Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:2007

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-02-2018
Datum publicatie
27-02-2018
Zaaknummer
Nl17.4630
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

va, Afghanistan, relaas ongeloofwaardig, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.4630


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2018 in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. A. Peeters).


Procesverloop
Bij besluit van 12 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen D. Madjlessi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is van Afghaanse nationaliteit. Zij is geboren op [geboortedatum] . Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij problemen heeft met haar echtgenoot in Afghanistan, aan wie zij, na de vlucht van haar ouders uit Afghanistan, is uitgehuwelijkt. Zij stelt door hem te zijn mishandeld en hij zou haar hebben willen stenigen, omdat zij afvallig is. Eiseres zou met hulp van anderen hebben weten te ontsnappen naar Iran, alwaar zij op aangifte van haar echtgenoot zou zijn aangehouden en gedetineerd op verdenking van afvalligheid. Eiseres stelt op borgtocht te zijn vrijgekomen en te zijn gevlucht naar Nederland.

2. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen dat de verklaringen van eiseres over de wijze waarop zij zou zijn uitgehuwelijkt, haar verklaringen over de problemen vanwege dit huwelijk, noch haar gestelde afvalligheid worden geloofd. Hij concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.

3. Eiseres heeft in beroep de tegenwerpingen van verweerder over het ongeloofwaardige karakter van haar verklaringen betwist. Daarbij heeft zij aangevoerd dat een aantal van die tegenwerpingen eerst in het voornemen of pas in het bestreden besluit zijn genoemd. Daardoor is zij onvoldoende in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over haar verklaringen. Ook heeft eiseres aangevoerd dat verweerder op verschillende punten onvoldoende is ingegaan op haar zienswijze. Eiseres stelt als afvallige te behoren tot een risicogroep en een kwetsbare minderheidsgroep in de zin van WBV 2017/2. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat zij bij terugkeer naar Afghanistan een verwesterde alleenstaande vrouw is.

4. De rechtbank stelt vast dat eiseres in het voornemen is geconfronteerd met verklaringen van haar vader en moeder uit hun asielprocedure in 2000. Volgens de verklaringen van eiseres zouden haar ouders in 1996/1997 uit Afghanistan zijn vertrokken, terwijl haar ouders destijds hebben verklaard op 4 februari 2000 het land te hebben verlaten. Ook heeft eiseres verklaard dat haar ouders niet op de hoogte waren van haar uithuwelijking aan haar echtgenoot, terwijl de ouders destijds hebben verklaard dat eiseres met deze man was getrouwd. De omstandigheid dat eiseres niet al tijdens haar gehoren is bevraagd over deze tegenstrijdigheden, betekent niet dat verweerder in strijd heeft gehandeld met artikel 3.113, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Deze bepaling schrijft voor dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld om uitleg te geven over onder andere tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en ziet allereerst op tegenstrijdigheden in de verklaringen van de vreemdeling zelf. Verder sluit dit niet uit dat eerst na het horen van de vreemdeling blijkt van tegenstrijdigheden in de verklaringen van de vreemdeling en andere informatiebronnen. In dit geval is eiseres in de gelegenheid geweest om in haar zienswijze op de geconstateerde tegenstrijdigheden te reageren. Die reactie hield in dat zij zich - om verschillende redenen - niet goed kan herinneren wanneer de vlucht van haar ouders en haar uithuwelijking precies hebben plaatsgehad. Naar het oordeel van de rechtbank valt niet in te zien dat eiseres aldus onvoldoende in de gelegenheid is geweest om uitleg te verschaffen over haar verklaringen op dit punt. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om eiseres hierover nader te horen.

5. Verweerder heeft niet ten onrechte vraagtekens geplaatst bij de verklaringen van eiseres dat zij door haar ouders is achtergelaten bij hun buurvrouw in Afghanistan, om te worden uitgehuwelijkt aan de zoon van die buurvrouw aangezien het voor eiseres te gevaarlijk zou zijn geweest om mee te vluchten. Daarbij is van belang dat de jongere zus van eiseres wel met hun ouders is vertrokken. Verweerder acht een en ander te meer onaannemelijk, omdat de Taliban - volgens een bij de zienswijze overgelegde brief van vader - zouden hebben gedreigd om eiseres weg te halen als vader niet terug zou komen.

Afgezien hiervan heeft verweerder ook terecht gewezen op tegenstrijdigheden tussen de inhoud van genoemde brief en de eerdere verklaringen van eiseres en haar ouders.

6. Verweerder heeft eveneens terecht overwogen dat de verklaringen van eiseres over het moment van de vlucht van haar ouders en haar daarop volgende uithuwelijking in tegenspraak zijn met de verklaringen van haar ouders hierover. Niet valt in te zien dat de door eiseres genoemde, niet nader onderbouwde omstandigheden (minderjarigheid, psychische problematiek, gebrek aan scholing, leefomstandigheden en gebrekkig geheugen) een verklaring vormen voor het feit dat eiseres zich drie tot vier jaar in tijd vergist over deze ingrijpende gebeurtenissen.

7. Eiseres heeft verklaard dat zij door de buurvrouw is uitgehuwelijkt aan een andere man en dat haar ouders hiervan niet op de hoogte waren. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat dit niet overeenstemt met de verklaringen van de ouders in 2000, waaruit blijkt dat zij wel wisten van dit huwelijk. Dat de ouders, aldus de brief bij de zienswijze, dit zouden hebben vernomen tijdens hun reis naar Europa heeft verweerder niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Daarbij heeft verweerder terecht gewezen op de verklaringen van de vader over de vermelding van naam van de echtgenoot in diens Taskera en in de huwelijksakte, evenals de verklaring van de vader dat eiseres en haar echtgenoot ten tijde van het vertrek van de ouders uit Afghanistan geen problemen hadden.

8. Verweerder heeft voorts niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres over verschillende situaties die zij stelt jarenlang van dichtbij te hebben meegemaakt niet concreet heeft kunnen verklaren. Zo heeft zij niet de naam van de buurvrouw weten te noemen, naast wie zij jarenlang zou hebben gewoond. Ook weet zij niet concreet te vertellen over haar echtgenoot, met wie zij stelt jarenlang getrouwd te zijn geweest, noch over diens twee andere echtgenotes. De reactie van eiseres hierop dat zij niet in haar echtgenoot en beide andere vrouwen geïnteresseerd was, biedt daarvoor geen aannemelijk verklaring.

9. Verweerder heeft vervolgens niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres vanwege een telefoongesprek met haar ouders in Europa en een enkele opmerking over het geloof richting haar echtgenoot als afvallige is bestempeld en om die reden door hem zou worden gestenigd. Verweerder is daarbij voldoende ingegaan op hetgeen eiseres hierover in de zienswijze heeft gesteld. In beroep heeft eiseres volstaan met een herhaling van deze zienswijze.

10. Verweerder heeft terecht kanttekeningen geplaatst bij de verklaringen van eiseres dat zij door één van de andere vrouwen van haar echtgenoot op de hoogte zou zijn gebracht van de op handen zijnde steniging en dat eiseres later zou zijn bevrijd, zonder dat zij wist wie haar heeft helpen ontsnappen of hoe deze personen wisten waar zij gevangen werd gehouden.

11. Eiseres heeft in beroep nog erkend dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over het gesprek met één van de twee andere vrouwen van haar echtgenoot. Het feit dat deze specifieke tegenstrijdigheid haar niet al tijdens het gehoor is voorgehouden, betekent niet dat verweerder haar deze niet heeft mogen tegenwerpen. Het is immers de verantwoordelijkheid van de vreemdeling om volledig en naar waarheid te verklaren. Dat zij per abuis zou hebben verzuimd om haar verklaringen te corrigeren in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor, komt voor haar rekening.

12. Betreffende de door eiser overgelegde kopieën van aangifte tegen haar echtgenoot heeft verweerder voldoende toegelicht waarom deze geen onderbouwing van het relaas kunnen vormen. Verweerder is daarbij ingegaan op de zienswijze van eiseres. In beroep heeft eiseres volstaan met een verwijzing naar de zienswijze.

13. Eiseres heeft gewezen op haar verklaringen over de strafrechtelijke vervolging en detentie in Iran, welke verklaringen door verweerder eveneens als ongeloofwaardig zijn beoordeeld. Ook hierbij heeft eiseres in beroep volstaan met een herhaling van haar zienswijze. Verweerder is op die zienswijze voldoende ingegaan in het bestreden besluit. Daarbij heeft verweerder onder meer terecht opgemerkt dat eiseres weinig concreet heeft kunnen verklaren en dat uit de overgelegde documenten niet blijkt van een relatie met het overige relaas.

14. Verweerder heeft de door eiseres gestelde uithuwelijking en de problemen in verband met haar huwelijk niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Een en ander kan dus ook niet dienen ter onderbouwing van de gestelde afvalligheid van eiseres. Nu eiseres geen andere beweegreden voor haar afvalligheid heeft gegeven, is ook dit element niet ten onrechte als ongeloofwaardig beoordeeld. Toetsing aan WBV 2017/2 is alleen al hierom niet aan de orde.

15. Nu de ouders van eiseres hebben verklaard dat eiseres destijds getrouwd was, het relaas van eiseres niet geloofwaardig is en ook anderszins niet aannemelijk is geworden dat het huwelijk van eiseres is beëindigd, is er ook geen grond voor de conclusie dat eiseres als alleenstaande vrouw naar Afghanistan zal terugkeren.

16. Eiseres komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond.

17. Het beroep is ongegrond.

18. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Valk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.