal brengen en weer bij hem zal ophalen;

bepaalt dat de moeder de reiskosten van de vader en [minderjarige] in het kader van de zorgregeling zal betalen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, M.P. Verloop en I. Zetstra, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Corver als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 maart 2018.